CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bp Eeneind 2018 - Bijlage Regels

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Herstelbesluit Bestemmingsplan Eeneind 201825.465 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Regels -

Eeneind 2018 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Eeneind 2018 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten

IDN-nummer:

NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D002

Status:

t.b.v. vaststelling

Datum:

16 september 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 13

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

15

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Agrarisch met waarden Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Bedrijventerrein Bedrijventerrein - Uit te werken Gemengd Groen Maatschappelijk Verkeer Verkeer - Railverkeer Water

15 17 19 20 26 28 35 38 40 41 42

Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

Wonen Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Riool Waarde - Archeologisch waardevol Waarde - Archeologie hoog Waarde - Archeologie middelhoog Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht Waarde - Waardevolle bomen Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterlopen

43 49 51 53 55 58 61 64 67 69 71

Hoofdstuk 3 Algemene regels

73

Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33

Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene nadere eisen Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

73 74 75 76 77 81 82 83 84

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

87

bestemmingsplan Eeneind 2018

3

Artikel 34 Artikel 35

Overgangsrecht Slotregel

87 88

Regels

4

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan 'Eeneind 2018' met identificatienummer NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D002 van de gemeente Nuenen c.a. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit:

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hierbij kan worden gedacht aan een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied. 1.6 aan- of uitbouw: een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is – maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap – met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is, toegankelijk vanuit het hoofdgebouw en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is. 1.7 afrastering hekwerk of andere omrastering die niet op de erfgrens wordt geplaatst (in dat laatste geval is sprake van een erfafscheiding). 1.8 agrarisch bedrijf: een inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: a. b. c. d.

een (vollegronds)teeltbedrijf; een veehouderij; een glastuinbouwbedrijf; een overig agrarisch bedrijf.

bestemmingsplan Eeneind 2018

5

1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bebouwingspercentage: het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.11 begane grond: de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.12 bestaand: bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mits geen sprake is van een illegale situatie. 1.13 bedrijf: Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten die liggen op het vlak van industrie, groothandel met eventueel bijbehorende ondergeschikte showroom, ambacht, nijverheid, productie, distributie logistiek, vervoer, opslag, reparatie (waaronder autoreparatiebedrijven al dan niet met bijbehorende en ondergeschikte showroom), e.d., alsmede brandweerkazerne. Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties. 1.14

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) één of meer personen, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is in verband met de exploitatie van het bijbehorende bedrijf en gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein. 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bevoegd gezag: het overheidsorgaan dat bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning. 1.18 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19 bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. Onder bijgebouwen worden ook verstaan aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw.

6

bestemmingsplan Eeneind 2018

1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.22 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder (ruimte onder peil) en ruimten onder de kap. 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.25

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27 bruto vloeroppervlakte: gezamenlijke oppervlakte van alle bouwlagen van de gebouwen binnen een bouwvlak, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van een gebouw. 1.28 coffeeshop: een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.29 dak: een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk. 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

bestemmingsplan Eeneind 2018

7

1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.32 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.33 evenement: een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele, recreatieve en/of levensbeschouwelijke doeleinden, inclusief overnachtingen. 1.34 garagebedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor de verkoop, de reparatie of het onderhoud van motorvoertuigen. 1.35 gebruiken: gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.36 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 gelijke hoogte: een hoogteverschil per vloer of balklaag van maximaal 2,00 m (gemeten op het laagste punt van de betreffende vloer of balklaag).

1.38 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.39 horeca: de activiteiten vallende onder horeca zijn in drie categorieën te onderscheiden: a.

b.

c.

8

categorie 1: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals cafés, bars, dancings, discotheken, nachtclubs en zaalaccommodatie; categorie 2: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak logies en/of maaltijden worden aangeboden en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals restaurants, hotels, pensions; categorie 3: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar mogelijk kleinere etenswaren worden verstrekt, zoals broodjeszaken, cafetaria's, ijssalons,

bestemmingsplan Eeneind 2018

eethuisjes, lunchrooms, automatiek, internetcafés. 1.40 huishouden een verzameling van één persoon of van meer personen met een relationele binding, die één woonruimte bewoont en een economisch-consumptieve eenheid vormt. Onder een huishouden wordt niet verstaan: a. b. c. d.

de huisvesting van meerdere personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan arbeidsmigranten; de huisvesting van meerdere ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; de huisvesting van meerdere personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning.

