CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bp Eeneind 2018 - Bijlage Toelichting incl. markering

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Herstelbesluit Bestemmingsplan Eeneind 201821.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De regeling voor recreatieve voorzieningen, zoals deze is opgenomen in de bestemming ‘Wonen’, is ook binnen deze bestemming opgenomen. 9.6.6 Groen De bestemming betreft gronden waarop uitsluitend groenvoorzieningen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water e.d. is toegestaan. Het onderscheid met de bestemming ‘Verkeer’ is gelegen in het feit dat groenvoorzieningen een daadwerkelijk structureel groen karakter hebben en behouden. 9.6.7 Maatschappelijk De bestemming is toegekend aan het gemeenschapshuis dat is gevestigd aan de Spijkert. Binnen deze bestemming worden geen woningen toegestaan. 9.6.8 Verkeer Deze bestemming richt zich op een groot deel van het openbaar gebied van Eeneind 2018. De bestemming is heel breed geformuleerd. De reden daartoe is dat de exacte ligging van de verschillende doeleinden, zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen etcetera, in dit kader niet relevant blijkt. Het herinrichten van wegen kan daardoor op een eenvoudige manier geschieden, zonder dat een bestemmingsplan onwenselijke en ongefundeerde barrières oproept. Het uitgangspunt is echter niet dat alle binnen deze bestemming vallende groenstroken worden verhard. 9.6.9 Verkeer - Railverkeer De bestemming is toegekend aan de spoorlijn die dwars door het plangebied loopt en het woongedeelte scheidt van de bedrijvigheid binnen Eeneind. 9.6.10

Wonen

Voor regulering van de woonfunctie kan grotendeels verwezen worden naar paragraaf 9.5. Voor een goed begrip van de regeling voor woningen en bijgebouwen is het volgende van belang: Voor het hoofdgebouw van de woning is de bestaande situatie als uitgangspunt genomen voor het bepalen van het bouwvlak. Dit ter waarborging van de bestaande ruimtelijke structuur en het hoogwaardig woonklimaat. Dit houdt in dat het bouwvlak is begrenst op de bestaande zijgevels van de woningen. Binnen het bouwvlak mogen zowel het hoofdgebouw als bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd Wel is als

58

bestemmingsplan Eeneind 2018

uitzonderingssituatie onder voorwaarden de mogelijkheid geboden om het hoofdgebouw van de woningen in zijwaartse richting uit te breiden, zonder dat dit ten kosten gaat van de ruimtelijke structuur en het hoogwaardige woonklimaat.

Voor de toetsbaarheid van het plan is geen onderscheid gemaakt tussen aan- en uitbouwen van woningen (zoals bijkeukens of serres) en aangebouwde bijgebouwen (bergingen en aangebouwde garages). De regeling gaat uit van een hoofdgebouw binnen het bouwvlak; de aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen de aanduiding bijgebouwen, waar ook de vrijstaande bijgebouwen mogen worden gebouwd. De al bestaande legale uitbreidingen in de tuin mogen worden gehandhaafd. Daarnaast kunnen nieuwe kleine aanbouwen wel via afwijking met een omgevingsvergunning worden toegestaan.

Uitbreidingen of veranderingen aan de voorgevel zijn niet rechtstreeks mogelijk, maar wel via afwijking middels een omgevingsvergunning. Door de verspringingen in de gevel kan een uitbreiding een onwenselijke situatie voor het naastgelegen perceel opleveren. Daarom wordt bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid een nauwkeurige beoordeling gemaakt of in de betreffende situatie de uitbreiding kan worden toegestaan.

In de regels is voor bijgebouwen naast de zijgevel door middel van de aanduiding ‘bijgebouwen’ een minimale afstand tot de voorgevel aangegeven. Hiervan kan via een omgevingsvergunning worden afgeweken. De vraag of de omgevingsvergunning wordt verleend is niet alleen afhankelijk van de genoemde voorwaarden, maar ook van de karakteristieken van de betreffende buurt.

