CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rullen 15 - Bijlage 2 Regels

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Rullen 1511.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

R & S advies, uw partner voor o.a.: -

Omgevingsvergunning Wabo - Waterwet Wet Natuurbescherming – PAS melding Bestemmingsplannen - planologische afwijking Locatieonderzoek (plan) MER-rapportages/Vormvrije-m.e.r. Beoordeling Fysieke leefomgeving (geurhinder -luchtkwaliteit -stikstof) Juridische Advies Bedrijfsplan - Marketing

-

Planregels Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen 15’

NL.IMRO.0820.BPRULLEN15.D001

Langegracht 4b 5091 SJ Middelbeers Telnr. 013 – 514 4175 Email: algemeen@rensadvies.com

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 1 van 46

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ........................................................................................................ 4 ARTIKEL 1 BEGRIPPEN .................................................................................................................... 4 ARTIKEL 2 WIJZE VAN METEN ......................................................................................................... 14 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS ................................................................................................. 15 ARTIKEL 3 AGRARISCH MET WAARDEN – GROENBLAUWE MANTEL ........................................................... 15 ARTIKEL 4 NATUUR ...................................................................................................................... 24 ARTIKEL 5 GROEN ........................................................................................................................ 26 ARTIKEL 7 WAARDE – ARCHEOLOGIE 3B HOGE VERWACHTING MET ESDEK ................................................ 30 ARTIKEL 8 WAARDE – ARCHEOLOGIE 5 LAGE VERWACHTING .................................................................. 32 ARTIKEL 9 WAARDE – CULTUURHISTORIE AKKERBOUWCOMPLEX ............................................................

34 ARTIKEL 10 WAARDE – CULTUURHISTORISCHE VERKAVELING .................................................................. 36 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ..................................................................................................... 38 ARTIKEL 11 ANTI-DUBBELTELREGEL .................................................................................................... 38 ARTIKEL 12 ALGEMENE BOUWREGELS ................................................................................................. 39 ARTIKEL 13 ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS.......................................................................................... 40 ARTIKEL 14 ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS.......................................................................................... 41 ARTIKEL 15 ALGEMENE AANDUIDINGSREGELS ...................................................................................... 43 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ......................................................................................... 44 ARTIKEL 16 OVERGANGSRECHT ........................................................................................................ 44 ARTIKEL 17 SLOTREGEL .................................................................................................................. 45

Bijlage 1.

Landschapsplan

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 2 van 46

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 3 van 46

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen 15’ met identificatienummer NL.IMRO.0820.BPBGRullen15-D001 van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.

1.2

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

AAB Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen, voor advies inzake volwaardigheid, continuïteit en noodzaak in verband met een agrarisch bedrijf;

1.4

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

aanvaardbaar woon- en leefklimaat a. een ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: b. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; c. bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies voldaan wordt aan de wettelijke geurnormen of vastgestelde hogere geurnorm; d. bij het toestaan van nieuwe geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; e. er geen belemmeringen zijn op het gebied van externe veiligheid; f. de luchtkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie.

1.7

aan-huis-gebonden beroep een dienstverlenend beroep, publieksaantrekkend zijn,

waarvan

de

activiteiten

in

hoofdzaak

niet

dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 4 van 46

1.8

aardkundige waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de natuurlijke ontstaanswijze die nog herkenbaar is doordat aardkundige verschijnselen er nog een gave vorm hebben en/of in onderlinge samenhang voorkomen, zoals dal glooiingen, steil randen en bodemovergangen. De aardkunde heeft de - vaak trage en grootschalige - werking van de niet-levende natuur als onderwerp en omvat geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen.

1.9

achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.

1.10 agrarisch bedrijf een inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf, een overig agrarisch bedrijf. a. glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; b. veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; ▪

grondgebonden veehouderij: een veehouderij(tak) waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie;

▪

intensieve veehouderij: een veehouderij(tak) met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals varkens- , vleeskalveren-, vleesstieren, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen;

c. overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt;

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 5 van 46

d. (vollegronds)teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.11 agrarisch grondgebruik gebruik van gronden, gelegen buiten een bouwvlak, gericht op het telen van gewassen en het houden van dieren, met uitzondering van honden. 1.12 agrarisch-technisch hulpbedrijf bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking; 1.13 agrarisch verwant bedrijf bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.14 ambachtelijk bedrijf een bedrijf dat, geheel of overwegend door middel van handwerk, goederen vervaardigt, bewerkt of herstelt en installeert, alsook het verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht als ondergeschikte activiteit; 1.15 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband

met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.16 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.17 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.18 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van het bedrijf;

