RV Regionale detailhandelsvisie SGE - Bijlage 1 Regionale detailhandelsvisie SGE
Tekst van het document
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven Van kwantiteit naar kwaliteit Definitief
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
1
colofon
projectnaam Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven datum 22 mei 2023 projectnummer P05703 opdrachtgever Regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) BRO projectleider RvL projectteam FW, RK bron kaft BRO en Press Visuals
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 5
Aanleiding Belang Doel Participatie
Samenvatting: visie op de hoofdstructuur
6
2.1 2.2
7 7
Kiezen voor complementaire centra Nieuwe beleidskeuzes en afspraken
Visie op boodschappen doen
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Trends in boodschappen doen Visie op het economisch draagvlak Uitgangspunten van de visie Beleidsdoelen nader uitgewerkt
10 12 14 15
3.4.1 3.4.2 3.4.3
15 15 16
Concentratie is uitgangspunt Innovatie en vernieuwing faciliteren Saneren overtollige en ongewenste plancapaciteit
6
5
Visie op de afhaal- en bezorgeconomie
17
4.1 4.2 4.3
Trends in de bezorgeconomie Beleid voor afhalen Beleid voor bezorgen
18 19 19
Visie op recreatief winkelen
21
5.1 5.2 5.3
22 23 23
Trends Visie Beleid 5.3.1 5.3.2
Concentratie is uitgangspunt Compact, compleet en comfortabel
25
Bijlage 1 - Participatie verantwoording
6.1 6.2 6.3
Trends op doelgericht winkelen Visie op doelgericht winkelen Beleid perifere concentraties
26 27 30
Bijlage 2 - Analyse
6.3.1 6.3.2
30 31
6.4 6.5
7
Versterken Meubelboulevard Ekkersrijt Consolideren perifere concentraties elders
Beleid verspreide bewinkeling Beleid overige vormen (perifere) detailhandel 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5
8 4
Visie op doelgericht winkelen
32 32
Blurring gewenst binnen concentratiegebieden 32 Branchevervaging toegestaan binnen concentratiegebieden33 Boerderij- en landwinkels onder voorwaarden mogelijk 33 Detailhandel op trafficlocaties 33 Detailhandel als ondergeschikte activiteit bij bedrijven 33
Regionale samenwerking
35
7.1 7.2 7.3 7.4
36 36 36 37
Inleiding Uitbouwen rol Regionale Adviescommissie Proces en overlegstructuur Regionale afstemming
Uitvoering
39
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7
40 42 42 42 42 44 45
Saneren plancapaciteit Terugbrengen klassiek PDV Sturing geven aan de bezorgeconomie Handhaving Ladder voor duurzame verstedelijking Dienstenrichtlijn Monitoring
Bijlage 3 - Uitwerking factsheets Bijlage 4 - Resultaten enquête
23 24
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
3
1
Inleiding
Toelichting op de aanleiding, het belang, het doel en de totstandkoming van deze regionale detailhandelsvisie voor het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) Foto: Centrum Geldrop, BRO
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
4
1.1
Aanleiding
1.2
Belang
De keuzes in de subregionale visie van het SGE hangen samen met de afspraken in het regionale detailhandelsbeleid van de MRE (2015). In een
Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) bestaat uit de gemeenten Best,
In het kader van deze ontwikkelingen was een grondige actualisatie van
aparte memo is uiteengezet waar de overeenkomsten en verschillen tus-
Eindhoven, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven,
het subregionale detailhandelsbeleid noodzakelijk. Dit was in 2015 veran-
sen deze visies zitten. De provinciale belangen zijn integraal opgenomen
Waalre en Geldrop-Mierlo. Het SGE is een subregio binnen de Metropool-
kerd in twee documenten, namelijk “Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied
in deze detailhandelsvisie van het SGE. De provinciale belangen zijn ver-
regio Eindhoven. Het SGE is een zeer dynamisch gebied en een van de
Eindhoven” (BRO 2015) en “Voorstel Regionale uitvoeringsagenda detail-
ankerd in 11 richtinggevende principes. In de basis komen deze principes
meest belangrijkste economische motoren van Nederland. De ambitie is
handel” (BRO 2015) Waar het accent in 2015 nog veel lag op het kwanti-
overeen met het gedachtegoed van de MRE en het SGE. Bepaalde uit-
groot en er komt veel op de regio af, denk aan het volgende.
tatief sturen op winkelruimte binnen de bestaande structuur, ligt de opgave
gangspunten zijn echter nader ingevuld in het SGE. Wat betreft dit laatste
Forse woningbouwopgave/-ambitie met in samenhang een forse be-
voor de komende jaren meer op het realiseren van een kwaliteitssprong.
is bewust gekozen om geen bureaucratische salderingsregeling toe te
volkingsgroei. Tot 2040 moeten er 62.000 woningen in het SGE bij
Verschillende transities in economie, demografie, digitalisering en duur-
passen in het SGE, maar enerzijds actief aan de slag te gaan met saneren
(waarvan 40.000 in Eindhoven) en moet rekening gehouden worden
zaamheid in combinatie met de forse verstedelijking en toename van aan-
van plancapaciteit en anderzijds conform de systematiek van de Ladder
met 72.000 nieuwe arbeidsplaatsen.
tal inwoners betekent meer druk op de fysieke ruimte. Dit vraagt soms om
voor duurzame verstedelijking duurzaam ruimtegebruik na te streven.
Diverse grootschalige gebiedsontwikkelingen, zoals Eindhoven Inter-
andere, nieuwe, meer progressieve keuzes. Keuzes die anticiperen op de
nationale Knoop XL (EIK XL), het Centrum van Eindhoven (Ontwikkel-
toekomst.
1.4
1.3
Deze visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met alle ge-
perspectief Centrum), Helmond Centrum+ en de ‘Ontwikkel-as Eindhoven Centrum-Veldhoven De Run’ (HOV4).
Doel
Participatie
meenten, de RACD, de provincie Noord-Brabant en diverse marktpartijen-
Grote mobiliteits- en verduurzamingsplannen om de leefbaarheid van Dit subregionale detailhandelsbeleid vormt het overkoepelende kader voor
en vertegenwoordigers, zoals centrummanagers, ondernemers, retailbe-
detailhandelsontwikkelingen in de gemeenten. De visie schetst de wensen
drijven, vastgoedeigenaren en inwoners. In de bijlage is een nadere uit-
Tegelijkertijd is er sinds de vorige subregionale detailhandelsvisie (uit
en ambities voor de toekomst (2030). Gemeenten zijn zelf verantwoorde-
eenzetting opgenomen van het proces en de participatie.
2015) veel veranderd in de detailhandelssector. Verschillende branches in
lijk voor de uitvoering en doorvertaling van deze visie in lokaal beleid. Aan-
de detailhandel hebben het al jaren moeilijk als gevolg van meer online
gezien deze visie vooral gericht is op de regionale hoofdstructuur, zal in
bestedingen, de nasleep van corona en stijgende kostenposten (energie,
lokaal beleid altijd verdieping en nuance nodig zijn. Kortom, er blijft binnen
personeel, grondstoffen). Toch is er, zeker in het SGE, sprake van veel
de kaders van deze regionale visie altijd lokale beleidsruimte. De focus
positieve dynamiek in de vorm van innovatie en vernieuwing. Denk aan
van deze regionale visie uit zicht in de volgende aspecten:
de steden en dorpen en centra leefbaarder te maken.
supermarkten die uitbreiden en moderniseren in buurt-, wijk- en dorpscentra, de uitbreiding van Meubelboulevard Ekkersrijt als één van de grootste en beste woonboulevards van Nederland en de transitie die de binnensteden van Eindhoven en Helmond doormaken van pure koopsteden naar aantrekkelijke verblijfsgebieden.
duidelijkheid over afstemming ontwikkelingen met bovenlokale impact;
duiding van trends en ontwikkelingen die handvatten/richting geven om lokale keuzes te maken (maatwerk);
hoofdlijnen beleidsuitgangspunten (wat willen we wel en wat niet);
toetsingskader voor de Regionale Adviescommissie Detailhandel (RACD) voor nieuwe initiatieven.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
5
2
Samenvatting: visie op de hoofdstructuur
In dit hoofdstuk is op basis van de verschillende deelvisies (zoals vastgelegd in de hoofdstukken hierna) de beleidsmatige regionale hoofdstructuur benoemd. Dit is de beleidsmatig wenselijke regionale hoofdstructuur waar op wordt ingezet. Uiteraard zijn er op lokaal niveau ook nog diverse centra van betekenis, maar deze vallen buiten de scope van het regionale detailhandelsbeleid en vallen binnen de scope van het lokale (detailhandels)beleid.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
6
2.1
Kiezen voor complementaire centra
Het SGE kiest blijvend voor een regionale hiërarchische detailhandelsstructuur. Dit betekent dat elk centrum een eigen profiel en verzorgingsgebied kent binnen de structuur. Dit zorgt voor een goede consumentenverzorging, veel keuzemogelijkheden en een optimale complementariteit. De regionale hoofdstructuur is opgenomen in figuur 2. In essentie is de hoofdstructuur vergelijkbaar met de visie uit 2015.
