Rullen 15 - Bijlage 10 Ruimtelijke onderbouwing - Stappenplan veehouderij en volksgezondheid
Tekst van het document
Bijlage: 8
11
Stappenplan 2.0 : Beoordeling of advisering vanuit de GGD door het OT geadviseerd wordt 1. Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een
Ja
12
veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren. Overige bedrijven: ga verder naar stap 2. Nee 2. Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid.
Ja
Nee 3a. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader I.
OPVRAGEN ADVIES GGD
de ontwikkeling valt onder de Wgv en Verordening ruimte
In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar blijft er sprake van
Ja
een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en/of achtergrond)
% geur-gehinderden 12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.
Geurbelasting in concentratiegebied Voorgrond Achtergrond 3 5 OU/m 10 OU/m3 10 OU/m3 20 OU/m3
voor dieren zonder emissiefactor:
In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar de afstand vanaf
Ja
de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter (in een kern), 50 meter (in het buitengebied) of de in het gemeentelijk beleid genoemde afstand. Nee 3b. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde I.
voor dieren met emissiefactor:
OPVRAGEN ADVIES GGD
de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015) (zie tabel op de volgende pagina).
Ja
11
Voor toelichting bij de verschillende stappen in dit stappenplan zie het hoofdstuk ‘Afwegingsaspecten’; vanaf pagina 15. Indien niet voldaan wordt aan het endotoxine-toetsingskader kan de gemeente een gesprek met de ondernemer aangaan, waarbij de GGD aanwezig kan zijn om nadere toelichting over gezondheid te geven 12
13
% geurgehinderden
Geurbelasting Voorgrond* 2 OU/m3 5 OU/m3
12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.
Achtergrond 5 OU/m3 10 OU/m3
voor dieren zonder emissiefactor:
de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming
Ja
is kleiner dan 100 meter. Nee 4a. Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten
Ja
gehouden, namelijk: a) varkens en pluimvee; of b) rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c) kleine herkauwers onderling.
Ja
4b. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter. Nee 5a. Geitenhouderij: binnen een afstand van 2 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden. 5b. Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.
Ja
5c. Overige veehouderijen: binnen een afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. OPVRAGEN ADVIES GGD
Nee 6. Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.
Ja
Nee 7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid;
Ja
Dit blijkt uit de gevoerde dialoog en/of de klachtenregistratie van de omgevingsdienst/gemeente. Nee Advisering door GGD wordt niet geadviseerd Bevoegd gezag vraagt GGD advies aan. Hierbij wordt het door of namens de inrichtinghouder ingevulde 'Ontvankelijkheid voor gezondheidstoets' (bijlage 1) meegeleverd. Het bevoegd gezag neemt het advies van de GGD mee in haar overwegingen of medewerking kan worden verleend aan een ontwikkeling en of zo nodig extra voorschriften moeten worden opgenomen.
14