CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatiebeleid Nuenen 2025 'Via beginspraak naar inspraak'

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Participatiebeleid6.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Via beginspraak naar inspraak Participatiebeleid en handreiking 2025

1

Voorwoord De samenleving verandert, en daarmee verandert ook de manier waarop inwoners en overheid met elkaar samenwerken. In heel Nederland groeit het besef dat inwoners steeds vaker mee willen denken en mee willen doen. Niet pas aan het eind, als besluiten al bijna genomen zijn, maar juist aan het begin: als de ideeën nog vorm moeten krijgen. Deze manier van samenwerken noemen we participatie. Steeds vaker gaat het daarbij niet alleen om inwonersparticipatie (waarbij inwoners meedoen aan plannen van de gemeente), maar ook om overheidsparticipatie (waarbij de gemeente aansluit bij initiatieven van inwoners). Ook in onze gemeente zien we die beweging. Onze inwoners zijn betrokken, actief en willen graag hun stem laten horen over wat er in hun buurt, dorp of stad gebeurt. Tijdens gesprekken en bijeenkomsten over participatie met inwoners, bestuurders en collega’s werden twee zaken héél duidelijk: Eén: inwoners willen beginspraak. Dat betekent dat ze zo vroeg mogelijk mee willen denken over plannen die hen raken. Alleen dan voelt participatie eerlijk, open en zinvol. Het tweede punt is dat de gemeente Nuenen wil werken volgens het motto Participatief tenzij…Dat betekent dat we als gemeente participatief denken en handelen tenzij blijkt dat participatie echt niet kan. Dan leggen we dat ook uit. Het participatiebeleid uit 2020 sluit hier niet meer goed op aan.

Het past niet meer bij hoe inwoners en gemeente willen samenwerken. Daarom hebben we dit nieuwe beleid gemaakt. Een beleid dat recht doet aan de wens van onze inwoners om vroegtijdig betrokken te zijn, en dat ruimte biedt voor een nieuwe manier van samenwerken: als partners, met respect voor elkaars rol, kennis en ervaring. Een beleid waarbij het bereiken van overeenstemming niet het doel is. In dit document beschrijven we hoe we dat gaan doen. Wat inwoners van ons mogen verwachten, en wat wij van hen vragen. Zodat we samen kunnen werken aan een gemeente waarin iedereen zich gehoord en serieus genomen voelt. Het doel van participatie is immers dat er een weloverwogen besluit genomen kan worden Participatie tenzij én via beginspraak naar inspraak! Vriendelijke groet,

Patrick Kok Wethouder

Participatiebeleid

2

Inhoudsopgave

Voorwoord

2

Inhoudsopgave

3

Inleiding

5

Totstandkoming van participatie -aanpak, -toelichting en -verordening

5

Leeswijzer

6

Deel 1: Hoe participeren we in Nuenen?

7

Visie en Ambitie

7

A Visie: Participatief tenzij…

7

B Ambitie

7

C Aanpak in 4 stappen

7

Deel 2 Toelichting participatie -aanpak in 4 stappen

9

Stap 1: Participatie Ja tenzij…

9

Definities

9

A Definitie Participatie

9

B Initiatiefnemer

10

C Inwonersparticipatie

10

D Overheidsparticipatie

11

E Participatieverordening

11

F Het uitdaagrecht

11

G

12

Burgerinitiatief?

Uitgangspunten

13

Afwegingskader

15

Stap 2 Participatiedoel

17

Participatiebeleid

3

A.

Overzicht van doelen

17

Stap 3: Met wie en in welke rol

19

A

19

Groepen bij gemeente als initiatiefnemer en hun rol

Stap 4 praktische zaken

21

Deel 3 Wet- en regelgeving

24

A Participatieverordening

24

B Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet

24

C Omgevingswet

25

Bijlagen

25

A Rollen initiatiefnemer en participant bij participatiedoel

25

C.

Participatieverordening

D.

WerkvormenBox

Participatiebeleid

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 28

4

Inleiding Totstandkoming van participatie-aanpak, -toelichting en -verordening ‘Via beginspraak naar inspraak’ is logischerwijs tot stand gekomen na een intensief participatieproces. Dit proces was meteen een test om te zien hoe beginspraak werkt. Wat moet je hiervoor doen als initiatiefnemer? Wie betrek je erbij en hoe en wanneer? Een aantal basisvragen die ook in de aanpak terugkomen. Er werden vier doelgroepen gedefinieerd: •

Inwoners van Nuenen

•

Gemeenteraad

•

College

•

Ambtenaren

De participatie vond plaats door het houden van een enquête onder de inwoners van Nuenen. Daarnaast werden gesprekken gevoerd met de gemeenteraad in zijn geheel en met een klankbordgroep uit de gemeenteraad. Er zijn gesprekken en sessies geweest met ambtenaren, MT en college. Er zijn inwonersbijeenkomsten geweest en er is gesproken met vertegenwoordigers uit het sociaal domein en de dorpsraden van Gerwen en Nederwetten. Met inwoners van Nuenen bedoelen we inwoners, ondernemers, organisaties en stichtingen. Deze input vormt de basis van het participatiebeleid ‘ Via beginspraak naar inspraak’. De participatie-aanpak in 4 stappen en de toelichting hierop vormen samen het beleid. De participatieverordening gemeente Nuenen 2025 sluit hier naadloos op aan. Dit is ook getoetst bij alle doelgroepen voordat het ter besluitvorming aan de gemeenteraad is voorgelegd. Voor wie geldt dit participatiebeleid? De gemeente Nuenen legt zichzelf dit beleid op. Vanaf het moment van vaststelling door de gemeenteraad wordt dit beleid binnen de gemeente Nuenen geimplementeerd en gaat de ambtelijke en bestuurlijke organisatie hiermee aan de slag. Een tijd van intensief leren en experimenteren volgt.

