CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen

Beeldvormende raadsbijeenkomst 20 april 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk vastgoed Nuenen4.711 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen Maart 2023

1

Voorwoord In het nationale Klimaatakkoord van 2019 is een duidelijke ambitie uitgesproken: CO2-arm maatschappelijk vastgoed in 2050. En ook in het recente coalitieakkoord van Nuenen c.a. zijn duidelijke ambities opgenomen. “Gemeentelijke gebouwen moeten energieneutraal worden en daartoe moet inzichtelijk worden gemaakt wat hiervoor nodig is (inclusief kostenraming).” Om deze ambities te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat er binnen het maatschappelijk vastgoed sectorale routekaarten opgesteld zullen worden. Via deze routekaart laten we u zien hoe we van plan zijn de komende jaren toe te werken naar een CO2-arme vastgoedportefeuille. De routekaart brengt o.a. in beeld welk vastgoed het beste als eerst verduurzaamd kan worden op basis van CO2-uitstoot, omvang en geeft een eerste beeld van de te verwachten kosten en planning.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

2

Inhoudsopgave

Voorwoord

2

Inhoudsopgave

3

1. Samenvatting

4

1.a Budget

4

1.b Planning

4

1.c Realisatie

5

2. Inleiding Routekaart

6

2.1 Aanleiding

6

2.2 Missie, ambietie en doelstelling

7

2.3 Leeswijzer

8

3. Analyse en verduurzaming portefeuille

9

3.1 Beschrijving vastgoedportefuille

9

3.2 Resultaten maatwerkadviezen

11

3.3 Budgetten en investeringen

12

3.3 Planning van de maatregelen

13

3.4 Realisatie

13

4. Borging kwaliteit van aanbesteding

14

5. Risicos en kansen

15

5.1 Risicos

15

5.2 Kansen

16

6. Conclusies

17

7. Bijlagen

19

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

3

1. Samenvatting De gemeenteraad van Nuenen heeft in de nota Duurzaamheid 2019-2023 vastgesteld dat zij een voorbeeldrol wil hebben als het gaat over het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In het coalitieakkoord 2022-2026 heeft de coalitie afgesproken dat gemeentelijke gebouwen energieneutraal moeten worden en daartoe moet inzichtelijk worden gemaakt wat hiervoor nodig is (inclusief kostenraming). Om hier invulling aan te geven is een routekaart opgesteld voor de periode 2023 – 2030 waarmee het gemeentelijk vastgoed zoveel mogelijk kan worden verduurzaamd. De routekaart geeft antwoord op de volgende vragen: • Hoeveel budget moet er gereserveerd worden? • In welke volgorde kunnen de maatregelen het beste worden uitgevoerd? • Wat betekent het realiseren van de maatregelen voor de gemeentelijke en landelijke doelstellingen?

1.a Budget: In de portefeuille zijn 15 gebouwen in beschouwing genomen. Hierbij zijn de scholen vanwege de beheer- en eigendomsverhouding tussen schoolbesturen en gemeente, buiten beschouwing gelaten. Per gebouw is op basis van bestaande maatwerkadviezen bepaald welke maatregelen uitgevoerd moeten worden. Er zijn bouwkundige maatregelen, installatietechnische maatregelen en maatregelen met betrekking tot duurzame opwek van energie in overweging genomen, zoals isoleren, warmtepompen en zonnepanelen. 1.b Planning: Voor het plannen van de uitvoering van maatregelen is het vastgoed opgedeeld in 3 clusters. Cluster 1 wordt reeds uitgevoerd in de lopende projecten Hongerman, Klooster en MFA d’n Heuvel, ect. Het overzicht van de clusters is te zien in bijlage 1. Als startpunt wordt door een ontwerpteam de bestaande maatwerkadviezen voor elk gebouw omgezet in een technisch ontwerp op bestekniveau. Daarna wordt voor elk gebouw en voor het totale cluster een kostenraming gemaakt welke aan de raad zal worden voorgelegd. Vervolgens worden één of enkele aannemers gezocht, die de verduurzaming van een cluster gaan realiseren. Hierbij wordt gekeken naar efficiëntiemogelijkheden, door bijvoorbeeld één aannemer alle warmtepompen te laten plaatsen. Na evaluatie zal met de geleerde lessen opnieuw de route doorlopen worden voor het volgende cluster.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

