CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordeningen Jeugdhulp en Wmo 2026

Gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Verordeningen Jeugdhulp 2026 en Maatschappelijke Ondersteuning 20262.274 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering: Datum B&W-besluit: Cluster: Portefeuillehouder: Zaaknummer: Documentnummer:

5 februari 2026 16 december 2025 Maatschappelijke Ontwikkeling N. Wouters 2837322 2837323

Onderwerp Verordeningen Jeugdhulp 2026 en Maatschappelijke Ondersteuning 2026. Beslispunten 1. De ‘Verordening Jeugdhulp gemeente Nuenen 2026’ vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Jeugdhulp van 6 april 2023. 2. De ‘Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Nuenen 2026’ vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning van 16 december 2021. Inleiding De huidige verordening Jeugdhulp is op 6 april 2023 vastgesteld door de raad. De huidige verordening Wet maatschappelijke ondersteuning is op 16 december 2021 vastgesteld door de raad. Gewijzigde wetgeving en jurisprudentie zijn aanleiding om deze verordeningen te herzien. In bijgevoegde conceptverordeningen zijn deze wijzigingen doorgevoerd. De percentages voor de persoonsgebonden budgetten zijn aangepast, waardoor deze meer in lijn zijn met de jurisprudentie en het doel van de inzet. In de verordening Jeugdhulp is nader uitgewerkt wat wordt verstaan onder de eigen kracht van ouders. In de verordening Maatschappelijke ondersteuning is een extra artikel opgenomen over de toekenning van woonvoorzieningen. Daarnaast is in beide conceptverordeningen een aantal technische aanpassingen gedaan. Wat willen we bereiken Duidelijke regelgeving voor de verstrekkingen op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna Wmo).

Argumenten 1.1 en 2.1 De tarieven voor de persoonsgebonden budgetten Jeugdhulp en Wmo zijn aangepast. In de huidige verordeningen zijn drie categorieën en tarieven opgenomen voor het bepalen van de hoogte van een persoonsgebonden budget (hierna pgb). Het pgb wordt berekend op basis van het tarief van de voorziening in natura. Het pgb is daarnaast afhankelijk van wie de zorginzet levert. We onderscheiden drie categorieën: familie of netwerk, gediplomeerde hulpverleners die niet in dienst zijn van een zorgaanbieder (zoals zzp’ers) en gediplomeerde hulpverleners in dienst van een zorgaanbieder. In de nieuwe verordeningen zijn voor twee van de drie categorieën andere bedragen en percentages opgenomen. Het pgb-uurtarief voor familie en netwerk wijzigt naar het minimumuurloon en voor zorginzet door gediplomeerde hulpverleners in dienst van een zorgaanbieder wordt het pgb 90% van het tarief voor zorg in natura. Daarnaast is voor de Wmo een vierde categorie toegevoegd. Het betreft een pgb voor zorgverleners die niet behoren tot de drie andere categorieën, maar wel in noodgevallen kunnen worden ingezet. Hiervoor geldt hetzelfde tarief als voor de zzp’ers. Wanneer een pgb wordt afgegeven voor materiele Wmo-voorzieningen wordt het maximale pgb-bedrag vastgesteld op 70% van het tarief voor zorg in natura.

Ondertekend op: 16-12-2025 16:36 Ondertekend door: Jeanke Verbruggen Locatie: Nuenen Reden: Digitaal Uitgaand

