Omzetting Dienst Dommelvallei - Bijlage Wijzigingstabel - herijking GR DDV
Tekst van het document
1.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit Dit artikel bepaalt welke kosten als gevolg van de uittreding een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder voor compensatie door de uittredende deelnemer in aftrek van eventuele baten. aanmerking komen. De uittredingsregeling maakt daarbij onderscheid tussen frictiekosten en desintegratiekosten. De Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de definitieve uittreedsom bestaat dus uitsluitend uit een Dienst Dommelvallei die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van vergoeding ter compensatie van frictiekosten en een deelnemer zijn. desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten.
2.
Huidige regeling
Nieuwe regeling Info
Artikel lid
In geval van opheffing van de regeling stelt het AB een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing. De regeling wordt vastgesteld door het AB, na verkregen goedkeuring van de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. Het financieel statuut is hiervoor het vastgesteld kader.
3.
Het DB is belast met de uitvoering van de liquidatie. Het openbaar lichaam blijft bestaan tot na de vereffening.
4.
Van het besluit tot opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de betrokken gemeenten en gedeputeerde staten.
5.
6.
7.
su b
Toelichting
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel Alle frictiekosten en desintegratiekosten moeten bij de toekomstig te maken dan wel te dragen door de Dienst Dommelvallei die uittredende deelnemer in rekening gebracht worden. De samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer uittredende deelnemer is verplicht deze kosten te betalen. Het en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan gaat hierbij om het saldo van alle frictiekosten en als direct gevolg van de uittreding. desintegratiekosten. Eventuele baten van mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld overname van overtollig personeel) De Dienst Dommelvallei brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder moeten derhalve worden afgetrokken van de bruto kosten. Ook aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De bij de regeling opgebouwde reserves waartoe de uittredende uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, deelnemer gerechtigd is, dienen te worden verrekend binnen drie maanden nadat het bestuur Diendt Dommelvallei de definitieve met de verschuldigde frictiekosten en desintegratiekosten. De uittreedsom, als bedoeld in artikel 27 lid 7 heeft vastgesteld, tenzij in het uittredende deelnemer is verplicht om binnen drie maanden uittredingsplan anders is vastgelegd.
nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vastgesteld heeft te betalen. Kosten die de uittredende deelnemer maakt in het kader van de uittreding komen voor Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg rekening van de uittredende deelnemer. Deze kosten kunnen van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. niet in mindering worden gebracht op de uittreedsom. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de Het zesde lid regelt dat de datum van uittreding moet gelden feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de als peildatum voor berekening van de uittreedsom. Feiten en daadwerkelijke uittreding. omstandigheden die na de datum opkomen dienen buiten beschouwing te worden gelaten bij de bepaling van de De Dienst Dommelvallei is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om uittreedsom. Dit impliceert dat bij het berekenen van de de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te compensatie van eventuele onvoorziene kosten leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die een zo precies mogelijke raming moet worden gemaakt, zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van gebaseerd op zo plausibel mogelijke aannames.
Of deze ontvangst door het bestuur Dienst Dommelvallei van het besluit tot uittreding aannames ook na de datum van uittreding blijken te van de deelnemer. kloppen mag vervolgens geen rol spelen. In zoverre moeten de uittredende deelnemer en de overige partijen beiden een inschatting maken van de risico’s die zij lopen bij het bepalen van de compensatie en de onderbouwing daarvan.
Huidige regeling De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemers afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan tot het moment, waarop ieder van de colleges van de deelnemers, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het DB, besloten heeft welke van de per gemeente geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende gemeente gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden.
Nieuwe regeling Info Verplichtingen uittreder
Artikel lid
29.
De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze regeling voltooid te zijn.
De regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013 en kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke regeling Dienst Dommelvallei’.
Wijziging
30.
De deelnemers dragen zorg voor de bekendmaking van deze regeling op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze.
1.
su b
Toelichting
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van de Dienst Dommelvallei, die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden, in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van de Dienst Dommelvallei wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van de Dienst Dommelvallei die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
1.
Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het bestuur Artikel is aangepast op basis van nieuwe rechtsvorm. Dienst Dommelvallei of door een college. In het laatste geval wordt een zodanig voorstel ingediend bij het bestuur Dienst Dommelvallei, die dit voorstel eventueel vergezeld van een advies, aan de colleges ter vaststelling aanbiedt.
2.
Wijziging van de regeling vindt plaats indien de colleges van de deelnemers daartoe besluiten.
1.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2.
Opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges van tenminste tweederde van de deelnemers daartoe besluiten.
3.
In geval van opheffing van de regeling stelt het bestuur Dienst Dommelvallei een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing en legt dit vast in een liquidatieplan. Alvorens dit plan vast te stellen, legt het bestuur Dienst Dommelvallei dit voor aan de colleges en gemeenteraden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken.
4.
Het bestuur Dienst Dommelvallei is belast met de uitvoering van de liquidatie. De Dienst Dommelvallei en haar bestuur blijven bestaan na opheffingsbesluit, voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.
1.
Een evaluatie van de regeling vindt minimaal één keer per vier jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen.
Deze regeling kent een toelichting. Het gemeentebestuur van de gemeente Geldrop-Mierlo is aangewezen als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de wet. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het AB gehoord de colleges en de burgemeesters van de deelnemers.
Opheffing
Hoofdstuk 10: Overgangs- en slotbepalingen Evaluatie gemeenschappelijke regeling
31.
32.
Artikel is aangepast op basis van nieuwe rechtsvorm.
Conform de nieuwe wet moet de regeling voorzien in een evaluatiebepaling.
Huidige regeling
Nieuwe regeling Info
Artikel lid
2.
Bestaande samenwerkingsverbanden en deelnemingen
33.
Inwerkingtreding en citeertiel
34.
su b
Vanuit de raden van de deelnemende gemeenten kan verzocht worden om een evaluatie van de regeling.
3.
Het bestuur Dienst Dommelvallei zorgt er voor dat één jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen.
4.
Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het bestuur Dienst Dommelvallei zorg voor de uitvoering van de evaluatie.
5.
Als de evaluatie aanbevelingen bevat, dan verwerkt het bestuur Dienst Dommelvallei deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven.
De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemers afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan tot het moment, waarop ieder van de colleges, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het bestuur DD, besloten heeft welke van de per deelnemer geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende deelnemer gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden.
1.
2.
3.
Toelichting
De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. Echter niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig het derde lid.
Geen wijzigingen.
Nadat alle colleges besloten hebben, moet de gemeenschappelijke regeling zelf (of althans het wijzigingsbesluit) bekendgemaakt worden in het De regeling kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke regeling Gemeenteblad van de plaats van vestiging (art. 26 lid 4 jo. lid 1 Bedrijfsvoeringsorganisatie Dienst Dommelvallei’. Wgr). De gemeenschappelijke regeling kan niet in werking treden voordat deze laatste bekendmaking heeft Het college van de gemeente Geldrop-Mierlo draagt zorg voor bekendmaking van plaatsgevonden (art. 26 lid 4 jo. lid 3 Wgr). Dit moet dus de regeling, als bedoeld in artikel 26 lid 4 van de wet. hebben plaatsgevonden uiterlijk op 31 december 2024 om de wijziging per 1 januari 2025 in te laten gaan.