CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van Orde gemeenteraad

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Reglement van Orde gemeenteraad7.837 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

16 alinea's met “oordeelsvormende”: 43 236 268 285 294 296 350 362 510 534 539 540 544 546 600 682

Reglement van Orde voor vergaderingen en andere

werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2025

De raad van de gemeente Nuenen c.a.; gezien het voorstel van de agendacommissie van 9 januari 2025; gelet op de artikelen 16, 82, 147a, 147b en 155 van de Gemeentewet; besluit: Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2025 vast te stellen.

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. De (sessie)voorzitter Artikel 3. De waarnemend voorzitter Artikel 4. De griffier Artikel 5. De agendacommissie Artikel 6. Het fractievoorzittersoverleg Artikel 7. De werkgeverscommissie Artikel 8. De auditcommissie Artikel 9. Raadswerkgroepen Artikel 10. Toelaten en beëdiging raadsleden Artikel 11. Burgerleden Artikel 12. Benoeming wethouders Artikel 13. Fracties HOOFDSTUK 2. RAADSBIJEENKOMSTEN EN -VERGADERINGEN

PARAGRAAF 1. VOORBEREIDING Artikel 14. Vergadercyclus Artikel 15. Raadsbijeenkomsten Artikel 16. Oproep en voorlopige agenda

Artikel 17. Vaststelling agenda Artikel 18. Uitkomst raadsbijeenkomsten Artikel 19. Ter beschikking stellen van stukken Artikel 20. Openbare kennisgeving

PARAGRAAF 2. TIJDENS RAADSBIJEENKOMSTEN EN -VERGADERINGEN Artikel 21. Presentielijst Artikel 22. Zitplaatsen Artikel 23. Opening raadsvergadering; quorum Artikel 24. Primus bij beraadslagingen en hoofdelijke stemming Artikel 25. Spreekrecht Artikel 26. Spreektermijnen Artikel 27. Handhaving orde; schorsing Artikel 28. Voorstellen van orde Artikel 29. Beraadslaging Artikel 30. Deelname aan de beraadslaging door anderen

PARAGRAAF 3. BESLUITVORMING IN DE RAADSVERGADERING Artikel 31. Stemverklaring Artikel 32. Beslissing Artikel 33. Stemming; procedure Artikel 34. Volgorde stemming over (sub)amendementen en moties Artikel 35. Herstemming bij staken van stemmen Artikel 36. Stemming over personen Artikel 37. Herstemming over personen

PARAGRAAF 4. VERSLAGLEGGING EN INGEKOMEN STUKKEN Artikel 38. Verslaglegging Artikel 39. Ingekomen stukken

PARAGRAAF 5. BESLOTEN RAADSVERGADERING Artikel 40. Algemeen Artikel 41. Besluitenlijst Artikel 42. Geheimhouding

PARAGRAAF 6. DIGITAAL VERGADEREN Artikel 43. Digitaal vergaderen

PARAGRAAF 7. REGISTRATIES, TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 44. Geluid- en beeldregistraties Artikel 45. Toehoorders en pers HOOFDSTUK 3. BEVOEGDHEDEN EN INSTRUMENTEN

PARAGRAAF 8. RAADS- EN BURGERLEDEN Artikel 46. Collegevoorstellen Artikel 47. Technische vragen Artikel 48. Mondelinge vragen

PARAGRAAF 9. RAADSLEDEN Artikel 49. Schriftelijke vragen Artikel 50. Interpellaties Artikel 51. Inlichtingen Artikel 52. Initiatiefvoorstellen Artikel 53. Amendementen en subamendementen Artikel 54. Moties HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN Artikel 55. Uitleg en afwijking van reglement Artikel 56. Intrekking oude regeling, citeertitel en inwerkingtreding

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a.

agendacommissie: commissie van de raad, zoals bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de

b.

amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de

c.

beeldvormende raadsbijeenkomst: vergadering, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet,

d. e. f. g.

Gemeentewet;

vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

met als doel de raad te informeren, de raad om advies te vragen dan wel de raad de gelegenheid te bieden om zich te verdiepen in een onderwerp of hierop te reflecteren;

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a.;

Gedragscode: meest recent vastgestelde en kenbaar gemaakte gedragscode van toepassing op de raad;

fractievoorzittersoverleg: kortweg FVO, zijnde een adviserend orgaan van de raad over zijn functioneren;

griffier: griffier van de gemeente Nuenen c.a.;

h.

initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel ter

i.

interpellatie: vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat

j.

motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarmee een oordeel, wens of

k.

LTA: langetermijnagenda, zijnde een agenda van het college met daarop de onderwerpen ter

l.

behandeling in de raad, zoals bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet;

niet staat vermeld op de agenda, zoals bedoeld in artikel 155, tweede lid, van de Gemeentewet; verzoek van de raad wordt uitgesproken;

behandeling in een raadsbijeenkomst of -vergadering, inclusief bijbehorende planning;

oordeelsvormende raadsbijeenkomst: vergadering, zoals bedoeld in artikel 82 van de

Gemeentewet, gericht op het voorbereiden van besluitvorming door middel van het uitwisselen van en doorvragen op argumenten om tot een goede weging te komen van voor- en nadelen betreffende een onderwerp of voorstel;

m. raad: raad van de gemeente Nuenen c.a.; n.

o.

p. q.

raadsinformatiesysteem: het systeem van de raad met gegevens over vergaderingen, de raad en

raadsinformatie, zoals moties en amendementen, raadsinformatiebrieven, schriftelijke vragen en toezeggingen. Het systeem is te raadplegen via de website nuenen.raadsinformatie.nl. raadsvergadering: vergadering van de raad, waarin raadsbesluiten worden genomen;

sessievoorzitter: raadslid belast met het voorzitten van een raadsbijeenkomst;

subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het betreffende amendement;

r.

voorstel van orde: voorstel met betrekking tot de orde van de raadsvergadering of

s.

voorzitter: de voorzitter van de raad.

raadsbijeenkomst;

Artikel 2. De (sessie)voorzitter 1.

