RV Bp Kapperdoes - Bijlage 5 Bodemonderzoek
Tekst van het document
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Actualiserend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek Dubbestraat 1 te Nuenen (2103/245/SF-01, versie A)
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Actualiserend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek
in opdracht van Rezidenz De heer J. Liebregts Parklaan 81B 5613 BB Eindhoven betreffende locatie Dubbestraat 1 te Nuenen documentkenmerk 2103/245/SF versie A vestiging Nuenen datum 8 juli 2021
opgesteld door:
gecontroleerd door:
S. Francken
T.J.J. Buijs
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
Kvk-nr.
17108024
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Samenvatting In opdracht van Rezidenz heeft Tritium Advies een actualiserend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Dubbestraat 1 te Nuenen. Aanleiding voor het actualiserend bodem- en verkennend asbestonderzoek zijn de voorgenomen nieuwbouwplannen op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen en actualiseren van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging. Aanleiding voor het nader asbestonderzoek is het aantreffen van asbest in de bodem tijdens het verkennend onderzoek. Doel van het onderzoek is het bepalen van het daadwerkelijke asbestgehalte om vast te stellen of de grond verontreinigd is met asbest en het vaststellen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging met asbest. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Verkennend- en actualiserend onderzoek actualisatie zware metalen verontreiniging Uit de resultaten van onderhavig onderzoek blijkt dat de bodemverontreiniging met koper en zink (2 spots) aanwezig is over een totale oppervlakte van circa 1.100 m2 waarvan circa 350 m2 sterk verontreinigd. Uitgaande van een gemiddelde dikte van 0,5 meter wordt het sterk verontreinigd bodemvolume van de twee spots gezamenlijk geraamd op 175 m3.
Gezien de mate en omvang van de verontreiniging kan worden afgeleid dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit de risicobeoordeling blijkt dat voor het huidige en het toekomstige gebruik geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat voor zowel het huidige gebruik als het toekomstige gebruik geen tijdstip voor de start van de sanering wordt vastgesteld. Opgemerkt wordt dat de in onderhavige rapportage opgenomen geactualiseerde verontreinigingssituatie met zware metalen de verontreinigingssituatie met zware metalen zoals beschreven in de rapportage van het nader onderzoek uit 2012 [ad 3, zie tabel 2.3] vervangt. Actualisatie PAK verontreiniging In de rapportage van het nader onderzoek uit 2012 [ad 3, zie tabel 2.3] wordt geconcludeerd dat onder het puinpad (noordelijke toegangsweg) sprake is van een bodemverontreiniging met PAK. De bodemlaag welke in 2012 sterk verontreinigd was met PAK blijkt te bestaan uit meer dan 50% bodemvreemde materialen (puin) waardoor dit geen ‘bodem’ betreft. Er kan derhalve ook niet worden gesproken over een bodemverontreiniging. De onderliggende bodemlaag en de grond naast het puinpad blijken maximaal licht verontreinigd te zijn met PAK. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een bodemverontreiniging met PAK.
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Verkennend bodemonderzoek Naast de aangetoonde spots met koper en zink blijkt de grond maximaal licht verontreinigd te zijn met cadmium, kobalt, lood, nikkel en PAK. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium, dichloormethaan en minerale olie. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Voormalige stallen In het grondwater nabij de voormalige stallen is geen fosfaat aangetoond. Stikstof is aangetoond in gehalten variërend van 2,3 tot 27 mg/l. De voormalige agrarische bedrijfsactiviteiten hebben derhalve niet geleidt tot een noemenswaardige grondwaterverontreiniging met fosfaat of stikstof. Voormalige watergangen In de raai ten behoeve van het vaststellen van de voormalige watergang is geen voormalige slootbodem of dempingsmateriaal aangetroffen. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend van de bodemopbouw van de rest van de onderzoekslocatie. PFAS Na vergelijking van de resultaten met de toepassingsnorm boven grondwaterniveau (categorie 4.1.) uit het Tijdelijk handelingskader voor gebruik van PFAS houdende grond- en baggerspecie blijkt dat zowel de kleigrond als de zandgrond wordt geclassificeerd als ‘landbouw/natuur’.
Verkennend en nader asbestonderzoek In de grond aan de oostzijde van de locatie is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 200 mg/kg d.s. Het aangetoonde asbest betreft hechtgebonden en niet-hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet. Dit gehalte ligt boven de norm van 100 mg/kg d.s. Derhalve is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De totale omvang van de verontreiniging wordt geraamd op 12,5 m3. In de grond ten westen van het woonhuis is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 509 mg/kg d.s. Het aangetoonde asbest betreft hechtgebonden en niet-hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet. Dit gehalte ligt boven de norm van 100 mg/kg d.s. Derhalve is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. De totale omvang van de verontreiniging wordt geraamd op 41 m3. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de aard en omvang van de verontreinigingen met asbest afdoende zijn vastgesteld. De verontreinigingen zijn vermoedelijk grotendeels ontstaan voor 1 juli 1993 en deels ontstaan na 1 juli 1993. Echter wist de eigenaar van de locatie niet dat het asbesthoudende dak een bodemverontreiniging met asbest heeft veroorzaakt en had hij dit ook redelijkerwijs niet kunnen vermoeden. Derhalve is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) niet van toepassing.
Uit de risicobeoordeling blijkt dat geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat door het bevoegde gezag Wet bodembescherming geen saneringstijdstip zal worden vastgesteld in de beschikking ernst en spoed.
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
PCB De eroderende asbesthoudende dakconstructie heeft geen bodemverontreiniging met PCB veroorzaakt. Conclusie Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met koper, zink en asbest. De onderzoeksresultaten leveren vooralsnog een beperking op ten aanzien van de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouwplannen op de onderzoekslocatie. Geadviseerd wordt om de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en asbest, zoals vastgesteld in onderhavige rapportage, voorafgaand aan de herontwikkeling te saneren. Tevens wordt geadviseerd de tijdens het nader asbestonderzoek uit 2012 [ad 2, zie tabel 2.3] aangetoonde bodemverontreinigingen met asbest te saneren. Opgemerkt wordt dat indien de locatie wordt ontwikkeld naar de functie ‘wonen met tuin’ er rekening mee dient te worden gehouden dat doorgaans de terugsaneerwaarde ‘wonen’ gehanteerd wordt en derhalve circa over 2.400 m2 gesaneerd dient te worden. De om de locatie geschikt te maken voor de functie wonen met tuin te saneren verontreinigingen, zijn weergegeven op de saneringstekening in bijlage 2.5. Opgemerkt wordt dat dit voorafgaand aan de sanering afgestemd dient te worden met het bevoegd gezag. Hiervoor dient een BUS-melding of een saneringsplan te worden opgesteld.
Ook kan in dit stadium reeds met voorliggende rapportage een beschikking ernst en spoed worden aangevraagd bij het bevoegd gezag Wbb. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in hoofdstuk 5 van dit rapport.
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
4
2.3
Terreinverkenning
6
2.4
Bodemopbouw
7
2.5
Conclusies vooronderzoek
8
3.
Onderzoeksstrategie
9
3.1
Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek
9
3.2
Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek
10
3.2.1 Onderzoeksvragen
10
3.2.2 Onderzoeksstrategie
11
4.
