Jaarstukken 2024 Nuenen - Technische vragen en antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN JAARSTUKKEN 2024 NUENEN Nr. Blz. nr. 1 12 / 152
Vraag Fractie Antwoord Wet reserve Pensioenen; vorming voorziening wethouderspensioenen ; aanvullende storting Om dit te volgen nemen wij deel aan een onderzoek van het ministerie van BZK. Aan de GL/PvdA 390k; nieuwe voorziening 389K . Deze voorziening wordt in 2028 extern ondergebracht bij ABP hand van de resultaten van dat onderzoek kan BZK de gevolgen van de overgang in het kader van de nieuwe pensioenwet. Op dat moment zullen er andere rekenregels van inschatten. Hieraan voorafgaand is ons beeld dat wij op 2 vlakken risico's lopen. 1. Dat toepassing zijn, waardoor verwacht wordt dat de voorziening wethouderspensioenen die wij nu de hoogte van de voorziening te laag is. Ook voor de "oud" wethouders die nu vanuit de hebben, ontoereikend is. Het bedrag van € 161.240,- is gebaseerd op een voorlopige exploitatie betaald worden zal overdracht ineens noodzakelijk zijn. Hiervoor hebben we berekening. Welke risco’s lopen we t.a.v. een mogelijke verplichte aanvullende storting? geld in de reserve gestort. 2. Onze berekening is gebaseerd op een 100% dekkingsgraad. Het kan zijn dat bij de overgang naar het ABP er een hogere dekkingsgraad wordt verlangd.
2 14
Programma 2; veiligheid en handhaving; Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) kan bijdragen In verband met het stoppen van de voorzitter van de KVO-werkgroep en een aantal GL/PvdA aan een veiliger en duurzamer bedrijventerreinen in Nuenen. In 2024 heeft de gemeente in ondernemers vanuit gebied 1 (bedrijventerrein Eeneind I, Eeneind II en Eeneind II-Zuid) samenwerking met de politie, brandweer en de Parkmanagementorganisatie verder gewerkt in combinatie met het stoppen van de inzet vanuit Parkmanagement Nuenen, heeft de aan de uitvoering van de maatregelenmatrix die onderdeel uitmaakt van het Plan van Aanpak. KVO-werkgroep eind 2024 actief gezocht naar andere ondernemers die een bijdrage Na het neerleggen van de taak door de voorzitter van de KVO-werkgroep in 2024, heeft de willen leveren aan het KVO-traject. Vanuit gebied 1 zijn er helaas geen ondernemers die Parkmanagementorganisatie aangegeven zich niet verder in te zetten voor het KVO zich verder in willen zetten voor het KVO-traject. Dit betekent dat er vanuit gebied 1 bedrijventerreinen Nuenen. Het vervolg van het KVO-traject is verder opgepakt door individuele geen enkele vertegenwoordiging vanuit de ondernemers meer is binnen de KVOondernemers vanuit bedrijventerrein Berkenbosch. Voor bedrijventerrein Eeneind I, Eeneind II werkgroep.
Vanuit gebied 2 (bedrijventerrein Berkenbos) heeft een ondernemer zich in en Eeneind-Zuid is geen vertegenwoordiging meer vanuit de bedrijven. Het KVO-traject hiervoor maart 2025 beschikbaar gesteld om de rol van voorzitter op zich te nemen voor enkel is in 2024 stilgelegd waarbij gezocht wordt naar nieuwe ondernemers om deel te nemen. Wat is gebied 2. Voor de meeste ondernemers die zich hebben teruggetrokken geldt dat zij hier gebeurd en hoe wordt hier nu vervolg aan gegeven? onvoldoende tijd hebben om een bijdrage te blijven leveren aan het KVO-traject. Daarnaast vindt een enkeling het KVO-traject te weinig toevoegen voor het bedrijf. Voor twee ondernemers geldt dat zij daarnaast ook niet actief op de voorgrond (binnen de werkgroep en tijdens het schouwen van de terreinen) willen treden. In april 2025 heeft een KVO-werkgroepbijeenkomst plaatsgevonden waarbij is afgesproken het KVOtraject voor gebied 1 (tijdelijk) stop te zetten en enkel verder te gaan met gebied 2. Na de werkgroepbespreking heeft de ondernemer die zich in maart 2025 beschikbaar heeft gesteld als voorzitter voor gebied 2, zich helaas ook teruggetrokken uit het KVO-traject. Gevolg is dat er nu maar één ondernemer is betrokken bij het gehele KVO-traject. Vertegenwoordiging en betrokkenheid vanuit ondernemers is een eis om een KVOtraject verder invulling te kunnen geven.
Komende periode wordt bekeken wat de gevolgen zijn voor het lopende KVO-traject. Mochten zich geen nieuwe ondernemers melden voor het KVO-traject, dan zal dit tot gevolg hebben dat het traject eindigt.