De (sessie)voorzitter is belast met: a.

het handhaven van de orde;

b.

het doen naleven van dit reglement;

c.

hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

2.

De voorzitter is belast met het leiden van raadsvergaderingen.

3.

De sessievoorzitter is belast met het leiden van raadsbijeenkomsten.

4.

De sessievoorzitter wordt op voorstel van het fractievoorzittersoverleg bij raadsbesluit aangewezen.

Artikel 3. De waarnemend voorzitter 1.

De raad wijst uit zijn midden een waarnemend voorzitter aan.

2.

Ten tijde van waarneming komen de waarnemend voorzitter dezelfde taken en bevoegdheden toe als de voorzitter.

Artikel 4. De griffier

1.

De griffier is in elke raadsbijeenkomst en -vergadering aanwezig.

2.

Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door diens plaatsvervanger.

3.

De griffier of diens plaatsvervanger kan aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 5. De agendacommissie 1.

De raad heeft een agendacommissie.

2.

De agendacommissie bestaat uit één vertegenwoordiger vanuit elke fractie.

3.

De agendacommissie benoemt één of meerdere voorzitters van de agendacommissie.

4.

De burgemeester en griffier zijn als adviseur tijdens de vergaderingen van de agendacommissie

5.

De agendacommissie besluit bij meerderheid van stemmen. Daarbij heeft elk lid één stem. Bij het

6.

De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. De agendacommissie kan besluiten om

aanwezig.

staken van stemmen beslist de voorzitter van de agendacommissie.

in beslotenheid te vergaderen, wanneer het te behandelen onderwerp daartoe naar de mening van één of meer leden aanleiding geeft.

7.

8.

De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a.

het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raadsbijeenkomsten en -

b.

het bespreken van de LTA;

c.

het bepalen van de rol van de raad bij (majeure) dossiers, en

d.

het maken van procesafspraken over (raads)voorstellen, thema’s en andere onderwerpen.

vergaderingen;

De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen.

Artikel 6. Het fractievoorzittersoverleg 1.

De raad heeft een fractievoorzittersoverleg.

2.

Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de fractievoorzitters. De fractievoorzitters wijzen elk een

3.

De voorzitter zit tevens het fractievoorzittersoverleg voor. De griffier is als adviseur tijdens

4.

Het fractievoorzittersoverleg besluit bij meerderheid van stemmen. Elk lid heeft één stem. Bij het

5.

Het fractievoorzittersoverleg doet voorstellen aan de raad inzake de organisatie en het

raadslid aan die hen bij afwezigheid vervangt. vergaderingen aanwezig.

staken van stemmen beslist de voorzitter.

functioneren van de raad en zijn gremia. Het fractievoorzittersoverleg dient daarnaast ter bespreking van gevoelige of vertrouwelijke onderwerpen.

6.

De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten.

7.

In het fractievoorzittersoverleg worden afspraken gemaakt aangaande de openbare communicatie over hetgeen behandeld is.

Artikel 7. De werkgeverscommissie 1.

De raad heeft een werkgeverscommissie.

2.

De taken, bevoegdheden en samenstelling van de werkgeverscommissie worden bij verordening vastgelegd.

Artikel 8. De auditcommissie 1.

De raad heeft een auditcommissie.

2.

De taken, bevoegdheden en samenstelling van de auditcommissie worden bij verordening vastgelegd.

Artikel 9. Raadswerkgroepen 1.

De raad kan raadswerkgroepen instellen.

2.

Raadswerkgroepen kennen een tijdelijk bestaan en een duidelijk omschreven doel.

3.

De raad kan per raadsbesluit raads- en burgerleden aanwijzen als lid van een raadswerkgroep.

4.

Eenieder kan door de raad benoemd worden als adviseur van een raadswerkgroep.

5.

Een raadswerkgroep wijst uit zijn midden een voorzitter en diens plaatsvervanger aan.

6.

Een raadswerkgroep rapporteert aan de raad.

Artikel 10. Toelaten en beëdigen raadsleden 1.

Bij benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie onderzoek geloofsbrieven in.

2.

Voor de commissie, zoals bedoeld in het eerste lid, worden alle reeds benoemde raadsleden

benoemd. Voor de bemensing van de commissie worden drie raadsleden aangewezen. De drie raadsleden wijzen vervolgens uit hun midden een voorzitter aan.

3.

De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de

nieuw te benoemen raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over hun toelating tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

4.

Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste

5.

Na een gemeenteraadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste

raadsvergadering in oude samenstelling na een gemeenteraadsverkiezing.

raadsvergadering in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen.

6.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen

raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 11. Burgerleden 1.

Op voordracht van een fractie wijst de raad per raadsbesluit een burgerlid aan.

2.

Burgerleden kunnen namens hun fractie deelnemen aan raadsbijeenkomsten.

3.

