CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde vaststelling BP Herijking Nuenen West, Opwettenseweg 189-191 - Bijlage 2 bij toelichting, Voorpublicatie zestiende tranche BuChw

Gemeenteraad 7 februari 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: BP herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg19.099 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

STAATSCOURANT

Nr. 33137 20 juni 2017

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Voorpublicatie tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zestiende tranche) De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt ingevolge artikel 5.2a van de Crisis- en herstelwet bekend dat een ieder gedurende vier weken na de dagtekening van deze Staatscourant schriftelijk zijn zienswijze naar voren kan brengen over onderstaand ontwerp van een algemene maatregel van bestuur. Adres: Ministerie van Infrastructuur en Milieu Programmadirectie Eenvoudig Beter – IPC 365 Postbus 20951 2500 EZ DEN HAAG Besluit van 00 MAAND 2017 tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zestiende tranche). Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van datum, nr. IenM/BSK-....., Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst; Gelet op de artikelen 2.2 en 2.4 van de Crisis- en herstelwet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van datum, nr. .....); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van datum, nr. IenM/BSK-....., Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wordt als volgt gewijzigd: A Aan artikel 2, eerste lid, worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel jj door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende: kk. Schieoevers Noord, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 128; ll. Broekgraaf, gemeente Leerdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 129. B Na artikel 6n wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 6o 1. Dit artikel is vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisisen herstelwet zestiende tranche) voor de duur van vijf jaar van toepassing op de gronden van het attractiepark De Efteling in Loon op Zand, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 130. 2. In aanvulling op artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet vereist, indien deze activiteit betrekking heeft op een project dat geheel bestaat uit het bouwen van een bouwwerk of wijziging of uitbreiding daarvan, en aan de volgende voorwaarden voldoet: a. het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter; b. het bouwwerk ligt of komt te liggen op een afstand van meer dan 10 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; c.

de oppervlakte van het bouwwerk bedraagt niet meer dan 150 m2, met uitzondering van overkappingen die onlosmakelijk verbonden zijn met attracties, gelegen binnen het gebied

1

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

het Sprookjesbos, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 131, waarvoor een maximale oppervlakte van 50 m2 per overkapping geldt; d. het bouwwerk is incidenteel toegankelijk voor onderhoud; e. het bouwwerk is niet toegankelijk voor het publiek, met uitzondering van de ruimte onder overkappingen, zoals bedoeld onder c. 3. De in onderdeel c van het tweede lid genoemde maximale oppervlakte van 150 m2 voor bouwwerken, niet zijnde overkappingen mag alleen worden overschreden indien dit niet in strijd is met het op die gronden geldende bestemmingsplan. 4. In aanvulling op artikel 2 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op een bouwwerk ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, voor zover het betreft: a. een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening of het telecommunicatieverkeer, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 1° niet hoger dan 3 meter, en 2° de oppervlakte niet meer dan 15 m2, b. straatmeubilair. C Artikel 7c wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van het veertiende tot en met het zeventiende lid tot het vijftiende tot en met het achttiende lid, wordt na het dertiende lid een lid ingevoegd, luidende: 14.

In aanvulling op artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening kan bij het bestemmingsplan worden bepaald dat het met het oog op de regels bedoeld in het eerste lid verboden is zonder omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gronden of bouwwerken te gebruiken. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de daartoe in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden. 2. Aan het zeventiende lid (nieuw) worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel uuu door een puntkomma, achttien onderdelen toegevoegd, luidende: vvv. www. xxx. yyy. zzz.

Waubach, gemeente Landgraaf, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 132; Gravenrode, gemeente Landgraaf, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 133; Bad Nieuweschans, gemeente Oldambt, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 134; Goudasfalt, gemeente Gouda, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 135; Postcodegebied 1012, gemeente Amsterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 136; aaaa. Klein Plaspoelpolder, gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 137; bbbb. Schieoevers Noord, gemeente Delft, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 128; cccc. Strijp-S en Strijp-T, gemeente Eindhoven, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 138; dddd. Buitengebied Woerden, gemeente Woerden, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 139; eeee. Buitengebied Gaasterlân-Sleat, gemeente Fryske Marren, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 140; ffff. Nuenen West, gemeente Nuenen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 141; gggg. Buitengebied Bernheze, gemeente Bernheze, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 142; hhhh. Dorp Norg, gemeente Noordenveld, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 143; iiii. Dukenburg, gemeente Nijmegen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 144; jjjj. Lint-Zuid, gemeente Lansingerland, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 145; kkkk. Broekgraaf, gemeente Leerdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 146; llll.

Kernen Rijssen en Holten, gemeente Rijssen-Holten, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 147; mmmm. Kernen Koggenland, gemeente Koggenland, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 148. 3. Het achttiende lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

2

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

a. In de onderdelen a tot en met h wordt ‘het zestiende lid’ telkens vervangen door: het zeventiende lid. b. in onderdeel h wordt ‘vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche) voor de duur van vijf jaar’ vervangen door: tot { 2022. c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: i. voor de in de onderdelen vvv tot en met mmmm van in het zeventiende lid genoemde plangebieden: vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet zestiende tranche) voor de duur van vijf jaar. D Artikel 7g, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd: In onderdeel f wordt ‘vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche) voor de duur van vijf jaar vervangen door: tot ???? 2022. E Artikel 7l wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid wordt ‘het aangewezen urgentiegebied’ vervangen door: een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied. 2. In het vierde lid wordt ‘urgentiegebieden’ vervangen door ‘gebieden’ en wordt ‘urgentiegebied’ vervangen door: gebied. F In artikel 7s, eerste lid, wordt ‘uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche)’ vervangen door: voor { 2022.

G Na artikel 7s worden drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 7t 1. In de provincie Groningen kunnen in afwijking van artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening, in een bestemmingsplan aan gronden voorlopige bestemmingen voor het bouwen en in werking hebben van een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking voor een termijn van maximaal dertig jaar worden toegekend aan de exacte locaties van deze collectoren of panelen, mits dit bestemmingsplan wordt vastgesteld uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet zestiende tranche). 2. In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening wordt de bestemming van gronden waaraan tevens een voorlopige bestemming voor een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking is toegekend, met het oog op de toegekende bestemmingen gestelde regels, binnen een periode van vijfendertig jaar opnieuw vastgesteld. Artikel 3.1, derde tot en met vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is gedurende deze periode niet van toepassing. Artikel 7u 1. Dit artikel is van toepassing op de transitie naar een duurzame energievoorziening en de elektrificatie van het mijnbouwplatform Ameland Westgat.