1.41 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.42 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.43 maaiveld: de gemiddelde hoogte van het terrein ter plaatse van een gebouw/bouwwerk. 1.44 maatschappelijkevoorzieningen: voorzieningen voor medische, sociale, culturele of religieuze activiteiten, voorzieningen ten dienste van onderwijs, sport- en gymnastieklokalen, kinderopvang, en overheidsdiensten met een overwegend openbaar karakter. 1.45 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten.

1.46 normaal onderhoud, gebruik en beheer: een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.47 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.

bestemmingsplan Eeneind 2018

9

1.48 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.49 ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen die qua aard en omvang ondergeschikt zijn aan het bijbehorende gebouw, zoals bijvoorbeeld schoorstenen, lichtkoepels en balkonhekken. 1.50 ondersteunende horeca: een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van en ondergeschikt aan de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. 1.51 openbaar toegankelijk gebied: een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.52 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.53 overkapping: een bouwwerk zonder eigen wanden dat ten hoogste aan twee zijden een gesloten wand kent. 1.54 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.55 peil: a.

voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. 1.56 pergola: een open constructie van latten of palen in de tuin, waarlangs planten kunnen groeien. Een pergola mag niet steunen op of worden voorzien van schotten of wanden. 1.57 permanente bewoning: bewoning van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen. 1.58 plat dak: een dak met een dakhelling van minder dan 10°.

10

bestemmingsplan Eeneind 2018

1.59 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.60 publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis: een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit met een min of meer publieksgericht karakter, zoals persoonlijke dienstverlening (kapper, pedicure, e.d.), medisch/therapeutische dienstverlening en ambachtelijke activiteiten. 1.61 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.62 recreatieve voorziening: een kleinschalige, niet-bedrijfsmatige, voorziening ten behoeve van de woonfunctie met een dagrecreatief karakter, zoals een zwembad of een tennisbaan. 1.63 risicovolle inrichting: a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c. bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens.

1.64 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.65 tuin: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat overwegend gebruikt wordt voor beplanting met bloemen, planten of gewassen en/of terras. 1.66 uitvaarthuis: een gebouw, waarin een uitvaartondernemer gelegenheid biedt aan nabestaanden om overledenen op te baren, met de daarbij behorende functies, zoals bijvoorbeeld de verzorging van de overledene en het ontvangen van rouwbezoek, maar met uitzondering van het houden van uitvaartplechtigheden of condoleancebijeenkomsten. 1.67 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.68 voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.

bestemmingsplan Eeneind 2018

11

1.69 voorgevelrooilijn de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.70 vrijstaand: bebouwing waarbij het hoofdgebouw niet grenst aan een ander hoofdgebouw of aan een aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw van een ander hoofdgebouw. 1.71 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede (ondergrondse) voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etcetera. 1.72 waterkering: een kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben en als dusdanig geregistreerd zijn in de legger. 1.73 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, en de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.74 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

1.75 zaalaccommodatie: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften, feesten en partijen, en tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is.

12

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: de kortste afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens(zen) van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

bestemmingsplan Eeneind 2018

13

2.11 de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.12 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 m. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de goothoogte wordt een dakkapel als een ondergeschikte toevoeging gezien, die de goothoogte niet verhoogt, mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 26.2.

14

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik, met uitzondering van boomkwekerijen en fruitteeltbedrijven b. behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; met daaraan ondergeschikt: 1.

extensief recreatief medegebruik;

2.

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en toegangswegen; erftoegangswegen voor aangrenzende bestemmingen.

en:

3. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Toegestane bebouwing Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan; mestplaten, sleufsilo's, schuilgelegenheden, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken en stapmolens zijn niet toegestaan.