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 6 van 46

1.19 bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.20 beleidsregels Buitengebied in ontwikkeling de beleidsregels Buitengebied in ontwikkeling zoals vastgesteld op (gelijktijdig met bestemmingsplan vast te stellen) of de meest recente rechtsopvolger daarvan. 1.21 bestaand bouwwerk een bouwwerk dat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig is of kan worden gebouwd. 1.22 bestaand gebruik gebruik dat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig is of kan worden uitgeoefend. 1.23 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen de afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen of kunnen komen. 1.24 bestemde ammoniakemissie het bestaande aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: a.

bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; b. bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; c. bestaande diersoorten: de diersoorten, waarvoor de legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan zijn gebouwd. 1.25 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.26 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 7 van 46

1.28 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.29 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.30 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.31 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.32 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.33 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.34 bijgebouw een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.35 dierenverblijf gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daarbij behorende voorzieningen. 1.36 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen.

1.37 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.38 extensief recreatief medegebruik

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 8 van 46

de niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie. 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, ruimte vormt met meer dan één geheel of gedeeltelijke wand. 1.40 hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.41 horecabedrijf een onderneming gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.42 huishouden een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: a. De huisvesting van maximaal 4 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); b. de huisvesting van maximaal 8 ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; c.

de huisvesting van maximaal 8 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning. 1.43 kantoor een voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.44 kelder een geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk; 1.45 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een inrichting type A zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit), waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en waarbij de woning in Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 9 van 46

overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.46 landschappelijke inpassing een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen landschappelijke (ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische) landschapskwaliteiten. Dit kan door middel van: architectuur (vormgeving, situering bebouwing, materiaalgebruik), aanleg van landschappelijke en/of natuurlijke elementen al dan niet in combinatie met sloop; 1.47 landschapselementen groenelementen met landschappelijke waarden die bepalend zijn voor het omliggende landschap en in hoofdzaak bestaan uit met name inheemse beplanting in de vorm van struiken, bomen en kruidenlaag. 1.48 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.49 maaiveld de gemiddelde hoogte van het terrein ter plaatse van een gebouw/bouwwerk. 1.50 milieu hygiënisch inpasbaar een ontwikkeling is milieu hygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: a. omliggende functies niet onevenredig in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt; b. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; c.

bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies voldaan wordt aan de wettelijke geurnormen of vastgestelde hogere geurnorm; d. bij het toestaan van nieuwe geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; e. er geen belemmeringen zijn op het gebied van externe veiligheid; f. de luchtkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie; g. er geen sprake is van significant negatief effecten op Natura 2000-gebied(en); h. nieuwe functies binnen het Natuurnetwerk Brabant niet schadelijk zijn voor het natuurbeheertype ter plaatse; i. soorten die op basis van de Wet natuurbescherming beschermd zijn niet worden aangetast; j. de waterhuishouding niet onevenredig verslechtert; k. de capaciteit van de omliggende wegen voldoende is voor veilige afwikkeling van de verkeerstoename; l. er op eigen terrein voorzien wordt in de parkeerbehoefte. 1.51 nevenfunctie Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 10 van 46

een aan de hoofdfunctie ondergeschikte functie, die door de eigenaar dan wel bedrijfsvoerder van de hoofdfunctie wordt uitgeoefend al dan niet met aanvullend personeel. 1.52 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen die qua aard en omvang ondergeschikt zijn aan het bijbehorende gebouw, zoals bijvoorbeeld schoorstenen, lichtkoepels en balkonhekken. 1.53 overig agrarisch bedrijf agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt.

van

veehouderij,

1.54 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak en met ten hoogste aan één zijde een gehele of gedeeltelijke wand. 1.55 productie gebonden detailhandel en detailhandel in streek eigen producten detailhandel in al dan niet bewerkte agrarische producten afkomstig van het eigen agrarische bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek en in hoofdzaak op menselijke consumptie gerichte ambachtelijk vervaardigde en aan de streek gebonden producten. 1.56 slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk. 1.57 unit-verhuur Uitsluitend verhuur ten behoeve van opslag voor bedrijven en particulieren. Naast opslag geen andere activiteiten toegestaan. 1.58 veehouderij agrarisch bedrijf gericht op de opslag en teelt van gewassen in de vollegrond en het huisvesten van landbouwhuisdieren, niet zijnde: varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten of nertsen. 1.59 (vollegronds)teeltbedrijf agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.60 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.61 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 11 van 46

