Kerkakker 2023 - Bijlage Toelichting
Tekst van het document
8 juli 2024
27
BP Kerkakkers 2023
Afbeelding 4.6: Uitsnede risicokaart
Op een afstand van ca. 400 meter ten zuiden van het plangebied is een J. Aarts Transportbedrijf Gerwen B.V. gevestigd (rode cirkel op afbeelding 4.6). Op deze locatie wordt propaan opgeslagen. Voor een propaantank met een inhoud van <13 m3 geldt ingevolge het Bevi géén plaatsgebonden risicocontour en is geen invloedsgebied voor de hoogte van het groepsrisico bepaald. Daar is hier sprake van. Verder liggen er in de omgeving van het plangebied geen relevante buisleidingen en wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect externe veiligheid de uitvoerbaarheid van het voorgenomen initiatief niet in de weg staat.
4.6
Geluid
Beleid, wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor de toelaatbare geluidbelasting. De geluidseisen zijn alleen van toepassing op geluidgevoelige bestemmingen die gelegen zijn binnen de geluidzone van een geluidsbron. Een geluidzone is een gebied aan weerszijden van het spoor, van een weg of rond een bedrijven/ industrieterrein. Geluidgevoelige bestemmingen zijn woningen, basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen. Situatie Luchtvaartverkeerlawaai Vanuit de Wet luchtvaart is voor Eindhoven Airport een luchthavenbesluit vastgesteld. Vanuit deze wet zijn grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 8 juli 2024
28
BP Kerkakkers 2023
35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen alsmede voor standplaatsen en ligplaatsen. Het plangebied ligt buiten de 35 Ke-contour. Aanvullend onderzoek naar luchtvaartverkeerlawaai is niet noodzakelijk. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van enige spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde op onderhavig plan. Industrielawaai Er is een akoestisch rapport opgesteld. Dit rapport is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Het aspect industrielawaai is hier in meegenomen. De geluidsbelasting van de bestaande bedrijfsactiviteiten mag niet te hoog zijn, maar ook mag het initiatief de bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperken. Uit het onderzoek blijkt dat ten noorden van het plangebied, op de erfgrens met de bedrijfsinrichting, een afscherming dient te worden gerealiseerd van 2,5 meter hoog met een massa van tenminste 15 kg/m². Het scherm is al gerealiseerd. Daarnaast dienen bij twee woningen gevels ‘doof’ te worden uitgevoerd. Bij de middelste woning dient de 1e verdieping aan de noordzijde te worden uitgevoerd als een ‘dove’ gevel. Bij de meest oostelijke woning dient de 1e verdieping aan de noord- en oostzijde van de woning te worden uitgevoerd als een ‘dove’ gevel.
In verband met de instandhouding is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt in de geluidszone van de Smits van Oyenlaan. De overige wegen in en nabij het plangebied zijn 30 km per uur wegen. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone, zodat hiervoor geen hogere waarden kunnen worden aangevraagd of verleend. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient wel te worden beoordeeld of de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur voldoet aan de voorkeursgrenswaarden van 48 dB. Het aspect wegverkeerslawaai is meegenomen in het akoestisch rapport dat als bijlage 4 bij deze toelichting is opgenomen. Hieruit blijkt dat de maximale geluidsbelasting Lden (inclusief aftrek) ten gevolge van het wegverkeer op de Smits van Oyenlaan maximaal 53 dB op de zuidgevel van de woningen bedraagt. De voorkeursgrenswaarde wordt hierbij met 5 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat het terugbrengen van de geluidsbelasting naar de voorkeurswaarde 48 dB op de gevels redelijkerwijs niet mogelijk en niet gewenst is. Gelet hierop is een procedure hogere waarde noodzakelijk.
