CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kerkakker 2023 - Bijlage 6 Quickscan Flora en Fauna

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkakkers4.766 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Villa’s Kerkakkers Gerwen

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Autobedrijf Tonnie van der Heijden B.V. T.a.v. de heer T. VAN DER HEIJDEN Gerwenseweg 24 5674 SG Gerwen betreffende de locatie Kerakkers Gerwen (gemeente Nuenen) documentkenmerk 1711/014/RV versie 1 vestiging, datum Nuenen, 26 september 2018

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. A. Paulusse

ir. R.A.C. van de Voort

Junior projectleider ecologie

Senior projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid TRITIUM NUENEN »

TRITIUM PRINSENBEEK »

TRITIUM NEER »

Gulberg 35

Groenstraat 27

Steeg 27

TRITIUM ARKEL » Vlietskade 1509

5674 TE Nuenen

4841 BA Prinsenbeek

6086 EJ Neer

4241 WH Arkel

T. 040.29 51 951

T. 076.54 29 564

T. 0475.49 81 50

T. 0183.71 20 80

E. info@tritium.nl

I. www.tritiumadvies.nl

K.v.K nr. 17108024

IBAN NL29INGB0662572645

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

6

4

Resultaten

7

4.1

Flora

7

4.2

Vogels

7

4.3

Grondgebonden zoogdieren

8

4.4

Vleermuizen

8

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

9

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

9

5

Conclusies

10

5.1

Beschermde gebieden

10

5.2

Soorten

10

5.3

Zorgplicht

11

5.4

Eindconclusie

12

6

Literatuurlijst

13

Bijlagen 1.

Situatietekening plangebied

2.

Rapportage uit het Natuurloket

3.

Fotobijlage veldbezoek van 4 december 2017

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

1 Inleiding In opdracht van Autobedrijf Tonnie van der Heijden B.V. is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van de afwijking van het vigerend bestemmingsplan voor de locatie aan de Kerkakkers te Gerwen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 8.000 m2 en bestaat uit perceelnummer 5465 en gedeeltelijk uit perceelnummers 4990 en 5778, sectie B, gemeente Nuenen. De onderzochte percelen zijn braakliggend. Het perceel aan de westkant van de Kerkakkers wordt regelmatig gemaaid.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (rood omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)

Doel van het onderhavige onderzoek is derhalve te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Op 1 januari 2017 is deze wet in werking getreden. De wet vervangt de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit de luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied aan de buitenrand van de dorpskern van Gerwen is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen. Hierop is te zien dat er 5 (mogelijk 6) villawoningen worden gerealiseerd.

pagina 1 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google maps)

pagina 2 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De groene highlights betreffen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied (habitatrichtlijngebied) is met de gele kleur aangeduid.

Figuur 3: plangebied en omgeving met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en EHS (NNB) is gelegen. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het Natuurnetwerk Brabant is op een afstand van circa 400 meter ten oosten van het plangebied gelegen. Dit zijn de Stiphoutse bossen.

pagina 3 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 10 kilometer ten zuidoosten van het plangebied gelegen en betreft “Strabrechtse Heide & Beuven”. Het natuurgebied ligt verdeeld over de gemeenten Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren en heeft een totale oppervlakte van circa 1843 hectare. De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van Nederland. Hier is één van de eerste venherstelprojecten uitgevoerd, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame soorten. In dit ven wordt water uit de Peelrijt via een bezinkingsbekken ingelaten. Een aantal vennen worden deels gevoed door lokale kwel. De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen. Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden. De habitatsoorten in het Natura 2000-gebied “Strabrechtse Heide & Beuven” betreffen onder andere vogels, watergebonden dieren en planten die niet verstoord zullen worden door de realisatie van het planvoornemen op de percelen in Gerwen.

In onderstaande figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt.

Figuur 4: kaart natuurnetwerk Nederland provincie Noord-Brabant. Het plangebied en directe omgeving is rood omcirkeld

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie Noord-Brabant hanteert geen externe werking als het gaat om NNB. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is dermate groot dat er geen direct negatief effect te verwachten is.