3.2.2 Maatvoering De maatvoering van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:

bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwhoogte maximaal bouwhoogte erf- en perceelsafscheidingen 1,5 m. bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen 2 m. zijnde 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Grotere bouwhoogte erfafscheiding Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 teneinde erfafscheidingen met een grotere bouwhoogte toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden; de bouwhoogte mag maximaal 2,00 meter bedragen.

bestemmingsplan Eeneind 2018

15

3.4 Specifieke gebruiksregels Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken: a. b.

c. d. e. f. g. h.

voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- voor of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; voor detailhandel; voor woondoeleinden; voor verblijfsrecreatie; als seksinrichting; voor horeca; voor zorgverlenende nevenactiviteiten.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, veranderen of dempen van waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

3.5.2 Uitzondering aanlegverbod Het verbod als bedoeld in lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

3.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 zijn toelaatbaar, mits: a.

16

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf'; een verkooppunt van motorbrandstoffen met lpg ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; c. wonen, uitsluitend in de vorm van één bedrijfswoning bij het garagebedrijf; d. detailhandel, uitsluitend zoals omschreven in artikel 4.3.2, met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4.

tuinen en erven; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.

gebouwen voor de in artikel 4.1 genoemde bestemming; maximaal één bedrijfswoning; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.

4.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

f. g.

binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; het bouwvlak mag voor maximaal 70% worden bebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8,5 meter; de bebouwde oppervlakte bedraagt minimaal 200 m2 ; binnen het bouwvlak is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat de bedrijfswoning zodanig gesitueerd dient te worden dat de geluidsbelasting op de gevel voldoet aan de voorkeursgrenswaarde als genoemd in de Wet geluidhinder dan wel aan de verleende hogere grenswaarde; de bedrijfswoning mag inpandig dan wel als zelfstandig gebouw worden gerealiseerd; in aanvulling op het bepaalde onder c geldt voor een bedrijfswoning, die niet inpandig onderdeel is van een bedrijfsgebouw, een maximale goothoogte van 5,5 meter; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3 .

4.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b.

buiten de aanduiding 'bouwvlak' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 12,00 meter bedragen, met

bestemmingsplan Eeneind 2018

17

c.

4.3

uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen en die uitsluitend in de vorm van een hekwerk of andere omrastering met een open constructie, inclusief poorten, mogen worden gerealiseerd; 2. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 16,00 meter mag bedragen. 4. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 5. cameramasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen; de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hoogte van minimaal 4,00 meter, tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter. Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g.

het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; woondoeleinden, uitgezonderd de toegestane bedrijfswoning ten dienste van het garagebedrijf; seksinrichting; inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 41 Wet geluidhinder jo. Onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht; risicovolle inrichtingen; buitenopslag voor de voorgevelrooilijn, behalve indien dit is bedoeld ter uitstalling van te verkopen goederen; ondergronds bouwen buiten het bouwvlak.

4.3.2 Vormen van detailhandel Detailhandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van: a. b.

18

bij het garagebedrijf, detailhandel in auto's; bij het verkooppunt motorbrandstoffen, verkoop van verbruiksartikelen uitsluitend als een activiteit in combinatie met en ondergeschikt aan de verkoop van motorbrandstoffen.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Artikel 5 5.1

Bedrijf - Nutsvoorziening

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende voorzieningen. 5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen voor de in artikel 5.1 genoemde bestemming; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.

5.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c.

binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag de bouwhoogte maximaal de aangeduide bouwhoogte bedragen.

5.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b.

