CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Duurzaamheid en klimaat

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Nota Duurzaamheid en Klimaat10.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij gaat het om het vergroten van de hoeveelheid natuurlijke verkoeling in de openbare ruimte, het vergroten van diversiteit in flora en fauna, het aanpassen van gemeentelijk groen op het veranderende klimaat en het voorkomen van ernstige wateroverlast.

Relevante ontwikkelingen Extremer weer, lokaal voelbaar Klimaatverandering leidt tot merkbaar andere weersomstandigheden: hogere gemiddelde temperaturen, heftigere buien, langere periodes van droogte en vaker extreem hete zomerdagen. In Nuenen hebben we al te maken gehad met wateroverlast op laaggelegen locaties tijdens piekbuien en hitte die voor problemen zorgt bij kwetsbare groepen. De vooruitzichten zijn dat dergelijke extremen alleen maar zullen toenemen. Dit maakt de urgentie van klimaatadaptatie ook lokaal steeds duidelijker.

Strategische lijnen In het Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022–2030 is vastgelegd dat wordt ingezet op: • • • •

Zorgen voor natuurlijke koeling Verbeteren biodiversiteit Voorkeursvolgorde voor vasthouden – bergen – afvoeren Klimaatbestendige beplanting

→ Zorgen voor natuurlijke koeling We willen allereerst zorgen voor natuurlijke verkoeling (in de vorm van planten, bomen en vergroening). Hierdoor wordt de temperatuur in de openbare ruimte en in gebouwen aangenamer. Hiervoor kunnen diverse maatregelen worden getroffen. We willen focussen op 25

het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. Voor gebouwen en panden van externen zet de gemeente zich in op het stimuleren en informeren. Daarnaast moet Nuenen beschikken over zogenoemde klimaatschuilplekken (“klimaatshelters”): openbare locaties waar inwoners tijdens extreem warm weer verkoeling kunnen vinden, zoals gemeentehuis, buurthuizen, sportkantines e.d. → Verbeteren biodiversiteit Om te zorgen dat de natuur beter in balans blijf, willen we de biodiversiteit vergroten (zie 4.5). Door toenemende hitte neemt de overlast van hinderlijke insecten, bacteriën, allergieën en ziektes toe. Deze effecten willen we zoveel mogelijk beperken. Ook gaan we meer inzetten op de bestrijding van invasieve plantensoorten zoals de Japanse Duizendknoop. → Voorkeursvolgorde voor vasthouden – bergen – afvoeren We willen werken aan de hand van de trits: vasthouden - bergen - afvoeren. Dit houdt in dat water zo veel mogelijk wordt opgevangen in de bodem (geïnfiltreerd) en hier wordt vastgehouden. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kijken we naar opties om het water (bovengronds) te bergen. Is ook bergen niet mogelijk, dan pas zoeken we naar een geschikte maatregel om het water af te voeren naar een locatie waar het water of geïnfiltreerd kan worden, of kan worden geborgen.

Op die manier willen we de ernstige en onwenselijke knelpunten op het gebied van wateroverlast in onze gemeente tegengaan. → Klimaatbestendige beplanting Het toepassen van beplanting en gewassen die beter bestand zijn tegen droogte stimuleren we zodat schade aan natuur en landbouw vermindert en onnodig watergebruik wordt teruggedrongen. Ook in de openbare ruimte passen we beplanting toe die beter tegen droogte kan.

4.5 Biodiversiteit Ambities en beleidskaders De gemeente Nuenen beschouwt biodiversiteit als een belangrijke waarde in zichzelf en van groot belang voor mensen. In het Biodiversiteitsplan 2025–2035 zijn daarom duidelijke doelen gesteld voor het versterken van de biodiversiteit: 1. Samen bestaande natuurgebieden herstellen, versterken en verbinden. 2. Naar een veerkrachtig ecosysteem in stedelijk en landelijk gebied. 3. Bewustwording stimuleren en draagvlak versterken. 4. Biodiversiteit als centrale pijler bij inrichting en beheer. Deze zijn opgedeeld in twee hoofdcategorieën: A. Beschermen en behouden: Het doel is om een robuuste basis voor biodiversiteit te creëren door waardevolle natuurgebieden en landschapselementen te beschermen en te behouden. Daarbij staan vier kernvoorwaarden centraal: Voedsel, Veiligheid, Voortplanting en Verplaatsing voor flora en fauna. 26

