Gewijzigde vaststelling BP Nuenen Zuidoost, herziening 1 - Regels
Tekst van het document
heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 19.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 19.3.1 is niet van toepassing op: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden die worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 19.2 van toepassing is; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
65
f. werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2500 m²; g. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; h. werken of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 19.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 19.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 19.3.4 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 19.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 19.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
19.3.5 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 19.3.4 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 19.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde -', als bedoeld in 19.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
66
Artikel 20 20.1
Waarde - Archeologisch waardevol
Bestemmingsomschrijving
20.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 20.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 20.2
Bouwregels
20.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen welke betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologisch waardevol', dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 20.2.2 Toepassingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 20.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 20.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 20.2.2 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, voorschriften omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
67
20.2.4 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20.2.1, 20.2.2 en 20.2.3 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; f. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 100 m² of een bouwwerk waarbij de graafwerkzaamheden zich beperken tot een diepte van maximaal 30 centimeter; g. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologisch waardevol' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 30 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 centimeter; b.
heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 20.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 20.3.1 is niet van toepassing op: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden die worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 20.2 van toepassing is; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
68
f. werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; g. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; h. werken of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 20.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 20.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologisch waardevol' dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 20.3.4 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 20.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 20.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
20.3.5 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 20.3.4 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 20.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde -', als bedoeld in 20.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
69
Artikel 21 21.1
Waarde - Ecologie
Bestemmingsomschrijving
21.1.1 Algemeen De voor ‘WaWaWaWaWaWaWaWaWaarde - Ecologienden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de ecologische, natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 21.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 21.2
Bouwregels
21.2.1 Gebouwen Op de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouwen zijnde van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor het behoud, het herstel en de duurzame ontwikkeling van ecologische, natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,00 meter mag bedragen. 21.3
Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 21.2, ten behoeve van het bouwen van gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het belang van de in artikel 21.1 genoemde waarden wordt niet aangetast; b. bebouwing is mogelijk op grond van de onderliggende bestemming. 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van houtopstanden; b. het diepploegen en diepwoelen van de bodem; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
70
c. d. e. f.
het graven, ophogen en egaliseren van de bodem; het verwijderen van landschapselementen; het verwijderen van onverharde wegen of paden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en half verhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m²; g. het aanbrengen van ondergrondse leidingen. 21.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 21.4.1 is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
21.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 21.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
71
Artikel 22 22.1
Waarde - Waardevolle bomen
Bestemmingsomschrijving
22.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van waardevolle en bijzondere boombeplantingen zoals deze zijn aangegeven op de gemeentelijke lijst van waardevolle en bijzondere bomen, voor zover en zolang aanwezig. 22.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 22.2
Bouwregels
Op de voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, behoudens indien een vergunning voor het kappen of vellen van de betreffende boom/bomen onherroepelijk rechtskracht heeft gekregen en er geen herplantplicht is opgelegd. 22.3
Afwijken van de bouwregels
22.3.1 Oprichten van bebouwing conform onderliggende bestemming Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 22.2 voor bebouwing zoals toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen andere bestemmingen, indien wordt aangetoond dat door het bouwen en/of gebruik van de gronden de conditie, levensverwachting, groeiplaats en (beeld)kwaliteit van de boom/bomen niet worden aangetast. 22.3.2 Bomeneffectrapportage Ten behoeve van het verlenen van de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectrapportage verlangen, waaruit blijkt dat het bouwen geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de levensvatbaarheid en de ruimtelijke, monumentale of ecologische waarden van de boom. 22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Vergunningplichtige werken of werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Waardevolle bomen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het kappen van een waardevolle boom; b. de aanleg van verhardingen/halfverhardingen ter plaatse van de kroonprojectie van een Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
72
waardevolle boom; c. het ophogen, afgraven en het egaliseren van de gronden ter plaatse van de kroonprojectie van een waardevolle boom. 22.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 22.4.1 gestelde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden, gericht op de instandhouding van waardevolle bomen. 22.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 22.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 22.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
73
Artikel 23 23.1
Waterstaat - Waterlopen
Bestemmingsomschrijving