3 23
Uitstroom participatie wet was begroot op 80, in 2024 was dit 65. Kunt u het verschil verklaren? De uitstroom uit de Participatiewet kwam in 2024 uit op 65, terwijl 80 was begroot. Een belangrijke oorzaak is de veranderde samenstelling van de doelgroep. Door jarenlange uitstroom en lagere instroom blijft een groep over die meer begeleiding nodig heeft. Tegelijk verschuift het landelijke beleid: minder focus op snelle uitstroom, meer op ontwikkeling en duurzame stappen richting werk. Ook helpt de krappe arbeidsmarkt niet altijd mee—werkgevers kiezen vaker voor kandidaten die direct inzetbaar zijn. Dat alles maakt dat uitstroom meer tijd en inzet vraagt dan eerder gedacht.
4 23
Aantal WMO aanpassingen was begroot op 90, in 2024 zijn er 38 geweest. Kunt u het verschil verklaren?
Er zijn minder aanvragen voor woningaanpassingen binnengekomen dan verwacht op D66 basis van beschikbare gegevens van eerdere jaren. Verder zijn er aanpassingen in 2024 goedgekeurd, waarvoor pas in 2025 gefactureerd gaat worden. Ook dit heeft invloed op de cijfers van 2024. Doordat dit een openeinde regeling betreft houden we rekening met meer aanvragen, dan mogelijk binnenkomen.
5 27
Taakvelden Jeugd I; Binnen Jeugd zitten de uitschieters van tekorten in de producten verblijf (€ 51.000), zelfstandig leven jeugd (ambulant) (€ 96.000), de Jeugd GGZ (€ 74.000) en het sterk gestegen PGB-aandeel in de zorgverlening. Zonder PGB waren die kosten geland op met name de ambulante producten. Op het product jeugdhulp ambulant zit een overschot (€ 78.000) wat de tekorten deels compenseert. Het lijkt erop dat binnen de taakvelden Jeugd structureel te laag begroot wordt. Wat is hiervan de oorzaak en welke maatregelen worden er genomen om hier in de toekomst meer grip op te krijgen?
Jeugdhulp is een open-eind regeling. Wij begroten de budgetten zo realistisch mogelijk. GL/PvdA Bij het opstellen van de begroting kijken wij naar de realisatie van het jaar ervoor, kijken we naar trends en ontwikkelingen en houden we rekening met indexering van kosten. Het is mogelijk dat een verschuiving van kosten plaatsvindt, bijvoorbeeld minder verblijf en meer ambulante hulp. We volgen de werkelijke kosten maandelijks en sturen bij in de tussentijdse rapportage wanneer dat nodig is.
6 33
Programma 5; Wonen en leefomgeving; “Daarnaast hanteren wij, zoals als opgenomen in de raadsagenda, bij nieuwe woningbouwplannen het uitgangspunt dat minimaal 30 procent van de te bouwen woningen valt binnen de sociale prijsklasse. Tot slot zijn in 2024 ook gesprekken met BPD gevoerd over de mogelijkheden van het toevoegen van meer sociale huurwoningen in Nuenen West. 3”. Zijn er al concrete resultaten uit deze gesprekken gekomen in de zin van aantallen en tijdslijnen?
Er is voor Nuenen West fase 3 nog geen concreet woningbouwprogramma afgesproken. GL/PvdA De onderhandelingen voor fase 3 hangen samen met de onderhandelingen over de woningbouwprogrammering in fase 1 en 2. Als er een uitkomst vanuit de onderhandelingen is, dan wordt u hiervan op de hoogte gebracht.
7 33
Van de 83 huurwoningen, hoeveel % valt onder de categorie betaalbare huurwoningen? (sociale en middenhuur) In totaal zijn er in 2024 93 woningen opgeleverd, waarvan 83 huurwoningen en 10 koopwoningen. Hoeveel van de 93 woningen zijn in Nuenen West opgeleverd? Op blz. 36 staan de resultaten van de grondexploitatie, de resultaten van de grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) vallen lager uit als begroot. Kunt u dit verschil verklaren?
Er vallen 58 woningen in de categorie sociale huur, daarnaast zijn er 24 huurwoningen in een zorginstelling opgeleverd in de categorie betaalbaar. Er zijn 86 woningen opgeleverd in Nuenen West.
Wonen en leefomgeving; Taakveld 8.2 Bouwgrondexploitatie; “een bedrag van -/- € 1.794.000 valt weg tegen het verschil van € 1.794.000 binnen Verdeling salarislasten en overhead hieronder”. Bij de post Verdeling salarislasten en overhead staat een bedrag vermeld van €1.222.000,-. Graag verklaring van dit verschil .
Het bedrag van € 1.794.000 heeft enkel betrekking op taakveld 8.2, terwijl het bedrag van € 1.222.000 ook betrekking heeft op taakveld 7.5, 8.1 en 8.3.
