CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

RvO - Bijlage 2 Overzicht wijzigingen (was-wordt-lijst) Reglement van orde gemeenteraad 2024

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Reglement van orde gemeenteraad 202414.715 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

4 alinea's met “ingekomen”: 110 174 179 180

Overzicht van wijzigingen (was-wordt-lijst) Onderwerp Titel Aanhef

Artikel 1

Was Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad gemeente Nuenen c.a. 2023 De raad van de gemeente Nuenen c.a.;

Wordt Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2024 De raad van de gemeente Nuenen c.a.;

Toelichting Titel is geactualiseerd.

gezien het voorstel van 12 januari 2023;

gezien het voorstel van het fractievoorzittersoverleg van 11 januari 2024;

gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet;

gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet;

besluit:

besluit:

Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad gemeente Nuenen c.a. 2023 vast te stellen. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; b. sessievoorzitter: raads- of burgerlid belast met het voorzitten van de beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten; c. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; d. subamendement; voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; e. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek van de raad wordt uitgesproken; f. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; g. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel (conform artikel 147a van de Gemeentewet); h. interpellatie: het stellen van vragen aan het college of de burgemeester over een onderwerp, dat niet vermeld staat op de agenda (conform artikel 155 lid 2 van de Gemeentewet); i. Gedragscode: gedragscode zoals deze van toepassing voor de gemeenteraad Nuenen, vastgesteld per raadsbesluit; j. college: het college van burgemeester en wethouders; k.

raad: de gemeenteraad zoals bedoeld in artikel 6 van de Gemeentewet; l. secretaris: de gemeentesecretaris of diens plaatsvervanger; m. griffier: de raadsgriffier of diens plaatsvervanger; n. sessiegriffier: een door de raadsgriffier aangewezen persoon die de voorzitter van de verschillende soorten bijeenkomsten ondersteund; o. sessie/ bijeenkomst: een beeldvormende of oordeelsvormende bijeenkomst van de raad; p. fractievoorzittersoverleg: adviserend orgaan over functioneren van de raad; q. agendacommissie: orgaan van de raad dat de voorlopige agenda’s vaststelt.

Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2024 vast te stellen. Begripsbepalingen Begrippen zijn geactualiseerd en op alfabetische In dit reglement wordt verstaan onder: volgorde gezet. a. agendacommissie: commissie van de raad, zoals bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. beeldvormende bijeenkomst: bijeenkomst, informeel en zonder spreektermijnen, met als doel het verkennen en afbakenen van vraagstukken, het horen van het maatschappelijke veld en het inventariseren van knelpunten of keuzes. De bijeenkomst kan ook uit een werkbezoek, workshop, themabijeenkomst of raadsinformatieavond bestaan; d. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a.; e. Gedragscode: meest recent vastgestelde en kenbaar gemaakte gedragscode van toepassing op de raad; f. fractievoorzittersoverleg: kortweg FVO, zijnde een adviserend orgaan van de raad over zijn functioneren; g. griffier: griffier van de gemeente Nuenen c.a.; h. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad, zoals bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet; i.

interpellatie: vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda, zoals bedoeld in artikel 155, tweede lid, van de Gemeentewet; j. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarmee een oordeel, wens of verzoek van de raad wordt uitgesproken; k. LTA: langetermijnagenda, zijnde een agenda van het college met daarop de onderwerpen ter behandeling in een raadsbijeenkomst of raadsvergadering, inclusief bijbehorende planning; l. oordeelsvormende bijeenkomst: vergadering, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, gericht op het voorbereiden van besluitvorming door middel van het uitwisselen van en doorvragen

Aanhef is geactualiseerd.

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

De (sessie-)voorzitter 1. De (sessie)voorzitter is belast met: a. Het handhaven van de orde; b. Het doen naleven van het regelement van orde; c. Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De voorzitter van de raad is belast met het leiden van de raadsvergaderingen. 3. De sessievoorzitter is belast met het leiden van de beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten. 4. De sessievoorzitter wordt op voorstel van de het fractievoorzittersoverleg door de raad aangewezen en kan zowel een raads- als burgerlid zin. Waarnemend raadsvoorzitter 1. De raad wijst uit zijn midden een waarnemend raadsvoorzitter aan. 2. De waarnemend raadsvoorzitter is voorzitter van de werkgeverscommissie. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. 3. De griffier kan aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit één vertegenwoordiger vanuit elke fractie. 3. De agendacommissie benoemt één of meerdere voorzitters van de agendacommissie. 4. De voorzitter van de agendacommissie is één raadslid.