5.3

buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten het bouwvlak mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter mag bedragen en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen. Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.

het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; buitenopslag.

bestemmingsplan Eeneind 2018

19

Artikel 6 6.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

bedrijven die zijn opgenomen in de bedrijvenlijst (zie bijlage 1 bij de regels), met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', uitsluitend bedrijven uit categorie 2, 3.1 en 3.2 zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2', uitsluitend bedrijven uit categorie 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 zijn toegestaan, waarbij bedrijven uit categorie 4.1 uitsluitend zijn toegestaan op een afstand van 100 m van een (bedrijfs)woning en bedrijven uit categorie 4.2 uitsluitend zijn toegestaan op een afstand van 200 m van een (bedrijfs)woning; 3. in afwijking van de onder 1. en 2. toegestane categorieën van bedrijven zijn bestaande, legaal gevestigde bedrijven van een andere categorie dan aangeduid en toegestaan, eveneens toegestaan; 4. risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan; b. kantoren, uitsluitend zoals omschreven in artikel 6.4.4; c. detailhandel, uitsluitend zoals omschreven in artikel 6.4.3; d. internethandel, uitsluitend zoals omschreven in artikel 6.4.5; e. één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

showrooms; tuinen en erven; parkeervoorzieningen conform het bepaalde in artikel 33.3; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.

gebouwen voor de in artikel 6.1 genoemde bestemming; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde; bijgebouwen bij bedrijfswoningen.

6.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c.

20

binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en bijgebouwen bij bedrijfswoningen worden gebouwd; gebouwen worden op een afstand van minimaal 3,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens gebouwd; in afwijking van het bepaalde onder b geldt voor zover de bestaande afstanden tot de zijdelingse perceelsgrenzenkleiner zijn dan 3,00 meter de bestaande afstand als minimum;

bestemmingsplan Eeneind 2018

d.

e. f. g. h. i.

j.

het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het aangeduide maximale bebouwingspercentage geldt; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; in afwijking van het bepaalde onder e geldt voor bedrijfswoningen de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen in het bouwvlak mag maximaal 60 m2 bedragen; indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van in totaal 120 m²; in afwijking van het bepaalde onder e geldt voor bijgebouwen bij bedrijfswoningen een maximum goothoogte van 3,30 meter en een maximum bouwhoogte van 6,50 meter.

6.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b. c.

d.

6.3

buiten de aanduiding 'bouwvlak' mogen geen gebouwen, bijgebouwen bij bedrijfswoningen en overkappingen worden gebouwd; bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 16,00 meter mag bedragen; 4. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 5. cameramasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen; 6. silo's ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte silo's (m)', waarvan de bouwhoogte maximaal de aangeduide hoogte mag bedragen. zwembaden (en daarmee vergelijkbare voorzieningen) worden uitsluitend gesitueerd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en van de achterperceelgrens. Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.3, voor het oprichten van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot een maximale hoogte van 1,50 meter, mits: a. b. c. d. e.

de vergroting noodzakelijk is vanuit beveiligingsoogpunt van het bedrijf; tenminste het deel tussen de 1,00 meter en 1,50 meter een open constructie zal zijn; het uitzicht niet dusdanig wordt belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd.

bestemmingsplan Eeneind 2018

21

6.3.2 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder b, voor het aan één zijde bouwen op kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits: a. b. c. d.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd; op het perceel voldoende parkeer-, laad- en losruimte aanwezig is.

6.3.3 Hoger bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder d, om het bebouwingspercentage te verhogen, mits: a. b. c. d.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd; op het perceel voldoende parkeer-, laad- en losruimte aanwezig is.

6.3.4 Afrastering zwembaden en vergelijkbare recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.3 voor een afrastering voor zwembaden en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen, tot een maximale bouwhoogte van 4,00 meter, mits: a. b.

de afrastering wordt aangelegd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven.

6.3.5 Zendmasten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.3 voor zendmasten en bijbehorende gebouwen ten behoeve van telefonie, tot een maximale bouwhoogte van de zendmasten van 43,00 meter en van de bijbehorende gebouwen van 3,00 meter mits: a. b. 6.4

de zendmast bereikbaar blijft in verband met onder andere onderhoudswerkzaamheden; de plaatsing van de zendmast geen onveilige verkeerssituatie tot gevolg heeft. Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven Een niet-publieksaantrekkend aan huis verbonden beroep of bedrijf bij een bedrijfswoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.

b. c.

22

maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;

bestemmingsplan Eeneind 2018

d. e. f.

de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; de activiteit mag niet vergunningplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.