Elke fractie kan maximaal drie burgerleden voordragen.

4.

De artikelen 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op

burgerleden, met die uitzondering dat voor een burgerlid geldt dat deze de leeftijd van zestien jaar moeten hebben bereikt.

5.

Op burgerleden is de gedragscode van overeenkomstige toepassing.

6.

Het heeft de voorkeur dat een burgerlid tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezing op de

7.

Burgerleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie de eed of verklaring en

8.

Het burgerlidmaatschap eindigt:

kandidatenlijst van de betreffende fractie heeft gestaan. belofte af in een openbare raadsvergadering.

a.

bij opzegging door het burgerlid;

b.

bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het burgerlid heeft voorgedragen;

c.

bij installatie van een nieuwe raad na gemeenteraadsverkiezingen;

d.

op het moment dat een fractie niet langer in de raad is vertegenwoordigd;

e.

op het moment dat het burgerlid niet meer voldoet aan de artikelen 10 en 13 van de

f.

bij een raadslidmaatschap.

Gemeentewet;

Artikel 12. Benoeming wethouders 1.

Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie benoeming wethouders in. Deze

2.

De commissie heeft tot taak de raad te adviseren over de benoeming van een wethouder. Alvorens

3.

De commissie onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten in:

bestaat uit drie raadsleden.

te adviseren verricht de commissie de werkzaamheden als bedoeld in het derde lid.

a.

artikel 36a van de Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten);

b.

artikel 36b van de Gemeentewet (onverenigbare functies);

c.

artikel 41b, eerste, derde en vierde lid, van de Gemeentewet (nevenfuncties);

d.

artikel 41c, eerste lid, van de Gemeentewet (verboden handelingen).

4.

De vergaderingen van de commissie als bedoeld in het eerste lid zijn niet openbaar.

5.

De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-

wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en het eindresultaat zijn niet openbaar.

Artikel 13. Fracties 1.

Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard,

2.

Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze

worden bij aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

aanduiding als naam. Als boven de kandidatenlijst geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie

in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mede welke naam de fractie in de raad zal voeren. 3.

De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk

4.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als

doorgegeven aan de voorzitter.

één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo

spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. De wijziging geldt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de wijziging. 5.

Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de naamswijziging.

Hoofdstuk 2. Raadsbijeenkomsten en -vergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 14. Vergadercyclus 1.

2.

De raad hanteert voor wat betreft zijn reguliere raadsbijeenkomsten en -vergaderingen de volgende volgorde: a.

vergadering agendacommissie/fractievoorzittersoverleg;

b.

beeldvormende raadsbijeenkomst;

c.

oordeelsvormende raadsbijeenkomst;

d.

(besluitvormende) raadsvergadering.

De raadsbijeenkomsten en -vergaderingen vinden in de regel plaats op de donderdagavond

volgens een door de agendacommissie vast te stellen jaarschema. In het jaarschema zijn ook extra bijeenkomsten opgenomen. Deze vinden in de regel plaats op woensdagavond.

3.

De raadsbijeenkomsten en -vergaderingen starten in de regel om 19.30 uur en eindigen in

4.

De raadsbijeenkomsten en -vergaderingen vinden in de regel in de Raadzaal van Het Klooster

5.

Op het moment dat een raadsbijeenkomst of -vergadering niet voor 23.00 uur wordt gesloten,

principe uiterlijk om 23.00 uur. plaats.

bepalen de raads- of burgerleden of er wordt doorvergaderd dan wel dat er wordt geschorst en er een nieuwe datum wordt bepaald, waarop de vergadering wordt heropend.

6.

De (sessie)voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en starttijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De (sessie)voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

Artikel 15. Raadsbijeenkomsten 1.

Bij raadsbijeenkomsten kunnen er per bijeenkomst meerdere sessies parallel aan elkaar worden

2.

Tijdens een raadsbijeenkomst bestaat een fractie uit maximaal twee raads- of burgerleden. Het

3.

Voor een burgerlid is sprake van een bijgewoonde vergadering, zoals bedoeld in artikel 3.4.1,

gehouden.

staat fracties vrij gedurende een bijeenkomst raads- en burgerleden te wisselen.

eerste lid, van Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wanneer hij een van de burgerleden is als bedoeld in het vorige lid.

4.

5.

Een beeldvormende raadsbijeenkomst bestaat uit één van de volgende drie vormen: a.

informerend: het college informeert de raad over een onderwerp;

b.

adviserend: het college vraagt de raad om advies over een onderwerp, of

c.

beeldvormend: de raad krijgt de gelegenheid om zich te verdiepen in een onderwerp dan wel hierop te reflecteren.

Bij een oordeelsvormende raadsbijeenkomst wordt vergaderd met spreektermijnen als bedoeld in artikel 26. In de eerste termijn kunnen vragen aan het college worden gesteld. Hierna staat de onderlinge discussie centraal.

Artikel 16. Oproep en voorlopige agenda 1.

De (sessie)voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsbijeenkomst of -vergadering de raads- en burgerleden een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de bijeenkomst of vergadering.

2.

De voorlopige agenda en de daarbij horende stukken, met uitzondering van de in artikel 87 van de Gemeentewet bedoelde informatie, worden tegelijk met de oproep aan de raads- en burgerleden digitaal beschikbaar gesteld door middel van het raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt.

3.