Zaaknummer: 2837322

Pagina 1 van 5 Documentnummer: 2837323

1.2 en 2.2

Het naar beneden bijstellen van het percentage voor gediplomeerde hulpverleners in dienst van een zorgaanbieder is redelijk en leidt niet tot minder hulp voor de inwoner. Op grond van de huidige verordeningen ontvangt een inwoner in het pgb hetzelfde bedrag als wat de gemeente betaalt voor zorg in natura bij inzet door een gediplomeerde hulpverlener die in dienst is van een zorginstelling (categorie c). Het voorstel is om dit te verlagen naar 90%. Dit is redelijk omdat de kosten van de zorgaanbieder die ondersteuning biedt op basis van een pgb lager zijn dan van de zorgaanbieder die gecontracteerd is. Zo zijn deze niet gebonden aan de regels van de SROI (social return on investment) en klant- en medewerkertevredenheidsonderzoeken. Door deze maatregel ontvangt de zorgaanbieder minder geld, maar blijft de zorg voor de inwoner gelijk. 1.3 en 2.3 Het hanteren van een lager tarief voor gediplomeerde hulpverleners in dienst van een zorgaanbieder verleidt aanbieders om deel te nemen aan gecontracteerd aanbod. Op grond van de huidige verordeningen Jeugdhulp en Wmo krijgen professionele aanbieders die via een pgb zorg inzetten hetzelfde tarief als de aanbieders die gecontracteerd zijn. Hierdoor is er voor de pgb-aanbieder geen reden om zich via een aanbesteding te contracteren.

Door het tarief te verlagen naar 90% krijgen we meer mogelijkheden om te sturen op kwaliteit en de inzet van de ondersteuning. 1.4 en 2.4 Het hanteren van het minimumuurloon voor ondersteuning die geleverd wordt door familie of netwerk is gebaseerd op jurisprudentie. Op basis van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 30 september 2025 wordt geacht dat maximaal het wettelijk minimumloon toereikend is voor het bieden van ondersteuning vanuit familie en netwerk. Hieraan ligt een brief van de staatsecretaris aan de Tweede Kamer ten grondslag. Hierin staat dat het onwenselijk is dat ondersteuning door familie en sociaal netwerk leidt tot een hogere vergoeding dan wat de ondersteuner ontvangt wanneer deze in dienst is van een zorgaanbieder. 1.5

Aanpassingen in de verordening zorgen ervoor dat scherper kan worden beoordeeld of sprake is van gebruikelijke zorg en bovengebruikelijke zorg. In de huidige en in de conceptverordening (artikel 5, lid 6) is vastgelegd dat onderzocht wordt of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de ondersteuning, hulp en zorg te bieden. In de conceptverordening is een nieuw artikel (artikel 7) opgenomen om beter te kunnen beoordelen wat gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg is. Een gemeente hoeft geen jeugdhulp in te zetten als de jeugdige en/of ouders zelf een oplossing hebben voor de hulpvraag. Dit wordt ook wel eigen kracht genoemd en volgt uit de Jeugdwet. De wet schrijft niet voor wat onder eigen kracht wordt verstaan en laat het aan gemeenten over om dit uit te werken. Op grond van uitspraken van de CRvB volgt dat de uitwerking van de eigen kracht in de verordening moet worden opgenomen, omdat dit een van de afwegingsfactoren is uit artikel 2.9 van de Jeugdwet. De CRvB geeft aan dat de gemeente in de verordening moet regelen wat de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht inhoudt en wanneer er, gelet op deze plicht, sprake is van eigen kracht, gebruikelijke hulp en/of bovengebruikelijke hulp.

Uit de uitspraken blijkt dat het onvoldoende is om hiervoor verwijzen naar een richtlijn in de toelichting, nadere regels of beleidsregels van het college.

Zaaknummer: 2837322

Pagina 2 van 5 Documentnummer: 2837323

2.5 Het pgb voor hulpmiddelen loopt voornamelijk via huurovereenkomsten Een hulpmiddel in natura (zoals een rolstoel, scootmobiel of tillift) wordt voornamelijk in bruikleen verstrekt. Hier zit geen einddatum aan, waardoor bij eventuele vervanging de huur gewoon doorloopt. Dit is verwerkt in de huurprijs. Aan de verstrekking van een hulpmiddel in de vorm van een pgb zit wel een einddatum. Hierdoor wordt op basis van deze einddatum een nieuwe voorziening verstrekt en moet de gemeente opnieuw kosten maken. In de conceptverordening is opgenomen dat het pgb maximaal 70% van de zorg in natura bedraagt omdat de kosten van de huur hoger zijn dan het aanschaffen van een hulpmiddel met een einddatum. 1.6 en 2.6 In beide conceptverordeningen is de doorbraakmaatregel opgenomen. De situatie kan ontstaan dat de Wmo, Jeugdwet en andere voorzieningen binnen het sociaal domein of andere voorliggende regelingen niet voorzien in het bieden van ondersteuning aan een inwoner met een hulpvraag. Met de inzet van de doorbraakmaatregel willen we voorkomen dat op termijn duurdere ondersteuning vanuit de Wmo, Jeugdwet of andere regelingen binnen het sociaal domein nodig is. Het doel is dan ook om een doorbraak te forceren en zo uit een impasse te komen. Om hier uitvoering aan te geven wordt integraal naar de mogelijkheid van de inzet van deze maatregel gekeken.