6.4.2 Verboden gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.

het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. woondoeleinden, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. het splitsen van een bedrijfswoning in twee of meer zelfstandige woonruimtes; d. (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; e. een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; f. autohandel, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autohandel'; g. zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten anders dan als bedoeld in 6.4.4; h. detailhandel anders dan als bedoeld in 6.4.3 en 6.4.5; i. seksinrichting; j. recreatieve voorzieningen; k. buitenopslag voor de voorgevellijn; l. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; m. risicovolle inrichtingen; n. ondergronds bouwen buiten het bouwvlak. 6.4.3 Vormen van detailhandel Detailhandel is uitsluitend in de volgende vormen toegestaan: a. b.

detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen; autohandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autohandel'.

6.4.4 Vormen van kantoor Kantoren zijn uitsluitend in de volgende vormen toegestaan: a. b.

kantoren als ondergeschikte nevenactiviteit; zelfstandige kantoren uitsluitend voor zover het bestaande zelfstandige kantoren betreft.

6.4.5 Vormen van internethandel Internethandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van niet-publieksgericht en zonder showroom of afhaalpunt. 6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1 Toestaan bedrijfsvormen van een hogere bedrijfscategorie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1.1 onder a, teneinde bedrijven met een hogere milieucategorie toe te staan die qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn, mits: a. b.

het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft; omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke ter zake deskundige;

bestemmingsplan Eeneind 2018

23

c. d.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

6.5.2 Toestaan bedrijfsvormen van een lagere milieucategorie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1.1 onder a, teneinde bedrijven met een lagere milieucategorie toe te staan die qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn, mits: a. b. c. d.

de perceelsoppervlakte meer dan 1.000 m2 bedraagt en de bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 300 m2 bedraagt; de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 1.500 m² bedraagt; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

6.5.3 Toestaan categorie 4.1 en 4.2 dichter bij bedrijfswoningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1.1 onder a, teneinde een bedrijf van categorie 4.1 of 4.2 op een kortere afstand van een bedrijfswoning toe te staan dan 100 m respectievelijk 200 m, mits: a.

b. c. d.

vooraf is aangetoond dat het betreffende bedrijf door aanpassingen in de bedrijfsvoering of het treffen van maatregelen qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk is te stellen met een bedrijf van categorie 3.2 of lager; omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke ter zake deskundige; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

6.5.4 Toestaan andere bedrijfsvormen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1.1 onder a, teneinde bedrijven die niet zijn opgenomen in de bedrijvenlijst (zie bijlage 1 bij de regels) toe te staan die qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn, mits: a. b. c. d.

het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft; omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke ter zake deskundige; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

6.5.5 Autohandel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.2 onder f, teneinde autohandel toe te staan, mits: a. b. c.

24

de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor de uitoefening van autohandel door één bedrijf; het oppervlak van het bouwperceel minimaal 1.000 m2 bedraagt; op eigen terrein achter de voorgevellijn voldoende ruimte is voor de handel c.q. stalling van auto's voor

bestemmingsplan Eeneind 2018

d. e.

de verkoop; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

6.5.6 Recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.2, voor de aanleg van recreatieve voorzieningen, met dien verstande dat: a. b. c. d.

de recreatieve voorziening wordt aangelegd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en van de achterperceelgrens; de recreatieve voorziening onderdeel uitmaakt van de tuin naar verschijningsvorm, oppervlakte en gebruiksmogelijkheden; verlichtingsmasten niet zijn toegestaan; de kortste afstand van de recreatieve voorziening tot de zijdelingse perceelsgrens en achterperceelgrens minimaal 5,00 meter bedraagt.

6.5.7 Publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a.

b. c. d. e. f.

maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroepsof bedrijfsactiviteiten aan huis; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.

