RV Erfgoedbeleid - Bijlage 1 Nota Erfgoed - Bouwstenen voor de toekomst
Tekst van het document
opgravingen in de provincie Noord-Brabant in het provinciaal depot voor bodemvondsten. Behalve de taak om een provinciaal depot aan te wijzen en te onderhouden, hebben de provincies ook de bevoegdheid gemeentelijke depots aan te wijzen. Aan die aanwijzing worden voorwaarden gesteld op het gebied van toegankelijkheid, veiligheid en conservering.
Deze infographic laat de verschillen zien tussen het bestemmingsplan en omgevingsplan (Bron: Omgevingswetportaal).
2.4
Overgangsrecht en Bruidsschat
Om een goede overgang tussen de huidige wet- en regelgeving en de Omgevingswet te borgen is het overgangsrecht in het leven geroepen. In het overgangsrecht is opgenomen dat als een gemeente in 2024 nog geen omgevingsplan heeft, de geldende planregimes zullen worden samengevoegd en tot uiterlijk 2030 van kracht blijven. Het overgangsrecht regelt dat het omgevingsplan na 2022 uit twee delen bestaat: een tijdelijk en een nieuw deel. Besluitvorming ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen zullen tijdens de overgangsfase plaatsvinden aan de hand van het nieuwe deel. Het tijdelijke deel is weer opgedeeld in 2 delen: •
Bestaande ruimtelijke regels en enkele gemeentelijke verordeningen;
•
De rijksregels die gedecentraliseerd worden (de bruidsschat).
In de overgangsfase tot 2030, moet de gemeente de regels uit het tijdelijke deel laten vervallen en deze onderwerpen (al dan niet in gewijzigde vorm) gaan reguleren in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet draagt het Rijk een aantal taken over aan gemeenten, waaronder de vergunningverlening met betrekking tot (archeologische) rijksmonumenten en rijksbeschermde dorpsgezichten, met het idee dat regels om deze waarden te beschermen lokaal beter afgewogen kunnen worden. Dit pakket voormalige rijksregels dat in het omgevingsplan wordt opgenomen, wordt de bruidsschat genoemd. Het moet voorkomen dat er regels vervallen waarvoor nog geen nieuwe regels zijn opgesteld. Gemeenten kunnen al deze onderwerpen hoogstwaarschijnlijk niet op tijd in het omgevingsplan verwerken. Het Rijk heeft er daarom met het Invoeringsbesluit voor gezorgd dat deze regels in 2024 automatisch aan het omgevingsplan worden toegevoegd. Gemeenten
27
krijgen door de bruidsschat de tijd om zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. In de overgangsperiode moeten zij de regels van de bruidsschat overnemen, wijzigen of laten vervallen.
(Bron: Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland).
2.5
Conclusie
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de omgang met erfgoedwaarden geborgd worden door regels op te nemen in het omgevingsplan. De huidige regels in de bestemmingsplannen en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving vervallen. Ook het aanwijzen en beschermen van gemeentelijke monumenten vindt dan via het omgevingsplan plaats. Extra taken die met ingang van de Omgevingswet vanuit het Rijk aan de gemeente worden overgedragen, betreffen vergunningverlening met betrekking tot (archeologische) rijksmonumenten en rijks beschermde dorpsgezichten. De taken en bevoegdheden van de huidige monumentencommissie vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet en worden vervangen door de nieuwe gemeentelijke adviescommissie. De commissie wordt in ieder geval betrokken bij de advisering over een (rijks)monumentenactiviteit. De gemeente kan zelf de verantwoordelijkheid nemen om er een brede adviescommissie voor omgevingskwaliteit van te maken, die ook aspecten van bijvoorbeeld welstand, landschap, stedenbouw en infrastructuur behandelt. De gemeente is zelf vrij leden met specifieke deskundigheid toe te (laten) voegen, zoals vertegenwoordigers van de historische verenigingen. Het verantwoord omgaan met alle aspecten van het culturele erfgoed in de gemeente Nuenen vereist een grote deskundigheid en zorgvuldigheid.
Specialistische kennis aan de voorkant op cultuurhistorisch, technisch, procedureel en financieel vlak is onontbeerlijk. Een brede commissie kan het college van B&W van het noodzakelijke advies voorzien voor het nemen van een besluit. Rijks- en gemeentelijke monumenten als ook objecten of gebieden met archeologische of cultuurhistorische waarden, waaronder de aardkundige waarden en ensembles, zullen via instructie- en maatwerkregels in het omgevingsplan moeten worden opgenomen ter bescherming van de aanwezige
28
archeologische of cultuurhistorische waarden. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nuenen vormen hiervoor de onderlegger.
Actiepunten: •
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, moeten de erfgoedwaarden, zoals opgenomen in de archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nuenen, worden geborgd door regels op te nemen in het omgevingsplan. In welke mate de verschillende erfgoedwaarden beschermd worden, is een politiek besluit.
•
Een brede gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit, die al aan de voorkant van het ruimtelijke proces adviseert, is cruciaal voor de bescherming en omgang met erfgoed in de gemeente Nuenen.
•
Beschadiging of verwaarlozing van beschermd cultureel erfgoed is een economisch delict. In het gemeentelijke handhavingsbeleid zal meer aandacht moeten komen voor cultureel erfgoed. Wanneer onvoldoende onderhoud leidt tot verval en schade, is het de taak van de gemeente om handhavend op te treden. De gemeente kan daartoe bestuurlijke boetes opleggen.
•
In het kader van de instandhoudingsplicht is de gemeente verplicht de (bouwtechnische) staat van de monumenten te monitoren. Dit kan alleen door periodiek (visuele) bouwkundige inspecties uit te (laten) voeren.
De contouren van de oude kerktoren op de Tomakker in Nuenen zijn zichtbaar gemaakt door middel van steenkorven (foto J. Timmers, SAS).
29
Villa Den Bergh. De foto is waarschijnlijk gemaakt na de aankoop door de gemeente in 1952. De villa wordt in 1930 gebouwd als buitenplaats Den Bergh van baron van Hardenbroek. Eind 1953 wordt de villa als gemeentehuis in gebruik genomen (bron: beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
De boerderij Collse Hoefdijk 24 was waarschijnlijk in de 12e eeuw een ontginningsboerderij, vanwaar het omliggend gebied werd ontgonnen. In 1309 wordt het eigendom van de kloosterorde De Bossche Wilhelmieten. In 1973 koopt de gemeente Nuenen om planologische redenen de hoeve. In 1985 is de boerderij verbouwd tot hotel-restaurant De Collse Hoeve (foto S. Wijnhoven, DCI Media Eindhovens Dagblad).
30
3 Van ambitie naar beleid 3.1
Inleiding
Nuenen heeft diverse ambities waarbij erfgoed een belangrijke rol speelt. In verschillende strategische beleidsdocumenten (o.a. Omgevingsvisie, Landschapsvisie en Wereld van Van Gogh) zijn deze ambities verwoord en wordt de kracht van Nuenen als erfgoed gemeente benoemd en onderschreven. In dit hoofdstuk wordt een analyse gegeven van bestaand en in ontwikkeling zijnd (erfgoed) beleid. Met het oog op de Omgevingswet is het noodzakelijk om het bestaande of in ontwikkeling zijnde beleid ten aanzien van klimaatopgaven (duurzaamheid/energie), biodiversiteit/natuur, economie en ondernemen, verkeer/vervoer en waterkundige zaken tegen het erfgoedbeleid aan te houden zodat tegenstrijdige ambities kunnen worden herkend. De onderlinge afstemming en het integraal borgen van cultureel erfgoed met de vakdisciplines moeten zorgen voor een afgewogen belangenafweging en kwaliteit. Belangen worden aan de voorzijde integraal afgewogen. Omdat er voor erfgoed geen sprake is van een omgevingswaarde (een minimumnorm, zoals bijvoorbeeld bij geluid) is goed inzicht in de cultuurhistorische waarden door middel van onderzoek van groot belang. Om bovenstaand te realiseren is het nodig om het erfgoedbeleid af te stemmen op het reeds ingezette gemeentelijke omgevingsbeleid ten aanzien van erfgoed. Om meer inzicht te krijgen in de ambitie en visie van de gemeente, zijn de volgende documenten van belang: •
Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg gemeente Nuenen 2010
•
Erfgoedverordening 2023
•
Bestemmingsplannen
•
Omgevingsvisie Nuenen
•
Structuurvisies Nuenen, Gerwen en Nederwetten
•
Landschapsvisie en Groenstructuurplan Nuenen c.a.