op argumenten om tot een goede weging te komen van voor- en nadelen betreffende een onderwerp of voorstel; m. raad: raad van de gemeente Nuenen c.a.; n. raadsbijeenkomst: beeldvormende bijeenkomst of oordeelsvormende bijeenkomst van de raad; o. raadsinformatiesysteem: het systeem van de raad met gegevens over vergaderingen, de raad en raadsinformatie, zoals moties en amendementen, raadsinformatiebrieven, schriftelijke vragen en toezeggingen. Het systeem is te raadplegen via de website nuenen.raadsinformatie.nl. p. raadsvergadering: vergadering van de raad, waarin raadsbesluiten worden genomen; q. sessievoorzitter: raadslid belast met het voorzitten van een raadsbijeenkomst; r. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het betreffende amendement; s. voorstel van orde: voorstel met betrekking tot de orde van de raadsvergadering of raadsbijeenkomst; t. voorzitter: de voorzitter van de raad. De (sessie)voorzitter 1. De (sessie)voorzitter is belast met: a. Het handhaven van de orde; b. Het doen naleven van dit reglement; c. Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De voorzitter van de raad is belast met het leiden van raadsvergaderingen. 3. De sessievoorzitter is belast met het leiden van raadsbijeenkomsten. 4.

De sessievoorzitter wordt op voorstel van het fractievoorzittersoverleg bij raadsbesluit aangewezen.

De waarnemend voorzitter 1. De raad wijst uit zijn midden een waarnemend voorzitter aan. 2. Ten tijde van waarneming komen de waarnemend voorzitter dezelfde taken en bevoegdheden toe als de voorzitter. De griffier 1. De griffier is in elke raadsbijeenkomst en raadsvergadering aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door diens plaatsvervanger. 3. De griffier of diens plaatsvervanger kan aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit één vertegenwoordiger vanuit elke fractie. 3. De agendacommissie benoemt één of meerdere voorzitters van de agendacommissie.

Artikel is tekstueel aangepast.

Bepaling over voorzitterschap werkgeverscommissie hoort in de verordening over die commissie thuis. Bij de volgende actualisatie wordt dit meegenomen. Er is een nieuw lid 2 toegevoegd. Artikel is tekstueel aangepast.

Het oude lid 4 is verwijderd. Dit regelt de Gemeentewet al voldoende. Artikel is verder tekstueel aangepast.

5. 6. 7.

8.

9.

De burgemeester en griffier zijn als adviseur aanwezig. Elk lid heeft één stem. Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. Zij kan besluiten om in beslotenheid te vergaderen, wanneer het te behandelen onderwerp daartoe naar mening van de leden aanleiding geeft. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen; b. Het bespreken van de lange termijn agenda (LTA), het bepalen van de rol van de raad bij (majeure) dossiers en het maken van procesafspraken over (raads-)voorstellen, thema’s en andere onderwerpen. De agendacommissie kan andere uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen.

Artikel 6

Het fractievoorzittersoverleg (FVO) 1. De raad heeft een fractievoorzittersoverleg (FVO). 2. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de fractievoorzitters en wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid vervangt. 3. De raadsvoorzitter is de voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. De griffier is als adviseur aanwezig. 4. Elk lid heeft één stem. Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter. 5. Het fractievoorzittersoverleg doet voorstellen aan de raad inzake de organisatie en functioneren van de raad en zijn gremia. 6. Het fractievoorzittersoverleg dient daarnaast ter bespreking van gevoelige en vertrouwelijke zaken. 7. De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten. 8. In het fractievoorzittersoverleg worden afspraken gemaakt aangaande de openbare communicatie over het behandelde.

Artikel 7

Werkgeverscommissie 1. De raad heeft een werkgeverscommissie. 2. De taken, bevoegdheden en samenstelling van de werkgeverscommissie worden vastgelegd in een aparte verordening Werkgeverscommissie. Auditcommissie 1. De raad heeft een auditcommissie. 2. De taken, bevoegdheden en samenstelling van de auditcommissie worden vastgelegd in een aparte verordening Auditcommissie. Raadswerkgroepen 1. De raad kan raadswerkgroepen instellen. 2. Raadswerkgroepen kennen, in samensprak met de raad, een tijdelijke bestaan en een duidelijk omschreven doel. 3. Raadsleden en burgerleden kunnen door de raad worden aangewezen tot lid van de raadswerkgroep.

Artikel 8

Artikel 9

4.

De burgemeester en griffier zijn als adviseur tijdens de vergaderingen van de agendacommissie aanwezig. 5. De agendacommissie besluit bij meerderheid van stemmen. Daarbij heeft elk lid één stem. Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter van de agendacommissie. 6. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. De agendacommissie kan besluiten om in beslotenheid te vergaderen, wanneer het te behandelen onderwerp daartoe naar de mening van één of meer leden aanleiding geeft. 7. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. Het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen; b. Het bespreken van de LTA; c. het bepalen van de rol van de raad bij (majeure) dossiers, en d. het maken van procesafspraken over (raads)voorstellen, thema’s en andere onderwerpen. 8. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen. Het fractievoorzittersoverleg 1. De raad heeft een fractievoorzittersoverleg. 2. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de fractievoorzitters. De fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan die hen bij afwezigheid vervangt. 3. De voorzitter zit tevens het fractievoorzittersoverleg voor. De griffier is als adviseur tijdens vergaderingen aanwezig. 4. Het fractievoorzittersoverleg besluit bij meerderheid van stemmen. Elk lid heeft één stem.

Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter. 5. Het fractievoorzittersoverleg doet voorstellen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en zijn gremia. Het fractievoorzittersoverleg dient daarnaast ter bespreking van gevoelige of vertrouwelijke onderwerpen. 6. De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten. 7. In het fractievoorzittersoverleg worden afspraken gemaakt aangaande de openbare communicatie over hetgeen behandeld is. De werkgeverscommissie 1. De raad heeft een werkgeverscommissie. 2. De taken, bevoegdheden en samenstelling van de werkgeverscommissie worden bij verordening vastgelegd. De auditcommissie 1. De raad heeft een auditcommissie. 2. De taken, bevoegdheden en samenstelling van de auditcommissie worden bij verordening vastgelegd. Raadswerkgroepen 1. De raad kan raadswerkgroepen instellen. 2. Raadswerkgroepen kennen een tijdelijk bestaan en een duidelijk omschreven doel. 3. De raad kan per raadsbesluit raads- en burgerleden aanwijzen als lid van een raadswerkgroep.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

4.

Artikel 10

Artikel 11

Ieder ander kan door de raad benoemd worden als adviseur van een raadswerkgroep. De raadswerkgroep wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De raadswerkgroep rapporteert aan de raad.

4.

Eenieder kan door de raad benoemd worden als adviseur van een raadswerkgroep. 5. 5. Een raadswerkgroep wijst uit zijn midden een voorzitter en diens 6. plaatsvervanger aan. 6. Een raadswerkgroep rapporteert aan de raad. Toelaten en beëdigen raadsleden Toelaten en beëdigen raadsleden 1. Bij benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in 1. Bij benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie bestaande uit drie raadsleden. onderzoek geloofsbrieven in. 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop 2. Voor de commissie, zoals bedoeld in het eerste lid, worden alle betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden reeds benoemde raadsleden benoemd. Voor de bemensing van de en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de commissie worden drie raadsleden aangewezen. De drie raadsleden nieuw benoemde leden tot de raad. Indien van toepassing, wordt wijzen vervolgens uit hun midden een voorzitter aan. van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau betrekking hebbende stukken van de nieuw te benoemen gebeurt in de laatste bijeenkomst van de raad in oude samenstelling raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over hun na de verkiezingen. toelating tot de raad.

Indien van toepassing, wordt van een 4. Na een gemeenteraadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na een belofte af te leggen. gemeenteraadsverkiezing. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter 5. Na een gemeenteraadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe raad waarin over diens toelating wordt beslis om de voorgeschreven samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen. eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de eed of verklaring en belofte af te leggen. Burgerleden Burgerleden 1. Op voordracht van de fracties wijst de raad per raadsbesluit de 1. Op voordracht van een fractie wijst de raad per raadsbesluit een burgerleden aan. burgerlid aan. 2. Burgerleden kunnen namens de fractie deelnemen aan de 2.

Burgerleden kunnen namens hun fractie deelnemen aan beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten van de raad. raadsbijeenkomsten. 3. Elke fractie kan maximaal drie burgerleden voordragen. 3. Elke fractie kan maximaal drie burgerleden voordragen. 4. De artikelen 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van 4. De artikelen 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerleden, met die overeenkomstige toepassing op burgerleden, met die uitzondering uitzondering dat voor de burgerleden geldt dat zij de leeftijd van dat voor een burgerlid geldt dat deze de leeftijd van zestien jaar zestien jaar moeten hebben bereikt. Ook de gedragscode voor de moeten hebben bereikt. gemeenteraad van Nuenen is van overeenkomstige toepassing. 5. Op burgerleden is de gedragscode van overeenkomstige toepassing. 5. Het heeft de voorkeur dat de burgerleden tijdens de laatste 6. Het heeft de voorkeur dat een burgerlid tijdens de laatste verkiezingen van de raad op de kandidatenlijst van de betreffende gemeenteraadsverkiezing op de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan. fractie heeft gestaan. 6. Burgerleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie 7. Burgerleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie de eed of verklaring en belofte af in een openbare raadsvergadering.

de eed of verklaring en belofte af in een openbare raadsvergadering. 7. Het burgerlidmaatschap eindigt: 8. Het burgerlidmaatschap eindigt: a. Bij opzegging door het burgerlid; a. Bij opzegging door het burgerlid; b. Bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het b. Bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het burgerlid heeft voorgedragen; burgerlid heeft voorgedragen; c. Bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na c. Bij installatie van een nieuwe raad na verkiezingen; gemeenteraadsverkiezingen; d. Indien een fractie niet langer is vertegenwoordigd in de d. Op het moment dat een fractie niet langer in de raad is raad. vertegenwoordigd;

Lid 2 is toegevoegd. Artikel is verder tekstueel aangepast.

Aan lid 8 zijn e en f toegevoegd. Artikel is verder tekstueel aangepast.

e.