De procedure hogere waarde loopt gelijk op met de procedure van dit bestemmingsplan. De hogere waarden zijn in onderstaande tabel weergegeven: Tabel hogere waarden Omschrijving Woning 1 gevel zuid1 Woning 1 gevel zuid2 Woning 2 gevel zuid Woning 3 gevel zuid
Hogere waarde (Lden incl. aftrek) 53 53 53 53
Cumulatieve geluidbelasting Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen dient te worden aangetoond dat aan een binnenniveau van 33dB kan worden voldaan (Bouwbesluit: Afdeling 3.1. Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw). Hiervoor dient de cumulatieve geluidbelasting inzichtelijk te worden gemaakt. In het
8 juli 2024
29
BP Kerkakkers 2023
akoestisch rapport dat als bijlage 4 bij deze toelichting is opgenomen zijn op basis van de berekeningsresultaten van weg- en industrielawaai de gecumuleerde geluidbelastingen bepaald. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opnemen dat, middels onderzoek, dient te worden aangetoond dat aan een binnenniveau van 33dB wordt voldaan. Hiermee wordt een binnenniveau van maximaal 33dB geborgd. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect wegverkeerslawaai de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg staat.
4.7
Luchtkwaliteit
Beleid, wet- en regelgeving Wet milieubeheer (5.2 Luchtkwaliteitseisen) Het doel van Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen is het beschermen van mensen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid. De wet bevat grenswaarden voor diverse stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). De normen gelden overal in de buitenlucht en niet alleen ter plekke van gevoelige bestemmingen. Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Het begrip NIBM speelt een belangrijke rol in de regelgeving voor luchtkwaliteit en is uitgewerkt in het Besluit 'Niet in betekende mate bijdragen’ en de Regeling 'Niet in betekende mate bijdragen’. Projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreinigingen, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen (in de vorm van grenswaarden). In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 met twee ontsluitingswegen), tot 100.000 m2 kantooroppervlakte met één ontsluitingsweg (200.000 m2 met twee ontsluitingswegen) en intensieve veehouderijen (afhankelijk van het aantal dieren), bij voorbaat aangemerkt als niet in betekenende mate. Situatie Met voorliggend initiatief wordt één wooneenheid toegevoegd.
Gelet op het aantal draagt het project 'Niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging waardoor het niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Wel dient er worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vanuit de wet Milieubeheer worden de volgende grenswaarden gesteld: • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m3 en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3. De uurgemiddelde grenswaarde mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide geraadpleegd kan worden. Op afbeelding 4.7, 4.8 en 4.9 zijn de concentraties weergeven. Met blauwe pin is de locatie van het plangebied aangegeven.
8 juli 2024
30
BP Kerkakkers 2023
Afbeelding 4.7: Uitsnede kaart fijnstof 2021, PM10 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
Afbeelding 4.8: Uitsnede kaart fijnstof 2021, PM2,5 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
Afbeelding 4.9: Uitsnede kaart stikstofdioxide 2021, NO2 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving) 8 juli 2024
31
BP Kerkakkers 2023
De jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het plangebied zijn conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 16,90 μg/m³, voor PM2,5 10,19 μg/m³ en voor stikstofdioxide NO2 13,68 μg/m³. De concentraties blijven ruim onder de grenswaarden uit de wet Milieubeheer. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg.
4.8
Verkeer
Beleid Voor een goede ruimtelijke ordening is een goede verkeersafwikkeling en een veilige verkeersontsluiting van alle modaliteiten van belang. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Situatie Verkeer Het initiatief brengt extra verkeer met zich mee. Op grond van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ uit december 2018 bedraagt de toename 8,2 motorvoertuigen per etmaal. Het plangebied ligt in een weinig stedelijke omgeving (bron: CBS) in de rest van de bebouwde kom. De capaciteit van de (omliggende) wegen is groot genoeg om het extra verkeer op te vangen. Het hoekkavel wordt ontsloten via de Kerkakkers de overige twee kavels via de zuidelijke ontsluiting (Breeakker). Parkeren Op grond van de CROW-publicatie wordt voor vrijstaande woningen uitgegaan van een parkeernorm van 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen per woning. De parkeernormen hebben een bepaalde bandbreedte (minimaal en maximaal). Een gemiddelde norm zorgt voor een goede parkeerbalans. Er geldt een gemiddelde parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning.