•
Welstandsnota
•
Wereld van Van Gogh
3.2 3.2.1
Erfgoedzorg tot nu toe Archeologiebeleid17
In 2010 heeft de gemeente een apart archeologiebeleid opgesteld. Aanleiding hiertoe was de in 2007 in werking getreden Wet op de archeologische monumentenzorg waardoor de gemeente bevoegd gezag werd inzake de zorg voor archeologische waarden. Omdat tegenwoordig onze blik op erfgoed verbreed is van een object-gerichte benadering naar een gebiedsgerichte aanpak, is een meer integrale benadering van erfgoed nodig. Dit betekent ook een mentaliteitsverandering in het denken over en de omgang met erfgoed. In deze nota geven we hier verder invulling en inhoud aan. In het beleidsplan Archeologische Monumentenzorg gemeente Nuenen 2010 zijn de volgende doelstellingen opgenomen: •
De bekende archeologische waarden worden zoveel mogelijk ontzien. In die gebieden waar kans is op de aanwezigheid van belangrijke waarden, wordt hier vroegtijdig rekening mee gehouden door ze op te nemen in het bestemmingsplan, zodat bouwprojecten e.d. het erfgoed zo min mogelijk schaden.
17 Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg gemeente Nuenen c.a. 2010.
31
•
Archeologie mag geen belemmering zijn voor ontwikkeling en gebruik van de grond; door voldoende vooronderzoek uit te voeren wordt vertraging door onverwachte vondsten voorkomen.
•
Onderzoek naar archeologie moet, waar dat kan, leiden tot kwaliteitsvolle beeldvorming en kennisvermeerdering over het verleden van de gemeente Nuenen en deze informatie moet toegankelijk zijn voor de inwoners/publiek.
Opgraving bij de Luistruik in Nuenen in 2015 (foto ODZOB). Om na te gaan waar en hoe de archeologie en cultuurhistorie momenteel geborgd is in het gemeentelijke beleid, is nagegaan welke instrumenten hiervoor ter beschikking staan en hoe deze worden toegepast. 3.2.2
Erfgoedverordening18
In de erfgoedverordening van de gemeente Nuenen 2023 (vastgesteld in 2022) zijn regels opgenomen omtrent de aanwijzing van gemeentelijke monumenten, beschermde dorpsgezichten, vergunningverlening en de rol van de gemeentelijke adviescommissie. De erfgoedverordening is vernieuwd vanwege de invoering van de nieuwe Erfgoedwet, per 1 juli 2016. De Erfgoedwet vervangt en integreert verschillende wettelijke regelingen op het gebied van het cultureel erfgoed. Naast de Erfgoedwet wordt besluitvorming over cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving op termijn geregeld via de Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt het bestaande stelsel van monumenten- en sloopvergunningen nagenoeg één-op-één overgenomen. Ook bepalingen over taken en bevoegdheden van de gemeentelijke monumentencommissies, de aanwijzing van gemeentelijke beschermde dorpsgezichten en in dat kader het opstellen van beschermende bestemmingsplannen (straks
18 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677863/1
32
omgevingsplannen) en de bepalingen over de archeologische monumentenzorg in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen gaan over naar de Omgevingswet. Ook zijn hierin regels opgenomen conform het gemeentelijke archeologiebeleid om, vooruitlopend op de noodzakelijke vastlegging van de archeologische waarden en verwachtingen in bestemmingsplannen, het archeologische bodemarchief beter te kunnen beschermen. Dit komt omdat er binnen de gemeente nog bestemmingsplannen zijn waarin de bescherming van archeologische monumenten niet is opgenomen, die na de inwerkingtreding van de Omgevingswet deel uitmaken van het (tijdelijk) omgevingsplan, is in de erfgoedverordening in een vangnetbepaling archeologie voorzien. De praktijk wijst uit dat de regels, zoals deze ten aanzien van de archeologische verwachtingsgebieden in de erfgoedverordening zijn opgenomen, vrijwel niet worden geraadpleegd door de vergunningverleners. Dit instrument lijkt dan ook niet te werken wat betreft archeologie. In het kader van het proces naar ‘anders werken’ onder de Omgevingswet is dit wel een aandachtspunt. Dan zal er immers informatie op nog veel meer aspecten (en veelal binnen kortere procedures) door de vergunningverleners moeten worden gedeeld.
Het Kostershuisje aan de Berg in Nuenen uit 1763, sinds 1972 Rijksmonument (foto heemkundekring De Drijehornick). 3.2.3
Bestemmingsplan en omgevingsvergunning
Om na te gaan of de gemeente de archeologische en cultuurhistorische waarden en verwachtingen, zoals vastgelegd in het gemeentelijke beleid uit 2010, voldoende heeft geborgd in het bestemmingsplan, is een inventarisatie van archeologie, gebouwd en aangelegd erfgoed als ook het historisch landschap gemaakt van de grootste bestemmingsplannen die binnen de gemeente Nuenen gelden. In het bestemmingsplan buitengebied uit 2018 is archeologie zowel in de toelichting als in de regels van het plan beschreven, waarbij de regels conform het vastgestelde archeologiebeleid zijn opgenomen. Dit geldt ook voor de bestemmingsplannen van de bebouwde kom van Nuenen (NuenenZuidoost 2018, Nuenen-Noordwest 2013 en Nuenen Centrum 2012). Op de gronden met een archeologische dubbelbestemming is bouwen uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk
33
zijnde, of van bepaalde werkzaamheden. Afhankelijk van het soort archeologische verwachting geldt een vrijstelling voor bouw(werkzaamheden) tot een bepaalde oppervlakte en diepte. In de bestemmingsplannen van de dorpen Nederwetten en Gerwen is vrijwel geen dubbelbestemming archeologie opgenomen. Slechts enkele delen hebben een dubbelbestemming die gebaseerd is op de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische waarden (IKAW). Voor gebouwd en aangelegd erfgoed en het historisch landschap is ook nagegaan wat er aan waarden in de bestemmingsplannen is opgenomen en beschermd door middel van regels. In het bestemmingsplan Buitengebied 2018 zijn op basis van de Verordening ruimte Noord-Brabant dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van gebieden met 'aardkundige waarden' en met 'gebieden met historische verkaveling' en als 'attentiegebied akkerbouwcomplex'. De begrenzing is afgestemd op de zonering van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Het gaat om de volgende waarden: •
Bij de aardkundige waarden gaat het om de bescherming van waarden als dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen.
•
Bij de historische verkaveling gaat het om de bescherming van de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap, herkenbaar aan waterlopen en begroeiing op perceelsgrenzen.
•
Bij het akkerbouwcomplex gaat het om de bescherming van de openheid en het reliëfrijke karakter van het akkerbouwcomplex.