Participatiebeleid

5

We vragen echter ook nadrukkelijk aan alle intiatiefnemers om aan de hand van dit beleid de participatieaanpak in 4 stappen te volgen, niet alleen als het verplicht is maar juist ook als dat niet zo is. Leeswijzer Deel 1 gaat over hoe we participeren in Nuenen. Hier vind je de visie en ambitie van de gemeente Nuenen over participatie. Vervolgens zie je hier de ‘participatie aanpak in 4 stappen’ in één oogopslag. In deel 2 lichten we de aanpak in 4 stappen toe. Om de aanpak goed te kunnen volgen en invullen kun je deze toelichting als verdieping en uitleg gebruiken. Hier geven we definities, leggen we de uitgangspunten van participatie in Nuenen uit en vertellen we hoe je tot een antwoord komt op Participatie tenzij. Vervolgens nemen we ook de overige 3 stappen door, participatiedoel, met wie in welke rol en de praktische zaken. In deel 3 nemen we je mee in de wet- en regelgeving over participatie. Tot slot vind je in de bijlagen de rollen, de werkvormenbox en de aanpak in 4 stappen plus invulformulier en de tekst van de participatieverordening.

Participatiebeleid

6

Deel 1: Hoe participeren we in Nuenen ? Visie en Ambitie A Visie: Participatief tenzij… Binnen de gemeente Nuenen mag iedereen meedoen. Als gemeentebestuur én ambtelijke organisatie nodigen we onze inwoners en ondernemers allemaal uit om mee te denken, praten én soms ook keuzes te maken. Besluitvorming blijft voorbehouden aan college en gemeenteraad. In alles wat we als gemeente initiëren denken en handelen we participatief. Dat betekent dat we ons altijd de vraag stellen of en hoe onze inwoners en ondernemers mee kunnen laten praten, denken en doen bij de vorming van beleid en/of uitvoering. Overeenstemming ofwel concensus is nooit het doel van participatie. Met participatie wil je bereiken dat er een weloverwogen besluit genomen kan worden wat tot stand is gekomen nadat meningen en standpunten zijn gehoord en afgewogen in een open participatieproces. In slechts enkele gevallen zal geen sprake kunnen zijn van een participatieproces. In die gevallen zal een goed communicatieproces plaatsvinden. B Ambitie •

Participatie in Nuenen is open, transparant en weloverwogen:

•

Participatie vindt plaats op basis van wederzijds vertrouwen en wederkerigheid: Participatietrajecten worden zorgvuldig doorlopen op basis van vertrouwen, Participanten weten wat ieders rol is en wat van elkaar verwacht wordt.

•

In Nuenen proberen we uit en doen we participatie zonder elkaars rol over te nemen. C Aanpak in 4 stappen

In Nuenen stellen we in 4 stappen een participatie-aanpak op. Als na stap 1 blijkt dat het initiatief geschikt is voor participatie volgen stap 2, 3 én 4. Op de volgende pagina staat de aanpak in één oogopslag. Hierbij hoort een formulier dat de initiatiefnemer invult (zie bijlage). De verdieping en achtergronden van de stappen zijn te vinden in deel 2: de toelichting.

Participatiebeleid

7

Participatiebeleid

8

Deel 2 Toelichting participatie-aanpak in 4 stappen Stap 1: Participatie Ja tenzij… In stap 1 gaat het erom dat de initiatiefnemer bepaalt of ‘Participatie Ja tenzij’ hier opgaat. Daarom zijn hieronder definities weergegeven over participatie in Nuenen en participatie in het algemeen. Daarnaast vinden we het in Nuenen van belang dat iedereen die betrokken is bij een participatieproces uitgaat van de uitgangspunten die we samen hebben opgesteld. Tot slot geven we uitleg over hoe je tot de afweging komt. Wat is de participatievraag en welke vragen moet je jezelf en soms ook anderen stellen om te bepalen of het initiatief geschikt is voor participatie.

Definities A Definitie Participatie Participatie betekent het op tijd en goed betrekken van de omgeving bij een plan of initiatief. Hierdoor komen belangen, meningen, kennis en creativiteit samen op tafel. Door bezwaren en ideeën te bespreken, kan het plan verbeterd worden en groeit de kans op draagvlak. Een zorgvuldig participatieproces draagt bij aan een transparant verloop van plan tot uitvoering.

Deze definitie vraagt om een uitleg Participatie betekent het op tijd en goed betrekken van de omgeving bij een plan of initiatief. We betrekken mensen die met het plan of initiatief te maken krijgen (zoals inwoners, bedrijven of organisaties) al in een vroeg stadium. Dus niet pas als alles al vastligt, maar als er nog ruimte is voor invloed. Dit noemen we Beginspraak. Goed betrekken betekent dat duidelijk is wat er mogelijk is en hoe mensen kunnen meedoen. Verwachtingen over en weer moeten duidelijk zijn, om ruis te voorkomen.