Uitvoering
12
4.1
Kwalibo
12
4.2
Maaiveldinspectie
12
4.3
Inspectiegaten en boorwerk
13
4.4
Bemonstering grondwater
14
4.5
Analyses
15
5.
Analyseresultaten
18
5.1
Toetsingskader(s)
18
5.2
Parameters grond (NEN 5740)
18
5.3
Asbest in grond (NEN 5707)
20
5.4
PFAS in grond
21
5.5
Grondwater
21
6.
Verontreinigingssituatie
22
6.1
Zware metalen
22
6.2
PAK
23
6.3
Asbest
24
7.
Conclusie en aanbevelingen
26
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Bijlagen Bijlage 1:
Kadastrale gegevens
Bijlage 1.1:
Kadastrale kaart
Bijlage 1.2:
Eigendomsinformatie
Bijlage 2:
Situatietekening en verontreinigingssituatietekeningen
Bijlage 2.1:
Situatietekening
Bijlage 2.2:
Verontreinigingssituatie zware metalen
Bijlage 2.3:
Verontreinigingssituatie PAK
Bijlage 2.4:
Verontreinigingssituatie asbest
Bijlage 2.5:
Saneringstekening
Bijlage 3:
Profielbeschrijvingen
Bijlage 4:
Analyseresultaten grond
Bijlage 5:
Analyseresultaten asbest
Bijlage 6:
Analyseresultaten grondwater
Bijlage 7:
Toelichting toetsingskader(s)
Bijlage 8:
Omrekeningstabellen
Bijlage 9:
Toetsingstabellen grond
Bijlage 10:
Toetsingstabellen grondwater
Bijlage 11:
Foto’s onderzoekslocatie
Bijlage 12:
Certificaat dakplaten oostelijke loods
Bijlage 13:
Rapportage Sanscrit
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
1. Inleiding In opdracht van Rezidenz heeft Tritium Advies een actualiserend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Dubbestraat 1 te Nuenen. Aanleiding voor het actualiserend bodem- en verkennend asbestonderzoek zijn de voorgenomen nieuwbouwplannen op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen en actualiseren van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging. Aanleiding voor het nader asbestonderzoek is het aantreffen van asbest in de bodem tijdens het verkennend onderzoek. Doel van het onderzoek is het bepalen van het daadwerkelijke asbestgehalte om vast te stellen of de grond verontreinigd is met asbest en het vaststellen van de aard en omvang van de bodemverontreiniging met asbest. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld.
Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type
“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek
categorie
bron
geraadpleegd datum
contactpersoon
Kadaster online
30-04-2021
n.v.t.
kadastralekaart.com
23-03-2021
internet kadastrale gegevens
actuele terreinsituatie
BAG Viewer - Kadaster Google Maps
historische gegevens
Topotijdreis
bodeminformatie
bodematlas Provincie Noord-Brabant Omgevingsrapportage Noord-Brabant Actueel Hoogte Bestand
30-04-2021
DINOloket overig bodeminformatie
terreinverkenning
opdrachtgever
18-03-2021, 31-03-2021
Dhr. J. Liebregts
archieven Tritium Advies
23-03-2021
n.v.t.
Tritium Advies (de heer R. van der Steen)
10-05-2021
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Dubbestraat
huisnummer
1
plaats
Nuenen
kadastraal gemeente
Nuenen
sectie
D
nummers
4330, 4331, 4333, 4335, 4337, 4338
locatie oppervlak
totaal 9.827 m2
bebouwd circa 2.200 m2
huidig gebruik
agrarisch bedrijfsterrein en bedrijfsverzamelgebouw
geplande werkzaamheden
men is voornemens de huidige bebouwing te slopen en het gebied te ontwikkelen naar wonen met tuin en openbare weg.
voormalig gebruik
De huidige bebouwing stamt uit 1986. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat op de locatie voor deze datum reeds bebouwing aanwezig was. Het is niet bekend of voor deze datum reeds een agrarisch bedrijf op de locatie aanwezig was.
pagina 2 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tabel 2.2 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens toekomstig gebruik
wonen met tuin
dempingen, ophogingen,
•
De bodem op de onderzoekslocatie bevat sporen tot uiterste bijmengingen met puin.
bijmengingen met puin
•
Op de locatie is één voormalige (gedempte) watergang gesitueerd.
bodembedreigende activiteiten
Ter plaatse van de Dubbestraat 1 is in een bovengrondse dieseltank aanwezig of aanwezig
en calamiteiten
geweest.
PFAS
Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.
bodemkwaliteitskaart
•
bron: bodemkwaliteitskaart Nuenen
•
ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘achtergrondwaarde’
•
toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘achtergrondwaarde’
asbestaspecten jaartallen
toepassing
opstallen
bouwjaar 1986
terrein
aanleg onbekend
•
Ter plaatse van de Dubbestraat 1 is in het verleden (vóór 1993) veel met asbest gewerkt, waarbij asbest op maat werd gezaagd/geslepen.
•
De zuidelijke loods (voormalige stal) is voorzien van een asbestverdachte dakconstructie zonder dakgoot. Een gedeelte hiervan watert af op onverhard maaiveld.
•
Aan de achterzijde (zuidzijde) van het woonhuis is op de werkplaats/berging een asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Deze is voorzien van een afvoergoot, welke ten zuiden van de bebouwing afwatert op onverhard maaiveld.
•
De noordelijke (kleinere) lood is voorzien van een golfplaten dakbedekking. Deze is niet asbesthoudend, waardoor de afwateringszijde van deze loods niet als asbestverdacht wordt beschouwd. Een certificaat van deze dakplaten is opgenomen in bijlage 12 van onderhavige rapportage.
terreinsituatie bebouwing
woning en schuren/loodsen
maaiveld
deels onverhard (gras) en deels verhard
verhardingen
bebouwing:
vermoedelijk beton
overig:
gedeeltelijk tegels, klinkers, beton en een halfverharding van puin
installaties
geen bekend
omgeving gebruik belendende percelen
tuincentrum, openbare weg en agrarisch
bodembedreigende activiteiten
Ten zuidoosten van de zuidelijke loods/voormalige stal is een bovengrondse dieseltank
en calamiteiten
aanwezig. Deze is gesitueerd net buiten de onderhavige onderzoekslocatie.
pagina 3 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 11. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur. Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd en overige documenten en rapporten opgesteld. Voor zover relevant voor dit onderzoek is een overzicht van deze rapporten en documenten weergeven in de volgende tabel en zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2.3: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Vorsterdijk 12, Europalaan,
SRE Milieudienst
509457
30-07-2012
onderzoekslocatie 1.
verkennend onderzoek
Dubbestraat 1 2.
nader asbestonderzoek
Tritium Advies
1208/012/TB
12-10-2012
3.
nader bodemonderzoek
Dubbestraat 1
SRE Milieudienst
510533
25-10-2012
4.
saneringsplan
Econsultancy
14053502
04-09-2014
5.
asbestinventarisatie
RPS
1600576A00
28-09-2016
Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende.
