Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE - Bijlage 3 Toelichting voor raad
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting op Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit MRE 2024-2030 Inleiding In deze toelichting proberen wij aanvullende duidelijkheid te schetsen over de relatie met de Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant 2017-2030 en de inhoud van de Samenwerkingsovereenkomst (hierna: overeenkomst). Wij verwachten dat dit uw raad kan helpen bij de oordeelsvorming over bijgaand raadsvoorstel. Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant 2017-2030 Voor de onderhavige overeenkomst is aansluiting gezocht bij de Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant 2017-2023. In 2018 heeft de raad het college toestemming verleend voor het aangaan van de gemeenschappelijke regeling (lichte GR) Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost Brabant 20172023. Er wordt nog steeds uitvoering gegeven aan de bereikbaarheidsagenda. Daarom is het belangrijk om deze lichte GR voort te zetten. De afspraken uit de bereikbaarheidsagenda zijn daarom zoveel mogelijk 1-op-1 overgenomen in de onderhavige overeenkomst. Er is toen onder meer afgesproken dat het bedrag (zijnde € 55,75 miljoen) dat het toenmalige SRE gereserveerd had voor de Noordoostcorridor (NOC) tot 2030 beschikbaar blijft als regionale subsidie voor de regionale projecten (i.c. projecten uit het Bereikbaarheidsakkoord Zuidoost Brabant).
Er is tevens een subsidieregeling m.b.t. de gehele Bereikbaarheidsagenda opgesteld. Daarbij is ook afgesproken dat de gemeenten gezamenlijk eenzelfde bedrag inleggen gedurende 10 jaren. In de huidige situatie geeft het Poho Mobiliteit MRE al een bindend advies voor projectsubsidies. De gemeente Helmond is penvoerder en voert het beheer. Het Bereikbaarheidsakkoord is nu en blijft onder de nieuwe overeenkomst onderdeel van de Bereikbaarheidsagenda en is tevens één van de 8 programma’s van SmartwayZ.nl. De projecten uit het Bereikbaarheidsakkoord hebben een bijzondere status binnen de samenwerkingsafspraken, omdat deze projecten mede gefinancierd worden uit gelden die de provincie gereserveerd had voor de NOC. Kortweg betekent dit dat Deelregio Oost een bindend advies aan Poho Mobiliteit MRE uit brengt over het verlenen van subsidiebijdragen aan route gebonden projecten uit het Bereikbaarheidsakkoord. Daarover zijn specifieke afspraken opgenomen in de overeenkomst. Samenwerkingsafspraken In de overeenkomst worden samenwerkingsafspraken tussen de 21 MRE-gemeenten gemaakt over gemeentegrens overstijgende mobiliteitsopgaven. De MRE-organisatie ondersteunt de gemeenten daarbij en is geen zelfstandige partij bij deze overeenkomst. Ook de provincie is geen partij bij deze overeenkomst, maar is wel partner in de regionale samenwerking en schuift daarom aan bij overleggen als adviseur.
In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt over taak- en rolverdeling. Doel De samenwerking moet meer samenhang brengen in de verschillende programma’s en projecten op het gebied van mobiliteit en de uitvoeringskracht vergroten. In artikel 5 zijn de vijf kernprocessen opgenomen. Organisatie bestuurlijk De rol van de colleges (in rol van contractpartij) is: • de regionale mobiliteitsvisie (incl. strategische beleidskaders) ter besluitvorming voorleggen aan de eigen raad
• • • •
het programma regionale mobiliteit, zijnde uitvoeringsprogramma, (incl. tussentijdse herijking 1x in 4 jaren) vaststellen jaarplan regionale mobiliteit (betreft uitvoering) jaarlijks vaststellen projecten aandragen voor programma regionale mobiliteit, waar voor afdoende financiële dekking is zelf zorg dragen voor de inhoudelijke voorbereiding, uitvoering en nazorg van de eigen projecten en voor monitoring van de uitvoering
De samenwerking kent 3 bestuurlijke overleggen (art. 10 lid 2) die ambtelijk ondersteund worden, namelijk: • Poho Mobiliteit MRE • Stuurgroep regionale mobiliteit • Deelregio Oost (heeft specifieke rol t.a.v. projecten Bereikbaarheidsakkoord) Poho mobiliteit (MRE) Dit is een overleg met de 21 wethouders die mobiliteit in hun portefeuille hebben. Bij dit overleg sluiten aan vertegenwoordigers van de provincie en Rijkswaterstaat als adviseur. Het secretariaat wordt gevoerd door programmabureau regionale mobiliteit (is onderdeel van MRE-organisatie). Kortweg is het Poho verantwoordelijk voor: • de regionale mobiliteitsvisie, programma regionale mobiliteit, jaarplan regionale mobiliteit die ter besluitvorming aan de gemeenten worden voorgelegd • de kaders die aan Stuurgroep regionale mobiliteit worden meegegeven • vaststellen van het regionaal jaarplan (zijnde jaarplan MRE voor zover betrekking hebbende op thema mobiliteit) • monitoren van de voortgang van realisatie van de geprogrammeerde projecten en evt. adaptieve programmering (Vice)voorzitter Poho vertegenwoordigt Poho in de Programmaraad SmartwayZ.NL. Er wordt gestreefd naar unanimiteit en anders wordt geprobeerd overeenstemming te bereiken over een (alternatieve) oplossing.