Daarbij wordt overeenkomstig het bepaalde in dit artikel afgeweken van artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer. 2. Ter bevordering van de elektrificatie, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt degene die het voornoemde mijnbouwplatform drijft, tot 1 januari 2019 of de gasturbine die zorg draagt voor de energievoorziening van dit mijnbouwplatform kan worden vervangen door een elektrische installatie. Uiterlijk op 1 januari 2019 dient deze drijver bij onze Minister een projectplan in waarbij de keuze wordt gemaakt voor: a. het overgaan op een elektrische installatie zonder dat een nieuwe elektriciteitskabel tussen

3

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

Ameland en het elektriciteitsnetwerk op het vaste land wordt aangelegd en waarbij de huidige gasturbine tot uiterlijk 1 januari 2022 in bedrijf zal zijn, of b. het aanpassen van de in de aanhef genoemde gasturbine indien niet wordt overgegaan op een elektrische installatie, zodat uiterlijk per 31 december 2019 aan de emissiegrenswaarden, genoemd in artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan. 3. Afhankelijk van de in het tweede lid bedoelde keuze voldoet het rookgas van de gasturbine genoemd in dat lid in afwijking van artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer tot de in het tweede lid, onder a, respectievelijk onder b, genoemde datum aan de emissiegrenswaarden die op 31 maart 2010 voor die installatie golden ingevolge het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B of het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A, dan wel aan de daarvan afwijkende emissiegrenswaarden, die voor die stookinstallatie golden op grond van een daarvoor verleende omgevingsvergunning. 4. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder a, rapporteert de drijver jaarlijks uiterlijk per 1 januari tot aan de in die bepaling genoemde datum aan Onze Minister over de vordering van het project en overlegt hij het projectplan voor de resterende periode. 5.

Indien naar het oordeel van Onze Minister uit het projectplan, bedoeld in het tweede lid, of het projectplan voor de resterende periode, bedoeld in het vierde lid, onvoldoende blijkt dat daadwerkelijk overgegaan kan worden op een elektrische installatie voor 1 januari 2022, kan bij algemene maatregel van bestuur de afwijking van artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer op een daarbij te bepalen tijdstip voortijdig worden beëindigd. 6. Indien toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid wordt een overgangstermijn van twaalf maanden bepaald, gedurende welke het rookgas van de gasturbine van het mijnbouwplatform de emissiegrenswaarden genoemd in artikel 3.10d van het Activiteitenbesluit milieubeheer mogen overschrijden tot maximaal de emissiegrenswaarden als bedoeld in het tweede lid. Artikel 7v 1. In afwijking van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening en het tiende en elfde lid van artikel 7c kan de raad op grond van dit artikel regels voor kostenverhaal opnemen in het bestemmingsplan of voorschriften daaromtrent aan de omgevingsvergunning verbinden. 2. Het bevoegd gezag verhaalt de kosten verbonden aan de in het eenentwintigste lid bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen op diegene die de in het twintigste lid genoemde activiteiten verricht. 3.

De kosten worden verhaald voor zover de werken, werkzaamheden en maatregelen toerekenbaar zijn aan de gebieden als bedoeld in het tiende lid en voor zover de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat activiteiten in die gebieden van de werken, werkzaamheden of maatregelen ondervinden. 4. In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag beslissen om geheel of gedeeltelijk af te zien van het verhalen van de kosten: a. indien het totaal aan te verhalen kosten minder bedraagt dan 10.000 euro; b. indien er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in het eenentwintigste lid, onder a; c. indien de verhaalbare kosten, bedoeld in het eenentwintigste lid, onder a, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of: d. voor het gedeelte van de kosten dat hoger is dan de geraamde opbrengsten. 5. Het is verboden om te beginnen met een activiteit als bedoeld in het twintigste lid, zolang de op basis van dit artikel verschuldigde geldsom niet is betaald. 6. In afwijking van het vijfde lid kan bij de beschikking, bedoeld in het negende lid, worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de beschikking voorschriften worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor betaling van de verschuldigde geldsom. 7.

In een geval als bedoeld in het zesde lid kan het bevoegd gezag bij het uitblijven van betaling de verschuldigde geldsom invorderen bij dwangbevel. 8. De rechtspersoon waartoe het bevoegd gezag behoort, kan een overeenkomst aangaan waarin het kostenverhaal wordt verzekerd.

4

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

9. Als er geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom overeenkomstig de regels in het bestemmingsplan of de voorschriften bij de vergunning bij beschikking vastgesteld. 10. In het bestemmingsplan worden een of meer gebieden aangewezen waarbinnen de in het tweede lid bedoelde kosten worden verhaald. 11. De kosten worden in of op grond van het bestemmingsplan verdeeld over de activiteiten of over samenhangende activiteiten. 12. Als de regels, bedoeld in artikel 7c, zesde lid, betrekking hebben op kostenverhaal en bij de toepassing een interpretatie behoeven, stelt de raad deze regels vast. 13. In het bestemmingsplan kan een indexeringsregeling voor de kosten als bedoeld in het tweede lid worden opgenomen. 14. Artikel 6.2.10 van het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling plankosten exploitatieplan zijn van overeenkomstige toepassing 15. In het bestemmingsplan wordt een regeling voor de eindafrekening opgenomen. 16. Als bij een omgevingsvergunning kosten worden verhaald, dan worden daarin voorschriften voor de eindafrekening opgenomen. 17. De eindafrekening leidt er niet toe dat een aanvullende geldsom is verschuldigd. 18. Als de eindafrekening ertoe leidt dat het bevoegd gezag gehouden is een deel van de betaalde geldsom terug te betalen, gebeurt dit binnen vier weken na vaststelling van de afrekening. 19.

