Technische vragen jaarstukken 2025 Nuenen
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN JAARSTUKKEN 2025 NUENEN Nr.
Blz. nr.
Vraag
Antwoord
Fractie
1
11
Taakveld 0.2. Burgerzaken In de toelichting wordt aangegeven dat 700 meer aanvragen reisdocumenten meer leges opbrengsten geeft. We zien echter dat de lasten 3,5 ton hoger zijn dan begroot was voor 2025. Verder zien we dat de trend op basis van de afgelopen 9 jaar aangeeft dat de lasten vergeleken met de begrotingen over die jaren eerder een stijging van dat verschil dan een daling aangeven. Graag een toelichting voor dit verschil en zijn er al maatregelen voor de toekomst om dit verschil tussen realisatie en begroting te verminderen.
De meerkosten komen gedeeltelijk doordat we meer reisdocumenten hebben afgegeven dan geraamd (daarom zijn de baten ook hoger dan begroot). Daarnaast betreft het verschil de doorbelasting personele kosten, dit staat steeds onderaan de analyses per programma. Dit betekent geen meerkosten in totaal, maar een verschuiving tussen de diverse programma's.
VVD
2
11
Kunt u aangeven wat onder het taakveld 0.4 Overhead valt? Valt de Dienst Dommelvallei daar ook onder?
3
14
Betere vroegsignalering: De inzet van de Wijk-GGD heeft ook in 2025 bijgedragen aan een vroegtijdige, multidisciplinaire aanpak en betere verbinding tussen zorg- en veiligheidspartners.” Is deze aanpak te kwantificeren, bijvoorbeeld in een daling van meldingen inwoners met onbegrepen gedrag?
Tot dit taakveld behoren alle kosten die samenhangen met de sturing en VVD ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de kosten van systemen die deze functies ondersteunen. Uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. De kosten van DDV worden gedeeltelijk toegerekend aan bijv. taakvelden burgerzaken, participatie en re-integratie. Maar het grootste deel valt onder overhead. De aanpak is niet specifiek te kwantificeren in de daling van meldingen. Wel is er een D66 kwantificering mogelijk in aantal meldingen, via wie deze komen en hoe hier verder gevolg aan gegeven wordt. In 2025 zijn er in de gemeente Nuenen c.a. 97 aanmeldingen gedaan waarvan 77 unieke personen. Van deze meldingen komt 53 % van de politie. De 97 meldingen heeft geleid tot 69 trajecten bij de wijk GGD. De overige meldingen zijn verwerkt door het meld- en adviespunt zorgwekkend gedrag. van de GGD. De problematiek waarover de meldingen gaan zijn psychische problemen, psychiatrische problemen, verslaving, overlast en dementie. De doorverwijzing door de Wijk-GGD vindt meestal plaats naar huisarts/poh en specialistische GGZ.
4
22
Aantal WMO aanpassingen was begroot op 90, in 2024 zijn er 38 geweest. Kunt u het verschil verklaren?
In 2024 zijn er een aantal grote woningaanpassingen voorlopig toegekend waarvan D66 de definitieve toekenningen en daarmee de financiele afwikkelingen pas in 2025 verwacht werden. Bij het vaststellen van de begroting voor 2025 is hiermee rekening gehouden.
5
22
Uitstroom participatie wet was begroot op 80, in 2024 was dit 65. Kunt u het verschil verklaren?
Voor 2025 is een hogere uitstroom uit de bijstand begroot dan in het jaar daarvoor. Deze raming was gebaseerd op de verwachting dat de inzet op re-integratie, gerichte begeleiding en matching met werkgevers zou bijdragen aan een grotere uitstroom naar werk. De realisatie over 2025 is echter lager uitgekomen dan begroot. De belangrijkste verklaring is dat de uitstroomkans de afgelopen jaren afneemt. Voor een groeiend deel van de doelgroep is de aansluiting op de arbeidsmarkt beperkt, vaak door een combinatie van belemmeringen. Daardoor vraagt begeleiding richting werk meer tijd en leidt deze niet altijd tot uitstroom.
