CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bp Eeneind 2018 - Bijlage Regels incl. markering

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Herstelbesluit Bestemmingsplan Eeneind 201825.483 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

58

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het

bestemmingsplan Eeneind 2018

terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen. 19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 500 m² of meer: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) onder maaiveld.

19.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 19.5.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.

in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. het normale onderhoud en beheer betreffende.

Het bepaalde in artikel 19.5.1 ter zake vrijstelling voor werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 500 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een vrijstelling van aanlegvergunning is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein. 19.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.

b.

door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat

bestemmingsplan Eeneind 2018

59

blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet (in geval van op de plankaart aangegeven - hoge archeologische waarden) of niet onevenredig worden geschaad. 19.5.4 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinden. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 19.5.1 winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige. Indien burgemeester en wethouders afwijken van een in de vorige zin bedoelde advies kan een omgevingsvergunning slechts worden verleend, indien vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben.

19.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie hoog', als bedoeld in 19.1: a. b. c. d.

qua ligging te verschuiven, danwel qua omvang te vergroten of te verkleinen, danwel te verwijderen, dan wel te wijzigen in de dubbelbestemming Waarde - Archeologisch waardevol ofWaarde - Archeologie middelhoog voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt archeologisch advies ingewonnen.

60

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 20 20.1

Waarde - Archeologie middelhoog

Bestemmingsomschrijving

20.1.1 De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 20.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 20.2 Bouwregels Binnen gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie middelhoog', is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.

b. c.

verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 2.500 m²; bouwwerken ten dienste van de in artikel 20.1.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) ten opzichte van het maaiveld en met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m².

20.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats, de fundering en de afmetingen van bouwwerken, voor zover die worden gebouwd op of, binnen een afstand van 30 m tot gebieden, die op de verbeelding zijn aangeduid als 'Waarde - Archeologie middelhoog', zulks ter voorkoming van onevenredige aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van de betreffende waardevolle terreinen, maar ook omdat de exacte begrenzingen van archeologische terreinen niet in alle gevallen vaststaan. 20.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 20.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad en in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het

bestemmingsplan Eeneind 2018

61

terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, wordt archeologisch advies ingewonnen. 20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) onder maaiveld.

20.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20.5.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.

in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. het normale onderhoud en beheer betreffende.

Het bepaalde in artikel 20.5.1 ter zake vrijstelling voor werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 2.500 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een vrijstelling van aanlegvergunning is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein. 20.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.

b.

62

door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat

bestemmingsplan Eeneind 2018

blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet (in geval van op de plankaart aangegeven - hoge archeologische waarden) of niet onevenredig worden geschaad. 20.5.4 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Indien het niet mogelijk is de middels archeologisch onderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk te behouden, wordt aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden of dat een archeologische begeleiding zal plaatsvinden. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 20.5.1 winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige. Indien burgemeester en wethouders afwijken van een in de vorige zin bedoelde advies kan een omgevingsvergunning slechts worden verleend, indien vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben.

20.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog', als bedoeld in 20.1: a. qua ligging te verschuiven, danwel b. qua omvang te vergroten of te verkleinen, danwel c. te verwijderen, dan wel d. te wijzigen in de dubbelbestemming Waarde - Archeologisch waardevol ofWaarde - Archeologie hoog voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt archeologisch advies ingewonnen.

bestemmingsplan Eeneind 2018

63

Artikel 21 21.1

Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht

Bestemmingsomschrijving

21.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van de binnen het beschermd stads- en dorpsgezicht voorkomende, dan wel daaraan eigen cultuurhistorische waarden. Deze cultuurhistorische waarden worden bepaald door de herkenbaarheid van de volgende elementen: a. b.

c.

d.

e.