De drie dubbelbestemmingen sluiten een aantal werkzaamheden uit die deze waarden kunnen schaden en staan ze uitsluitend toe op basis van een omgevingsvergunning die verleend kan worden als beoordeeld is dat de betreffende waarden niet onevenredig aangetast worden. In het bestemmingsplan Buitengebied 2018 zijn ook de beschermde dorpsgezichten opgenomen. In de bouwregels zijn karakteristieke eigenschappen van gebouwen, waaronder verschijningsvorm, gevelindeling, gevelbreedte en dakhelling vastgelegd en zijn wijzigingen hieraan uitsluitend via afwijking toegestaan waarbij advies wordt ingewonnen bij de Monumentencommissie. Ook werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op het beschermd dorpsgezicht zijn via eenzelfde constructie beschermd. De rijks- en gemeentelijke monumenten zijn opgenomen onder een functieaanduiding, omdat de bescherming van de panden geregeld is in de erfgoedverordening. Een uitzondering vormt de categorie beeldbepalende panden welke voorzien zijn van een aparte aanduiding 'beeldbepalend' pand. In de regels geldt voor deze panden een sloopverbod en bepalingen die erop gericht zijn om de cultuurhistorische waarden niet onevenredig te schaden. Ter bescherming van het zicht op de molens en de windvang van de molen De Roosdonck worden twee cirkelvormige molenbiotopen opgenomen rondom de molen.
Binnen deze zones gelden beperkingen voor het realiseren van bebouwing (met name de bouwhoogte). In de bestemmingsplannen van de dorpen Nederwetten en Gerwen is voor de cultuurhistorische waarden vrijwel niets opgenomen. In Gerwen zijn slechts drie beeldbepalende panden opgenomen. Voor deze panden geldt een sloopverbod en bepalingen die erop gericht zijn om de cultuurhistorische waarden niet onevenredig te schaden. In Nederwetten zijn twee monumentale bomen opgenomen. Hiervoor geldt een kapverbod en zijn regels opgenomen voor het behoud, beheer en herstel. In de bestemmingsplannen van de bebouwde kom van Nuenen (Nuenen-Zuidoost 2018, NuenenNoordwest 2013 en Nuenen Centrum 2012) is voor de opname van cultuurhistorische waarden uitgegaan van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (2016). Op de 34
verbeelding en in de regels van de bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost zijn echter alleen de beeldbepalende panden als functieaanduiding opgenomen; regels voor behoud van aanwezige waarden ontbreken. Voor waardevolle bomen zijn wel regels opgenomen, wat ook geldt voor het bestemmingsplan Nuenen-Noordwest. Verder cultuurhistorische waarden ontbreken in het plan van Nuenen-Noordwest. In het bestemmingsplan Nuenen Centrum zijn de (beschermde) dorpsgezichten Park, Berg en Papenvoort door middel van een dubbelbestemming op de verbeelding en in de regels opgenomen. In deze gebieden mag aan de bebouwing, zonder omgevingsvergunning, geen verandering worden aangebracht ten aanzien van diverse karakteristieken als situering, gevel, kap en kleur- en materiaalgebruik. Voorwaarde is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische waarde en het beeldbepalende karakter van de aanwezige bebouwing en de karakteristieke inrichting van het aangewezen gebied. Voor de aanwezige monumenten, waaronder beeldbepalende panden, is een beschermende regeling opgenomen, waardoor de bestaande waarden ook juridisch zijn gewaarborgd. De twee driehoekige pleinen zijn voorzien van een groenbestemming en een beschermende regeling. Ter bescherming van de aanwezige waardevolle bomen is een beschermende regeling opgenomen die het kappen en snoeien van waardevolle bomen moeilijker maakt.
De verschillende cultuurhistorische waarden binnen het dorpsgezicht Papenvoort / Houtrijk (uit Frank & Boerefijn 2001). Geconcludeerd kan worden dat de in 2010 vastgestelde archeologische verwachtingen- en waardenkaart nog niet volledig is door vertaald in de bestemmingsplannen. De bescherming van cultuurhistorische waarden is per plan zeer verschillend. Hoewel het in een aantal
35
bestemmingsplannen al redelijk goed geborgd is, geldt dit niet voor alle plannen en is het ook niet op een eenduidige wijze gebeurd. Dit vraagt dan ook om verbetering. De gemeente wil dan ook toewerken naar het benoemen van de waardevolle cultuurhistorische gebieden en objecten, welke vervolgens bescherming krijgen via regels in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Daarbij vormen de erfgoedkaart en de kennis van de lokale erfgoedinstellingen input voor het beleid. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de omgang met erfgoedwaarden geborgd worden door regels op te nemen in het omgevingsplan, die de huidige regels in de bestemmingsplannen en andere verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving vervangen. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit krijgt hierin een prominente rol om het college te adviseren over de ruimtelijke kwaliteit.
3.3
Omgevingsvisie Nuenen19
In de Omgevingsvisie Nuenen staat het toekomstbeeld van de gemeente Nuenen beschreven. De visie beschrijft de kernkwaliteiten van Nuenen, benoemt de opgaven voor de fysieke leefomgeving en hoe deze samenkomen. De omgevingsvisie is de basis voor het later op te stellen omgevingsplan. De visie geeft ook richting aan alle andere – deels verplichte – gemeentelijke programma´s en plannen. In de omgevingsvisie wordt geschetst hoe Nuenen op lange termijn groen, dorps, rustig, gezellig en gezond blijft én hoe hierbij omgegaan wordt met de verschillende opgaven. In deze visie komen de kwaliteiten en opgaven samen, wat leidt tot een visie met daarin de strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving. De keuzes in de omgevingsvisie zijn voor een groot deel op de visiekaart ingetekend. Zo is in één oogopslag te zien wat de gemeente Nuenen wil met haar omgeving op de lange termijn.
19 Omgevingsvisie Nuenen, vastgesteld door gemeente Nuenen 2021.
36
Uitsnede van de Omgevingsvisie gemeente Nuenen (https://omgevingsvisie-nuenen.ireporting.nl/).
Visiekaart van Nuenen (uit Omgevingsvisie Nuenen). Voor de uitvoering van de gestelde doelen in de Omgevingsvisie op korte en middellange termijn worden programma’s opgesteld. Dit betekent dat de programma’s betrekking hebben op de opgaven/ beleidsdoelen van de omgevingsvisie en rekening houden met de kernkwaliteiten van Nuenen. Een apart programma erfgoed wordt hierin nog niet genoemd, maar de programma’s Centrum en Toerisme en recreatie richten zich mede op de beleving en ontwikkeling van erfgoed. Bij de opgave ‘hoogwaardige woon- en leefomgeving’ wordt bijvoorbeeld de bescherming, het behoud en het versterken van de cultuurhistorische waarde van het centrum van Nuenen benadrukt, waarbij het zowel gaat om de gebouwde omgeving (monumenten en het beschermde dorpsgezicht), als de (historische) groenstructuren en het landschap. Het erfgoed van Van Gogh mag worden gezien, maar moet niet toeristisch 'uitgemolken' worden. Bij de opgave ‘robuust landschap’ wordt ook onder meer ingezet op de beleving van cultuurhistorie.