Stuurgroep regionale mobiliteit Dit is een overleg met vertegenwoordigers vanuit de volgende gemeenten / subregio’s: • Bovens (Best, Oirschot, Veldhoven, Eindhoven, Nuenen en Son en Breugel) • De Kempen (Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden) • Eindhoven • Helmond • Oost (Asten, Deurne, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren en Son en Breugel • Zuid (Cranendonk, Heeze-Leende, Valkenswaard en Waalre) Bij dit overleg sluit aan een vertegenwoordiger van de provincie als adviseur. Het secretariaat wordt gevoerd door programmabureau regionale mobiliteit (is onderdeel van MRE-organisatie). De stuurgroep fungeert als ‘vooruitgeschoven post’ van het Poho Mobiliteit MRE en richt zich op de uitvoering van het programma regionale mobiliteit. Dit houdt onder meer in het goedkeuren van projectvoorstellen en subsidieverlening, het vervullen van rol van bestuurlijk opdrachtgeverschap en bestuurlijk aanspreekpunt voor de omgeving. Deelregio Oost Dit overleg is specifiek benoemd, omdat dit overleg een specifieke rol heeft bij (financiële) besluiten van projecten opgenomen in het Bereikbaarheidsakkoord. Hierover zijn in het
verleden afspraken gemaakt en deze zijn overgenomen in deze samenwerkingsovereenkomst. Financiën We betalen nu al jaarlijkse een bijdragen aan de regionale opgaven MRE en Bereikbaarheidsagenda (i.c. programmakosten). Deze bedragen blijven we betalen. Deze kunnen niet zo maar verhoogd worden. Daarvoor is een besluit van het gemeentebestuur nodig. Jaarlijks worden de bijdragen wel geïndexeerd. Dat is nu ook al zo. In onze meerjarenraming zijn deze bijdragen al opgenomen. De Nuenense bijdrage (€ 21.500,-) voor het programmateam is opgenomen in onze meerjarenraming. Voor de regiobrede projecten is de jaarlijkse bijdrage van € 53.000,- opgenomen. Werkzaamheden t.b.v. specifieke projecten worden op een andere wijze gefinancierd. Daarbij geldt dat er geen wijzigingen worden doorgevoerd in de bestaande afspraken die zijn gemaakt over het Bereikbaarheidsakkoord, de Bereikbaarheidsagenda, het regionaal mobiliteitsprogramma en Smartwayz.nl. Daarnaast worden jaarlijks (op de Ontwikkeldag) met de provincie afspraken gemaakt over financiering van delen van RMP. Voor toekomstige programma’s moeten t.z.t. afspraken gemaakt worden. Uitgangspunt voor deze afspraken is de bekostigingssystematiek waarover besluitvormingprocessen lopen (zie RIB 2023-50). De subsidieregeling Bereikbaarheidsakkoord Zuidoost-Brabant 2017-2030 wordt onderdeel van de nieuwe overeenkomst.
Dit betekent een bijdrage voor de routegebonden projecten uit het Bereikbaarheidsakkoord van 25%. De bijdrage aan generieke of regiobrede projecten uit de Bereikbaarheidsagenda is 50%. Een bijdrage voor het Nuenense Voorkeursalternatief Bundelroutes (vooral routegebonden) loopt geen gevaar. Juridische aspecten Er worden geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. Raad behoudt haar reguliere bevoegdheden en rollen. In de samenwerking wordt er vanuit gegaan dat de portefeuillehouder die aan tafel zit, kan spreken namens zijn college. Concreet betekent dit dat deze de inbreng van te voren afstemt in het college. Dit gebeurt nu al. Daarvoor is het niet nodig om iets aanvullends te regelen. Artikel 25 benoemt expliciet dit uitgangspunt. Het programmabureau ondersteunt de samenwerking. In die hoedanigheid hebben de medewerkers contacten met samenwerkingspartners. Zij dragen de belangen van de samenwerkende gemeenten uit met goed vinden van partijen. Dit beoogt artikel 25 te regelen. Artikel 26 regelt dat er eensluidende afspraken zijn en dat partijen elkaar onderling aanspreken als er de afspraken over projecten niet worden nagekomen. Overige bepalingen In hoofdstuk 6 is een aantal bepalingen opgenomen waarvan in de Wet gemeenschappelijke regeling is bepaald dat over deze onderwerpen afspraken gemaakt moeten worden.
De duur van de overeenkomst sluit aan op de tijdshorizon van de bestaande afspraken en de visies. Bijlage In de bijlage zijn een aantal zaken opgenomen die nog in ontwikkeling zijn. Daardoor kunnen hierover nu nog niet sluitende afspraken gemaakt worden. Er is in deze overeenkomst wel al geprobeerd om daar waar mogelijk voor te sorteren. De verwachting is dat als hierover meer duidelijkheid komt, deze overeenkomst mogelijk moet worden aangepast.