8 35 9 36
10 36
11 37
D66 D66
Dit komt vanwege het niet onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Nuenen D66 West (dit gaat om circa € 14,5 miljoen) Wanneer dit wel gebeurt gaan we de inkomsten uit grondverkopen realiseren. Op pagina 36 zien wij dat de grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) in de begroting van 2024 De ontvangsten van Nuenen West zijn niet gerealiseerd, waardoor deze niet worden VVD gewijzigd is met een dikke 17 mln. De realisatie laat echter een veel minder groot verschil zien. geactiveerd op de balans onder onderhanden werk. Als gevolg daarvan verloopt dit Vraag: kunt u aangeven waarom de grondexploitatie is aangepast en waarom de aanpassing in ongeveer budgettair neutraal. Bij de jaarrekening 2023 zijn de grondexploitaties het uiteindelijk resultaat niet terugkwam? geactualiseerd, toen was de verwachting nog dat het bestemmingsplan in 2024 wel onherroepelijk verklaard zou worden. Dat is in 2024 niet gebeurd. GL/PvdA
12 43
Programma 6; Ruimtelijk beheer, Milieu en Verkeer; Taakveld 7.4 Milieubeheer; “Al sinds lange Bij saneringswerkzaamheden van oude stortplaatsen zijn altijd risico’s aanwezig. GL/PvdA tijd loopt het dossier van de grondsanering aan de Collse Hoefdijk. Hiervoor is in het verleden al Tijdens het vooronderzoek is het gehele gebied zo goed mogelijk onderzocht en is de een (risico)voorziening getroffen. Die voorziening blijkt met de nieuwste inzichten niet scope zo volledig mogelijk in kaart gebracht. Ondanks deze grondige aanpak kan het toereikend. Daarom moeten wij die voorziening bijstorten met € 183.000.” Zijn alle risico’s mbt voorkomen dat bepaalde zaken over het hoofd worden gezien en dat op enkele plekken deze grondsanering nu in beeld en bestaat het risico dat we nog aanvullend moeten gaan de vervuiling ernstiger blijkt dan tijdens het veldonderzoek is vastgesteld. bijstorten? De tarieven voor het storten en verwerken van niet-toepasbare grond zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Hier hebben wij uiteraard rekening mee gehouden, maar dit brengt ook onvermijdelijk risico’s met zich mee. Wij verwachten dat de kosten met de laatste ophoging gedekt kunnen worden, maar het is niet mogelijk om met zekerheid te stellen dat er geen risico’s meer zijn.
13 61
Top tien risico’s: Risicowaarde exploitatie grond jaarrekening 2024 € 5.107.715. Alle posten zijn kritisch onder de loep genomen en diverse posten zijn bijgesteld. Bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2023. Hoe verhouden deze risicowaardes zich tot de eerder door de PoHo genoemde risico’s van € 50.000.000,-?
Het eerder genoemde bedrag van € 50.000.000 is genoemd in een andere context. Dit GL/PvdA betreft volgens de aanvrager de mogelijke schadevordering in het geval de gemeente de aangevraagde omgevingsvergunning niet zou verlenen.
14 86-98
Bij de gemeenschappelijke regelingen ontbreekt, met uitzondering van de GGD, de sectie Verbonden Partij + Bedrag Financieel Belang. In deze sectie staat gewoonlijk de bijdrage van onze gemeente aan de MRE € 332.892,00 gemeenschappelijke regeling. Vraag: Wilt u ons de bijdrage 2024 van de gemeente Nuenen c.a. ODZOB € 407.121,52 aan de diverse gemeenschappelijke regeling doen toekomen? VRBZO € 1.436.988,00 GGD BZO € 1.058.764,00 DD € 7.618.745,96 Veiligheidshuis € 8.071,00 BIZOB € 306.142,01 WSD € 1.551.278,03 Blink € 2.438.478,44
VVD
15 142
Overzicht investeringen; Hongerman realisatie 13.528.189 605.728 174.276 12.748.185 Loopt Over de DUMAVA-subsidie moet na afronding van de werkzaamheden (Sisadoor. In de cijfers is een voorschot aan DUMAVA-subsidie van zo'n € 300.000,- verwerkt. Is dit )verantwoording afgelegd worden. Op basis daarvan wordt het definitieve voorschot op de DUMAVA-subsidie onherroepelijk toegekend? subsidiebedrag bepaald.
GL/PvdA
16 149
Bouwgrond; sociale volkshuisvesting; Doelstelling van deze reserve is het stimuleren van Op 5 juni jl. heeft uw raad ingestemd met het aanvullen van de reserve sociale GL/PvdA initiatieven op het gebied van de sociale volkshuisvesting. De toevoegingen betreft de storting volkshuisvesting met middelen uit de voorziening betaalbaar wonen. Dit betekent dat er vanuit de grondexploitatie €12.000,- en vanuit anterieure overeenkomsten € 49.000,-. De uit de voorziening betaalbaar wonen € 840.668 wordt ontrokken en wordt gestort in de onttrekkingen betreft de onttrekking zoals opgenomen in de 2e tussentijdse rapportage voor de reserve sociale volkshuisvesting. Zo zijn er voor de komende sociale bouw van 41 sociale huurwoningen aan de Wederikdreef. € 307.500. De balanswaarde van woningbouwprojecten genoeg middelen om subsidie te kunnen verlenen. deze reserve per 31-12-2024 bedraagt tgv onttrekkingen nog slechts € 226.000,- Worden hierdoor nieuw initiatieven op het gebied van sociale volkshuisvesting niet beperkt en is aanvullende storting vanuit algemene reserve niet gewenst om deze reserve weer op niveau te brengen?