ODZOB Wijziging GR Bijlage 2 Ontwerpregeling
Tekst van het document
Besluit
Datum
Datum Onderwerp
Ons kenmerk
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en de colleges van de / gemeenten in Zuidoost-Brabant van …..(datum in te vullen bij publicatie door GS), houdende de instelling van een openbaar lichaam ten behoeve van de uitvoering van taken op het gebied van het omgevingsrecht en de regeling van haar werkwijze (Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Burgemeester en wethouders van de gemeente Asten, Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk, Burgemeester en wethouders van de gemeente Best, Burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel, Burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck, Burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne, Burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel, Burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, Burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo, Burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel, Burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze-Leende, Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, Burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek, Burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a., Burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot, Burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden, Burgemeester en wethouders van de gemeente Someren, Burgemeester en wethouders van de gemeente Son en Breugel, Burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, Burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven, Burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft; Gelet op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gezien de toestemming van Provinciale Staten van Noord-Brabant en de raden van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best,
Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre; Overwegende dat er in de provincie Noord-Brabant omgevingsdiensten zijn ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken op een efficiënte en doelmatige wijze uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen
Datum
Datum Ons kenmerk
/
van de kwaliteit en veiligheid van de fysieke werk- en leefomgeving van de verschillende regio’s in de provincie Noord-Brabant; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: boekjaar: boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar; colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; deelnemers: aan deze regeling deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Brabant; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; Landelijk basistakenpakket: verplichte Landelijke Basistakenpakket, als opgenomen in artikel 13.12 Omgevingsbesluit juncto bijlage VI van het Omgevingsbesluit; omgevingsdienst: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Provinciale Staten: Provinciale Staten van Noord-Brabant; raden: gemeenteraden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; SGO: Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties; werkgebied: totale grondgebied van de deelnemers, alsmede het daarmee overeenkomende grondgebied van de provincie Noord-Brabant; wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 1.2 Openbaar lichaam 1. 2. 3.
Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Het openbaar lichaam is gevestigd te Eindhoven. De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio ZuidoostBrabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
Artikel 1.3 Participatie 1.
2. 3. 4.
Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of Provinciale Staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden of Provinciale Staten het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Artikel 1.4 Zienswijze 1.
Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden en Provinciale Staten om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden en Provinciale Staten het 2
Datum
Datum Ons kenmerk
/
2.
dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de raden en Provinciale Staten twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Paragraaf 2 Taken Artikel 2.1 Basistaken 1. 2.
De omgevingsdienst is belast met het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van het Landelijk Basistakenpakket met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid. Onder de taken, bedoeld in het eerste lid, behoort ook het vervullen van: a. adviserende taken op het terrein van de vergunningverlening, toezicht en handhaving ten behoeve van de deelnemers; b. coördinerende taken voor de deelnemers; en c. afstemmende taken voor de deelnemers.
Artikel 2.2 Verzoektaken Onverminderd artikel 2.1 kan de omgevingsdienst, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de basistaken, op verzoek van een of meer van de deelnemers de volgende andere taken uitvoeren: a. b.
verzoektaken met betrekking tot andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden inzake vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving; of andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving.
Artikel 2.3 werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Onverminderd de taken, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2, kan de omgevingsdienst op verzoek van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, indien dit geen verstoring veroorzaakt, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden voor die rechtspersoon verrichten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten 1. Het algemeen bestuur stelt algemene leveringsvoorwaarden vast of geeft het dagelijks bestuur opdracht tot het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met elk van de deelnemers afzonderlijk, met betrekking tot de uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 2.1 en 2.2. 2. In de algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval vastgelegd: a. welke producten en diensten de omgevingsdienst aan de deelnemers zal leveren; b. bij beëindiging van de taken, genoemd in artikel 2.2: 1°. de afwikkeling van de financiële gevolgen; 2°. de compensatie voor de overige rechten en verplichtingen.
3
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Paragraaf 3 Algemeen bestuur Artikel 3.1 Samenstelling en aanwijzing 1. 2.
De colleges en Gedeputeerde staten wijzen ieder uit hun midden een lid aan en wijzen een plaatsvervangend lid aan. Een plaatsvervangend lid vervangt het aangewezen lid bij: a. ontstentenis; of b. ontslag.
Artikel 3.2 Incompatibiliteit Onverminderd artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een der deelnemers, dan wel door of vanwege het bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. Artikel 3.3 Einde lidmaatschap 1.
2.
Onverminderd artikel 13, tweede lid, van de wet, eindigt het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur van rechtswege indien: a. het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten een nieuw lid aanwijst; of b. het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten schriftelijk het ontslag verleent indien: 1°. hij daar om verzoekt; 2°. hij het vertrouwen niet meer bezit van gedeputeerde staten of het college uit wiens midden men is aangewezen. Indien tussentijds de plaats van een lid of een plaatsvervangend lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college of Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk een nieuw lid of een plaatsvervangend lid aan.