algemene structuren. Een in gave staat verkerende historische stedebouwkundige stuctuur, deels daterend uit de tweede helft van de 19de eeuw, echter mede bepaald door oudere wegenstructuren; straten en pleinen. Situering, verloop en profiel van Stationsweg, Eeneind, Kruisakker en de wegen en paden rondom de dierenweide aan de westzijde van het gebied, die de historische hoofdwegen vormen binnen de stedebouwkundige structuur van het gebied; verkavelingsstructuren: 1. begrenzing van kavels, grotendeels van de 19de-eeuwse oorsprong; 2. invulling kavels met panden omgeven door tuinen; bouwkundige objecten. Karakteristiek zijn alle in hoofdvorm naar de functionele en ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied verwijzende bouwkundige objecten of relicten hiervan. Hierin worden onderscheiden: gemeentelijke monumenten en overige historische, maar niet monumentale bebouwing, die in verschijningsvorm, type en aanschaal aansluit op de historische bebouwingskarakteristiek. De bebouwing is van kleinschalig industrieel karakter, villa's en voormalig koffiehuis; groenelementen/tuinen/erfafscheidingen/overigen: 1. alle op de kaart als waardevolle bomen' aangeduide groenelementen; 2. laanbeplanting langs de Stationsweg, en karakteristieke grasbermen langs alle straten in het gebied; 3.

grotere groepen historische groenelementen in openbare ruimten (in bermen en tussen Stationsweg en spoorbaan) en private ruimten (tuinen, dierenweide en percelen tussen Stationsweg en spoorbaan); 4. historische erfafscheidingen in de vorm van hagen, verspreid over het gebied.

21.1.2 Voorrangsregeling Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 21.2

Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' aangewezen gronden gelden voor het bouwen de volgende regels: a. b. c.

de bestaande bouwwijze mag niet worden veranderd; de bestaande situering en hoofdvormgeving van hoofdgebouwen mogen niet worden gewijzigd; voor het overige geldt de bebouwingsregeling als opgenomen in de onderliggende bestemming.

21.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van de instandhouding van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden, nadere eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing.

64

bestemmingsplan Eeneind 2018

21.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 21.2 onder b teneinde de bestaande hoofdvormgeving te veranderen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de ruimtelijke en bouwkundige uitstraling van het pand; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de ruimtelijke uitstraling van het in de nabijheid gelegen hoofdgebouw, gelegen binnen deze bestemming; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het stedenbouwkundig en landschappelijk karakter en de bouwkundige samenhang; met dien verstande dat met betrekking tot de toetsing aan deze voorwaarden advies is ingewonnen bij de Monumentencommissie. 21.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.

het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van bomen of andere opgaande beplanting; het aanleggen of aanplanten van landschapselementen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

21.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 21.5.1 is niet van toepassing voor: a. b. c. d.

e.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; werken of werkzaamheden, gericht op de instandhouding van het beschermd stads- en dorpsgezicht.

21.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 21.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.

b.

door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 21.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. advies is ingewonnen bij de Monumentencommissie.

bestemmingsplan Eeneind 2018

65

21.6

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

21.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen.

21.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 21.6.1 is niet van toepassing voor: a. b. c.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

21.6.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 21.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a. b. c.

d.

66

de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld; de karakteristieke hoofdvorm niet te handhaven is; het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de karakteristieke hoofdvorm; advies is ingewonnen bij de Monumentencommissie.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 22 22.1

Waarde - Waardevolle bomen

Bestemmingsomschrijving

22.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van waardevolle en bijzondere boombeplantingen zoals deze zijn aangegeven op de gemeentelijke lijst van waardevolle en bijzondere bomen, voor zover en zolang aanwezig. 22.1.2 Voorrangsregeling Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 22.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, behoudens indien een vergunning voor het kappen of vellen van de betreffende boom/bomen onherroepelijk rechtskracht heeft gekregen en er geen herplantplicht is opgelegd. 22.3

Afwijken van de bouwregels

22.3.1 Oprichten van bebouwing conform onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 22.2 voor bebouwing zoals toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen andere bestemmingen, indien wordt aangetoond dat door het bouwen en/of gebruik van de gronden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom/bomen niet worden aangetast. 22.3.2 Bomeneffectrapportage Ten behoeve van het verlenen van de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectrapportage verlangen, waaruit blijkt dat het bouwen geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische waarden van de boom. 22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Vergunningsplichtige werken of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.

het kappen van een waardevolle boom; de aanleg van verhardingen/halfverhardingen ter plaatse van de kroonprojectie van een waardevolle boom; het ophogen, afgraven en het egaliseren van de gronden ter plaatse van de kroonprojectie van een waardevolle boom.

bestemmingsplan Eeneind 2018

67

22.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 22.4.1 gestelde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.

e.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; werken of werkzaamheden, gericht op de instandhouding van waardevolle bomen.

