CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Gewijzigde vaststelling Bp Fietspad Eindhoven-Nuenen-Helmond - Bijlage 1 Toelichting

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Fietspad Eindhoven-Nuenen-Helmond22.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

54/68

boswilgen in het plangebied is niet zonder nader onderzoek uit te sluiten of deze gebruikt worden als waardplant voor de grote weerschijnvlinder. Indien daadwerkelijk eitjes en rupsen aanwezig zijn in de wilgen en deze worden verwijderd, verliezen deze hun functie als waardplant. Een dergelijke aantasting, verstoring of vernietiging is in strijd met de Wet natuurbescherming. Tijdens een nader onderzoek (zie Bijlage 4) is gericht gezocht naar (sporen van) rupsen van de grote weerschijnvlinder op de aanwezige wilgen binnen het plangebied. Aanwezigheid van de grote weerschijnvlinder kon niet aangetoond worden. Op basis hiervan worden negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder als gevolg van het plan uitgesloten.

4.8.3 Algemene zorgplicht Op alle in het wild voorkomende planten- en diersoorten, ongeacht of deze beschermd of vrijgesteld zijn of als een ontheffing is verkregen, is de zorgplicht van toepassing. De zorgplicht verplicht iedereen om voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende planten en dieren. Handelingen met nadelige gevolgen moeten zoveel mogelijk achterwege gelaten worden of er moeten maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen of beperken.

55/68

Hoofdstuk 5 5.1

Waterparagraaf

Inleiding

Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven, als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid.

5.2

Beleid

5.2.1 Rijksbeleid In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). 5.2.1.1 Nationaal Waterprogramma 2022-2027 De Waterwet vereist dat de Rijksoverheid eens per zes jaar een Nationaal Waterplan voor het nationale waterbeleid en een Beheer- en ontwikkelplan voor het beheer van de rijkswateren (Bprw) opstelt. 'In de geest' van de nieuwe Omgevingswet worden deze plannen nu al in samenhang beschreven in één Nationaal Waterprogramma voor beleid en beheer. Voor het waterbeleid is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie.Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) vervangt het Nationaal Waterplan 2016-2021, inclusief alle tussentijdse wijzigingen en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (Brpw) 2016-2021. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027: waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Het beschrijft tevens de uitvoering daarvan en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen.

De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, de woningbouw en de transitie landelijk gebied is noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe.

56/68

5.2.2 Provinciaal beleid 5.2.2.1 Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 is op 3 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld en op 22 december 2021 in werking getreden. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Het doel is niet alleen meer wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden). In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma Duurzaam Door.

Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water.

57/68

5.2.3 Beleid Waterschap 5.2.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

58/68

5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. Binnen de keur wordt onderscheid gemaakt tussen vergunningsplichtige- en de meldingsplichtige handelingen die binnen de algemene regels van het waterschap vallen. Bij de voorgenomen ontwikkeling valt een eventuele toename aan verhard oppervlak onder de vergunnings- of meldingsplicht. In de Keur is aangegeven dat het verboden is zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling op dit verbod. Dit wordt gedaan indien: a.

het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; d. de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Indien een voorziening nodig is, dan is de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Op grond van de keur zijn Algemene regels (Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015) en een aantal Beleidsregels (o.a. Beleidsregels actualiseren grondwatervergunningen, Beleidsregels agrarische beregening uit grondwater bij schaarste en Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater Keur Waterschap De Dommel 2015) vastgesteld.

5.2.4 Gemeentelijk beleid (Eindhoven) 5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld

59/68

waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.

5.2.5 Waterplan (Eindhoven) Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn inmiddels achterhaald.

5.2.6 Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019- 2023 (Nuenen) Het waterbeleid van de gemeente Nuenen is vastgelegd in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023. Hierin staan beleid voornemens en maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van afval-, hemel- en grondwater en het vormt het beleidskader voor de uitvoering van de ‘verbrede’ watertaken. Naast de zorgplicht voor stedelijk afvalwater is er ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater ingewaarborgd. De gemeente Nuenen zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, wanneer dit doelmatig is en het niet redelijkerwijs verwacht kan worden van dat de initiatiefnemer het hemelwater zelf verwerkt. De doelmatigheid en de redelijkheid is afhankelijk van: • de ligging in stedelijk dan wel landelijk gebied; • de mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater; • de grootte van de percelen; • de aanwezigheid van een regenwaterriool op straat; • de nabijheid van oppervlaktewater. Infiltratie van hemelwater in de bodem wordt verondersteld mogelijk zijn als de bodem voldoende doorlaatbaar is (>1 m/d) en de grondwaterstand voldoende laag is. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

