CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde vaststelling BP Herijking Nuenen West, Opwettenseweg 189-191 - Bijlage 7 bij toelichting, Memo natuur Opwettenseweg

Gemeenteraad 7 februari 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: BP herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg1.569 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft

1 7 december 2022 Kitty Schoof Gemeente Nuenen Dennis Alberts Antea Group Karst Keijzers Antea Group 0480020.100 Herijking Nuenen West Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 en 4444 te Nuenen West

Naar aanleiding van de voorgenomen werkzaamheden op de percelen 4010 en 4444 langs de Opwettenseweg te Nuenen West (zie Figuur 1) is een terreinbezoek uitgevoerd. Het terreinbezoek is op 6 september 2022 uitgevoerd. Tijdens het terreinbezoek zijn de aanwezige groenstructuren geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikt habitat voor beschermde soorten/soortgroepen in het kader van Soortbescherming (Artikel 3.1, 3.5 en 3.10) binnen de Wet natuurbescherming. In voorliggende notitie zijn de bevindingen van desbetreffend terreinbezoek nader uiteengezet.

Figuur 1: Ligging van perceel 4010 te Nuenen West. Bron achtergrond: Kadaster 2022. Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 6

datum 22 september 2022 projectnummer 0480020.100 betreft Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 te Nuenen West

Het planvoornemen is om binnen het perceel een woning te bouwen volgens onderstaand ontwerp.

Figuur 2. Locatie bouwkavel (perceel 4010) en voorgenomen locatie van bebouwing. Bron: Brief Gemeente Nuenen d.d. 21 april 2022 als reactie op principeverzoek ontwikkeling)

Figuur 3. Locatie bouwkavel (perceel 4444) en voorgenomen locatie van bebouwing. Bron: Brief Gemeente Nuenen d.d. 21 april 2022 als reactie op principeverzoek ontwikkeling)

Bevindingen terreinbezoek Het terreinbezoek is uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group. Dit betreft ing. D. Alberts. Gedurende het terreinbezoek zijn de aanwezige groenstructuren visueel geïnspecteerd. De aanwezige bomen zijn geïnspecteerd middels een verrekijker. Gedurende het terreinbezoek zijn in het plangebied geen individuen van wettelijk beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied betreft een deel van een grasveld gelegen op perceel 4444 en deel van de tuin van de Opwettenseweg 189 te Nuenen (perceel 4010). Het grasveld wordt aan de zijde van de weg

blad 2 van 6

datum 22 september 2022 projectnummer 0480020.100 betreft Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 te Nuenen West

afgeschermd door een heg. Op het perceel zijn geen holen in de grond aangetroffen. In de tuin is kortgemaaid gras aanwezig en langs de noordoostelijke grens van het perceel is een halfopen tot dichte bosschage aanwezig bestaande uit diverse kruiden, heesters en bomen. Op het perceel zijn geen holen in de grond of in bomen aangetroffen. In desbetreffende tuin maar buiten de perceelgrens is een zwembad aanwezig. Het zwembad is om diverse redenen, waaronder de afwerking en het gebrek aan watervegetatie, niet geschikt als leefgebied van beschermde fauna. In (de directe omgeving van) het plangebied is geen geschikt oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van aquatisch gebonden beschermde fauna: amfibieën, libellen, platte schijfhoren, vissen en aquatisch gebonden zoogdieren (bever, noordse woelmuis, otter en waterspitsmuis) kan op voorhand worden uitgesloten. Op basis van het aanwezige habitat, worden onderstaand de mogelijke aanwezige beschermde soorten nader toegelicht. Dit betreft zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vissen, vaatplanten en ongewervelden. Vogels De bebouwing buiten het plangebied is geschikt voor nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus. De te verwijderen groenstructuren bevinden zich op voldoende afstand om effecten (verstoring ten gevolge van de werkzaamheden) op potentieel aanwezige nestlocaties van de gierzwaluw, op voorhand uit te kunnen sluiten.

In het plangebied zijn groenblijvende hagen en bomen aanwezig welke onderdeel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismus. In de directe omgeving van het plangebied zijn voldoende geschikte en vergelijkbare groenstructuren aanwezig. Derhalve zijn de enkele groenblijvende heesters in het plangebied, welke zullen worden gekapt, niet van essentieel belang voor de huismus. In het plangebied zijn geen nesten in bomen aangetroffen welke mogelijk geschikt zijn voor broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. In het plangebied zijn geen geschikte ruimtes aangetroffen voor nestlocaties van de steenuil, grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar en de slechtvalk. Het beschadigen of vernielen van nestlocaties van broedvogels met jaarrond beschermd nest kan op voorhand worden uitgesloten. De aanwezige groenstructuren zijn geschikt als leefgebied van algemene broedvogels. Om verstoring van broedgevallen te voorkomen dient buiten het broedseizoen (globaal maart tot augustus) gewerkt te worden. Zoogdieren In de noordelijk gelegen hoek van het perceel 4010 staat een exemplaar van de acacia. In de bast van desbetreffende boom zijn meerdere spleten en loszittend schors aanwezig welke geschikt zijn voor zomer- en/of paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten. Dit betreft soorten als de ruige dwergvleermuis.