Het college kan nadere regels stellen om hier verder invulling aan te geven. 2.7

Bij de toekenning van woonvoorzieningen wordt ingezet op de eigen mogelijkheden van onze inwoners. In de conceptverordening Maatschappelijke ondersteuning is een nieuw artikel opgenomen. Dit betreft de woonvoorziening waarbij we van onze inwoners verwachten dat wanneer zij in staat zijn om te verhuizen, dit ook van hen gevraagd wordt. Boven een door het college vast te stellen bedrag wordt eerst de mogelijkheid om te verhuizen beoordeeld. Hiermee wordt de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoner benadrukt. 1.7 en 2.8

Op grond van het nieuwe participatiebeleid kiezen we per onderwerp de vorm van participatie. Voorheen werd aan de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) advies gevraagd over onderwerpen die het sociaal domein aangaan. Na het opheffen van de ASD en de inwerkingtreding van het nieuwe participatiebeleid ‘Via beginspraak naar inspraak’ en de participatieverordening gemeente Nuenen 2025 wijzigt dit. In beide conceptverordeningen wordt hiernaar verwezen. We bezien per onderwerp welke vorm van participatie het best passend is. Kanttekeningen en alternatieven 1.1 en 2.1 Het is niet exact aan te geven wat het financiële voordeel van de gewijzigde pgb-tarieven voor de gemeente is. In november waren er 29 lopende beschikkingen pgb Jeugdhulp en 27 beschikkingen pgb Wmo-begeleiding. Een pgb kan gebaseerd worden op diverse producten en op verschillende percentages. Daarnaast varieert de looptijd van een beschikking en loopt deze soms meerdere jaren. Het is niet op voorhand te bepalen wat de nieuwe instroom wordt. Een aantal beschikkingen liep af op 31 december 2025 (21 voor Jeugdhulp en 13 voor Wmo). Vanwege de voorliggende wijziging is afgesproken om de pgb’s te verlengen tot uiterlijk 1 mei 2026, zodat eventuele voordelen snel merkbaar zijn. Voor alle nieuwe instroom gelden de nieuwe tarieven.

Zaaknummer: 2837322

Pagina 3 van 5 Documentnummer: 2837323

1.2 en 2.2

Wanneer zorgaanbieders besluiten om deel te nemen aan de aanbesteding voor gecontracteerde zorg is het financiële voordeel op de pgb’s lager. De kans bestaat dat de huidige pgb-aanbieders in de toekomst besluiten deel te nemen aan een aanbesteding omdat de pgb-tarieven dalen naar 90% van de zorg in natura. In dat geval dalen de uitgaven aan pgb’s, maar nemen de kosten van zorg in natura toe. 1.3 en 2.3

Door de lagere tarieven bestaat de kans dat de huidige pgb-aanbieders geen ondersteuning meer willen bieden. De mogelijkheid bestaat dat aanbieders, als gevolg van de lagere pgb-tarieven, geen ondersteuning meer willen bieden en dat inwoners aanspraak willen maken op zorg in natura. In dat geval kunnen de kosten stijgen. Met deze maatregel willen we bereiken dat pgb-aanbieders niet bevoordeeld worden ten opzichte van de gecontracteerde aanbieders. 2.4. Langdurige Wmo-beschikkingen moeten opnieuw onderzocht worden. Ondersteuning op grond van de Wmo wordt vaak voor meerdere jaren toegekend. Wanneer we deze indicaties langer in stand houden, moeten we jarenlang een hoger bedrag toekennen dan op basis van de conceptverordening nodig is. Het is mogelijk in te breken op bestaande indicaties als de betreffende cliënten tijdig geïnformeerd worden over de wijzigingen. Als uitgangspunt hanteren we een overgangstermijn van 6 maanden. Wat gaan we daarvoor doen Randvoorwaarden De verordeningen 2026 treden in werking na publicatie. De beschikkingen die aan inwoners zijn afgegeven op basis van de huidige verordeningen lopen door tot de einddatum van de beschikking, of zoveel eerder als op basis van een heronderzoek gerechtvaardigd is. Planning De verordeningen treden in werking na publicatie. Communicatie Bij de totstandkoming van deze conceptverordeningen heeft participatie plaatsgevonden.