6.5.8 Detailhandel in lunch of diner gerelateerde producten in combinatie met catering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.3, voor het toestaan van detailhandel in lunch of diner gerelateerde producten in combinatie met catering, mits: a.

b. c. d.

de detailhandel in hoofdzaak is gericht op de bedrijven op het omliggende bedrijventerrein, met daarop afgestemde openingstijden, die beperkt blijven tot maximaal 8 uur per dag in de periode tussen 10.00 uur en 20.00 uur; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

bestemmingsplan Eeneind 2018

25

Artikel 7 7.1

Bedrijventerrein - Uit te werken

Bestemmingsomschrijving

7.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijventerrein - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. a. b. c.

bedrijven; faciliterende dienstverlening; voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen.

7.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 7.2 Uitwerkingsregels Met toepassing van het in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalde werken burgemeester en wethouders de in lid 7.1 omschreven bestemming uit, met inachtneming van de volgende regels. 7.2.1 Algemeen a. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. De inrichting van het gebied dient afgestemd te zijn op in het landschap aanwezige percellering. Een aanlegvergunning stelsel dient opgenomen te worden ter bescherming hiervan. b. Daar waar de uit te werken bedrijfsbestemming grenst aan de Ecologische Hoofdstructuur dient bij de uitwerking en de plaatsing van categorieën bedrijven als voorwaarde opgenomen te worden dat er geen enkele vorm van hinder mag worden veroorzaakt in de Ecologische Hoofdstructuur. 7.2.2 Bedrijven a. Bedrijven zijn uitsluitend toegestaan indien deze behoren tot de categorieën 2 tot en met 3.2 uit de de bedrijvenlijst (zie bijlage 1 bij de regels), of andere bedrijven die daarmee qua aard en milieubelasting vergelijkbaar zijn. b. Risicovolle inrichtingen worden niet toegestaan. c.

Detailhandel is uitgesloten behoudens detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten of detailhandel in volumineuze goederen. d. In de uitwerking zal worden bepaald: 1. De situering van gebouwen door middel van bouwgrenzen; 2. De maatvoering van gebouwen; 3. Het gebruik van de gebouwen; 4. Verwerking van uitgangspunten van duurzaam ruimtegebruik. e. De volgende bepalingen dienen daarbij in acht genomen te worden: 1. Bebouwingspercentage minimaal 60% en maximaal 80% met een nader te motiveren afwijkingsbevoegdheid vanwege duurzaam ruimte gebruik; 2. Voorgevelrooilijn op 10 m uit de naar de openbare weg gekeerde perceelsgrens; 3. De afstand van gebouwen tot ten minste één zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; 4. Bouwhoogte minimaal 6 m en maximaal 12 m; 5. Bebouwing georiënteerd op ontsluitingsweg; 6. Geen buitenopslag voor de voorgevelrooilijn.

26

bestemmingsplan Eeneind 2018

f.

g. h. i.

Ten behoeve van de representatieve bebouwing langs Collse Hoefdijk moeten bij de uitwerking bovendien de volgende bepalingen in acht genomen worden: 1. Voorgevelrooilijn op 10 m uit de naar de openbare weg gekeerde perceelsgrens met een groene invulling van deze zone (geen parkeren); 2. Bouwen in de voorgevelrooilijn met een nader te motiveren afwijkingsbevoegdheid vanwege ondergeschikte bouwdelen; 3. Geen buitenopslag; 4. Hoogwaardig, alzijdig gebouwen. Bij de nadere uitwerking dienen de eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit te worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan c.q. -paragraaf. In beginsel zullen bedrijven moeten voorzien in parkeervoorzieningen op eigen terrein. Bij de nadere uitwerking moet rekening gehouden worden met de reservering van voldoende ruimte voor groenvoorzieningen en waterberging.