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals onder andere duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen en inlaten. 1.62 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.63 zij erf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel. 1.64 zone 'Beperkingen veehouderij' zone waar beperkingen gelden voor vestiging en uitbreiding van en omschakeling naar intensieve veehouderij. 1.65 zonneveld Grondgebonden opstelling van zonnepanelen voor het opwekken van duurzame energie / zonne-energie. 1.66 zorgvuldige dialoog het voeren van overleg met de directe omgeving waarbij: a. de initiatiefnemer alle eigenaren en huurders binnen een straal van 500 m vanaf de locatie van de beoogde ontwikkeling benaderd aan een vorm van overleg deel te nemen; b. de beoogde ontwikkeling door de initiatiefnemer aan de deelnemers aan het overleg wordt toegelicht; c. de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld op de beoogde ontwikkeling te reageren; d. de initiatiefnemer, tijdens het overleg of op een later vervolgoverleg met de deelnemers, aangeeft: 1.

met welke opmerkingen in het plan rekening gehouden kan/zal worden; 2. met welke opmerkingen in het plan geen rekening gehouden kan/zal worden en waarom niet; e. de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld hun tevredenheid kenbaar te maken over de wijze waarop hun opmerkingen al dan niet zijn verwerkt in de plannen; f. de initiatiefnemer een schriftelijk verslag opstelt van de het gevoerde overleg met de omgeving en dit aan de deelnemers van het overleg toestuurt; g. de deelnemers binnen 3 weken na verzending van het verslag schriftelijk kunnen reageren richting de initiatiefnemer; h. de initiatiefnemer het verslag samen met eventuele schriftelijke reacties indient bij de aanvraag omgevingsvergunning.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 12 van 46

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 13 van 46

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2

bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.

2.3

bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4

breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.

2.5

dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.6

goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.7

inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8

oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.9

verkoopvloeroppervlakte de vloeroppervlakte van een ruimte waar producten verkocht worden, voor zover vrij toegankelijk voor de klant.

2.10

vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 14 van 46

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel

3.1.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Groenblauwe Mantel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (vollegronds)teeltbedrijven; b. agrarisch grondgebruik; c. behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en natuur- en landschapswaarden; d. wonen in bedrijfswoningen, voor zover op basis van lid 3.2 een bedrijfswoning toegestaan, daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; alsmede voor: e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij': tevens een grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij; f. ter plaatse van de aanduiding ‘maximale oppervlakte bedrijfsgebouwen’, tevens maximaal 7.039 m2 bedrijfsgebouwen. g. nevenactiviteiten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', tenzij in de regels anders is vermeld, en uitsluitend: 1. voor zover genoemd in 3.1.2, dan wel 2. aan een melding als bedoeld in 3.2 met daaraan ondergeschikt: h. extensief recreatief medegebruik; en: i.

j.

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en toegangswegen; erftoegangswegen voor aangrenzende bestemmingen;

Een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 15 van 46

3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving a Voorzieningen binnen en buiten bouwvlak Voor voorzieningen voor het eigen agrarisch bedrijf, zoals mestsilo's, sleufsilo's, paardenbakken, opslag, waterbassins, permanente teeltondersteunende voorzieningen e.d. gelden de volgende bepalingen: 1. de voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b Agrarisch bouwvlak Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is één agrarisch bedrijf toegestaan. c Agrarisch bedrijf Als agrarisch bedrijf is uitsluitend een (vollegronds) teeltbedrijf toegestaan, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'veehouderij' tevens een is toegestaan een agrarisch bedrijf gericht op het huisvesten van landbouwhuisdieren, niet zijnde: varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten of nertsen, uitsluitend voor de ter plaatse toegestane diersoort(en) (omgevingsvergunning milieu c.q. melding in het kader van het activiteitenbesluit); d Bedrijfswoning Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning met daarbij behorende bijbehorende bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' géén bedrijfswoning is toegestaan; 2.

ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met deze aanduiding aangegeven aantal woningen als maximum aantal bedrijfswoningen geldt. e Perceelsontsluitingen Verhardingen voor perceelsontsluitingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' alsmede tussen de voorzijde van de aanduiding 'bouwvlak' en de openbare weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt. f Aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 16 van 46

1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m²; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woon- en bedrijfsomgeving; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner. g Productiegebonden detailhandel en detailhandel in streek eigen producten Productiegebonden detailhandel en detailhandel in streek eigen producten is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 100 m2 bedraagt. h Opslag Unit-verhuur ten behoeve van opslag, niet zijnde gevaarlijke stoffen, aan particulieren en bedrijven is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 2.251,5 m². In de opslag-units mogen geen andere activiteiten dan opslag-activiteiten plaatsvinden; i Staat van niet-agrarische nevenactiviteiten Naast de overige in 3.1.2 opgenomen nevenactiviteiten zijn uitsluitend de volgende nietagrarische nevenactiviteiten toegestaan.

De nevenactiviteiten zijn uitsluitend ter plaatse van de ‘specifieke aanduiding’ toegestaan met de hierna aangegeven aanduiding en wel alleen voor de activiteiten en in de maximale omvang zoals die voor de betreffende locatie hierna staan vermeld: Afkorting Aanduiding

Activiteit

Adres

(sa-uv)

Opslag van particulieren en bedrijven Kantoorfunctie ‘Heihoef Farming’ Productontwikkeling – Heihoef Farming Educatieruimte

Rullen 15

Max. oppervlakte bedrijfsbebouwing in m2 2251,5 m2

Rullen 15

300 m2

Rullen 15

108 m2

Rullen 15

76 m2

Detailhandel, streekproducten

Rullen 15

103 m²

(k) (po) (sa-edu) (sa-dh)

Specifieke vorm van agrarisch ’unit-verhuur’ Functieaanduiding ‘kantoor’ Functieaanduiding ‘productontwikkeling’ Specifieke vorm van agrarisch ‘educatie’ Specifieke vorm van agrarisch ‘detailhandel’

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 17 van 46

3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Binnen bouwvlak Voor bouwwerken binnen een bouwvlak gelden de volgende regels: a. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; b. per bouwvlak is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan, tenzij met de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' of de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. voor bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, geldt het volgende:

Max. inhoud (per bouwvlak) Max. opp (per bouwvlak) Max. goothoogte Max. bouwhoogte Min. / max. dakhelling

Bedrijfsgebouwen

Bedrijfswoning

-

750 m3

Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning -

-

90 m2

4,5 m 10 m 12°/45°

3m 6m 12°/45°

6m 10 m 12°/45°

d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: 1. In het algemeen geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde vóór de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning maximaal 1 m bedraagt. Daarnaast geldt het volgende: a. De bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m. b. De bouwhoogte van sleufsilo's bedraagt maximaal 2,5 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 6 m. 2. Het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde met een bebouwde

oppervlakte groter dan 100 m2 kan uitsluitend worden toegestaan onder de voorwaarde dat voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwvlak.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 18 van 46

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Vergroting dierenverblijven veehouderij a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder d om de uitbreiding van dierenverblijven, enkel ten behoeve van een grondgebonden veehouderij, toe te staan met inachtneming van het volgende: b. medewerking wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn vastgesteld, zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; c. afwijking is uitsluitend mogelijk indien de ontwikkeling milieu hygiënisch inpasbaar is; d. medewerking wordt slechts verleend indien is aangetoond dat de kans op geurhinder, waarbij uitsluitend de achtergrondbelasting wordt beschouwd, op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; e.

medewerking wordt slechts verleend indien is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m³; f. medewerking wordt slechts verleend indien een zorgvuldige dialoog is gevoerd met de omwonenden, voorafgaand aan de definitieve planvorming en gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling, en waarvan een schriftelijk verslag beschikbaar is; g. op de gronden met de aanduiding 'overige zone - en veehouderij' wordt medewerking slechts verleend indien - met behulp van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en Nadere regels zoals op basis van de Omgevingsverordening NoordBrabant zijn vastgesteld, zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag - is aangetoond dat het bedrijf in voldoende mate grondgebonden is. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is ten hoogste 1 bedrijf toegestaan; b. wijziging van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen is uitsluitend toegestaan indien: 1.

de wijziging vergund is door middel van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of diens voorganger: de Natuurbeschermingswet 1998), of het bevoegd gezag verklaard heeft dat een vergunning op grond van de Wet Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 19 van 46

c. d. e. f.

g. h.

i.