Voor recreatief winkelen staat de binnenstad van Eindhoven bovenaan de regionale hiërarchie, gevolgd door het centrum van Helmond. Deze centra hebben een breed en compleet aanbod met een profiel gericht op het dagje uit, gezellig winkelen, ontmoeten en verblijven.
Voor doelgericht winkelen staat Meubelboulevard Ekkersrijt bovenaan de regionale hiërarchie. Het profiel ‘in/om het huis’ blijft gehandhaafd. Om de regionale behoefte te kunnen faciliteren ligt er een opgave om Meubelboulevard Ekkersrijt zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin te versterken.
Voor de boodschappen blijven lokale buurt- en wijkcentra belangrijke aankoopplaatsen. De dorpscentra vervullen echter ook steeds meer een boodschappenfunctie. Daarmee ligt de opgave voor de dorpscentra vooral in het blijven aantrekken van lokale inwoners door het aanbod in kwalitatieve zin goed af te stemmen op de lokale behoefte.
2.2
Nieuwe beleidskeuzes en afspraken
Hoewel deze visie een actualisatie betreft van de visie uit 2015, zijn er op onderdelen toch nieuwe beleidskeuzes en afspraken gemaakt. Figuur 1 vat de belangrijkste verschillen samen. Deze zijn in de hoofdstukken nader toegelicht.
Figuur 1: Belangrijkste regionale beleidskeuzes en afspraken
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
7
Figuur 2: Regionale detailhandelsstructuur SGE
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
8
3
Visie op boodschappen doen
Dit hoofdstuk schetst op basis van trends, analyses, consumentengedrag en marktontwikkelingen een visie op het boodschappen doen in de toekomst (2030). Dit heeft betrekking op supermarkten, levensmiddelenspeciaalzaken, drogisterijen en parfumeriezaken. Ook wel de dagelijkse sector genoemd. De visie geeft het spanningsveld weer tussen een goede detailhandelsstructuur, goede consumentenverzorging en goed economisch functioneren. Uitgangspunt is een goede balans tussen deze doelen, met als resultaat kwalitatief versterken van bestaande perspectiefrijke voorzieningencluster en anderzijds ruimte bieden voor vernieuwing en innovatie op de juiste plekken.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
9
3.1
Trends in boodschappen doen
Online toenemende factor van betekenis
Steeds meer mensen doen online de boodschappen. Dit aandeel wisselt momenteel echter sterk per gemeente. Zo doen inwoners in Eindhoven met 5% veel meer online boodschappen dan inwoners in de omliggende dorpen, zoals in Oirschot met 2%. In het Stedelijk Gebied Eindhoven ligt de gemiddelde online afvloeiing voor boodschappen op 4%.
De verwachting is dat in 2030 meer mensen online boodschappen doen. Met name drukke koopkrachtige huishoudens kopen steeds meer online vanwege gemak en efficiëntie. Flitsbezorgers, maaltijdaanbieders en online supermarkten spelen hier op in. Ook bestaande supermarktformules bieden online bezorging als ‘dienst’ aan.
Het verdienmodel is anno 2022 veelal onrendabel, maar dit kan mogelijk veranderen als één of enkele partijen een dominante marktpositie verwerven of de bezorgkosten worden doorberekend aan de klant. Er is sprake van een transitie, waardoor bestaande en nieuwe bedrijven komen en gaan.
Wij verwachten niet dat het zal leiden tot minder behoefte aan winkelruimte, maar wel tot nieuwe concepten en andere ruimtebehoeften. We zien de trend dat bestaande supermarkten zullen blijven moderniseren om relevant te blijven. Bovendien zullen ook online supermarkten, hybride concepten (online en offline) of andere specifieke concepten fysiek ruimte nodig hebben. Boodschappen doen blijft bestaan en de fysieke impact hiervan groeit mee met de groei van het draagvlak (aantal inwoners en samenstelling demografie).
Figuur 3: Trends in boodschappen doen.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
10
Naast schaalvergroting ook schaalverkleining
De huidige spreiding en hiërarchie van winkelgebieden en supermark-
Rol van supermarkt in winkelgebieden blijft groot
Sinds 2015 is vooral ingezet op kwantitatieve uitbreiding van super-
ten blijft grotendeels overeind. Maar het bovenstaande vraagt in som-
markten. Supermarkten werden steeds groter, waardoor meer service,
mige stedelijke gebieden, met name Eindhoven, om meer fijnmazig-
van buurt-, wijk-, dorps- en stadsdeelcentra. Dit zal in de toekomst zo
gemak en keuzemogelijkheden voor de consument werden geboden.
heid om te kunnen voorzien in de lokale behoefte.
blijven. Andere voorzieningen profiteren van de aantrekkingskracht via
Het ideaalbeeld was een reguliere supermarkt, centraal in een groot
combinatiebezoek. Dit onderstreept het belang van behoud van con-
verzorgingsgebied, goed bereikbaar en gratis parkeren, omringd met
centratie van supermarkten in centrumgebieden. Feiten en cijfers supermarktontwikkelingen SGE
andere winkels en voorzieningen.
Hoewel het bovenstaande voor veel consumenten en supermarkten
punt of het faciliteren van ontmoetingen. Ook trekken supermarkten
delde omvang gedaald naar circa 1.000 m² wvo. In 2014 waren
steeds meer non-food activiteiten naar zich toe. Reguliere supermark-
er 15 supermarkten die kleiner waren dan 500 m² wvo. In 2022
aanbod aan supermarktmeters. Nieuwe concepten hebben alleen
ten worden steeds meer warenhuizen. Dit hangt ook samen met de
is dit aantal toegenomen naar 37 supermarkten. Een verklaring
kans van slagen als ze voldoende onderscheidend zijn, een specifiek
schaalvergroting. De sociaal-maatschappelijke waarde van de super-
hiervoor is de toename van (kleinere) city supermarktconcepten
verzorgingsgebied bedienen en/of specifieke doelgroepen weten aan
markt wordt daardoor alleen maar belangrijker, evenals de rol en aan-
zoals Jumbo City, AH To Go, Spar City en Spar University en
te trekken. Denk aan kleinschalige supermarkten gericht op verant-
trekkingskracht van de supermarkt in een centrumgebied. Dit bepaalt
gespecialiseerde doelgroep supermarkten. Dit is vooral in Eind-
woord, duurzaam en biologische producten, minisupers gericht op
De grotere supermarkten trekken bovendien steeds meer services naar zich toe. Denk aan het afhaalpunt voor pakketjes, een uitleen-
delijk Gebied in 2014 circa 1.040 m² wvo, in 2022 is de gemid-
schaalverkleining toe. In het SGE is kwantitatief sprake van een over-
uiteindelijk ook de leefbaarheid van een dorp, buurt of wijk.
hoven zichtbaar.
specifieke groepen zoals de Poolse of Turkse supermarkt of de cam-
pus supermarkt of een kleinere gemakswinkel in de buurt of het dorp. Ook de reguliere supermarktformules realiseren zich dat steeds groter
Als we inzoomen op de reguliere supermarktformules (zoals
Kwaliteit en toekomst van levensmiddelenspeciaalzaken
Jumbo, Albert Heijn, Lidl en Aldi) is de trend van schaalvergro-
ting wel duidelijk zichtbaar. In 2016 bedroeg de gemiddelde
niet altijd het antwoord is om de toekomst aan te kunnen. Inzet om
teboer, slager en polier goed bezocht. Al jaren moeten deze zaken
steeg de gemiddelde omvang van een supermarkt naar 1.236
sommige gevallen is echter een stukje schaalvergroting nodig om de
m² wvo. Een stijging van 7,5%.
kwaliteit te kunnen bieden.