Artikel 3.4 Vergaderingen 1.
2. 3.
4.
Onverminderd artikel 22, tweede lid, van de wet, juncto artikel 17 van de Provinciewet, kunnen meer vergaderingen worden ingelast, indien een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten worden benoemd. Van een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt een afzonderlijk verslag gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. In een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt niet beraadslaagd of besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; b. de vaststelling van het liquidatieplan; c. het benoemen of ontslaan van een lid van het dagelijks bestuur; d. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen de omgevingsdienst en andere openbare lichamen; e. het toetreden tot of het uittreden uit een regeling, bedoeld onder d; f. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties of verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan door deskundigen.
4
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Artikel 3.5 Besluitvorming 1. 2.
3.
Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering een stem. De volgende besluiten worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid, waarbij de meerderheid van stemmen tevens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt welke de omgevingsdienst in het voorgaande jaar heeft gerealiseerd: a. het vaststellen van de begroting; b. de wijziging van de begroting; en c. het vaststellen van de jaarrekening. De omzet, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van de basistaken en verzoektaken als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2.
Artikel 3.6 Taken en bevoegdheden 1.
2.
3.
Onverminderd de wet, heeft het algemeen bestuur de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen van beleidsregels waarmee de andere organen van de omgevingsdienst rekening houden bij de uitoefening van hun bevoegdheden; b. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de wet; c. het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien: 1°. dat in het bijzonder aangewezen is voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang; en 2°. dat ter behartiging van ondersteunende processen is; d. het met inachtneming van de hoofdstukken VIII en IX van de wet deelnemen aan of treffen van een gemeenschappelijke regeling ter behartiging van de ondersteunende processen, mits twee derde van het aantal deelnemers met het aangaan van de regeling heeft ingestemd. Onverminderd artikel 57a van de wet, kan het algemeen bestuur de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen beleidsregels of daaraan te stellen beperkingen overdragen aan het dagelijks bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a. het stellen van beleidsregels over het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, of over de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van de omgevingsdienst aangaat; b.
het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een bestuursorgaan tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; c. het doen van een voorstel aan de colleges en Gedeputeerde Staten tot wijziging van de regeling; d. het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 24, eerste en tweede lid, artikel 24a en artikel 25 van de wet; e. het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, bedoeld in het eerste lid, onder c; f. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van de regeling. Onverminderd artikel 25 van de wet regelt het algemeen bestuur bij het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid, onder b: a. de einddatum van de commissie, indien deze is ingesteld voor bepaalde tijd; en b. de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur als voorzitter van de commissie.
Artikel 3.7 Voorhangprocedure 1.
Het algemeen bestuur kan aan een dossier de kwalificatie majeur toekennen.
5
Datum
Datum Ons kenmerk
/
2.
3.
Het algemeen bestuur kan besluiten de besluitvorming over een majeur dossier maximaal drie maanden aan te houden teneinde Gedeputeerde Staten en de colleges in de gelegenheid te stellen hun raden respectievelijk Provinciale Staten te consulteren. Het algemeen bestuur maakt geen gebruik van de mogelijkheden om Gedeputeerde Staten en de colleges om een reactie te vragen als bedoeld in het tweede lid, indien naar het oordeel van het algemeen bestuur om redenen van spoed eerdere besluitvorming noodzakelijk is.
Artikel 3.8 Tegemoetkoming 1.
2.
3. 4.
De leden van het algemeen bestuur, de leden van het dagelijks bestuur of de voorzitter kunnen een door het algemeen bestuur vast te stellen tegemoetkoming in de kosten, en voor zover zij niet de functie van wethouder, secretaris of burgemeester vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Het algemeen bestuur kan een tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen vaststellen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Bij het vaststellen van de tegemoetkoming en vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt artikel 21 van de wet in acht genomen. Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, bedoeld in artikel 25 van de wet is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 4 Dagelijks bestuur Artikel 4.1 Samenstelling en aanwijzing 1. 2.
3.
Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie leden en maximaal zes leden, waaronder de voorzitter. De leden worden uit en door het algemeen bestuur gekozen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur: a. waarin het algemeen bestuur in een nieuwe samenstelling bijeen komt; of b. volgend op de beëindiging van het lidmaatschap van een of meer leden van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bewaakt bij de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur een evenwichtige spreiding over het werkgebied van de omgevingsdienst.
Artikel 4.2 Einde lidmaatschap Het lidmaatschap van een lid van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege indien: a. b.
zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op grond van artikel 3.3; of het algemeen bestuur dat hem heeft aangewezen schriftelijk het ontslag verleent indien: 1°. hij daar om verzoekt; 2°. hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur uit wiens midden men is aangewezen.