22.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 22.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 22.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

68

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 23 23.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

23.1.1 De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de waterkering. 23.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 23.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 23.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

23.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 23.2 onder b, met dien verstande dat: a. b. c.

de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad; advies is ingewonnen bij de beheerder van de kering.

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waterstaat - Waterkering zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

het verzetten van grond op een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld; de aanleg of vervanging van drainage, ongeacht de diepte; het aanbrengen van oppervlakteverharding met een oppervlakte groter dan 50 m2 ; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het profiel van de waterkering; het wijzigen van de bekleding van de waterkering; het aanbrengen van diepwortelende of hoogopgaande beplantingen en bomen; het graven van sleuven; het aanleggen van andere kabels en leidingen en andere ondergrondse constructies.

bestemmingsplan Eeneind 2018

69

23.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 23.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 23.3 bedoeld; normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de waterkering; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

23.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 23.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het waterkeringsbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en hierover advies is ingewonnen bij de beheerder van de kering.

70

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 24 24.1

Waterstaat - Waterlopen

Bestemmingsomschrijving

24.1.1 De voor Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen en regenwaterbuffers, overeenkomstig de Keur van het waterschap. 24.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Gebouwen Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 24.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouw zijnde: a.

24.3

van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van primaire wateren, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,50 meter bedragen. Afwijken van de bouwregels

24.3.1 Bouwen van bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 24.2.2, voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde of gebouwen binnen de voor 'Waterstaat Waterlopen' aangewezen gronden, met dien verstande dat: a. b.

het belang van het primaire water, gehoord het waterschap, niet onevenredig wordt aangetast; bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.

bestemmingsplan Eeneind 2018

71

72

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 3 Artikel 25

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Eeneind 2018

73

Artikel 26

Algemene bouwregels

26.1 Ondergronds bouwen Kelders zijn uitsluitend toegestaan onder hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, met dien verstande dat de kelders vloeistofdicht worden uitgevoerd en niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige natuurwaarden. 26.2

Dakkapellen

26.2.1 Bouwregels Een dakkapel is als ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak toegestaan, en verhoogt de goothoogte niet, mits deze voldoet aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.

bij plaatsing op een zijdakvlak mag de afstand tot het voorerf niet minder bedragen dan 1,00 meter; per woning mag het aantal dakkapellen op het betreffende dakvlak niet meer bedragen dan 2; de totale breedte van dakkapellen op een naar de weg gekeerd dakvlak mag niet meer bedragen dan 2,70 m; de afstand van een dakkapel tot een dakrand niet minder mag bedragen dan 0,50 m; de afstand tussen 2 dakkapellen niet minder mag bedragen dan 1,00 m; de dakkapel wordt plat afgedekt. Bij een dakhelling groter dan 45° is een aangekapte dakkapel toegestaan met een minimale dakhelling van 25º; voor plat afgedekte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. de hoogte mag niet meer bedragen dan 1,75 meter; voor aangekapte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. de afstand tussen de voet van de dakkapel en de gootlijn van de dakkapel mag niet meer bedragen dan 0,90 meter; 2. de totale hoogte mag niet meer bedragen dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak; 3. de breedte mag in totaal niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak.

26.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 26.2.1 onder c. teneinde dakkapellen met een grotere breedte tot te staan bij dakvlakken met een breedte groter dan 5,40 m, met dien verstande dat de totale breedte van dakkapellen niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak.

74

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 27

Algemene nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bebouwing, een en ander ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van monumenten en beeldbepalende panden.

bestemmingsplan Eeneind 2018

75

Artikel 28

Algemene gebruiksregels

28.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 28.2 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.

e. f.