7.2.3 Verkeer a. Bij nadere uitwerking mag het aantal rijstroken per weg niet meer dan 2 bedragen; de breedte van een rijstrook mag niet meer dan 3,5 m bedragen. b. Op de voor verkeer aan te wijzen gronden mogen voorzieningen voor de verkeersgeleiding en - verlichting alsmede andere in de verkeersbestemming passende functies alsmede nutsvoorzieningen worden gebouwd. c. Bij de nadere uitwerking worden nutsvoorzieningen en de plaats en afmetingen bepaald. 7.3

Realisering van de bestemming

Op de in dit artikel bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd overeenkomstig het plan zoals door burgemeester en wethouders op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening is uitgewerkt.

bestemmingsplan Eeneind 2018

27

Artikel 8 8.1

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

8.1.1 Algemeen De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

bedrijven die zijn opgenomen in de bedrijvenlijst (zie bijlage 1 bij de regels), met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' uitsluitend bedrijven uit categorie 2, 3.1 en 3.2 zijn toegestaan; 2. in afwijking van de onder 1 toegestane categorieën van bedrijven zijn bestaande, legaal gevestigde bedrijven van een andere categorie dan aangeduid en toegestaan, eveneens toegestaan; b. dienstverlening; c. horeca van categorie 3 en horeca in de vorm van café en/of zaalaccomodatie ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; d. kantoren; e. detailhandel, uitsluitend zoals omschreven in artikel 8.4.3 f. internethandel, uitsluitend zoals omschreven in artikel 8.4.4; g. een autobeklederij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd autobeklederij'; h. een caravanstallingen daarmee vergelijkbare stalling van voer- en vaartuigen, uitsluitend zoals omschreven in artikel 8.4.5 i. één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; j. één woning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; k. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting', uitsluitend een ontsluitingsweg; l. instandhouding, bescherming en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden van een pand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument'; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4.

5. 6.

showrooms; tuinen en erven; parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 33.3 groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

8.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 8.2

Bouwregels

8.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

28

gebouwen voor de in artikel 8.1 genoemde bestemming; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde; bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen; in afwijking van het bepaalde in lid a, b en c, mogen ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de ontsluiting worden gebouwd.

bestemmingsplan Eeneind 2018

8.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c. d.

e. f. g. h. i.

j.

binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen worden gebouwd; gebouwen worden op een afstand van minimaal 3,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens gebouwd; in afwijking van het bepaalde onder b geldt voor zover de bestaande afstanden tot de zijdelingse perceelsgrenzen kleiner zijn dan 3,00 meter de bestaande afstand als minimum; het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het aangeduide maximale bebouwingspercentage geldt; het aangeduide bebouwingspercentage geldt per bouwperceel; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; in afwijking van het bepaalde onder e geldt voor (bedrijfs)woningen een maximum goothoogte van 6,50 meter en een maximum bouwhoogte van 10,00 meter; de inhoud van een (bedrijfs)woning bedraagt maximaal 750 m3 ; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij (bedrijfs)woningen in het bouwvlak mag maximaal 60 m2 bedragen; indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² worden vermeerderd met 10% van de overmaat

tot een maximum van in totaal 120 m². in afwijking van het bepaalde onder e geldt voor bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen een maximum goothoogte van 3,30 meter en een maximum bouwhoogte van 6,50 meter.

8.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b. c.

d.

8.3

buiten de aanduiding 'bouwvlak' mogen geen gebouwen, bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen en overkappingen worden gebouwd; bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 16,00 meter mag bedragen; 4. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 5. cameramasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen; zwembaden (en daarmee vergelijkbare voorzieningen) worden uitsluitend gesitueerd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en van de achterperceelgrens. Afwijken van de bouwregels

8.3.1 Erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.3, voor het oprichten van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot een maximale hoogte van 1,50 meter, mits: a.

de vergroting noodzakelijk is vanuit beveiligingsoogpunt van het bedrijf;

bestemmingsplan Eeneind 2018

29

b. c. d. e.

tenminste het deel tussen de 1,00 meter en 1,50 meter een open constructie zal zijn; het uitzicht niet dusdanig wordt belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd.

8.3.2 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2 onder b, voor het aan één zijde bouwen op kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits: a. b. c. d.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd; op het perceel voldoende parkeer-, laad- en losruimte aanwezig is.

8.3.3 Hoger bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2 onder d, om het bebouwingspercentage te verhogen, mits: a. b. c. d.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd; op het perceel voldoende parkeer-, laad- en losruimte aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086031/1