Artikel 4.3 Vergaderingen 1. 2.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. Op het houden en de orde van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 57, artikel 59a en artikel 60 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.4 Besluitvorming Besluitvorming van het dagelijks bestuur vindt plaats overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van de Provinciewet. 6
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Artikel 4.5 Taken en bevoegdheden Onverminderd artikel 57b, van de wet, heeft het dagelijks bestuur de volgende bevoegdheden: a. b. c.
het behartigen van de belangen van de omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de omgevingsdienst van belang is; de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de omgevingsdienst; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding.
Paragraaf 5 De voorzitter, de directeur en de secretaris Artikel 5.1 De voorzitter 1. 2.
Ingevolge artikel 13, negende lid, van de wet, wijst het algemeen bestuur uit haar midden een voorzitter aan en een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij diens ontstentenis of ontslag vervangt. De aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur.
Artikel 5.2 De directeur 1.
2. 3.
Het dagelijks bestuur stelt een directeur aan die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met: a. de leiding van de omgevingsdienst; b. de aansturing van het personeel; en c. de zorg voor een juiste taakvervulling door de omgevingsdienst. Het dagelijks bestuur stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe directeur aan in het geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de directeur. Het dagelijks bestuur stelt in een directiestatuut nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de directeur.
Artikel 5.3 De secretaris 1. 2.
3. 4. 5.
Het dagelijks bestuur wijst de directeur van de omgevingsdienst aan als de secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur wijst een medewerker van de omgevingsdienst als plaatsvervangend secretaris aan die de secretaris vervangt bij: a. ontstentenis; of b. ontslag. De secretaris is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris medeondertekend. Indien sprake is van geheimhouding, als bedoeld in artikel 23 van de wet, maakt de secretaris hier melding van op de stukken.
Artikel 5.4 Cao SGO Het dagelijks bestuur hanteert voor de medewerkers van haar organisatie de Cao SGO, of de collectieve arbeidsvoorwaardenovereenkomst die daarvoor in de plaats komt.
7
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Paragraaf 6 Verantwoordingsplicht, inlichtingenplicht en geheimhouding Artikel 6.1 Externe verantwoording Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af aan de raad of Provinciale Staten, alsmede aan het college of Gedeputeerde Staten van de deelnemer die hem heeft aangewezen over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid, op de door die deelnemer vastgestelde werkwijze. Artikel 6.2 Externe inlichtingenplicht 1. 2.
3.
De inlichtingen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, worden verstrekt op de door de deelnemer die het lid heeft aangewezen, vastgestelde werkwijze. De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet, worden schriftelijk binnen twee maanden verstrekt door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. De inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang.
Artikel 6.3 Actieve externe inlichtingenplicht 1. 2.
De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden schriftelijk of op een andere passende wijze verstrekt. De inlichtingen worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang.
Artikel 6.4 Interne inlichtingenplicht 1. 2. 3.
Onverminderd artikel 19a, tweede lid, van de wet regelt het algemeen bestuur van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. De regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de gevallen waarin met terinzagelegging van de besluiten kan worden volstaan. De kennisgeving of de ter inzage legging, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt niet plaats indien dit strijdig is met het openbaar belang.
Artikel 6.5 Geheimhouding Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie als bedoeld in de artikelen 24 of 25 van de wet, nemen artikel 23 van de wet inzake geheimhouding in acht.
Paragraaf 7 Financiën Artikel 7.1 Begroting Op grond van artikel 59, zesde lid van de wet, kan het algemeen bestuur een begrotingswijziging die niet tot een verhoging of tot een vrijwillige verhoging van de bijdrage van de deelnemers leidt, direct vaststellen, zonder toepassing van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de wet. Artikel 7.2 Verrekening exploitatiesaldo Het algemeen bestuur kan besluiten: a.
de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: 1°. af te boeken van de algemene reserve, voor zover deze voldoende middelen bevat;
8
Datum
Datum Ons kenmerk
/
b.
2°. ten laste te brengen van de deelnemers, naar rato van ieders gerealiseerde omzet in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft; of de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: 1°. te bestemmen in de algemene reserve; 2°. uit te keren aan de deelnemers naar rato van ieders gerealiseerde omzet in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Artikel 7.3 Vergoeding deelnemers 1. 2.
3. 4.
5. 6. 7.
Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële bijdragen. De te betalen vergoeding voor de taken als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 wordt aan de hand van inzet, prestaties of afgenomen producten per deelnemer vastgesteld op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde prijzen en tarieven. Bij de toerekening van de te betalen vergoeding worden naast de directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd. Op basis van de begroting kan iedere deelnemer aan de hand van de daarin vastgelegde tarieven of productprijzen berekenen welke bijdrage verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Voor elke deelnemer wordt een werkprogramma gemaakt waarin de begrote vergoeding voor de afname van taken zijn berekend. Op basis hiervan worden voorschotnota’s opgesteld ter vergoeding van de door de omgevingsdienst uitgevoerde taken. De verrekening van de gerealiseerde vergoeding is op basis van geleverde prestaties of inzet per deelnemer.
