Rullen 15 - Bijlage 13 Ruimtelijke onderbouwing - Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
25
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770 aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. De habitat van de levendbarende hagedis wordt niet verstoord met de werkzaamheden. Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmte minnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Overwintering vindt gewoonlijk plaats op het land. Bepaalde amfibieën zouden voor kunnen komen in het plangebied, ook in landfase. Deze zouden zich in de erfbeplanting en in de tuinen van het plangebied kunnen schuilhouden tussen de beplanting, tussen opgeslagen materialen en ingegraven in de grond. De te bebouwen locaties binnen het plangebied zullen eventueel voorkomende niet verstoren omdat de bouw zal plaatsvinden op een ondergrond van gebroken puin (loods), momenteel in gebruik als akker (rundveestal en mestsilo) en gazon (stro opslag).
De aanwezige waterpoel in het westen en het Kamerven op 1 kilometer afstand ten oosten van het plangebied blijven tijdens de werkzaamheden onaangetast, Het voorkomen van alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker in het plangebied is uitgesloten vanwege de intensief bewerkte en bemeste directe omgeving. De waargenomen levendbarende hagedis komt volgens RAVON komt met name voor in heide, veengebieden, bossen en struweel. Het ontbreekt in het plangebied aan geschikt habitat voor reptielen zodat het voorkomen ervan is uit te sluiten. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Om vestiging van pionier soorten zoals rugstreeppadden binnen het plangebied te voorkomen, dient het ontstaan van poeltjes of plassen binnen het plangebied in het voortplantingsseizoen (april-september) van de rugstreeppad te worden voorkomen. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van nachtvlindersoorten. Er zijn 2 libellensoorten en 2 dagvlindersoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Soort Bosbeekjuffer Gevlekte witsnuitlibel
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km
Grote vos
0-2 km
Kleine ijsvogelvlinder
0-2 km
Soortgroep en habitat Libellen, bosbeken Libellen, laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Dagvlinder, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wild kamperfoelie
Overige soorten Er is de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied waarneming van een beschermde soort. Deze is terug te vinden in de onderstaande tabel. Soort Vermiljoenkever
Afstand plangebied 0-2 km
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Soortgroep en habitat Kever, rottend hout
26
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770 Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Amfibieën, reptielen en vissen zullen niet verstoord worden ten gevolge van de werkzaamheden. Vanwege de nabijgelegen agrarische percelen ontbreekt het aan de geschikte habitattypes voor reptielen. In het invloedsgebied van de ingreep ontbreekt het oppervlaktewateren waar beschermde vissen van afhankelijk zijn. De aanwezige waterpoel zal niet worden beïnvloed door de voorgenomen werkzaamheden. De knotwilgen blijven behouden. Beschermde amfibieën, zoals de alpenwatersalamander, zouden in de tuinen rond het plangebied voor kunnen komen. Met de ingreep wordt echter geen essentieel leefgebied van beschermde amfibieën verstoord. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat.
Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
5.3 Houtopstanden Volgens artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de gedeputeerde staten. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Er zijn binnen het plangebied geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Wet natuurbescherming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
27
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770
6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er mogelijk beschermde flora en fauna in het invloedsgebied van de ingreep voorkomen. Kleine marterachtigen en bepaalde amfibieën zouden onder de hagen van de gecultiveerde tuinen en erfbeplanting voor kunnen komen. Met de bouw van de rundveestal, stro opslag, sleufsilo en loods gaat echter geen leefgebied van beschermde soorten verloren. De gecultiveerde tuinen en bebouwing in de omgeving blijft behouden. Daardoor zijn er geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De nieuw te realiseren gebouwen worden geplaatst op akkerland, gebroken puin of gazon. Door de landschappelijke inpassing rondom met een ruime uitbreiding van de aanwezige erfbeplanting en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.
6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.
Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770 Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten.
Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Rullen 15 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar.
Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. o Door de ligging van het plangebied ten westen van een bosgebied, met een kleinschalig akkerlandschap en bomenrijen zou het westen van het plangebied (gevels) kunnen dienen als plaats om een steenuilenkast aan te brengen. Om dit gecoördineerd te laten verlopen is het aan te bevelen om hiervoor contact op te nemen met de uilenwerkgroep Nuenen gecoördineerd door het Brabants Landschap. o Om het terrein voor bijen, vlinders en andere insecten aantrekkelijker te maken kunnen bestaande zonnige overhoekjes en een deel van de huidige gras oppervlakten ingezaaid worden met een inheems zaadmengsel. Hierbij is het van belang een zaadmengsel te kiezen dat past bij de grondsoort. Bloeiende planten trekken allerlei insecten aan zoals vlinders, bijen en hommels. Het is aan te bevelen om deze bloemenruigte en grasstroken ook als zodanig te beheren bijvoorbeeld door periodiek, gedeeltelijk of sinus te maaien. Bij Sinus maaien maai je de vegetatie in verschillende perioden en in verschillende patronen.
Zo blijven er altijd kruiden en planten gespaard waar insecten en andere kleine dieren van kunnen profiteren. Deze groenstructuren, vooral de rijen knotwilgen met waterpoel zijn ook goed te combineren met de wat groter uitgevoerde insectenhotels zoals weergegeven in bijgaande afbeelding.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
29
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770 Insectenhotels bieden o.a. nestgelegenheid voor solitaire bijen. Solitaire bijen zijn familieleden van de bekende honingbij. In ons land komen zeker 300 soorten solitaire bijen voor. De vrouwtjes van solitaire bijen hebben wel angels maar steken mensen niet. Ze leven, in tegenstelling tot de honingbij en hommels, niet in een kolonie. Een solitair vrouwtje maakt een nestje in de grond, in een leemwand of in bestaande gangen in hout. Solitaire bijen zijn, net als de honingbij, van buitengewoon groot belang voor de natuur, onder andere omdat ze bloemen bestuiven. Daarnaast dienen ze als voedsel voor andere dieren zoals zangvogels. Houtblokken, waarin gangen geboord zijn van verschillende diameters, vormen ideale nestplaatsen voor vele soorten bijen, zoals metselen klokjesbijen. Andere soorten kunnen terecht in bundels riet, bamboe of blokken leem. Door nestgelegenheden aan te bieden op een zonnige plaats (zuidzijde) in een houten frame met overkapping wordt een optimaal insecten- of bijenhotel gecreëerd.
Voorbeeld insectenhotel
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
30
Ecologische quickscan Rullen 15 Gerwen, BE-0770
7. BRONNEN
Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.waarneming.nl www.floron.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl
Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
31