Bij de eindafrekening op basis van een bestemmingsplan worden verleende omgevingsvergunningen betrokken. 20. Activiteiten als bedoeld in het tweede lid, zijn: a. de bouw van een of meer woningen, b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen, c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen, d. de bouw van een gebouw, dat geen hoofdgebouw is, met ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlakte, e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste tien woningen worden gerealiseerd, f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe gebruiksvormen ten minste 1.500 m_ bruto-vloeroppervlakte bedraagt, g. de wijziging van het gebruik van een locatie, voor zover dat in het bestemmingsplan is bepaald. 21. Werken, werkzaamheden en maatregelen als bedoeld in het tweede lid, zijn: a. het aanleggen van voorzieningen, waaronder: 1. nutsvoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, 2. riolering met inbegrip van bijbehorende werken en bouwwerken, 3.

wegen, ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken en bouwwerken, 4. infrastructuur voor openbaar vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, 5. groenvoorzieningen, waaronder begrepen openbare parken, plantsoenen, speelplaatsen, trapvelden en speelweiden, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen, 6. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen, 7. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte, 8. openbare gebouwde parkeervoorzieningen,

5

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

b. het verwerven van percelen ten behoeve van de voorzieningen, c. het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen, d. het uitvoeren van werkzaamheden, waaronder het dempen van oppervlaktewateren, verrichten van grondwerken, met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven, e. voorbereiding en toezicht op de uitvoering vanwege de aanleg van de voorzieningen en werken, inclusief het daartoe benodigde onderzoek, f. tijdelijk beheer van de door of vanwege de overheid verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten, g. het vrijmaken van de locatie van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en zakelijke lasten, h. het vaststellen van een bestemmingsplan, inclusief het daartoe benodigde onderzoek, i. vanwege het belang van de fysieke leefomgeving noodzakelijke maatregelen, j. de betaling van nadeelcompensatie aan derden, bedoeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening, niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW, of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder a tot en met i, rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten. 22.

Dit artikel is van toepassing op de in artikel 7c, zeventiende lid (nieuw), onderdelen e, l, aaa, kkk en rrr genoemde plangebieden voor zover het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor die gebieden voor de in het achttiende lid (nieuw) genoemde datum wordt vastgesteld. H Bijlage 59 (De Scheg, gemeente Amstelveen) wordt vervangen door een nieuwe bijlage 59 (De Scheg, gemeente Amstelveen), opgenomen in de bijlage bij dit besluit. I Er worden 21 bijlagen toegevoegd zoals opgenomen in de bijlage: a. bijlage 128 (Schieoevers Noord Delft); b. bijlage 129 (Broekgraaf Leerdam); c. bijlage 130 (Efteling Loon op Zand); d. bijlage 131 (Sprookjesbos Efteling Loon op Zand); e. bijlage 132 (Waubach Landgraaf); f. bijlage 133 (Gravenrode Landgraaf); g. bijlage 134 (Bad Nieuweschans Oldambt); h. bijlage 135 (Goudasfalt Gouda); i. bijlage 136 (Postcodegebied 1012 Amsterdam); j. bijlage 137 (Klein Plaspoelpolder Leidschendam-Voorburg); k. bijlage 138 (Strijp S en Strijp T Eindhoven); l. bijlage 139 (Buitengebied Woerden Woerden); m. bijlage 140 (Buitengebied Gaasterlân-Sleat Fryske Marren); n. bijlage 141 (Nuenen West Nuenen); o. bijlage 142 (Buitengebied Bernheze Bernheze); p. bijlage 143 (Dorp Norg Noordenveld); q. bijlage 144 (Dukenburg Nijmegen); r. bijlage 145 (Lint-Zuid Lansingerland); s. bijlage 146 (Broekgraaf Leerdam); t.

bijlage 147 (Kernen Rijssen en Holten Rijssen en Holten); u. bijlage 148 (Kernen Koggenland Koggenland). ARTIKEL II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. ARTIKEL III Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zestiende tranche).

6

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

7

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 128 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET gemeente Delft, Kaart Schieovers Noord

8

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 129 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Leerdam, Broekgraaf

9

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 130 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Loon op Zand, Efteling

10

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 131 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Loon op Zand, Sprookjesbos Efteling

11

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 132 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Landgraaf, Waubach

12

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 133 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Landgraaf, Gravenrode

13

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 134 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Oldambt, Bad Nieuweschans

14

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 135 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Gouda, Goudasfalt

15

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 136 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Amsterdam, Postcodegebied 1012

16

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 137 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Leidschendam-Voorburg, Klein Plaspoelpolder

17

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 138 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Eindhoven, Strijp S en Stijp T

18

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 139 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Woerden, Buitengebied Woerden

19

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 140 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Fryske Marren, Buitengebied Gaasterlan-Sleat

20

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 141 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Nuenen, West Nuenen

21

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 142 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Bernheze, buitengebied Bernheze

22

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 143 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Noordenveld, Dorp Norg

23

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 144 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Nijmegen, Dukenburg

24

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 145 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Lansingerland, Lint-Zuid

25

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 146 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Leerdam, Broekgraaf

26

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 147 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Rijssen en Holten, Kernen Rijssen en Holten

27

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

BIJLAGE 148 BIJ BESLUIT UITVOERING CRISIS- EN HERSTELWET Kaart Koggenland, kernen koggenland

28

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

NOTA VAN TOELICHTING I. Algemeen Dit besluit bevat de zogenoemde zestiende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (hierna: Bu Chw). Krachtens artikel I wordt het Bu Chw gewijzigd en aangevuld. Aan reeds bestaande experimenten worden nieuwe gebieden of nieuwe onderdelen toegevoegd. In onderdeel A worden twee nieuwe ontwikkelingsgebieden als bedoeld in artikel 2.2 van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) aangewezen. Het gaat om Schieoevers in de gemeente Delft en Broekgraaf in de gemeente Leerdam. In onderdeel B wordt een innovatief experiment als bedoeld in artikel 2.4 van de Chw aan het Bu Chw toegevoegd. Het gaat om een experiment met het vergunningvrij plaatsen van een aantal bouwwerken in het attractiepark De Efteling gelegen in de gemeente Loon op Zand. In onderdeel C worden achttien gebieden toegevoegd aan het experiment met het vaststellen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte (artikel 7c). Met dit experiment (artikel 7c) wordt vooruitgelopen op het omgevingsplan uit de Omgevingswet (Stb. 2016, 156). Tevens wordt aan artikel 7c een nieuw onderdeel toegevoegd. Dit betreft de mogelijkheid om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte een vergunningstelsel voor het gebruiken van gronden en gebouwen op te nemen. In verband met deze toevoeging vindt tevens een vernummering plaats.