Artikel 7.4 Verplichtingen deelnemers 1. 2.
De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen, dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet respectievelijk 198 en 199 van de Provinciewet.
Artikel 7.5 Financiële voorschriften 1.
2.
Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig de artikelen 216, 217 en 217a van de Provinciewet een verordening op met betrekking tot: a. de uitgangspunten voor: 1°. het financieel beleid; en 2°. het financieel beheer; 3°. de inrichting van de financiële organisatie; b. de controle op: 1°. het financiële beheer; en 2°. de inrichting van de financiële organisatie; c. periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. De omgevingsdienst verzekert zich tenminste tegen: 9
Datum
Datum Ons kenmerk
/
a. b.
wettelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en zaken; aansprakelijkheid voor vermogensschade.
Paragraaf 8 Archief Artikel 8.1 Archiefbescheiden 1.
2. 3. 4. 5.
Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast met betrekking tot: a. de zorg van het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam; b. het toezicht door een archivaris op het beheer. De archivaris is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, belast met het toezicht van het beheer. Het dagelijks bestuur stelt een besluit informatiebeheer vast. De kosten verbonden aan de uitoefening van de zorg, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de omgevingsdienst. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995 getroffen.
Artikel 8.2 Archiefbewaarplaats 1.
2.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemers. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de Omgevingsdienst is aangewezen het Brabants Historisch Informatie Centrum.
Artikel 8.3 Archivaris 1.
2.
3.
Met het toezicht op de bewaring en het beheer van alle archiefbescheiden van alle taken die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats is aangewezen de archivaris van het Brabants Historisch Informatie Centrum. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van archivaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. De archivaris kan op verzoek of op eigen initiatief advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden betreffende toezicht en beheer.
Artikel 8.4 Verantwoording 1. 2.
Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur jaarlijks over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam. Zij voegen daarbij in ieder geval: a. het verslag van de archivaris met betrekking tot in ieder geval het beheer, als bedoeld in artikel 8.3, eerste lid; b. voor zover van toepassing, de gedurende de betreffende periode door de archivaris aan hen uitgebrachte adviezen; en
10
Datum
Datum Ons kenmerk
/
c.
een voorstel voor de in het kader van de zorgplicht voor de archiefbescheiden te treffen maatregelen, zo nodig voorzien van een kostenraming.
Artikel 8.5 Ter beschikking stellen 1.
Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de omgevingsdienst, stellen de colleges en Gedeputeerde Staten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. 2. Terbeschikkingstelling geschiedt voor maximaal vijf jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal vijf jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. 3. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden. 4. Een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt bewaard door de betreffende deelnemer en de omgevingsdienst. 5. Indien de omgevingsdienst archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt deze slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door de ter beschikking stellende deelnemer. 6. De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van de deelnemer, die de archiefbescheiden ter beschikking stelt, tenzij de deelnemers anders overeenkomen. 7. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het bestuursorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle gevallen de zorgdrager voor de archiefbescheiden. 8.
Indien de ordening van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is de omgevingsdienst te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. 9. Ten aanzien van de terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a. de ter beschikking gestelde archiefbescheiden worden door de Omgevingsdienst in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard; b. uitlening van terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen de omgevingsdienst die ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is. 10. De omgevingsdienst kan het beheer van archiefbescheiden nader regelen in de algemene leveringsvoorwaarden of in de individuele dienstverleningsovereenkomsten.
Paragraaf 9 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 9.1 Toetreding 1.
2. 3.
Indien de deelnemers daarmee instemmen kan een bestuursorgaan van een gemeente, provincie, waterschap of het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. De toetreding gaat in met ingang van een door de deelnemers nader te bepalen datum. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot toetreding aan deze gemeenschappelijke regeling, inclusief de gevolgen van de toetreding en de nadere voorwaarden voor toetreding, in procedure bij de deelnemers.
11
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Artikel 9.2 Uittreding 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan. De opzegging geschiedt met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. De uittredende deelnemer betaalt in jaar één van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover van toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers.
Artikel 9.3 wijziging Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers. Artikel 9.4 Opheffing 1. Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 2. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat: a. een liquidatieplan waarover alle deelnemers zijn geraadpleegd. b. de verplichting voor de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen in de opheffing; en c. de gevolgen die de opheffing heeft voor de medewerkers van de omgevingsdienst.
