Technische vragen - antwoorden - VVD
Tekst van het document
Technische Vragen VVD bij begroting 2025
Programma 3. Werk (participatie), Zorg en Jeugd. Taakveld 6.1. Samenkracht en Burgerparticipatie. In dit taakveld zien we een aanzienlijk lagere begroting van de baten dan in 2024. Ook in voorgaande jaren zie we dit verschil tussen de begrootte baten vergeleken met het jaar daarvoor. 1. Graag toelichten hoe dit steeds terugkerende verschil ontstaat? Programma 4. Verenigingen en Accommodaties. Taakveld 5.6. Media Uit de tekst bij dit programma vinden we geen enkele indicatie van de inhoud van dit taakveld, terwijl het toch een aanzienlijke kostenpost is. 2. Graag een toelichting geven welke activiteiten onder dit taakveld vallen. Taakveld 6.4. WSW en beschut werk. We zien een flinke stijging van de kosten in 2025 (160.000 vergeleken met 2024). In de toelichting op bldz. 26 zien we dat dit een direct gevolg is van de extra uitkering vanuit het Rijk voor dit taakveld. Aangezien er voor dit taakveld geen baten worden getoond nemen we aan dat dit onderdeel is van de algemene uitkering taakveld 0.7. We begrijpen uit de toelichting dat alle rijksgelden voor dit taakveld 1 op 1 worden doorbetaald aan de WSD en ook als kosten worden getoond. 3. Betekent dit dat er voor dit taakveld geen relatie is tussen geboekte kosten en uitgevoerde activiteiten? Graag een toelichting. Programma 7. Economie, Toerisme en Recreatie. Taakveld 5.3.
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Een substantieel deel van de kosten in dit programma komen voort uit dit taakveld. We zien voor de na 2025 een flinke kostenstijging. 4. Graag een toelichting waaraan dit te wijten is. 5. Uit de tekst bij programma 7 kunnen we niet zien wat voor activiteiten/producten tot dit taakveld behoren. Graag een overzicht daarvan. Programma 8. Financiën en Belastingen. Taakveld 0.8. Overige baten en lasten. Het is voor ons duidelijk welke “takken van sport” in dit taakveld zijn opgenomen. Wat ons echter intrigeert is hoe de bedragen voor dit taakveld tot stand komen. 6. Is dit een inschatting op grond van landelijke ontwikkelingen, of zijn dit optellingen van schattingen van per taakveld niet meegenomen indexeringen? Graag een toelichting. 7. Komen de bedragen voor de jaren 2026-2028 cumulatief tot stand? (raming per jaar opgeteld bij de raming van voorgaand jaar)
Antwoord In de begroting 2024 (en 2023) was sprake van baten en lasten voor opvang Oekraïners. Daarnaast is in 2024 € 250.000 voor voorbereidingskosten opvanglocatie asielzoekers opgenomen (raadsbesluit december 2023, ten laste van bestemmingsreserve vluchtelingen). Dergelijke posten zijn niet of moeilijk vooraf te begroten. Onder taakveld 5.6 Media valt de bibliotheek en de lokale omroep. Dit is wettelijk voorgeschreven.
Het klopt dat de WSW geen doeluitkering betreft maar vanuit het gemeentefonds komt. De stijging van kosten is inderdaad een direct gevolg van een toename van de rijksmiddelen voor de uitvoering van deze wettelijke taken. Deze middelen worden via de gemeente aan de Gemeenschappelijke regeling WSD beschikbaar gesteld. De hoogte van de rijksbijdrage is gebaseerd op de omvang van het WSW personeelsbestand. De verantwoording legt de GR WSD af in de jaarstukken, die voor de zienswijzeprocedure wordt aangeboden aan uw raad. Onder dit taakveld valt het Klooster. De kapitaallasten van het Klooster die de komende jaren toenemen als de investeringen worden gerealiseerd, verklaren de stijging. Verder vallen de andere cultuurbudgetten onder dit taakveld, zoals subsidie aan Kunstkwartier en culturele verenigingen en het evenementenbeleid.
Het gaat inderdaad om landelijke ontwikkelingen. We sluiten daarbij aan bij de circulaires gemeentefonds, die gebaseerd zijn op de Macro-economische verkenningen (MEV) en Centraal Economisch Plan (CEP). We nemen de stelposten voor inflatie cumulatief op omdat we ramen in lopende prijzen (rekening houden met inflatie). Aangezien we ook de algemene uitkering en de onroerendezaakbelasting in lopende prijzen ramen, moeten we dat ook bij de uitgaven doen. Dat doen we voor de meerjarenraming 2026-2028 niet bij de
Financien Op pagina 72 staat de Leningenportefeuille van Opgenomen Langlopende Leningen. Hierbij is de aflopende lening bij BNG van € 30 miljoen niet meegenomen. 8. Waarom is deze niet weergegeven? Nu lijkt het alsof wij op 1-1-2025 € 34,6 mlj geleend hebben, terwijl dit € 30 mlj hoger ligt. Dit geeft een verwarrend beeld. En, zolang de herfinanciering niet rond is, lenen wij dit nog tegen de bestaande condities, toch? Dan is het logisch om deze lening en de voorwaarden ook in deze tabel weer te geven, toch? Kunt u de tabel aanpassen met deze lening? Op pagina 102 zien wij bij de Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer op 1-1-2025 een totaal van € 46,7 mlj staan. Dit verschilt € 17,9 mlj met de Leningenportefeuille (€ 34,6 mlj + € 30 mlj = € 64,6 mlj) op pagina 72. 9. Waarin zit dit verschil?
taakvelden zelf, maar op de stelpost in taakveld 0.8. Na het opstellen van de Programmabegroting 2025-2028 is de lening van € 30 miljoen, die per 30 september 2024 afgelost moest worden, geherfinancierd met een 10-jarige geldlening van € 13 miljoen tegen 2,64%. Met dat bedrag daalt de financieringsbehoefte voor alle jaren.
In de geprognosticeerde balans op pagina 102 is rekening gehouden met de leningen die, conform de financieringsbehoefte, in de komende jaren aangetrokken moeten worden. Daarbij is rekening gehouden met de ruimte die de kasgeldlimiet biedt. In de leningenportefeuille op pagina 72 staan alleen de daadwerkelijk afgesloten leningen.