Artikel 12

Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie benoeming wethouders in. Deze bestaat uit drie raadsleden. 2. De commissie heeft tot taak de raad te adviseren over de benoeming van een wethouder. Alvorens te adviseren verricht de commissie de werkzaamheden als bedoeld in lid 3. 3. De commissie onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten: a. 36a van de Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten); b. 36b van de Gemeentewet (onverenigbare functies); c. 41b, eerste, derde en vierde lid, van de Gemeentewet (nevenfuncties); d. 41c, eerste lid, van de Gemeentewet (verboden handelingen). 4. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. 5. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusies zijn niet openbaar.

Artikel 13

Fracties 1.

Artikel 14

Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. De wijziging geldt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de wijziging. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Vergadercyclus 1. De raad hanteert voor wat betreft zijn reguliere raadsbijeenkomsten een cyclus bestaande uit de volgende bijeenkomsten: a. Week 1: agendacommissie; b. Week 2: beeldvormende avond (incl. inloopspreekuur); c. Week 3: oordeelsvormende avond;

Op het moment dat het burgerlid niet meer voldoet aan de artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet; f. Bij een raadslidmaatschap. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie benoeming wethouders in. Deze bestaat uit drie raadsleden. 2. De commissie heeft tot taak de raad te adviseren over de benoeming van een wethouder. Alvorens te adviseren verricht de commissie de werkzaamheden als bedoeld in het derde lid. 3. De commissie onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten in: a. artikel 36a van de Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten); b. artikel 36b van de Gemeentewet (onverenigbare functies); c. artikel 41b, eerste, derde en vierde lid, van de Gemeentewet (nevenfuncties); d. artikel 41c, eerste lid, van de Gemeentewet (verboden handelingen). 4. De vergaderingen van de commissie als bedoeld in het eerste lid zijn niet openbaar. 5. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en het eindresultaat zijn niet openbaar. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2.

Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als boven de kandidatenlijst geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mede welke naam de fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. De wijziging geldt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de wijziging. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de naamswijziging. Vergadercyclus 1. De raad hanteert voor wat betreft zijn reguliere raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen de volgende volgorde: a. vergadering agendacommissie/fractievoorzittersoverleg; b. raadsbijeenkomst (beeldvormend); c. raadsbijeenkomst (oordeelsvormend);

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

In lid 1 zijn de weken verwijderd, omdat dit niet iedere maand geldt. In lid 2 is de vermelding van de extra avonden op woensdag toegevoegd. Het oude lid 4 is verwijderd. Hiervoor is een nieuw lid 4 in de plaats gekomen. Artikel is verder tekstueel aangepast.

2.

3. 4.

5.

6.

Artikel 15

Artikel 16

d. Week 4: raadsvergadering. De raadsbijeenkomsten vinden in de regel plaats op de donderdagavond volgens een door de agendacommissie vast te stellen jaarschema. In de regel starten de raadsbijeenkomsten om 19.30 uur en eindigen deze in principe uiterlijk om 23.00 uur. Voor de behandeling van de agendapunten wordt door de agendacommissie richttijden vastgelegd, die samen met de agenda worden gepubliceerd. Op voorstel van de sessievoorzitter kan tijdens de sessie worden afgeweken van de richttijden. Indien de raadsbijeenkomst of raadsvergadering niet voor 23.00 uur wordt gesloten, bepaalt de vergadering of er wordt doorvergaderd of dat er wordt geschorst en er een nieuwe datum wordt bepaald, waarop de vergadering heropend wordt. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

d. raadsvergadering (besluitvormend). De raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen vinden in de regel plaats op de donderdagavond volgens een door de agendacommissie vast te stellen jaarschema. In het jaarschema zijn ook extra bijeenkomsten opgenomen. Deze vinden in de regel plaats op woensdagavond. 3. De raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen starten in de regel om 19.30 uur en eindigen in principe uiterlijk om 23.00 uur. 4. De raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen vinden in de regel in de Raadzaal van Het Klooster plaats. 5. Op het moment dat een raadsbijeenkomst of raadsvergadering niet voor 23.00 uur wordt gesloten, bepalen de raads- of burgerleden of er wordt doorvergaderd dan wel dat er wordt geschorst en er een nieuwe datum wordt bepaald, waarop de vergadering wordt heropend. 6. De (sessie)voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en starttijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De (sessie)voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. Raadsbijeenkomsten 1. Bij raadsbijeenkomsten kunnen er per bijeenkomst meerdere sessies parallel aan elkaar worden gehouden. 2. Een raadsbijeenkomst bestaat per onderwerp uit maximaal twee raads- of burgerleden per fractie. 3. Bij een raadsbijeenkomst (oordeelsvormend) wordt vergaderd in twee spreektermijnen.

In de eerste termijn kunnen vragen aan het college worden gesteld. In de tweede termijn staat de onderlinge discussie centraal. 2.