In principe dient er 60 mm retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). Als hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt ligt hier geen zorgtaak voor de gemeente. Als decentrale voorzieningen niet doelmatig zijn en bodeminfiltratie en/of lozing op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan ontvangt de gemeente het afstromende hemelwater en verwerken van afvloeiend hemelwater. In dit geval wordt een bedrag in rekening gebracht per m³ die niet op eigen terrein geborgen kan worden.

5.2.7 Ruimtelijke adaptatie 2022 - 2030 Uitvoeringsplan Nuenen (Nuenen) In dit document wordt beschreven hoe de gemeente Nuenen de komende jaren met de klimaatverandering waarbij er meer momenten zullen zijn met extreem veel water en periode met extreme droogte.

60/68

Voor het gebeid van het tracé van het fietspad wordt de samenwerking opgezocht met Waterschap de Dommel en Staatsbosbeheer omdat de natuurambities uit het Natuurnetwerk Brabant waarschijnlijk veel gevolgen zullen ervaren van extreme droogte. De gemeente volgt hierbij de doelstellingen van het Waterschap om water zolang mogelijk vast te houden. Hemelwater dient ter plaatse te infiltreren in de bodem en zo langzaam mogelijk afstromen naar de Kleine Dommel.

5.3

Beoordeling plan

Voor het beoogde planvoornemen is een watertoets uitgevoerd. Deze maakt als Bijlage 5 onderdeel uit van deze toelichting. In de toekomstige situatie is een inrichting voorzien waarbij het fietspad grotendeels parallel ligt aan de spoorverbinding Eindhoven – Helmond. De fietsverbinding kruist de A-waterloop de Kleine Dommel door middel van een nieuwe fietsbrug. Het fietspad wordt op een talud gerealiseerd en heeft een breedte van 4 meter en een lengte van circa 1.400 meter, waarvan circa 1.000 meter nieuw aan te leggen fietspad betreft (4.000 m2) en de overige 400 meter bevindt zich langs bestaande wegen. Gesteld wordt dat eventueel overtollig water in de greppels terecht komt en hierdoor niet versneld tot afvoer komt. Lokaal zal hierdoor in het beekdal geen aanvullende waterberging benodigd zijn. De bergingseis van 240 m3 ter hoogte van het fietspad komt op grond hiervan te vervallen. Het fietspad komt op een talud te liggen, het hemelwater dat op het fietspad terecht komt watert af in de ruim 1 m brede berm waar het kan infiltreren in de bodem. De bermen zijn onverhard en bestaan uit zand, waardoor het afstromende hemelwater kan infiltreren. Ten westen van de Dommel wordt de daar aanwezige greppel teruggebracht waarin overtollig hemelwater opgevangen wordt en kan infiltreren, de hydrologische situatie blijft hier gelijk.

Ten oosten van de kleine Dommel is in de toekomstige situatie aan de noordzijde van het fietspad een A-waterloop aanwezig. Het fietspad met afschot naar de berm aangelegd, waar het kan infiltreren in de bodem waardoor er geen versnelde afvoer richting oppervlaktewater plaatsvindt, de hydrologische situatie blijft ook hier gelijk. Het tracé van het fietspad loopt ten oosten van de Kleine Dommel over een A-waterloop. Deze waterloop wordt verplaatst naar de noordzijde van het fietspad met een breedte 0,75 meter. Ten westen van de Kleine Dommel wordt een duiker aangebracht voor de toekomstige waterberging in het zuidelijk gelegen gebied tussen de rails en het fietspad bij extreme neerslagperiodes. Hiernaast vindt de demping van 13 m3 plaats als gevolg van de aanleg van een duiker door de aansluiting van het fietspad op het wegdek. De ligging van het fietspad binnen een regionaal waterbergingsgebied en reserveringsgebied voor waterberging heeft gevolgen voor de hoeveelheid compenserende waterberging die aangelegd dient te worden, in overleg met waterschap de Dommel zijn hierover afspraken gemaakt. Het waterschap eist compensatie van de verloren berging van huidig maaiveldniveau tot een niveau van NAP +16,10 meter, dit is de berekende T=100 waterstand