B. Herstellen en versterken: Naast het beschermen van bestaande natuur, is het herstel van beschadigde ecosystemen en het versterken van groene en blauwe structuren van groot belang om deze toekomstbestendig te maken. Deze ambities sluiten aan bij wat in Omgevingsvisie Nuenen is vastgelegd. Daarin is het behoud en de versterking van natuur, landschap en biodiversiteit één van de centrale thema’s. Ook het Groenbeheerplan 2020–2026 legt de nadruk op biodiversiteit, onder andere door over te stappen van intensief naar extensief groenbeheer.

Relevante ontwikkelingen Net als in de rest van de wereld en elders in Nederland staat ook in Nuenen de biodiversiteit onder druk. Factoren als klimaatverandering, verdroging, vermesting en verstedelijking bedreigen een groot aantal soorten en ecosystemen en daarmee de veerkracht van de natuur. Met name het aantal insecten is de afgelopen 25 jaar drastische afgenomen, met maar liefst 75%. De gevolgen zijn niet alleen desastreus voor de flora en fauna in de regio, maar vormen ook een directe bedreiging voor de mens zelf, doordat de voedselpiramide bedreigt wordt. Zo zijn insecten het basisvoedsel voor veel kleine vogels en dieren, maar ook onze landbouw is afhankelijk van bestuiving door insecten. Dit kan leiden tot voedseltekorten, water(kwaliteit)problemen en zelfs gezondheidsrisico’s door verontreiniging en de verspreiding van ziektes.

Strategische lijnen Zoals in het Biodiversiteitsplan 2025–2035 is opgenomen, zetten we de komende periode in op: • • • • • •

Realiseren van een samenhangend natuurnetwerk Bescherming en aanleg van groene en blauwe landschapselementen Herstel van groene en blauwe landschapselementen Versterken van ecosystemen in ruimtelijke ontwikkelingen Vergroten van kennis en bewustwording Ondersteunen van gemeenschapsinitiatieven

→ Realiseren van een samenhangend natuurnetwerk We beschermen de bestaande natuurgebieden binnen en buiten het Natuurnetwerk Brabant. Daarnaast zetten we ons in om de nog niet als natuur ingerichte percelen binnen het Natuurnetwerk Brabant beschikbaar te krijgen voor natuurrealisatie. Dit netwerk, in aansluiting op het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zorgt ervoor dat soorten zich kunnen verplaatsen en dat genetische uitwisseling plaatsvindt. Dit is cruciaal voor het behoud van gezonde populaties. → Bescherming en aanleg van groene en blauwe landschapselementen We zetten ons in voor het behoud en de aanleg van landschapselementen zoals houtsingels, poelen en natuurlijke oevers. Deze elementen zijn onmisbaar voor de biodiversiteit in zowel stedelijke als agrarische gebieden.

27

→ Herstel van groene en blauwe landschapselementen We richten ons op het herstel van aangetaste landschapselementen, zoals poelen en sloten, die door verdroging, vermesting of verstening onder druk staan. Met duurzaam peil- en ecologisch beheer willen we de bodem- en waterkwaliteit verbeteren. → Versterken van ecosystemen in ruimtelijke ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteren we natuurinclusief bouwen en ontwerpen als standaard. Dit betekent dat nieuwe projecten altijd bijdragen aan biodiversiteit, bijvoorbeeld door het integreren van groene daken, nestkasten en inheemse beplanting. → Vergroten van kennis en bewustwording Biodiversiteit kan alleen succesvol worden beschermd en versterkt als inwoners en ondernemers zich bewust zijn van het belang ervan en de middelen krijgen om zelf een bijdrage te leveren. Zo werken we samen aan een groene toekomst. Hieraan geven we invulling door inwoners en ondernemers te informeren over het belang van biodiversiteit. Ook reiken we handelingsperspectieven aan, zoals educatieve programma’s en workshops, zodat iedereen een actieve rol kan spelen in de bescherming van de natuur. → Ondersteunen van gemeenschapsinitiatieven en versterken van samenwerking met gebiedspartners De gemeente ondersteunt initiatieven van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties die bijdragen aan meer biodiversiteit.