Het toekomstperspectief van de levensmiddelenspeciaalzaken wisselt. Met name tijdens de coronajaren (2020, 2021) werd de bakker, groen-
grootte van een supermarkt in het SGE 1.150 m² wvo, in 2022
meer kwaliteit en diversiteit is belangrijker dan puur meer kwantiteit. In
Bedroeg de gemiddelde grootte van een supermarkt in het Ste-
ook in 2030 nog relevant blijft, neemt het belang van diversificatie en
De supermarkten zijn momenteel de belangrijkste publiekstrekkers
echter concurreren tegen de grotere supermarkten.
In relatie tot het bovenstaande verandert ook het perspectief van reis-
Kwaliteit en keuzemogelijkheden van een specifieke productgroep. Dat is waar de speciaalzaken zich in onderscheiden. Ze zitten idealiter
afstand tot de consument. In de dorpen rond Eindhoven is en zal men
Megasupermarkten worden minder relevant
dichtbij de supermarkt, omdat de consument graag combinatiebezoe-
vooral met de auto de boodschappen blijven doen. In de hoog stede-
ken doet.
De XL supermarkten of foodmarkten (vanaf circa 2.500 m² wvo) zijn
lijke gebieden van Eindhoven en in mindere mate Helmond neemt het
de laatste jaren wel gegroeid, maar de verwachting is dat de rek er
belang van te voet en te fiets boodschappen doen toe, ten koste van
momenteel wel uit is. Met name Albert Heijn en Jumbo hebben hier de
schap. Dit is enerzijds een kwaliteit, maar anderzijds een risico. Veel
de auto. Dit heeft enerzijds te maken met beleid (autoluwe binnenstad,
laatste jaren nog in geïnvesteerd. Hoewel het principe nog steeds ac-
winkels met ondernemers op leeftijd hebben geen bedrijfsopvolging.
meer ruimte voor fiets en voetganger, hoogwaardige busverbindin-
tueel is, namelijk veel vers, foodeilanden, menging met horeca en veel
Ook nemen de lasten fors toe (energie, personeel, grondstoffen, etc.).
gen), maar anderzijds met de forse verdichting. Meer ouderen die be-
beleving nog steeds actueel is, wordt vooral ingezet op modernisering
Hierdoor komen veel ondernemers in zwaar weer, met mogelijk slui-
perkt mobiel zijn onderstreept bovendien het belang van boodschap-
van bestaande reguliere supermarkten.
ting en leegstand als gevolg.
penvoorzieningen nabij de eigen woonomgeving.
Speciaalzaken kenmerken zich bovendien door lokaal ondernemer-
De behoefte van de consument aan kwalitatief hoogwaardig en duurzaam voedsel neemt wel toe. Hierdoor blijft er altijd markt voor speciaalzaken.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
11
3.2
Visie op het economisch draagvlak
Forse bevolkingsgroei betekent meer draagvlak
In het SGE wonen anno 2021 bijna 527.000 inwoners. Dit aantal stijgt de komende jaren fors, namelijk tot ruim 580.000 inwoners in 2030 en ruim 600.000 in 2035. Ook na 2035 is de verwachting dat het aantal inwoners gestaag doorgroeit, met name als gevolg van migratie.
De bevolkingsgroei hangt samen met de forse ambitie van het SGE. In Verstedelijkingsakkoord SGE is een krachtige woningbouwambitie geformuleerd. Dit land onder meer in grote gebiedsontwikkelingen, zoals Eindhoven Internationale Knoop XL (EIK XL), het Centrum van Eindhoven (Ontwikkelperspectief Centrum), Helmond Centrum+ en de ‘Ontwikkel-as Eindhoven Centrum-Veldhoven De Run’ (HOV4).
In figuur 4 is op basis van voorziene woningbouwplannen en prognoses geografisch aangegeven waar de woningbouw plaatsvindt. Deze kaart geeft daardoor tevens een goede indicatie waar de meeste nieuwe inwoners terecht komen en waar dus lokaal de meeste extra draagvlak ontstaat voor boodschappenaanbod.
Ondanks de forse bevolkingsgroei blijkt uit de analyse dat er tot 2030 in het SGE als geheel geen extra kwantitatieve behoefte ontstaat voor toevoeging van winkelruimte in de dagelijkse sector. Dit heeft als oorzaak dat er in de huidige situatie sprake is van een kwantitatief overaanbod. Anders gezegd, de groei van de bevolking tot 2030 zal er voor zorgen dat vraag en aanbod weer in balans komen.
Uiteraard kan lokaal wel sprake zijn van enige kwantitatieve behoefte aan nieuw dagelijks aanbod als gevolg van bevolkingsgroei, samenhangend met de bevolkingsgroei. Toevoegen van kwaliteit dient echter uitgangspunt te zijn boven toevoegen van kwantiteit.
Figuur 4: Woningbouwplannen (hard) per buurt
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
12
Verschuiving van de demografische samenstelling
In het SGE zal een transitie van de demografische samenstelling plaatsvinden. Allereerst neemt, vergelijkbaar met elders in Nederland, het aandeel 65 plussers aanzienlijk toe, tot circa 23% in 2035. Meer ouderen betekent een andere kwalitatieve behoefte. Ouderen, zeker vanaf 70 jaar, zijn minder mobiel en zijn sterk afhankelijk van lokale voorzieningen. Dit betekent een goede spreiding en fijnmazigheid van voorzieningen. Ook betekent dit een toename van specifieke voorzieningen, zoals dienstverlening (zorg) en lokale ontmoetingsplekken. Buurt- en wijkcentra zijn geschikt om dit te faciliteren.
Deels in samenhang met het bovenstaande neemt ook het aandeel eenpersoonshuishoudens of alleenstaanden toe. Veel woningbouw in de vorm van binnenstedelijke appartementen speelt hier ook op in. Dit bevordert ook de doorstroming. Meer eenpersoonshuishoudens betekent veelal ook een verschuiving van de behoefte. Gemak en efficiëntie van winkelvoorzieningen is voor deze doelgroep belangrijk.
Met name in Eindhoven en Helmond zal de diversiteit van bevolkingsgroepen toenemen. Migratie is de belangrijkste verklaring voor de bevolkingsgroei. Dit uit zich in hoogopgeleide kenniswerkers, maar ook in productiegerichte arbeidsmigranten en vluchtelingen. Dit betekent ook behoefte aan meer diversiteit in winkelaanbod met focus op meerdere doelgroepen.
Regionale samenhang koopgedrag
Boodschappen doen wordt steeds diffuser. Zowel online, offline als over gemeentegrenzen. Binnen het SGE zijn momenteel ook al bepaalde gemeentegrens overstijgende koopstromen waar te nemen, met name van Veldhoven naar Eindhoven.
Ontwikkelingen in de ene gemeente kunnen van invloed zijn op andere gemeenten. Dit vraagt om subregionale sturing.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
13
3.3
Uitgangspunten van de visie
Het detailhandelsbeleid stuurt in het kader boodschappenaanbod in de basis op drie hoofddoelen. Deze hoofddoelen hangen sterk met elkaar samen. Te veel nadruk op het ene doel, kan leiden tot een conflict met een ander doel. Uitgangspunt van deze visie is daardoor het streven naar een goede balans tussen de hoofddoelen. 1. Consumentenverzorging: de behoefte van inwoners in en bezoekers aan het SGE staat centraal. Een goede spreiding en nabijheid van boodschappenaanbod leidt tot een goede leefbaarheid. Daarmee hangt ook kwaliteit samen, zoals keuzemogelijkheden, gemak en comfort. Je moet als consument iets te kiezen hebben. 2. Voorzieningenstructuur: de voorzieningenstructuur bepaalt de keuzemogelijkheden, diversiteit, kwaliteit en compleetheid van het aanbod. Dit is idealiter geconcentreerd in concentratiegebieden, zodat voorzieningen van elkaars aantrekkingskracht kunnen profiteren via combinatiebezoek en leegstand wordt voorkomen. 3. Economisch functioneren: ondernemers moeten economisch goed kunnen functioneren om te kunnen overleven. Het economisch functioneren wordt bepaald door de omzet per m² wvo en hangt sterk samen met specifieke locatievoorkeuren. Naast de hoofddoelen zijn er nog drie andere dimensies waar rekening mee gehouden dient te worden in het beleid. Deze dimensies leiden soms tot een spanningsveld.