natuurbescherming (of diens voorganger: de Natuurbeschermingswet 1998) niet noodzakelijk is, dan wel; 2. de wijziging niet leidt tot een toename van stikstofdepositie vanaf de betreffende veehouderij of een toename van stikstofdepositie niet leidt tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000; de vestiging van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor geitenhouderij is niet toegestaan; de vestiging van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdierhouderij is niet toegestaan; het uitbreiden van de oppervlakte aan dierenverblijven voor overige veehouderij is niet toegestaan; het gebruik van meer dan één bouwlaag van gebouwen voor het houden van vee is niet toegestaan, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; mestverwerking en -vergisting zijn uitsluitend toegestaan voor dierlijke meststoffen van dieren van het eigen bedrijf; de verkoopvloeroppervlakte in gebruik voor detailhandel in streek eigen producten, evenals varkensvlees van het Heihoef-concept , als nevenactiviteit bedraagt ten hoogste 100 m2; het gebruik van vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoningen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan.

3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend met het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing; b. In afwijking van het bepaalde onder a mag het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de aangewezen gronden binnen het bouwvlak alleen toegestaan, indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het plan is aangelegd conform het plan ‘Landschappelijke inpassing’ en aldus in stand wordt gehouden. Onder landschappelijke inpassing wordt in deze planregels verstaan de ‘Landschappelijke inpassing’ zoals opgenomen in Bijlage 1.

3.4.3 Voorwaardelijke verplichting inrichting Natuur (EVZ) a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en duurzame instandhouding van de enkelbestemming Natuur (EVZ) zoals opgenomen in de verbeelding;

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 20 van 46

b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt mits binnen een termijn van twee jaar na het in gebruik nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving de aanleg van de enkelbestemming Natuur (EVZ zijnde 2.500 m²) zoals opgenomen op de verbeelding is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. 3.4.4 Voorwaardelijke verplichting akoestische maatregelen a. Het uitschuren van de landbouwproducten vindt nooit op dezelfde dagen plaats als het inschuren; b. Het in- of uitschuren van verschillende landbouwproducten (aardappels etc.) vindt niet op dezelfde dagen plaats, aangezien dit seizoensgebonden is; c. Er worden uitsluitend voertuigen met producten, welke worden ingeschuurd (aardappels) gewogen; d. Het inkuilen van maïs (één dag per jaar, najaar) vindt niet op dezelfde dag plaats als het aanvoeren van het gras, aangezien dit seizoensgebonden is. 3.4.5 Voorwaardelijke verplichting infiltreren hemelwater a.

b.

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken en erfverharding overeenkomstig de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en duurzame instandhouding van een waterinfiltratievoorziening; In afwijking van het bepaalde onder a mogen de bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt mits binnen een termijn van één jaar na het in gebruik nemen van de bouwwerken en/of erfverharding, het hemelwater (60 mm/m² verharding (daken en/of erf-verharding)) moet kunnen infiltreren in een wadi van 100 m² met een diepte van maximaal 80 cm-mv (totaal waterbergingscapaciteit 80 m³) en duurzaam in stand wordt gehouden.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijking nevenfunctie Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 om nevenfuncties bij het agrarisch bedrijf toe te staan, met dien verstande dat: a. de agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. de volgende nevenfuncties zijn toegestaan; 1. vergroting oppervlakte duurzame energieproductie in de vorm van zonne- energie voor derden; 2. vergroting van de oppervlakte statische opslag in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 21 van 46

c. detailhandel in streek eigen producten uitsluitend is toegestaan tot een maximum van 103 m² voor zover ondergeschikt aan en ten dienste van de functies als genoemd onder a en b. d. educatie uitsluitend is toegestaan tot een maximum van 76 m² voor zover ondergeschikt aan en ten dienste van de functies als genoemd onder a en b.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden Groenblauwe mantel zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; b. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, veranderen of dempen van waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 3.6.2 Uitzondering aanlegverbod Het verbod als bedoeld in lid 3.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.6.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.6.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige landschapswaarden.

aantasting

plaatsvindt

van

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

de

aanwezige

natuur-

Pagina 22 van 46

en

3.7 Wijzigingsbevoegdheden 3.7.1 Ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om - indien sprake is van een algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf - vervolgfuncties toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de vervolgfunctie dient te bestaan uit één van de volgende activiteiten: o o o o o

1. alternatieve voedselproductie; 2. duurzame energieproductie in de vorm van zon-, wind- en/of biomassaenergie, uitgezonderd mestbewerking voor derden; 3. vrijetijdsbesteding; 4. bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 5. Wonen.

b. na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe gebouwen gebouwd mogen worden en bestaande gebouwen niet mogen worden uitgebreid; c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat nieuwe gebouwen zijn toegestaan indien er gebouwen gesloopt worden, met dien verstande dat: o o