23.1.1 Algemeen De voor Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen en regenwaterbuffers, overeenkomstig de Keur van het waterschap. 23.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 23.2
Bouwregels
23.2.1 Gebouwen Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 23.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouw zijnde: a. van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van primaire wateren, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,50 meter bedragen. 23.3
Afwijken van de bouwregels
23.3.1 Bouwen van bouwwerk en Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 23.2.2, voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde of gebouwen binnen de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden, met dien verstande dat: a. het belang van het primaire water, gehoord het waterschap, niet onevenredig wordt aangetast; b. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende bestemming.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
74
Hoofdstuk 3 Artikel 24
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
75
Artikel 25 25.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Kelders zijn uitsluitend toegestaan onder hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, met dien verstande dat de kelders vloeistofdicht worden uitgevoerd en niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige natuurwaarden. 25.2
Dakkapellen
25.2.1 Bouwregels Een dakkapel is als ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak toegestaan, en verhoogt de goothoogte niet, mits deze voldoet aan de volgende voorwaarden: a. bij plaatsing op een zijdakvlak mag de afstand tot het voorerf niet minder bedragen dan 1,00 meter; b. per woning mag het aantal dakkapellen op het betreffende dakvlak niet meer bedragen dan 2; c. de totale breedte van dakkapellen op een naar de weg gekeerd dakvlak mag niet meer bedragen dan 2,70 m; d. de afstand van een dakkapel tot een dakrand niet minder mag bedragen dan 0,50 m; e. de afstand tussen 2 dakkapellen niet minder mag bedragen dan 1,00 m; f. de dakkapel wordt plat afgedekt. Bij een dakhelling groter dan 45° is een aangekapte dakkapel toegestaan met een minimale dakhelling van 25º; g. voor plat afgedekte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. de hoogte mag niet meer bedragen dan 1,75 meter; h. voor aangekapte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. de afstand tussen de voet van de dakkapel en de gootlijn van de dakkapel mag niet meer bedragen dan 0,90 meter; 2. de totale hoogte mag niet meer bedragen dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak; 3. de breedte mag in totaal niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak.
25.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 25.2.1 onder c. teneinde dakkapellen met een grotere breedte toe te staan bij dakvlakken met een breedte groter dan 5,40 m, met dien verstande dat de totale breedte van dakkapellen niet meer mag bedragen dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
76
Artikel 26 26.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 26.2
Verboden gebruik
Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.
een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straatprostitutie; het houden van evenementen, uitgezonderd evenementen die zijn toegestaan op basis van deze regels, dan wel die mogelijk zijn gemaakt door middel van een op basis van deze regels verleende omgevingsvergunning voor het afwijken ten behoeve van het gebruik van gronden voor evenementen; e. de plaatsing van kampeermiddelen of andere onderkomens, niet zijnde een bouwwerk in de zin van de Woningwet, een en ander met uitzondering van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming; f. uitvaarthuizen, uitvaartcentra en/of begrafenisondernemers, voor zover het gaat om het opbaren en/of verzorgen van overledenen en het bieden van gelegenheid tot het nemen van afscheid van overledenen.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
77
Artikel 27 27.1
Algemene aanduidingsregels
overige zone - attentiegebied ecologische hoofdstructuur
27.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - attentiegebied ecologische hoofdstructuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk. Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; c. werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien daarover vooraf advies wordt ingewonnen bij het betreffende waterschap. 27.2
Overige zone - attentiezone waterhuishouding
27.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Overige zone - attentiezone waterhuishouding' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van meer dan 100m² oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien het normaal beheer en/of onderhoud betreft. Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
78
27.3
overige zone - ecologische verbindingszone
27.3.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' gelden in afwijking van de bouwregels uit hoofdstuk 2 met betrekking tot het oprichten van bouwwerken en het aanbrengen van verhardingen de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' mag niet worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' mag de oppervlakte van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten anders dan een bouwwerk, niet meer dan 100 m2 bedragen. 27.3.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 27.3.1 teneinde bebouwing op te richten en/of grotere oppervlakten aan verharding aan te brengen overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, mits de mogelijkheden voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone daardoor niet onevenredig worden aangetast. 27.4
overige zone - groenblauwe mantel
27.4.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - groenblauwe mantel' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; c. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; d. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); e. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; f. het dempen van sloten of greppels; g. het planten van bomen en/of struiken; h. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen). Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. binnen een bouwvlak plaatsvinden. De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien: a.
de regels uit de desbetreffende bestemming in acht worden genomen; b. advies is verkregen van de (water)beheerder van de betreffende gronden; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
79
c. de volgende bepalingen in acht worden genomen: 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
27.5
Overige zone - waterbergingsgebied
27.5.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - waterbergingsgebied' gelden in afwijking van de bouwregels uit hoofdstuk 2 met betrekking tot het oprichten van bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - waterbergingsgebied' mag niet worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde in artikel 27.5.1, onder a is een gebouw ten dienste van de waterberging toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter 27.5.2 Omgevingsvergunning voor bouwen van een bouwwerk, geen bebouwing zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 27.5.1, onder a voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen, mits het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd en hiervoor toestemming is gegeven door Waterschap De Dommel. 27.5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Overige zone - waterbergingsgebied' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van gronden; b. het wijzigen van kaden. Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b.
werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; c. werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
27.6
overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen
27.6.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
80
anders dan een bouwwerk; b. het ophogen van gronden. Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; c. werken en/of werkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd. De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, de watersystemen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 27.7
vrijwaringszone - molenbiotoop
27.7.1 Bouwregels bouwhoogte gebouwen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden in afwijking van de bouwregels uit hoofdstuk 2 met betrekking tot de bouwhoogte van bouwwerken de volgende regels: a. tot een afstand van 100 meter van de molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen; b. binnen een afstand van 100 meter tot 400 meter van de molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de 1/140 van de afstand van het bouwwerk tot de molen, vermeerderd met 3,6 m. 27.7.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 27.7.1 teneinde hogere bouwwerken op te richten overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, mits de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast. Hierover dient tevoren advies te zijn ingewonnen bij een onafhankelijke ter zake deskundige. 27.7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande beplanting.
Het hiervoor gestelde is niet van toepassing voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden betreffen. Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
81
De werken of werkzaamheden als hiervoor bedoeld zijn slechts toelaatbaar: a. indien en voor zover door de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de belangen van de molen als werktuig en beeldbepalend element niet onevenredig worden aangetast. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien de te verwachten hoogte van de boom niet groter is dan de uitkomst van de formule als opgenomen in 27.7.1. b. indien de te verwachten hoogte van de boom groter is dan de uitkomst van de formule als opgenomen in 27.7.1 dat dient hierover tevoren advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke ter zake deskundige.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
82
Artikel 28 28.1
Algemene afwijkingsregels
10%-regeling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere ontheffing is of kan worden verleend en mits dit geen onevenredige inbreuk maakt op het woon- en leefklimaat en/of de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
83
Artikel 29 29.1
Algemene wijzigingsregels
Verschuiven bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen voor het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
84
Artikel 30 30.1
Overige regels
Wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 30.2
Voorrangsregels
30.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 30.2.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. b. c. d. e. f.
Waarde - Archeologisch waardevol; Waarde - Archeologie hoog; Waarde - Archeologie middelhoog; Waarde - Ecologie; Waterstaat - Waterlopen; Waarde - Waardevolle bomen.
30.3
Parkeren en laden en lossen
30.3.1 Normen a. Bij nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein, dan wel een gedeelte daarvan, dient de extra parkeerbehoefte als gevolg van deze ontwikkeling op eigen terrein te worden opgevangen, te weten in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. Bij de berekening van de ‘extra parkeerbehoefte’ als bedoeld onder a wordt een vergelijking gemaakt tussen de parkeerbehoefte in de bestaande situatie, voorafgaand aan de ontwikkeling, en de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie, nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. Daarbij wordt, voor zover beschikbaar gelet op de functie van het gebouw of terrein, aan de hand van door het CROW uitgegeven publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' of de opvolger van deze publicatie uitgegeven door het CROW bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Indien de CROW-publicatie als genoemd onder b niet voorziet in kencijfers voor de betreffende functie van het gebouw of terrein in de bestaande of nieuwe situatie, dient los daarvan een onderbouwde berekening te worden gemaakt van de extra parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling. d.
Indien nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein leidt tot een (extra) behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, dient Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
85
hierin op het betreffende perceel te worden voorzien. e. De parkeervoorzieningen, als bedoeld onder a tot en met c, en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen, als bedoeld onder d, dienen na realisering in stand te worden gehouden. 30.3.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 30.3.1: a. als het voldoen aan die bepaling voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met die bepaling te dienen doelen; b. als kan worden aangetoond dat voor de concreet voorgestane ontwikkeling met minder extra parkeerplaatsen kan worden volstaan; c. als door de aard van de bebouwing fysiek geen ruimte beschikbaar is voor de benodigde parkeerplaatsen en/of ruimte voor laad- en losvoorzieningen op eigen terrein, mits: 1. ter compensatie wordt voorzien in voldoende extra parkeerplaatsen en/of laad- en losruimte in de openbare ruimte, om de extra behoefte daar op te vangen; 2. uit onderzoek blijkt dat de afwijking niet leidt tot: onevenredige gevolgen voor de afwikkeling van het verkeer; een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid; een onevenredige aantasting van het straat- of bebouwingsbeeld in de directe omgeving.
30.3.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering en/of inrichting van parkeer- en/of laad- en losvoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 30.3.1 of artikel 30.3.2.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
86
Hoofdstuk 4 Artikel 31 31.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 31.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
87
Artikel 32
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Nuenen Zuidoost, herziening 1".
Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld
88