4

1.c Realisatie: Met de uitvoering volgens deze routekaart behaalt de gemeente Nuenen het gestelde doel om 49% CO2-uitstoot te verminderen vóór 2030. In figuur 1.1 is te zien wat het effect is van deze maatregelen op de CO2-uitstoot in de komende jaren. Na het verduurzamen van het 1e cluster is er een CO2-reductie van 39% gehaald, na het 2e een CO2-reductie van 54% en na het 3e is er een CO2-reductie van 56%. Daarnaast bereidt de gemeente het eigen vastgoed voor op volledig fossielonafhankelijk energieverbruik. Dit om aan de klimaatdoelstelling van 95% CO2-reductie in 2050 te voldoen. Er zal dan nog wel een extra slag gemaakt moeten worden. Hiervoor kan men denken aan extra duurzame opwek, bijvoorbeeld zonnepanelen, om de resterende elektriciteitsvraag te reduceren.

Figuur 1.1: CO2 uitstoot

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

5

2. Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de aanleiding van deze routekaart, hoe de gemeente Nuenen een voorbeeldfunctie vervult en wat haar missie, ambitie en doelstellingen zijn. 2.1

Aanleiding

In het Klimaatakkoord van 2019 is een duidelijke ambitie uitgesproken: een 95% reductie van de CO2-uitstoot van maatschappelijk vastgoed in 2050. Om deze ambitie te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat er, binnen het maatschappelijk vastgoed, sectorale routekaarten opgesteld worden. De VNG heeft hier voor het gemeentelijk vastgoed invulling aan gegeven in de Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed (2020). Deze sectorale routekaart schetst dat de grote gebouweigenaren, zoals gemeenten, de komende 30 jaar middels routekaarten op portefeuilleniveau in beeld brengen welke maatregelen zij al hebben getroffen en hoe zij toewerken naar een CO2-uitstootarme vastgoedportefeuille in 2050. Het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Nuenen verspreidt zich over verschillende sectoren. Naast de gebouwen die de gemeente zelf in gebruik heeft, zoals o.a. het gemeentehuis en de werf, ontfermt de gemeente zich ook over bj n s u n z s h K s , MFA ’n H u nz. n h sg w gebruikt voor sport zoals o.a. de Hongerman. In totaal zijn 15 gebouwen in deze routekaart opgenomen. Scholen zijn hier, vanwege de financiële verhoudingen tussen schoolbesturen en gemeente met betrekking tot onderhoud en vervangingsinvesteringen, buiten beschouwing gelaten. De geadviseerde maatregelen zijn gebaseerd op maatwerkrapporten die in 2020 en 2021 zijn opgesteld.

Hierbij is voor elk gebouw uitgegaan van BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) en indien mogelijk aardgasloze verwarming. De gemeente weet middels de maatwerkrapportages welke maatregelen in elk gebouw genomen moeten worden. De vraag is nu: • hoeveel budget daarvoor gereserveerd moet worden; • in welke volgorde deze maatregelen het beste kunnen worden uitgevoerd; • wat het realiseren van deze maatregelen betekent voor de doelstellingen.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

6

Voor het opstellen van deze routekaart is vervolgens de beschikbare data uit de maatwerkrapportages geanalyseerd. Op basis hiervan is er een prioritering bepaald. Deze prioritering vertaalt zich naar een drietal clusters, die over de komende zes jaar door de gemeente worden aangepakt. Deze routekaart geeft inzicht in het te volgen proces om tot succesvolle uitvoering te komen. 2.2