Na vaststelling worden beide verordeningen gepubliceerd, waarna ze in werking treden. De inwoners die een langdurige indicatie hebben voor de verstrekking van een pgb worden na inwerkingtreding van de verordening geïnformeerd over de wijziging. Wat mag het kosten Voor de doorbraakmaatregel wordt voorgesteld het budget van € 15.000 aan te wenden dat is opgenomen voor het Noodfonds in de Meerjarenbegroting 2026-2029. Het invoeren van de maatregel is kostenneutraal. De kosten van de pgb’s in 2025 tot en met oktober bedragen voor Jeugdhulp € 348.670 en voor Wmo € 282.115. Het effect van deze maatregel is niet exact door te rekenen, ook omdat het niet is te voorspellen hoeveel pgb’s in 2026 worden afgegeven en wat de hoogte van de pgb’s zal zijn. Dit is afhankelijk van de aanvragen die inwoners de komende periode doen. We kunnen er wel vanuit gaan dat de voorgestelde wijzigingen leiden tot een voordeel op de kosten van pgb’s bij gelijkblijvende inzet. De kans bestaat dat er een verschuiving naar zorg in natura plaatsvindt.

Zaaknummer: 2837322

Pagina 4 van 5 Documentnummer: 2837323

Enkele rekenvoorbeelden van de voorgestelde wijziging Jeugd: voor het product begeleiding individueel 1 is het tarief van zorg in natura in 2026 € 82,77 per uur. Het pgb bij inzet door een zorgaanbieder wordt op grond van de conceptverordening € 74,49 per uur (90% van € 82,77). Op basis van de huidige verordening is het pgb bij inzet van familie en netwerk € 45,52 per uur (55%). Het minimumloon voor 21 jaar en ouder bedraagt in 2026 € 14,71. Het verschil bedraagt dus € 30,81 per uur. Wmo: wanneer een pgb is afgegeven voor huishoudelijke ondersteuning door een ondersteuning vanuit een zorgaanbieder dan is op basis van de huidige verordening € 42,22 per uur terwijl op basis van de conceptverordening het bedrag € 38,00 is (90%). Wanneer een familielid de huishoudelijke ondersteuning biedt is het tarief € 14,71 op basis van de conceptverordening. Op basis van de huidige verordening is dit tarief € 23,22 (55% van zorg in natura). Voor begeleiding kan dezelfde vergelijking gemaakt worden. Evaluatie Niet van toepassing Bijlagen 1. Raadsbesluit Verordeningen Jeugdhulp 2026 en Maatschappelijke Ondersteuning 2026; 2. Concept Verordening Jeugdhulp gemeente Nuenen 2026’; 3. Concept Toelichting Verordening Jeugdhulp gemeente Nuenen 2026; 4. Was – Wordt verordeningen Jeugdhulp 2023 en 2026; 5. Concept Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Nuenen 2026’; 6.

Concept Toelichting Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Nuenen 2026; 7. Was – Wordt betreffende de verordeningen Wmo 2021 en 2026.

Burgemeester en wethouders van Nuenen, de secretaris, {{esl:Signer1:signature:size(200,50)}}

de burgemeester, {{esl:Signer2:signature:size(200,50)}}

mr. drs. H.P.C. Verbruggen

F.G.F. van Genugten

Zaaknummer: 2837322

Pagina 5 van 5 Documentnummer: 2837323

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16472467/1