In spoedeisende gevallen kan de (sessie)voorzitter, na het verzenden van de oproep, tot uiterlijk

48 uur voor aanvang van een raadsbijeenkomst of -vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 87 van de

Gemeentewet bedoelde informatie, aan de raads- en burgerleden digitaal beschikbaar gesteld door middel van het raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt.

Artikel 17. Vaststelling agenda 1.

Bij aanvang van een raadsbijeenkomst wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een raads- of burgerlid dan wel de sessievoorzitter kunnen, bij meerderheid van stemmen, onderwerpen aan de agenda worden toegevoegd of van de agenda worden afgevoerd dan wel kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd.

2.

Bij aanvang van de raadsvergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een raadslid of

de voorzitter kan de raad onderwerpen aan de agenda toevoegen, van de agenda afvoeren dan wel de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 18. Uitkomst raadsbijeenkomsten 1.

Bij onderwerpen die geagendeerd zijn voor een beeldvormende raadsbijeenkomst, wordt na

2.

Onderwerpen die geagendeerd zijn voor een oordeelsvormende raadsbijeenkomst , worden na

3.

Als onderwerpen worden geagendeerd voor een raadsvergadering, kan dat in de vorm van hamer-

behandeling, indien mogelijk, bepaald wat het vervolgtraject behelst.

behandeling, bij meerderheid van stemmen, wel of niet geagendeerd voor een raadsvergadering. of bespreekstuk:

a. hamerstuk: bij voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming geen bespreking meer behoeven;

b. bespreekstuk: bij voorstellen die voorafgaand aan besluitvorming nog bespreking behoeven, omdat: i.

een deelnemer aan de oordeelvormende raadsbijeenkomst de indiening van een motie of amendement heeft aangekondigd, waarbij een onderwerp alsnog als hamerstuk wordt geagendeerd, indien in de raadsvergadering geen motie of amendement volgt, of

ii. 4.

deelnemers aan de oordeelsvormende raadsbijeenkomst bij meerderheid van

stemmen besluiten dat verdere bespreking in de raadsvergadering gewenst is.

Wanneer tijdens een oordeelsvormende raadsbijeenkomst een onderwerp onvoldoende voor de raadsvergadering voorbereid wordt geacht, kan het onderwerp worden verwezen naar een

volgende raadsbijeenkomst of kan aan het college nadere informatie dan wel advies worden gevraagd.

Artikel 19. Ter beschikking stellen van stukken 1.

Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden

gelijktijdig met de oproep beschikbaar gesteld. Indien na het publiceren van de oproep stukken ter beschikking worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raads- en burgerleden.

2.

Alle openbare stukken worden digitaal beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem.

3.

Wanneer omtrent informatie op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven stukken, in afwijking van het eerste en tweede lid, onder berusting van de griffier die, indien gewenst, inzage verleent.

Artikel 20. Openbare kennisgeving 1.

Een raadsbijeenkomst of -vergadering wordt door plaatsing op het raadsinformatiesysteem en,

2.

De openbare kennisgeving vermeldt:

indien mogelijk, in een huis-aan-huisblad ten openbare kennis gebracht.

a.

de datum, starttijd en plaats van de raadsbijeenkomst of -vergadering;

b.

de wijze waarop eenieder de bij de raadsbijeenkomst of -vergadering behorende stukken

c.

de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht, zoals bedoeld in artikel 25.

kan inzien;

Paragraaf 2. Tijdens raadsbijeenkomsten en -vergaderingen Artikel 21. Presentielijst 1.

De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten.

2.

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raads- en burgerleden, voor zover zij deelnemen aan

3.

Aan het einde van elke raadsbijeenkomst of -vergadering wordt de presentielijst door de

een raadsbijeenkomst of -vergadering, de presentielijst.

(sessie)voorzitter en de griffier door middel van ondertekening vastgesteld.

Artikel 22. Zitplaatsen 1.

Raads- en burgerleden (als fractie), de (sessie)voorzitter en de griffier hebben tijdens

raadsbijeenkomsten en -vergaderingen een vaste zitplaats. Deze wordt hen door de voorzitter, na

overleg in het fractievoorzittersoverleg, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.

Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter, na overleg in het fractievoorzittersoverleg, de vaste zitplaatsen herzien.

Artikel 23. Opening raadsvergadering; quorum 1.

De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde tijdstip, indien het daarvoor op grond van artikel 20, eerste lid, van de Gemeentewet vereiste aantal raadsleden blijkens de presentielijst aanwezig is.

2.

Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en tijdstip van de nieuwe raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20, tweede en derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 24. Primus bij beraadslagingen en hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen tijdens de raadsvergadering, deelt de

voorzitter mede, bij welk raadslid de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. Daartoe wordt

bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde raadslid beginnen de beraadslagingen en de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de volgorde van de presentielijst aangehouden.

Artikel 25. Spreekrecht 1.

Degene die gebruik wil maken van het spreekrecht, meldt dit de dag voordat de raadsbijeenkomst plaatsvindt, voor 12.00 uur, bij de griffier. Een spreker vermeldt daarbij contactgegevens en het betreffende onderwerp.

2.

3.

Eenieder kan bij geagendeerde onderwerpen het woord voeren, met uitzondering van de navolgende onderwerpen: a.

vaststellen agenda;

b.

vragenhalfuur;

c.

berichten uit het college;

d.

terugkoppeling gemeenschappelijke regelingen;

e.

vaststellen formulier oordeelsvormende raadsbijeenkomst.