Missie, Ambitie en Doelstelingen

De gemeente Nuenen stelt, in lijn met de ambities in het Klimaatakkoord, zichzelf het doel om per 2030 minstens 49% aan CO2-uitstoot te beperken als het gaat over de vastgoedportefeuille. Om de daad bij het woord te voegen, is de routekaart tot 2030 opgesteld, waarin het eigen maatschappelijk vastgoed van de gemeente is meegenomen. Daarmee ziet de gemeente Nuenen zichzelf niet als koploper op het gebied van duurzaamheid, maar vervult wel de voorbeeldrol die zij heeft als gemeente. In het coalitieakkoord 2022-2026 heeft de coalitie afgesproken dat gemeentelijke gebouwen energieneutraal moeten worden. Daarvoor moet inzichtelijk worden gemaakt wat hiervoor nodig is (inclusief kostenraming). Daarnaast heeft de gemeente Nuenen ook haar eigen Transitievisie Warmte waarin een pad wordt geschetst om wijken of delen van wijken gefaseerd aardgasvrij te maken. Hiervoor kan vrijwel in alle gebouwen worden gekozen tussen twee technieken: de warmtepomp of het warmtenet. Een warmtenet is een oplossing waarmee een grote groep gebouwen gezamenlijk van warmte wordt voorzien, bijvoorbeeld door restwarmte te gebruiken . Nuenen onderzoekt nu of de restwarmte uit aqua-thermische oplossingen, zoals bijvoorbeeld energie halen uit oppervlaktewater, een realistische optie is. Daarmee bepaalt de gemeente in haar Transitievisie Warmte waar warmtenetten een rol spelen en waar niet.

Hier kan de gemeente een voorbeeldfunctie spelen door het gemeentelijk vastgoed, wat zich in de buurt bevindt, op deze warmtenetten aan te sluiten. In 2021 bedraagt de CO2-uitstoot van het eigen maatschappelijk vastgoed 727 ton. Dit betekent dat de gemeente in 2030 op een uitstoot van ongeveer 370 ton CO2 moet zitten om de gestelde doelstelling te halen. Uit de al opgestelde maatwerkadviezen blijkt dat er een besparing mogelijk is van 409 ton CO2. Met het uitvoeren van de maatregelen zoals beschreven in de maatwerkadviezen is dus een besparing mogelijk van 56%.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

7

2.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 3 is een beschrijving gegeven van de vastgoedportefeuille van de gemeente Nuenen. Het hoofdstuk bevat verder een nadere beschrijving van de investering, de verdeling van de portefeuille in clusters, de planning en wat dat betekent voor de klimaatdoelen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de kwaliteitsborging bj h ng n n nb s ngs j c n. H f s u z s c ’s n ns n voor de uitvoering van de verduurzaming bespreken om vervolgens in hoofdstuk 6 met conclusies te komen. Bijlage 1 geeft een overzicht van de clusters en de betreffende gebouwen, bijlage 2 geeft een baten overzicht, bijlage 3 bevat de uitleg van de verschillende begrippen en bijlage 4 geeft een overzicht van de huidige wet- en regelgeving voor de gebouwde omgeving.

Figuur 1.1: CO2 uitstoot

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

8

3. Analyse en verduurzaming portefeuille In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de vastgoedportefeuille en wordt de analyse beschreven waarmee de clusters en planning zijn bepaald. 3.1

Beschrijving vastgoed portefuille

In deze routekaart zijn 15 gebouwen meegenomen, waarvan 42% van het totale netto vloeroppervlak al label A heeft, 14% label C en de overige 44% label E of minder. Voor vier locaties lopen al projecten waarmee het vastgoed wordt verduurzaamd. In de tabel hieronder is een kort overzicht gegeven van de betreffende locaties en de CO2-uitstoot uit 2021 zoals opgenomen in de maatwerkadviezen

Figuur 2.1: overzicht Gebouwen

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

9

Leeftijd gebouwen Uit de sectorale Routekaart Maatschappelijk Vastgoed van de VNG blijkt dat de vernieuwingsgraad van maatschappelijk vastgoed in Nederland de laatste tien jaar uitkomt op gemiddeld 1,33% per jaar. Maatschappelijk vastgoed wordt in het algemeen na 75 jaar vervangen door nieuwbouw. De VNG verwacht op basis van deze historische vernieuwingsgraad dat gemeenten tussen nu en 2050 budget moeten vrijmaken om 40% van de vastgoedportefeuille door nieuwbouw te vervangen. Het vastgoed van de gemeente Nuenen vormt hierop geen uitzondering. Sterker nog, Nuenen bezit een viertal monumentale gebouwen; Koetshuis, Klooster, Weefhuis en de villa van het gemeentehuis. Over het algemeen zijn gebouwen van deze leeftijd niet eenvoudig, bijna-energieneutraal te maken. Vanuit duurzaamheidsoogpunt, zou het advies zijn deze te vervangen door energieneutrale nieuwbouw. Gezien het beschermd karakter (monumenten) van deze gebouwen is er voor gekozen ook deze gebouwen te verduurzamen. Ook moet rekening worden gehouden met een levensduurverlenging van rond de 25 jaar door deze duurzaamheidsinvesteringen. Belangrijk is om hier de vraag te stellen of een gebouw gedurende die tijd nog voldoet qua indeling, uitstraling of andere eisen.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