61/68

van de Kleine Dommel waarbij circa 3.263 m3 dient te worden gecompenseerd. Berging De compensatie van totaal 3.263 m3 (3.250 m3 + 13 m3) voor de verloren waterberging zal op twee locaties worden gerealiseerd. De gemeente Eindhoven heeft een locatie beschikbaar waar de compensatie plaats kan vinden. De locatie is gelegen ten noorden van het plangebied aan de Eisenhouwerlaan (Loovelden), langs de Kleine Dommel. De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft op hun grondgebied ook een locatie beschikbaar waar de overige watercompensatie plaats kan vinden. Dit zijn huidige landbouwgronden die Staatsbosbeheer gaat transformeren tot bos. Op deze gronden vindt dus een kwalitatieve verbetering van de bodem plaats. Op deze locaties kan de compensatie voor de verloren waterberging gerealiseerd worden door het bestaande maaiveld af te graven en de locatie opnieuw in te richten. Beide locaties maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Grondwater Rondom de Kleine Dommel kan lokaal in het beekdal een hoge grondwaterstand voorkomen tot slechts enkele centimeters beneden maaiveld. Volgens het beleid van het waterschap mag door de aanleg van het fietspad de grondwaterstand niet structureel worden verlaagd (door bijvoorbeeld drainage). Omdat het fietspad op een talud wordt aangelegd zal het fietspad ruim voldoende ontwatering (richtlijn: 0,7 meter ten opzichte van GHG) hebben.

De geplande ontwikkelingen hebben een zeer beperkt effect op het grondwater. Door de lokale ingrepen met nieuwe bergingsoppervlaktes blijft het regenwater infiltreren en afstromen. Na de realisatie worden door deze veranderingen geen negatieve gevolgen verwacht. Waterkwaliteit Voor de waterkwaliteit is het van belang dat de toekomstige verhardingen (waaronder de daarbij horende werken, zoals de fundering) geen milieuvervuilende of uitlogende materialen of stoffen (zoals lood, koper, zink en zacht PVC) bevatten. Daarnaast moet er zorg voor worden gedragen dat er tijdens aanleg geen milieuvervuilende materialen en stoffen in het grond- en oppervlaktewater terecht komen (schoonhouden). In de toekomstige situatie zorgt het afstromend hemelwater niet voor een verslechtering van het oppervlaktewater. Zuiveringsstappen voor het waarborgen van de waterkwaliteit zijn niet noodzakelijk. Beschermingsgebieden Het tracé van de fietsverbinding is niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen.

62/68

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan 'Fietspad Eindhoven - Nuenen - Helmond' is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Conform de Wet ruimtelijke ordening is er een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere-eisen-regeling.

6.3

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt gegeven. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, omdat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels (hoofdstuk 1), bestemmingsregels (hoofdstuk 2), algemene regels (hoofdstuk 3) en in overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 1 - Inleidende regels (Artikel 1 en 2) De bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit om te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In '' wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels gebruikte begrippen niet in dit artikel voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In '' zijn de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels Bestemming Groen Deze bestemming is opgenomen voor realisatie van struweel voor marterachtigen (steenmarter, bunzing en wezel). Bestemming Natuur

63/68

Deze bestemming is opgenomen voor realisatie van struweel voor marterachtigen (steenmarter, bunzing en wezel). Ook is deze bestemming opgenomen voor de percelen ten behoeve van de waterberging. Bestemming Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming rust op het fietspad, de fietsbrug en de daarbij behorende bermen en taluds. Dubbelbestemming: Waarde - Archeologie - 3a en b Hoge verwachting (alleen gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten) Waarde - Archeologie 4a Middelhoge verwachting (alleen gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten) Waarde - Archeologie 5 Lage verwachting (alleen gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten) Aan gebieden waarvan o.a. op grond van geomorfologische, bodemkundige opbouw en historische gegevens het aannemelijk is dat zich daar een hoge concentratie van archeologische sporen en vondsten bevinden is deze dubbelbestemming toegekend. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie Door het toekennen van deze dubbelbestemming is een combinatie tussen een basisbestemming en een waterbestemming gewaarborgd. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterbergingsgebied Om te kunnen voorzien in voldoende waterbergend vermogen zijn bepaalde gebieden aangewezen en voorzien van deze dubbelbestemming opdat die in voorkomende gevallen gronden kunnen dienen voor de tijdelijke opvang van water.