Voor aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen is een maximale bebouwde oppervlakte opgenomen, die geldt voor alle bijgebouwen in het bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’ op het bouwperceel tezamen. Met deze beperking van de oppervlakte voor aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen worden de volgende doelen nagestreefd. Een ruim bouwvlak is primair bedoeld voor enige flexibiliteit in de situering van het hoofdgebouw en niet om het vol te bouwen met bijgebouwen. Daarnaast wordt met deze bebouwingsregeling een duidelijk onderscheid tussen de (dominante) hoofdbouwmassa en de (ondergeschikte) bijgebouwen bevorderd, doordat zoveel mogelijk functies in het hoofdgebouw zullen worden opgenomen. Tot slot wordt de hoeveelheid bijgebouwen in zij- en achtertuinen beperkt tot wat bij een woning redelijkerwijs nodig is. Hiermee wordt voorkomen dat tuinen onnodig dichtslibben. Voor grote bouwpercelen geldt dat de maximale bebouwde oppervlakte van bijgebouwen toe mag nemen, naarmate het perceel groter is.

De toegestane bebouwde oppervlakte van bijgebouwen kan per bouwperceel verschillen: naarmate de grootte van het bouwperceel toeneemt (vanaf 200 m²), mag de maximale bebouwde oppervlakte oplopen tot een maximum van 90 m². Voor woningen in de bouwwijze vrijstaand geschakeld geldt een afzonderlijke regeling voor het bepalen welke gebouwen worden meegerekend bij het bepalen van de bebouwde oppervlakte. Deze bouwwijze houdt in dat vrijstaande woningen geschakeld worden door een bijgebouw. Door de voorgeschreven bouwwijze bestaat niet de mogelijkheid om de schakelende laagbouw te verhogen tot de hoogte van het hoofdgebouw. Voor deze bouwwijze is nu de regeling opgenomen dat deze schakelende laagbouw niet meetelt bij de berekening van de bebouwde oppervlakte voor zover dit is gesitueerd tussen het verlengde van de voor- en achtergevel.

Opgemerkt dient te worden dat binnen de woonfunctie onder voorwaarde nevenactiviteiten worden toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. In het verleden werd hiervoor vaak het

bestemmingsplan Eeneind 2018

59

onderscheid gemaakt tussen aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven. Dit bleek niet altijd op de juiste gronden het onderscheid in activiteiten weer te geven. In dit plan is gekozen om de mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten als relevant onderscheid te hanteren tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De ‘aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit’ is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De ‘publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis’ is via een omgevingsvergunning mogelijk. Het onderscheid richt zich zoals vermeld op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking / geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden. Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers. Uitgangspunt is overigens dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar niet een publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen.

De publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis kunnen wel verkeersaantrekkend zijn. Zij dienen echter kleinschalig en in te passen in de woonomgeving te zijn. Voorbeelden zijn persoonlijke dienstverlening (kapper/ pedicure), medische/ therapeutische dienstverlening, ambachtelijke bedrijvigheid.

Uit diverse bouwaanvragen blijkt behoefte te bestaan aan de aanleg van een zwembad of tennisbaan in de achtertuin bij de woning. In het bestemmingsplan is derhalve een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om hieraan tegemoet te komen. Met recreatieve voorzieningen worden o.a. zwembaden, tennisbanen en golfafslagplaatsen bedoeld. 9.6.11 Archeologie Gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nuenen en de daarin aangegeven (te verwachten) archeologische waarden, is over grote delen van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ gelegd. Naar gelang de waarden is een uitsplitsing gemaakt naar Archeologisch waardevol, Archeologie hoog en Archeologie middelhoog.