Er dienen per woonkavel minimaal 3 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd zodat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.9
Water
Beleid, wet- en regelgeving In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is tevens een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Waterschap De Dommel Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap De Dommel. Waterschap De Dommel heeft op 24 november 2021 het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Binnen het programma zijn drie principes geformuleerd die inhoudelijk sturing geven aan de watertransitie. 1. Elke druppel telt:
8 juli 2024
32
BP Kerkakkers 2023
Op allerlei manieren wordt er ingezet om zoveel mogelijk water te laten infiltreren, zowel in de stad als op het platteland. 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan: Alle functies in ons gebied moeten uiteindelijk in overeenstemming zijn met de mogelijkheden en natuurlijke condities van het water- en bodemsysteem. 3. Wat schoon is moet schoon blijven: Alle gebruikers zijn verantwoordelijk. Ze geven het water minstens zo schoon af als ze het hebben ontvangen. Aanvullend op het waterbeheerplan hebben de drie Brabantse waterschappen sinds 1 maart 2015 de beschikking over één gezamenlijke verordening. Dit betreft de zogenaamde Brabant Keur. Hierdoor hanteren de waterschappen dezelfde (beleids)uitgangspunten. Het Waterschap maakt onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², 2.000 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Wanneer de toename van het verhard oppervlak minder is dan 2.000 m2 is er vanuit het waterschap geen compensatieverplichting. In 2021 is een partiele herziening van de keur vastgesteld. Met deze herziening is het verhard oppervlakte aangescherpt van 2.000 m 2 naar 500 m2. Gemeentelijk beleid Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Het waterbeleid van de gemeente Nuenen is vastgelegd in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023.
Hierin staan beleid voornemens en maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van afval-, hemel- en grondwater en het vormt het beleidskader voor de uitvoering van de ‘verbrede’ watertaken. Naast de zorgplichtvoor stedelijk afvalwater is er ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater ingewaarborgd. Waterplan Nuenen Het waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. is vastgelegd in het Waterplan Nuenen middels een aantal basisprincipes : • zo weinig mogelijk waterverontreiniging; • op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; • beken behoeden voor te grote toe stroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. • Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Situatie Grondwater De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is bepaald met behulp van de kaarten uit de watertoetsviewer van Waterschap de Dommel. Hieruit volgt een GHG voor het plan Kerkakkers van 15.80+ NAP. Op basis van onderzoeken en peilbuisgegevens is de GHG voor het naastgelegen plan Gerwen ZO eerder vastgesteld op 15.30+ NAP.
Het bestaande maaiveld bedraagt ca. 16,70m+ NAP. Waterberging In onderstaande tabel is het verhard oppervlak weergegeven voor de bestaande en de toekomstige situatie. In de bestaande situatie bestaat het plangebied uit bouwrijp kavels. Er is geen bebouwing of bestrating aanwezig. Voor de toekomstige situatie is uitgegaan van hoofdgebouwen met een oppervlakte van 140 m2 per woning en voor de bijgebouwen een oppervlakte van 90 m2 per woning. Voor de bestrating is 125 m2 per woning aangehouden. 8 juli 2024
33
BP Kerkakkers 2023
Tabel toename verharding Bestaande situatie
Toekomstige situatie
Bebouwing
0 m2
690 m2
Verharding
0 m2
375 m2
Totale verharding
0 m2
1.065 m2
Onverhard
2.413 m2
1.348 m2
Oppervlakte plangebied
2.413 m2
2.413 m2
Het verhard oppervlak neemt met 1.065 m2 toe ten opzichte van de bestaande situatie. Vanuit het waterschap geldt een compensatieplicht. Compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater dienen te worden getroffen. Voor de gehele ontwikkeling aan de Kerkakkers is een infiltratieriool aangelegd voor de opvang van het hemelwater. Er ligt een infiltratie- en transportriool ofwel IT-riool die aansluit op een wadi. Daarnaast is er in de regels van voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van ‘waterberging’ opgenomen zodat is geborgd dat aan de kaders dient te worden voldaan indien tot oprichting en ingebruikname van woningen wordt overgegaan. Riolering Het hemelwater en het vuilwater worden gescheiden ingezameld. Er is een gescheiden rioleringssysteem aangelegd onder de Breeakker (zuidelijke ontsluitingsweg). Het hemelwater wordt aangesloten op een infiltratie- en transportriool ofwel IT-riool. Hierdoor infiltreert het hemelwater is de bodem. Er is een overstort gemaakt op een wadi grenzend aan het plangebied. Beschermingszone Op 30 november 2021 heeft het Waterschap de Legger Waterstaatswerken 2021 vastgesteld. Op afbeelding 4.10 is een uitsnede van deze legger weergeven. Met rood is de locatie van het plangebied aangegeven.