Daarnaast worden in onderdeel G drie nieuwe innovatieve experimenten als bedoeld in artikel 2.4 van de Chw aan het Bu Chw toegevoegd, namelijk een experiment met het voorlopig bestemmen van zonneparken in de provincie Groningen (artikel 7t), het elektrificeren van het mijnbouwplatform Ameland-Westgat (artikel 7u) en een experiment met een nieuwe systematiek voor kostenverhaal (artikel 7v). In onderdeel I wordt het gebied ‘De Scheg’ dat gelegen is in de gemeente Amstelveen met enkele hectaren uitgebreid. Verscheidene toevoegingen zijn ingegeven doordat bij de uitvoering van eerder aangewezen experimenten blijkt dat de experimenten gebaat zijn met de toevoeging van nieuwe instrumenten. Een voorbeeld hiervan is het experiment met kostenverhaal waar de gemeenten Alphen aan den Rijn, Delft, Den Haag, Haarlemmermeer en Nieuwegein aan deelnemen. Voor deze gemeenten was het al mogelijk om een bestemmingsplan verbrede reikwijdte vast te stellen. Deze mogelijkheid wordt voor deze gemeenten uitgebreid met de mogelijkheid om met een nieuw stelstel voor kostenverhaal te werken.

Daarnaast worden het gebied Broekgraaf in de gemeente Leerdam en het gebied Schieoevers in de gemeente Delft toegevoegd aan het experiment met het bestemmingsplan verbrede reikwijdte en het experiment met de ontwikkelingsgebieden omdat op voorhand duidelijk is dat beide instrumenten noodzakelijk zijn om de ontwikkelingen te realiseren. Voor alle toevoegingen aan bestaande experimenten alsmede de nieuwe experimenten wordt een termijn gesteld waarbinnen van de mogelijkheden die het experiment biedt, gebruik kan worden gemaakt. In één geval kan direct een concrete einddatum worden vermeld. Dit betreft het experiment met het elektrificeren van het productieplatform Ameland-Westgat. In de andere gevallen wordt een termijn gegeven van een aantal jaren na inwerkingtreding van dit besluit. Ter verduidelijking is opgenomen dat met dit besluit wordt bedoeld de zestiende tranche, door hantering van de tekst ‘(Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet zestiende tranche)’. Dit is een tijdelijke toevoeging. Zoals aangekondigd in de toelichting op de dertiende tranche (Stb. 2016, 252) is gekozen voor de systematiek waarbij de ten hoogste toegestane termijn voor afwijking, inclusief de tekst tussen haakjes, in de eerstvolgende tranche wordt vervangen door een concrete einddatum.

Ter uitvoering van deze systematische keuze om de termijnstelling in het Bu Chw te verduidelijken worden de termijnen voor de nieuwe experimenten uit de vijftiende tranche in de onderdelen C, D en F, van deze tranche omgezet naar een concrete einddatum. Op 30 januari 2017 is een voorstel tot wijziging van de Wro toegezonden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 34 666 nr. 2, 2016/17). Dit voorstel is gericht op het afschaffen van de actualiseringplicht voor bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Het Bu Chw kent meerdere experimenten waarbij wordt afgeweken van het tweede lid van artikel 3.1 van de Wro waarin een termijn wordt

29

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

gesteld waarbinnen een bestemmingsplan geactualiseerd moet worden. Indien het wetsvoorstel wordt vastgesteld en de wet tot wijziging van de Wro in werking treedt, wordt bezien op welke wijze het Bu Chw aanpassing behoeft. Tot slot wordt nog een redactionele aanpassing in het Bu Chw aangebracht. Het betreft onderdeel E, waarin de redactie van artikel 7l wordt gewijzigd. In de artikelen II en III worden de inwerkingtreding onderscheidenlijk de citeertitel geregeld. Op grond van artikel 5.2a van de Chw is het ontwerpbesluit op [datum] in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt. 2017, nr. {). Op grond van artikel 5.2a van de Chw is het ontwerpbesluit door de Minister van Infrastructuur en Milieu bij brieven van [datum] (IenM/BSK-2017/{ respectievelijk {) voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal (Kamerstuk 32 127, nr. {).

II. Artikelsgewijs Onderdeel A (artikel 2; aanvulling ontwikkelingsgebieden) Aan het experiment met ontwikkelingsgebieden in artikel 2 van het Bu Chw worden twee gebieden toegevoegd. Zoals in de toelichting bij de eerste tranche (Stb. 2010, 289) is aangegeven, gaat het bij ontwikkelingsgebieden vooral om het mogelijk maken van gewenste maatschappelijke ontwikkelingen die door het ontbreken van milieugebruiksruimte niet van de grond komen. Te denken valt aan gebieden in transitie en aan intensivering van bedrijventerreinen.

Broekgraaf, gemeente Leerdam Om te kunnen voldoen aan de woonbehoefte in de gemeente Leerdam is de ontwikkeling van een nieuw woongebied gepland aan de westzijde van Leerdam. Het nieuwe woongebied Broekgraaf moet ruimte bieden aan circa 1.000 woningen met bijbehorende voorzieningen zoals een verkeersontsluiting. Daarnaast wordt een ecologische zone aangelegd. In 2010 heeft de gemeenteraad hiervoor een bestemmingsplan vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn vooral uit te werken woonbestemmingen opgenomen. Inmiddels is met toepassing van de uitwerkingsplicht een deel van de infrastructuur aangelegd en zijn zo’n 150 woningen gebouwd. De realisering van het bestemmingsplan: de bouw van de woningen (nu geschat op 50 à 60 per jaar), de aanleg van wegen, watergangen, groenzones en overige infrastructuur, zal een substantiële bijdrage leveren aan de werkgelegenheid in de sectoren bouw en civiele techniek en de daarmee verbonden toeleveringssectoren. In de nabijheid van de gemeente Leerdam liggen twee Natura 2000-gebieden, te weten Diefdijk-Zuid en Lingegebied. Berekeningen van de stikstofdepositie laten zien dat negatieve effecten voor deze Natura 2000gebieden niet kunnen worden uitgesloten. Dat betekent dat de geplande woningbouw vergunningplichtig is op basis van de Wet natuurbescherming.