Participatiebeleid

9

Hierdoor komen belangen, meningen, kennis en creativiteit samen op tafel. Iedereen kijkt anders naar een plan. Sommige mensen hebben zorgen, anderen hebben slimme ideeën of nuttige kennis over de omgeving. Door iedereen een stem te geven, ontstaat een breder beeld en mogelijk betere oplossingen. Door bezwaren en ideeën te bespreken, kan het plan verbeterd worden en groeit de kans op draagvlak. Als mensen hun mening kunnen geven – zowel positief als kritisch – kan het plan of initiatief worden aangepast zodat het beter aansluit bij wat mensen willen of nodig hebben. Zo worden meer mensen gehoord en gesteund, en groeit de kans op goedkeuring. Overeenstemming is overigens niet het doel van participatie. Een zorgvuldig participatieproces draagt bij aan een transparant verloop van plan tot uitvoering. Wanneer het participatieproces goed is georganiseerd, er gecommuniceerd wordt over wat er met inbreng wel en niet gebeurt en je duidelijk laat zien wie wat wanneer doet, dan begrijpen mensen beter hoe iets tot stand is gekomen. Dat voorkomt verwarring en wantrouwen. Alles gebeurt open en eerlijk, en dat maakt het proces betrouwbaarder voor iedereen. Er zijn twee vormen van participatie: inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. B Initiatiefnemer De initiatiefnemer kan de gemeente Nuenen zijn, een andere overheid, een projectontwikkelaar of een (groep) inwoner(s).

Afhankelijk van wie de initiatiefnemer is gaat het om inwonersparticipatie of overheidsparticipatie. C Inwonersparticipatie Bij inwonersparticipatie worden een inwoners gevraagd om mee te doen. Het initiatief ligt bij een overheid, zoals de gemeente Nuenen of een buurgemeente of de provincie. Ook een projectontwikkelaar kan inwoners vragen om me te doen. Voor projectontwikkelaars gelden echter niet dezelfde verplichtingen als voor de overheid. Dit staat omschreven in de omgevingswet (zie hoofdstuk 3). Met inwoners bedoelen we niet alleen individuele personen, maar ook ondernemers, verenigingen, belangengroepen en andere betrokkenen. Zij kunnen meedenken en meepraten over een plan, beleidsstuk of project. Bij de uitvoering hiervan is het soms

Participatiebeleid

10

ook mogelijk om mee te doen. Inwonersparticipatie is een manier om mensen actief te betrekken bij beleid, visies en plannen. Ideeën, standpunten, adviezen worden meegenomen in het proces. Zo kan de initiatiefnemer beter inspelen op de wensen en zorgen van de samenleving. Wanneer er besluiten worden genomen maakt de initiatiefnemer ook duidelijk aan de participanten wat er wel en niet is meegenomen in het besluit en waarom. D Overheidsparticipatie Bij overheidsparticipatie is het initiatief juist andersom. Hier nemen inwoners, dorpsraden, wijkraden, bedrijven of organisaties het voortouw. De overheid wordt uitgenodigd om mee te denken, mee te praten, mee te doen of te faciliteren. De rol van de overheid kan variëren, van het ondersteunen van een idee tot het stellen van kaders waarin het initiatief kan worden uitgevoerd. Overheidsparticipatie is een vorm van ‘omgekeerde’ samenwerking, waarbij de overheid de plannen en ideeën van inwoners ondersteunt en versterkt.

E Participatieverordening Binnen de gemeente Nuenen hebben we in de participatieverordening vastgelegd dat binnen de overheidsparticipatie er ook sprake kan zijn van het uitdaagrecht en/of een burgerinitiatief. Hieronder wordt uitgelegd wat het uitdaagrecht is en wat een burgerinitiatief is. In de participatieverordening (zie bijlage) is benoemd hoe dit in Nuenen precies werkt. In een participatieverordening leg je regels en spelregels vast over hoe inwoners mee kunnen doen aan beleid en besluiten.

F Het uitdaagrecht Het uitdaagrecht betekent dat inwoners de gemeente Nuenen kunnen uitdagen om een taak van de gemeente zelf over te nemen, als zij denken dat ze het beter, slimmer of goedkoper kunnen doen. Als de gemeente het ermee eens is, krijgen de bewoners de taak (en soms ook geld of middelen) om het zelf uit te voeren. Belangrijke punten: •

Het moet gaan om een taak die de gemeente normaal zelf doet

•

Inwoners moeten goed laten zien hoe zij het willen aanpakken.

•

De gemeente kijkt of het veilig, verantwoord en eerlijk is.

Participatiebeleid

11

Het uitdaagrecht is bedoeld om: •

Inwoners meer invloed te geven.

•

Betrokkenheid bij de buurt te vergroten.

•

Nieuwe, creatieve oplossingen een kans te geven.

Een voorbeeld van het uitdaagrecht is wanneer inwoners denken dat zij het parkonderhoud in hun buurt beter, goedkoper of slimmer kunnen doen dan de gemeente. Ze dienen hiervoor een plan in, krijgen een budget en worden vervolgens de uitvoerders van de taak, waarbij de gemeente de rol van opdrachtgever op zich neemt. Een waterschap kan taken uitbesteden aan bewoners die bijvoorbeeld samenwerken aan natuurvriendelijke oevers. Een basketbalclub in Utrecht nam het beheer van een sporthal over.

G Burgerinitiatief Een burgerinitiatief is een idee of voorstel van inwoners voor iets dat zij graag willen veranderen, verbeteren of realiseren in hun buurt, dorp of stad. Het initiatief komt dus niet van de gemeente, maar rechtstreeks van de inwoners zelf. Kenmerken van een burgerinitiatief: •

Het idee komt van inwoners zelf, niet van de politiek of ambtenaren.

•

Het gaat vaak om iets dat meerdere mensen belangrijk vinden.