Afbeelding 4.10: Uitsnede keurkaart (bron: https://dommel.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Watertoets#)
8 juli 2024
34
BP Kerkakkers 2023
In het plangebied is geen watergang of openwater aanwezig. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, reserveringsgebied waterberging, ecologische verbindingszone. Verder liggen in de nabijheid van het plangebied geen waterkeringen. Conclusie De kwalitatieve en kwantitatieve waterbelangen komen met de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in het gedrang.
4.10
Geur agrarisch
Beleid, wet- en regelgeving Wet geurhinder en veehouderij Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. Situatie Invloed plan op agrarische bedrijfsvoering Om te beoordelen of voorliggend initiatief een belemmering vormt voor de agrarische bedrijfsvoering moet worden nagegaan of er reeds woningen dichter bij de betreffende agrarische bedrijven staan. In dat geval zijn de bestaande woningen maatgevend en vormt het initiatief geen nadere belemmering. Op afbeelding 4.11 zijn de omliggende agrarische bedrijven weergegeven. Met groene stippen zijn de bestaande bedrijven aangegeven. Met blauwe stip is de locatie van het plangebied aangegeven.
Afbeelding 4.11: Uitsnede kaart veehouderijen in Noord-Brabant (bron: https://atlas.odzob.nl)
8 juli 2024
35
BP Kerkakkers 2023
Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf (bouwvlak) ligt op een afstand van ca. 330 meter van het plangebied. Het betreft het bedrijf aan de Alvershool 1 waar paarden worden gefokt. De afstand is met oranje pijl op afbeelding 4.11 weergegeven. Het plangebied ligt op een veel grotere afstand dan de bestaande woningen in de omgeving van de aanwezige agrarische bedrijven. Het initiatief vormt hierdoor geen belemmering voor de agrarische bedrijfsvoering. Beoordeling woon- en leefklimaat Op basis van artikel 14 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geldt dat de afstand tussen geurgevoelige objecten (zoals een woning) en veehouderijen buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter dient te bedragen en binnen de bebouwde kom 100 meter. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde agrarisch bouwvlak bedraagt ca. 340 meter. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Daarnaast dient er te worden beoordeeld of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Op afbeelding 4.12 is de achtergrondbelasting van geur van veehouderijen in de omgeving weergeven. Met rood is de locatie van de nieuwe woning aangegeven.