10

3.2

Resultaten maatwerkadviezen

De maatregelen, die uit de bestaande maatwerkadviezen komen, volgen het principe van de Trias Energetica. Als eerste wordt de energievraag beperkt. Deze maatregelen bestaan uit bouwkundige en installatietechnische maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van gebouwschilisolatie (bouwkundig) of het vervangen van de verlichting door LED (installatietechnisch). Vervolgens wordt maximaal gebruik gemaakt van de inzet van duurzame bronnen, zoals zonne-energie, om zoveel mogelijk in de energiebehoefte te voorzien. Voor de meeste gebouwen wordt daarom ook een warmtepomp geadviseerd. Tot slot kan zo efficiënt mogelijk gebruik worden gemaakt van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. Alle huidige maatwerkadviezen hebben als resultaat dat het bijna energieneutrale gebouwen (BENG) worden. Twaalf adviezen hebben zelfs als resultaat dat het gebouw aardgasloos wordt. De doelstelling voor 2050 om het vastgoed CO2-arm te maken vraagt om nog hogere investeringen. Hierbij kan men denken aan gebruik van extra duurzame energiebronnen, zoals collectieve zonnepanelen, aardwarmtebronnen en wellicht nu nog onbekende technieken om de resterende elektriciteitsvraag te reduceren. Belangrijk om te benoemen is dat de maatwerkadviezen niet geschikt zijn om één-opéén als opdracht mee te geven aan een aannemer.

Er ligt nog een ontwerpopgave waarbij per gebouw de maatregelen en uitvoering verder uitgewerkt worden. Hierbij kan men denken aan bodem- en fauna-onderzoek, toetsing op de aanwezigheid van asbest, vergunningaanvraag, enz. Ook moeten er constructieberekeningen gemaakt worden en eventuele aanpassingen gedaan worden aan de ruimte-indeling, daar waar installatieruimtes onvoldoende groot blijken te zijn. De nieuwe installaties passen namelijk niet altijd in de bestaande installatieruimte. Ook de afstemming met de gebruikers van de panden dient verder uitgewerkt te worden, zodat overlast van de werkzaamheden zoveel mogelijk beperkt wordt. De volgende stap is dus om het maatwerkadvies te vertalen naar een gedetailleerder plan waarin preciezer staat wat er gaat gebeuren. Met andere woorden: het vertalen van een maatwerkadvies naar een uitvoerbaar ontwerp.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

11

3.3

Budgetten en investeringen

De investeringen die nodig zijn om al deze maatregelen uit te voeren zijn gebaseerd op de maatwerkadviezen. Deze raamden het totaal van de verduurzamingsmaatregelen voor alle 15 gebouwen op € .997. . Deze kosten geven slechts een eerste indicatie. De investeringen uit de maatwerkrapportages die in deze routekaart zijn opgenomen, zijn vervolgens aangevuld met: • Ontwerpkosten • Leges • Uren Projectleider en adviseurs • Bouwkostenstijging en inflatie • *Kosten voor niet-energetische maatregelen en/of onvoorziene omstandigheden *Bij het laatstgenoemde punt komen de kosten pas tijdens de ontwerpfase naar voren. Hierbij gaat het onder meer om het combineren van de uitvoering van energiebesparende maatregelen met onderhoud, zoals het meepakken van schilderwerk als het glaswerk wordt vervangen door HR++-glas en het vervangen van de vloerafwerking na het leggen van vloerverwarming of het verwijderen van asbest. Het totaal van de verduurzamingsmaatregelen voor alle 15 gebouwen komt dan op € .861. . Echter hiervan zijn er al 5 projecten opgenomen in eerdere begrotingen: de Hongerman, het Klooster, MFA Gerwen, Hockeyclub Nuenen en V.V.EMK. Deze projecten opgeteld hebben een verduurzamingscomponent van € .6 1.1 . M aftrek van deze projecten komt de nog te verwachten investering p: € . 4 . .