pagina 4 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

2.2 Soorten Via het landsdekkend beeld op Natuurloket.nl is de waarde beschouwd van het betreffende gebied, dat in kilometerhok X:167 / Y:388 is gelegen. Het Natuurloket verstrekt informatie over het voorkomen van soorten per kilometerhok. Binnen het kader van deze quickscan is het niet mogelijk om vast te stellen welke soorten per kilometerhok zijn weergegeven door het Natuurloket. De weergave van het Natuurloket kan dan ook alleen als indicatie voor de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten worden beschouwd. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok beslaat is het bovendien niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. In bijlage 2 is de rapportage uit het Natuurloket opgenomen. Uit de rapportage blijkt dat er in de periode tussen 2007 en 2017 in het kilometerhok een relatief beperkt aantal waarnemingen is gedaan van de in de Wet natuurbescherming, de Habitat- of Vogelrichtlijn of op de Rode lijst voorkomende planten en dieren. Naast voornoemde bron zijn onder andere gegevens gebruikt die afkomstig zijn van de “Atlas van de Nederlandse zoogdieren” en de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant”. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a.

in braakballen) in de periode van 1989 tot 2012 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: eekhoorn, rosse woelmuis, aardmuis, veldmuis, ondergrondse woelmuis, muskusrat, dwergmuis, bosmuis, huismuis, bruine rat, zwarte rat, haas, konijn, egel, mol, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, gewone bosspitsmuis, tweekleurige bosspitsmuis, watervleermuis, rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, vos, wezel, Bunzing, Amerikaanse nerts, muntjak en ree. Uit gegevens van de Werkatlas amfibieën en reptielen blijkt dat enkel de volgende soorten in de periode van 1985 tot en met 2004 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: alpenwatersalamander, kamsalamander, kleine watersalamander, gewone pad, heikikker, bruine kikker, middelste groene kikker en levendbarende hagedis.

pagina 5 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

3 Veldbezoek Het plangebied is op 4 december 2017 in de middag bezocht. Er was sprake van half bewolkt weer, met windkracht 1 en een temperatuur van circa 5 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaan de onderzochte percelen (het plangebied) uit weiland met op de grens een aantal bomen.

Op de zuidgrens van dit perceel staan lage coniferen van ongeveer 2 meter hoog en aan de noordgrens is deels een hedera haag aanwezig. Aan de oostzijde van dit perceel ligt een drooggevallen watergang. De in bijlage 3 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied. Het plangebied is gelegen nabij het centrum van Gerwen.

pagina 6 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. In december zijn niet alle planten zichtbaar, echter worden geen beschermde soorten verwacht door de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat. De beschermde soorten komen vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. De rondom en op het plangebied aanwezige bomen en struiken kunnen dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gehele gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het stedelijk gebied voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos-, struweel- en watervogels zijn minder geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels aangetroffen binnen het plangebied. Ook zijn er geen nesten gevonden van vogels met een vaste verblijfplaats. Er is geen bebouwing aanwezig in het plangebied die kan dienen als verblijfplaats voor beschermde vogelsoorten. Wel zijn er vogels buiten het plangebied aangetroffen. Het betreft een aantal houtduiven (Columba palumbus) en een ekster (Pica pica). Hierbij zijn verder geen nesten aangetroffen. Ook zijn in het westelijk deel van het plangebied geplukte veren van een houtduif gevonden (bijlage 3, foto 7). Het plangebied is mogelijk derhalve onderdeel van het foerageergebied van een roofvogel zoals de buizerd (Buteo buteo) of sperwer (Accipiter nisus) (beide vogels met een jaarrond beschermde verblijfplaats).

Echter zal het plangebied geen essentieel foerageergebied zijn aangezien er voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied aanwezig is. Ook is er binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen nest aangetroffen van een vogel met een vaste verblijfplaats. Conclusie: Mogelijk wordt het plangebied door een aantal vogelsoorten benut als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar het in hoofdstuk 5 omschreven protocol. Direct in de omgeving van het plangebied is genoeg foerageergebied aanwezig voor deze soorten.

pagina 7 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles), is een dergelijke locatie niet geschikt om er te verblijven of voort te planten. Geschikte biotopen van deze soorten zijn niet aanwezig voor deze soorten. Ook zijn er geen sporen (vraatsporen, ontlasting en/of pootafdrukken) aangetroffen van de beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel zijn er uitwerpselen van een konijn (Oryctolagus cuniculus) gevonden binnen het plangebied (bijlage 3, foto 11). Dit is echter een vrijgestelde soort in Noord-Brabant. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied genoeg alternatieve gebieden om te foerageren of te verblijven voor deze soort en andere algemeen voorkomende soorten zoals de egel en mol. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied, de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouw bewonende vleermuizen is dus uit te sluiten. In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Het plangebied kan wel gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving genoeg alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de weilanden en akkers ten zuiden, oosten en westen van het plangebied. Ook zijn er geen bomen binnen of op de grens van het plangebied aanwezig die dienst kunnen doen als vliegroute, omdat de bomen niet een lange, aaneengesloten rij vormen en niet aansluiten op andere lange, aaneengesloten bomenrijen. Conclusie: er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het onderzoeksgebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.