Waarde - Aardkundige waarde en Waarde - Cultuurhistorie historische verkaveling Deze dubbelbestemmingen dienen ter bescherming van de daarachter vermelde landschappelijk en cultuurhistorische waarden. Op grond van deze dubbelbestemmingen zijn bouwwerken en andere werkzaamheden uitsluitend toegestaan voor zover de genoemde waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad Algemene regels Onder de Algemene regels zijn de Anti-dubbeltelregel, Algemene afwijkingsregels en de Overige regels opgenomen. Deze regels gelden voor het hele plan. De Algemene afwijkingsregels bevatten bepalingen op basis waarvan in bepaalde gevallen binnenplans kan worden afgeweken van de bepalingen uit de bestemmingsregels. Onder de Overige regels zijn eisen opgenomen die gelden met betrekking tot het aspect parkeren. Voor het aantal parkeerplaatsen wordt in de regels verwezen naar de vigerende parkeernormen. Overgangs- en slotregels

64/68

In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.

65/68

Hoofdstuk 7

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling(en) mogelijk te maken, te verhalen op de initiatiefnemer/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Voor de realisatie van de snelfietsroute is een sluitende begroting opgesteld. Alle kosten worden gedekt door bijdragen van gemeente Eindhoven samen met de provincie Noord-Brabant, de gemeente Nuenen c.a., de gemeente Helmond, de gemeente Geldrop-Mierlo en Beheermaatschappij Gulbergen BV. Deze partijen hebben een bestuursovereenkomst afgesloten en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de aanleg van de fietsverbinding Eindhoven-Helmond. Het deel van het fietspad waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft wordt gefinancierd door gemeente Eindhoven, gemeente Nuenen, provincie Noord-Brabant en een subsidiebijdrage vanuit ZOSlimbereikbaar (regio). Het project is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar.

Verwerving Voor de realisatie van het nieuwe fietspad en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan, is het noodzakelijk een aantal percelen of delen daarvan aan te kopen. Het betreft de percelen zoals weergegeven in onderstaande afbeelding.

Figuur 7.1: Totaaloverzicht te verwerven percelen De per gemeente te verwerven percelen zijn weergegeven in onderstaande afbeeldingen. In deze afbeeldingen zijn ook de perceelnummers vermeld.

66/68

Figuur 7.2: Te verwerven percelen in de gemeente Eindhoven (West)

Figuur 7.3: Te verwerven percelen in de gemeente Nuenen (Oost) Als minnelijke verwerving van deze grond niet leidt tot het gewenste resultaat zal het instrument van onteigening worden ingezet. De overige gronden, die nodig zijn voor de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn eigendom van de gemeenten Eindhoven.

67/68

Hoofdstuk 8 8.1

Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

De gemeente heeft de voorbereiding van dit bestemmingsplan conform artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bekend gemaakt.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen alsmede het feit dat er met het plan geen Rijksbelangen in het geding zijn, heeft geen vooroverleg met het Rijk plaatsgevonden. Met het waterschap De Dommel heeft vooroverleg plaatsgevonden. Tevens is de waterparagraaf en de bijbehorende watertoets beoordeeld door het waterschap. De resultaten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Het concept van het ontwerp bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan de provincie voorgelegd. Met provincie Noord-Brabant is ambtelijk afgestemd dat er een financiële compensatie zal plaatsvinden vanwege de kleinschalige aantasting van het NNB.

8.3

Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 12 januari 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn vijf zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat in de Nota van zienswijzen die als bijlage is bijgevoegd en verwerkt in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan.

68/68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13240113/2