Ook hier is het uitgangspunt te streven naar een optimale balans. Grofmazig versus fijnmazig: te veel versnippering (fijnmazigheid) kan leiden tot slecht functionerend aanbod, omdat het agglomeratie effect ontbreekt. Ook kan het negatieve effecten (leegstand) veroorzaken in concentratiegebieden. Te veel concentratie (grofmazigheid) kan leiden tot het feit dat consumenten te ver moeten reizen (met de auto) of de leefbaarheid in buurten onder druk komt te staan. Een goede balans is wenselijk.
Figuur 5: Balans tussen doelen en dimensies
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
14
Algemeen versus individueel belang: het detailhandelsbeleid stuurt
bijvoorbeeld de verbreding van non-foodactiviteiten binnen supermark-
op het algemeen belang van de consumentenverzorging en de voor-
ten. De ruimtelijke effecten moeten aanvaardbaar zijn.
zieningenstructuur. Dit is ook de taak van de overheid. Echter dient
Maatwerkgevallen moeten altijd worden afgewogen binnen het SGE. Om de regio objectief van input te voorzien, dient bij maat-
Reguliere supermarkten buiten concentratiegebieden op solitaire plek-
werksituaties op basis van onderzoeken en stukken altijd advies ge-
ook rekening gehouden te worden met de economische haalbaarheid
ken zijn niet wenselijk. Ze hebben geen meerwaarde voor de detail-
vanuit het perspectief van ondernemers (individueel belang). De visie
handelsstructuur en kunnen leiden tot onwenselijke effecten. Dit sluit
wordt immers voor een belangrijk deel ingevuld door marktpartijen, zo-
ook aan bij de Afspraak in de MRE-visie: supermarkten worden gerea-
Afwegingskaders zijn geen (juridisch) basis voor initiatiefnemers om een
als ondernemers. Het algemeen belang zit ook in het bewaken van
liseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden. Schaalver-
ontwikkeling af te dwingen/mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door te beroe-
goed economisch functioneren van andere ondernemers en daarmee
groting van (bestaande) supermarkten buiten concentratiegebieden is
pen op het feit dat voldaan wordt aan één of meerdere voorwaarden. De
de leefbaarheid en voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand. Huidige versus toekomstige situatie: de visie schetst de wensen en
evenmin wenselijk, evenals verbreding met non-food. Buiten de con-
afwegingskaders zijn bedoeld als handvat voor regionale en/of lokale keu-
centratiegebieden is in de vorm van maatwerk wel ruimte voor klein-
zes.
ambities voor de toekomst (2030). Dit matcht niet altijd met de huidige
schalige boodschappenconcepten die meerwaarde bieden voor de (lo-
situatie. Dit betekent transformatie- en herontwikkelingsopgaven, maar
kale) consumentenverzorging of specifieke doelgroepen (zie kader).
soms ook het programmeren van nieuwe ontwikkelingen. Er is echter
vraagd te worden van de RACD.
3.4.2
Innovatie en vernieuwing faciliteren
In deze visie zijn de concentratiegebieden niet afgebakend. Dit vraagt
geen sprake van een blanco canvas, waardoor mede in het licht van
lokale uitwerking en is onderdeel van een omgevingsvisie, detailhan-
de haalbaarheid van de uitvoering altijd rekening gehouden moet wor-
delsvisie en/of centrumvisie. Dit is ook aan te bevelen in verband met
Beleidsdoel: innovatie en vernieuwing moet de ruimte krijgen
den met de feitelijke huidige situatie.
het creëren van voorzienbaarheid bij saneren van plancapaciteit.
De gemeenten in het SGE staan positief tegenover innovatie en vernieuwing. Dit is noodzakelijk om relevant te blijven. Er zit echter een
3.4
Beleidsdoelen nader uitgewerkt
grens aan kwantitatieve groei aan meters, de vernieuwing en innovaAfwegingskader maatwerk gemakswinkels/mini-supermarkten
tie moet vooral in kwalitatieve zin bereikt worden. Binnen concentra-
Navolgend zijn de hiervoor geschetste trends en de beleidscontext ver-
Zoals hiervoor aangegeven is het SGE zeer terughoudend met het
tiegebieden krijgen ondernemers in de dagelijkse sector volop de
taald naar de beleidsdoelen voor het SGE.
faciliteren van solitaire supermarkten. Alleen onder specifieke voor-
ruimte.
waarden is het faciliteren van gemakswinkels of mini-supermarkten 3.4.1
Concentratie is uitgangspunt
mogelijk buiten centrumgebieden. Een harde eis is dat het een kleinschalig concept betreft met een maximale maat tot 250 m² wvo.
Beleidsdoel: concentratie supermarkten is uitgangspunt
Supermarkten en andere boodschappenwinkels zijn zeer dynamisch
Daarnaast dient te worden voldaan aan minimaal drie van de vol-
en hebben een hoge investeringskracht en –bereidheid. De investe-
gende kwalitatieve criteria.
ringskracht van supermarkten bepaalt ook de richting en het perspec-
De gemeenten in het SGE blijven streven naar concentratie van regu-
Het betreft een hoog stedelijk gebied
tief van buurt-, wijk-, stadsdeel- en dorpscentra. Gemeenten hanteren
liere supermarkten in de buurt-, wijk-, stadsdeel- en dorpscentra. Su-
Er is substantiële woningbouw in de directe omgeving voorzien
daardoor in principe een positieve houding aan bij nieuwe supermarkt-
permarkten zijn de belangrijkste trekkers in deze centra waar het ove-
Er is voldoende (toekomstig) draagvlak (behoefte)
ontwikkelingen in centrumgebieden.
rige aanbod van profiteert via combinatiebezoek.
Het voorziet in de leefbaarheid/nabijheid in een buurt/wijk.
Het is niet inpasbaar in centra in hetzelfde verzorgingsgebied
leidsruimte om de bestaande boodschappenstructuur te herzien. Als
De ruimtelijke effecten zijn aanvaardbaar
bijvoorbeeld twee momenteel slecht functionerende centra samenge-
Schaalvergroting is een wenselijke ontwikkeling die inspeelt op trends. Schaalvergroting mag plaatsvinden binnen concentratiegebieden, mits onderbouwd met goede kwalitatieve argumenten. Dit geldt ook voor
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
Solitaire ontwikkelingen zijn niet toegestaan. Wel bestaat lokale be-
voegd worden tot één nieuwe concentratie is dit mogelijk, uiteraard binnen de kaders van regionale afstemming.
15
3.4.3
Saneren overtollige en ongewenste plancapaciteit
Beleidsdoel: reduceren ongewenste plancapaciteit supermarkten De gemeenten in het SGE gaan actief aan de slag met het saneren van (harde) plancapaciteit van supermarkten op ongewenste, onbenutte en potentieel structuur verstorende locaties, zoals op bedrijventerreinen of andere solitaire plekken.
Om ongewenste vestgingen van supermarkten in de toekomst te vorkomen is het noodzakelijk ongewenste onbenutte plancapaciteit juridisch te saneren. Hierdoor kunnen zogenaamde ‘oepsjes’ worden voorkomen, ten behoeve van de structuur en consumentenverzorging.
De gemeenten gaan in goede samenwerking aan de slag met op hoofdlijnen de volgende stappen: het inventariseren van de plancapaciteit, het creëren van (lokale) voorzienbaarheid, het prioriteren van de risicogevallen en daarna het uitvoeren van juridische sanering (zie uitvoering).
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
16
4
Visie op de afhaal- en bezorgeconomie
Dit hoofdstuk schetst op basis van trends, analyses, consumentengedrag en marktontwikkelingen een visie op de bezorgeconomie. Dit heeft vanuit detailhandelsbeleid primair betrekking op bezorgen/afhalen en internetverkoop. Verder hangt het samen met flitsbezorging (dark stores) en maaltijdbezorging (dark kitchens). De bezorgeconomie gaat dwars door verschillende functies heen, namelijk detailhandel, horeca en bedrijven. De visie geeft allereerst heldere definities en een visie wat waar wel/niet mag landen.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
17
4.1
Trends in de bezorgeconomie
Bezorgeconomie volop in beweging
De keerzijde van de bezorgeconomie
De bezorgeconomie is niet meer weg te denken uit de maatschappij.