Denk aan buurtprojecten voor vergroening, zoals het aanleggen van vlindertuinen of het vervangen van tegels door groen. Tegelijkertijd zoeken we actief de samenwerking op met grondeigenaren en terreinbeheerders zoals agrariërs, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. Zij beheren grote terreinen in onze gemeente en spelen daarmee een sleutelrol in het realiseren van onze biodiversiteitsdoelen.

5. Communicatie Duidelijke communicatie en participatie zijn randvoorwaarden voor het slagen van ons duurzaamheids- en klimaatbeleid. Onze communicatiestrategie is breed en doelgroepgericht. We willen dat inwoners én ondernemers begrijpen wat er speelt, waarom verandering nodig is, wat hun eigen rol daarin kan zijn, én wat het hen oplevert. Want verduurzaming gaat niet alleen over maatschappelijke doelen, maar ook over directe voordelen zoals lagere energielasten, meer wooncomfort, een gezonde en prettigere leefomgeving en een sterkere concurrentiepositie voor bedrijven. Als gemeente hebben we de verantwoordelijkheid om complexe thema’s te vertalen naar begrijpelijke boodschappen, ondersteund met herkenbare voorbeelden uit de lokale context. We benutten verschillende kanalen, zoals de gemeentelijke website, sociale media en lokale media, om informatie te delen, handelingsperspectief te bieden, te inspireren en bewustwording te vergroten. We erkennen dat sommige groepen in de samenleving moeilijker te bereiken zijn of zich minder snel aangesproken voelen. Daarom zoeken we actief naar nieuwe vormen van participatie die aansluiten bij de leefwereld van verschillende doelgroepen, zoals via scholen 28

of netwerken in de wijk. Daarbij kiezen we voor een integrale benadering, waarin we oog hebben voor samenhangende uitdagingen. Zo spelen energiearmoede, gezondheid, woningkwaliteit en financiële problemen vaak gelijktijdig een rol bij huishoudens. Bij bedrijven lopen vraagstukken over energie, klimaatadaptatie en circulair werken vaak in elkaar over. We hechten waarde aan het ondersteunen van initiatieven uit de samenleving. Wanneer bewoners of ondernemers collectief stappen zetten richting verduurzaming, streven we ernaar hen te faciliteren met kennis, netwerk, ambtelijke inzet of financiële bijdragen. Tot slot onderhouden we een structurele dialoog met onze partners, waaronder de lokale energiecoöperatie, netbeheerder, woningcorporatie, Energiehuis Slim Wonen, ondernemersverenigingen, omliggende gemeenten (MRE-regio), het waterschap en maatschappelijke organisaties. Deze samenwerking helpt ons om signalen uit de samenleving tijdig op te vangen, beleid beter te laten aansluiten op de praktijk en gezamenlijke initiatieven van de grond te krijgen.

6. Monitoring en evaluatie Met deze nota geven we invulling aan onze ambities en doelstellingen voor de middellange en lange termijn. We vinden het belangrijk om tussentijds te toetsen of we op de juiste koers zitten en in hoeverre we onze doelen al hebben bereikt. Daarom monitoren we tweejaarlijks de voortgang met behulp van indicatoren die aansluiten bij ons beleid. Deze indicatoren geven inzicht in: • •

Wat hebben we gedaan? Wat is het resultaat?

Door in deze frequentie te monitoren, zien we tijdig of bijsturing nodig is en kunnen we hiernaar handelen. Richting de eindtermijn van de ambities en doelstellingen in de Nota Duurzaamheid en Klimaat (2030) zal een evaluatie aan de orde zijn om te bezien in hoeverre en op welke wijze vervolg nodig is. Indicatoren Energietransitie We monitoren nu en in de toekomst de navolgende beleidsindicatoren: • • • •

Percentage woningen met label A of B ten opzichte van het totaal aantal woningen waarvoor een energielabel is afgegeven Percentage woningen met label E of slechter ten opzichte van totaal aantal woningen waarvoor een energielabel is afgegeven Percentage woningen met label A ten opzichte van de totaal aantal woningen in eigendom van woningcorporaties Aantal woningen met geregistreerde zonnepanelen ten opzichte van totaal aantal woningen

29

Via het Uitvoeringsplan energietransitie en het Warmteprogramma werken we aanvullende monitoringsindicatoren uit en leggen deze vast. Te denken valt aan de volgende indicatoren: • • • • • • • •