Omdat de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet aan de orde.

pagina 8 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater voor amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Ook zijn er tijdens het veldbezoek geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. De heikikker (Rana arvalis) die in de buurt van het plangebied voorkomt, leeft in een vochtige voedselarme biotoop met laag struweel en hoge kruidige gewassen. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied. Ook voor de beschermde levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) is het plangebied niet geschikt door het ontbreken van vochtige heide en/of ruigten. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van niet beschermde soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de aanwezige beplanting en de afwezigheid van oppervlaktewater is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 9 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie Noord-Brabant hanteert geen externe werking als het gaat om NNB. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is dermate groot dat er geen direct negatief effect te verwachten is.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Om deze reden zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden.

Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren.

pagina 10 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en akkers en tuinen van woningen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten omdat de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen.

Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

pagina 11 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

5.4 Eindconclusie In onderstaande vier punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen (protocollen) met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk;

•

een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

pagina 12 van 13

documentkenmerk: 1711/014/RV-01, versie 2

6 Literatuurlijst Zoogdiervereniging (2017) Geraadpleegd via http://www.zoogdiervereniging.nl/ Ravon (2017) Geraadpleegd via http://www.ravon.nl/ Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Delft, J.J.C.W. van, Schuitema, W. (2005) Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting Ravon

pagina 13 van 13

Beknopte levering uit de NDFF Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

Projectnaam Villa's Kerkakkers te Gerwen Doel Quickscan flora en fauna Datum 24-11-2017 12:13 Ordernummer HNL-2017-350 Geselecteerde kilometerhokken 167-388

Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl

167 - 388

vaatplanten

Rode-Lijstsoorten

3

mossen

korstmossen

paddenstoelen

vleermuizen

landzoogdieren

Habitatrichlijn

64

1

reptielen

vissen

WNB-andere

4

soorten (PROV) soorten (NL)

dagvlinders

macronachtvlinders micronachtvlinders

1

libellen

sprinkhanen en krekels

overige soortgroepen

1

1 1

0-0.25/0.251-1

17

amfibieen

1

WNb-andere

Detaillering

wintervogels

1

Vogelrichtlijn

Aantal soorten

broedvogels

1 1

37

1

5

1

6

17

63

1

1

21

152

65

20

3

10

53%/1%

0%/0%

0%/0%

100%/0%

26%/0%

55%/0%

2%/7%

0%/0%

0%/0%

24%/2%

0%/0%

0%/1%

0%/0%

0%/0%

0%/0%

Volledigheid

slecht

slecht

niet

onbepaald

slecht

slecht

slecht

slecht

slecht

slecht

niet

goed

goed

goed

goed

onbepaald

onbepaald

Onderzoeks-

1997-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

2007-2017

onderzoek

periode

Beknopte levering HNL-2017-350 Pagina : 2 / 4

Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.

Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn (inclusief link naar website van ministerie van de Rijksoverheid met verwijzing naar pdf van het besluit): vaatplanten

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

korstmossen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

mossen

paddenstoelen zoogdieren

broedvogels amfibieën reptielen vissen

dagvlinders

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015 Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 5 november 2004

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 4 september 2009 Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

macronachtvlinders

geen Rode Lijst

libellen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

micronachtvlinders

sprinkhanen en krekels overige soortgroepen

Wet Natuurbescherming

geen Rode Lijst

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

Besluit Rode Lijsten 5 november 2004(1)

soorten van de Vogelrichtlijn

Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1

Wet Natuurbescherming

soorten van de Habitatrichtlijn

Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2

Wet Natuurbescherming

andere beschermde soorten

Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.

Beknopte levering HNL-2017-350 Pagina : 3 / 4

Wet Natuurbescherming

andere beschermde soorten (landelijke lijst)

Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.

Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen: die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie betrouwbaar hebben meegekregen; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.

Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting

Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen 0-0.25 km2 en groter dan 1 km2 bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. De resultaten zijn in de drie genoemde klassen achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash- teken (/).

Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.

Beknopte levering HNL-2017-350 Pagina : 4 / 4 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

Fotobijlage: 1711/014/RV-01, Villa’s Kerkakkers te Gerwen

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1711/014/RV-01, Villa’s Kerkakkers te Gerwen

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1711/014/RV-01, Villa’s Kerkakkers te Gerwen

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1711/014/RV-01, Villa’s Kerkakkers te Gerwen

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14454076/1