Tijdens raadsbijeenkomsten wordt op twee manieren invulling gegeven aan het spreekrecht: a.

bij beeldvormend als bedoeld in artikel 15, vierde lid onder c: hierbij staat het spreekrecht in het teken van het delen van informatie. Meesprekers zitten aan de vergadertafel en kunnen bij de volledige behandeling van het onderwerp vragen stellen en informatie delen. Het innemen van standpunten is niet aan de orde. Voorts kunnen raads- en

burgerleden aan meesprekers vragen stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen

meesprekers en raads- of burgerleden. Een meespreker voert het woord, op aangeven van de sessievoorzitter. Bij een betoog heeft een meespreker in principe vijf minuten spreektijd. De sessievoorzitter kan hiervan afwijken. b.

bij oordeelsvormend: hierbij kunnen insprekers bij de behandeling van het onderwerp in de eerste spreektermijn hun oordeel geven, waarbij de raads- en burgerleden de

insprekers actief kunnen bevragen op hun standpunten. Er vindt geen discussie plaats

tussen insprekers en raads- of burgerleden. Een inspreker voert het woord, op aangeven van de sessievoorzitter, vanaf het spreekgestoelte. Een inspreker heeft in principe vijf minuten spreektijd. De sessievoorzitter kan hiervan afwijken. 4.

Er wordt geen invulling gegeven aan het spreekrecht tijdens:

a.

een beeldvormende raadsbijeenkomst als bedoeld in artikel 15, vierde lid onder a en b;

b.

een tweede of daaropvolgende spreektermijn in een oordeelsvormende raadsbijeenkomst;

c.

een raadsvergadering.

Artikel 26. Spreektermijnen 1.

De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen,

2.

Elke spreektermijn wordt door de (sessie)voorzitter afgesloten.

3.

Per fractie voert één raads- of burgerlid in een spreektermijn eenmaal het woord over hetzelfde

4.

Het derde lid is niet van toepassing op:

tenzij raads- of burgerleden, bij meerderheid van stemmen, anders beslissen.

onderwerp of voorstel.

a.

interrupties of voorstellen van orde, dan wel

b.

een raadslid dat een (sub)amendement, motie of initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over hetgeen door dat raadslid is ingediend.

5.

Tijdens de raadsvergadering spreken de raadsleden en overige aanwezigen vanaf de hen

6.

Dit artikel is niet van toepassing op beeldvormende raadsbijeenkomsten.

toegewezen zitplaatsen of het spreekgestoelte.

Artikel 27. Handhaving orde; schorsing 1.

2.

Een spreker mag in een betoog niet worden gestoord, tenzij: a.

de (sessie)voorzitter het nodig acht een spreker aan het opvolgen van dit reglement te

b.

een lid een spreker interrumpeert. De (sessie)voorzitter kan bepalen dat een spreker

herinneren;

zonder verdere interrupties een betoog mag afronden.

Degene die zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in

behandeling zijnde onderwerp, een ander herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde

verstoort, wordt door de (sessie)voorzitter tot de orde geroepen. Wanneer de betreffende persoon hieraan geen of onvoldoende gevolg geeft, kan de (sessie)voorzitter hem gedurende de

raadsbijeenkomst of -vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.

De (sessie)voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsbijeenkomst of -vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de bijeenkomst of vergadering sluiten.

Artikel 28. Voorstellen van orde

1.

De (sessie)voorzitter en de aanwezige raads- of burgerleden kunnen tijdens een raadsbijeenkomst

2.

Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de raadsbijeenkomst of -vergadering betreffen

3.

Over een voorstel van orde wordt terstond beslist, waarbij het voorstel is aangenomen, indien hier

4.

Bij het staken van stemmen wordt het voorstel van orde geacht niet te zijn aangenomen.

of -vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. waarin het wordt gedaan.

door een meerderheid mee wordt ingestemd.

Artikel 29. Beraadslaging 1.

Op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raads- dan wel burgerlid kan worden besloten om over

2.

Op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raads- dan wel burgerlid kan worden besloten om de

één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

beraadslaging voor een door de (sessie)voorzitter te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslaging wordt hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken.

Artikel 30. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.

In een raadsbijeenkomst of -vergadering kan, bij meerderheid van stemmen, worden besloten dat anderen dan de aanwezige raads- of burgerleden, de leden van het college dan wel de griffier deelnemen aan de beraadslaging.

2.

Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt op voorstel van de (sessie)voorzitter of een raadsdan wel een burgerlid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt aangevangen.

Paragraaf 3. Besluitvorming in de raadsvergadering Artikel 31. Stemverklaring Raadsleden kunnen na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat hun voorgenomen stemgedrag in een korte verklaring toelichten.

Artikel 32. Beslissing 1.

Over de op de agenda vermelde onderwerpen, die niet verder behandeld hoeven te worden en rijp zijn voor besluitvorming (hamerstukken), wordt terstond beslist. Raadsleden hebben de mogelijkheid, alvorens er wordt beslist, om met een korte verklaring hun voorgenomen stemgedrag toe te lichten (stemverklaring).

2.

Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit deze

3.

Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over eventuele (sub)amendementen,

de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.

4.

Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het

5.

Op het moment dat over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen.

voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Artikel 33. Stemming; procedure 1.

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de

2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering

voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te

hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3.

Als een raadslid om stemming vraagt, wordt er gestemd bij handopsteking of, indien mogelijk,

4.

Indien één raadslid hoofdelijke stemming wenst, wordt via hoofdelijke stemming gestemd.