Afbeelding 4.12: Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur (bron: atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer)
Uit afbeelding 4.12 blijkt dat achtergrondbelasting van geur tussen de 0 en 3 ouE/m3 bedraagt. De locatie wordt als zeer goed beschouwd. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ter bescherming van geurgevoelige objecten: Max. toegestane geurbelasting (ouE/m3 ) 3,0 14,0 2,0 8,0
Geurgevoelig object gelegen in: concentratiegebied binnen bebouwde kom concentratiegebied buiten bebouwde kom niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
Het plangebied ligt in een concentratiegebied binnen de bebouwde kom. De maximale toegstande geurbelasting bedraagt 3 ouE/m3. Hier wordt aan voldaan. Er is sprake van een goed woon- en verblijfklimaat vanwege geur. 8 juli 2024
36
BP Kerkakkers 2023
Gemeentelijke geurverordening De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. De gemeente Nuenen heeft een geurverordening vastgesteld waarin de afstand tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten is vastgelegd. In onderstaande tabel zijn deze afstanden weergegeven. Tabel afstanden gemeentelijke geurverordening
De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde agrarisch bouwvlak bedraagt ca. 340 meter. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstanden die zijn opgenomen in de gemeentelijk geurverordening. Hierdoor zijn er wat betreft het aspect geur geen beperkingen. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend initiatief.
4.11
Spuitzones
Beleid, wet- en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Wanneer er sprake is van het spuiten van gewassen dient, in het kader van spuitzones, in beginsel een afstand van 50 meter te worden gehanteerd om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Situatie Zoals in de toelichting van het vigerend bestemmingsplan staat beschreven zijn de gronden ten zuiden van het plangebied voornamelijk in gebruik als hobbymatige grondgebonden agrarische doeleinden. Bedrijfsmatige agrarische activiteiten komen hier niet voor. Er ontbreekt een bouwvlak om bedrijfsgebouwen te kunnen oprichten. Het spuiten van gewassen vindt hierdoor niet plaats. Verder zijn op korte afstand van het plangebied geen activiteiten met fruitboomgaarden en bollenteelt aanwezig. De verwachting is ook niet dat in de omgeving deze teelten uitgevoerd gaan worden. Omdat het spuiten van gewassen binnen 50 meter van het plangebied niet voorkomt kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Conclusie Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.12
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beleid, wet- en regelgeving Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag.
8 juli 2024
37
BP Kerkakkers 2023
Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Situatie Woningbouw kan vallen onder onderdeel D (11.2): ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voorliggend initiatief (het toevoegen van één woning) blijft ruim onder de gestelde oppervlakten en aantallen. Hierdoor is het initiatief niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.
In haar uitspraken van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, en 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat het antwoord op de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Voorliggend initiatief betreft het toevoegen van één woning (woonkavel). De woning wordt op passende wijze in de omgeving opgenomen. Er wordt voldoende afstand aangehouden tot de naastgelegen woonkavels. Per woonkavel mag een hoofdgebouw worden opgericht met een oppervlakte van 140 m2. De goot- en bouwhoogte mag maximaal 4,5 respectievelijk 10 meter bedragen. De bebouwde oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 90 m2 bedragen. Het hoekkavel aan de Kerkakkers wordt ontsloten via de Kerkakkers. De overige woonkavels via de bestaande zuidelijke ontsluiting. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729) kan een dergelijk kleinschalig initiatief niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Er is weliswaar sprake van geringe toename aan bebouwing en het gebruik verandert.
Maar de woning wordt gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied en het ruimtebeslag is beperkt. Als gevolg hiervan hoeft voor het initiatief dan ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. Conclusie Gelet op de kenmerken van het initiatief en de locatie zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Alternatieven hoeven dan ook niet te worden afgewogen. Het initiatief is niet m.e.r.-plichtig. Ook hoeft er geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.
8 juli 2024
38
BP Kerkakkers 2023
5
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
5.1
Planbeschrijving
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en de legenda. Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, namelijk: 1. de verbeelding, met zoveel mogelijk relevante informatie wat betreft de (dubbel)bestemmingen, aanduidingen, afmetingen en verklaringen van de betreffende gronden; 2. de regels, hierin wordt per bestemming een zo eenduidig mogelijke omschrijving van het gebruik en bouwmogelijkheden van de betreffende bestemming gegeven; 3. de toelichting, hierin worden de beweegredenen weergegeven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming aan een stuk grond, als mede een interpretatie en uitleg van de gebruikte bestemmingen. De verbeelding en de bijbehorende regels vormen de enige juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan.