D66
6
24
Bij dit taakveld wordt geen toelichting gegeven. We zien echter een toenemend verschil tussen realisatie en begroting van de lasten. (trendlijnen lopen uit elkaar). Kunt u hier een verklaring voor geven, en zijn er maatregelen mogelijk om deze trend om te buigen?
Mogelijk bedoelt u taakveld 4.3? (Bij 4.1 zijn er vrijwel geen afwijkingen en bedragen VVD zijn beperkt). De afwijking op 4.3 betreft niet bestede rijksmiddelen voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Deze moeten we na verantwoording terugbetalen. Ten onrechte was dit bedrag als voordeel opgenomen in de 2e tussentijdse rapportage.
7
24
Er zijn grote verschillen in begrote budgetten en de realisatie, terwijl er lopende het jaar 2025 een aanpassing is geweest: zoals bijvoorbeeld pagina 24 bij punt 6.791L €40.000 begroot, realisatie € 7.000. Zo ook PGB WMO , een overschrijding van €147.000 terwijl in het jaar een bijstelling naar beneden is uitgevoerd? 6.751: jeugdhulp ambulant, begroot € 64.000, realisatie 264.00. Kunt u de reden/ oorzaak van deze verschillen geven?
8
32
Programma 5, wonen en leefomgeving. In het jaarrapport wordt gesteld dat de fusie tussen Helpt Elkander en Wooninc ervoor heeft gezorgd dat er meer financiële investeringsruimte ontstaan is voor het realiseren van sociale woningbouw in Nuenen. Hoe groot is deze ruimte en hoe zal deze worden ingezet?
9
35
Programma 5, wonen en Leefomgeving. Beleidsindicator gemiddelde inschrijvingsduur sociale huurwoningen; deze was volgens de begroting 7,7 en de realisatie (jaarrekening) is 28. Vanwaar deze forse afwijking?
Het verschil in budget met betrekking tot Pgb wmo is te verklaren uit een systeemwijziging die in 2025 heeft plaatsgevonden. In 2025 wordt de pgb verstrekking niet meer ondergebracht onder de individueel verstrekte voorziening zoals bijvoorbeeld woonvoorziening of rolstoelen maar zijn deze opgenomen onder de noemer pgb. Er heeft dus een verschuiving plaatsgevonden. Deze verschuiving was niet zichtbaar bij de aanpassing van de begroting. De extra investeringsruimte is vertaald in de projecten/prioriteitenlijst die is toegevoegd bij de prestatieafspraken voor 2026. Door deze extra investeringsruimte heeft Wooninc. middelen kunnen reserveren om de genoemde projecten in deze lijst te realiseren (347 netto). Met deze projecten kan invulling worden gegeven aan onze opgave 30% sociale huur uit de regionale Woondeal. Het getal van 28 is incorrect. De gemiddelde inschrijfduur is 9,1 jaar voor 2025, volgens de jaarrapportage van Wooniezie. Deze rapportage is pas opgeleverd na het in routing brengen van de jaarstukken.
P5
Gemiddelde inschrijvingsduur sociale huurwoningen
10
35
11
35
Wij lezen dat de gemiddelde inschrijvingsduur bij verhuring 28 jaar was. Dit is een foutje, toch? Zo niet, hoe kan dit? Kunt u meer toelichten geven over het aantal ingeschrevenen voor sociale huurwoningen, de gemiddelde inschrijvingsduur, hoe lang huurders gemiddeld wonen in een sociale huurwoning, etc.? Kortom, kunt u een iets breder beeld schetsen van de situatie op de markt van de sociale huurwoningen in Nuenen?
12
39
Programma 6, Ruimtelijk Beheer, Milieu en Verkeer. In 2025 zou er een start gemaakt worden met het opstellen van een nieuw groenbeheerplan. Dit is door capaciteitsgebrek en andere prioriteiten nog niet opgestart. Wat is op dit moment de status van het plan en kan daarmee in 2027 gewerkt worden?