In de regio Leerdam is ontwikkelingsruimte in het kader van het Programma Aanpak Stikstof slechts beperkt beschikbaar. Om milieugebruiksruimte te optimaliseren en om te voorkomen dat de benodigde ontwikkelingsruimte ten tijde van vergunningverlening niet beschikbaar is, krijgt Leerdam de mogelijkheid om ontwikkelingsruimte voor stikstof te verdelen via het bestemmingsplan. Het toedelen van ontwikkelingsruimte via het bestemmingsplan kan slechts als sprake is van een bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.3 van de Chw (artikel 2.7 Besluit natuurbescherming jo. artikel 5.6 Wet natuurbescherming). Voor dit ontwikkelingsgebied betekent dit dat in het bestemmingsplan een met de provincie ZuidHolland afgestemd kader voor de vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming wordt opgenomen om te voorkomen dat negatieve effecten zullen optreden in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Schieoevers Noord, gemeente Delft Schieoevers Noord is een bedrijventerrein op een centrale plek in Delft. Het maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Schieoevers. In Schieoevers Noord vindt een geleidelijke organische herontwikkeling plaats. Het bedrijventerrein transformeert van bestaand bedrijventerrein naar een gebied waar wonen, werken en recreëren op verschillende schaalniveaus worden gemengd. Hierbij verkleurt het karakter geleidelijk van traditionele bedrijvigheid naar nieuwe kennisintensieve en creatieve bedrijvigheid. De duurzame herontwikkeling en revitalisering van dit bedrijventerrein draagt bij aan de lokale economie, een efficiënter ruimtegebruik en leidt tot een verlaging van de milieubelasting. Bij wonen op een bestaand bedrijventerrein kan spanning ontstaan tussen bestaande rechten van bedrijven en de ambitie om het gebied te laten verkleuren. Niet alle bedrijven vertrekken uit het gebied. Daarom gaat de gemeente Delft een bestemmingsplan-plus met verbrede reikwijdte opstellen. Het experiment met het bestemmingsplan verbrede reikwijdte wordt gebruikt om een flexibel bestemmingsplan op te

30

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

stellen dat organische gebiedsontwikkeling faciliteert. Het instrument van het bestemmingsplan-plus wordt gebruikt voor de optimalisering van milieugebruiksruimte. Voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord is het van belang om tijdelijk af te kunnen wijken van de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het gebied zijn mogelijkheden om door middel van de afschermende werking van bebouwing ruimte te geven aan geluidsgevoelige functies. Onder het regime van de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer moeten bestaande grenswaarden in acht worden genomen. Dit zou een organische ontwikkeling in de praktijk erg lastig maken omdat op voorhand niet duidelijk is in welke volgorde en op welke wijze de ontwikkeling plaats zal vinden. Door gebruik te maken van het experiment voor de ontwikkelingsgebieden kan voor een maximale termijn van tien jaar van deze grenswaarden worden afgeweken. Op grond van artikel 2.3, zevende lid, van de Chw zal de gemeente moeten borgen dat na tien jaar weer aan de normen wordt voldaan.

Onderdeel B (De Efteling, gemeente Loon op Zand) In de gemeente Loon op Zand ligt het attractiepark ‘De Efteling’. De Efteling is zeer belangrijk voor de gemeente Loon op Zand, omdat het voor veel inwoners directe en indirecte werkgelegenheid oplevert. Het attractiepark bestaat al ruim 60 jaar en is uitgegroeid tot één van de grootste attractieparken van Europa. Om internationaal tot de belangrijkste attractieparken te blijven behoren zet De Efteling in op groei. Daarom zijn en worden rondom het park diverse verblijfsaccommodaties gerealiseerd. Naast uitbreiding van de verblijfsrecreatie is het noodzakelijk om de kern van het attractiepark te versterken. Het attractiepark is continu in ontwikkeling. Deze ontwikkelingen lopen uiteen van het realiseren van nieuwe attracties en het onderhouden van bestaande attracties tot en met het plaatsen van bewegwijzering, overkappingen, banken en afvalbakken. In bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) is bepaald dat een deel van deze bouwwerken als deze in het zogenoemde achtererfgebied worden gerealiseerd, bouwvergunningvrij mogen worden opgericht. Omdat in het attractiepark geen hoofdgebouw is aan te wijzen als bedoeld in artikel 1 van het Bor, is slechts een klein gedeelte van het attractiepark als achtererfgebied aan te merken. Ook kan het attractiepark niet aangemerkt worden als ‘openbare ruimte’.

Dit betekent dat voor bijna alle type bouwwerken die elders vergunningvrij in een achtererfgebied kunnen worden opgericht, voor het attractiepark ‘De Efteling’ een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Dit brengt een onevenredig hoge regeldruk met zich mee voor het attractiepark en voor de gemeente. Met de regeling in artikel 6o van het Bu Chw wordt het binnen het attractiepark mogelijk om onder voorwaarden zonder vergunning bouwwerken, niet zijnde gebouwen op te richten, zoals wegwijzers, prullenbakken en overkappingen, maar ook niet voor publiek toegankelijke gebouwen. Ook wordt het experiment gebruikt om het toepassen van duurzame energiesystemen zoals zonnecollectoren te stimuleren. Hiermee wordt het attractiepark duurzamer en daarmee toekomstbestendig. Door het mogelijk maken van vergunningsvrij bouwen neemt de regeldruk af en wordt een van de drempels voor verduurzaming van het attractiepark weggenomen. Het experiment is alleen van toepassing op het gebied van De Efteling waar het attractiepark gevestigd is. Dit betekent dat deze regeling niet van toepassing is op dat deel van De Efteling dat niet tot het attractiepark behoort, zoals de verblijfsrecreatie, het golfterrein en de parkeerterreinen.