Raadsbijeenkomsten 1. Beeldvormende bijeenkomst: bijeenkomst met als doel het verkennen en afbakenen van vraagstukken, het horen van het maatschappelijke veld en het inventariseren van knelpunten en keuzes, met inbegrip van werkbezoeken, workshops, themabijeenkomsten en raadsinformatieavonden. Er kunnen meerdere bijeenkomsten parallel aan elkaar worden gehouden. 2. Inloopspreekuur: een informele vorm van inspraak waarbij inwoners zonder aanmelding voorafgaande aan de beeldvormende avond in gesprek kunnen gaan met raads- en burgerleden over onderwerpen die niet geagendeerd zijn. 3. Oordeelsvormende bijeenkomst: bijeenkomst zoals wordt bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; gericht op het voorbereiden van besluitvorming door middel van het uitwisselen van en doorvragen op argumenten om tot een goede weging te komen van voor- en nadelen betreffende het voorstel of onderwerp. Er kunnen meerdere sessies parallel aan elkaar plaatsvinden. 4. De beeldvormende bijeenkomst bestaat uit maximaal twee deelnemers per fractie. 5. De oordeelsvormende bijeenkomst bestaat uit maximaal twee deelnemers per fractie. Oproep en voorlopige agenda Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een 1.

De (sessie)voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsbijeenkomst of raadsvergadering de raads- en burgerleden een raadsbijeenkomst of raadsvergadering de raads- en burgerleden een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. bijeenkomst of vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij horende stukken, met 2. De voorlopige agenda en de daarbij horende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de uitzondering van de in artikel 87 van de Gemeentewet bedoelde Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijk met de oproep aan informatie, worden tegelijk met de oproep aan de raads- en de raads- en burgerleden digitaal beschikbaar gesteld. burgerleden digitaal beschikbaar gesteld door middel van het 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt. schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de

Begripsomschrijvingen (de oude leden 1 t/m 3) zijn naar artikel 1 verplaatst. Daarbij is het inloopspreekuur komen te vervallen. De oude leden 4 en 5 zijn samengevoegd in lid 2. Er is een nieuw lid 3 toegevoegd. Artikel is verder tekstueel aangepast.

Artikel is geactualiseerd en tekstueel aangepast.

vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de raads- en burgerleden beschikbaar gesteld en openbaar gemaakt.

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Vaststelling agenda 1. Bij aanvang van de raadsvergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad dan onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren en de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 2. Bij aanvang van een beeldvormende of oordeelsvormende bijeenkomst wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een raadslid, burgerlid of de sessievoorzitter kunnen, bij meerderheid van stemmen, onderwerpen aan de agenda worden toegevoegd, van de agenda worden afgevoerd en kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd. 3. Wanneer bij een oordeelsvormende bijeenkomst een onderwerp onvoldoende voor de besluitvormende raadsvergadering voorbereid wordt geacht, kan het worden verwezen naar een volgende raadsbijeenkomst en/of kunnen aan het college nadere inlichtingen of advies worden gevraagd. Hamerstukken of bespreekstukken 1. Onderwerpen die geagendeerd zijn voor een oordeelsvormende bijeenkomst, worden na behandeling, bij meerderheid van stemmen, wel of niet geagendeerd voor de besluitvormende raadsvergadering. 2.

Als onderwerpen worden geagendeerd, kan dat in twee vormen: • Bespreekstukken: voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming nog besproken moeten worden, waarbij moties en amendementen worden ingediend; • Hamerstukken: voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming niet meer besproken hoeven te worden. 3. Eén deelnemer aan de oordeelsvormende bijeenkomst kan bepalen dat een voorstel als bespreekstuk wordt aangemerkt, onder de voorwaarde van de aankondiging van de indiening van een motie of amendement tijdens de raadsvergadering. Dit betekent dat als er geen motie of amendement wordt aangekondigd, het onderwerp als hamerstuk wordt geagendeerd en het geven van een stemverklaring tijdens de raadsvergadering tot de mogelijkheden behoort. 4. Als een voorstel als bespreekstuk wordt aangemerkt, trekt de sessievoorzitter een conclusie over de punten waarover zal worden gesproken in de raadsvergadering. Ter beschikking stellen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep beschikbaar gesteld. Indien na het publiceren van de schriftelijke oproep stukken

3.