D66
GL/PvdA
GL/PvdA
Het getal 28 is incorrect. De gemiddelde inschrijvingsduur voordat je een woning VVD vindt is 9,1 jaar. In 2025 waren er 17.871 huishoudens op zoek naar een sociale huurwoning in VVD Nuenen. Hiervan reageerden er gemiddeld 673 woningzoekenden op een advertentie van een woning. In 2025 werden er in de gemeente Nuenen 125 sociale huurwoningen verhuurd. Gemiddeld sta je 9,1 jaar ingeschreven voordat je een woning vindt. In 2025 kwamen woningzoekenden op volgende wijze aan een woning: 35% door bemiddeling, 34% door inschrijfduur, 20% door loting en 10% door nieuwbouw. Het grootste gedeelte van huishoudens die in 2025 een woning betrokken waren 1 persoonshuishoudens (61%). We zijn momenteel aan het onderzoeken op welke wijze een nieuw beleidsplan voor GL/PvdA openbaar groen het beste kan worden vormgegeven. Daarbij kijken naar een bredere aanpak dan uitsluitend een groenbeheerplan, zodat ook ander beleid over onderwerpen zoals duurzaam bomenbehoud, klimaatadaptatie en wortelopdruk kan landen. Door beperkte ambtelijke capaciteit is de voorbereiding van dit traject is nog niet gestart. Hierom verwachten we nog niet dat bij ingang van 2027 het plan gebruikt kan worden.
13
P6
Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
43/44
In de toelichting wordt aangegeven dat er uitgestelde werkzaamheden zijn. Je zou dan minder uitgaven verwachten t.o.v. de begroting. Desondanks liggen gerealiseerde lasten ruim 2 ton hoger dan ge begroting. Kunt u hier een verklaring voor geven?
Dit heeft niet te maken met overschrijding van (externe) kosten, maar met doorbelasting personele kosten. Op de externe kosten is € 59.000 minder besteed dan begroot door genoemde uitgestelde werkzaamheden. De doorbelasting personele kosten betreft een verschuiving tussen de diverse programma's en staan steeds onderaan de analyses per programma.
VVD
Taakveld 2.2 Parkeren 14
43/44
Wat valt er onder het taakveld parkeren?
Daaronder valt het parkeerbeleid. In 2025 betrof dit het parkeeronderzoek.
VVD
15
P7, 45
Er is door partijen gevraagd om een kennismakingsgesprek met de nieuwe portefeuillehouder. Een datum is nog niet bekend. Wij gaan er vanuit dat zij met nieuwe inzichten komen waardoor het proces weer verder kan.
VVD
16
P8, 52
Centrum: Wij lezen dat de partijen Whoon en Aldi in juli 2025 besloten hebben de locatie Parkstraat/Voirt gezamenlijk gaan voorbereiden. Wij hadden begrepen dat de partijen de plannen voorlopig in de koelkast hebben gezet. Wat is op dit moment (globaal) de stand van zaken? Taakveld 0.11 Resultaat Er is geen toelichting gegeven. De afgelopen 9 jaar hebben we jaarlijks een aanzienlijk positief resultaat t.o.v. de begrotingen. De trend is weliswaar dalend, maar toch rijst de vraag of er geen sprake is van het structureel te laag inschatten van de begrootte resultaten. Kunt u hierin duidelijkheid verschaffen?
VVD
17
63
Een verwijzing naar de toelichting is gegeven. De voordelen van de laatste jaren betreffen steeds incidentele voordelen, die eerder in het jaar niet konden worden voorzien. Het structurele saldo heeft daar geen voordeel van. De provincie ziet er op toe dat we geen voordelen begroten die nog niet hard te maken zijn. We proberen altijd zo realistisch mogelijk te begroten. We hebben met de voorschotten altijd zoveel mogelijk de algemene reserve aangevuld. Daarom hebben we een relatief sterke financiële positie en buffers voor de toekomst. De kans dat het financiële risico van bijstorten in de voorziening in de top 10 komt is redelijk groot. De bijstorting heeft nu op basis van een dekkingsraad van 115,2% plaatsgevonden. Maar de dekkingsgraad zal uiteindelijk vlak voor de daadwerkelijke overdacht op 1-1-2028 bepaald worden. Als we weten dat in de basis voor toepassing van de dekkingsgraad een bedrag van € 2.894.719 zit, betekent dat 10% stijging een extra storting van € 289.471,90 vergt. De laatst bekende dekkingsgraad was die van mei 2026 en die bedroeg 126,6%.