76

een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straatprostitutie; het houden van evenementen, uitgezonderd evenementen die zijn toegestaan op basis van deze regels, dan wel die mogelijk zijn gemaakt door middel van een op basis van deze regels verleende omgevingsvergunning voor het afwijken ten behoeve van het gebruik van gronden voor evenementen; de plaatsing van kampeermiddelen of andere onderkomens, niet zijnde een bouwwerk in de zin van de Woningwet, een en ander met uitzondering van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming; uitvaarthuizen, uitvaartcentra en/of begrafenisondernemers, voor zover het gaat om het opbaren en/of verzorgen van overledenen en het bieden van gelegenheid tot het nemen van afscheid van overledenen.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 29 29.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - geurzone

29.1.1 Algemeen Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'milieuzone - geurzone' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen nieuwe geurgevoelige objecten worden gebouwd. 29.1.2 Afwijkingsbevoegdheidgeurzone Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 29.1.1: a. b.

29.2

indien de aanwezige geurhinderlijke inrichting gesaneerd is, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geurhinderlijke inrichting buiten werking is gesteld, of indien uit nader onderzoek is gebleken dat de geurzone als gevolg van een wijziging in een geurhinderlijke inrichting kleiner is geworden. overige zone - aardkundig waardevol gebied

29.2.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aardkundig waardevol gebied' strekt de bestemming mede tot de bescherming en veiligstelling van aardkundige waarden, zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen. 29.2.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

c.

op deze gronden mogen ter bescherming van de in lid 29.2.1 genoemde waarden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; ten behoeve van de onderliggende voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien de betrokken aardkundige waarden, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de aardkundige waarden; het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid.

29.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - aardkundig waardevol gebied' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

Het hiervoor gestelde is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:

bestemmingsplan Eeneind 2018

77

a. b.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 29.2.2 onder b. in acht is genomen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

De werken en werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de aardkundige waarden zoals omschreven in lid 29.2.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 29.3

overige zone - attentiegebied ecologische hoofdstructuur

29.3.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied ecologische hoofdstructuur' mogen geen fysieke ingrepen worden uitgevoerd met een negatief effect op de waterhuishouding van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 29.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - attentiegebied ecologische hoofdstructuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwaterontrekkingen; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2 , anders dan een bouwwerk.

Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor: a. b. c.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.

De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien daarover vooraf advies wordt ingewonnen bij het betreffende waterschap. 29.4

overige zone - ecologische verbindingszone

29.4.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' gelden in afwijking van de bouwregels uit hoofdstuk 2 met betrekking tot het oprichten van bouwwerken en het aanbrengen van verhardingen de volgende regels: a. b.

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' mag niet worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' mag de oppervlakte van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten anders dan een bouwwerk, niet meer dan 100 m2 bedragen.

78

bestemmingsplan Eeneind 2018

29.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 29.4.1 teneinde bebouwing op te richten en/of grotere oppervlakten aan verharding aan te brengen overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, mits de mogelijkheden voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone daardoor niet onevenredig worden aangetast. 29.5

overige zone - groenblauwe mantel

29.5.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - groenblauwe mantel' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h.

het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; het dempen van sloten of greppels; het planten van bomen en/of struiken; het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen).

Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor werken of werkzaamheden welke: a. b. c.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; binnen een bouwvlak plaatsvinden.

De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien: a. b. c.

29.6

de regels uit de desbetreffende bestemming in acht worden genomen; advies is verkregen van de (water)beheerder van de betreffende gronden; de volgende bepalingen in acht worden genomen: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. veiligheidszone - lpg

29.6.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gerealiseerd.

bestemmingsplan Eeneind 2018

79

29.6.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 29.6.1, met dien verstande dat: a. b.

80

voldaan wordt aan de normen die gelden voor het plaatsgebonden risico; indien sprake is van toename van het groepsrisico, hiervoor een verantwoording plaatsvindt.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 30

Algemene afwijkingsregels

30.1 10%-regeling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere ontheffing is of kan worden verleend en mits dit geen onevenredige inbreuk maakt op het woon- en leefklimaat en/of de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

bestemmingsplan Eeneind 2018

81

Artikel 31

Algemene wijzigingsregels

31.1 Verschuiven bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen voor het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.