Onderdeel van de bestemmingsregeling is dat voor het oprichten van bouwwerken of het uitvoeren van werken en werkzaamheden, die een bepaalde oppervlakte te boven gaan of tot een bepaalde diepte de bodem verstoren, vooraf onderzoek moet worden verricht naar eventuele archeologische waarden. 9.6.12 Beschermd dorpsgezicht Deze dubbelbestemming beschermt de cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht. Het artikel omvat bouwregels die aanvullend gelden aan de onderliggende (enkel)bestemmingen. Zo zijn karakteristieke eigenschappen van gebouwen, waaronder verschijningsvorm, gevelindeling, gevelbreedte en dakhelling vastgelegd en zijn wijzigingen hieraan uitsluitend via afwijking toegestaan waarbij advies wordt ingewonnen bij de Monumentencommissie.

60

bestemmingsplan Eeneind 2018

9.6.13 Waardevolle bomen Binnen het plangebied komen waardevolle bomen voor. Ter behoud van deze waardevolle bomen worden deze beschermd in dit bestemmingsplan: de waardevolle bomen zijn op de verbeelding aangeduid en voor deze bomen geldt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Daarmee worden werken en werkzaamheden, zoals het kappen van de bomen, het aanbrengen van verhardingen of het vergraven van de gronden onder de bomen, door middel van een omgevingsvergunning afhankelijk gesteld van het oordeel van burgemeester en wethouders. De waardevolle bomen hebben een dubbelbestemming gekregen, waarin opgenomen het vereiste van omgevingsvergunning. 9.6.14 Hoogspanningsverbinding De op Eeneind aanwezige hoogspanningsverbinding is met de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige leidingen zijn werkzaamheden die de leidingen kunnen beschadigen of belemmeren uitsluitend via een omgevingsvergunning toegestaan.

bestemmingsplan Eeneind 2018

61

62

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 10 Handhaving Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid.

a.

b.

c.

d.

Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. Voldoende draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund worden door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. Realistische en inzichtelijke regeling. Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De gemeente voert een actief handhavingsbeleid.

bestemmingsplan Eeneind 2018

63

64

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 11 Economische uitvoerbaarheid Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualiseringsplan, waarmee slechts beperkt nieuwe ontwikkelingen worden toegestaan. Daarbij gaat het om het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op bestaande bedrijventerreinen. Hiermee zal dit plan dus geen financiële gevolgen hebben voor de gemeente.

bestemmingsplan Eeneind 2018

65

66

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 12 Inspraak en overleg 12.1

Vooroverleg

De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

Het Besluit ruimtelijke ordening geeft in artikel 3.1.1 aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op 4 mei 2018 hebben de volgende instanties het conceptontwerpbestemmingsplan ontvangen met het verzoek om in het kader van artikel 3.1.1 Wro te reageren op het plan: Provincie Noord Brabant Waterschap De Dommel Naar aanleiding van het verzoek om te reageren op het concept-ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg, zijn twee reacties ontvangen. Deze zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. 12.1.1 Provincie Noord-Brabant a. De provincie merkt op dat een deel van het bedrijventerrein (Eeneind I noordelijk deel) wordt omgezet naar de bestemming 'Gemengd' waardoor een menging van wonen met andere economische functies en voorzieningen wordt toegestaan. Door deze nieuwe bestemming is in feite geen sprake meer van een bedrijventerrein in de zin van de Verordening en met deze ontwikkeling kan worden ingestemd. Reactie gemeente Dit wordt voor kennisgeving aangenomen.

b.