1. ten hoogste 75% van de gesloopte oppervlakte mag worden terug gebouwd; 2. met de sloop geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden (met de aanduiding 'karakteristiek') gemoeid zijn;

d. de vervolgfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. de waarden zoals genoemd in lid 3.1 onder c niet onevenredig worden aangetast; f. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal bedrijfswoningen; g. in afwijking van het bepaalde onder e, is woningsplitsing in maximaal 2 woningen mogelijk bij rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden, met dien verstande dat de inhoud per woning ten minste 200 m3 bedraagt; h. bij de wijziging wordt een aanduiding opgenomen, waarmee wordt aangegeven dat het voormalige bedrijfsbebouwing betreft: i. de omvang van het bestemmingsvlak voor de vervolgfunctie mag ten hoogste 5.000 m2 bedragen; j. door middel van een inrichtingsplan dient aangetoond te worden dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing conform de richtlijnen uit het landschapsontwikkelingsplan de Peel en een toename van ruimtelijke kwaliteit van het gebied conform de richtlijnen uit Landschapsinvesteringsregeling; k. deze wijzigingsbevoegdheid kan niet worden toegepast in situaties waarbij gebruik is gemaakt van een subsidieregeling voor sanering of verplaatsing.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 23 van 46

Artikel 4 Natuur 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bosbouw en houtproductie; b. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag mogen geen bouwwerken worden gebouwd; 4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. lawaaisporten zijn niet toegestaan; b. verblijfsrecreatie is niet toegestaan. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; b. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, veranderen of dempen van waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 4.4.2 Uitzondering aanlegverbod Het verbod als bedoeld in artikel 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 24 van 46

4.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.5.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 25 van 46

Artikel 5

Groen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden (zie bijlage 1); b. behoud, herstel en ontwikkeling van de biotopen van flora en fauna; c. behoud en bescherming van aardkundige waarden; d. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; e. agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; f. doeleinden van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals (on)verharde paden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: 5.2.2 Nutsvoorzieningen In afwijking van het voorgaande zijn ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' nutsvoorzieningen toegestaan, uitsluitend met de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen: a. de bouwhoogte bedraagt de bouwhoogte voor erfafscheidingen maximaal 1 m.

5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten, (chemisch) afval en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en/ of opstallen; b. verblijfsrecreatieve doeleinden zoals lig- en/of speelweide, staanplaats voor onderkomens of kamperen; Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 26 van 46

c. voor agrarische doeleinden; d. het aanleggen van drainage; e. het betreden met en beproeven van of racen of crossen met motoren of motorvoertuigen (lawaaisporten); 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op en in de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. het aanleggen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2; b. aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen; c. afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; d. diepploegen en diepwoelen van de bodem; e. dempen van poelen, sloten en greppels; f. vellen of rooien van houtgewas; g. het wijzigen van de perceelsindeling, beplantingselementen is aangegeven.

zoals

door

sloten,

greppels

en

5.4.2 Beoordelingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 5.4.1 alleen indien door de in sublid 5.4.1 genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 5.4.3 Uitzonderingen vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 5.4.1 is vereist voor: a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschapsen natuurwaarden; c. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 27 van 46

Artikel 6

Waarde – Archeologie 2 archeologische waarde

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2 Archeologische waarde' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk binnen een bouwvlak, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand gebouw aanwezig is dan wel aanwezig is geweest. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 28 van 46

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 Archeologische waarde' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen met meer dan 2 m en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 6.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. binnen een bouwvlak worden uitgevoerd, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand bouwwerk aanwezig is of is geweest.

6.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 29 van 46

Artikel 7

Waarde – Archeologie 3b hoge verwachting met esdek

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3b Hoge verwachting met esdek' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk binnen een bouwvlak, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand gebouw aanwezig is dan wel aanwezig is geweest. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 30 van 46

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3b Hoge verwachting met esdek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen met meer dan 2 m en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 7.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; binnen een bouwvlak worden uitgevoerd, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand bouwwerk aanwezig is of is geweest.

7.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

Pagina 31 van 46

Artikel 8

Waarde – Archeologie 5 lage verwachting

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5 Lage verwachting' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 10.000 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk binnen een bouwvlak, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand gebouw aanwezig is dan wel aanwezig is geweest. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5 Lage verwachting' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: Regels bestemmingsplan ‘Buitengebied , herziening Rullen 15’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14541215/1