De bezorgeconomie voorziet in een bepaalde behoefte, maar kent ook
De afgelopen jaren is het aantal bezorgdiensten, afhaalhoreca en fast-
veel negatieve (ruimtelijke) effecten. Denk aan overlast van fiet-
food horeca fors gestegen, ook in het SGE. Dit soort concepten voor-
sers/brommers in de openbare ruimte, verkeersonveilige situaties, ver-
zien in de toenemende behoefte van de consument aan gemak, effici-
lies van kwaliteit, geuroverlast, etc. Bovendien zorgt de explosieve
entie en snelheid.
groei van fastfood en bezorgconcepten voor negatieve effecten op het
In het SGE is het aantal vestigingen in de fastservice horeca met 45%
klimaat en de gezondheid van mensen. Zonder ingrijpen van de over-
gegroeid ten opzichte van 2012. Dit is groter dan het landelijk gemiddelde. Met name het aantal aanbieders in de branche bezorgen/halen1
heid zullen deze negatieve effecten niet minder worden.
Andere negatieve effecten zijn het verlies van diversiteit in centrumge-
fors toe, namelijk met 300% ten opzichte van 2012. Dit uitte zich met
bieden. Veel winkelpanden worden opgevuld met dergelijke afhaal- en
name in de gemeente Eindhoven (+50 verkooppunten).
bezorgconcepten, vaak ook meerdere naast elkaar. Bovendien leidt
Thuisbezorging van maaltijden (horeca) is volgens het KSO2021 het
een veelvoud van concepten ook tot omzeteffecten op reguliere detail-
sterkst in Eindhoven (17%), gevolgd door Helmond (14%). In de ove-
handel en horeca.
rige gemeenten van het SGE hangt het aandeel thuisbezorging rond de 10%. Het zijn vooral de jongere hoogopgeleide mensen en studenten die veel laten thuisbezorgen. Naar verwachting gaan deze aandelen groeien.
De jurisprudentie rondom flitsbezorgers en fastfood(bezorg)be-
Naast fastservice horeca zijn er steeds meer flitsbezorgers actief die
drijven is continu in ontwikkeling. Er bestaat voor dit soort con-
levensmiddelen binnen zeer korte tijd thuisbezorgen. De afgelopen ja-
cepten een dunne lijn tussen ‘detailhandel’ en ‘horeca’, wat in
ren zijn er verschillende nieuwe aanbieders opgestaan. In de ge-
de praktijk tot lastig handhaafbare situaties kan leiden.
meente Eindhoven zijn onder andere Gorilla’s, Getir en Flink actief.
Juridische trends bezorgeconomie
De Raad van State toetst concepten op basis van aard en in-
Verder zijn er diverse online supermarktconcepten die thuisbezorgen.
richting van de verkoopruimte, bijvoorbeeld of sprake is van ter
Online supermarkt Picnic is actief in de gebieden binnen het SGE, be-
plekke nuttigen en de aanwezigheid van tafeltjes. Door blurring
halve in Gerwen en Nederwetten en de gemeente Oirschot.
en vermenging met bezorg- en afhaaldiensten wordt het (juri-
De verwachting is dat in de toekomst meer nieuwe online thuisbezorg
disch) onderscheid tussen detailhandel en horeca steeds moei-
concepten zullen ontstaan vanuit de horeca en detailhandel. De ver-
lijker te bepalen.
wachting is dat uiteindelijk enkele grote spelers overblijven. Het is een
vechtmarkt. Er zullen spelers komen en gaan.
Jurisprudentie ten aanzien van flitsbezorgers heeft ons geleerd dat het in de basis distributiebedrijven zijn, ofwel een ‘bedrijf’.
Figuur 6: Trends in de bezorgeconomie. 1
Onder bezorgen/afhalen worden verkooppunten bedoeld die zich richten op de verstrekking van (warme) maaltijden, die niet ter plekke geconsumeerd worden maar worden afgehaald of bezorgd.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
18
aan de populariteit van de tweedehandsmarkt, bijvoorbeeld door partijen Ook als een afhaalbalie wordt gecreëerd, blijft het grootste deel van de activiteit een bedrijf.
Internetwinkels (met showroom) zijn in feite multichannel bedrijven
zoals Marktplaats en Vinted. Voor de komende jaren verwacht het SGE
met een fysieke winkel. Dit is detailhandel en hoort thuis in de daar-
een verdere toename van afhaalpunten en dus het ruimtegebruik.
voor beleidsmatig aangewezen winkelgebieden. ‘
Onder de Omgevingswet lijkt sturing op de aard van de effecten veel relevanter. Sturen op specifieke functie aanduidingen, zoals detailhandel of horeca wordt steeds moeilijker.
Het huidige beleid wat betreft afhalen wordt gecontinueerd. Het afwe-
Beleid voor afhalen
king de locatievoorkeur. In de basis geld het volgende: Bedrijf zonder afhaalpunt of consument aantrekkende werking is geen detailhandel. Dergelijke (distributie)bedrijven of kantoren horen
Beleidsdoel: Afhaalpunten (met showroom) faciliteren in centra De gemeenten in het SGE blijven streven naar concentratie van af-
4.3
Beleid voor bezorgen
gingskader in het schema geeft aan hoe concepten gecategoriseerd moeten worden. In feite bepaalt de mate van consument aantrekkende wer-
4.2
thuis op daarvoor aangewezen werklocaties, zoals bedrijventerreinen. Afhaalpunt (zonder showroom) met enige consument aantrekkende
Beleidsdoel: Negatieve effecten bezorgeconomie voorkomen De gemeenten in het SGE voeren actief beleid om de negatieve ruimtelijke effecten van de bezorgeconomie te voorkomen. Dit wordt enerzijds bereikt met duidelijke definities en locatiekeuzes. Anderzijds met het inzetten van concrete instrumenten (zie uitvoering).
haalpunten met en zonder showroom in centrumgebieden. Hier liggen
werking hoort in principe thuis in een winkel(gebied). Het is immers
immers kansen voor combinatiebezoek. Alleen afhaalpunten (zonder
detailhandel. Wel zijn voor deze pure afhaalpunten uitzonderingen
Mede door de groei van online, de behoefte aan gemak en efficiëntie en
showroom) zijn bij uitzondering mogelijk op trafficlocaties.
mogelijk op trafficlocaties, zoals op campussen, bij tankstations, mobi-
de Coronacrisis is de bezorgcomponent binnen detailhandel (en horeca)
liteitshubs of andere trafficlocaties.
steeds belangrijker geworden (last mile delivery). Veel bedrijven spelen hier op in, zoals de flitsbezorgers (bijvoorbeeld Gorillas en Flink), diverse
In de detailhandelsvisie SGE uit 2015 werd gesproken over drie categorieën die bepaald werden door de mate waarin de consument wordt aangetrokken naar een fysieke plek (consument aantrekkende werking). Bedrijf dat (online) goederen verkoopt vanuit huis of vanuit een andere functie, zoals een kantoor of opslag – geen consument aantrek
kende werking. Afhaalpunt waar goederen enkel kunnen worden afgehaald – consu-
ment aantrekkende werking zonder showroom. Internetwinkel met showroomfunctie – consument aantrekkende werking met showroom.
Voor afhalen is deze driedeling nog steeds actueel. Sinds 2015 is het online winkelen sterk toegenomen. Dit leidt tot meer pakketjes en dus ook meer afhaalpunten. Bovendien wordt tweedehands kopen steeds populairder. Dit kan verklaard worden door enerzijds meer bewustwording voor duurzaamheid en anderzijds het feit dat sommige doelgroepen minder te besteden hebben (door economische recessie). Het internet draagt ook bij Figuur 7: Afwegingskader voor afhalen
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
19
boodschappendiensten en –apps (bijvoorbeeld Picnic, Crisp), de horeca
Geen/nauwelijks distributie/bezorging. Hier is sprake van een win-
(bijvoorbeeld Thuisbezorgd, Uber Eats), maar ook reguliere (online) win-
kel, die (vanuit de winkel) af en toe iets laat bezorgen. Deze concep-
kelketens (bijvoorbeeld Bol en Amazon).
ten horen thuis in centrumgebieden.