Paragraaf 10 Geschillen, bezwaarschriften, klachten Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften 1. Indien sprake is van een geschil of een bezwaarschrift met betrekking tot een besluit op grond van een bepaling in deze regeling, wordt dit geschil eerst informeel door partijen besproken in aanwezigheid van een door partijen gezamenlijk gekozen onafhankelijke bemiddelaar. 2. Partijen dragen samen de kosten voor de onafhankelijke bemiddelaar. 3. Indien het informele gesprek niet leidt tot een oplossing van het bezwaar neemt het bestuur van het openbaar lichaam een beslissing op het bezwaar. Artikel 10.2 Interne klachten 1. Het bestuur van het openbaar lichaam draagt ingevolge artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen. 2. Het bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur.
12
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Paragraaf 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Evaluatie 1.
2.
3.
Het dagelijks bestuur zendt in 2028 en vervolgens telkens na vier jaar een verslag aan het algemeen bestuur: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. Het verslag uit het eerste lid, onder b, bevat een samenvatting van de in de afgelopen vier jaar uitgevoerde evaluaties en rapporten over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.
Artikel 11.2 Intrekking De Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant wordt ingetrokken. Artikel 11.3 Omhangbepaling Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de volgende regelingen mede op deze regeling: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Directiestatuut Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2021; Mandaatregeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2021; Besluit vervanging archiefbescheiden GR Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Verordening elektronische bekendmaking en kennisgeving Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2018; Financiële verordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2023; Algemeen delegatiebesluit Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019; Verordening op de Auditcommissie Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Archiefverordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; Besluit Informatiebeheer van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2014; Klachtenregeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; DVO Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019-2022; Addendum bij dienstverleningsovereenkomst Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019-2022.
Artikel 11.4 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 11.5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024.
13
Datum
Datum Ons kenmerk
/
’s-Hertogenbosch, [datum] Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voornoemd, de voorzitter,
de secretaris
mr. I.R. Adema
drs. G.H.E. Derks MPA
Asten, [datum] Het college van de gemeente Asten voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Bergeijk, [datum] Het college van de gemeente Bergeijk voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Best, [datum] Het college van de gemeente Best voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Bladel, [datum] Het college van de gemeente Bladel voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Cranendonck, [datum] Het college van de gemeente Cranendonck voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
14
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Deurne, [datum] Het college van de gemeente Deurne voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Eersel, [datum] Het college van de gemeente Eersel voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Eindhoven, [datum] Het college van de gemeente Eindhoven voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Geldrop-Mierlo, [datum] Het college van de gemeente Geldrop-Mierlo voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Gemert-Bakel, [datum] Het college van de gemeente Gemert-Bakel voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Heeze-Leende, [datum] Het college van de gemeente Heeze-Leende voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
15
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Helmond, [datum] Het college van de gemeente Helmond voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Laarbeek, [datum] Het college van de gemeente Laarbeek voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Nuenen c.a., [datum] Het college van de gemeente Nuenen c.a. voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Oirschot, [datum] Het college van de gemeente Oirschot voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Reusel-De Mierden, [datum] Het college van de gemeente Reusel-De Mierden voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Someren, [datum] Het college van de gemeente Someren voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
16
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Son en Breugel, [datum] Het college van de gemeente Son en Breugel voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Valkenswaard, [datum] Het college van de gemeente Valkenswaard voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Veldhoven, [datum] Het college van de gemeente Veldhoven voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
Waalre, [datum] Het college van de gemeente Waalre voornoemd, de voorzitter,
de secretaris,
[naam burgemeester]
[naam gemeentesecretaris]
17
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Toelichting behorende bij de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024. I.
Algemeen deel
In de provincie Noord-Brabant zijn omgevingsdiensten ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken op een efficiënte en doelmatige wijze uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de kwaliteit en veiligheid van de fysieke werk- en leefomgeving van de verschillende regio’s in de provincie Noord-Brabant. Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) in werking getreden. Lokale overheden werken steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren. De Wet gemeenschappelijke regelingen maakt publiekrechtelijke samenwerking mogelijk tussen provincies en gemeenten. In gemeenschappelijke regelingen dragen besturen van gemeenten en provincies in meer of mindere mate bevoegdheden over aan het bestuur van een samenwerkingsverband. De afgelopen jaren is uit verschillende onderzoeken gebleken dat volksvertegenwoordigers (gemeenteraden en provinciale staten) een te grote afstand ervaren tot gemeenschappelijke regelingen. Daardoor komt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen volgens de wetgever onder druk te staan.
Met deze wetswijziging uit 2022 is beoogd om de betrokkenheid van volksvertegenwoordigers bij het bestuur van een samenwerkingsverband te verbeteren. Vanwege het grote aantal aanwijzings-technische wijzigingen is ervoor gekozen de oude regeling in te trekken en een geheel nieuwe regeling vast te stellen. Daar waar de wet dwingend danwel uitputtend regels stelt is volstaan met het opnemen van deze regels in de toelichting en zijn deze regels niet meer in de tekst van de gemeenschappelijke regeling zelf opgenomen. Tevens is de nieuwe regeling opgesteld met inachtneming van de Aanwijzingen voor de Provinciale Regeling Noord-Brabant. Grondslag De bevoegdheid tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling tussen gemeenten en provincies is geregeld in artikel 51 van de Wgr. Bevoegdheid Het eerste lid bepaalt dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van een of meer gemeenten, afzonderlijk of tezamen, met Provinciale Staten, de colleges van Gedeputeerde Staten of de commissarissen van de Koning, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente, onderscheidenlijk provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling kunnen treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten of provincies.