In spoedeisende gevallen kan de (sessie)voorzitter, na het verzenden van de oproep, tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een raadsbijeenkomst of raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 87 van de Gemeentewet bedoelde informatie, aan de raads- en burgerleden digitaal beschikbaar gesteld door middel van het raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt. Vaststelling agenda Leden 1 en 2 zijn omgedraaid en lid 3 is 1. Bij aanvang van een raadsbijeenkomst wordt de agenda vastgesteld. verplaatst naar artikel 18. Artikel is verder Op voorstel van een raads- of burgerlid dan wel de sessievoorzitter tekstueel aangepast. kunnen, bij meerderheid van stemmen, onderwerpen aan de agenda worden toegevoegd of van de agenda worden afgevoerd dan wel kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd. 2. Bij aanvang van de raadsvergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren dan wel de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Uitkomst raadsbijeenkomsten 1. Bij onderwerpen die geagendeerd zijn voor een raadsbijeenkomst (beeldvormend), wordt na behandeling, indien mogelijk, bepaald wat het vervolgtraject behelst. 2. Onderwerpen die geagendeerd zijn voor een raadsbijeenkomst (oordeelsvormend), worden na behandeling, bij meerderheid van stemmen, wel of niet geagendeerd voor een raadsvergadering. 3. Als onderwerpen worden geagendeerd voor een raadsvergadering, kan dat in twee vormen: a. Als hamerstuk: bij voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming geen bespreking meer behoeven, of b. Als bespreekstuk: bij voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming nog besproken moeten worden, omdat een deelnemer aan de raadsbijeenkomst de indiening van een motie of amendement aankondigt. Volgt uiteindelijk in de raadsvergadering geen motie of amendement, dan wordt een onderwerp alsnog als hamerstuk geagendeerd. 4. Wanneer tijdens een raadsbijeenkomst (oordeelsvormend) een onderwerp onvoldoende voor de raadsvergadering voorbereid wordt geacht, kan het onderwerp worden verwezen naar een volgende raadsbijeenkomst of kan aan het college nadere informatie dan wel advies worden gevraagd. Ter beschikking stellen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep beschikbaar gesteld. Indien na het publiceren van de oproep stukken ter

Lid 1 is toegevoegd evenals lid 4. Artikel is verder tekstueel aangepast.

Artikel is geactualiseerd en tekstueel aangepast.

Artikel 20

ter beschikking worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raads- en burgerleden. 2. Alle openbare stukken worden digitaal beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. 3. Indien omtrent stukken op de grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven de stukken in afwijking van het eerste en tweede lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier inzage. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door plaatsing op het raadsinformatiesysteem van de gemeente ten openbare kennis gebracht en in een huis-aanhuis blad. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. De wijze waarop een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien; c. De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 25.

Artikel 21

Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden en de burgerleden, voor zover zij deelnemen aan de vergadering, de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de (sessie-)voorzitter en de (sessie-)griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 22

Zitplaatsen 1. De (sessie-)voorzitter, de raadsleden, de burgerleden en de (sessie)griffier hebben tijdens de raadsvergadering en oordeelsvormende bijeenkomst een vaste zitplaats, door de voorzitter, zover mogelijk na overleg in het fractievoorzittersoverleg (FVO), bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien, waar mogelijk na overleg in het FVO. Opening raadsvergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde tijdstip, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal raadsleden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet (vergadertijdstip en quorumvereiste nieuwe agendapunten).

Artikel 23

Artikel 24

Primus bij beraadslagingen en hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen tijdens de raadsvergadering, deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid

beschikking worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raads- en burgerleden. 2. Alle openbare stukken worden digitaal beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. 3. Wanneer omtrent informatie op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven stukken, in afwijking van het eerste en tweede lid, onder berusting van de griffier die, indien gewenst, inzage verleent. Openbare kennisgeving 1. Een raadsbijeenkomst of raadsvergadering wordt door plaatsing op het raadsinformatiesysteem en, indien mogelijk, in een huis-aanhuisblad ten openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. De datum, starttijd en plaats van de raadsbijeenkomst of raadsvergadering; b. De wijze waarop eenieder de bij de raadsbijeenkomst of raadsvergadering behorende stukken kan inzien; c. De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht, zoals bedoeld in artikel 25. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raads- en burgerleden, voor zover zij deelnemen aan een raadsbijeenkomst of raadsvergadering, de presentielijst. 3. Aan het einde van elke raadsbijeenkomst of raadsvergadering wordt de presentielijst door de (sessie)voorzitter en de griffier door middel van ondertekening vastgesteld. Zitplaatsen 1.

De (sessie)voorzitter, de raadsleden, de burgerleden (als fractie) en de griffier hebben tijdens raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen een vaste zitplaats. Deze wordt hen door de voorzitter, na overleg in het fractievoorzittersoverleg, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter, na overleg in het fractievoorzittersoverleg, de vaste zitplaatsen herzien. Opening raadsvergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde tijdstip, indien het daarvoor op grond van artikel 20, eerste lid, van de Gemeentewet vereiste aantal raadsleden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en tijdstip van de nieuwe raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20, tweede en derde lid, van de Gemeentewet. Primus bij beraadslagingen en hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen tijdens de raadsvergadering, deelt de voorzitter mede, bij welk raadslid de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde raadslid beginnen de

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is geactualiseerd en tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel 25

Artikel 26

beginnen de beraadslagingen en de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de volgorde van de presentielijst gevolgd. Spreekrecht 1. Degene, die gebruik wil maken van het spreekrecht meldt dit de dag voordat de vergadering plaatsvindt, voor 12.00 uur aan de griffier. Hij vermeldt daarop zijn contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 2. Bij geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige burgers het woord voeren, met uitzondering van: a. Vaststelling van de agenda; b. Het vragenhalfuur; c. Vaststelling van verslagen; d. Ingekomen stukken waaronder ook de raadsinformatiebrief (RIB) en schriftelijke vragen; e. Moties en amendementen; f. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; g. Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Tijdens de beeldvormende bijeenkomst staat spreekrecht in het teken van het delen van informatie. Aanwezige burgers kunnen vragen stellen en informatie delen; het innemen van standpunten is niet aan de orde. De raads- en burgerleden kunnen vragen stellen aan de aanwezige burgers; er vindt geen discussie plaats tussen de deelnemers aan de vergadering en de aanwezige burgers. De spreker voert het woord, op aangeven van de voorzitter. 4.