3.4
Structuurvisies gemeente Nuenen
Eerder in 2020 heeft de gemeente Nuenen de “Structuurvisie Nuenen ca., wijziging 2020” vastgesteld. De eerste versie van de structuurvisie dateerde uit 2009. In de structuurvisie formuleert de gemeente haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft zij inzicht waarop zij deze doelen tot uitvoering wil brengen. Het is een toetsingskader maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Het Ruimtelijk Casco, dat bestaat uit een kaartbeeld en toelichting, brengt het gewenste 37
structuurvisiebeleid van de hele gemeente voor de lange termijn in beeld. Hierop staan ook verschillende cultuurhistorische waardevolle gebieden aangegeven zoals de bolle akkercomplexen, molen de Roosdonck en de oude toren bij Kerkhoef. In het bijgevoegde projectenplan (bijlage Structuurvisie 2020), dat periodiek zal worden geactualiseerd, worden de ruimtelijke projecten en plannen voor de korte en middellange termijn benoemd en staat beschreven met welke instrumenten de uitvoering gestalte krijgt. Algemeen wordt in het projectenplan gesteld dat de gemeente de komende jaren sterk wil inzetten op behoud, maar vooral ook het benutten van aanwezige erfgoedwaarden voor het versterken van de kwaliteit en identiteit van de leefomgeving. Bij nieuwbouwprojecten zal de komende jaren gezocht worden naar aanleidingen en inspiratie met betrekking tot de cultuurhistorische waarde. Kwetsbare waarden worden vastgelegd in een geactualiseerde monumentenlijst, beschermde dorpsgezichten en een nieuw archeologiebeleid. Daarnaast zal de beleefbaarheid van cultuurhistorisch waardevolle plekken vergroot worden door zoveel mogelijk doorlopende paden aan te leggen.
Bij alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend, hanteert de gemeente Nuenen de Landschapsinvesteringsregeling Nuenen c.a. (2020). Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Er kan op meerdere wijze geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie maar ook in de vorm van gestandaardiseerde normbedragen (forfaitaire bedragen) per ruimtelijke ontwikkeling. Voorbeelden van fysieke inrichtingsmaatregelen zijn herstel en restauratie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, bestaande drinkpoelen, wegkruizen en groenelementen. Gedeeltelijk kan de systematiek van STIKA hiervoor gebruikt worden. Voor de investering in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zijn de specifieke restauratiekosten een aanknopingspunt. Hoe bijdragen aan erfgoed worden besteed, zou uitgewerkt kunnen worden in een kwaliteitskader voor het buitengebied (inspiratieatlas) met kwaliteit-verbeterende maatregelen.
Gelijksoortige doelstellingen gericht op het behoud en de ontwikkeling van cultuurhistorische waarden, zijn ook te lezen in de structuurvisies van de verschillende dorpen. In de structuurvisie Nuenen c.a. zijn onder meer de volgende ruimtelijke doelstellingen met betrekking tot de stedenbouwkundige en landschappelijke hoofdstructuur van de kern van Nuenen opgenomen: - de historische lintstructuur van Nuenen in stand houden en waar mogelijk versterken. - behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten en de identiteit van het gebied dienen leidend te zijn bij ontwikkelingen in het centrumgebied. Dit betreft met name het Park en de historische ‘linten’. In de Structuurvisie Nederwetten (2014) wordt ingezet op behoud en versterking van de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden van de bolle akker en op behoud van de openheid en het reliëf. In de structuurvisie van Gerwen (2011) wordt vermeld dat uitbreiding van het dorp richting Hool/Laar niet gewenst is vanwege de unieke cultuurhistorische ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit. In de gebiedsdekkende visie voor het gemeentelijke buitengebied20 zijn richtlijnen opgenomen voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties. Een eenduidige visie voor alle bebouwingsconcentraties moet voor zowel de gemeente als burgers duidelijk maken wat het wensbeeld is waarop gestuurd kan worden.
Hierdoor kunnen verzoeken efficiënt worden behandeld en is sprake van een consistente onderbouwing richting de aanvragers. De voorwaarden hebben
20 Visie Ruimte voor Ruimte – Bouwen in het buitengebied van Nuenen 2022 (vastgesteld raadsbesluit 22 september 2022): https://www.nuenen.nl/ruimte-voor-ruimte-regeling
38
betrekking op de percelen zelf, maar ook op de locatie ten opzichte van landschappelijke, cultuurhistorische en bebouwde elementen. Een Ruimte voor Ruimte-ontwikkeling gaat altijd gepaard met een goede landschappelijke inpassing in de omgeving. Hiertoe dient de initiatiefnemer zowel een beeldkwaliteitsplan als een landschapsplan in. In een cultuurhistorisch waardevol gebied draagt een plan bij aan de cultuurhistorie. De cultuurhistorische waardekaart van de provincie en het bestemmingsplan geven deze gebieden aan. Het toevoegen van bebouwing op bolle akkers en steilranden is onwenselijk vanwege de aardkundige en cultuurhistorische waarde daarvan. Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen op bolle akkers en steilranden zijn dus uitgesloten.
3.5
Landschapsvisie en groenstructuurplan
In mei 2020 is de Landschapsstudie Buitengebied Nuenen afgerond.21 Deze studie beschrijft het landschap in Nuenen en geeft richtlijnen hoe ruimtelijke projecten dienen te worden ingepast. De studie vormt een onderdeel van de toets bij aanvragen om Ruimte voor Ruimte woningen, grootschalige energieopwekking en andere bestemmingsplanwijzigingen. Een belangrijk doel van de landschapsvisie is om aanvullend aan eerder opgestelde beleidsstukken een adequaat antwoord te kunnen geven op actuele inpassingsvragen. Deze vragen kunnen op basis van de karakteristiek van de ingreep en de te verwachten impact op de omgeving ingedeeld worden in drie categorieën: relatief kleinschalig met ruraal karakter, relatief grootschalig met overwegend ruraal karakter en relatief grootschalig met industrieel karakter. In deze laatste categorie vallen de maatregelen die te maken hebben met de energietransitie; zonneweides en windturbines. Tot de eerste twee categorieën horen de bouwprojecten binnen de ‘Ruimte voor ruimte regeling’, de BiO-regeling, de realisatie van nieuwe landgoederen en diverse ontwikkelingen van recreatieve aard. Een belangrijke afweging bij deze inpassingsvraagstukken betreft het gebied waarvoor inpassing wordt gevraagd.
Voor het overgrote deel van het Nuenens buitengebied geldt dat de mogelijkheden voor toevoeging van nieuwe elementen beperkt zijn vanwege de positie binnen het Natuur Netwerk Brabant en de groenblauwe mantel. Buiten deze zones is meer mogelijk. Hier is plaats voor meer grootschalige initiatieven zoals zonnefarms en windturbines. In 2010 heeft de gemeente Nuenen een groenstructuurplan laten opstellen.22 Dit groenstructuurplan legt het belang van groen en de waardevolle elementen vast en biedt handvatten om de kwaliteiten te bewaken en ontwikkelen. Ten aanzien van de groenstructuur zijn uitgangspunten opgenomen om de uitstraling en herkenbaarhied van de gemeentelijke groenstructuur in de toekomst verder te versterken. Als landschappelijke en cultuurhistorische uitgangspunten voor de groenstructuren worden genoemd: •
De aanwezige cultuurhistorische structuren zijn een leidraad bij de ontwikkeling en inrichting van de gewenste groenstructuur.
•
De inrichting van de overgangen bebouwing – landschappelijk vindt in harmonie plaats. Dit betekent dat de kleinschaligheid behouden blijft en boomstructuren de kern met het buitengebied verbinden.
Het Groenbeheerplan 2020-2026 gemeente Nuenen23 biedt een actueel en compleet kader voor het beheer en de (her)inrichting van het gemeentelijk groenareaal. Het groen bestaat uit meerdere beheergroepen zoals bijvoorbeeld bomen, heesters, en bermen. In al deze beheergroepen worden werkzaamheden uitgevoerd om de beplanting in stand te houden. Het doel van deze werkzaamheden is het behouden van de beplanting conform beheergroep volgens een vastgesteld kwaliteitsbeeld. 21 Buitengebied gemeente Nuenen. Landschapsstudie met toolbox voor de landschappelijke inpassing van een aantal hedendaagse ruimtelijke inrichtingsopgaven (Aksis landschapsarchitecten voor Bureau Verkuylen), 2020. 22 B.T.L. Advies B.V., 2010: Groenstructuurplan gemeente Nuenen c.a. 23 KYBYS B.V., 2019: Groenbeheerplan 2020-2026 gemeente Nuenen, Boxtel.