pagina 4 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek [1] bleek dat de bodem op het noordelijk terreindeel (ter plaatse van de onderhavige onderzoekslocatie) verontreinigd is met zware metalen, PAK en asbest. Vervolgens zijn een nader bodemonderzoek [3] en een nader asbestonderzoek [2] uitgevoerd. Uit de resultaten van deze twee nader onderzoeken werd de navolgende verontreinigingssituatie afgeleid. PAK en zware metalen (grond) De verontreiniging met PAK en zware metalen is heterogeen van aard en bevindt zich op de (half)verharde delen van het terrein. Aan de noord- en noordoostzijde van de locatie (toegangsweg en puinpad bevinden zich twee spots met sterke PAK-verontreinigingen tot circa 1,1 m-mv. Aan de zuidzijde van de locatie, ter plaatse van de betonplatenverharding, is een sterke verontreiniging aanwezig met zink. Deze verontreiniging bevindt zich tot een diepte van circa 1 mmv. De verontreinigingen zijn verticaal niet volledig afgeperkt. De zink verontreiniging bleek gerelateerd te zijn aan de puinbijmengingen in de bodem. De omvang van de sterke PAK verontreinigingen werd geschat op 143 m3 (130 m2 x 1,1 m). De omvang van de sterke verontreiniging met zink werd geschat op circa 50 m3 (50 m2 x 1 m). Asbest RE1 (puinpaden en puinverhardingen) RE1 betrof het puinpad aan de noordoostzijde van de locatie en de westelijk gelegen inrit.
In de verhardingslaag van het puinpad aan de noordoostzijde van de locatie werd geen asbest aangetoond. In de onderliggende grond werd 57 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Aangezien het gehalte aan asbest de norm van 100 mg/kg d.s. niet overschreed was geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest. In de puinhoudende grond ter plaatse van de westelijk gelegen inrit werd in de bovengrond 282 mg/kg d.s. en in de ondergrond 363 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Aangezien de norm van 100 mg/kg d.s. aan asbest werd overschreden was sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Aangenomen werd dat de verontreiniging aanwezig was onder de gehele westelijk gelegen inrit met een oppervlakte van circa 350 m2. De verontreiniging werd aangetoond in een laagdikte van 1,2 meter. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op 420 m3. RE2 (moes)tuin In de bodem ter plaatse van en direct rondom de moestuin werd zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. De bodem ter plaatse was derhalve niet verontreinigd met asbest. RE3 centraal terreindeel tussen de loodsen In de grond ter plaatse van RE3 werd maximaal 95 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Gezien het gehalte aan asbest de norm van 100 mg/kg d.s. niet overschreed was geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest.
Wel werd opgemerkt dat het asbest zeer heterogeen in de bodem aanwezig was en derhalve niet kon worden uitgesloten dat lokaal sprake was van een verontreinigingsspot met asbest. Bij eventuele werkzaamheden in de grond ter plaatse diende hier rekening mee gehouden te worden.
pagina 5 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Ruimtelijke eenheid RE4 zuidelijk terreindeel In de grond ter plaatse van RE4 werd in vier van de vijf sleuven asbest aangetoond in gehalten variërend van 256 tot 864 mg/kg d.s. Aangezien de norm van 100 mg/kg d.s. aan asbest werd overschreden was sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Aangenomen werd dat de verontreiniging aanwezig was binnen de gehele RE met een oppervlakte van circa 1.000 m2. De verontreiniging werd aangetoond in een laagdikte van gemiddeld 0,6 meter. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op 600 m3. Verontreinigingssituatie Aangezien ter plaatse van RE 4 en een gedeelte van RE 1 de norm van 100 mg/kg d.s. aan asbest werd overschreden, werd geconcludeerd dat sprake was van een geval van ernstige verontreiniging met asbest. Opgemerkt werd dat, gezien het gebruik van het verontreinigde terreindeel als (toegangs)weg en erf, de aangetoonde asbestverontreiniging onder het besluit asbestwegen milieubeheer valt. De aanwezige verontreiniging diende derhalve gemeld te worden bij het bevoegd gezag inzake dit besluit (inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu). Geadviseerd werd in overleg te treden met het bevoegd gezag over de te nemen maatregelen.
Grondwater Tijdens het verkennend en nader bodemonderzoek werd in het grondwater ten zuiden van de verharding een sterke verontreiniging met nikkel en een matige verontreiniging met kobalt aangetoond. Rondom deze peilbuis waren drie peilbuizen geplaatst. In zuidelijke richting was nog sprake van een matige verontreiniging met nikkel. Geconcludeerd werd dat er in het grondwater geen sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De aangetoonde sterke verontreiniging met nikkel in het grondwater was buiten de onderhavige onderzoekslocatie aangetroffen. Ad 4 In 2014 is een saneringsplan opgesteld voor het saneren van de bodemverontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest. In het plan werd uitgegaan van een sanering op "conventionele" wijze, waarbij in totaal circa 1.020 m3 verontreinigde grond zou worden afgegraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. Voor zover bekend is deze bodemsanering niet uitgevoerd.
2.3 Terreinverkenning Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Uit de terreinverkenning blijkt dat aan de achterzijde van het woonhuis op de werkplaats/berging eveneens een asbestverdachte dakbedekking aanwezig is. Deze is voorzien van een afvoergoot, welke aan de zuidzijde afwatert op onverhard maaiveld.
pagina 6 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.4: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
16 m+NAP
deklaag
dikte
28 m
samenstelling
matig fijn tot uiterst fijn zand met plaatselijk leem
doorlatendheid
matig
dikte
65 m
samenstelling
matig grof tot uiterst grof zand met plaatselijk grind
doorlatendheid
goed
stijghoogte
14 m+NAP
stromingsrichting
noordwestelijk
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
noordwestelijk
1e watervoerende pakket
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
waterhuishouding oppervlaktewater
In de directe omgeving van de locatie is geen oppervlaktewater van betekenis aanwezig.
grondwaterbeschermingsbied /
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.
pagina 7 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
2.5 Conclusies vooronderzoek Gezien het feit dat asbest immobiel is, en voor zover als momenteel bekend tussen 2012 en 2021 geen noemenswaardige grondwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, worden de resultaten van het nader asbestonderzoek [2] vooralsnog als representatief beschouwd. Derhalve wordt ter plaatse van de tijdens het nader asbestonderzoek [2] onderzochte terreindelen geen asbestonderzoek noodzakelijk geacht. Op basis van de beschikbare gegevens kunnen de in de volgende tabel weergegeven deellocaties worden onderscheiden. Tabel 2.5: deellocaties deel-
omschrijving
afmeting/
locatie A
hypothese
motivatie
verdachte stoffen 1)
aantal 9.827 m2
gehele locatie
verdacht
voormalige bedrijfsactiviteiten,
NEN-parameters,
voormalige stallen en eerder
N-Kjeldahl, fosfaten
aangetoonde verontreinigingen landelijk beleid B
gedempte watergang
1 st.
verdacht
C
4 x verontreinigingsspot
4 st.