Wijzigingen; Risico voorziening wethouderspensioenen. In de jaarrekening wordt dit risico niet in de top 10 opgenomen. Hoe groot is het risico dat ten gevolge van een gewijzigde dekkingsgraad van het ABP dit risico wel fors groter wordt en daarmee wel in de top 10 moet worden opgenomen? Verder wordt op pag. 132 gesteld dat pas laat in 2025 gebleken is dat er € 976K bijgestort moet in deze voorziening. Waardoor is dit niet eerder geconstateerd?
Waarom niet eerder geconstateerd? We wisten wel dat we bij moesten storten in de jaarrekening 2025, daarom hebben we bij de 2e tussentijdse rapportage 2026 het geschatte bedrag in een bestemmingsreserve gestort. We dachten dat het bijstorten van de dekkingsgraad eventueel ook gefaseerd zou kunnen. Echter op 3 december 2025 verscheen de stellige uitspraak van de commissie BBV (en deze moet wettelijk gevolgd worden) dat we al bij de jaarrekening 2025 het totaalbedrag in een voorziening moesten storten. We hebben de storting in de reserve dus feitelijk omgezet in een storting in een voorziening, daarom heeft dit geen effect op het resultaat in deze jaarrekening.
GL/PvdA
18
68
19
69
20
81
Met waardes boven de 80 betekent dit dat onze grondexploitatie als zeer risicovol gezien moet worden. We zien in de begrotingen dat de waarde onder de 40 komen; stukken beter maar toch nog zeer risicovol. Kan er toegelicht worden hoe deze verlaging tot stand moet komen en wat er allemaal onder valt? Belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit ligt nog steeds enkele procenten boven het landelijk gemiddelde. Is het mogelijk om gezien de jaarlijkse positieve resultaten om het landelijk gemiddelde te gaan evenaren of zelfs eronder te komen?
Informatiebeveiliging. Op pagina 81 lezen we dat een volwassenheidsniveau 3 vereist is. Kunt u aangeven wat op dit moment het volwassenheidsniveau binnen de gemeente Nuenen is, binnen de Dienst Dommelvallei en of het niveau 3 realistisch haalbaar is?
Die hoge positie komt met name door Nuenen-West. Omdat dit project zo lang loopt VVD (tot 2035) zakt de ratio maar langzaam. Naarmate de oplevering van Nuenen-West vordert zakt de ratio de komende jaren. Nuenen heeft de laatste jaren de OZB niet laten stijgen (boven de inflatie). Een tariefsverlaging kan niet uit reserves worden betaald, want heeft structureel effect op het begrotingssaldo. Wat wel mogelijk is, is dat andere gemeenten ozb-stijgingen gaan toepassen. Het gemiddelde van Nuenen (en daarmee de ratio belastingcapaciteit) zakt daardoor ook. Die trend is de laatste jaren al zichtbaar. Het volwassenheidsniveau van informatiebeveiliging over het jaar 2025 is 1,8. Volwassenheidsniveau 3 achten wij haalbaar, maar alleen wanneer de beschikbare capaciteit, expertise en financiële middelen in balans zijn met deze ambitie. Daarbij merken wij op dat niveau 3 geen wettelijke norm is binnen de Cyberbeveiligingswet; het is een stuurinstrument om inzicht te geven in de mate waarin risico’s structureel worden beheerst. Het bestuur is verantwoordelijk om, op basis van de vastgestelde risicobereidheid, te bepalen of de benodigde middelen beschikbaar worden gesteld om dit niveau te realiseren. Hiertoe hebben de Dommelvallei organisaties gezamenlijk een bestuursopdracht opgesteld.
Deze bestuursopdracht moet inzicht geven in de gewenste toekomstige situatie, de daarvoor benodigde maatregelen, de onderlinge prioritering en de organisatorische, personele en financiële consequenties.
VVD
VVD