39
Nuenen herbergt bijvoorbeeld meer dan 2300 waardevolle bomen. Enkele van deze bomen zijn zeer bijzonder en vergen extra aandacht, evenals onderhoud. Park Houtrijk is een voormalige tuin bijbehorende bij de villa ‘Houtrijk’ en functioneert als locatie om te ontspannen en recreëren voor de inwoners van Nuenen. Daarnaast bevinden zich in park Houtrijk verschillende historische bomen. Het Park is een driehoekig plantsoen in Nuenen, met een bijzondere geschiedenis. Doordat zowel park Houtrijk als het Park een prominente plaats innemen in het straatbeeld van Nuenen dienen beiden goed en op een hoog onderhoudsniveau onderhouden te worden om op een positieve manier een bijdrage te leveren aan de uitstraling van het dorp.
Uitsnede uit de Landschapsstudie buitengebied Nuenen (Aksis landschapsarchitecten voor Bureau Verkuylen).
3.6
Welstandsnota24
De welstandsnota geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. De nota bevat de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen en geeft richtlijnen voor het bouwen aan of nabij monumenten, waar het cultuurhistorisch belang moet worden meegewogen in de beoordeling. De gemeente heeft aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en zorg voor identiteit. De afwisselende landschappen, kleinschalige kernen en cultuurhistorische waarden zijn dragers van de gewenste kwaliteit. Het welstandsbeleid moet deze kwaliteit ondersteunen en waar mogelijk versterken zonder vernieuwing onmogelijk te maken. De welstandsnota moet eveneens dienen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en waar mogelijk de leefbaarheid te vergroten.
24 Welstandsnota Nuenen c.a. 2010.
40
Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld met daarin een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken, het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering. Ook wordt er een samenvatting gegeven van te verwachten of gewenste ontwikkelingen en een waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken. Dit is de grondslag voor het welstandsniveau, waarbij tevens de hoofdpunten voor de beoordeling worden genoemd. Daarna volgen de welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de adviescommissie zich binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel vormen.
Overzcht diverse welstandsniveaus in Nuenen (uit Welstandsnota 2010). 41
3.7
Wereld van Van Gogh25
Van 1883 tot 1885 woonde en werkte Vincent van Gogh in Nuenen. Nadat hij een periode in Den Haag verbleef, trok hij naar het Brabantse platteland. Hij trok in bij zijn ouders, die in Nuenen woonden, waar zijn vader dominee was. Vincent Van Gogh nam de schuur in de tuin van de pastorie in gebruik als atelier. Van Gogh was in zijn Nuenense periode zeer productief; hij maakte in twee jaar tijd circa 196 schilderijen, 286 tekeningen en waterverfschilderijen en 1 litho. Dit omvat een kwart van zijn totale oeuvre. In deze periode ontwikkelde Van Gogh zijn fascinatie voor het boerenleven. Dit komt tot uitdrukking in talrijke taferelen van het dagelijkse leven van wevers en boeren, die hij in deze periode schilderde. Ook schilderde hij geposeerde taferelen van boerenfamilies, zoals het tafereel van familie de Groot tijdens de maaltijd; later beter bekend als zijn eerste meesterwerk ‘De Aardappeleters’. Hij belichtte hierbij vooral de armoede en de harde kanten van het boeren bestaan. Op een gegeven moment verbood de pastoor de inwoners van Nuenen te poseren voor Van Gogh. Vanaf dit moment richtte hij zich op meer landschappelijke taferelen; hij schilderde vooral landschappen met korenvelden, korenschoven, knotwilgen en populierenlanen. Ook in deze landschappelijke taferelen speelden de mensen, die het land bewerkten een belangrijke rol.
De verhalen en het erfgoed van Vincent van Gogh leven niet enkel voort in zijn brieven en schilderijen, maar ook in de talrijke plekken, gebouwen, landschappen en taferelen, die nog aanwezig zijn, zoals Van Gogh ze heeft waargenomen en geschilderd. Om dit erfgoed te beschermen hebben de Provincie Noord-Brabant, de Stichting Van Gogh Brabant, drie erfgoedorganisaties en negen gemeenten, op 30 oktober 2017, het Convenant Van Gogh Monumenten ondertekend. Binnen dit convenant worden de waardevolle plekken, die samenhangen met het leven en werk van Van Gogh beschreven en krijgen de status ‘Van Gogh Monument’ toebedeeld. Hiermee wordt de gezamenlijke ambitie onderschreven om deze bijzondere locaties te behouden en in hun betekenis als Van Gogh Monument te versterken. Uiteindelijk zijn er in Noord-Brabant 39 plekken aangemerkt als Van Gogh Monument, waarvan er 19 gesitueerd zijn in Nuenen. Vrijwel al deze 19 monumenten bevinden zich binnen de historische kern van Nuenen. Zij vormen belangrijke dragers van de cultuurhistorische identiteit en belangrijke aangrijpingspunten voor ontwerp.
De structuurvisie de Wereld van Van Gogh beschrijft en verbeeldt de mogelijkheden om binnen het gebied van het Park, het Klooster en de Kloostertuin, de Berg, het Van Gogh Kerkje, de Hooidonkse Beek en het aangrenzende buitengebied met de Molen de Roosdonck, de stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en kwaliteiten te versterken; er worden uitspraken gedaan met betrekking tot de belangrijkste structuurdragers van de openbare ruimte en het aangrenzende landschap en de zonering van het gebruik naar intensiteit en gebruiksvorm. Hierbij is het streven gericht op het behoud, het versterken en het beter beleefbaar maken van de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten in het gebied en meer specifiek van het beschermde dorpsgezicht, zoals deze direct of indirect gerelateerd zijn aan het leven en werken van Van Gogh. De structuurvisie focust op de mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te verbeteren. Ruimtelijke kwaliteit in de zin van een aantrekkelijke omgeving en een decor waarin de monumentale bebouwing goed tot haar recht komt.
Het structuurbeeld zet hierbij in op een aantal doelen, die de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Nuenen en het aangrenzende landschap zullen versterken: • het versterken van de overgang van de kern van Nuenen naar het aangrenzende landschap; • het verbinden van de kern van Nuenen en het aangrenzende landschapen hiermee het beleefbaar maken van deze overgang;
25 MTD landschapsarchitecten, 2020: Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen. De Wereld van Van Gogh, ’s-Hertogenbosch.
42
• het versterken van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte in relatie tot de verkeersfunctie en in relatie tot de programmering van een aantal belangrijke gebouwen, zoals het Klooster, het Van Gogh Village Museum, het Weefhuis; • het versterken van de groene en blauwe structuurdragers van de openbare ruimte en van de bomenstructuur als belangrijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit; • het versterken van de beleving van de Van Gogh Monumenten in hun onderlinge samenhang en context (rondwandeling).
Impressie van de mogelijke herinrichting bij het Van Gogh-kerkje zoals opgenomen binnen ‘De Wereld van Van Gogh’ (bron gemeente Nuenen).
3.8
Van ambitie naar uitvoering
Bovenstaande gemeentelijke beleidsstukken geven aan dat er bestuurlijk groot draagvlak is voor behoud en ontwikkeling van het cultureel erfgoed. De gemeente streeft er dan ook naar om het erfgoed van Nuenen, Gerwen en Nederwetten in de toekomst meer te benutten en uit te dragen. Het verrijken van de gemeente met iets wat al eeuwen aanwezig is, vraagt om een duidelijke concretisering in ambities en acties in het te voeren erfgoedbeleid. Wat willen we? Wat gaan we concreet doen? Concrete stappen in drie hoofdstukken: •
Erfgoed verankeren (hoofdstuk 4);
•
Verbeteren van Erfgoedinstrumenten (hoofdstuk 5).