•

De initiatiefnemers willen meestal ook zelf iets doen, zoals organiseren, meehelpen of samenwerken.

Met een burgerinitiatief kunnen inwoners direct invloed uitoefenen op wat er gebeurt in hun gemeente. Ze laten zien wat zij belangrijk vinden en nemen zelf het initiatief om iets te veranderen.

Participatiebeleid

12

Concrete voorbeelden van een burgerinitiatief: • Singelpark Leiden: Een initiatief dat is uitgegroeid tot een park waar gezondheid, gezamenlijkheid en ontspanning centraal staan. Dit wordt onderhouden door een samenwerking tussen inwoners, bedrijven en de gemeente. • Zorgcooperatie Texel Samen Beter: Een samenwerking tussen (toekomstige) zorggebruikers op Texel om invloed uit te oefenen op de kwaliteit, het aanbod en de betaalbaarheid van de zorg op het eiland. • Burgerinitiatief Nijmegen: Een burgerinitiatief waarbij inwoners met een compleet voorstel, inclusief kostenraming, de gemeenteraad kunnen vragen om een besluit te nemen over een plan. Voor het indienen zijn minimaal 100 handtekeningen nodig.

Uitgangspunten In Nuenen gelden de volgende uitgangspunten voor participatie. Deze nemen we mee bij het opstellen van een participatieaanpak en bij de uitvoering hiervan. Dit geldt natuurlijk voor de initiatiefnemer én voor de participanten. •

In alles wat we als gemeente initiëren, denken en handelen we participatief We stellen ons altijd de vraag of en hoe inwoners en ondernemers mee kunnen praten, denken en doen bij de vorming van beleid en/of uitvoering in het algemeen belang.

•

We starten participatie als er een duidelijke vraag is Wat willen we van participanten? Hebben participanten invloed? Is er iets te kiezen?

•

We zoeken uit wie we moeten betrekken Bij elk onderwerp horen andere mensen of groepen. We zoeken eerst goed uit wie er mee zou moeten doen.

Participatiebeleid

13

•

We beginnen op tijd We betrekken mensen zo vroeg mogelijk. Dat noemen we "beginspraak". Hoe eerder mensen kunnen meedenken, hoe beter we samen kunnen zoeken naar oplossingen of ideeën.

•

We kiezen het juiste participatiedoel. Participatie kan verschillende doelen hebben. Soms geef je alleen informatie, soms vraag je om ideeën of laat je mensen keuzes maken. We zeggen van tevoren duidelijk welk doel beoogd wordt. Soms is het ook mogelijk om samen het participatiedoel te bepalen. In Nuenen zijn dit de mogelijkheden: 1. Informeren 2. Meedenken 3. Meekiezen 4. Meedoen Je leest hier meer over bij Stap 2: Participatiedoel.

•

We luisteren echt naar elkaar Iedereen mag zijn mening geven. We zorgen ervoor dat iedereen zich veilig voelt om te praten. Er is ruimte voor een goed gesprek, waarin we respectvol met elkaar omgaan.

•

Gelijkwaardige positie We zorgen ervoor dat alle deelnemers een gelijkwaardige informatiepositie hebben in dit proces. Dat betekent dus dat iedereen dezelfde informatie heeft.

•

Iedereen heeft een eigen rol De gemeente, inwoners, organisaties: allemaal hebben we onze eigen rol. We leggen deze rollen goed uit en spreken elkaar aan als dat nodig is.

•

We zijn open over het proces, koppelen terug en maken verslagen. We zijn eerlijk over wat we doen, waarom we dat doen en wat we van elkaar verwachten. Zo weet iedereen waar hij of zij aan toe is. We vertellen altijd wat we met de inbreng van mensen hebben gedaan. Ook als we iets niet hebben overgenomen, leggen we uit waarom We schrijven op wat er besproken is. Zo kan iedereen teruglezen wat er is gezegd en afgesproken.

Participatiebeleid

14

•

We communiceren goed We gebruiken duidelijke en begrijpelijke taal. We zorgen dat mensen weten waar, wanneer en hoe ze mee kunnen doen.

•

We doen wat we zeggen We maken beloftes waar. Als we iets zeggen, doen we dat ook. En als het anders loopt, leggen we dat goed uit.

•

We evalueren Na afloop kijken we terug: wat ging goed en wat kan beter? Soms doen we dit ook al tijdens het proces. Zo leren we en verbeteren we participatie telkens weer

Afwegingskader We zeggen in Nuenen Participatie tenzij…maar het ene initiatief leent zich meer voor participatie dan het andere initiatief. Belangrijk is dat participatie gericht ingezet wordt en daarbij is een duidelijke afweging vooraf noodzakelijk. Om de afweging goed te kunnen maken zijn er een viertal vragen die beantwoord moeten worden: •

Wat betekent het voor de leefomgeving, wat is de impact? Elk project, plan of beleid heeft impact op de leefomgeving van de participant. Hoe groter de impact hoe intensiever de participatie, hoe kleiner de impact hoe minder intensief de participatie. Bij het bepalen van de impact kijk je naar het algemeen belang, de maatschappelijke aandacht, de hinder en de grootte en de omvang.

•

Valt er iets te kiezen, is er invloed mogelijk? Het moet voldoende ruimte bieden voor uiteenlopende opties. Meedenkende partijen moeten echte keuzes kunnen maken. Als er géén mogelijkheden zijn voor verschillende reële (beleids-) alternatieven, is participatie onwenselijk. Beperkende factoren kunnen zijn: wet- en regelgeving van hogere overheden, eerder beleid of regelgeving van de eigen overheid of financiële beperkingen.