Tijdens de oordeelsvormende bijeenkomst kunnen aanwezigen burgers in de eerste termijn van de vergadering hun oordeel geven over een onderwerp waarbij de raads- en burgerleden de aanwezige burgers actief kunnen bevragen op hun standpunten. De spreker voert het woord, op aangeven van de voorzitter. In de tweede termijn wordt geen invulling gegeven aan het spreekrecht. 5. In de raadsvergadering bestaat geen mogelijkheid gebruik te maken van het spreekrecht.

Spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de vergadering anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de (sessie-)voorzitter afgesloten. 3. Per fractie voert één raadslid of burgerlid, in een termijn éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op interrupties of voorstellen van orde. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over hetgeen door dat raadslid is ingediend.

beraadslagingen en de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de volgorde van de presentielijst aangehouden. Spreekrecht 1. Degene die gebruik wil maken van het spreekrecht, meldt dit de dag voordat de raadsbijeenkomst plaatsvindt, voor 12.00 uur, bij de griffier. Een spreker vermeldt daarbij contactgegevens en het betreffende onderwerp. 2. Eenieder kan bij geagendeerde onderwerpen het woord voeren, met uitzondering van de navolgende onderwerpen: a. Vaststellen agenda; b. Vragenhalfuur; c. Berichten uit het college; d. Vaststellen sessieformulier(en). 3. Tijdens raadsbijeenkomsten wordt op twee manieren invulling gegeven aan het spreekrecht: a. bij beeldvormend (meespreken): hierbij staat het spreekrecht in het teken van het delen van informatie. Sprekers kunnen bij de behandeling van het onderwerp vragen stellen en informatie delen. Het innemen van standpunten is niet aan de orde. Voorts kunnen raads- en burgerleden aan sprekers vragen stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen sprekers en raads- of burgerleden. Een spreker voert het woord, op aangeven van de sessievoorzitter. Bij een betoog heeft een spreker in principe vijf minuten spreektijd. De sessievoorzitter kan hiervan afwijken. b.

bij oordeelsvormend (inspreken): hierbij kunnen sprekers bij de behandeling van het onderwerp in de eerste spreektermijn hun oordeel geven, waarbij de raads- en burgerleden de sprekers actief kunnen bevragen op hun standpunten. Er vindt geen discussie plaats tussen sprekers en raads- of burgerleden. Een spreker voert het woord, op aangeven van de voorzitter, vanaf het spreekgestoelte. Een spreker heeft in principe vijf minuten spreektijd. De sessievoorzitter kan hiervan afwijken. In een tweede spreektermijn wordt geen invulling gegeven aan het spreekrecht. 4. In een raadsvergadering wordt geen invulling gegeven aan het spreekrecht. Spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen, tenzij raads- of burgerleden, bij meerderheid van stemmen, anders beslissen. 2. Elke spreektermijn wordt door de (sessie)voorzitter afgesloten. 3. Per fractie voert één raads- of burgerlid, in een spreektermijn eenmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. interrupties of voorstellen van orde, of b. een raadslid dat een (sub)amendement, motie of initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over hetgeen door dat raadslid is ingediend.

De opsomming in lid 2 is ingekort. De overige onderwerpen staan tijdens een raadsbijeenkomst niet op de agenda. De oude leden 3 en 4 zijn samengevoegd in het nieuwe lid 3. Daarin is bovendien spreektijd opgenomen. Artikel is verder tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

6.

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Tijdens de raadsvergadering spreken de raadsleden en overige aanwezigen vanaf de hen toegewezen (zit)plaats of vanaf het spreekgestoelte. Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. De (sessie-)voorzitter het nodig acht hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. Een lid hem interrumpeert. De (sessie-)voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Degene die zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een ander herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort (bijvoorbeeld via sociale media), wordt door de (sessie)voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende persoon hieraan geen gevolg geeft, kan de (sessie-)voorzitter hem gedurende de raadsbijeenkomst of raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De (sessie-)voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsbijeenkomst of raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Voorstellen van orde 1.

De (sessie-)voorzitter en de aanwezige raads- en burgerleden kunnen tijdens de raadsbijeenkomst dan wel de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de bijeenkomst of vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde wordt terstond beslist, waarbij het voorstel is aangenomen indien hier door een meerderheid mee wordt ingestemd. 4. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel van orde geacht niet te zijn aangenomen. Beraadslaging 1. Op voorstel van de (sessie-)voorzitter of van een raads- dan wel burgerlid, kan beslist worden over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op voorstel van de (sessie-)voorzitter of van een raads- dan wel burgerlid, kan worden besloten de beraadslaging voor een door de (sessie-)voorzitter te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. In de raadsbijeenkomst of raadsvergadering kan, bij meerderheid van stemmen, worden bepaald dat anderen dan de aanwezige raadsleden of burgerleden, de leden van het college en de griffier deelnemen aan de beraadslaging. 2.

Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de (sessie-)voorzitter, een raadslid of een burgerlid genomen alvorens met de

5.

Tijdens de raadsvergadering spreken de raadsleden en overige aanwezigen vanaf de hen toegewezen zitplaatsen of het spreekgestoelte. Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in een betoog niet worden gestoord, tenzij: a. De (sessie)voorzitter het nodig acht een spreker aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. Een lid een spreker interrumpeert. De (sessie)voorzitter kan bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties een betoog mag afronden. 2. Degene die zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een ander herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde verstoort, wordt door de (sessie)voorzitter tot de orde geroepen. Wanneer de betreffende persoon hieraan geen of onvoldoende gevolg geeft, kan de (sessie)voorzitter hem gedurende de raadsbijeenkomst of raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De (sessie)voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsbijeenkomst of raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de bijeenkomst of vergadering sluiten. Voorstellen van orde 1.

De (sessie)voorzitter en de aanwezige raads- of burgerleden kunnen tijdens een raadsbijeenkomst of raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de raadsbijeenkomst of raadsvergadering betreffen waarin het wordt gedaan. 3. Over een voorstel van orde wordt terstond beslist, waarbij het voorstel is aangenomen, indien hier door een meerderheid mee wordt ingestemd. 4. Bij het staken van stemmen wordt het voorstel van orde geacht niet te zijn aangenomen. Beraadslaging 1. Op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raads- dan wel burgerlid kan worden besloten om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raads- dan wel burgerlid kan worden besloten om de beraadslaging voor een door de (sessie)voorzitter te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslaging wordt hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. In een raadsbijeenkomst of raadsvergadering kan, bij meerderheid van stemmen, worden besloten dat anderen dan de aanwezige raads- of burgerleden, de leden van het college dan wel de griffier deelnemen aan de beraadslaging. 2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raads- dan wel een burgerlid genomen

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag in een korte verklaring toelichten. Beslissing 1. Over de op de agenda vermelde onderwerpen die niet verder behandeld hoeven te worden en rijp zijn voor besluitvorming oftewel de zogenaamde hamerstukken, wordt ter stond beslist, alvorens de raadsleden de mogelijkheid hebben een korte stemverklaring af te geven. 2. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen. 3. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 4. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele (sub)amendementen, de stemming plaats over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 5. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Stemming; procedure 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming vraagt, wordt er gestemd bij handopsteking of elektronisch. 4. Indien één raadslid hoofdelijke stemming wenst, wordt via hoofdelijke stemming gestemd. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor aan het begin van de vergadering door loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt aangevangen. Stemverklaring Raadsleden kunnen na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat hun voorgenomen stemgedrag in een korte verklaring toelichten. Beslissing 1. Over de op de agenda vermelde onderwerpen, die niet verder behandeld hoeven te worden en rijp zijn voor besluitvorming (hamerstukken), wordt terstond beslist. Raadsleden hebben de mogelijkheid, alvorens er wordt beslist, om met een korte verklaring hun voorgenomen stemgedrag toe te lichten (stemverklaring). 2. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit deze de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 3. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over eventuele (sub)amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 4. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. 5. Op het moment dat over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen. Stemming; procedure 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming vraagt, wordt er gestemd bij handopsteking of, indien mogelijk, elektronisch. 4. Indien één raadslid hoofdelijke stemming wenst, wordt via hoofdelijke stemming gestemd. 5. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor aan het begin van de raadsvergadering door loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de presentielijst. 6. Bij hoofdelijke stemming brengen ter raadsvergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door ”voor” of ”tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van een stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid een vergissing pas later, dan kan deze, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van een geconstateerde vergissing.

Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

Artikel is tekstueel aangepast.

8.

Artikel 34

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 35

Herstemming bij staken van stemmen 1. Indien de stemmen staken in een niet voltallige vergadering, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering. Daarbij kunnen de beraadslagingen worden heropend. 2. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het eerste lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. 1. 3. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.

Artikel 36

Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

8.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede en doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Volgorde stemming over (sub)amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel, zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten, bij meerderheid van stemmen, van deze volgorde af te wijken. Herstemming bij staken van stemmen 1. Indien de stemmen staken in een niet voltallige raadsvergadering, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende raadsvergadering. Daarbij kunnen de beraadslagingen worden heropend. 2. Wanneer de stemmen staken in een voltallige raadsvergadering of in een ingevolge het eerste lid opnieuw belegde raadsvergadering, is het voorstel niet aangenomen. 3.

Onder een voltallige raadsvergadering wordt verstaan een raadsvergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten dan wel aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, zoals bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14043860/1