In het vijfde lid, van de Wgr, is bepaald dat onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling ook wordt verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Procedure De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters, onderscheidenlijk de colleges van Gedeputeerde Staten en commissarissen van de Koning zenden het ontwerp van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, onderscheidenlijk Provinciale Staten van de deelnemende provincies, met uitzondering van het ontwerp van een regeling die getroffen of mede getroffen wordt door de vertegenwoordigende organen van de deelnemende gemeenten en provincies. Zienswijze De raden van de deelnemende gemeenten, onderscheidenlijk Provinciale Staten van de deelnemende provincies kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente, onderscheidenlijk de colleges van Gedeputeerde Staten en de commissarissen van de Koning van hun 18
Datum
Datum Ons kenmerk
/
provincie, binnen acht weken hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden of Provinciale Staten geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van Burgemeester en Wethouders en de burgemeesters, onderscheidenlijk de colleges van gedeputeerde staten en de commissarissen van de Koning, hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. Toestemming Een college van burgemeester en wethouders en een burgemeester, onderscheidenlijk een college van Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning gaat niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten. Onthouding toestemming De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
II.
Artikelsgewijs deel
Artikel 1.2 Openbaar lichaam Eerste lid instelling Artikel 8, eerste lid, van de Wgr, bepaalt dat bij de gemeenschappelijke regeling een openbaar lichaam kan worden ingesteld en dat dat openbaar lichaam een rechtspersoon is. Dit lid voorziet in de instelling van het openbaar lichaam. Tweede lid Vestigingsplaats Artikel 10, derde lid, van de Wgr, bepaalt dat in de gemeenschappelijke regeling de plaats van vestiging dient te worden aangewezen. Artikel 1.3 Participatie Participatie en inspraak door ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid verloopt via de deelnemers en daar is ook de inspraak aan de orde. De ODZOB kan optreden als adviseur bij het formuleren van beleid, maar de beleidskeuzes worden gemaakt bij de deelnemers zelf. Het dagelijks bestuur kan besluiten dat een apart participatietraject kan worden doorlopen bij besluiten met ingrijpende gevolgen. Wat ingrijpende gevolgen zijn is aan het dagelijks bestuur om te wegen. Artikel 1.3 biedt de raden en Provinciale Staten de mogelijkheid het dagelijks bestuur te verzoeken om een participatietraject te doorlopen. Ten minste een vijfde van de raden en Provinciale Staten dient hierom te verzoeken.
Artikel 1.4 Zienswijze Artikel 10, vijfde lid, van de Wgr regelt dat besluiten tot het vaststellen van de begroting en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb niet kunnen worden aangewezen voor zienswijzen, omdat deze reeds open staan voor zienswijzen. Artikel 1.4 biedt de raden en Provinciale Staten de mogelijkheid een procedure te starten om het dagelijks bestuur te verzoeken om een zienswijze procedure te starten. Ten minste een vijfde van de raden en Provinciale Staten dient hierom te verzoeken. De memorie van toelichting van de Wgr spreekt over besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes als voorbeelden van besluiten waarover een zienswijzemogelijkheid kan worden geboden. Artikel 2.3 Werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen De deelnemers gaan er daarbij vanuit dat er van verstoring sprake kan zijn als deze taken meer dan 10 procent gaan bedragen van de totale begroting van de omgevingsdienst.
19
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden en dienstverleningsovereenkomst Eerste lid Flexibiliteit De deelnemers willen dat het algemeen bestuur hierbij flexibel is om te bepalen of de dienstverlening aan de deelnemers via het vaststellen van algemene leveringsvoorwaarden gaat of dat er gewerkt wordt met een dienstverleningsovereenkomst. Artikel 3.1 Samenstelling en aanwijzing Artikel 52, eerste lid, juncto artikel 13, derde lid, van de Wgr, schrijft voor dat in de gemeenschappelijke regeling dient te worden bepaald wat het aantal aangewezen leden per deelnemer is. Het eerste lid voorziet hierin. De deelnemers in deze gemeenschappelijke regeling hebben ervoor gekozen om per deelnemer een lid aan te wijzen. Er is daarbij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden die artikel 13, vierde lid, onder a en c, en vijfde lid, onder a en b van de Wgr biedt. Bij verkiezingen is het gebruikelijk dat de nieuwe leden en hun plaatsvervangers worden aangewezen in de eerste vergadering van de colleges of Gedeputeerde Staten in de nieuwe samenstelling. Het is niet noodzakelijk een termijn te noemen bij de aanwijzing. Het lidmaatschap duurt voort totdat een van de redenen van beëindiging, opgenomen in artikel 3.3, zich voordoet. Gewezen leden kunnen, indien zij nog steeds voldoen aan de vereisten, eventueel weer opnieuw als lid worden aangewezen.