De bezorgeconomie wordt momenteel vooral gekenmerkt door negatieve omgevingseffecten, zoals overlast van fietsers/brommers/busjes, onveilige
Afwegingskader gemengde concepten distributie en showroom
verkeerssituaties en verlies van kwaliteit en uitstraling publieksgerichte
Zoals hiervoor aangegeven zijn er concepten in de bezorgeconomie
panden (dark stores/kitchens). Sinds 2015 zijn dit nieuwe ruimtelijke effec-
die zowel (vanuit één specifieke locatie) bezorgen als consumenten
ten. Het SGE wenst met dit nieuwe beleid meer te sturen op de negatieve
ontvangen (showroom). Met vaak negatieve ruimtelijke effecten als
ruimtelijke effecten van de bezorgeconomie.
gevolg (verkeersoverlast en verlies van kwaliteit). Om locatiekeuzes van dergelijke concepten te kunnen afwegen zijn de volgende afwe-
Hoewel de bezorgeconomie ook in de toekomst een blijvende factor van
gingscriteria geformuleerd. Indien een locatie voldoet aan meerdere
betekenis zal zijn, is de ontwikkeling van deze sector onzeker. Bedrijfsma-
criteria zou een vestiging wenselijk kunnen zijn.
tig wordt nauwelijks winst gemaakt en ook vanuit het perspectief van duur-
Locatie centraal in verzorgingsgebied van circa 75.000 inwoners
zame mobiliteit en klimaat is het huidige model niet langer toekomstbe-
Actieradius van circa 3 kilometer.
stendig. De bezorgeconomie kan in de toekomst alleen duurzaam opere-
Pand van circa 300 tot 600 m²
ren via (centrale) afhaalpunten. Dit biedt kansen voor bijvoorbeeld pakket-
Voldoende ruimte voor stalling fietsen/brommers (eigen terrein)
diensten in buurt- en wijkcentra.
Voldoende ruimte trottoir (geen hinder voetgangersverkeer)
Ontsluiting hoogwaardige fietspad (> 2 meter breed)
Voor de bezorgbedrijven die in de toekomst overblijven zien wij een verge-
Rand/aanloopgebied van centrumgebied om overlast te beperken
lijkbare driedeling als bij afhalen. Pure distributie/bezorging. Hier is geen sprake van een consument
Niet naast horeca met terras
aantrekkende werking. Het is een distributiebedrijf en hoort daarmee thuis op een werklocatie, zoals een bedrijventerrein.
Zowel distributie/bezorging als showroom. Hier is sprake van een gemengd concept. Het zijn winkels, maar de aanzienlijke distributiecomponent kan negatieve ruimtelijke effecten hebben voor een centrumgebied. Deze concepten worden idealiter gefaciliteerd aan de ran-
Afwegingskaders zijn geen (juridisch) basis voor initiatiefnemers om een ontwikkeling af te dwingen/mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door te beroepen op het feit dat voldaan wordt aan één of meerdere voorwaarden. De afwegingskaders zijn bedoeld als handvat voor regionale en/of lokale keuzes.
den van centra waar voldaan kan worden aan bepaalde ruimtelijke voorwaarden (zie kader). Ze horen, vanwege de negatieve ruimtelijke effecten, niet thuis in de kernverblijfsgebieden van binnensteden en grotere winkelgebieden. Wel in aanloopgebieden.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
20
5
Visie op recreatief winkelen
Dit hoofdstuk schetst op basis van trends, analyses, consumentengedrag en marktontwikkelingen een visie op het recreatief winkelen in de toekomst (2030). Dit heeft met name betrekking op de binnensteden en hoofdcentra met veel winkels op het gebied van kleding, schoenen, warenhuizen, sport, spel, media, hobby en vrije tijd. Ook wel de recreatieve sector genoemd. De visie geeft het perspectief van de sector in het SGE weer. Daarnaast worden diverse beleidslijnen benoemd met als doel het behoud van het recreatief profiel van de grotere centra en daarmee aantrekkelijke vitale binnensteden en hoofdcentra. Foto: Veestraat, gemeente Helmond
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
21
5.1
Trends
Winstgevendheid ondernemers staat onder druk
De mate waarin consumenten online georiënteerd zijn, verschilt sterk per gemeente. Zo is in de gemeente Son en Breugel de online afvloeiing in recreatieve aankopen beperkt (23%). In de gemeente Oirschot ligt het aandeel afvloeiing online het hoogst (36%). In het Stedelijk Gebied Eindhoven ligt de gemiddelde online afvloeiing voor recreatief winkelaanbod op 33%.
Zoals aangegeven is de online kooporiëntatie uit 2021 waarschijnlijk deels een piek als gevolg van corona geweest. De groei lijkt te stabiliseren, ook in het SGE. Voor de middellange termijn zijn algehele economische factoren waarschijnlijk meer van invloed op het functioneren van het recreatieve winkelaanbod, zoals inflatie en het dalend consumentenvertrouwen. Dit leidt tot minder bestedingen.
De economische situatie heeft waarschijnlijk ook grote gevolgen voor ondernemers. Veel recreatieve winkels hebben te maken met een hoge schuldenlast vanwege de coronajaren. Tegelijkertijd staat de winstgevendheid onder druk door de stijging van kosten op het gebied van energie, personeel en huur. Als de inkomsten opdrogen, maar de kosten stijgen kan dat resulteren in meer bedrijfsbeëindigingen en faillissementen.
Grote binnensteden zijn weerbaar
De grote binnensteden van Nederland, waaronder Eindhoven, doen het weer goed. Bezoekers weten de centra weer te vinden. Hoewel het recreatieve winkelaanbod hier al jaren daalt en de (fastservice) horeca fors is gegroeid, lijkt een nieuwe balans te ontstaan.
Eindhoven weet ook nieuwe winkelketens en ondernemers aan te trekken, wat zorgt voor meer diversiteit en vernieuwing. Dit is positief voor het toekomstperspectief. Naar verwachting blijft de Eindhovense binnenstad met alle voorziene plannen op het gebied van vergroening, woningbouw en verblijven ook de komende jaren in beeld als één van
Figuur 8: Trends in recreatief winkelen.
de meest aantrekkelijke binnensteden van Zuid-Nederland.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
22
Middelgrote binnensteden blijven kwetsbaar
te bereiken dient bij nieuwe initiatieven rekening te worden gehouden
Ondanks alle aandacht en investeringen, blijven middelgrote binnen-
met de volgende aspecten.
alternatieve invullingen. Kansrijk is zoals gezegd het versterken van
steden het lastig houden. Zeker als sprake is van te veel winkelaan-
-
Eindhoven heeft een bovenregionale aantrekkingskracht, Hel-
de boodschappenfunctie. Ook ambachten, horeca, wonen en werken
mond meer lokaal tot regionaal.
biedt in de lokale centra kansen.
bod met een te weinig onderscheidend karakter. Het centrum van Hel-
mond heeft een eigen verzorgingsfunctie, maar verliest veel bestedingen aan Eindhoven. Dit heeft te maken met de aantrekkelijkheid van
-
de Eindhovense binnenstad, maar ook met de relatief korte afstand.
aan, ook op basis van de inwoners in de eigen gemeente.
Perspectief van Citycentrum en WoensXL
Eindhoven heeft en houdt meer massa en diversiteit in het win-
Het Citycentrum in Veldhoven en WoensXL in Eindhoven-Noord zijn planmatig opgezette winkelcentra. Voor beide centra ligt een opgave
Helmond streeft ook naar een divers en gevarieerd aanbod voor
om een nieuw profiel en positie te bepalen. In de huidige vorm zijn
Dorpscentra kunnen prima functioneren, mits het aanbod goed aan-
meerdere doelgroepen, met een focus op jongeren, kinderen en
beide centra te weinig toekomstbestendig, omdat het winkelaanbod te
sluit op de behoefte van de eigen inwoners. De afgelopen jaren zijn de
gezinnen. De totale omvang zal nooit Eindhoven nastreven.
dominant is, de verblijfskwaliteit achter blijft en de complementariteit
Eindhoven dient ruimte te behouden voor detailhandel en econo-
met centra in de omgeving beperkt is.
mische activiteiten aan de randen van de binnenstad.