Er is aanvullend onderzoek benodigd naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in desbetreffende acacia. In het plangebied zijn geen nesten of holten in bomen aangetroffen welke geschikt zijn als vaste rust- en/of verblijfplaats van de eekhoorn. De aanwezigheid van de eekhoorn kan op voorhand worden uitgesloten. In de groenstructuren in het plangebied zijn geen holten aangetroffen welke geschikt zijn als vaste rust- en/of verblijfplaats van de das. De aanwezige groenstructuren bieden onvoldoende geschikte dekking voor verblijfplaatsen van de das. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van de das kan worden uitgesloten. In het plangebied zijn dichte lage groenstructuren aanwezig welke geschikt habitat bieden voor rustplaatsen van de bunzing en de wezel. Bij soortgericht onderzoek in het kader van de planontwikkeling Nuenen West in opdracht van BPD zijn in de directe omgeving van het plangebied geen wezel, bunzing of hermelijn aangetroffen (zie Antea Group, 2022 in prep.). Het betreffende onderzoek is uitgevoerd met behulp van een cameraval (‘struikrover’) in de periode 15 maart – 15 augustus 2022, en kan als representatief worden beschouwd voor de planlocatie ter plaatse van de Opwettenseweg 189. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van kleine marterachtigen in het plangebied nodig.

De aanwezigheid van kleine marterachtigen kan worden uitgesloten.

blad 3 van 6

datum 22 september 2022 projectnummer 0480020.100 betreft Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 te Nuenen West

In de groenstructuren kunnen individuen van algemeen voorkomende soorten zoogdieren aanwezig zijn zoals de bosmuis. Voor desbetreffende soorten blijft de Zorgplicht van toepassing. Om effecten op individuen van desbetreffende soorten te voorkomen, dienen de werkzaamheden in één richting uitgevoerd te worden, richting een te behouden vluchtmogelijkheid (groenstructuur). Nachtvlinders In het plangebied staan meerdere exemplaren van de teunisbloem. De teunisbloempijlstaart is bekend voor te komen in de directe omgeving van het plangebied (bron: NDFF). De aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van de teunisbloempijlstaart kan niet op voorhand worden uitgesloten. Er is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart benodigd in het plangebied (perceel 4010). Overige soortgroepen In het plangebied is geen geschikt habitat waargenomen welke geschikt is voor overige wettelijk beschermde soorten (amfibieën, reptielen, vaatplanten, weekdieren, kreeftachtigen en vissen). De aanwezigheid van overige wettelijk beschermde soorten wordt niet verwacht in het plangebied. Conclusie Samenvattend bieden de te verwijderen groenstructuren geschikt habitat voor: boombewonende vleermuissoorten; teunisbloempijlstaart; algemene broedvogels; algemeen voorkomende soorten zoogdieren.

Aanvullend onderzoek Bovengenoemde soorten en soortgroepen ondervinden mogelijk effecten van het planvoornemen, waarbij het daadwerkelijk optreden van effecten afhankelijk is van de definitieve terreininrichting. Indien de aanwezige groenstructuren volledig worden verwijderd dan is volledig inzicht in de aan- of afwezigheid van de bovengenoemde soorten noodzakelijk. Inzien delen van de groenelementen blijven behouden, dan kan het nader onderzoek in principe achterwege blijven, ervan uitgaande dat er ook geen grote externe effecten op de betreffende groenelementen optreden. Boombewonende vleermuissoorten De Robinia in de noordelijke punt van het plangebied bevat mogelijk een verblijfplaats voor vleermuizen, in de vorm van loshangende schors. Als deze boom blijft staan en kan worden ingepast in de tuin van de beoogde woningbouwontwikkeling, is nader onderzoek naar gebruik van de boom als verblijfplaats van vleermuizen niet nodig. Indien de boom zal worden gerooid dan dient vooraf te worden vastgesteld of de potentieel geschikte verblijfplaats daadwerkelijk wordt gebruikt door vleermuizen. Daarvoor dient te worden uitgevoerd met een batdetector in de periode mei – oktober (2023).

Indien gebruik van de verblijfplaats wordt aangetoond dan dient een ontheffing te worden aangevraagd voor het rooien van de boom, en moeten vleermuiskasten worden geplaatst in bomen in de directe nabijheid van de te rooien boom. Teunisbloempijlstaart De aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart kan worden vastgesteld gedurende de vliegtijd in mei – juni of de periode dat de rupsen actief zijn op de waardplanten in juni – september. De soort overwintert als pop in de strooisellaag van beplanting. Indien het ruimtebeslag binnen dergelijk biotoop op het betreffende perceel beperkt is tot slechts een kleine oppervlakte, dan wordt aanbevolen om de locatie met de strooisellaag met eventueel aanwezige poppen ongemoeid te laten tot aan mei. Na deze periode kan de inventarisatie plaatsvinden van de soort op exemplaren in vlinderstadium. Bij afwezigheid van vlinders kan de planontwikkeling zonder

blad 4 van 6

datum 22 september 2022 projectnummer 0480020.100 betreft Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 te Nuenen West

verdere procedurele stappen worden voortgezet. Indien de soort wel wordt aangetroffen dan moet voor de ontwikkeling een ontheffing Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Algemene broedvogels Effecten ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door buiten de broedperiode te werken (globaal maart tot augustus). Ook broedgevallen buiten desbetreffende periode zijn beschermd. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een aanvullende inspectie van broedvogels uitgevoerd te worden door een deskundig ecoloog. Algemene zoogdieren Om effecten op individuen van algemeen voorkomende soorten zoogdieren te voorkomen dienen de werkzaamheden in één richting uitgevoerd te worden, richting een te behouden vluchtmogelijkheid.

blad 5 van 6

datum 22 september 2022 projectnummer 0480020.100 betreft Terreinbezoek soortbescherming perceel 4010 te Nuenen West

Bijlage 1: Foto-impressie terreinbezoek

blad 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13675850/1