5.

Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De

elektronisch.

stemming begint bij het daarvoor aan het begin van de raadsvergadering door loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de presentielijst.

6.

Bij hoofdelijke stemming brengen ter raadsvergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij

overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door ”voor” of ”tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging.

7.

Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van een stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid een vergissing pas later, dan kan deze, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van een geconstateerde vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

8.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede en doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 34. Volgorde stemming over (sub)amendementen en moties 1.

Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement

2.

Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en

gestemd en vervolgens over het voorstel, zoals het dan luidt in zijn geheel. vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

3.

Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend,

wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

4.

Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel

gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten, bij meerderheid van stemmen, van deze volgorde af te wijken.

Artikel 35. Herstemming bij staken van stemmen 1.

Indien de stemmen staken in een niet voltallige raadsvergadering, wordt het nemen van een

beslissing uitgesteld tot een volgende raadsvergadering. Daarbij kunnen de beraadslagingen worden heropend.

2.

Wanneer de stemmen staken in een voltallige raadsvergadering of in een ingevolge het eerste lid

3.

Onder een voltallige raadsvergadering wordt verstaan een raadsvergadering waarin alle leden

opnieuw belegde raadsvergadering, is het voorstel niet aangenomen.

waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.

Artikel 36. Stemming over personen 1.

Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten dan wel

2.

Aanwezige raadsleden zijn verplicht een stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel

3.

Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te

aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.

bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje.

4.

Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal

raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de

aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.

Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, zoals bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet,

worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.

6.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het

7.

Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd.

stembureau.

Artikel 37. Herstemming over personen

1.

Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot

2.

Wanneer bij de tweede stemming eveneens door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen,

een tweede stemming overgegaan.

heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.

3.

Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan

wordt eerst bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

4.

Wanneer bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Paragraaf 4. Verslaglegging en ingekomen stukken Artikel 38. Verslaglegging 1.

Voorafgaand aan raadsbijeenkomsten wordt door de griffier een voorlopige agenda voorbereid met daarin ten minste de te behandelen onderwerpen en het verdere programma van de

bijeenkomst. De agenda’s zijn openbaar en worden tegelijk met de vergaderstukken gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. 2.

Van een beeldvormende raadsbijeenkomst wordt een audiovisueel verslag gemaakt.

3.

Van een oordeelsvormende raadsbijeenkomst wordt een audiovisueel verslag gemaakt en er wordt een concept formulier opgesteld met daarin: a.

b. 4.

per agendapunt de aantekening of: i.

het voorstel rijp is voor besluitvorming;

ii.

het voorstel wel of geen bespreking behoeft in de raadsvergadering (hamer- of

iii.

bij bespreking, wat de punten van debat zijn.

bespreekstuk), en

eventuele toezeggingen van het college.

Van een raadsvergadering wordt een audiovisueel verslag gemaakt en er wordt een concept besluitenlijst opgesteld met daarin: a.

de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de raadsleden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd;

b.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de volledig genomen

besluiten van zowel hamer- als bespreekstukken, inclusief besluiten aangaande moties en (sub)amendementen;

c.

een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding, bij hoofdelijke

stemming, van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening

van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet

van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; d.

een samenvatting van uitgesproken stemverklaringen;

e.

bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van de personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 28 van de Gemeentewet door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

5.

Bij het begin van een oordeelsvormende raadsbijeenkomst wordt, voor zover mogelijk, het

6.

Bij het begin van een raadsvergadering wordt, voor zover mogelijk, de besluitenlijst van de vorige

7.

Raads- en burgerleden, de (sessie)voorzitter, wethouders en de griffier hebben het recht om een

formulier van de vorige oordeelsvormende raadsbijeenkomst vastgesteld. raadsvergadering vastgesteld.

voorstel tot verandering van een formulier oordeelsvormende raadsbijeenkomst of een

besluitenlijst te doen, indien deze onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen dat is

(toe)gezegd of besloten. Een voorstel tot verandering dient voor aanvang van de raadsbijeenkomst of -vergadering bij de griffier te worden ingediend. 8.

Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, worden

concept formulieren oordeelsvormende raadsbijeenkomst en concept besluitenlijsten zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt door middel van plaatsing op het raadsinformatiesysteem.

9.

Formulieren oordeelsvormende raadsbijeenkomst en besluitenlijsten worden opgesteld onder de zorg van de griffier.

10. Een vastgestelde besluitenlijst wordt na vaststelling door de griffier ondertekend.

Artikel 39. Ingekomen stukken 1.

Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst die voor raads- en burgerleden digitaal beschikbaar wordt gesteld en, op verzoek, fysiek ter inzage wordt gelegd.

2.

De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

3.

Over een ingekomen stuk kunnen in een raadsvergadering maximaal twee vragen worden gesteld.

Paragraaf 5. Besloten raadsvergadering Artikel 40. Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 41. Besluitenlijst

1.

De (concept) besluitenlijst van een besloten raadsvergadering ligt uitsluitend voor de raadsleden

2.

Van de terinzagelegging doet de griffier terstond mededeling aan de raadsleden.

3.

Indien na terinzagelegging niet binnen veertien dagen door een raadslid bij de griffier is verzocht

ter inzage bij de griffier.

om aanpassing van de besluitenlijst, wordt deze na afloop van de termijn geacht te zijn vastgesteld. De griffier doet hiervan terstond mededeling aan de raadsleden.

4.