Figuur 3.1: overzicht van de investeringen en opbrengsten Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

12

Zoals eerder uitgelegd verdient dit alles echter nog verdere uitwerking om te komen tot een nauwkeurige kostenraming, planning en aanbesteding. Voor deze uitwerking vragen we een voorbereidingskrediet van 30% van de nog te verwachten investering. Dit wordt verwerkt in de begroting 2024 en verder. Het combineren van investeringen in energiebesparende maatregelen met onderhoud is onder aan de streep efficiënter. Het zal echter ook zorgen voor een verschuiving van de kosten, aangezien de budgetten voor het onderhoud al zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. De afstemming met de huidige meerjaren onderhoudsplanning (MJOP), moet dan ook in het ontwerptraject verder uitgewerkt worden zodat de daadwerkelijke kosten inzichtelijk worden. Naast bovengenoemde efficiëntie staan ook de opbrengsten in de vorm van bespraarde energiekosten tegenover de investering. Daar waar de gemeente zelf de energiekosten betaalt zullen deze opbrengsten direct een gunstig effect hebben op de begroting. In het geval dat de huurder de energiekosten betaalt heeft dit indirect een gunstig effect. In de laatste situatie kan gedacht worden aan split-incentive. Hier kan de gemeente de energiebesparende maatregelen treffen en zal zij een gedeelte van deze investering bijvoorbeeld terug zien in de vorm van een langer huurcontract of een hogere huurprijs.

De huidige energieprijzen zijn historisch hoog en zeer variabel. Wij gebruiken energieprijzen om maatregelen te onderbouwen die jarenlang effect zullen hebben. Het is best denkbaar dat de energieprijzen in de komende jaren lager zullen zijn dan ze nu zijn. Om toch een zinvolle indicatie te kunnen geven van het rendement van de investering, rekenen wij met d p js sp ng n PBL ( 1) : € 1, n ³g s n€ , n Wh n s . Bij de berekening is uitgegaan van deze verwachte energieprijzen. Na 2030 zal er een inflatiecorrectie van 2% toegepast worden. Dit is een voorzichtige schatting. Op korte termijn zijn de energietarieven hoger, en daarmee ook de besparing. Figuur 3.2 geeft aan wat het totale energieverbruik is voor de portefeuille. De totale n g s n n p f u n p u €4 . p j .N s de CO2-reductie zullen ook deze kosten met ruim 50% afnemen tot een opbrengst van u € . p j . Duidelijk is te zien dat het reduceren en elektrificeren van de warmtevraag het gasverbruik flink en het elektraverbruik licht doet afnemen. Voor het laatste cluster is dan weer een lichte stijging van het elektraverbruik zichtbaar, omdat er nauwelijks nog gebruik gemaakt wordt van gas.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

13

* verwachte energieprijs van PBL (2021) voor 2030

Figuur 3.2: Primair energieverbruik en besparingspotentieel van de portefeuille

* verwachte energieprijs van PBL (2021) voor 2030

Figuur 3.2: Primair energieverbruik en besparingspotentieel van de portefeuille

4. Borging kwaliteit van aanbesteding De projectleider is verantwoordelijk voor het eindproduct van de clusters en zal samen met een ontwerpteam de bestaande maatwerkadviezen omzetten naar ontwerpen op bestekniveau. De ontwerpen zijn vervolgens de basis voor de aanbesteding om één of enkele aannemers te zoeken die één gebouw, één deel van een gebouw of misschien wel een cluster van gebouwen gaat verduurzamen. Ook hier zal onderzocht worden of het combineren van werk voordelen oplevert, bijvoorbeeld door één aannemer al het isolatiewerk van alle panden in het cluster uit te laten voeren. Met het voordeel dat de ervaringen uit het ene gebouw kan worden ingezet om het volgende gebouw efficiënter uit te voeren. Ook zorgen deze ontwerpen voor een betere kostenraming, dan de verwachte investeringen uit de maatwerkadviezen, rekening houdend met de aanvullende investeringskosten zoals genoemd in 3.3.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

14

5. Risicos en kansen De energietransitie is een complexe opgave. In dit hoofdstuk worden de kansen en de s c ’s n u n n n g n u sg p f u g n ys .D nsch ng n n ns n n s c ’s z jn g b s p nn s n xp s , benchmarkstudies en inzichten in (maatschappelijke) ontwikkelingen. Dit hoofdstuk benoemt de grootste factoren die invloed hebben op het gewenste eindresultaat.