Participatiebeleid

15

•

Wat is de meerwaarde en/of noodzaak? Is de verwachting dat het plan of project beter wordt door een participatieproces te doorlopen? Is participatie verplicht (door wetgeving of bepaald door de gemeenteraad)?

•

Is er tijd, geld en motivatie bij de initiatiefnemer? Participatie neemt voor, tijdens en na het gehele initiatief, tijd in beslag. Is die tijd ook beschikbaar of heeft besluitvorming zoveel haast dat het niet mogelijk is om participatie in te zetten? Het organiseren en begeleiden van participatie kan arbeidsintensief zijn. Er moet bij de initiatiefnemer dan ook voldoende capaciteit en geld beschikbaar gesteld kunnen worden, bijvoorbeeld voor de inzet van ambtelijke tijd.

Is het antwoord op een of meer van bovenstaande vragen nee? Dan is het advies om géén participatietraject in te richten voordat de vragen positief beantwoord kunnen worden. Is de gemeente de initiatiefnemer en zijn tijd en geld de beperkende factor en is de verwachting dat de inbreng van inwoners/belanghebbenden wel meerwaarde heeft? Of hebben inwoners/belanghebbenden aangegeven het van groot belang te vinden om mee te praten? Dan kan worden voorgesteld het dilemma voor te leggen aan college en of raad. Bij kleinere initiatieven komt het dan op maatwerk aan. Bij grote en/of complexe zaken wordt een bestuursopdracht opgesteld. Hierin komt onder meer te staan wat er nodig is om aan de kernvoorwaarden en uitgangspunten te voldoen.

Participatiebeleid

16

Stap 2 Participatie doel A.

Overzicht van doelen

Informeren Als initiatiefnemer vertel je anderen over het idee of plan, en je luistert naar waar anderen mee bezig zijn. Je maakt helder wat je stappen gaan zijn en wanneer je weer terugkomt bij de participanten voor een volgend moment. Bij deze vorm van participatie is er weinig interactie. Als initiatiefnemer krijg je wel reacties op de informatie die je verstrekt. Maak van te voren duidelijk wat je met reacties gaat doen. Wanneer het hierbij blijft noemen we het communicatie en géén participatie. Meedenken Als initiatiefnemer wil je weten wat de mening van anderen is. Om kennis en ervaring op te halen, zodat het plan nog beter wordt. Of je wilt meer weten over verschillende belangen die een rol spelen. Je wilt hierover met elkaar in gesprek. Je wilt de gevraagde en ongevraagde meningen en belangen ook meenemen en er rekening mee houden in de uiteindelijke plan- of beleidsvorming. Er zijn ook mensen in je omgeving die kennis en kunde hebben over jouw idee of plan of beleid. Zij kunnen dan adviseren hoe het nog beter kan. Je wilt de gevraagde en ongevraagde adviezen, meningen en belangen ook meenemen en er rekening mee houden in de uiteindelijke plan- of beleidsvorming. Meekiezen In Nuenen hebben we afgesproken dat de gemeenteraad het uiteindelijke besluit neemt als zij initiatiefnemer is of omdat de wetgeving dit zo heeft bepaald.

Dat betekent niet dat participanten niets mogen beslissen. Zij kunnen keuzes voorgelegd krijgen. Deze keuzes zijn tot stand gekomen in het participatietraject wat eraan vooraf is gegaan. Deze keuzes zijn ook keuzes waarvan de initiatiefnemer ze allemaal goed

Participatiebeleid

17

vindt. Met andere woorden: De keuze die hier gemaakt wordt is dan een keuze die niet door de gemeenteraad teruggedraaid kan worden. Meedoen Samen werk je intensief aan plannen of beleid. Je werkt het plan samen met anderen verder uit. Zodat ook hun ideeën erin terugkomen. En je hulp hebt om het plan uit te voeren. Je ziet elkaar als gelijkwaardig partner en het resultaat van de samenwerking weegt zwaar bij de uiteindelijke besluitvorming door het bevoegd gezag. Voor het bepalen van het participatiedoel gebruiken we de participatieladder. Wil je participanten informeren, mee laten praten en denken, wil je ze keuzes voorleggen of mee laten doen. Omdat een participatieproces maatwerk is en er bij een initiatief verschillende fases kunnen zijn kan dus ook het doel per fase verschillen. Participatie kan dus verschillende doelen hebben. Je wilt bijvoorbeeld je plan verbeteren met kennis en kunde van anderen of je wilt de kwaliteit van je beleid verbeteren. Of je wilt weten in een bepaalde fase van een traject welke oplossing de omgeving de beste oplossing vindt. In alle gevallen geldt dat het van belang is dat je voor jezelf, maar zeker ook voor anderen, helder maakt waarom je een participatieproces inzet en wat participanten kunnen verwachten. Het is belangrijk om aan het begin van zo’n proces helder te maken wat het participatiedoel is.

Hier vooraf over nadenken en dit zorgvuldig communiceren maakt vooraf helder voor participanten wat zij kunnen betekenen of wat van hen verwacht wordt, wat de invloed daarvan kan zijn en welke resultaten dat wel, maar ook niet kan opleveren. Er is geen hiërarchie in de participatiedoelen. De een is wel intensiever dan de ander. De invloed en mogelijkheden die een participant heeft verschilt ook per doel. Bij elke vorm van participatie moet het duidelijk zijn voor de participanten wat het doel van de participatie is en wat van participanten verwacht wordt én wat zij van de initiatiefnemer kunnen verwachten.