•
De inzet van middelen voor erfgoed vanuit de gemeente (hoofdstuk 6).
En een inspiratiehoofdstuk over versterken van het eigen karakter (hoofdstuk 7). Dit betekent overigens niet dat de gemeente die ambities ook allemaal zelf moet oppakken. Erfgoed is immers van en voor ons allemaal en daarom wordt ingezet op gedeelde verantwoordelijkheid en partnerschap. Zowel inwoners als ondernemers worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan behoud, benutting en het uitdragen van het erfgoed van Nuenen. Vooral het thema “Versterken eigen karakter” nodigt inwoners en ondernemers uit om mee te denken en uit te voeren.
43
Restaurant Olio, vroeger café vanaf 1910, aan de Moorvensedijk 2 in Gerwen (foto beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
Gemeentelijk monument langgevelboerderij Soeterbeekseweg 25 uit midden 19 e eeuw (foto Google streetview 2021).
44
4 Erfgoed verankeren In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente rekening kan houden met haar cultureel erfgoed. Wat houden de verschillende waarden precies in en wanneer is nader onderzoek noodzakelijk? Daarbij wordt ingegaan op de verantwoordelijkheden van de gemeente en hoe dit vorm kan worden gegeven? §4.2 t/m 4.5 gaat over archeologie en §4.6 t/m 4.9 over cultuurhistorie (=historisch landschap en gebouwd en aangelegd erfgoed).
4.1
Inleiding
Bij het opstellen van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met haar cultureel erfgoed door terreinen geen functie te geven die de archeologie, het gebouwde en aangelegde erfgoed of het historische landschap kunnen schaden. Artikel 13.6 Bal26 geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels op te nemen ter invulling van de specifieke zorgplicht. Voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt, zal een toereikend beschermingsregime opgenomen moeten worden in het omgevingsplan. Bij het verlenen van vergunningen wordt rekening gehouden met bekende of te verwachte erfgoedwaarden door indien nodig, eerst een onderzoek naar de waarde te laten instellen en zo nodig aan de vergunning voorwaarden te verbinden. De kosten die samenhangen met het uitvoeren van dit onderzoek en het naleven van de vergunningvoorschriften komen voor rekening van de vergunningaanvrager. De regels die worden gesteld ten aanzien van archeologie zijn gebonden aan de omvang, diepte en locatie van de beoogde bodemingrepen. Voor gebouwd en aangelegd erfgoed en historisch landschap geldt dat de regels alleen zijn gebonden aan een bepaalde locatie. De gemeente kan in het belang van de zorg voor het cultureel erfgoed regels stellen in het omgevingsplan aan archeologisch, cultuurhistorisch dan wel bouwhistorisch onderzoek.
Hiermee houdt de gemeente de inhoudelijke regie en kan ze bijvoorbeeld regelen dat lokale onderzoeksthema's meer aandacht krijgen of lokale vrijwilligers betrokken worden bij het onderzoek. Hoe zwaar de regels voor bescherming van het cultureel erfgoed gaan worden, is aan de gemeente.
Verplichtingen voor de gemeente: •
Bij het opstellen van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met haar cultureel erfgoed door een toereikend beschermingsregime op te nemen.
•
Bij het verlenen van vergunningen wordt rekening gehouden met bekende of te verwachte erfgoedwaarden door indien nodig, eerst een onderzoek naar de waarde te laten instellen en zo nodig aan de vergunning voorwaarden te verbinden.
4.2
Archeologisch onderzoeksproces
Omdat in het bodemarchief meer dan 99 % van onze nog onbekende geschiedenis is opgeslagen en het lezen van dit archief door het op te graven, maar één keer mogelijk is, moet dit goed gebeuren. Om hier zorgvuldig mee om te gaan, is er een aantal spelregels opgesteld. Deze komen samen in de cyclus van de archeologische monumentenzorg (AMZ). De AMZ-cyclus kent diverse stadia van verkennend, karterend en/of waarderend onderzoek in de vorm van bureau- en booronderzoek tot proefsleuven 26 In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
45
welke zijn vastgelegd in de protocollen en leidraden van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) (zie schema hieronder). Of het geheel of delen van deze trechterende cyclus doorlopen moet worden is per gebied en per ontwikkeling vanwege de specifieke aard van de te verwachten archeologische waarden, vrijwel altijd verschillend. Om te weten te komen of er sprake is van archeologische waarden in een gebied waar een ontwikkeling gaat plaatsvinden, is maatwerk maar bovenal lokale/regionale kennis nodig. Alleen met de nodige gebiedskennis is het mogelijk om meer te weten te komen over het verleden, zoals de vermoede Romeinse cultusplaats in het Dommeldal en de ontstaansgeschiedenis van het middeleeuwse Nuenen. De ervaring van de afgelopen jaren leert ons dat ruime archeologische kennis en praktische ervaring noodzakelijk zijn om de juiste adviezen te kunnen geven en afwegingen te kunnen maken. Daarom wordt kritisch gekeken naar de onderzoeksrapporten van uitvoerende archeologiebureaus. Zeker als het gaat om adviezen op basis van bureau- en booronderzoeken. Ondanks het feit dat bureaus gecertificeerd zijn, mankeert er vooral inhoudelijk nogal eens wat aan.
De verschillende processtappen van de archeologische monumentenzorg (Bron: Kwaliteitsnorm
46
Nederlandse Archeologie SIKB). Het selectiebesluit wordt telkens genomen na een archeologische onderzoekstap. Na elke onderzoeksfase volgt een beslismoment waarin vastgesteld wordt of de archeologische waarde in voldoende mate is vastgesteld en of deze behoudens-/onderzoekswaardig is. Centraal daarin staat de potentiële kenniswinst die daarbij te behalen valt. Het juiste gedoseerde onderzoek en bij twijfel over resultaten of interpretatie: (mee)kijken in het veld, overleg en afstemming met de archeologen van de archeologische onderzoekbureaus. Bij knelpunten, met initiatiefnemers om de tafel en zoeken naar een oplossing die recht doet aan het belang van het archeologisch erfgoed. Alleen indien behoud in de bodem niet mogelijk is, kan de gemeente eisen dat het terrein wordt opgegraven. Conform wetgeving betaald de initiatiefnemer hiervoor de kosten, inclusief de conservering van vondsten.
Doorsnee door een boomstam-waterput met een diameter van 85 cm daterend rond 1100 n. Chr., opgegraven bij de Nuenen-Luistruik in 2008 (bron: Wattenberghe 2011).
4.3
Archeologische verwachtingen- en waarden
Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de in de gemeente aanwezige archeologische waarden en archeologische verwachtingen aangegeven. Binnen het grondgebied van de gemeente Nuenen zijn acht zones van archeologische verwachtingen of waarden toegekend: 1)
(wettelijk beschermde) archeologische monumenten27
2)
gebieden met zeer hoge archeologische waarde
3)
gebieden met (hoge) archeologische waarde
27 Dit betreft momenteel alleen archeologische rijksmonumenten. Er zijn nog geen gemeentelijke archeologische monumenten aangewezen.
47
4)
historische kernen met een hoge archeologische verwachting
5)
gebieden met een hoge archeologische verwachting
6)
gebieden met een middelhoge archeologische verwachting
7)
gebieden met een lage archeologische verwachting
8)
gebieden zonder archeologische verwachting.