Voor een deel van het bedrijventerrein (Eeneind I zuidelijk deel) wordt voorzien in een verruiming van het gebruik met milieucategorie 2. Artikel 4.4.lid 3.e. van de Verordening bepaalt dat een bestemmingsplan dat voorziet in een ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein een verantwoording bevat over de wijze waarop oneigenlijk ruimtegebruik wordt tegen gegaan. Bedrijven behorende tot de milieu categorieën 1 en 2 worden bij een middelzwaar- en zwaar bedrijventerrein als oneigenlijk ruimtegebruik aangemerkt. Het toestaan van categorie 2 bedrijven op Eeneind I is dus in beginsel in strijd met artikel 4.4 derde lid onder e. van de Verordening. Verzocht wordt om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de Verordening. Reactie gemeente In de Visie Bedrijventerreinen is bepaald dat in het zuidelijk deel van Eeneind I en op Eeneind II bedrijven zijn toegestaan in cat 3 en 4 en in 2 voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft die zijn toegestaan binnen het bestemmingsplan Eeneind II Zuid. In bp Eeneind II zuid zijn allerlei soorten cat 2 bedrijven toegestaan volgens de bedrijvenlijst. Dergelijke lichte bedrijven kunnen ook elders gevestigd worden, bijvoorbeeld in gemengd gebied of in een kern. Door cat 2 bedrijven toe te laten wordt de bedrijventerreinvoorraad voor zwaardere bedrijven verminderd.

Het vigerend bestemmingsplan laat op een groot deel van het plangebied

bestemmingsplan Eeneind 2018

67

bedrijven toe in cat 3 en 4. Daarnaast zijn in het vigerend bestemmingsplan bedrijven specifiek aangeduid, waaronder ook lichtere bedrijven. Deze werkwijze wordt nu voortgezet in het nieuwe bp. Er worden dus alleen cat 3 en 4 toegestaan en indien er nu al een lichter bedrijf zit, wordt deze specifiek bestemd door deze aan te duiden. Bij de vaststelling wordt de raad geadviseerd om hiermee in te stemmen en te bepalen dat de vaststelling in afwijking van de Visie Bedrijventerreinen is, om conform de reactie van de provincie oneigenlijk gebruik van het bedrijventerrein tegen te gaan en het terrein vrij te houden voor alleen de zwaardere bedrijven. 12.1.2 Waterschap De Dommel a. Diverse A-watergangen ontbreken op de verbeelding en komen niet terug in de regels. Verzocht wordt om alle A-watergangen alsnog na te lopen en de bestemming water te geven en deze te beschermen in de regels. Gemist worden onder andere KD101 en KD100 ten noorden en zuiden van het spoor, de KD95 langs de Collse Hoefdijk en het Eindhovens kanaal ten zuiden van het plangebied. Reactie gemeente De watergangen worden opgenomen op de verbeelding en bestemd als water. Tevens wordt aan weerszijden van de watergang (2 x 5 m) een beschermingszone watergang opgenomen (dubbelbestemming Waterstaat Waterlopen) met verwijzing naar de Keur.

b.

Op de verbeelding en in de regels dient de persleiding met beschermingszone opgenomen te worden. In de regels kan de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' met een beschermingszone van 5 m opgenomen worden overeenkomstig het 'ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Nuenen'. Reactie gemeente De verbeelding en regels worden aangepast door de persleiding op te nemen

c.

Het gemaal van het waterschap op perceel gemeente Nuenen, sectie C nummer 3593 dient bestemd te worden als 'Bedrijf-nutsvoorzieningen'. Reactie gemeente Het gemaal wordt bestemd als 'Bedrijf-nutsvoorzieningen'.

d.

De gemengde overstorten ten noord-westen en zuid-westen van het spoor komen niet terug in de toelichting. Verzocht wordt om dit te benoemen in de toelichting en in de regels rekening mee te houden dat de gemengde overstorten er liggen en bij herbouw en uitbreiding op de stankcirkel wordt getoetst ondanks dat het een conserverend plan is. Reactie gemeente De overstorten worden benoemd in de toelichting. Verder wordt om de overstorten een geurzone gelegd van 50 m en wordt in de regels een regeling opgenomen waarin bepaald wordt dat binnen de geurzone geen geurgevoelige objecten mogen worden gebouwd.

e.