5.1 Risico’s Netcongestie De energietransitie heeft als gevolg dat er een grotere elektriciteitsvraag is. Meer processen, die voorheen fossiele brandstoffen gebruikten worden nu omgezet naar elektriciteit, die duurzaam opgewekt wordt. Te denken valt aan het vervangen van de cv-ketel (gevoed met aardgas) door een warmtepomp op elektriciteit. De netbeheerders hebben als taak dat de infrastructuur rond het elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft om aan deze groeiende elektriciteitsvraag te voldoen. Dit is een gigantische klus, die nog jaren zal gaan duren en de netbeheerders lopen nu tegen hun grenzen aan. Voor Noord-Brabant betekent dat op dit moment steeds vaker nul op rekest gegeven wordt bij aanvragen voor teruglevering door zonnepanelen of voor verzwaringen van de netcapaciteit. Dit kan leiden tot vertraging in de uitvoering. Het reduceren van de energievraag en het gebruiken van slimme oplossingen is hierbij zeer belangrijk. Ook is het is van belang om de netbeheerder al in een vroeg stadium bij de verduurzaming te betrekken. Salderen Salderen betekent dat de opgewekte elektriciteit wordt gevoed aan het openbare stroomnet en op een later moment weer wordt gebruikt. Bijvoorbeeld nadat de zon onder is gegaan. Levering en verbruik mogen tegen elkaar worden weggestreept bij gebouwen met een kleinverbruikersaansluiting.

Alleen als over een heel jaar meer elektriciteit wordt opgewekt dan verbruikt, geldt het lagere teruglevertarief. Een grootverbruikersaansluiting kan geen gebruik maken van deze regeling. De regeling wordt zeer waarschijnlijk gedurende de periode 2025 tot 2030 afgebouwd. Het is nog niet zeker hoe dit in de praktijk exact zal uitpakken. Deze wijziging kan een impuls geven aan de ontwikkeling van accusystemen.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

15

5.2 Kansen Technische ontwikkelingen De techniek staat niet stil. De ontwikkelingen op het gebied van isoleren, technische installaties en energiemanagement om energie te besparen en energie op te wekken vorderen rap. Dit is ook nodig om de transitie naar een energieneutrale gebouwde omgeving vorm te geven. Nieuwe technologische ontwikkelen resulteren vaak in een lagere kostprijs of een hoger rendement van de duurzaamheidsmaatregelen. Een deel van de investeringen ligt meer dan tien jaar in de toekomst. In de tussentijd is de markt volop in beweging en worden bestaande technieken verbeterd en nieuwe technieken uitgevonden. Een voorbeeld is de ontwikkeling van zonnepanelen. Het rendement van zonnepanelen stijgt nog ieder jaar. Op eenzelfde dakoppervlak kan in de toekomst dus meer stroom worden opgewekt. Ook de ontwikkeling van warmtepompen en opslag van elektriciteit zullen binnen tien jaar voor nieuwe inzichten zorgen. Wel moet men er op bedacht zijn dat wachten op nieuwe ontwikkelingen en het daarmee uitstellen van de routekaart het gevolg heeft dat de doelstelling van 49% CO2-reductie niet gehaald wordt.