Wanneer een raadslid bij de griffier binnen de in het derde lid bedoelde termijn heeft verzocht om aanpassing, legt de griffier de aangepaste besluitenlijst ter inzage. Op deze aangepaste

besluitenlijst is de in het tweede en derde lid beschreven procedure van overeenkomstige toepassing. 5.

De voorzitter of de griffier kunnen in afwijking van het tweede tot en met het vierde lid beslissen

de (aangepaste) besluitenlijst in de eerstvolgende besloten raadsvergadering ter vaststelling aan te bieden.

Artikel 42. Geheimhouding 1.

Geheimhouding moet in acht worden genomen door eenieder die bij de besloten raadsvergadering

2.

Als de raad op grond van de artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is

aanwezig is of op andere wijze kennis heeft van de informatie.

geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 6. Digitaal vergaderen Artikel 43. Digitaal vergaderen 1.

Indien het wettelijk is toegestaan om digitaal te vergaderen, kan de (sessie)voorzitter besluiten tot een digitale raadsbijeenkomst of -vergadering. De (sessie)voorzitter consulteert voorafgaand aan een besluit in dat kader de agendacommissie.

2.

Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid vergaderen raads- en burgerleden aan de hand van de instructies die de (sessie)voorzitter voorafgaand aan de raadsbijeenkomst of -vergadering toezendt.

Paragraaf 7. Registraties, toehoorders en pers Artikel 44. Geluid- en beeldregistraties

Personen die in de vergaderzaal tijdens een raadsbijeenkomst of -vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de (sessie)voorzitter en gedragen zich naar eventuele aanwijzingen.

Artikel 45. Toehoorders en pers 1.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde

2.

Het geven van tekenen van goed- of afkeuring dan wel het op andere wijze verstoren van de orde

plaatsen openbare raadsbijeenkomsten en -vergaderingen bijwonen. is verboden.

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden en instrumenten

Paragraaf 8. Raads- en burgerleden Artikel 46. Collegevoorstellen 1.

Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de voorlopige agenda van een

raadsbijeenkomst of een raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raads- of burgerleden aangaande de raadsbijeenkomst dan wel de raadsvergadering.

2.

Indien de raads-of burgerleden van oordeel zijn dat een voorstel, als bedoeld in het eerste lid,

voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de agendacommissie in haar eerstvolgende vergadering in welke raadsbijeenkomst of -vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 47. Technische vragen 1.

Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden of de uitleg daarvan dan wel over de gevolgen van een besluit.

2.

Technische vragen worden ingediend bij de griffier. Dit kan tot uiterlijk vrijdag voor 9.00 uur, voorafgaand aan de week van de betreffende raadsbijeenkomst of -vergadering waarop het

onderwerp geagendeerd staat. Het college of de burgemeester spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor 17.00 uur op de maandag in de week van de betreffende bijeenkomst of vergadering te beantwoorden. 3.

De antwoorden op technische vragen worden door de griffier op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Artikel 48. Mondelinge vragen 1.

Tijdens oordeelsvormende raadsbijeenkomsten en raadsvergaderingen staat het vragenhalfuur op

2.

Tijdens het vragenhalfuur kunnen in de raadsbijeenkomst of -vergadering raads- of burgerleden

3.

Mondelinge vragen dienen kort en actueel te zijn en moeten een bepaalde urgentie kennen.

4.

Mocht de behandeling van de mondelinge vragen niet binnen een half uur zijn afgerond, dan kan

de agenda, tenzij bij de (sessie)voorzitter vooraf geen vragen zijn ingediend. vragen stellen aan het college.

de raad op voorstel van de (sessie)voorzitter besluiten om de behandeling voort te zetten om zodoende het agendapunt volledig af te kunnen ronden.

5.

Raads- of burgerleden die mondelinge vragen willen stellen, melden dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp en de vraag bij de griffier. Dit kan tot uiterlijk 16.00 uur voorafgaand aan de dag van de raadsbijeenkomst of -vergadering.

6.

De (sessie)voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen, indien volgens de (sessie)voorzitter: a.

niet voldaan wordt aan de voorwaarden als bedoeld in het derde lid;

b.

het onderwerp onvoldoende nauwkeurig is aangegeven, of

c.

het onderwerp in dezelfde raadsbijeenkomst of -vergadering reeds aan de orde komt of is gekomen.

7.

De (sessie)voorzitter bepaalt de volgorde waarin mondelinge vragen tijdens het vragenhalfuur aan

8.

Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord gegeven om één of meer vragen aan het

9.

Na de beantwoording van de mondelinge vragen krijgt de vragensteller desgewenst het woord om

de orde komen alsmede de spreektijd voor de vragensteller, het college of de burgemeester. college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. één aanvullende vraag te stellen.

10. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend of interrupties toegestaan.

Paragraaf 9. Raadsleden Artikel 49. Schriftelijke vragen 1.

Schriftelijke vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting

2.

Schriftelijke vragen worden schriftelijk beantwoord, tenzij de indiener nadrukkelijk verzoekt om

3.

Schriftelijke vragen worden bij de griffier ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen

worden voorzien.

mondelinge beantwoording.

zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht.

4.

Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen,

5.

Mondelinge beantwoording, zoals bedoeld in het tweede lid, vindt plaats in de eerstvolgende

nadat het college of de burgemeester van de schriftelijke vragen in kennis is gesteld.

raadsvergadering. De vragensteller kan naar aanleiding van de mondelinge beantwoording een

nadere vraag stellen over de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist. 6.