Overigens geldt voor het onderdeel van de regels dat gericht is op het vergunningvrij maken van overkappingen die onlosmakelijk zijn verbonden met attracties dat dit onderdeel alleen van toepassing is op attracties gelegen in het sprookjesbos, zoals weergegeven in kaart 131 bij dit besluit. Aan het vergunningvrij oprichten van bouwwerken zijn voorwaarden verbonden waarbij zo veel mogelijk aansluiting is gezocht bij bijlage II van het Bor. Ten eerste wordt de bouwhoogte beperkt. Uitgangspunt is dat in de openbare ruimte gelegen buiten het attractiepark geen hinder kan ontstaan door het vergunningvrij oprichten van bouwwerken. Er is daarom een zonering opgenomen die aan de erfafscheiding van het attractiepark is gekoppeld. De zonering is alleen van toepassing indien de erfafscheiding van het attractiepark grenst aan openbaar toegankelijk gebied. In dat geval mogen binnen een zone van 10 meter van de erfafscheiding (zijnde de omheining) van het attractiepark geen bouwwerken op basis van dit experiment vergunningvrij worden opgericht. Buiten de hoogte is ook de oppervlakte van bouwwerken beperkt tot 150 m2. Aanvullend hierop is met het oog op veiligheid geregeld dat bouwwerken alleen vergunningvrij mogen worden opgericht wanneer deze slechts incidenteel toegankelijk zijn voor medewerkers van De Efteling voor onderhoudswerkzaamheden en in het geheel niet voor het publiek.

Er is een uitzondering opgenomen voor overkappingen. Het realiseren van een overkapping die onlosmakelijk is verbonden met een bouwwerk in het sprookjesbos mag – ook als ze vergunningvrij is gebouwd – toegankelijk zijn voor publiek, mits de oppervlakte van een dergelijke overkappingen niet groter is dan 50 m2. Deze overkappingen mogen worden gerealiseerd zodat het publiek ook op een regenachtige dag kan genieten van de sprookjeshuizen in het sprookjesbos. De gemeente kan in het experiment overschrijding van de maximale oppervlakte van 150 m2 voor bouwwerken, niet zijnde overkappingen toestaan mits dit niet in strijd is met het voor die gronden

31

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

geldende bestemmingsplan (derde lid). Uiteraard zal de gemeente bij dergelijke afwijkingen moeten motiveren hoe wordt gegarandeerd dat deze bouwwerken aan de eisen omtrent brandveiligheid en constructieveiligheid voldoen. De overige regels ten aanzien van het oprichten van bouwwerken, zoals deze bijvoorbeeld zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012, blijven immers onverkort van kracht. Om de regeldruk voor de gemeente en het attractiepark verder te verlichten wordt in het vierde lid ook de mogelijkheid geboden om bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening vergunningsvrij op te richten. Deze mogelijkheid is beperkt tot een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening of het telecommunicatieverkeer en straatmeubilair. Hier is zoveel mogelijk aangesloten bij artikel 2 van bijlage II bij het Bor.

Onderdeel C (artikel 7c; aanvulling bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte) Algemeen In artikel 7c is het experiment bestemmingsplan met verbrede reikwijdte geregeld. Binnen dit experiment mag op de aangegeven onderdelen worden afgeweken van een aantal wetten en besluiten, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder de verbrede reikwijdte vallen geen onderdelen uit deze wetten en besluiten die invloed hebben op het beschermingsniveau voor de omgeving. Zo blijven de toetsingskaders uit de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden. Het bieden van de mogelijkheden van verbreding van het bestemmingsplan ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen (die zonder deze verbreding bijna geen doorgang zouden kunnen vinden) maakt het voor de betrokken gemeenten mogelijk om in de besluitvorming over ruimtelijke plannen verder te kijken dan alleen het ruimtelijke beleidskader en te streven naar een integratie met andere beleidsstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving.

Zoals bij de invoering van artikel 7c in de zevende tranche is opgemerkt, draagt de uitvoering van experimenten met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte bij aan het faciliteren van innovatieve ontwikkelingen en kunnen deze experimenten lokaal bijdragen aan het bestrijden van de economische crisis en aan de bevordering van duurzaamheid. Door de verbrede reikwijdte van het bestemmingsplan worden lokaal nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt of, in het geval van organische ontwikkeling, in gang gezet. Deze ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid in de betreffende gemeenten en hebben daarmee een positief effect op de economische vitaliteit. In de aangewezen gebieden streven gemeenten naar duurzaamheid door bijvoorbeeld hergebruik van bestaande terreinen en gebouwen, het toepassen van duurzame energievoorzieningen, samenwerking tussen bedrijven of integratie van functies. De verbrede reikwijdte is noodzakelijk om deze duurzaamheidaspecten in het bestemmingsplan te kunnen regelen. Voor een uitgebreidere toelichting op het experiment bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 7c in de zevende tranche (Stb. 2014, 168). In de nota van toelichting op de zevende tranche wordt per lid een toelichting gegeven op de mogelijkheden die voortvloeien uit deze leden.

Daarnaast zijn in de elfde tranche nog twee nieuwe leden aan artikel 7c toegevoegd. Voor een toelichting op het dertiende en het veertiende lid van artikel 7c wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de elfde tranche (Stb. 2016, 276). Voorts is er in de vijftiende tranche nog een nieuw lid aan artikel 7c toegevoegd. Voor een uitgebreide toelichting op deze toevoeging wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de voorpublicatie van de vijftiende tranche (Stcrt. 2017, nr 189). Toevoeging en vernummering Het nieuw in te voegen veertiende lid in artikel 7c geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte een binnenplans vergunningstelsel voor het gebruiken van gronden of bouwwerken op te nemen (hierna: bestemmingsplanactiviteit). Hierbij gaat het om het zogenoemde gebruik in enge zin, dit is het benutten van gronden of bouwwerken. Dit betekent dat het vereist zijn van een omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit geldt naast het eventueel vereist zijn van een omgevingsvergunning voor bouwen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Bij veel gemeenten die op grond van artikel 7c van het Bu Chw experimenteren met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte bestaat de wens om flexibeler en globaler te bestemmen en daarmee de maatschappij uit te nodigen om met initiatieven te komen. Dit speelt in het bijzonder bij organische gebiedsontwikkeling. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toekennen van een (ruime) keuze aan toegestane functies binnen een gebied, zonder de afzonderlijke functies al aan specifieke locaties toe te kennen. Tegelijkertijd wenst het bevoegd gezag wel de vinger aan de pols te houden door middel van het in de planregeling opnemen van kaders die aangeven waarbinnen de