verdacht
PFAS
mogelijk verontreinigd
NEN-parameters en
dempingsmateriaal
asbest (bij puin)
actualisatie van de eerder aangetoonde grondverontreinigingen
D
oostelijk gelegen braakliggende
4.500 m2
verdacht
terreindeel en woonhuis met tuin E
zuidelijke afwateringszijde
niet eerder op asbest onderzocht
asbest
terreindeel 25 m1
verdacht
zuidelijke schuur F
PAK, zware metalen
asbesthoudend (mogelijk eroderend)
asbest
dak zonder dakgoot
afwateringspunt zuidzijde
< 10 m2
verdacht
woonhuis
asbesthoudend (mogelijk eroderend)
asbest
dak zonder dakgoot
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);
PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
PFAS
:
poly- en perfluoralkylstoffen.
pagina 8 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
3. Onderzoeksstrategie 3.1 Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017) en de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
analyses 2)
veldwerkzaamheden maaiveld-
inspectie-
boringen
inspectie
gaten
(diepte in
(diepte in
m-mv)
peilbuizen
asfalt- of
grond
grondwater
6 x NEN-g 5),
2 x NEN-gw,
2 x PFAS (30)
N-Kjeldahl,
betonboringen
m-mv)
(diameter)
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) VED-HE-NL
-
-
18 x (0,5)
2
2 x (ø 12 cm)
4 x (2,0)
fosfaten deellocatie B: gedempte watergang (1 st.) MW-1
-
-
3 x (2,0)
-
-
- 4)
-
-
4 x (ø 12 cm)
6 x met-9,
-
deellocatie C: actualisatie verontreinigingsspot (4 st.) MW-2
-
-
8 x (1,0) 4 x (2,0)
6 x PAK
deellocatie D: oostelijk gelegen braakliggende terreindeel en woonhuis met tuin (4.500 m2) VED-HE
2 richtingen,
14 x (0,5)
stroken 1,5 m
3 x (o.v.l.) 3)
-
-
-
3 x asb-g
-
-
-
-
1 x asb-g
-
-
-
-
1 x asb-g
-
deellocatie E: zuidelijke afwateringszijde zuidelijke schuur VEP
2 richtingen,
3 x (0,1)
stroken 1,5 m deellocatie F: afwateringspunt zuidzijde woonhuis VEP
2 richtingen,
1 x (0,1)
stroken 1,5 m Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VEP
:
VED-HE(-NL)
:
MW-1
:
MW-2
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern; onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig); het onderzoek naar de gedempte watergang wordt uitgevoerd op basis van een maatwerkstrategie, waarbij een raai van 3 boringen haaks op een gedempte watergang geplaatst wordt;
2)
de onderzoeksstrategie betreft maatwerk.
verklaring analyses: asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
NEN-gw
:
minerale olie); pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie);
pagina 9 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
met-9
:
standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen,
PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
N-Kjeldahl
:
gemeten som van organisch stikstof, ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+) in een monster;
PFAS (30)
:
uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van
o.v.l.
:
nikkel en zink
het Tijdelijk handelingskader. 3)
onderzijde verdachte laag (de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm).
4)
Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk bijmengingen in de grond worden aangetroffen die duiden op deze gedempte watergang, worden in overleg aanvullende analyses uitgevoerd.
5)
conform de strategie VED-HE-NL dienen vier analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn twee extra analyses opgenomen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt.
3.2 Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek Gedurende de uitvoeringsfase van het verkennend onderzoek, zoals beschreven in de navolgende paragrafen, is ter plaatse van 3 asbestinspectiegaten een gehalte aan asbest aangetoond boven de helft van de I-waarde. Om het daadwerkelijke asbestgehalte te bepalen om vast te stellen of de grond verontreinigd is met asbest en voor het vaststellen van de aard en omvang van deze eventuele bodemverontreiniging met asbest, is direct een nader onderzoek uitgevoerd. Het nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017).
3.2.1 Onderzoeksvragen Op basis van de aanleiding en het doel van het onderzoek en de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn voor het nader asbestonderzoek de volgende onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 3.2: onderzoeksvragen vraag 1.
is de bodem verontreinigd met asbest en zo ja, met welke soort?
2.
wat is de omvang van de bodemverontreiniging?
3.
wat is de oorzaak van de verontreiniging en is deze ontstaan voor 1994?
4.
zijn er contactmogelijkheden met de met asbest verontreinigde grond?
5.
is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging?
6.
is de onderzoekslocatie zonder sanering van de bodem geschikt voor het voorgenomen gebruik?
pagina 10 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
3.2.2 Onderzoeksstrategie Het nader onderzoek omvat de onderstaande werkzaamheden. Voor de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt gebruikt gemaakt van een graafmachine en schudzeef. Tabel 3.3: strategie nader asbestonderzoek strategie 1)
aantal
traject
sleuven 2)
maaiveldinspectie
(m-mv)
analyses
(l x b x d)
inspectiegat 24 (asbesthoudend materiaal in bovengrond) per vak
3 vakken
0,0 - 0,5
2 richtingen,
2 x (2,0 x 0,4 x 0,5)
3 x asbest in grond
0,5 - 1,0
stroken 1,5 m
1 x (2,0 x 0,4 x 1,0)
1 x asbest in grond
inspectiegat 32 (asbesthoudend materiaal in bovengrond) per vak
2 vakken
0,1 - 0,3
2 richtingen,
0,3 - 0,5
stroken 1,5 m
2 x (2,0 x 0,4 x 0,5) 3)
2 x asbest in grond 1 x asbest in grond 3)
inspectiegat 48 (afwateringspunt) per vak
2 vakken
0,0 - 0,1
2 richtingen,
1 x (2,0 x 0,4 x 0,1)
2 x asbest in grond,
stroken 1,5 m
1 x (2,0 x 0,4 x 0,5) 3)
1 x PCB 4) 1 x respirabele vezels
0,2 – 0,5
1 x asbest in grond 3)
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: per vak
:
vaststellen van het gehalte van de verontreiniging per homogeen vak van 50 m2 tot 200 m2.
2)
De sleuven worden in ieder geval doorgezet tot aan de onverdachte laag.
3)
Eén sleuf en één analyse voor de nader onderzoeken ter plaatse van inspectiegaten 32 en 48 worden gecombineerd.
4)
Het is bekend dat bij het aantreffen van een bodemverontreiniging met asbest ontstaan door eroderende asbestdaken, tevens sprake kan zijn van een bodemverontreiniging met polychloorbifenylen (PCB), eveneens afkomstig van de eroderende asbestdaken. Derhalve wordt deze bodemlaag aanvullend onderzocht op PCB.