Op het moment dat beantwoording niet binnen de termijn als bedoeld in het vierde of vijfde lid kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de

vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij een termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording alsnog zal plaatsvinden. Dit bericht wordt door de griffier behandeld als een antwoord. 7.

De schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de

8.

De vragensteller kan naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende

griffier aan de raadsleden medegedeeld.

raadsvergadering, waar de desbetreffende vragen op de agenda zijn geplaatst, een nadere vraag stellen over de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 50. Interpellaties 1.

Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de

voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend.

2.

Het verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. De voorzitter brengt de

inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. 3.

Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering, na indiening van het

verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de raadsvergadering de interpellatie zal worden gehouden.

4.

De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden, de burgemeester of de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen daartoe verlof geeft.

Artikel 51. Inlichtingen 1.

Indien een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, of

180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier.

2.

De griffier brengt de inhoud van het verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk ter

3.

De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verschaft, in ieder geval binnen dertig

kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

dagen, nadat het college of de burgemeester van het verzoek als bedoeld in het eerste lid in kennis is gesteld.

4.

Het verzoek als bedoeld in het eerste lid en de reactie daarop vormen een agendapunt voor de eerstvolgende raadsvergadering, waarin de reactie wordt gegeven.

Artikel 52. Initiatiefvoorstellen 1.

Ieder raadslid kan één of meer initiatiefvoorstellen indienen.

2.

Het initiatiefvoorstel moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de

3.

De voorzitter brengt het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

4.

Het college kan, binnen dertig dagen nadat het in kennis is gesteld van het initiatiefvoorstel,

voorzitter worden ingediend.

schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

5.

Het initiatiefvoorstel moet, nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan dan wel nadat de in het vierde lid gestelde termijn ongebruikt is verstreken, eerst worden behandeld in een

oordeelsvormende raadsbijeenkomst, tenzij er dringende overwegingen zijn om het voorstel direct op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering te plaatsen. 6.

Na de raadsbijeenkomst wordt het initiatiefvoorstel op de agenda van de eerstvolgende

raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

7.

De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel, niet

8.

Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de

zijnde een initiatiefvoorstel voor een verordening.

bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan terstond aan de agenda van een raadsvergadering worden toegevoegd.

9.

Intrekking van een initiatiefvoorstel is mogelijk, totdat over het voorstel wordt gestemd.

Artikel 53. Amendementen en subamendementen 1.

Een raadslid kan in een raadsvergadering tot het sluiten van de beraadslagingen één of meer

2.

Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer

3.

Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslaging op het amendement dat door een ander

4.

Elk (sub)amendement moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de

amendementen indienen.

onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. raadslid is ingediend, een wijziging voorstellen (subamendement).

voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van een (sub)amendement – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

5.

Er kan alleen worden beraadslaagd over (sub)amendementen, indien die zijn ingediend door raadsleden die de presentielijst hebben getekend en in de raadsvergadering aanwezig zijn.

6.

Op het moment dat voldaan is aan de leden 4 en 5, wordt een (sub)amendement beschikbaar

7.

Alvorens met de beraadslaging over een onderwerp of voorstel waaromtrent een of meer

gesteld door middel van het raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt.

amendementen zijn ingediend wordt aangevangen, leest het raadslid die het amendement heeft ingediend dit geheel dan wel gedeeltelijk voor.

8.

Intrekking van een (sub)amendement is mogelijk, totdat over het (sub)amendement wordt gestemd.

Artikel 54. Moties 1.

Een raadslid kan in een raadsvergadering één of meer moties indienen.

2.

Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter

worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van een motie oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

3.

De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de

4.

Er kan alleen worden beraadslaagd over moties, indien die zijn ingediend door raadsleden die de

5.

Op het moment dat voldaan is aan de leden 2 en 4, wordt een motie beschikbaar gesteld door

6.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (motie vreemd)

beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

presentielijst hebben getekend en in de raadsvergadering aanwezig zijn. middel van het raadsinformatiesysteem en openbaar gemaakt.

vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende bespreekstukken zijn behandeld. Op een dergelijke motie zijn de leden 2, 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.

7.

Intrekking van een motie is mogelijk, totdat over de motie wordt gestemd.

8.

Een motie als bedoeld in het zesde lid kan worden aangehouden. Een aangehouden motie wordt geacht te zijn ingetrokken als deze tijdens de eerstvolgende raadsvergadering niet in stemming wordt gebracht, tenzij over een aangehouden motie specifiek iets anders overeen is gekomen.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 55. Uitleg en afwijking van reglement 1.

2.

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing daarvan, beslist de raad of de betreffende raadsbijeenkomst, voor zover het hun eigen raadsvergadering, raadsbijeenkomst of handelen betreft, op voorstel van de (sessie)voorzitter.

De raad kan om zwaarwegende redenen besluiten, bij meerderheid van stemmen, om af te wijken van dit reglement.

Artikel 56. Intrekking oude regeling, citeertitel en inwerkingtreding

1.

Het 'Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

2.

Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement van Orde voor vergaderingen en andere

3.

Dit reglement treedt een dag na bekendmaking in werking.

gemeente Nuenen c.a. 2023’ wordt ingetrokken.

werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2025.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 6 februari 2025.

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

J. Oostdijk

de voorzitter,

mr. dr. M.M. van Toorenburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15078745/2