32

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

gegeven ruime gebruiksmogelijkheden zijn toegestaan. Flexibiliteit kan in het huidige stelsel worden vormgegeven door in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht op te nemen, zoals bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a respectievelijk b, van de Wro. Dit wordt door gemeenten echter als een onwenselijke route beschouwd, omdat met de wijzigings- en uitwerkingsplannen veel proceduretijd is gemoeid. Dit doet sterk afbreuk aan het gewenste uitnodigende karakter van plannen die beogen te voorzien in organische gebiedsontwikkeling. Het in het bestemmingsplan opnemen van een omgevingsvergunningstelsel voor de bestemmingsplanactiviteit, in het geval van het starten of wijzigen van gebruik van gronden of bouwwerken, geeft gemeenten eveneens een nader afwegingsmoment. Dit heeft als voordeel dat het bevoegd gezag bij een concreet initiatief kan bezien of het aangevraagde gebruik voor de betreffende locatie binnen de gestelde kaders past, op de beoogde locatie wenselijk is en gelet op de overige toegestane functies inpasbaar is, zonder dat daarmee de lange procedure van het vaststellen van een wijzigings- of uitwerkingsplan is gemoeid. Deze werkwijze stelt gemeenten beter in staat om uitnodigingsplanologie daadwerkelijk in de praktijk te brengen en sluit goed aan bij de aanstaande regeling in de Omgevingswet.

Bij de bestemmingsplanactiviteit kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om in de regels van het bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels. Deze bevoegdheid is reeds opgenomen in het zesde lid van artikel 7c van het Bu Chw en nadien vastgelegd in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro. Een beleidsregel kan in relatie tot de beoordelingsregels van de bestemmingsplanactiviteit over drie verschillende zaken algemene regels geven: 1. de wijze waarop belangen worden afgewogen; 2. de wijze waarop de feiten worden vastgesteld, of 3. de wijze waarop wettelijke voorschriften worden uitgelegd. Deze beleidsregels dienen objectief begrensd te zijn, zodat een initiatiefnemer, het bevoegd gezag en derden op voorhand in redelijkheid kunnen inschatten op welke wijze een aanvraag binnen de gestelde kaders wordt beoordeeld en of de gevraagde bestemmingsplanactiviteit kan worden vergund. Dit komt de voorspelbaarheid en daarmee de rechtszekerheid van het bestemmingsplan ten goede. Het huidige stelsel van de Wro kent een dergelijk vergunningstelsel voor de bestemmingsplanactiviteit voor gebruik van gronden of bouwwerken (in enge zin) niet.

Voor zover het gaat om gebruik kan in het huidige stelsel in een bestemmingsplan alleen een vergunningplicht worden opgenomen om af te wijken van bij het bestemmingsplan gegeven regels (het zogenoemde planologisch strijdig gebruik). Er is onderzocht of deze in artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wro juncto artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht opgenomen mogelijkheid al voldoende ruimte biedt voor gemeenten. Geconcludeerd is dat dit instrument volgens jurisprudentie is bedoeld voor uitzonderingssituaties en daarmee niet geschikt is voor de gewenste mogelijkheid om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als hoofdregel te voorzien in een vergunningstelsel voor (gewenst) gebruik van gronden of bouwwerken. Omdat het sterk lijkt op het instrument in artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wro is voor de bestemmingsplanactiviteit hierbij aangesloten. De omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit is een project als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het is mogelijk aan de vergunning voor de bestemmingsplanactiviteit voorschriften te verbinden.

Mocht een gemeente ervoor kiezen om met de bestemmingsplanactiviteit te werken, dan dient in het bestemmingsplan wel inzichtelijk te worden gemaakt wat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied is en welke randvoorwaarden voor de toegestane functies gelden. Ook dient duidelijk te zijn welk gebruik van de gronden in elk geval rechtstreeks is toegestaan. Verder dient om de belangen van derden te beschermen, voor bestaand gebruik dat mag worden gecontinueerd een regeling zonder vergunningplicht te worden opgenomen. Indien een vergunning voor een bestemmingsplanactiviteit wordt aangevraagd zal het bevoegd gezag eerst nagaan of de activiteit met toepassing van binnenplanse beoordelingsregels kan worden vergund. Indien de vergunning op grond van deze beoordelingsregels niet kan worden geweigerd, moet de vergunning (al dan niet onder het stellen van aan de vergunning te verbinden voorschriften) worden verleend. Deze kant van het stelsel werkt limitatief-imperatief. Buiten het gelimiteerde stelsel van beoordelingsregels in het bestemmingsplan kunnen geen andere gronden AFBworden aangevoerd om de vergunning te weigeren.

Als de vergunning op grond van de in het bestemmingsplan opgenomen beoordelingsregels niet kan worden verleend, moet de mogelijkheid worden bezien of de aangevraagde bestemmingsplanactiviteit op grond van de regels bedoeld in het eerste lid van artikel 7c, al dan niet door voorschriften te stellen, toch aanvaardbaar is te achten. Hiermee wordt de mogelijkheid uit het huidige stelsel, om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2o en 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een omgevingsvergunning te

33

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

kunnen verlenen voor afwijkingen van het bestemmingsplan, voor de bestemmingsplanactiviteit ongewijzigd gecontinueerd.

Een aanvraag om een bestemmingsplanactiviteit kan langs elektronische weg worden gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de aanvraag beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hierbij dient de keuze te worden gemaakt voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. Hoewel het aanvragen van een bestemmingsplanactiviteit, die in beginsel past binnen het bestemmingsplan, via de keuze voor deze activiteit als zijnde strijdig gebruik niet logisch is, is het gebruik maken van deze keuzemogelijkheid vooralsnog onvermijdelijk. Dit houdt verband met de beperkte mogelijkheden die de landelijke voorziening biedt. Het vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet aanpassen van deze voorziening voor de bestemmingsplanactiviteit is kostbaar en daarvoor is veel tijd nodig. Het is gewenst om in de toelichting op het bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte voor het aanvragen van een bestemmingsplanactiviteit op deze keuzemogelijkheid te wijzen. In verband met de toevoeging van het nieuwe lid worden het oude veertiende tot en met het zeventiende lid vernummerd tot het vijftiende tot en met het achttiende lid. Hierbij moet de vernummering die plaats heeft gevonden in de – nog niet inwerking getreden – vijftiende tranche in acht worden genomen.