Alle analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd en conform AS3000 voorbehandeld.
pagina 11 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
4. Uitvoering 4.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocollen 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018), 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) en 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
10 en 11 mei 2021
maaiveld
23 juni 2021
maaiveld
10 t/m 12 mei 2021
01 t/m 40
23 juni 2021
101 t/m 104
19 mei 2021
01 en 02
maaiveldinspectie Rik van der Steen
boorwerkzaamheden (protocol 2001) Rik van der Steen
monstername grondwater (protocol 2002) Rik van der Steen inspectiegaten (protocol 2018) Rik van der Steen
10 en 11 mei 2021 23 juni 2021
07, 08, 10, 15, 21 t/m 26, 28, 31, 32, 37, 41 t/m 48 SL01 t/m SL06
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid). Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie bij zowel het verkennend als bij het nader asbestonderzoek geschat op <50% en is daarmee onvoldoende om een uitspraak te kunnen doen over de kwantitatieve hoeveelheid asbest op het maaiveld. Tijdens de maaiveldinspecties zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
pagina 12 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
4.3 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging (met asbest). Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
asbestverdacht
overige waarnemingen en
of boring
(m-mv)
materiaal 1)
bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
actualiserend bodem- en verkennend asbestonderzoek 01
0,20 - 1,50
-
zwak puinhoudend
3,30
02
0,00 - 0,50
-
zwak puinhoudend
3,30
03
0,00 - 0,45
-
volledig puin
2,00
0,45 - 0,80
-
zwak puinhoudend
04
0,00 - 0,40
-
volledig puin
2,00
05
0,20 - 0,55
-
uiterst puinhoudend, grote stukken asbest verdacht materiaal
2,00
0,80 - 1,20
-
volledig puin
1,20 - 1,40
-
sterk puinhoudend
0,00 - 0,30
-
zwak puinhoudend
0,30 - 0,50
-
volledig puinhoudend
07
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
2,00
08
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
2,00
09
0,00 - 0,30
-
sporen puinhoudend
2,00
0,80 - 1,00
-
sporen puinhoudend
10
0,25 - 0,50
-
zwak puinhoudend
2,00
11
0,80 - 1,10
-
matig afvalhoudend, sporen puinhoudend
1,80
12
0,00 - 0,35
-
volledig puin
1,25
0,35 - 0,75
-
zwak puinhoudend
13
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
14
0,00 - 0,45
-
volledig puin
1,00
16
0,15 - 0,30
-
zwak puinhoudend
1,50
0,30 - 0,40
-
sporen puinhoudend
06
2,00
0,40 - 1,00
-
sterk puinhoudend
17
0,00 - 0,60
-
zwak puinhoudend
1,10
18
0,20 - 0,40
-
uiterst puinhoudend
1,00
21
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
22
0,00 - 0,15
-
sporen puinhoudend
1,00
0,15 - 0,50
-
sporen puinhoudend
23
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
24
0,00 - 0,50
6 stuks, 150 gram
sporen puinhoudend
1,00
25
0,00 - 0,30
-
volledig puin
1,50
0,30 - 1,00
-
zwak afvalhoudend, zwak puinhoudend
26
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
27
0,00 - 0,30
-
volledig puin
0,80
28
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
30
0,80 - 1,00
-
zwak puinhoudend
1,50
32
0,10 - 0,30
4 stuks, 22 gram
matig puinhoudend
1,00
0,30 - 0,35
-
volledig zandcement
0,35 - 0,50
-
sporen puinhoudend
pagina 13 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tabel 4.2 (vervolg): waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
asbestverdacht
overige waarnemingen en
of boring
(m-mv)
materiaal 1)
bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
actualiserend bodem- en verkennend asbestonderzoek 33
0,30 - 0,50
-
sporen puinhoudend
1,00
34
0,30 - 0,80
-
zwak puinhoudend
1,30
36
0,00 - 0,30
-
sporen puinhoudend
1,40
0,30 - 0,60
-
uiterst puinhoudend
0,60 - 0,90
-
sporen puinhoudend
37
0,25 - 0,50
-
zwak puinhoudend
1,00
38
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
2,00
41
0,00 - 0,50
-
sporen puinhoudend
0,50
42
0,00 - 0,30
-
sporen puinhoudend
0,50
44
0,10 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
45
0,10 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
46
0,10 - 0,50
-
zwak puinhoudend
0,50
47
0,10 - 0,50
-
sterk puinhoudend
0,50
101
0,30 - 0,60
-
sporen puin
1,10
102
0,00 - 0, 05
-
sporen puin
1,00
104
0,10 - 0,20
circa 60 stuks, 1,5 kg
sterk puinhoudend, sporen zinkassen
1,00
0,20 - 0,65
4 stuks, 236 gram
volledig puin
nader asbestonderzoek SL01
0,00 - 0,50
7 stuks, 232 gram
sporen puin
0,80
SL02
0,00 - 0,50
2 stuks, 28 gram
sporen puin
0,50
SL03
0,00 - 0,50
2 stuks, 21 gram
sporen puin
0,50
SL04
0,10 - 0,40
15 stuks, 161 gram
uiterst puinhoudend, matig zinkassenhoudend
0,70
0,40 - 0,70
-
sporen puin
0,10 - 0,20
circa 60 stuks, 1,5 kg
sterk puinhoudend, sporen zinkassen
0,20 - 0,65
4 stuks, 236 gram
volledig puin
SL06
1,00
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
Voormalige watergangen In de raai ten behoeve van het vaststellen van de voormalige watergang (boring 38, 39 en 40) is geen voormalige slootbodem of dempingsmateriaal aangetroffen. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend van de bodemopbouw van de rest van de onderzoekslocatie.
4.4 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.3: peilbuisspecificaties peilbuis
datum
filtertraject
grondwaterstand
pH
Ec
troebelheid
bemonstering
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(ntu)
belucht
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) 01
19-5-2021
2,30 - 3,30
1,32
6,6
583
263
ja
02
19-5-2021
2,20 - 3,20
1,47
6,7
975
79,5
ja
pagina 14 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tijdens de bemonstering van het grondwater hebben zich de volgende afwijkingen op de NEN5744 voorgedaan: •
de troebelheid van het grondwater in de peilbuizen is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen;
•
de peilbuizen zijn belucht bemonsterd. Dit kon niet anders omdat de filters van deze peilbuizen in een slecht doorlatende laag staan (klei en sterk siltig zand). Hierdoor kunnen concentraties van vluchtige verbindingen lager uitvallen. Concentraties zware metalen kunnen juist hoger uitvallen.
Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt met de afwijkingen rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.