5.2
Regels
Voor dit plan zijn de regels van het vigerend bestemmingsplan zoveel mogelijk overgenomen. Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Bestemmingsregels Artikel 3: Wonen Binnen de bestemming 'Wonen' wordt een bouwvlak en een vlak met de aanduiding 'bijgebouwen' onderscheiden. De regeling gaat uit van de bouw van een hoofdgebouw, de woning, binnen het bouwvlak. Daarnaast behoort het tot de mogelijkheid om aan- en uitbouwen van woningen (zoals bijkeukens of serres) en aangebouwde bijgebouwen (bergingen en aangebouwde garages) op te richten. De aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen de aanduiding bijgebouwen, waar ook de vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd. Op de verbeelding is voor bijgebouwen naast de zijgevel een minimale afstand tot de voorgevel aangegeven. Daarnaast is een maximale oppervlakte opgenomen in de regels.
8 juli 2024
39
BP Kerkakkers 2023
Opgemerkt dient te worden dat binnen de woonfunctie onder voorwaarde nevenactiviteiten worden toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. De mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten wordt als relevant onderscheid gehanteerd tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De ‘aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit’ is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking / geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden. Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers. Uitgangspunt is overigens dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar niet een publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. Er is een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de aspecten ‘geluid’ en ‘waterberging’ opgenomen zodat is geborgd dat aan beide kaders dient te worden voldaan indien tot oprichting en ingebruikname van woningen wordt overgegaan.
Artikel 4: Waarde – Archeologie hoog De voor ‘Waarde – Archeologie hoog’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Algemene regels Artikel 5: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel voorkomt dat dezelfde gronden meerdere keren in aanmerking mogen worden genomen bij het verlenen van (verschillende) bouwvergunningen, waardoor bebouwingsmogelijkheden onbedoeld kunnen worden verruimd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wet ruimtelijke ordening Artikel 6: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen en parkeergelegenheid. Artikel 7: Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels leggen een aantal vormen van gebruik vast die, ongeacht de bestemmingslegging, in ieder geval zijn uitgesloten. Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Behalve de specifieke afwijkingsregels, opgenomen binnen de bestemmingsregels, kent het plan ook een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. Artikel 9: Overige regels In de overige regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen.
Overgangs- en slotregels Artikel 10: Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
8 juli 2024
40
BP Kerkakkers 2023
Artikel 11: Slotregel De slotregel geeft aan hoe de regels van het plan worden aangehaald.
8 juli 2024
41
BP Kerkakkers 2023
6
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De ontwikkeling wordt geheel op risico van de initiatiefnemer aangegaan. Het plangebied is volledig in eigendom van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Nuenen en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal is verzekerd. Geconcludeerd kan worden dat de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate is verzekerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Het plan is voorgelegd aan: • Buurman oostzijde van het plangebied (Breeakker 6); • GS Staalwerken Gerwen (Kerkakkers 15a); • Overburen (Kerkakkers 14 en 16). Door de benaderden zijn geen bezwaren geuit tegen het bestemmingsplan, behalve door Kerkakkers 14. Naar aanleiding hiervan is het plan niet aangepast, omdat de bezwaren door de initiatiefnemer tijdens het omgevingsdialoogproces niet waren ontvangen. Vooroverleg artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met relevante overlegpartners. Het concept ontwerpbestemmingsplan is toegestuurd naar de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap De Dommel. Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wro juncto afdeling Awb. Het plan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in een zienswijzenota. Hierin zullen tevens de eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp worden verwoord.
Eventuele zienswijzen zullen worden meegenomen in de besluitvorming omtrent onderhavig plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er één zienswijze ingediend. De zienswijze is samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie via een nota van zienswijzen, die als Bijlage 9 bij de toelichting is opgenomen. De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen aan het bestemmingsplan. Voor inzicht in de aanpassingen wordt verwezen naar de nota. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
8 juli 2024
42
BP Kerkakkers 2023