Participatiebeleid

18

Stap 3: Met wie en in welke rol Participatie is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan de gemeente Nuenen zijn, een andere overheid, een projectontwikkelaar of een (groep) inwoner(s). Afhankelijk van wie de initiatiefnemer is gaat het om inwonersparticipatie of overheidsparticipatie. Hoe dan ook heeft de initiatiefnemer verschillende rollen en verantwoordelijkheden en verplichtingen in het participatieproces. Het kan zelfs per fase in het proces veranderen. Als initiatiefnemer onderzoek je op wie het initiatief impact heeft. Dit doe je het liefst samen met een aantal anderen. Samen ontdek je dan dat je samen al veel weet en dat het waardevol is om deze kennis in een bijeenkomst te delen. Zo kan je ook vaststellen wat je nog níet weet en indien nodig actie ondernemen. Bijvoorbeeld door onderzoek te doen of door gesprekken te voeren. De eerste stap in een omgevingsanalyse is het zo volledig mogelijk in beeld brengen van de belanghebbende partijen en eventuele experts met nuttige kennis. Zodra je weet wie de spelers zijn, onderzoek je hun belangen en standpunten over het onderwerp. Je kijkt ook naar de impact: wie zullen de gevolgen van het project voelen en in welke mate? Meer informatie over de rollen die de initiatiefnemer en participant hebben in een participatieproces vind je in de bijlagen.

Welke rol zij hebben verschilt van elkaar en hangt af van welk participatiedoel wordt gekozen. Hieronder beschrijven we de groepen die er zijn bij de gemeente als initiatiefnemer. A

Groepen bij gemeente als initiatiefnemer en hun rol

Gemeenteraad De gemeenteraad heeft verschillende rollen: - Kaderstellend; - Controlerend; - Volksvertegenwoordigend. De participatietaken van de raad kunnen zijn: -

Participatieopdracht geven Gesprek met de samenleving organiseren Meedoen aan gesprek met de samenleving Participatieproces beoordelen

Participatiebeleid

19

College van Burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders (B&W) heeft drie verschillende rollen bij participatie. - Initiatiefnemer voor grotere projecten, plannen en programma’s. Hiervoor moet zij de participatie doen. Het door de raad vastgestelde participatiebeleid wordt vertaald naar een participatieplan. Het participatieplan wordt (eventueel) vastgesteld door de gemeenteraad en dan het kader voor de uitvoering van het participatieproces. De ambtelijke organisatie stelt het participatieplan op. - Vergunningverlener. Bij de toets van een vergunningaanvraag beoordeelt B&W of participatie heeft plaatsgevonden en of dit voldoende is uitgevoerd en of er rekening is gehouden met de verschillende belangen. - Een stimulerende en faciliterende rol bij initiatieven van derden, dus bij overheidsparticipatie. Ambtelijke organisatie De organisatie en uitvoering van participatie hoort breed in de ambtelijke organisatie te liggen. Dit betekent dat binnen de ambtelijke organisatie niet één afdeling maar iedereen een rol en verantwoordelijkheid kan hebben in een participatieproces. De primaire verantwoordelijkheid ligt binnen de ambtelijke organisatie bij projectleiders. Om het overzicht te hebben wordt een participatieadviseur aangesteld.

Deze persoon zorgt voor de verbinding die nodig is om verschillende afdelingen samen te laten werken binnen één participatieproces, is de schakel tussen gemeenteraad, B&W en ambtelijke organisatie, zorgt ervoor dat participatieprocessen op elkaar worden afgestemd en bewaakt de werkwijze en visie van de gemeente Nuenen. Dorpsraden De dorpsraden in Nuenen hebben verschillende rollen: - Gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over beleidsvoornemens die het algemeen belang in het dorp beïnvloeden. - Communicatieve taken als intermediair naar inwoners in het werkgebied. Betrokkenheid bij ontwikkelingen in het werkgebied en bij beleidsprocessen in het werkgebied . In participatieprocessen is de dorpsraad altijd een betrokkene. Bij grotere en complexe trajecten willen de dorpsraden een actieve rol. Dit kan zijn: •

Gesprek met de samenleving organiseren

Participatiebeleid

20

•

Meedoen aan gesprek met de samenleving

• Participatieproces beoordelen Stap 4 praktische zaken Wat is de planning van het proces en het inititiatief Is er al een planning van het initiatief? Wat zijn hierin momenten waarop je informatie uit de omgeving nodig hebt? Maak een concrete planning zodat je op tijd begint met het participatieproces en er ook tijd genoeg is om dit zorgvuldig te doen. In welke fase zet je participatie in •

We hebben een idee. Het is in deze fase belangrijk om een goed beeld te krijgen van wat er nodig is en wat er mogelijk en gewenst is.

•

We maken een concreet plan. Waar gaat het precies om. Wat zijn de uitgangspunten, wat moeten we bijvoorbeeld in een programma van eisen zetten. Wat zijn de kaders? we maken op basis van de kaders een plan, schrijven beleid voor de jeugdzorg, maken een ontwerp voor een gebouw of inrichting van een straat.

•

We realiseren het plan. Het concrete plan wordt uitgevoerd. De participatie stopt niet na de planvorming. Belanghebbenden kunnen ook nu nog betrokken zijn, bijvoorbeeld door mee te helpen met beheer en onderhoud. De initiatiefnemer (zoals een projectontwikkelaar of de gemeente) zorgt ervoor dat de uitvoering transparant is, waarbij de criteria voor de omgevingsvergunning of het projectbesluit duidelijk zijn voor alle belanghebbenden.