4.5 Analyses De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Tabel 4.4: geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
analyses 1)
toelichting
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) MM01
0,20 - 0,60
18 (0,20 - 0,40), 36 (0,30 - 0,60)
MM02
0,00 - 0,50
02 (0,00 - 0,50), 10 (0,25 - 0,50),
NEN-g
uiterst puinhoudende bovengrond
NEN-g, PFAS (30) zwak tot matig puinhoudende bovengrond
32 (0,10 - 0,30), 37 (0,25 - 0,50) 02-1
0,00 - 0,50
02 (0,00 - 0,50)
10-2
0,25 - 0,50
10 (0,25 - 0,50)
32-2
0,10 - 0,30
32 (0,10 - 0,30)
37-2
0,25 - 0,50
37 (0,25 - 0,50)
MM03
0,00 - 0,50
08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,30),
koper, zink, L+H
uitsplitsing MM02
NEN-g, PFAS (30) sporen puinhoudende bovengrond
22 (0,00 - 0,15), 23 (0,00 - 0,50) MM04
0,10 - 0,75
01 (0,20 - 0,70), 19 (0,12 - 0,62),
NEN-g
bodem onder en rondom voormalige stal
NEN-g
sporen tot zwak puinhoudende ondergrond
20 (0,10 - 0,50), 35 (0,30 - 0,75) MM05
0,60 - 1,50
01 (1,00 - 1,50), 09 (0,80 - 1,00), 30 (0,80 - 1,00), 36 (0,60 - 0,90)
MM06
0,50 - 2,00
07 (1,50 - 2,00), 08 (0,80 - 1,30),
(westzijde locatie) NEN-g
26 (0,50 - 1,00), 28 (0,70 - 1,00) 16-4
0,40 - 0,90
16 (0,40 - 0,90)
zintuiglijk schone ondergrond (oostzijde locatie)
NEN-g
sterk puinhoudende ondergrond
pagina 15 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tabel 4.4 (vervolg): geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
analyses 1)
toelichting
actualisatie zware metalen verontreinigingen
deellocatie C: actualisatie verontreinigingsspot (4 st.) 05-5
0,55 - 0,80
05 (0,55 - 0,80)
met-9, L+H
05-7
1,20 - 1,40
05 (1,20 - 1,40)
met-9, L+H
06-1
0,00 - 0,30
06 (0,00 - 0,30)
met-9, L+H
30-4
0,80 - 1,00
30 (0,80 - 1,00)
met-9, L+H
17-1
0,00 - 0,50
17 (0,00 - 0,50)
koper, zink, L+H
nadere inkadering zware metalen
20-1
0,10 - 0,50
20 (0,10 - 0,50)
koper, zink, L+H
verontreinigingen
34-2
0,30 - 0,80
34 (0,30 - 0,80)
koper, zink, L+H
101-3
0,30 - 0,60
101 (0,30 - 0,60)
koper, zink, L+H
102-4
0,90 - 1,00
102 (0,90 - 1,00)
koper, zink, L+H
103-3
0,80 - 1,00
103 (0,80 - 1,00)
koper, zink, L+H
104-2
0,10 - 0,20
104 (0,10 - 0,20)
koper, zink, L+H
104-4
0,65 - 1,00
104 (0,65 - 1,00)
koper, zink, L+H
03-2
0,45 - 0,80
03 (0,45 - 0,80)
PAK, L+H
04-2
0,40 - 0,80
04 (0,40 - 0,80)
PAK, L+H
11-1
0,00 - 0,50
11 (0,00 - 0,50)
PAK, L+H
12-2
0,35 - 0,75
12 (0,35 - 0,75)
PAK, L+H
13-1
0,00 - 0,50
13 (0,00 - 0,50)
PAK, L+H
14-2
0,45 - 0,75
14 (0,45 - 0,75)
PAK, L+H
verticale afperking actualisatie PAK verontreinigingen
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 48 104-1
0,00 - 0,10
104 (0,00 - 0,10)
PCB, L+H
vaststellen PCB gehalte ter plaatse van afwateringszone
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
met-9
:
PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
PCB
:
polychloorbifenylen;
PFAS (30)
:
uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het
L+H
:
minerale olie); standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen, nikkel en zink).
Tijdelijk handelingskader; lutum en humus (organische stof).
pagina 16 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tabel 4.5: geanalyseerde monsters asbest (NEN 5707) vindplaats of
monster-
inspectiegat
code
analyses 2)
traject (m-mv)
toelichting
1)
deellocatie D: oostelijk gelegen braakliggende terreindeel en woonhuis met tuin (4.500 m2) 24
24-3
0,00 - 0,50
asb-m
24-4 32
32-6
bodemlaag met asbestverdacht materiaal
asb-g 0,10 - 0,30
asb-g
32-7
bodemlaag met asbestverdacht materiaal
asb-m
10, 37
AsbMM01
0,25 - 0,50
asb-g
zwak puinhoudende bovengrond
08, 23, 26, 42
AsbMM05
0,00 - 0,50
asb-g
sporen puinhoudende bovengrond
asb-g
meest verdachte laag
asb-g
meest verdachte laag
asb-g
vaststellen gehalte kern
deellocatie E: zuidelijke afwateringszijde zuidelijke schuur 44, 45, 46, 47
AsbMM02
0,00 - 0,10
deellocatie F: afwateringspunt zuidzijde woonhuis 48
48-1
0,00 - 0,10
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 24 SL01
SL01-1
0,00 - 0,50
SL01-2 SL02
SL02-1
asb-m 0,00 - 0,50
asb-g
SL02-2 SL03
SL03-1
horizontale afperking
asb-m 0,00 - 0,50
asb-g
SL03-2
horizontale afperking
asb-m
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 32 en 48 3) SL04
SL04-1
0,10 - 0,40
asb-g
SL04-2
SL05
SL04-3
0,40 - 0,70
asb-g
verticale afperking
SL05-1
0,00 - 0,10
asb-g
vaststellen gehalte asbest in toplaag
asb-SEM SL06
vaststellen gehalte kern
asb-m
SL06-1
0,10 - 0,20
asb-g
SL06-4 SL06-5
vaststellen risico’s vaststellen gehalte asbest
asb-m 0,20 - 0,65
asb-m
SL06-2+3
vaststellen gehalte asbest in puinlaag
asb-p
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.
2)
3)
verklaring analyses: asb-m
:
asbest in materiaal (verzamelmonster);
asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
asb-p
:
asbest in puin NEN 5898;
asb-SEM
:
respirabele vezels.
De bodemverontreinigingen met asbest ter plaatse van de inspectiegaten 32 en 48 hebben weliswaar een andere oorzaak, maar lopen zo in elkaar over dat deze als één verontreiniging wordt beschouwd.
Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-
peilbuis-
filtertraject
code
nummer
(m-mv)
analyses 1)
motivatie
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) 01-1-1
01
2,30 - 3,30
NEN-gw, N-Kjeldahl, fosfaten
onderzoek grondwater
02-1-1
02
2,20 - 3,20
NEN-gw, N-Kjeldahl, fosfaten
onderzoek grondwater
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-gw
:
N-Kjeldahl
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); gemeten som van organisch stikstof, ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+) in een monster.
pagina 17 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
5. Analyseresultaten 5.1 Toetsingskader(s) De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de reeds geldende toetsingskader(s). De analyseresultaten voor PFAS wordt tevens getoetst aan het landelijk en mits van toepassing het regionaal of lokaal beleid. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 7. In de volgende tabel is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit de Wet bodembescherming (Wbb) en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 5.1: aanduiding mate van verontreiniging volgens Wbb aanduiding in rapport
betekenis voor grond
betekenis voor grondwater
-
=
niet verontreinigd
De toetsingswaarden worden niet overschreden.
>AW of >S
=
licht verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
achtergrond- en tussenwaarde.
streef- en tussenwaarde.
>T
=
matig verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.
>I
=
sterk verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.