Artikel 3.2 Incompatibiliteit Dit artikel voorkomt dat ambtenaren die zowel ambtenaar zijn in een van de deelnemende gemeenten, als wethouder in een van de andere deelnemende gemeenten, deel kunnen uitmaken van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Dit is namelijk niet geregeld in de Wgr. Artikel 3.3 Einde lidmaatschap Eerste lid Aanvulling beëindigingsgronden Artikel 13, tweede lid, van de Wgr, bepaalt reeds dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege eindigt, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad of Provinciale Staten uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder of lid van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende deelnemende gemeente respectievelijk provincie te zijn. De bepalingen in dit lid zijn daar een aanvulling op. Eerste lid, onderdeel b, onder 2 Vertrouwen Artikel 16, vierde lid, van de Wgr, bepaalt dat de gemeenschappelijke regeling bepalingen dient in te houden omtrent de bevoegdheid van de raad, een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit. De bepaling in dit onderdeel voorziet in deze bevoegdheid. Tweede lid Plaatsvervanger Bij het bestaan van een of meerdere vacatures blijft het algemeen bestuur bevoegd om besluiten te nemen.
De procedure met betrekking tot het quorum is reeds in de Wgr geregeld. Artikel 3.4 Vergaderingen Algemeen Artikel 22 van de Wgr is van toepassing op vergaderingen van het algemeen bestuur. Het eerste lid van artikel 22 van de Wgr bepaalt daarbij dat op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur tevens de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn, voor zover daarvan in de Wgr niet is afgeweken. Artikel 52, eerste lid, van de Wgr bepaalt vervolgens dat indien er sprake is van een gemeenschappelijke regeling tussen gemeenten en provincies voor de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de 20
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Gemeentewet, gelezen moet worden de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Provinciewet. Verplichtingen artikel 22 Wgr Openbaarheid Het tweede lid van artikel 22 van de Wgr bepaalt dwingend dat de vergaderingen van het algemeen bestuur openbaar zijn. In afwijking daarvan kan het algemeen bestuur besluiten dat de vergaderingen besloten zijn, indien: a. een vijfde van de aanwezige leden hierom verzoekt; of b. de voorzitter dit nodig acht. Verplichtingen Provinciewet De bepalingen die uit de Provinciewet die in de Wgr van overeenkomstige toepassing zijn verklaard houden voor de vergaderingen van het algemeen bestuur het volgende in: a. reglement van orde Overeenkomstig artikel 16 van de Provinciewet dient het algemeen bestuur een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast te stellen. Het Reglement van orde of wijzigingen van het reglement worden ingevolge de Bekendmakingswet gepubliceerd in het eigen publicatieblad; b. vergaderfrequentie Overeenkomstig artikel 22, tweede lid van de Wgr, juncto artikel 17 van de Provinciewet, vergadert het algemeen bestuur: 1°. zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar jaarlijks tenminste tweemaal; 2°. indien de voorzitter het nodig oordeelt; of 3°. indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt; c.
oproeping Overeenkomstig artikel 19 van de Provinciewet: 1°. roept de voorzitter de leden schriftelijk tot de vergadering op; 2°. brengt de voorzitter tegelijkertijd met de oproeping dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis; 3°. worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze, de agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, ter inzage gelegd; d. quorum Overeenkomstig artikel 20 van de Provinciewet wordt de vergadering van het algemeen bestuur niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar artikel 22 van de Wgr, juncto artikel 20 van de Provinciewet, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. Op die nieuwe vergadering, is het quorum niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is; e.
vervolging Overeenkomstig artikel 22 van de Provinciewet kunnen de leden en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of aan het algemeen bestuur schriftelijk hebben overgelegd;
21
Datum
Datum Ons kenmerk
/
f.
ordehandhaving Overeenkomstig artikel 26 van de Provinciewet zorgt de voorzitter voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen en hij kan het algemeen bestuur voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. g. stemming Overeenkomstig artikel 28 van de Provinciewet neemt een lid van het algemeen bestuur niet deel aan de beraadslaging en stemming over: 1°. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; 2°. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. Op die beraadslaging en stemming is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming geldt niet bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden; h. geldigheid stemming Overeenkomstig artikel 29 van de Provinciewet is een stemming alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Dit geldt niet indien: 1°. opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; 2°. er sprake is van een nieuwe vergadering als bedoeld in artikel 20 van de Provinciewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. i. beslissing bij stemming Overeenkomstig artikel 30 van de Provinciewet wordt voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.
Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje; j. stemming over personen Overeenkomstig artikel 31 van de Provinciewet is de stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geheim. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot; k. overige stemmingen Overeenkomstig artikel 32 van de Provinciewet geschieden de overige stemmingen bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling. Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een 22
Datum
Datum Ons kenmerk
/
vergadering waarin alle leden waaruit het algemeen bestuur bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht; l. ondertekening Overeenkomstig artikel 32a van de Provinciewet worden de stukken die van het algemeen bestuur uitgaan, door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden de stukken die van het algemeen bestuur uitgaan ondertekend door degene die de voorzitter van het algemeen bestuur vervangt. Het algemeen bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op te dragen aan de secretaris of aan een of meer andere bij de secretaris werkzame ambtenaren. In dat geval blijft medeondertekening achterwege. Dit kan door het algemeen bestuur geregeld worden in het reglement van orde; m. bijstand Overeenkomstig artikel 33 van de Provinciewet hebben het algemeen bestuur en elk van zijn leden recht op ambtelijke bijstand. Het algemeen bestuur stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand een verordening vast. Eerste lid Vergaderfrequentie In aanvulling op artikel 22, tweede lid van de Wgr, juncto artikel 17 van de Provinciewet, is hier geregeld dat in ieder geval een extra vergadering wordt uitgeschreven indien een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten worden benoemd.
Tweede lid Niet openbaar Het algemeen bestuur kan op grond van artikel 23 van de Wgr, geheimhouding opleggen omtrent de inhoud van het verslag. Derde lid Uitzondering In het derde lid is geregeld in welke gevallen de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling het onwenselijk vinden dat daarover beraadslaagd of besloten wordt in een besloten vergadering. Artikel 3.5 Besluitvorming Zie toelichting bij artikel 3.4 omtrent de reguliere stemverhoudingen. Artikel 52, eerste lid, juncto artikel 13, vierde lid, onder c, van de wet geeft de mogelijkheid om besluiten aan te wijzen waarover met gekwalificeerde meerderheid dient te worden besloten. Het tweede lid van artikel 3.5 voorziet hier in. Artikel 3.6 Taken en bevoegdheden Eerste lid Onverminderd In de Wgr zijn reeds via attributie diverse bevoegdheden toegekend aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ingevolge artikel 58 Wgr de begroting en de jaarrekening vast. Het eerste lid van dit artikel vormt hier een aanvulling op.
Eerste lid, onder d Oprichting en deelneming Artikel 55a van de Wgr bepaalt dat het algemeen bestuur van het openbaar lichaam slechts kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Onderdeel d voorziet in deze bevoegdheid. Het tweede lid van artikel 55a bepaalt dat het besluit niet wordt genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende provincies een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
23
Datum
Datum Ons kenmerk
/
Tweede lid Niet overdragen In artikel 57a van de Wgr zijn de bevoegdheden benoemd die niet mogen worden overdragen aan het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening, bedoeld in artikel 58 van de Wgr; b. het heffen van rechten, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder a, van de Wgr; c. het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven. In het tweede lid zijn aanvullende bevoegdheden opgenomen die niet kunnen worden overgedragen. Derde lid Commissie Artikel 25, eerste en vijfde lid, van de Wgr regelt de vereisten voor het instellen van een commissie, waaronder: a. de bevoegdheden; b. de samenstelling; c. de werkwijze van de commissie; d. de openbaarheid van vergaderingen; e. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie; f. het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur op de uitoefening van bevoegdheden van die commissie; g. de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen en het dagelijks bestuur; h. de verantwoording aan het algemeen bestuur. Dit lid regelt de aanvullende vereisten.
Artikel 4.1 Samenstelling Artikel 14, eerste lid, van de Wgr, bepaalt dat het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met inachtneming van het daaromtrent in de regeling bepaalde. De aldus aangewezen leden van het dagelijks bestuur mogen niet allen afkomstig zijn uit dezelfde gemeente. Het tweede en derde lid bepalen dat wanneer de aard van de regeling daartoe aanleiding geeft, één of meer leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kunnen worden aangewezen van buiten de kring van het algemeen bestuur, met dien verstande dat op deze wijze aangewezen leden nimmer de meerderheid van het dagelijks bestuur mogen uitmaken. De leden van het dagelijks bestuur mogen nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur uitmaken, tenzij sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 13, zevende lid, van de Wgr, met minder dan zes deelnemende gemeenten. Artikel 4.2 Einde lidmaatschap Artikel 4.3 Vergaderingen De deelnemers hebben besloten op de vergaderingen van het dagelijks bestuur de artikelen 52 tot en met 57, artikel 59a en artikel 60 van de Provinciewet van toepassing te verklaren. a.