•

We evalueren. Na de realisatiefase volgt vaak een evaluatie om te zien of het doel van het plan is bereikt en wat er geleerd kan worden voor toekomstige projecten.

Wie is verantwoordelijk, heeft de regie Buurt/wijk, organisatie, gemeente, andere overheden Opbrengsten Hoe koppelen we terug en delen we de opbrengsten? Eén manier is het maken van verslagen van de participatiemomenten. Je kunt ook denken aan filmpjes met

Participatiebeleid

21

interviews met initiatiefnemer en betrokkenen of een bijeenkomst waarin je alles deelt en laat zien. Een verslag is niet vrijblijvend. Zo moet er bij het aanvragen van een omgevingsvergunning altijd worden aangegeven of er sprake is geweest van participatie met de omgeving, met wie en hoe er overleg heeft plaatsgevonden en wat er met de uitkomsten is gedaan. In de participatieverordening gemeente Nuenen 2025 lees je hier meer over in hoofdstuk 3, artikel 8. Hoe dan ook is het van belang dat in het verslag en/of terugkoppeling het volgende teugkomt: •

De participatievraag;

•

Het participatiedoel;

•

Wie zijn de betrokken belanghebbenden;

•

Wat hebben de betrokkenen ingebracht aan meningen, standpunten en adviezen;

•

Hoe heb je de inbreng verwerkt met uitleg waarom bepaalde zaken wel en andere zaken niet zijn verwerkt;

Belangrijk is dat men het verslag en/of terugkoppeling gemakkelijk kan vinden of aangereikt krijgt en dat je hier met de participanten afspraken overmaakt hoe je dit doet. De gemeente Nuenen wil borgen dat alle belangen tijdens participatieprocessen in kaart zijn gebracht. Dat betekent dat we als gemeente sturen en controleren op het proces van participatie volgens de participatieaanpak in 4 stappen. Dit doet zij bij alle participatieprocessen, dus van zichzelf als initiatiefnemer maar ook die van andere initiatiefnemers.

Welke werkvormen zet je in? Er zijn vele manieren en vormen om participatieprocessen vorm te geven. In het eerste jaar na vaststelling van dit beleid onderzoekt de gemeente Nuenen verschillende vormen: •

Een Burgerpanel

•

Een Participatieplatform en

•

Burgerberaad

We onderzoeken of en hoe deze kunnen worden gerealiseerd in Nuenen.

Participatiebeleid

22

Burgerpanel De gemeente Nuenen gaat in 2026 aan de slag met het opzetten van een burgerpanel. Het Burgerpanel is een groep inwoners die regelmatig meedenkt met de gemeente over actuele thema’s en plannen. Via enquêtes en bijeenkomsten delen panelleden hun ervaringen en ideeën. Zo krijgt de gemeente een goed beeld van wat er leeft onder inwoners en kan beleid beter aansluiten bij hun wensen en behoeften. Binnen dit burgerpanel wil de gemeente Nuenen ook onderscheid maken in verschillende groepen. Zoals groepen mensen die ons advies kunnen geven over bijvoorbeeld werk & inkomen, jeugdzorg of verkeer. Het burgerpanel zal zowel online als fysiek bevraagd worden. Participatieplatform In 2026 wordt ook een participatieplatform ontwikkeld. Een participatieplatform is een platform waarmee overheden, bedrijven of andere organisaties, inwoners kunnen betrekken bij hun plannen, projecten en besluitvorming. Het wordt gebruikt om inwoners te informeren, om hun mening te vragen en om hen te laten meedenken over maatschappelijke vraagstukken of lokale ontwikkelingen. Burgerberaad Het burgerberaad is een tijdelijk, intensief proces waarin een groep gelote burgers samenkomt om één specifiek vraagstuk te bespreken en aanbevelingen te doen.

Check verder de WerkvormenBox in de bijlagen.

Participatiebeleid

23

Deel 3 Wet- en regelgeving Binnen de gemeente Nuenen is de grondhouding dat we participeren tenzij. Daarbij is participatie ook in een aantal wetten vastgelegd. Met dit participatiebeleid en de uitvoering hiervan voldoen we ook aan de geldende wetgeving. Hieronder is grafisch weergegeven hoe de particiatieverordening zich verhoudt tot verplichtingen vanuit wetgeving en de verordening WMO en jeugdzorg.

A Participatieverordening Met de wet versterking participatie op decentraal niveau moeten overheden hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening. Hierin worden regels gesteld over het betrekken van de inwoner bij de voorbereiding van het beleid en bij de uitvoering en evaluatie van het beleid. Deze wet bepaalt ook dat in de participatieverordening voorwaarden worden gesteld waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van de overheid kunnen uitvoeren. De regels voor het uitdaagrecht en de wijze waarop dit gebeurt worden vastgelegd in de participatieverordening. De volledige tekst van de participatieverordening vind je in de bijlagen.

B Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet In de Wet maatschappelijke ondersteuning staat dat gemeenten een verordening met regels moeten vaststellen voor de uitvoering van het beleid met betrekking tot de maatschappelijke ondersteuning. En dat de verordening moet worden bepaald op

Participatiebeleid

24

welke wijze inwoners (waaronder cliënten en hun vertegenwoordigers) worden betrokken bij de uitvoering van de wet. Dit geldt ook voor de Jeugdwet. In Nuenen kiezen we ervoor om dit op te nemen in de participatieverordening. Deze regelt dus ook dat bij de uitvoering van deze twee wetten cliënten en inwoners in een vroeg stadium worden betrokken bij het beleid.