Op de verbeelding ontbreekt de waterkering ter plaatse van het Eindhovens kaneel. Verzocht wordt om deze op te nemen als waterstaat-waterkering. Reactie gemeente De waterkering wordt opgenomen.

68

bestemmingsplan Eeneind 2018

f.

Op de verbeelding bij en nabij het Eindhovens kanaal wordt de aanduiding 'Behoud en herstel van watersystemen', 'Natuur Netwerk Brabant-Ecologische verbindingszone' en 'Attentiegebied ecologische hoofdstructuur' (tegenwoordig vaak aangeduid als Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant) gemist. Verzocht wordt om dit na te lopen en op de verbeelding en in de regels op te nemen. Reactie gemeente De aanduidingen worden opgenomen.

g.

Volgens de Verordening Ruimte zou een deel reservering waterbergingsgebied in het plangebied liggen. Met de aankomende Verordening Water en Verordening Ruimte is dat niet meer het geval. De dubbelbestemming 'overige zone-reservering waterberging' kan komen te vervallen. Daarmee kan tevens artikel 23.5 komen te vervallen. Reactie gemeente De verbeelding en regels worden aangepast waarmee de dubbelbestemming 'overige zone-reservering waterberging' komt te vervallen.

h.

In de regels wordt in artikel 23.2 het toetsingskader gemist dat er geen negatief effect mag zijn op de waterhuishouding. Gevraagd wordt om dat toe te voegen overeenkomstig de Verordening Ruimte. Reactie gemeente Het toetsingskader in artikel 23.2 wordt hierop aangevuld

i.

In de regels ontbreekt de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' voor het waterkerend vermogen van de waterkering. Verzocht wordt om dit alsnog toe te voegen. Dat mag vergelijkbaar zijn met artikel 54 Waterstaat-Waterkering zoals opgenomen in ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Nuenen. Reactie gemeente De regels worden hierop aangevuld.

j.

Voor het Eindhovens Kanaal is overeenkomstig de Verordening Ruimte de Natuur Netwerk Brabant-ecologische verbindingszone van toepassing. Dat is nog niet geregeld in de regels. Verzocht wordt om dat alsnog te doen. Reactie gemeente De verbeelding en regels worden hierop aangepast.

k.

In artikel 23.3 van de regels (overige zone-behoud en herstel van watersystemen) wordt gemist dat er advies wordt ingewonnen bij het betreffende waterschap. Verzocht wordt om dat aan te vullen in de regels. Reactie gemeente De regels worden hierop aangepast.

l.

Verzocht wordt om een extra wijzigingsbevoegdheid op te nemen bij artikel 8.5 voor het wijzigen van alle bestemmingen naar water en vice versa indien de waterhuishoudkundige situatie dit toelaat. Het waterschap wordt dan ook gehoord. Door middel van deze bevoegdheid kan er bijvoorbeeld makkelijk invulling worden gegeven aan het realiseren van een nieuwe afwateringsstructuur.

bestemmingsplan Eeneind 2018

69

Reactie gemeente In de bestemming Groen zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen rechtstreeks toegestaan. Een wijzigingsbevoegdheid is derhalve niet nodig. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

m. Gevraagd wordt om het begrip 'waterkering' in de begrippenlijst op te nemen. Het volgende tekstvoorstel kan voor het begrip worden gehanteerd: Kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben en als dusdanig geregistreerd zijn in de legger. Reactie gemeente De regels worden hierop aangevuld

n.