-
-
-
dorpscentra steeds meer verkleurd naar boodschappencentra, met een nadruk op dagelijkse artikelen met aanvullend aanbod dat be-
-
zocht wordt in het verlengde van dit bezoekmotief. Ook hier was
Eindhoven trekt meer koopkrachtigere bezoekers dan Helmond
kelaanbod vergeleken met Helmond. Dorpscentra houden perspectief
Waar het recreatief winkelaanbod afneemt, kan worden gezocht naar
In Helmond is de urgentie om te komen tot een compact centrum
aan een nieuw Masterplan. Tevens gaat de gemeente aan de
sprake van een afname van het recreatieve winkelaanbod.
veel groter dan in Eindhoven. Ook Helmond heeft aanloopstraten
slag met een lokale retailvisie, waarin ook de complementariteit
Met name winkels op het gebied van huishoudelijke artikelen en laag-
van betekenis, zoals de Steenweg, die beter onderdeel moeten
met andere centra wordt geborgd.
waardige (discount) mode worden sterk bezocht in het verlengde van
worden van het (compacte) centrum.
-
de boodschappen.
5.2
Visie
stappen gezet in de planvorming voor de herstructurering van het hele gebied. Uitgangspunt is een kleiner winkelgebied en
De dorpscentra van Best, Geldrop, Mierlo, Nuenen, Oirschot, Son,
meer andere publieksvoorzieningen gericht op de omliggende
Veldhoven (Kromstraat) en Aalst (Den Hof) hebben ieder een eigen
wijken, zoals zorg, onderwijs, maatschappelijk en ambachten.
profiel en samenstelling van aanbod. Feit is dat het boodschappen-
Deze visie gaat uit van een bepaalde complementariteit tussen cen-
aanbod hier steeds belangrijker is geworden. Dit zal ook in de toe-
trumgebieden binnen de regio. Zowel in verzorgingsgebied, profiel.
komst zo blijven. Het behouden en eventueel versterken van super-
bezoekmotief als aanbod. De binnensteden van Eindhoven en Hel-
marktaanbod is essentieel, omdat het overig aanbod daar sterk op
mond staan bovenaan de hiërarchie wat betreft recreatief winkelen.
In zowel de binnenstad van Eindhoven als Helmond liggen opgaven
WoensXL heeft met alle betrokken en de gemeente al flinke
Complementariteit tussen dorpscentra
Complementariteit tussen binnensteden: Eindhoven en Helmond
Het Citycentrum werkt met alle betrokkenen en de gemeente
5.3
Beleid
5.3.1
Concentratie is uitgangspunt
functioneert via combinatiebezoek.
In het verlengde van het boodschappen doen spelen ook andere niet-
om conform beleid in te zetten op een aantrekkelijker verblijfsklimaat
Beleidsdoel: recreatief winkelaanbod concentreren in centra
dagelijkse winkels een rol, zoals huishoudelijke artikelenwinkels, wa-
via vergroening, minder auto en meer verblijfselementen- en functies.
Recreatief winkelaanbod hoort thuis is de hoofdcentra van de steden
renhuizen, laagwaardige modewinkels en doelgerichte winkels. Denk
Hier is en wordt ook al het nodige in geïnvesteerd. Deze binnensteden
en dorpen in het SGE. In de buurt- en wijkcentra is eveneens recrea-
aan formules zoals Action, Hema, Xenos, Wibra, Zeeman en Blokker.
zullen de komende jaren in positieve zin aanzienlijk gaan veranderen.
tief winkelaanbod kansrijk, maar in veel mindere mate en aanbod in
Het is van belang ook deze type winkels te blijven faciliteren in deze
Vanuit het regionaal beleid is de wens de complementariteit tussen de
het verlengde van het boodschappen doen. Buiten de reguliere centra
centra en waar mogelijk ruimte te bieden voor modernisering en ver-
binnensteden van Eindhoven en Helmond verder te versterken. Om dit
is recreatief winkelaanbod niet toegestaan.
nieuwing.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
23
Recreatief winkelaanbod, zoals mode, warenhuizen, sport, speelgoed,
Centra dienen compleet te zijn. Dit betekent niet zozeer meer winkels,
vrije tijdsartikelen en media hoort thuis in binnensteden en hoofdcen-
maar een branchering die in kwalitatieve zin beter is afgestemd op de
tra van kernen. Deze centra worden bezocht om een dagje te winke-
doelgroep in het verzorgingsgebied.
len, te beleven en te ontmoeten. Ook is hier de synergie met horeca en leisure groot.
De consument is steeds kritischer en dat betekent dat pull-factoren een reden kunnen zijn om een centrum niet te bezoeken. Denk aan te hoge parkeerkosten, lastige bereikbaarheid, geen aantrekkelijk ver-
5.3.2
Compact, compleet en comfortabel
blijfsklimaat, weinig sfeer, geen openbare toiletten, etc. Investeren in deze randvoorwaarden om het de consument zo comfortabel mogelijk
Beleidsdoel: Compact, compleet en comfortabel
te maken draagt bij aan de toekomstbestendigheid van centra.
Centrumgebieden moeten compact zijn en blijven. Het aanbod dient ten opzichte van het draagvlak en kwalitatieve behoefte van bezoekers compleet te zijn. Een comfortabel centrum met een goede bereikbaarheid, aantrekkelijk verblijfsklimaat en veel groen is uitgangspunt.
Streven naar compacte centra blijft belangrijk. Consumenten verwachten een zo goed als aaneengesloten front met publieksfuncties, zoals winkels, horeca en diensten. Het is van belang in lokaal beleid duidelijke uitspraken te doen over de deelgebieden in centra, zoals de contour van het kernwinkelgebied en de aanloopstraten.
Een compact centrum voorkomt een ‘gatenkaas-structuur’. Enerzijds met leegstand als een centrum te veel winkelmeters bevat. Anderzijds dient zeer terughoudend om te worden gegaan met transformatie van woonfuncties in de plint in het kernwinkelgebied.
Met name voor de centra die momenteel nauwelijks leegstand kennen en een goed toekomstperspectief hebben, zoals de binnenstad van Eindhoven, dient ook aandacht te zijn voor het blijvend bieden van publieksgerichte voorzieningen aan de randen van het kernwinkelgebied. Ontdekgebieden waar startende ondernemers tegen lagere huurprijzen kunnen ondernemen en waar enige leegstand acceptabel.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
24
6
Visie op doelgericht winkelen
Dit hoofdstuk schetst op basis van trends, analyses, consumentengedrag en marktontwikkelingen een visie op de perifere detailhandel. Met perifere detailhandel bedoelen we enerzijds winkelgebieden buiten de reguliere centra, vaak aan de randen van het stedelijk gebied. Denk aan de woon-/meubelboulevards of concentraties winkels op bedrijventerreinen. Verder bedoelen we met perifere detailhandel winkels die vanwege aard van het assortiment (volumineus) niet inpasbaar zijn in reguliere centra, zoals woon-, doe-het- zelf- en tuinwinkels. Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op specifieke vormen van detailhandel die vaak in de periferie voorkomen. Denk aan boerderijwinkels, ondergeschikte detailhandel bij trafficlocaties.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
25
6.1
Trends op doelgericht winkelen
Bestedingen staan onder druk
Sinds 2015 nemen de bestedingen in woonwinkels, doe-het-zelf-zaken en tuincentra fors toe, met een piek in 2020 als gevolg van corona. Inmiddels vlakt de groei van bestedingen af als gevolg van economische onzekerheid en inflatie. Winkels in de doelgerichte sector of perifere branches worden doorgaans als eerste geraakt als er recessie ontstaat.
Met name door corona is de winkelomzet fors gestegen. Consumenten konden de uitgaven niet elders doen waardoor er meer is besteed aan woninginrichting, elektronica, de doe-het-zelf branche, tuinartikelen en planten.
De mate waarin consumenten woon-, doe-het-zelf- en tuinartikelen online kopen is beperkt ten opzichte van andere branches, maar neemt de laatste jaren wel sterk toe. Met name woonartikelen worden steeds meer online gekocht. Elektronica wordt al jaren sterk online gekocht.
Op basis van het voorgaande is de verwachting dat de stijgende bestedingen van de laatste jaren voor de komende jaren niet meer aan de orde zal zijn. Op korte termijn zullen de bestedingen gaan dalen, maar op de langere termijn waarschijnlijk stabiliseren.