Subsidies Als de plannen voor het gemeentelijk vastgoed nu zouden worden uitgevoerd, zouden ze waarschijnlijk in aanmerking komen voor subsidies zoals Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) of Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). In 2022 was er binnen de DUMAVA-regeling €150 miljoen beschikbaar. De subsidie was te verkrijgen voor energieadvies, een energielabel en verduurzamingsmaatregelen. Ervaring heeft geleerd dat het toegekend krijgen van deze subsidies niet zomaar een gegeven is. Deze subsidies worden natuurlijk goed in de gaten gehouden. Daar waar mogelijk zal aanspraak gemaakt worden op subsidies. De vraag naar subsidie is echter altijd groter dan de beschikbare middelen, zodoende kunnen toegekende subsidies ook alleen als meevaller worden gezien en niet op voorhand al worden ingecalculeerd. Kleine maatregelen en bewustwording Door middel van kleine maatregelen, zoals kierdichting, Ledverlichting tot en met het waterzijdig inregelen van het verwarmingssysteem wordt er al veel energievraag gereduceerd en daarmee de CO2-uitstoot. Technisch gezien heeft dit dus ook effect op het energieverbruik en op de CO2-reductie van het gemeentelijk vastgoed. Echter zijn deze kleine maatregelen niet meegerekend voor de doelen van het klimaatakkoord.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

16

6. Conclusies De geadviseerde maatregelen zijn gebaseerd op de bestaande maatwerkrapporten die in 2020 en 2021 zijn opgesteld. Hierbij is voor elk gebouw uitgegaan van aardgasloze verwarming (indien mogelijk). De gemeente weet hiermee welke maatregelen in elk gebouw genomen moeten worden en vraagt nu: • Hoeveel budget daarvoor gereserveerd moet worden; • In welke volgorde deze maatregelen het beste kunnen worden uitgevoerd; • Wat het realiseren van deze maatregelen betekent voor de gemeentelijke doelstellingen. Budget De huidige maatwerkadviezen moeten eerst omgezet worden naar ontwerpen op bestekniveau. Ze zorgen voor een betere schatting dan de verwachte investeringen uit de maatwerkadviezen, rekening houdend met de aanvullende investeringskosten zoals genoemd in 3.3. Het realiseren van de ambitie om een vastgoedportefeuille, die minder dan 49% CO2 uitstoot, te hebben in 2030, brengt investeringen met zich mee. Daar staan besparingen tegenover, maar deze zijn onvoldoende en te onduidelijk om de investeringen volledig terug te verdienen. Planning De totale portefeuille is verdeeld in 3 clusters. De criteria om deze clusters te kiezen zijn de volgende: • CO2-uitstoot; • CO2-besparing; • De meerjaren onderhoudsplanning (MJOP); • Investering per ton CO2-besparing; • Maatschappelijk belang.

Het opdelen in clusters heeft als voordeel dat de grootste vervuilers eerst worden aangepakt, er spreiding is van de kosten, er tijd is om zaken goed voor te bereiden en de keuze tot aanbesteden van het werk pas echt gemaakt wordt als er een exacte kostenraming is. Duidelijk is dat het hele proces een zaak is die meerdere jaren in beslag zal nemen. Daarom is het onontkoombaar dat de huidige voorstellen gaandeweg aangepast moeten worden. De gemeente moet adaptief handelen. Dit zal al gebeuren door het opdelen van de portefeuille in clusters, deze te evalueren en daardoor de volgende cluster efficiënter uit te voeren.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

17

Gelukkig staan de technische ontwikkelingen niet stil en zal vanuit rijksoverheid mogelijk ondersteunend beleid ontwikkeld worden. Resultaat Met dit stappenplan kan de gemeente Nuenen zorgen dat haar eigen vastgoed voldoet aan de doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 en zich hiermee klaar maakt voor een vastgoedportefeuille met een 95% CO2-reductie in 2050. Dit vraagt wel om slagvaardigheid en snelle besluitvorming om vertraging te voorkomen en daarmee de kans om de doelstelling te missen. Vervolg We zullen de raad voorstellen de routekaart vast te stellen, waarna het voorbereidingskrediet wordt opgenomen in de begroting van 2024 en verder. Vervolgens zal een projectleider in de arm worden genomen die een ontwerpteam opzet. Dit ontwerpteam zet de bestaande maatwerkadviezen om naar ontwerpen op bestekniveau, vergelijkt de verschillende projecten binnen het cluster en komt met een laatste kostenraming voor dat de werken worden aanbesteed. Als alles volgens planning verloopt kan dan in 2025 gestart worden met het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen van cluster 2 en in 2028 van cluster 3.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

18

BIJLAGE 1: Locaties en Clusters BIJLAGE 2: Baten overzicht BIJLAGE 3: Begrippenlijst BIJLAGE 4: Wet- en regelgeving