Gevraagd wordt om in de toelichting op te nemen dat langs het Eindhovens kanaal een waterkering ligt en daarvoor de Keur van toepassing is. De regelgeving in de keur is er op gericht om alle ontwikkelingen opin- of nabij een kade/kering, die de stabiliteit en/of het waterkerende vermogen kunnen aantasten tegen te gaan. In artikel 3.4 van de Keur staat het volgende: Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van compartimenteringskeringen en bijbehorende beschermingszone A en overige waterkeringen, door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder: a. bouwwerken aan te brengen, te wijzigen, te hebben, te onderhouden of te verwijderen; b. beplanting in de grond aan te brengen, te wijzigen, te hebben, te onderhouden of uit de grond te verwijderen; c. ontgravingen uit te voeren of ophogingen aan te brengen; d. te boren of te sonderen; e. kabels en leidingen aan te leggen, te hebben, te onderhouden, te wijzigen of te verwijderen. Reactie gemeente De toelichting van het bestemmingsplan wordt hier op aangevuld.

70

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 13 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen 13.1

Eerdere tervisielegging

Het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 heeft vanaf 13 september 2018 gedurende zes weken (tot en met 24 oktober 2018) voor de eerste keer ter visie gelegen. Gedurende die periode zijn diverse zienswijzen tegen het plan ingediend. Zienswijzen op de keuze om een deel van het bedrijventerrein de bestemming 'gemengd' te geven, zienswijzen op de in dat ontwerpbestemmingsplan gemaakte keuze om het kavel aan de Kleine Heiakker/Parallelweg in te vullen met twee bouwmogelijkheden en verschillende individuele zienswijzen. Mede naar aanleiding van de zienswijzen op de invulling van het kavel Kleine Heiakker/Parallelweg heeft de raad in september 2019 het college van burgemeester en wethouders de opdracht gegeven de verplaatsing van het betreffende kavel naar het huidige speelterrein aan de Hoge Mikkert te onderzoeken. Na een eerste onderzoek besloot het college op 30 juni 2020 af te zien van de voorgestelde kavelruil. Dit besluit heeft tot vele reacties geleid en heeft de nodige onrust in de wijk veroorzaakt.

Het college heeft op 21 juli 2020 besloten het bestemmingsplan voor de tweede maal als ontwerp ter visie te leggen, omdat: er veel reacties waren op het niet verplaatsen van het kavel Kleine Heiakker/Parallelweg; er discussie was over de splitsing van het kavel Kleine Heiakker/Parallelweg naar twee kavels; er verschillende (ambtshalve) wijzigingen hadden plaatsgevonden naar aanleiding van de eerste ter visie legging. Ook gedurende genoemde tweede ter inzage periode zijn bij de gemeenteraad diverse zienswijze ingediend. Een totaaloverzicht van de in 2018 en 2020 ingediende zienswijzen is weergegeven in de "Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Eeneind 2018 Gemeente Nuenen". In deze nota zijn de zienswijzen samengevat weergegeven en is aangegeven of de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bij de beantwoording is uiteraard rekening gehouden met de volledige inhoud van de zienswijzen. De betreffende Nota van zienswijzen is als bijlage bij de toelichting beschikbaar.

13.2

Laatste tervisielegging

Het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 heeft vanaf 1 oktober 2021 gedurende zes weken (tot en met 11 november 2021) ter inzage gelegen. Gedurende die periode bestond de mogelijkheid zienswijzen tegen dit plan in te dienen. In totaal zijn 20 zienswijzen tegen het plan ingediend. Een overzicht van de ingediende zienswijzen, met daarbij een samenvatting en beoordeling van de inhoud van de zienswijzen, is opgenomen in de "Zienswijzennota bestemmingsplan Eeneind 2018". Tevens is daarbij aangegeven welke wijzigingen in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd naar aanleiding van de zienswijzen. Genoemde Zienswijzennota bevat tevens een overzicht van de ambtshalve wijzigingen die bij de vaststelling van het bestemmingsplan nog worden doorgevoerd.