82

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 32

Algemene procedureregels

Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. b. c.

d. e.

het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid; in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders; indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

bestemmingsplan Eeneind 2018

83

Artikel 33

Overige regels

33.1 Wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 33.2

Voorrangsregels

33.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 33.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 33.3

Waarde - Archeologisch waardevol; Waarde - Archeologie hoog; Waarde - Archeologie middelhoog; Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht; Waterstaat - Waterlopen; Leiding - Hoogspanningsverbinding; Leiding - Gas Leiding - Riool; Waarde - Waardevolle bomen. Parkeren en laden en lossen

33.3.1 Normen a. Bij nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein, dan wel een gedeelte daarvan, dient de extra parkeerbehoefte als gevolg van deze ontwikkeling op eigen terrein te worden opgevangen, te weten in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. Bij de berekening van de ‘extra parkeerbehoefte’ als bedoeld onder a wordt een vergelijking gemaakt tussen de parkeerbehoefte in de bestaande situatie, voorafgaand aan de ontwikkeling, en de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie, nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. Daarbij wordt, voor zover beschikbaar gelet op de functie van het gebouw of terrein, uitgegaan van de parkeerkencijfers zoals vermeld in bijlage 3 bij deze regels (ontleend aan de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’). Daarbij dient de 'stedelijkheidsgraad' te worden bepaald aan de hand van 'Tabel 1' ('Stedelijkheidsgraad van Nederlandse gemeenten'). Daarbij dient de kolom te worden gehanteerd, die het meest representatief is voor de feitelijke situatie ter plaatse. c.

Indien bijlage 3 als genoemd onder b niet voorziet in kencijfers voor de betreffende functie van het gebouw of terrein in de bestaande of nieuwe situatie, dient los daarvan een onderbouwde berekening te worden gemaakt van de extra parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling. d. Indien nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein leidt

84

bestemmingsplan Eeneind 2018

e.

tot een (extra) behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, dient hierin op het betreffende perceel te worden voorzien. De parkeervoorzieningen, als bedoeld onder a tot en met c, en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen, als bedoeld onder d, dienen na realisering in stand te worden gehouden.

33.3.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 31.3.1: a. b. c.

als het voldoen aan die bepaling voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met die bepaling te dienen doelen; als kan worden aangetoond dat voor de concreet voorgestane ontwikkeling met minder extra parkeerplaatsen kan worden volstaan; als door de aard van de bebouwing fysiek geen ruimte beschikbaar is voor de benodigde parkeerplaatsen en/of ruimte voor laad- en losvoorzieningen op eigen terrein, mits: 1. ter compensatie wordt voorzien in voldoende extra parkeerplaatsen en/of laad- en losruimte in de openbare ruimte, om de extra behoefte daar op te vangen; 2. uit onderzoek blijkt dat de afwijking niet leidt tot: onevenredige gevolgen voor de afwikkeling van het verkeer; een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid; een onevenredige aantasting van het straat- of bebouwingsbeeld in de directe omgeving.

33.3.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering en/of inrichting van parkeer- en/of laad- en losvoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 33.3.1 of artikel 33.3.2.

bestemmingsplan Eeneind 2018

85

86

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 4 Artikel 34

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

34.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

2.

3.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

34.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 5. In afwijking van het bepaalde in lid 34.2 onder 4, is het bepaalde onder 1 wel van toepassing op het gebruik van gronden en/of opstallen aan Collse Hoefdijk 21 en Collse Hoefdijk 23 te Nuenen voor wonen. Deze gronden en/of opstallen zijn in strijd met het bestemmingsplan in gebruik genomen als burgerwoning. Dit gebruik mag worden voortgezet door de bestaande gebruikers van de betreffende woningen.

Zodra het gebruik als burgerwoning door de bestaande gebruikers wordt beëindigd vervalt het recht op gebruik van de gronden en/of opstallen als burgerwoning. 6. Als bestaande gebruiker, als bedoeld in lid 34.2 onder 5, wordt aangemerkt de persoon/personen die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Nuenen als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende adres.

bestemmingsplan Eeneind 2018

87

Artikel 35

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Eeneind 2018".

88

bestemmingsplan Eeneind 2018

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086030/1