C Omgevingswet De omgevingswet gaat uit van een participatieve aanpak waarbij belanghebbenden in een vroegtijdig stadium worden betrokken, voorafgaand aan de formele besluitvorming. Het gaat om participatie met belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Participatie is nodig om informatie, kennis, belangen en standpunten te delen en op te halen, waardoor er een integrale belangenafweging in de fysieke leefomgeving wordt gemaakt. Participatie is niet in alle gevallen verplicht. Wel wijst de gemeente mensen in een vooroverleg-/principeverzoekfase op het betrekken van de omgeving bij een plan wat zij hebben. In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling is bepaald dat een aanvrager enkel hoeft aan te geven: -

Of de aanvrager aan participatie heeft gedaan

- Zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Een aanvrager mag ook nee invullen. Participatie is alleen verplicht als het gaat om een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor de gemeenteraad gevallen heeft aangewezen waarbij participatie een verplicht aanvraagvereiste is.

Bijlagen A Rollen initiatiefnemer en participant bij participatiedoel De initiatiefnemer en participant hebben elk hun eigen rol in een participatieproces. Welke rol zij hebben verschilt van elkaar en hangt af van welk participatiedoel wordt gekozen. Informeren Rol Initiatiefnemer

Rol Participant

Eigenaar van het vraagstuk

Geen eigenaar, wel Goed geïnformeerde toeschouwer/belanghebbende participanten

Neemt initiatief

Neemt geen initiatief

Participatiebeleid

25

Resultaat

Zender van informatie, legt keuzes uit, beantwoordt vragen en bepaalt de inhoud

Ontvanger van informatie, levert geen inbreng

Voert uit en neemt besluit

Heeft geen invloed

Meedenken Rol Initiatiefnemer

Rol Participant

Resultaat

Eigenaar van het vraagstuk

Geen eigenaar, wel De uitkomsten zijn ter toeschouwer/belanghebbende kennisname en worden meegewogen in het vervolgproces of de besluitvorming. De inbreng wordt bij de besluitvorming meegenomen en er wordt onderbouwd aangegeven hoe ermee is omgegaan.

Neemt initiatief

Denkt mee over initiatief

Gaat een open gesprek aan en luistert naar de inbreng

Draagt ideeën en oplossingen aan, denkt actief mee

Staat open voor meningen, oplossingen en ideeën en gebruikt deze bij het plan

Heeft invloed

Neemt de inhoud van adviezen mee maar kan gemotiveerd afwijken

Heeft geen beslissingsbevoegdheid

Meekiezen Rol Initiatiefnemer

Rol Participant

Resultaat

Eigenaar van het vraagstuk

Gelijkwaardige partner

De uitkomsten is een meerderheidsvoorkeur

Participatiebeleid

26

die bepaalt welk besluit wordt genomen Stelt duidelijke kaders en voorwaarden over de keuzes

Kan kiezen binnen de gestelde kaders en voorwaarden

Gaat een open gesprek aan en luistert naar de inbreng

Draagt ideeën en oplossingen aan, denkt actief mee

Accepteert de uitkomst

Accepteert de uitkomst

Heeft invloed op de kaders en voorwaarden

Heeft invloed binnen de kaders en voorwaarden

Meedoen Rol Initiatiefnemer

Rol Participant

Resultaat

Meestal (mede) eigenaar van het vraagstuk

Samenwerkingspartner

De uitkomsten worden gebruikt voor een gezamenlijke uitwerking van het plan. De initiatiefnemer verbindt zich aan gezamenlijke oplossingen

Neemt initiatief

(soms of voor een deel) initiatiefnemer

Zorgt ervoor dat er ruimte is voor uitwisseling van ideeën

Samen zoeken naar oplossingen

Adviseert en faciliteert participant

Is een gelijkwaardige gesprekspartner

Bepaalt de kaders en is verantwoordelijk

Heeft veel invloed binnen de kaders

Participatiebeleid

27

B WerkvormenBox Er zijn vele manieren waarop je participatie kunt vormgeven. Hieronder volgt een kort overzicht waar je aan kunt denken. In 2026 wordt de werkvomenBox verder uitgewerkt en deze zal online beschikbaar komen. Schriftelijk •

Persoonlijke Brieven

•

Nieuwsbrief

•

Huis-aan-huiskrant

•

Website

•

Social media

Bijeenkomsten Er zijn fysieke en onlinebijeenkomsten mogelijk. Als we het om fysieke bijeenkomsten gaat kun je voor de volgende vormen of een mix hiervan kiezen: •

Inloopbijeenkomst

•

Bijeenkomst met een plenaire behandeling van het onderwerp

•

Bijeenkomst waarbij men in groepjes uit elkaar gaat

Je kunt ook kiezen voor persoonlijke gesprekken met één of meerdere mensen tegelijk. Belangrijk bij deze keuze is dat je het aantal beperkt houd anders is het niet persoonlijk meer. Online bijeenkomsten zijn bijvoorbeeld: •

Een bijeenkomst via Teams of social media

•

Een enquête die online wordt verspreid

Tijdens participatiebijeenkomsten kun je vele werkvormen gebruiken. Hieronder een greep: •

Brainstormsessies

•

Groepsdiscussies

•

Peilingen

•

Workshops

•

Wedstrijd

•

Interviews

•

Enquêtes

Participatiebeleid

28

Participatiebeleid

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16278471/3