bestemmingsplan Eeneind 2018

71

13.3

Vaststelling 2022

Het bestemmingsplan Eeneind 2018 is op 17 februari 2022 door de raad van de gemeente Nuenen vastgesteld. Diverse ingediende zienswijzen zijn daarbij voor de gemeenteraad reden geweest om haar eerder ingenomen standpunt om te komen tot een kavelruil voor een nog te bouwen woning van Kleine Heiakker naar Hoge Mikkert te heroverwegen. Om tegemoet te komen aan de wensen van een aantal wijkbewoners zonder daarbij andere wijkbewoners te benadelen, is besloten zowel de kavel aan Kleine Heiakker als aan de Hoge Mikkert te bestemmen als 'Groen' ten behoeve van speelgelegenheid. Hiermee is de bouwmogelijkheid voor één woning aan oorspronkelijk de Kleine Heiakker en later de Hoge Mikkert komen te vervallen. Deze mogelijkheid maakt dan ook niet langer deel uit van het plan.

13.4

Herstelbesluit n.a.v. Uitspraak ABRvS

Op 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan 'Eeneind 2018' vastgesteld (NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D001). Er is één beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft op 25 juni 2025 een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2025:2840). In de tussenuitspraak wordt de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten opgedragen om een herstelbesluit te nemen. In het voorliggend plan zijn de vastgestelde gebreken hersteld. De afdeling heeft een aantal gebreken aan het plan van 2022 vastgesteld, waarna zij de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft opgedragen deze gebreken te herstellen. Hieronder is een overzicht van de vastgestelde gebreken te vinden, waarbij telkens is aangegeven op welke wijze deze gebreken in voorliggend plan zijn hersteld. Aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - autobeklederij' In de zienswijzenota staat dat de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - autobeklederij" is toegekend aan de percelen 3895, 3892 en 3469. In de verbeelding bij het plan is die aanduiding echter niet aan perceel 3892 toegekend. De verbeelding is op dit punt dus niet in overeenstemming met het vaststellingsbesluit.

Op de verbeelding behorend bij dit plan is aan de gronden, kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nummer 3892, de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - autobeklederij' toegekend. Daarmee is de verbeelding in overeenstemming gebracht met het vaststellingsbesluit. Aanduiding 'milieuzone - geurzone' Aan de Stationsweg, ten zuiden van het spoor, ligt een overstort. Hieromheen is een geurzone van 50 m tot de overstort gehanteerd, waarvoor in Artikel 29.1.1 van de planregels de aanduiding 'milieuzone - geurzone' is opgenomen. Hier mogen geen geurgevoelige objecten worden gebouwd. Echter, de geurzone van 50 meter is ten onrechte gehanteerd. In plaats daarvan dient een geurzone van 30 meter te worden aangehouden. De gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' ter plaatse van de overstort aan de Stationsweg is op de verbeelding behorend bij dit plan verkleind naar 30 meter. Bouwregels voor de aanduiding 'ontsluiting' Artikel 8.1.1, aanhef en onder k van de planregels, in samenhang gelezen met artikel 8.2.1, aanhef en onder d, van de planregels, bepaalt ten onrechte dat de gronden ter plaatse van bestemming 'Gemengd' en de aanduiding 'ontsluiting' geen bouwwerken ten behoeve van de ontsluiting mogen worden gebouwd.

Artikel 8.2.1 onder d van de regels is hierop als volgt aangepast naar: "in afwijking van het bepaalde in lid a, b en c, mogen ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van de ontsluiting worden gebouwd." Conclusie Op basis van het bovenstaande, in samenhang met de doorgevoerde aanpassingen in de toelichting,

72

bestemmingsplan Eeneind 2018

verbeelding en planregels van voorliggend plan, kan worden gesteld dat de vastgestelde gebreken naar aanleiding van de uitspraak van de ABRvS, zijn hersteld. Zoals de ABRvS heeft aangegeven, hoeft afdeling 3.4 van de Awb hoeft niet opnieuw te worden toegepast. Op het voorliggend herstelbesluit blijft het recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing (zie ook ECLI:NL:RVS:2024:1174, onder 25.4). Het herstelbesluit wordt gepubliceerd als NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D002.

bestemmingsplan Eeneind 2018

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086034/1