CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Beleid voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2026

Oordeelsvormende raadsbijeenkomst 21 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Voor- en vroegschoolse educatie1.468 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering: Datum B&W-besluit: Cluster: Portefeuillehouder: Zaaknummer: Documentnummer:

4 juni 2026 31 maart 2026 Maatschappelijke Ontwikkeling N. Wouters 2928035 2994410

Onderwerp Beleid Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2026 Beslispunten 1. Het beleid Voor- en vroegschoolse educatie 2026 vast te stellen. Inleiding Het huidige beleid Uitgangspunten voorschoolse educatie 2018-2022 is op 22 februari 2018 vastgesteld door de raad. Sinds de vaststelling van dat beleid hebben zich zowel landelijk als lokaal veranderingen voorgedaan. Deze geven aanleiding tot het actualiseren van het beleid, zodat het beter aansluit bij de huidige praktijk en de geldende wettelijke kaders. Met voorschoolse educatie wordt aanbod in de periode van 2,5 tot 4 jaar bedoeld. Vroegschoolse educatie vindt plaats in de eerste jaren van de basisschool. Het voorliggende beleid is opgesteld in samenwerking met betrokken partners. Onderdeel van de actualisatie is het aanscherpen van de doelgroepdefinitie. Wat willen we bereiken Een integraal beleid dat aansluit bij het huidige wettelijke kader en de landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen. Het beleid VVE is erop gericht gelijke kansen voor kinderen te bevorderen en een risico op onderwijsachterstanden zo vroeg mogelijk te signaleren, te voorkomen en terug te dringen. Argumenten 1.1 De gemeente heeft de wettelijke verplichting tot het bieden van voldoende voorschools aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor peuters met (een risico op) een onderwijsachterstand Voorschoolse educatie vindt plaats in de kinderopvang.

Het is een aanbod van spelenderwijs leren, waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingsgerichte programma’s. Deze richten zich vooral op taalachterstanden, maar besteden ook aandacht aan de ontwikkeling op het gebied van rekenen en motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Het doel is dat de achterstand bij de start van groep drie zo klein mogelijk is. Daarnaast moeten gemeenten resultaatafspraken voor vroegschoolse educatie maken met het basisonderwijs. De gemeente legt jaarlijks verantwoording af aan de onderwijsinspectie. 1.2 Zowel schoolbesturen als kinderopvang hebben een rol in VVE Schoolbesturen hebben een wettelijke taak om vroegschoolse educatie (groep 1 en 2) aan te bieden en ontvangen rijksmiddelen om onderwijsachterstanden te bestrijden. Zo kan iedere school met achterstandsproblematiek een eigen beleid voeren. Kinderopvang vervult een eigen pedagogische rol, gericht op de brede ontwikkeling van taal, spel, sociaal-emotionele vaardigheden en welbevinden van jonge kinderen. VVE biedt zo een stevige ontwikkelingsbasis passend bij de leeftijd van het kind. In samenwerking met het Zaaknummer: 2928035

Pagina 1 van 4 Documentnummer: 2994410

onderwijs, jeugdgezondheidszorg en andere partners fungeert kinderopvang als volwaardige pedagogische partner met eigen expertise. De toegang tot VVE vindt plaats via de doelgroepindicatie van het consultatiebureau van de GGD. 1.3

Voorliggend beleid sluit aan bij het lokale beleidskader “Gelijk in kansen, verschil in aandacht” en de Lokale Educatieve Beleidsagenda. Met de vaststelling van het beleidskader “Gelijk in kansen, verschil in aandacht” heeft uw raad eind 2024 gekozen voor een duidelijke koerswijziging. Wegnemen van onderwijsachterstanden en bevordering van taalontwikkeling zijn daarbij belangrijke speerpunten, in samenhang met participatie en zelfredzaamheid. Dit beleidskader VVE beschrijft hoe de gemeente, samen met haar partners, werkt aan het vroegtijdig signaleren en verminderen van onderwijsachterstanden en het vergroten van onderwijskansen voor jonge kinderen. Het kader richt zich op het wettelijk verplichte aanbod van voorschoolse educatie voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een taal- of spraakontwikkelachterstand en op aanvullende maatregelen die de kansen van alle kinderen in Nuenen versterken. In de komende beleidsperiode ligt de focus op het vergroten van kansengelijkheid met aandacht voor integratie en tegengaan van segregatie. Dit doen we onder andere door het creëren van een doorgaande leer- ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 7 jaar. Deze doelen sluiten aan op de Lokale Educatieve Agenda (LEA).

1.4 De doelgroepdefinitie sluit aan bij de landelijke indicatoren van het CBS In het beleid wordt de doelgroepdefinitie gebruikt die aansluit bij de indicatoren van het CBS: opleidingsniveau van de ouders, herkomst en verblijfsduur in Nederland en de taalontwikkeling van het kind. De jeugdverpleegkundige of jeugdarts van de GGD beoordeelt samen met de kinderopvang of een kind in aanmerking komt voor voorschoolse educatie. Een verwijzing is maatwerk en houdt rekening met zowel risico’s op achterstanden als professionele inschatting van onderstimulatie. In het huidige beleid is het ook mogelijk om indicaties af te geven op Sociaal Medische Indicatie (SMI) en ontwikkelachterstanden. 1.5 In het beleid is opnieuw aandacht voor de doorgaande leer- en ontwikkellijn van kinderen De doorgaande lijn binnen de VVE zorgt voor een soepele overgang van voorschool naar basisschool. Hierbij is deskundigheidsbevordering van kinderopvang en onderwijs, elkaar beter leren kennen, samenwerking en afstemming tussen de professionals van beide sectoren van groot belang. Maar ook de overdracht en verbinding tussen consultatiebureau en voorschoolse voorziening en van de voorschoolse voorziening naar groep 1 en 2 van het basisonderwijs.

Over de samenwerking en afstemming, warme overdracht en verdere doorgaande lijn zijn en worden dan ook afspraken gemaakt die terug te vinden zijn in de resultaatafspraken en de uitvoeringsagenda in de LEA. Kanttekeningen en alternatieven 1.1 De nieuwe doelgroepdefinitie is gericht op de landelijke CBS-indicatoren en niet meer op SMI en ontwikkelachterstanden Voorschoolse educatie is bedoeld om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, met name op het gebied van taalontwikkeling, te voorkomen en te verminderen. In de afgelopen periode is binnen de gemeente een bredere doelgroep gehanteerd, waardoor VVE ook werd ingezet voor kinderen met andere ondersteuningsvragen. Hierdoor werd het instrument minder gericht gebruikt dan waarvoor het bedoeld is. Om aan te sluiten bij de wettelijke opdracht van de gemeente en VVE doelgericht in te zetten, wordt de doelgroepdefinitie aangepast naar kinderen met een risico op een onderwijsachterstand, conform de indicatiestelling door de jeugdgezondheidszorg (GGD) gericht op de taalontwikkeling. Voor kinderen met andere ondersteuningsvragen, zoals op Zaaknummer: 2928035

Pagina 2 van 4 Documentnummer: 2994410

bijvoorbeeld sociaal-emotioneel gebied of vanuit een sociaal-medische situatie, wordt VVE niet langer als instrument ingezet. Door een sterke verbinding en goede afstemming met het sociaal domein wordt gewaarborgd dat kinderen en gezinnen tijdig in beeld komen en passende ondersteuning krijgen voordat problemen ontstaan of groter worden. Voor kinderen met een SMI, bijvoorbeeld wanneer ouders door medische, psychische of sociale omstandigheden tijdelijk onvoldoende voor hun kind kunnen zorgen, blijft ondersteuning beschikbaar. Er zijn middelen opgenomen in de begroting waarmee kinderdagopvang voor deze doelgroep tijdelijk vergoed kan worden. Hiervoor wordt een aparte SMI-regeling ontwikkeld en door het college vastgesteld. In deze SMI-regeling wordt duidelijk vastgelegd voor welke doelgroep en onder welke voorwaarden deze ondersteuning wordt ingezet. Zolang de regeling nog niet is vastgesteld is de zorg voor deze ouders en kinderen gewaarborgd. Wat gaan we daarvoor doen Planning Na de vaststelling van het beleid gaan de werkgroepen met de uitvoeringsagenda aan de slag. Communicatie Het VVE-beleid is door middel van participatie in twee stappen tot stand gekomen. Eerst is input opgehaald bij de betrokken ketenpartners, namelijk kinderopvangaanbieders (aanbieders van voorschoolse educatie), jeugdgezondheidszorg van de GGD en het basisonderwijs.

Vervolgens is dit verwerkt in een conceptbeleid waar de betrokken ketenpartners feedback op hebben gegeven. De kinderopvangaanbieders en de jeugdgezondheidszorg van de GGD maken onderdeel uit van de coalitie Kansrijke Start. Het landelijke actieprogramma Kansrijke Start richt zich op het zo kansrijk mogelijk maken van de eerste 1000 dagen van een kind (-10 maanden tot en met 2 jaar). Wat mag het kosten De gemeente bekostigt voorschoolse educatie via een inkomensafhankelijke kindgebonden financiering: per uur per geïndiceerde peuter is subsidie beschikbaar. Alle kinderopvangaanbieders die voldoen aan de gemeentelijke en wettelijke VVE-eisen ontvangen dezelfde subsidie per uur. In het gesubsidieerde uurtarief zit een extra bedrag bovenop het wettelijk normtarief voor kinderopvang, zodat de extra kwaliteit en inspanningen van VVE transparant en kostendekkend worden gefinancierd. Daarnaast ondersteunt de gemeente peuters die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage en de gemeente vult het verschil aan tot het vastgestelde uurtarief, voor een beperkt aantal uren per jaar. Zo wordt de toegankelijkheid van peuteropvang gewaarborgd en gelijke ontwikkelkansen geboden. De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor dit doel en vult dit aan met gemeentelijke middelen, waar nodig, om de wettelijke taken te kunnen uitvoeren.

Voor 2026 bedraagt de rijksbijdrage € 105.478,- en de voorlopige subsidies bedragen € 282.920,-. De subsidie wordt na afloop van het jaar verantwoord en afgerekend. Omdat deze afhankelijk is van het aantal deelnemende kinderen en het inkomen van hun ouders wijkt de afrekening af van de bevoorschotting. Jaarlijks in november stelt het college de tarieven vast op basis van de landelijke vastgestelde uurtarieven voor het daarop volgende jaar.

Zaaknummer: 2928035

Pagina 3 van 4 Documentnummer: 2994410

Evaluatie Niet van toepassing. Bijlagen 1. Raadsbesluit Voor- en vroegschoolse educatie 2026 2. Beleid Voor- en vroegschoolse educatie

Burgemeester en wethouders van Nuenen, de secretaris,

de burgemeester,

ValidSigned door J. Verbruggen op 02-04-2026

ValidSigned door F. van Genugten op 02-04-2026

mr. drs. H.P.C. Verbruggen

F.G.F. van Genugten

Zaaknummer: 2928035

Pagina 4 van 4 Documentnummer: 2994410

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16851381/1