CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Technische vragen bij Tussentijdse rapportage najaar 2025

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Tussentijdse rapportage najaar 2025 Nuenen1.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo Onderwerp

: Technische vragen Tussentijdse rapportage najaar 2025

Van

: College

Aan

: Raads- en burgercommissieleden

Cc

: -

Datum

: 11 december 2025

Bijlagen

: -

Zaaknummer

: 2826646

Documentnummer

: 2881006

Technische vragen oordeelsvormende vergadering 4 december 2025 Tijdens de oordeelsvormende behandeling van de Tussentijdse rapportage najaar 2025 en de Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 zijn enkele technische vragen gesteld. Zoals afgesproken hebben de fracties deze vragen schriftelijk ingediend bij de griffie en beantwoorden wij ze schriftelijk vóór de besluitvormende raadsvergadering. Tussentijdse rapportage najaar 2025 Raadsvoorstel: Vraag 1. 3.1 De eerste zin onduidelijk: Voor een investeringskrediet worden extra middelen gevraagd, bij een investeringskrediet worden middelen afgeraamd, bij een aantal anderen wordt voorgesteld deze af te sluiten (effectief doen we dit bij de jaarrekening 2025). Graag duiding. Antwoord: In het onderdeel ‘Aanpassingen in investeringskredieten’ in de rapportage (i.c. pag.15) gaan we in detail in op deze vraag. Op het project ‘Vervangen verlichting sportvelden naar LED’ blijken we te optimistisch te hebben begroot en vragen we de raad om extra middelen om dit uit te kunnen voeren. Maar we zien op enkele andere projecten op de sportparken dat er minder geld nodig is. Daarmee proberen we het tekort aan middelen op het ene project zoveel mogelijk te compenseren met andere projecten.

Omdat we bij de jaarrekening verantwoording afleggen over alle investeringen, nemen we de in 2025 afgeronde investeringen daarin nog op en sluiten we ze dan pas echt af. Vraag 2. 3.4 Er is een lagere financieringsbehoefte voor de bouwgrond. Wat is hiervan de achtergrond? Antwoord: Feitelijk is hier niet alleen sprake van een lagere financieringsbehoefte voor de bouwgrond, maar meerdere factoren. Bij de bouwgrond is er inderdaad een iets lagere financieringsbehoefte als gevolg van ontvangsten eind 2024 voor project Nuenen-West, waar voorzichtigheidshalve niet mee was gerekend. Maar daarnaast spelen ook de vertraging in investeringen en hogere reserves een rol. Naast de financieringsbehoefte zelf is ook de rente op de langlopende leningen lager dan waarmee was gerekend. Turap: Vraag 3. blz 6. Extra huur CMD ? hebben wij niet een vast huurcontract voor het CMD, wat is de oorzaak van deze extra kosten? Antwoord: De eigenaar van het CMD-gebouw indexeert elk jaar de huurprijs, maar in onze begroting is dat al een aantal jaren niet doorvertaald. Dat herstellen we nu.

Vraag 4. blz 6. Het grootste voordeel komt door het aframen van woonvoorzieningen. In 2025 zien we een daling van het aantal woningaanpassingen t.o.v. eerdere jaren. Vanuit 2024 is er extra budget overgeheveld (resultaatbestemming) naar 2025 i.v.m. verwachte kosten grote woningaanpassingen. Deze kosten zijn opgevangen vanuit het budget 2025. Voor overige toelichting zie hoofdstuk 4. Is er een beeld van de oorzaak van deze onderbesteding? Antwoord: Dit jaar vallen de uitgaven woonvoorzieningen mee. Er werden nog facturen van vorig jaar verwacht maar die waren al eind 2024 in de vorige jaarrekening verwerkt. Vraag 5. blz 22: Er worden een groot aantal SPUK-subsidies opgesomd zonder verder uitleg. Kan de wethouder dit toelichten? Antwoord: Het gaat hier om specifieke uitkeringen die al in eerdere boekjaren zijn ontvangen en toegelicht. SPUK CDOKE is de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid; SPUK LAI is Lokale aanpak Isolatie. Deze uitkeringen mogen over een periode van meerdere jaren worden besteed. In de jaarrekening 2024 zijn sommige van deze subsidies als vooruitontvangsten opgenomen (‘overlopende passiva’). In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moeten wij deze uitkeringen en bijbehorende lasten opnieuw ramen in het volgende boekjaar, in dit geval 2025.