Veranderende ruimtebehoefte
Diverse macrotrends in de doelgerichte sector zorgen er voor dat ruimtebehoeften en locatievoorkeuren van retailers veranderen. Het online koopgedrag van de consument is daar een belangrijk voorbeeld van. Winkels zijn online goed vindbaar, waardoor solitaire liggingen ook prima mogelijk zijn voor bepaalde ondernemers.
Tegelijkertijd zorgt online en digitalisering voor het feit dat veel fysieke winkelmeters niet meer nodig zijn. Dit uit zich in schaalverkleining van woon- en elektrowinkels, maar ook in toenemende belangstelling voor kleinere city stores in binnensteden.
Figuur 9: Trends perifere en overige detailhandel.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
26
In sommige sectoren wordt een (nog) grotere krimp verwacht als ge-
Auto’s, boten, caravans (ABC) en aanverwante artikelen
grootschalige bouwmarkten of tuincentra. Ook voor bepaalde winkels met
volg van trends. Autoshowrooms- en dealers zijn hier een goed voor-
Woonwinkels, zoals meubel- en keukenzaken.
volumineuze artikelen in een specifieke niches die sterk doelgericht be-
beeld van. Door de transitie van fossiel naar elektrisch is de verwach-
Doe-het-zelfzaken, zoals bouwmarkten
zocht worden, zoals haarden, kachels en zwembaden is solitaire vestiging
ting dat de huidige ruimte impact fors zal krimpen.
Tuinartikelenzaken en tuincentra2
op bijvoorbeeld een bedrijventerrein denkbaar. Uitgangspunt van deze uit-
Binnen de woonbranche ontstaan nieuwe concepten die meerdere ac-
Overige vormen in volumineuze artikelen, zoals haarden, zwembaden,
zondering is enerzijds de volumineuze aard van het assortiment en ander-
aanhangwagens, zonwering, tegels, etc.
zijds de beperkt meerwaarde voor de centra.
tiviteiten combineren, zoals detailhandel, maakwerk/productie en ambacht. Denk aan een meubelmaker met showroom of interieurontwerp
6.2
in combinatie met verkoop. Dergelijke concepten willen ook op (be-
Binnen de aangewezen concentratiegebieden hoeft voor deze branches
Maatwerk voor grootschalige bruin- en witgoed, dibevo en rijwielen
taalbare) plekken vestigen op perifere concentraties.
geen aanvullende maatvoeringsbeperking opgenomen te worden, omdat
Bruin- en witgoed en dibevo-zaken3 hebben vaak ook relatief veel volumi-
Ondanks het bovenstaande is toch ook nog sprake van nieuwe ruimte-
de aard van het assortiment en het bezoekmotief voor voldoende comple-
neus assortiment. Deze type winkels worden bovendien vaak doelgericht
behoefte. Dit komt met name voort uit grootschalige (landelijke) retail-
mentariteit zorgt. Dit geeft ondernemerschap meer ruimte en sluit goed
bezocht en passen binnen het thema ‘in/om het huis’. De aard van het as-
ketens die opzoek zijn naar toplocaties in Nederland. Daarbij kan één
aan bij de principes van de Dienstenrichtlijn. Gemeenten kunnen hier ech-
sortiment, het profiel en het koopmotief is daardoor vergelijkbaar met win-
retailer meteen veel winkelruimte vragen, aangezien formules in deze
ter gemotiveerd wel voor kiezen, zoals bijvoorbeeld Helmond doet voor de
kels in de klassieke volumineuze branches. Deze winkels hebben daar-
sector vaak (zeer) grootschalig van aard zijn.
Engelseweg en omgeving (minimale maat van 1.000 m² wvo per winkel).
door ook een meerwaarde op de grotere perifere concentraties, zoals
Visie op doelgericht winkelen
Meubelboulevard Ekkersrijt en de Engelseweg en omgeving. Om die reReguliere detailhandel in perifere concentraties niet toegestaan
den staat de regio niet negatief tegenover nieuwvestiging van deze type
Winkels buiten de hierboven genoemde branchering zijn in principe niet
winkels op Meubelboulevard Ekkersrijt en Engelseweg en omgeving. Op
Mogelijkheden voor volumineuze detailhandel
toegestaan in perifere concentraties. Denk aan dagelijkse voorzieningen
kleinere perifere concentraties zijn deze winkels minder wenselijk, omdat
Het SGE kiest, in het verlengde van de visie uit 2015, voor toekomstbe-
(supermarkten), huishoudelijke artikelen, warenhuizen, kleding, sport,
dit te veel overlap heeft met de verzorgingsgebieden van de hoofdcentra.
stendige perifere concentraties. Deze concentraties zijn complementair
speelgoed, en media. Brancheverbreding op perifere locaties in deze cate-
aan de reguliere centra, namelijk op basis van het volgende. Bezoekmotief: winkels worden doelgericht en laagfrequent bezocht.
gorieën resulteert in te veel overlap met reguliere centra, waardoor de
Fietsen- en brommers zijn juridisch geen volumineuze artikelen. Toch
complementariteit onder druk komt te staan, het bezoekmotief vervaagt en
staat het SGE niet negatief tegenover vestiging van rijwielconcepten op
negatieve effecten waarschijnlijk zijn.
perifere concentraties of bij trafficlocaties. Vanuit mobiliteit, verdichting,
Assortiment: artikelen zijn veel volumineus en daardoor vanwege de aard van het assortiment niet inpasbaar in reguliere centra
CO2-neutraal en gezondheid stimuleert het SGE fietsgebruik. Nieuwe rijVerspreide of solitaire bewinkeling beperken
wielconcepten in combinatie met onderhoud en dienstverlening (bijvoor-
Voor de perifere concentraties gelden wel voorwaarden om deze comple-
Met verspreide of solitaire bewinkeling worden winkels bedoeld die buiten
beeld deelmobiliteit) die inspelen op deze flankerende beleidsambities zijn
mentariteit te borgen. Vergelijkbaar met het beleid uit 2015 is daardoor ge-
een winkelconcentratiegebied liggen, al dan niet perifeer. Dus winkels bui-
daardoor wenselijk. Vestiging van rijwielconcepten binnen perifere con-
kozen voor een duidelijke afbakening van de branchering. In die afbake-
ten een concentratiegebied met minimaal 5 winkels (conform de definitie
centraties of bij trafficlocaties kan een bijdrage leveren aan deze flanke-
ning is de volumineuze aard van het assortiment leidend en het koopmo-
van Locatus). Net als alle andere vormen van detailhandel is ook voor vo-
rende doelen, mits de locatie een bepaalde synergie heeft met de omge-
tief ondergeschikt. Winkels in de volgende branches zijn naast reguliere
lumineuze detailhandel concentratie uitgangspunt. In uitzonderlijke geval-
ving (mobiliteit, andere voorzieningen, etc.). Traditionele (kleinschalige)
centra ook binnen perifere concentraties toegestaan.
len is ook solitaire vestiging denkbaar, bijvoorbeeld in het geval van zeer
fietsenwinkels op bedrijventerreinen zijn niet toegestaan en wenselijk.
2 3
Voor Helmond passen tuinartikelenzaken/tuincentra niet in brancheprofiel perifere detailhandel Engelseweg en omgeving, afgezien van assortiment bouwmarkten. Dibevo is een afkorting voor winkels op het gebied van dierenbenodigdheden en –voeders.
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
27
Voor bruin- en witgoed, dibevo en rijwielen in de periferie gelden wel aanvullende voorwaarden om complementariteit te borgen.
Vestigingen worden op basis van maatwerk vergund (niet generiek)
Er dient sprake te zijn van grootschaligheid (minimaal 1.000 m² wvo)
Solitaire vestigingen zonder ruimtelijke synergie zijn niet toegestaan
Typen perifere concentraties in Nederland en het SGE (huidig)
In figuur 10 is een schematisch overzicht weergegeven van de verschillende typen perifere concentraties in Nederland. Hierin maken we onderscheid tussen enerzijds de omvang van de locatie (in winkelruimte) en de samenstelling van de branchering. Hoe groter de bol, hoe meer locaties en meters in Nederland voorkomen. Rode bollen zijn meer thematisch in branchering, blauw meer diffuus.
Van oudsher wordt in Nederland, en in het SGE, ingezet op thematische perifere clusters, zoals een woon- of meubelboulevard of een autoboulevard. Hier is sprake van een duidelijk profiel, een uniforme