Tabel 5.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse volgens Bbk aanduiding in rapport
betekenis
achtergrondwaarde (AW)
Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.
wonen (Wo)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".
industrie (Ind)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".
niet-toepasbaar (NT)
Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
5.2 Parameters grond (NEN 5740) De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel.
pagina 18 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Tabel 5.3: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
toetsingsresultaten Wbb 1)
motivatie
Bbk 2)
> AW
>T
>I
uiterst puinhoudende
cadmium,
zink
koper
NT
bovengrond
lood, PAK
02 (0,00 - 0,50), 10 (0,25 - 0,50),
zwak tot matig puinhoudende
kobalt, nikkel,
-
koper,
NT
32 (0,10 - 0,30), 37 (0,25 - 0,50)
bovengrond
cadmium,
02 (0,00 - 0,50)
uitsplitsing MM02
-
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) MM01
0,20 - 0,60
MM02
0,00 - 0,50
18 (0,20 - 0,40), 36 (0,30 - 0,60)
zink
lood, PAK 02-1
0,00 - 0,50
koper,
-
Ind
zink 10-2
0,25 - 0,50
10 (0,25 - 0,50)
zink
-
-
Ind
32-2
0,10 - 0,30
32 (0,10 - 0,30)
-
-
koper,
NT
zink 37-2
0,25 - 0,50
37 (0,25 - 0,50)
MM03
0,00 - 0,50
08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,30),
sporen puinhoudende
22 (0,00 - 0,15), 23 (0,00 - 0,50)
bovengrond
01 (0,20 - 0,70), 19 (0,12 - 0,62),
bodem onder en rondom
20 (0,10 - 0,50), 35 (0,30 - 0,75)
voormalige stal
01 (1,00 - 1,50), 09 (0,80 - 1,00), 30 (0,80 - 1,00), 36 (0,60 - 0,90)
MM04
0,10 - 0,75
MM05
0,60 - 1,50
zink
-
-
Ind
-
-
-
AW
-
-
-
AW
sporen tot zwak
koper,
-
-
Ind
puinhoudende ondergrond
zink
-
-
-
AW
-
-
Ind
(westzijde locatie) MM06
0,50 - 2,00
16-4
0,40 - 0,90
07 (1,50 - 2,00), 08 (0,80 - 1,30),
zintuiglijk schone ondergrond
26 (0,50 - 1,00), 28 (0,70 - 1,00)
(oostzijde locatie)
16 (0,40 - 0,90)
sterk puinhoudende
koper, zink,
ondergrond
lood
deellocatie C: actualisatie verontreinigingsspot (4 st.) 05-5
0,55 - 0,80
05 (0,55 - 0,80)
actualisatie zware metalen
kobalt, zink
-
-
AW
05-7
1,20 - 1,40
05 (1,20 - 1,40)
verontreinigingen
zink
-
-
AW
06-1
0,00 - 0,30
06 (0,00 - 0,30)
kobalt, nikkel,
-
koper
NT
koper,
-
Ind
zink, lood 30-4
0,80 - 1,00
30 (0,80 - 1,00)
lood
zink 17-1
0,00 - 0,50
17 (0,00 - 0,50)
nadere inkadering zware
zink
-
koper
NT
20-1
0,10 - 0,50
20 (0,10 - 0,50)
metalen verontreinigingen
-
-
-
AW
34-2
0,30 - 0,80
34 (0,30 - 0,80)
zink
koper
-
Ind
101-3
0,30 - 0,60
101 (0,30 - 0,60)
zink
-
-
Ind
102-4
0,90 - 1,00
102 (0,90 - 1,00)
-
-
-
AW
103-3
0,80 - 1,00
103 (0,80 - 1,00)
-
-
-
AW
104-2
0,10 - 0,20
104 (0,10 - 0,20)
-
-
koper,
NT
zink 104-4
0,65 - 1,00
104 (0,65 - 1,00)
verticale afperking
-
-
-
AW
03-2
0,45 - 0,80
03 (0,45 - 0,80)
actualisatie PAK
PAK
-
-
Ind
verontreinigingen
04-2
0,40 - 0,80
04 (0,40 - 0,80)
-
-
-
AW
11-1
0,00 - 0,50
11 (0,00 - 0,50)
-
-
-
AW
12-2
0,35 - 0,75
12 (0,35 - 0,75)
PAK
-
-
Ind
13-1
0,00 - 0,50
13 (0,00 - 0,50)
-
-
-
AW
14-2
0,45 - 0,75
14 (0,45 - 0,75)
-
-
-
AW
-
-
-
-
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 48 104-1
0,00 - 0,10
104 (0,00 - 0,10)
vaststellen PCB gehalte ter plaatse van afwateringszone
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring afkortingen: PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen.
pagina 19 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
2)
de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden.
5.3 Asbest in grond (NEN 5707) De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 8. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.4: berekening gewogen gehalte vindplaats of
traject
monster-
inspectiegat
(m-mv)
code
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
fractie
totaal
<0,5 mm 5)
< 20 mm 1)
> 20 mm 2)
gewogen 4)
deellocatie D: oostelijk gelegen braakliggende terreindeel en woonhuis met tuin (4.500 m2) 24
0,00 - 0,50
32
0,10 - 0,30
10, 37
0,25 - 0,50
24-3 +
bodemlaag met
24-4
asbestverdacht materiaal
32-6 +
bodemlaag met
32-7
asbestverdacht materiaal
AsbMM01
zwak puinhoudende
-
140
735
875 3)
-
246
72
318 3)
(260 x 95%) -
<2
n.a.
< 2 3)
-
0,4
n.a.
0,4 3)
-
15
n.a.
15 3)
-
960
n.a.
960 3)
vaststellen gehalte kern
-
27
173
200
horizontale afperking
-
7
5
12
horizontale afperking
-
<2
4
4
54
44
98
bovengrond 08, 23, 26, 42
0,00 - 0,50
AsbMM05
sporen puinhoudende bovengrond
deellocatie E: zuidelijke afwateringszijde zuidelijke schuur 44, 45, 46, 47
0,00 - 0,10
AsbMM02
meest verdachte laag
deellocatie F: afwateringspunt zuidzijde woonhuis 48
0,00 - 0,10
48-1
meest verdachte laag
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 24 SL01
0,00 - 0,50
SL01-1 + SL01-2
SL02
0,00 - 0,50
SL02-1 + SL02-2
SL03
0,00 - 0,50
SL03-1 + SL03-2
nader asbestonderzoek ter plaatse van inspectiegat 32 en 48 SL04
0,10 - 0,40
SL04-1 +
vaststellen gehalte kern
-
SL04-2
(75 x 72%)
0,40 - 0,70
SL04-3
verticale afperking
SL05
0,00 - 0,10
SL05-1
vaststellen gehalte asbest in
SL06
0,10 - 0,20
SL06-1 +
-
6
n.a.
6
< 1,1
190
n.a.
190
146
363
509
195
355
toplaag, vaststellen risico’s vaststellen gehalte asbest
-
SL06-4 0,20 - 0,65
(170 X 86%)
SL06-2+3 + vaststellen gehalte asbest in SL06-5
puinlaag
-
160 (200 x 80%)
Opmerkingen bij de tabel: 1)
gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).
2)
gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.
3)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
4)
de vet weergegeven gehaltes betreffen een overschrijding van de interventiewaarde.
5)
naar aanleiding van het aantreffen van losse bundels is het aantal respirabele vezels bepaald. De resultaten hiervan zijn weergegeven in deze kolom.
n.a.:
niet aangetroffen
pagina 20 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
5.4 PFAS in grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing aan de gebruikte toetsingskaders van PFAS zijn weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 5.5: samenvatting toetsingsresultaten PFAS (landelijk) mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.) PFOS (som)
PFOA (som)
classificatie
overige PFAS
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) MM02
0,00 - 0,50
0,28
0,34
0,1 (PFBA)
landbouw / natuur
MM03
0,00 - 0,50
0,26
1,3
0,2 (PFHxA), 0,7 (PFHpA),
landbouw / natuur
0,3 (PFNA), 0,2 (PFDA)
Toetsing ‘handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’ De resultaten zijn tevens getoetst aan de normen uit de ‘Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’ van 2 december 2019. Hieruit blijkt dat de bovengrond aan de westelijke zijde van de locatie (MM02) in aanmerking komt voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. De bovengrond aan de oostzijde van de locatie (MM03) komt niet in aanmerking voor hergebruik binnen de deelnemende gemeenten. Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond en grondwater (scenario ‘wonen met tuin’) worden overschreden.