Omdat we niet alle middelen in 2025 gaan uitgeven wordt het restant weer als vooruitontvangsten opgenomen bij de jaarrekening 2025 (in sommige gevallen betreft dit het gehele restant uit 2024, zoals bij LAI 1 en 2). En zullen we de geplande uitgaven en inkomsten in 2026 wederom moeten ramen. Totdat de gehele uitkering is besteed. Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 (De cursieve teksten zijn overgenomen uit de toelichting door het college) Voor de tariefberekening zijn wij uitgegaan van een inflatiecorrectie van 3,7%. Vorig jaar is de waardestijging voor woningen 1% te hoog ingeschat. Vraag 1. Kunt u aangeven wat u bedoelt met “vorig jaar”? Welke waarde peildatum betrof het hier en welk begrotingsjaar? Antwoord: Met vorig jaar bedoelen we belastingjaar 2025. Peildatum 1-1-2024 en begrotingsjaar 2025. Vraag 2. Kunt u bevestigen dat het de totaalwaarde betreft maar dat de individuele waarden wel juist zijn vastgesteld? Antwoord: Dit klopt. Alle individuele WOZ-waarden zijn juist vastgesteld. Vraag 3. Uit de toelichting blijkt niet wat de oorzaak is van de te lage inschatting. Basis voor vaststelling van de tarieven is de jaarlijkse herwaardering.

Wat was de status van de herwaardering op het moment dat de eerste inschatting voor de totale waarde werd gemaakt? Antwoord: De hogere inschatting van de WOZ-waarden en een daaraan gekoppelde lagere tarifering was gebaseerd op berichtgeving vanuit de BSOB op 1 oktober 2024. Dit is het laatst mogelijke moment vanuit de BSOB dat wij kunnen gebruiken om tijdig via uw raad de tarieven te laten vaststellen voor het volgende belastingjaar (zijnde 2025). Indien er een achterstand was, zijn er oorzaken aan te wijzen? Het proces is zo dat op basis van marktanalyse (verkoopcijfers huizen) een inschatting van de marktontwikkeling gedaan wordt. Elk jaar schuift de peildatum weer een jaar op. Het jaar 2024 was wel het eerste jaar dat de belastingwerkzaamheden voor o.a. hertaxatie bij de BSOB ondergebracht waren. Er zijn gedurende het gehele jaar 2024 en ook nog deels in 2025 werkzaamheden door de BSOB uitgevoerd die onder de noemer bestandsoptimalisatie voor de 3 Dommelvalleigemeenten zijn uitgevoerd. Vraag 4. Als het tarief is bepaald met als uitgangspunt een te hoge totaalwaarde is het gevolg dat de geplande belastinginkomsten, door de lagere taxatiewaarden, niet zijn gerealiseerd. Hoe hoog was het bedrag dat er te weinig in rekening is gebracht op de aanslagen?

pagina 2 van 3 REFNUMBER

Antwoord: De werkelijke OZB-opbrengst 2025 woningen blijft circa € 90.000 achter bij de geraamde opbrengst 2025. Dit bedrag hebben we ook opgenomen in de tussentijdse rapportage. Dat nemen we dit jaar mee door de waardestijging van 12% daar dit jaar voor te corrigeren. We rekenen dit jaar dus met een waardestijging van 11% voor woningen (12% - 1%) en 3,5% voor niet-woningen en corrigeren de OZB-tarieven dusdanig dat inwoners gemiddeld dan meerjarig niet meer betalen dan het inflatiepercentage. Vraag 5. Is de conclusie juist dat er feitelijk een inhaalslag wordt gemaakt door uitgaande van een lagere totaalwaarde van alle objecten per saldo het tarief iets hoger vast te stellen? Antwoord: Deze conclusie is juist. In 2025 hebben de inwoners net iets minder betaald dan dat het eigenlijk had moeten zijn, in 2026 corrigeren we dat. Vraag 6. De waarden zijn het resultaat van de taxaties. Het is raar deze totaalwaarde te corrigeren. Deze ontstaat immers uit de taxaties. Het corrigeren van het tarief is toch de gangbare weg? Onderschrijft u dit uitgangspunt? Antwoord: Ja, corrigeren van het tarief is inderdaad de gangbare weg en dat doen we feitelijk ook. Door fictief (kunstmatig) de totaalwaarde iets lager vast te stellen, stellen we het tarief iets hoger vast. Vraag 7.

Een inschatting van de totaalwaarde is alleen noodzakelijk als de taxatiewaarden nog niet in voldoende mate bekend zijn bij het opstellen van de begroting en de herwaardering dus achter loopt. Wat is de status van de taxaties met peildatum 1-1-2025? Antwoord: Ook nu hebben we weer op 1 oktober (1-10-2025) een waardeontwikkeling peildatum 1-1-2025 voor het belastingjaar 2026 doorgekregen van de BSOB. Dit is verwerkt in het nu voorliggende raadsvoorstel. Maar omdat waardeontwikkeling een dynamisch proces is (aan- en verkopen, bezwaar en beroep blijven plaatsvinden) kun je pas bij de aanslagoplegging (meestal eind februari van het betreffende belastingjaar) van definitieve waarden spreken.

pagina 3 van 3 REFNUMBER

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16400829/2