Totale CO2-uitstoot per sector (kton/jaar) Totaal energiegebruik per sector (TJ/jaar) Totaal elektriciteitsgebruik per sector (TJ/jaar) Totaal aardgasgebruik per sector (TJ/jaar) Energiegebruik per inwoner (TJ/jaar) Energieopwek per soort (TJ/jaar) Aantal woningen aangesloten op het gasnet Percentage huishoudens met energiearmoede

Circulaire economie We monitoren nu en in de toekomst de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval per inwoner in kilogram per jaar. Wijzigingen of aanvullingen worden via het grondstoffenbeleidsplan voorgelegd. Duurzame mobiliteit Tegen de achtergrond van de beleidsregels laadpalen gaan we de navolgende beleidsindicatoren monitoren: • •

Aantal openbare laadpunten Totaal aantal laadpunten, inclusief thuis- en werklaadpunten

Deze beleidsdoelstellingen zijn voorlopig en worden in toekomstig mobiliteitsbeleid tegen het licht gehouden en indien nodig aangepast en/ of aangevuld. Klimaatadaptatie De indicatoren voor dit thema worden voorgelegd via het Water- en rioleringsplan (2026). Biodiversiteit De indicatoren voor dit thema worden voorgelegd via het Biodiversiteitsplan (2025).

7. Naar uitvoering De in deze nota beschreven strategielijnen en doelstellingen vormen het kader voor ons duurzaamheidsbeleid in de komende jaren. Om deze ambities daadwerkelijk te realiseren, is het noodzakelijk dat de doelstellingen worden vertaald naar concrete acties en projecten. De vijf thema’s vragen om een eigen aanpak, maar samen vormen zij een geheel dat richting geeft aan de duurzame ontwikkeling van onze gemeente. Deze nota vormt daarbij niet alleen een kader, maar ook een fundament: een bouwsteen voor de nog op te stellen gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s, waarin de thema’s in samenhang en toegespitst op specifieke gebieden verder worden uitgewerkt. Voor de energietransitie wordt een uitvoeringsagenda opgesteld waarin projecten en maatregelen worden gebundeld. De warmtetransitie krijgt verder vorm in het warmteprogramma dat voor eind 2026 moet worden opgesteld. Binnen de circulaire economie is het grondstoffenbeleidsplan in ontwikkeling, waarin ook de uitvoering een 30

plaats krijgt. Voor duurzame mobiliteit richten we ons op de uitrol van de laadinfrastructuur en krijgen de acties onder andere via de Bundelroutes op regionaal niveau vorm. De klimaatadaptatie kent al een uitvoeringsinstrument: het vastgestelde Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie. Dit plan bevat concrete acties die bij gaan dragen aan het behalen van de doelstellingen. Voor biodiversiteit wordt op korte termijn een biodiversiteitsplan vastgesteld, waarvan de uitwerking vooral plaatsvindt in de omgevingsprogramma’s en plannen.

31

Bijlage(n) Bijlage 1: Evaluatie en geleerde lessen uit bestaand beleid De vorige nota Duurzaamheid (2019–2023) heeft op verschillende fronten tot resultaat geleid. Zo is er substantieel ingezet op energiebesparing, opwekking via zon op daken, het opstellen van een Transitievisie Warmte en een Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie, en is de gemeentelijke bedrijfsvoering verduurzaamd. De evaluatie wijst daarnaast op een aantal belangrijke leerpunten: •

Beleid was te weinig concreet en meetbaar: doelen en effecten waren lastig te monitoren.

•

Publieke zichtbaarheid en voorbeeldrol waren beperkt: de gemeente mag zichtbaarder het goede voorbeeld geven.

•

Samenhang tussen thema’s en beleidsterreinen ontbrak: verduurzaming werd onvoldoende integraal opgepakt.

•

Participatie en communicatie blijven aandachtspunten: vooral jongeren en bewoners met minder draagkracht zijn nog onvoldoende bereikt.

Deze nota neemt deze lessen mee door te kiezen voor duidelijke doelen, een programmatische aanpak, meer nadruk op klimaatrechtvaardigheid en voorbereiding van een uitvoeringsgerichte aanpak vanaf 2026.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086008/1