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

19

BIJLAGE 1: Locaties en clusters

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

20

BIJLAGE 2: Baten overzicht

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

21

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

22

* Op basis van de verwachte energieprijs van PBL (2021) en Milieu Centraal (2023) voor 2030

BIJLAGE 3: Begrippenlijst CO2-equivalent: Rekeneenheid om bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming van de aarde onderling te kunnen vergelijken, waarbij de bijdrage van broeikasgassen anders dan CO2 wordt uitgedrukt in het effect van de uitstoot van 1 kilogram CO2 CO2-neutraal: Netto CO2-uitstoot van nul over een bepaalde periode. BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw. De BENG-eisen voor nieuwe overheidsgebouwen zijn per 1 januari 2019 ingegaan. Voor alle overige gebouwen is dit ingegaan op 1 januari 2021. ENG: ENG staat voor Energieneutraal Gebouw Energieneutraal: Netto energieverbruik van nul over een bepaalde periode; er wordt evenveel energie opgewekt als verbruikt. Klimaatneutraal: Een netto impact van nul op het klimaat over een bepaalde periode. In de praktijk bedoelt men vaak dat er netto geen broeikasgassen uitgestoten mogen worden. Dit z u unn n w ns ng s “CO2-equivalent-n u ”, w n gevallen alleen gestuurd op CO2

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

23

BIJLAGE 4: Wet- en regelgeving Hieronder volgen een aantal voorbeelden van de huidige wet- en regelgeving, die betrekking hebben op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Voor het meest actuele overzicht kan men zich richten tot de website van RVO. Uitvoering Erkende Maatregelenlijst Energiebesparing (EML) Los van het aanpakken van de clusters zullen de gebouwen met een verbruik van meer dan 25.000m³ gas of 50.000kWh moeten voldoen aan de erkende maatregelenlijsten uit het Activiteitenbesluit. In de van toepassing zijnde EML (bijvoorbeeld Kantoren of Sport en recreatie) staan energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar. Alle maatregelen uit de EML moeten zijn getroffen om te voldoen aan de energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast dient er een melding ingediend te zijn waarin de betreffende EML is ingevuld en gemeld aan het bevoegd gezag (de Informatieplicht). Deze melding kan worden ingediend via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Label Kantoorgebouwen Vanaf 2023 geldt voor gebouwen met een kantoorfunctie, groter dan 100m² en met een kantoorfunctie van meer dan 50% van het gebouw, minimaal een energielabel C moeten hebben en in 2030 een energielabel A. Monumenten en gebouwen die op korte termijn worden afgestoten zijn hiervan uitgezonderd.

Energieprestatie label Met de invoering van een nieuwe rekenmethode (NTA 8800), wordt per 1 januari 2021 het energielabel vanaf die datum bepaald via deze nieuwe berekeningsmethode. Energie-Audit (EED) De Energie-audit EED is een verplichting vanuit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). Auditplichtige ondernemingen moeten elke 4 jaar een energie-audit doen. De afgelopen 2e ronde eindigde op 31 december 2020. Medio 2023 start de 3e ronde Energie-auditplicht EED.

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

24

Laadpunten bij utiliteitsbouw Richtlijn Energieprestatie Sinds maart 2020 gelden een aantal verplichtingen voor het aanleggen van laadinfrastructuur bij woningbouw en utiliteitsbouw. Deze worden opgenomen in het bouwbesluit, bouwvergunningen en in de parkeernota. De interne organisatie en projectontwikkelaars worden onder andere via de gemeentelijke website voorzien van informatie over deze verplichtingen: I. Utiliteitsbouw met meer dan tien parkeervakken. Bij utiliteitsgebouwen met meer dan tien parkeer- vakken op hetzelfde terrein moet minimaal één laadpunt voor de hele parkeergelegenheid worden aangelegd. Ook moet er leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor één op de vijf parkeervakken. Dit geldt voor nieuwe utiliteitsgebouwen en voor bestaande utiliteitsgebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. II. Utiliteitsbouw met meer dan twintig parkeervakken (vanaf 2025). Bij bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan twintig parkeervakken op hetzelfde terrein moet vanaf 2025 minimaal één laadpunt

Routekaart Nuenen Maart 2023 DEF

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12597087/1