5.5 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 6. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 10. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.6: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis- monsternummer
code
filtertraject
toetsingsresultaten Wbb $1)
motivatie
(m-mv)
>S
>T
>I
deellocatie A: gehele locatie (9.827 m2) 01-1-1
01
2,30 - 3,30
onderzoek grondwater
barium
-
-
02-1-1
02
2,20 - 3,20
onderzoek grondwater
barium, dichloormethaan,
-
-
minerale olie
In het grondwater nabij de voormalige stallen is geen fosfaat aangetoond. Stikstof is aangetoond in gehalten variërend van 2,3 tot 27 mg/l. Vanwege de verhoogde troebelheid en het belucht bemonsteren van de peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat de resultaten in de lijn der verwachting liggen. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld. pagina 21 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
6. Verontreinigingssituatie 6.1 Zware metalen Tijdens het verkennend- en nader bodemonderzoek [1 en 3] waren reeds enkele spots met zware metalen (met name zink) in de grond aangetoond. De verontreinigingen werden gerelateerd aan de puinbijmengingen in de grond en waren heterogeen van aard. De verontreinigingen bevonden zich aan de zuidzijde van de locatie tot een diepte van circa 1 m-mv. De verontreinigingen waren nog niet volledig afgeperkt. De omvang van de sterke verontreiniging met zink werd geschat op circa 50 m3 (50 m2 x 1 m). Middels onderhavig actualiserend onderzoek is de verontreiniging met zware metalen geactualiseerd en nader in beeld gebracht. De aard en omvang van de verontreiniging zijn door middel van dit nader onderzoek afdoende vastgesteld. In bijlage 2.2 is de verontreinigingssituatie op tekening weergegeven. In de grond zijn bijmengingen waargenomen met puin. De aangetoonde gehaltes aan zware metalen hangen samen met de waargenomen bijmengingen in de grond met puin. De parameters koper en zink zijn maatgevend voor de omvang van de grondverontreiniging. De verontreinig is aangetoond over een oppervlakte van circa 1.100 m2 waarvan circa 350 m2 sterk verontreinigd is. Uitgaande van een gemiddelde dikte van 0,5 meter wordt het sterk verontreinigd bodemvolume geraamd op 175 m3.
Oorzaak en gevalsdefinitie Voor de onderhavige onderzoekslocatie is de oorzaak van de bodemverontreiniging niet bekend. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigde bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Risicobeoordeling In de Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) is het criterium uitgewerkt waarmee wordt vastgesteld of een spoedige sanering van een bodemverontreiniging noodzakelijk is. Het criterium is alleen van toepassing op verontreinigingen die voor 1987 zijn ontstaan. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld, dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Voor deze gevallen moet worden bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige of toekomstig gebruik, zodat spoedig moet worden gesaneerd.
Of er sprake is van onaanvaardbare risico’s wordt bepaald door middel van een generieke modelberekening met het programma Sanscrit (versie 2.7.3). Deze modelberekening bestaat uit 3 stappen: •
stap 1 :
vaststellen geval van ernstige verontreiniging;
•
stap 2 :
standaard risicobeoordeling;
•
stap 3 :
locatiespecifieke risicobeoordeling.
pagina 22 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
Uitgangspunten Voor de beoordeling van de risico’s zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: • •
De verontreinigingssituatie is zoals beschreven in hoofdstuk 6. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat de omvang van de sterke grondverontreiniging meer dan 25 m3 bedraagt.
•
Momenteel is de locatie in gebruik als agrarische bedrijfsterrein en bedrijfsverzamelgebouw. In de toekomst zal de locatie gebruikt worden als wonen met tuin.
•
De verontreiniging in de grond is aanwezig vanaf het maaiveld.
•
Voor de beoordeling van de humane risico’s en de ecologische risico’s is uitgegaan van de maximaal aangetroffen concentraties.
Resultaten De rapportage van de risicobeoordeling is weergegeven in bijlage 13. De resultaten zijn in de volgende tabel weergegeven. Opgemerkt wordt dat wanneer de omstandigheden in de toekomst wijzigen (bijvoorbeeld bij wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik), de risico’s opnieuw dienen te worden beoordeeld. Tabel 6.1: resultaten risicobeoordeling gebruik locatie
humaan risico
ecologisch risico
verspreidingsrisico
huidig
niet aanwezig
niet aanwezig
niet aanwezig
toekomstig
niet aanwezig
niet aanwezig
niet aanwezig
Uit de risicobeoordeling blijkt dat voor het huidige en het toekomstige gebruik geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat voor zowel het huidige gebruik als het toekomstige gebruik geen tijdstip voor de start van de sanering wordt vastgesteld.
6.2 PAK Tijdens het verkennend- en nader bodemonderzoek [1 en 3] werden ter plaatse van de noordelijke toegangsweg/puinpad twee spots aangetoond met sterke PAK-verontreinigingen tot circa 1,1 mmv. De verontreinigingen waren nog niet volledig afgeperkt. De omvang van het bodemvolume met de sterke PAK verontreinigingen werd geschat op 143 m3 (130 m2 x 1,1 m). Tijdens onderhavig actualiserend onderzoek bleek dat de bodemlaag, welke in 2012 sterk verontreinigd was met PAK, uit meer dan 50% bodemvreemde materialen (puin) bestaat en derhalve geen ‘bodem’ betreft. Er kan derhalve ook niet worden gesproken over een bodemverontreiniging. De onderliggende bodemlaag en de grond naast het puinpad blijken maximaal licht verontreinigd te zijn met PAK.
pagina 23 van 28
documentkenmerk: 2103/245/SF-01, versie A
6.3 Asbest Uit de resultaten van het nader asbestonderzoek [2] bleek dat ter plaatse van de westelijk gelegen over een oppervlakte van circa 350 m2 een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. De verontreiniging werd aangetoond in een laagdikte van 1,2 meter. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op 420 m3. Aan de zuidzijde van de locatie werd een bodemverontreiniging met asbest aangetoond over een oppervlakte van circa 1.000 m2 met een laagdikte van gemiddeld 0,6 meter. De hoeveelheid verontreinigde grond werd geraamd op 600 m3. Opgemerkt werd dat, gezien het gebruik van het verontreinigde terreindeel als (toegangs)weg en erf, de aangetoonde asbestverontreiniging onder het besluit asbestwegen milieubeheer valt. De aanwezige verontreiniging diende derhalve gemeld te worden bij het bevoegd gezag inzake dit besluit (inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu). In bijlage 2.4 is de verontreinigingssituatie op tekening weergegeven. Uit de laatste analyseresultaten van onderhavig verkennend onderzoek blijkt dat op drie plaatsen asbest is aangetoond in gehalten variërend van 318 tot 960 mg/kg d.s. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte.