Programmabegroting 2025 - Bijlage Trendanalyse Nuenen 2025
Tekst van het document
Trendanalyse gemeente Nuenen Programmabegroting 2025 en Meerjarenbegroting 2026-2028
Inleiding Als onderlegger van de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 ontvangt u deze trendanalyse. In de begroting 2023 zijn de zorgen over de schuldenlast en het risicoprofiel van de gemeente geuit. Daarbij is besloten om de aankomende jaren een buffer te creëren om zodoende de financiële positie van de gemeente te versterken. In de begroting 2025 is onze aandacht, naast het structureel sluitend houden van onze begroting, gericht op het in balans blijven van onze leningenportefeuille en ons eigen vermogen. Een van de kaders is de temporisering en het realistisch ramen van onze investeringen. De gemeenteraad heeft in een informele sessie in het begin van dit jaar temporisering, oftewel 'opschuiven', als bezuinigingsmogelijkheid nummer één aangegeven.
Financieringsbehoefte Basis voor het bepalen van financieringsbehoefte is de geprognosticeerde balans zoals (verkort) opgenomen in de paragraaf financiering. Voor meer detailinformatie zie deze paragraaf in de Programmabegroting 2025. Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
82.682
101.733
105.085
Grondexploitaties
50.563
48.654
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-19.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
6.122
32.319
31.851
39.213
* Dit is de huidige leningenportefeuille (exclusief kortlopende leningen).
Een positief bedrag betekent dat we aanvullend moeten lenen in dat jaar. Als in 2026 een meerjarige geldlening van € 32 miljoen wordt afgesloten, hoeft er in 2027 geen geldlening afgesloten te worden. In 2028 is de financieringsbehoefte dan nog € 7 miljoen. De geldleningen (schulden) nemen tot en met 2028 toe met in totaal € 39 miljoen. De noodzaak en wijze van financieren is afhankelijk van bijvoorbeeld de ontwikkelingen in de investeringen en de grondopbrengsten. De financieringsbehoefte is bepaald op basis van het realiseren van de investeringen zoals geraamd in de Programmabegroting 2025. De stijging van 2025 naar 2028 van € 60 miljoen naar € 105 miljoen, wordt veroorzaakt door de geplande investeringen, zoals opgesomd op pagina 104 t/m 106 van de Programmabegroting 2025. Daarnaast betreft dit uitgaven, voor eerder besloten investeringen, die gedaan worden in 2025 of later. De geraamde opbrengsten uit de grondexploitaties zorgen ervoor dat de financieringsbehoefte in de komende jaren minder hard stijgt dan de toename van de activa. Afhankelijk van het moment waarop de geplande investeringen en de opbrengsten uit de grondexploitaties gerealiseerd worden, wordt een aanvullende langlopende of kasgeldlening afgesloten. De keuze voor het aantrekken van een langlopende of kasgeldlening wordt bepaald door: 1.
Autonome ontwikkelingen in de begroting en daarmee in het structurele saldo. 2. Ontwikkelingen op lopende projecten (moment van betalen van de geraamde uitgaven). 3. Ontwikkelingen op lopende grexen (hoe snel komen de geraamde ontvangsten binnen). 4. Keuzes rondom nieuwe projecten die de gemeenteraad zelf nog moet maken.
Kengetallen Programmabegroting 2025 In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Programmabegroting 2025 staan de volgende kengetallen.
2
Om schrijving
Realisatie
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
107%
102%
72%
93%
55%
64%
75%
76%
Solvabiliteitsratio
30%
33%
36%
31%
42%
37%
38%
37%
Grondexploitatie
117%
124%
98%
85%
71%
51%
32%
28%
3%
9%
4%
0%
1%
1%
0%
0%
118%
118%
111%
108%
102%
102%
102%
102%
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
De kleuren betreffen de signaleringswaarden (waarderingscijfer) zoals de provincie die gebruikt bij het toezicht op de gemeentelijke financiën. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
De meest risicovolle waardering van grondexploitaties heeft zijn oorsprong in de investeringen die in het verleden gedaan zijn voor met name Nuenen-West en Eeneind-West. Voor meer toelichting en uitleg over de kengetallen zie bij Financiële kengetallen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Programmabegroting 2025.
Samenvattende conclusie Onze aandacht om ons te richten op het in balans blijven van onze leningenportefeuille en ons eigen vermogen maakt dat de netto schuldquote de komende jaren als ”minst risicovol” kan worden aangemerkt. Ons huidig beleid van sparen, 'nieuw voor oud' en realistisch ramen werpt zijn vruchten af.