In het bestemmings-/omgevingsplan zullen alleen aan de categorieën 1 tot en met 7 door middel van een dubbelbestemming of aanduiding instructie- dan wel maatwerkregels verbonden moeten worden. Voor categorie 8 geldt dit niet omdat hier geen onderzoeksplicht aan is verbonden. Hieronder wordt per categorie kort ingegaan op de typering van de daartoe behorende gebieden. In bijlage 2 is een handleiding voor de archeologische beleidskaart van de gemeente Nuenen opgenomen waarmee aan de hand van een schema en stappenplan kan worden bepaald wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Een beschrijving van de archeologische vindplaatsen, onderzoeken, verwachtingen en waarden is te vinden in de toelichting op de erfgoedkaart en de bijbehorende bijlagen, zie de website https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie. 4.3.1
Wettelijk beschermde archeologische monumenten
Archeologische resten die vanuit nationaal of gemeentelijk oogpunt behouden dienen te blijven en daarom als monument beschermd zijn ingevolge de Erfgoedwet 2016 (voor Rijksmonumenten) of via een functietoedeling in het gemeentelijke omgevingsplan. Van deze gebieden staat op basis van archeologisch onderzoek of waarnemingen vast dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. De wettelijke bescherming verbiedt hier de meeste bodemverstorende activiteiten, tenzij de Minister van OCW hiervoor vooraf vergunning verleent. Op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening bestaat de mogelijkheid hieraan ook gemeentelijke archeologische monumenten toe te voegen. De gemeente Nuenen telt drie beschermde archeologische monumenten, die alle drie bij elkaar liggen, namelijk het urnenveld uit de late Bronstijd-IJzertijd bij de Gulberg-Collse Heide.
De ligging van de drie archeologische rijksmonumenten nabij Gulbergen (TOP10NL) en één van de urnen uit het urnenveld te vinden in de collectie van het Noord-Brabants Museum in Den Bosch (foto http://collectie.hetnoordbrabantsmuseum.nl/).
48
4.3.2
Gebieden van zeer hoge archeologische waarde
In deze gebieden is bij eerdere onderzoeken reeds aangetoond dat er concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. In deze gebieden is dus sprake van vastgestelde archeologische waarden, waaronder het terrein van het middeleeuwse klooster Hooidonk en de middeleeuwse kerklocaties met begraafplaatsen van Nederwetten, Gerwen en Nuenen. De archeologische resten op deze terreinen zijn geconcentreerd in deze gebieden aanwezig waardoor kleine bodemingrepen reeds grote gevolgen kunnen hebben (denk aan middeleeuwse begraafplaatsen). Het valt te overwegen een aantal van deze terreinen in de toekomst op te nemen op de lijst van gemeentelijke archeologische monumenten.
Op de plek van het middeleeuwse klooster Hooidonk zijn nog fundamenten bewaard en deels zichtbaar aan het oppervlak. Opgravingen in de jaren ’90 hebben ook veel vondsten waaronder deze aardewerken olielampjes opgeleverd (bron: heemkundekring De Drijehornick). 4.3.3
Gebieden van (hoge) archeologische waarde
Voor deze delen van de gemeente is het op basis van de reeds bekende archeologische gegevens en/of op basis van de landschappelijke of historische ligging van de terreinen vrijwel zeker dat er belangrijke archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Het betreft de delen van de gemeente die op basis van de bekende archeologische waarnemingen aantoonbaar vindplaatsen bevatten of die vanwege hun ligging een zeer grote kans op het herbergen van een vindplaats hebben.
49
Complete laatmiddeleeuwse aardewerken kan die gevonden werd in een kuil bij opgravingen in 2018 aan het Witte Hondpad in Nuenen. Het aardewerk dateert in het tijdvak 1475-1550 (Foto VUhbs bv, uit Bink 2020).
4.3.4
Gebieden met een hoge archeologische verwachting - historische kernen
De historische kernen met een hoge verwachting betreffen de van oorsprong laatmiddeleeuwse gehuchten en historische woonlinten. In deze woonkernen is in ieder geval vanaf de Late Middeleeuwen tot heden geconcentreerde bebouwing aanwezig geweest. De archeologische resten bevinden zich dan ook op geringe diepte onder het huidige maaiveld. De meeste bebouwingsresten zijn te verwachten langs de oude straten maar ook op achterterreinen kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Daarnaast weten we uit historische bronnen dat de kernen van de gehuchten door de tijd heen zijn verschoven, waardoor een grotere zone rondom de historische kernen als gebied met een hoge archeologische verwachting is aangegeven. De verwachting wordt bevestigd door de deels nog aanwezige historische bebouwing in de vorm van boerderijen.
Het gehucht Hool-Laar op de kadasterkaart van 1830; de historische bebouwing met erven is als historische kern op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen.
50
4.3.5
Gebieden met een hoge archeologische verwachting
De terreinen met een hoge verwachting buiten de dorpskernen liggen in zones van het landschap waar de meeste archeologische vindplaatsen verwacht mogen worden. De uitgestrektheid van het gebied met een hoge archeologische verwachting houdt een direct verband met de ligging van de regio op een groot aantal langgerekte vruchtbare dekzandruggen met de aanwezigheid van laaggelegen beemden en een uitgestrekt heidegebied. Deze ligging verklaart de verwachte grote archeologische rijkdom van de gemeente. Deze gebieden waren in het verleden geschikte locaties voor bewoning. Meestal gaat het hierbij om hogere zandruggen die relatief dicht bij de beken lagen. Vanaf de Late Middeleeuwen zijn deze terreinen vaak als akker gebruikt waarbij door plaggenbemesting de gronden langzamerhand zijn opgehoogd en een zogenaamd plaggendek is ontstaan. Dit ophogingspakket heeft oudere bewoningssporen vaak goed geconserveerd. Veel van de archeologische vondsten die in het verleden zijn gedaan, zijn afkomstig van deze terreinen. Ook in naburige gemeenten is vastgesteld dat vergelijkbare gebieden vaak rijk zijn aan archeologische resten. De kans op het aantreffen van relatief goed bewaarde sporen van vroegere bewoners is derhalve vrij groot.
( De gebieden met een hoge archeologische verwachting: Concentratie van archeologische vindplaatsen (rode punten) op de hogere dekzanden (oranje en bruine gebieden) ten oosten van de Dommel in Nederwetten-Nuenen (uitsnede kaart van het fysisch en archeologisch landschap van Nuenen). 51
4.3.6
Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting
Op de dekzandvlakten en in de beekdalen is de trefkans op archeologische waarden middelhoog. Deze gebieden waren in het verleden geschikt voor bewoning maar werden ook voor andere activiteiten gebruikt. Deze gebieden zijn in het verleden niet zo sterk opgehoogd als de plaggendekken, waardoor eventuele resten minder goed beschermd zijn.
Sporen van zandwinning bij het proefsleuvenonderzoek op de Kerkakkers in Gerwen (foto RAAP). 4.3.7
Gebieden met een lage archeologische verwachting
Het gaat meestal om lager gelegen en minder vruchtbare gronden. Toch werden deze gebieden incidenteel wel gebruikt. Zo kunnen hier grafvelden voorkomen, liepen er wegen en werd er vee geweid of plaggen gestoken; ook zijn er nederzettingen uit de Steentijd te verwachten. In moerassige gebieden, met vennen en beekdalen kunnen rituele deposities aanwezig zijn. De conservering van organisch materiaal (bijvoorbeeld: hout, leer en bot) in deze natte zones is bovendien erg goed. Het probleem van deze vondstcategorieën is echter dat het uiterst geringe dichtheden betreft die qua ruimtelijk beslag zeer klein zijn en geen ruimtelijk beslag hebben waardoor ze zich ook nog eens zeer lastig laten opsporen. Over het gebruik van de beekdalen is weinig bekend, en incidenteel zijn spectaculaire en bijzondere vondsten zoals bronzen bijlen of goed geconserveerd organisch materiaal aangetroffen. Om die reden zijn deze beekdalen tot speerpunt van rijksbeleid gemaakt en zijn ze niet gevrijwaard van archeologisch onderzoek. 4.3.8
Gebieden zonder archeologische verwachting
Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart vallen onder gebieden zonder archeologische verwachting: a.
gebieden waar archeologisch vooronderzoek heeft plaatsgevonden en waarbij is vastgesteld door veldonderzoek dat de archeologische verwachting of archeologische waarde niet meer aanwezig is of door middel van archeologisch onderzoek is opgegraven;
52
b.
gebieden waarvan is vastgesteld dat de bodem dermate verstoord is door ontgronding, (snel)wegen, ondergrondse leidingen, diepe sanering of diepe grondbewerking bij bepaalde gewasteelt, waardoor hier geen behoudenswaardige archeologie meer te verwachten is;
c.
grootschalige aangelegde nieuwbouwwijken.
Archeologisch onderzoek is hier niet meer nodig. Alleen losstaande en diepe archeologische sporen als waterputten, zullen hier mogelijk nog aanwezig zijn. Bij MER plichtige inrichtingsprojecten is de onderbouwing zoals in dit beleidsstuk is opgenomen, voldoende.
4.4
Onderzoeksverplichtingen archeologie
De archeologische beleidskaart geeft een vlakdekkend overzicht van alle bekende en verwachte archeologische waarden en verwachtingen binnen het grondgebied van de gemeente Nuenen waaraan het archeologische beleid van de gemeente is gekoppeld. In 2010 heeft de gemeente Nuenen al vrijstellingsgrenzen vastgesteld voor archeologisch onderzoek die gelden voor de verschillende aanwezige archeologische verwachtingen- en waarden binnen de gemeente.28 Het archeologiebeleid van 2023 borduurt hier op voort en maakt onderscheid in 8 gebiedscategorieën. De vrijstellingsgrenzen zijn bepaald voor zowel de diepte-ingreep als de oppervlakte-ingreep (zie tabel 1). Archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht zodra beide vrijstellingsgrenzen overschreden worden. Onder onderzoeksverplichting wordt de verplichting verstaan om door middel van inventariserend onderzoek de archeologische waarde te laten bepalen van een terrein waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Deze verplichting is afhankelijk van het risico dat de geplande ingreep voor het bodemarchief vormt, gemeten aan oppervlakte en diepte. Per categorie wordt het risico anders ingeschat. Hoe waardevoller het gebied of hoe hoger de trefkans, des te groter is het risico dat een beperkte ingreep schade aanricht.
Omgekeerd is er in een gebied van een minder waardevolle categorie pas bij een grote ingreep een risico op het verlies van zinvolle informatie. De systematiek is dat het al dan niet opleggen van een onderzoeksplicht eerst bepaald wordt door de oppervlakte van het plangebied, waarvoor een vergunning wordt gevraagd. Als die meer is dan de vrijstellingsdiepte voor de betreffende gebiedscategorie bepaalt vervolgens de diepte van de geplande ingreep of er een onderzoeksplicht geldt (zie bijlage 2: handleiding archeologische beleidskaart). Na het vaststellen van de waarde en het selectiebesluit kan in tweede instantie de uitvoering van een opgraving als onderzoeksverplichting worden opgelegd, of de verplichting tot het nemen van technische maatregelen welke direct gerelateerd zijn aan de werkzaamheden waarvoor de vergunning verleend wordt. Omdat de kosten van het onderzoek (tot en met deponering van vondsten en rapportage) en van de technische maatregelen voor rekening van de initiatiefnemer 29 zijn, is bij het bepalen van de grenzen voor de onderzoeksverplichting gezocht naar proportionaliteit. Er dient een redelijke verhouding te bestaan tussen het verwachte kennisrendement en de belasting voor vergunningvrager en ambtelijk apparaat.
In veel gevallen geldt dat een onderzoek op terreinen kleiner dan 250 m2 of van een beperkte gaafheid meestal weinig meerwaarde heeft, terwijl een groot aantal van de vergunningen op een dergelijke beperkte oppervlakte betrekking heeft. Uitzonderingen bevestigen echter de regel, bijvoorbeeld bij graven, deposities of kampen van jagers-verzamelaars. Deze hebben een kleine omvang, kunnen veel (nieuwe) kennis opleveren en kunnen binnen grotere gebieden aanwezig zijn.
28 Beleidsplan Archeologische monumentenzorg (inclusief erfgoedverordening) gemeente Nuenen 2010.
29 De initiatiefnemer is de aanvrager van de vergunning of de ontwikkelaar die een nieuwe ontwikkeling initieert. 53
Om te bepalen of een aanpassing van de ondergrenzen in oppervlak en diepte noodzakelijk is, is een analyse gemaakt van de archeologische onderzoeken die de afgelopen tien jaar binnen de gemeente Nuenen zijn uitgevoerd (zie hoofdstuk 6 van de toelichting op de erfgoedkaart). Daarbij is gekeken naar de geldende archeologische verwachting en of en hoe vaak de verschillende archeologische onderzoeken vondsten en/of nieuwe kennis hebben opgeleverd. Uit deze evaluatie is gebleken dat de opgenomen ondergrenzen in oppervlakte en diepte, zoals die zijn vastgesteld in 2010, naar behoren functioneren zowel vanuit het oogpunt van erfgoedbescherming als belasting voor de initiatiefnemer. Alleen bij de archeologische waarden was een kleine aanpassing nodig. Net zoals bij de archeologische verwachtingen, geldt ook bij de archeologische waarden een gradatie in waardering van waardevol naar zeer hoge waarde en tot slot beschermd monument. Deze gradatie in waardering was echter nog niet door vertaald in de ondergrenzen, waardoor het in de praktijk mogelijk was om van een middeleeuwse begraafplaats 100 m2 weg te graven zonder archeologisch onderzoek. Dat is met de aanpassing, zie hieronder, nu opgelost. Tabel 1 Categorieën en bijhorende vrijstellingsgrenzen gemeente Nuenen DubbelCat.
Naam
bestemming archeologie
1
Beschermd archeologisch monument
Ontgravingen dieper dan
Totaal te vergraven oppervlak in m2
Ja
0 cm
0 m2
2
Zeer hoge archeologische waarde
Ja
30 cm
10 m²
3
(Hoge) archeologische waarde
Ja
30 cm
100 m²
Ja
30 cm
250 m²
4 5 6
Hoge archeologische verwachting, historische kern Hoge archeologische verwachting Middelhoge archeologische verwachting
Ja Ja
30 of 50 cm (bij esdek) 30 of 50 cm (bij esdek)
500 m² 2500 m²
7
Lage archeologische verwachting
Ja
40 cm
2,5 ha
8
Geen archeologische verwachting
Nee
Vrijstelling
Vrijstelling
Categorie 1. Beschermde archeologische monumenten (blauw op de kaart) Geen vrijstelling. Hier is altijd een monumentenvergunning vereist, tenzij de richtlijnen van het specifieke monument vrijstelling geven van deze vergunningplicht. Categorie 2. Gebieden van zeer hoge archeologische waarde (donker rood op de kaart) Vanwege de aanwezige concentraties aan archeologische waarden is hier een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 10 m² en dieper gaan dan 30 cm onder maaiveld. Categorie 3. Gebieden van (hoge) archeologische waarde (licht rood op de kaart) Bij deze categorie ligt de vrijstellingsgrens op 100 m2 oppervlakte van het totaal te vergraven gebied en de diepte op 30 cm onder het maaiveld, aangezien het hier om het waardevolle delen van het bodemarchief van Nuenen gaat. Categorie 4. Historische kernen met een hoge archeologische verwachting (paars op de kaart) Bij deze categorie is de vrijstellingsgrens van de oppervlakte van het totaal te vergraven gebied verruimd tot 250 m2, aangezien het risico op verlies van waardevolle informatie hier geringer is en 54