Scenario’s Een van de kaders voor het opstellen van de Programmabegroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028 is de temporisering en het realistischer ramen van onze investeringen. Om in beeld te brengen wat de gevolgen kunnen zijn van het temporiseren van de uitgaven, het achterblijven van de opbrengsten uit de grondexploitaties en een investering in het gemeentehuis, hebben we enkele scenario’s uitgewerkt. De geel gearceerde bedragen zijn de mutaties als gevol g van het scenario ten opzichte van de tabel op pagina 2. Scenario A: “Afname boekwaarden grondexploitaties wordt vertraagd met 1 jaar” Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
82.682
101.733
105.085
Grondexploitaties
69.094
48.654
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-19.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
24.652
32.319
31.851
39.213
Als de opbrengsten uit de grondexploitaties 1 jaar later binnenkomen, stijgt het te lenen bedrag in 2025 met € 18 miljoen (€ 24.652 -/- € 6.221). Omdat er meer geleend wordt, nemen de rentekosten in 2025 toe. Dit heeft een nadelig effect op het begrotingssaldo 2025 door een toename van het renteaandeel in kapitaallasten voor alle activa. Daarnaast betekent dat hogere rentelasten voor de grondexploitaties in 2025. Als de overige ontwikkelingen niet wijzigen, stijgt de netto-schuldquote voor 2025 van 55% naar 81%.
3
Scenario B: ”Afname boekwaarde grondexploitaties wordt vertraagd met 2 jaar” Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
82.682
101.733
105.085
Grondexploitaties
69.094
69.094
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-19.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
24.652
52.759
31.851
39.213
Als de opbrengsten uit de grondexploitaties 2 jaar later binnenkomen, stijgt het te lenen bedrag in 2026 met € 20 miljoen (€ 52.759 -/- € 32.219). Omdat er dan ook in 2026 meer geleend wordt, nemen de rentekosten toe. Dit heeft een dan ook een nadelig effect op het begrotingssaldo 2026 door een toename van het renteaandeel in kapitaallasten voor alle activa. Daarnaast betekent dat hogere rentelasten voor de grondexploitaties in 2026. Als de overige ontwikkelingen niet wijzigen, stijgt de netto-schuldquote voor 2026 van 64% naar 85%. Scenario C: “Als scenario A en daarnaast € 5 miljoen aan investeringen van 2025 doorschuiven naar 2026” Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
77.682
101.733
105.085
Grondexploitaties
69.094
48.654
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-19.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
24.652
27.319
31.851
39.213
Als € 5 miljoen aan investeringen van 2025 worden doorgeschoven naar 2026 en de opbrengsten uit de grondexploitaties 1 jaar later binnenkomen, schuift ook de noodzaak om € 5 miljoen te lenen 1 jaar door. Het begrotingsresultaat van 2026 neemt dan, ten opzichte van scenario A, toe omdat ook de kapitaallasten 1 jaar doorgeschoven worden. Als de overige ontwikkelingen niet wijzigen, daalt de schuldquote in 2026 van 64% naar 58%. Scenario D: “Als scenario A en daarnaast € 10 miljoen aan investeringen van 2025 doorschuiven naar 2026” Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
72.682
101.733
105.085
Grondexploitaties
69.094
48.654
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-19.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
24.652
22.319
31.851
39.213
Als € 10 miljoen aan investeringen van 2025 worden doorgeschoven naar 2026 en de opbrengsten uit de grondexploitaties 1 jaar later binnenkomen, schuift ook de noodzaak om € 10 miljoen te lenen 1 jaar door. Het begrotingsresultaat van 2026 neemt dan, ten opzichte van scenario A, toe omdat ook de kapitaallasten 1 jaar doorgeschoven worden. Als de overige ontwikkelingen niet wijzigen, daalt de schuldquote in 2026 van 64% naar 55%.
4
Scenario E: “Toename boekwaarde in 2027 met € 15 miljoen voor gemeentehuis” Boekwaarde 1-1
2025
2026
2027
2028
Activa
60.553
82.682
101.733
120.085
Grondexploitaties
50.563
48.654
23.234
21.155
Geldleningen OG*
-35.323
-29.997
-24.671
-34.344
Reserves en voorzieningen
-69.672
-69.020
-68.445
-67.684
6.122
32.319
31.851
39.213
Als in 2027 € 15 miljoen geïnvesteerd wordt voor het gemeentehuis en voor hetzelfde bedrag een geldlening wordt aangetrokken, nemen de activa en de geldleningen OG per 1-1-2028 met dat bedrag toe. De begrotingsresultaten van 2027 en 2028 wijzigen niet omdat met extra kosten voor het gemeentehuis rekening is gehouden. Als de overige ontwikkelingen niet wijzigen, stijgt schuldquote in 2028 van 76% naar 96% en daalt de solvabiliteit van 37% naar 34%.
Conclusie scenario’s Voor de scenario’s A t/m D geldt dat de percentages van de financiële kengetallen wijzigen, maar daardoor ontstaan geen verschuivingen tussen de signaleringswaarden. Bij scenario E verschuift het kengetal schuldquote van minst risicovol naar neutraal. De scenario’s A t/m D zijn van invloed op de rentekosten in de jaren 2025 en 2026. Voor de jaren 2027 en 2028 blijven deze gelijk omdat de vertragingen in de grondverkopen en in de investering ingelopen zijn. Scenario E heeft effect op de rentekosten vanaf 2027. Mocht een van de scenario’s werkelijkheid worden, dan zijn de extra rentekosten nog op te vangen binnen de huidige Programmabegroting 2025-2028. Gezien de onzekerheden, genoemd in het voorwoord van die begroting, blijft het zaak om balans te blijven zoeken tussen de leningenportefeuille en het eigen vermogen.
5