34

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

Termijn voor afwijking Voor de in deze zestiende tranche toe te voegen gebieden wordt in onderdeel I van het twintigste lid, een termijn van vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit gesteld waarbinnen het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte moet worden vastgesteld. In de onderdelen a tot en met h wordt het zestiende lid vervangen voor het negentiende lid. Zoals vermeld in de toelichting op de dertiende tranche zal de ten hoogste toegestane termijn voor afwijking in de eerstvolgende tranche worden vervangen door een concrete einddatum. In de vijftiende tranche van het Bu Chw zijn vijftien nieuwe gebieden aan het experiment toegevoegd. Vanuit het streven om de termijnstelling in het Bu Chw te verduidelijken, wordt in deze daarop volgende tranche in onderdeel h van het voorheen zestiende, thans negentiende lid, de termijn van vijf jaar vanaf het moment van inwerkingtreding van de vijftiende tranche vervangen door de daarmee overeenkomende einddatum (.............. 2022). Nieuwe gebieden Aan het experiment bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in artikel 7c worden achttien gebieden toegevoegd. De gemeenten waar deze gebieden liggen, hebben voor deze gebieden te kennen gegeven dat de bestaande regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening beperkingen heeft voor het bereiken van de gewenste ontwikkelingen in het betreffende gebied.

De gebieden die met dit besluit worden toegevoegd, liggen in de gemeenten Amsterdam, Bernheze, Delft, Eindhoven, Fryske Marren, Gouda, Koggenland, Landgraaf Lansingerland, Leerdam, Leidschendam-Voorburg, Nijmegen, Noordenveld, Nuenen, Oldambt, Rijssen-Holten en Woerden. De aangewezen projecten bevinden zich in verschillende stadia van het planvormingsproces. In sommige gevallen weet de gemeente al precies welke ontwikkelingen zullen plaatsvinden, waar de regelgeving wringt en zijn er al concrete ideeën over de invulling van de verbrede reikwijdte van het bestemmingsplan. In andere gevallen weet de gemeente wel de ontwikkelingsrichting die ze mogelijk wil maken en is duidelijk dat het bestaande instrumentarium onvoldoende ruimte biedt om deze ontwikkeling te realiseren. Deze gemeenten weten echter nog niet precies wanneer de ontwikkelingen zullen plaatsvinden (organische gebiedsontwikkeling), of hebben nog geen duidelijkheid welke elementen van de verbrede reikwijdte toegepast zullen worden in het bestemmingsplan. Daarom levert deze innovatie in wet- en regelgeving een belangrijke bijdrage aan het vormgeven van organische gebiedsontwikkeling. Naast deze toevoegingen aan het artikel 7c wordt één plangrens gewijzigd. Voor het project De Scheg in de gemeente Amstelveen wordt het plangebied met ongeveer 10 hectaren vergroot.

Voor een verdere toelichting op deze wijziging wordt kortheidshalve verwezen naar onderdeel H van deze tranche. De gebieden die aan dit experiment worden toegevoegd, worden hieronder beschreven.

Waubach, gemeente Landgraaf Landgraaf is een krimpgemeente. Het aantal inwoners in Landgraaf ligt op dit moment op ongeveer 37.300 inwoners en daalt naar verwachting in 2030 naar circa 33.300 inwoners. Krimp heeft duidelijk merkbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving, zoals leegstand van winkelpanden en woningen. De negatieve gevolgen hiervan worden ook gemerkt in de kern Waubach. Om deze gevolgen te mitigeren probeert de gemeente door middel van de innovatieve toepassing van wijkacupunctuur (opkopen en slopen van incourante particuliere woningen) delen van het gebied te revitaliseren. Dit komt ten goede aan de leefbaarheid en een duurzame invulling van het gebied. Deze aanpak krijgt een plaats in het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte dat de gemeente voor de kern Waubach gaat maken. Waubach ligt in de voormalige gemeente Ubach over Worms en omvat een woon- en winkelgebied, waarvan een deel is aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht. In dit nieuwe bestemmingsplan worden onder andere de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden verruimd door flexibele kaders te scheppen. Hierdoor kunnen ontwikkelingen makkelijker en voortvarender gerealiseerd worden. Dit moet er onder andere toe leiden dat het makkelijker wordt om aan huis gebonden bedrijvigheid te starten.

Dit maakt het eenvoudiger om met ondernemerschap te starten en kan uiteindelijk leiden tot doorgroei naar leegstaande winkelpanden. Ook wordt het door globale bestemmingen op te nemen bestemmingsplan makkelijker gemaakt om nieuwe initiatieven in leegstaande winkelpanden te starten. Het stimuleren van deze nieuwe initiatieven komt ten goede aan de economische vitaliteit van het gebied en bestrijdt de lokale effecten van de economische crisis. Daarnaast zal dit bestemmingsplan actief sturen op duurzaamheid, bijvoorbeeld door soepelere regels op te nemen voor het plaatsen van zonnepanelen aan de voorzijde van een woning.

35

Staatscourant 2017 nr. 33137

20 juni 2017

Gravenrode, gemeente Landgraaf Park Gravenrode is een toeristisch-recreatief gebied in Parkstad Limburg. Er is een grote variatie van natuur en landschappen door de aanwezigheid van beken, uitgestrekte hellingbossen, kastelen en een stuwmeer. Daarnaast liggen er een groot evenemententerrein en diverse attracties in het gebied. Park Gravenrode is één van de belangrijkste economische dragers in de gemeente Landgraaf. De verwachting is dat het park op toeristisch-recreatief gebied in beweging blijft. Om Park Gravenrode blijvend aantrekkelijk te houden, is er behoefte aan vernieuwende en aansprekende plannen; niet alleen de verdere ontwikkeling van bestaande attracties, maar ook de ontwikkeling van nieuwe attracties. Van belang daarbij is dat ontwikkelingen in het park complementair aan elkaar zijn. Een goede samenwerking tussen de verschillende attracties kan meerwaarde opleveren en de concurrentiepositie van het park ten opzichte van andere toeristische gebieden verbeteren. Dit leidt ertoe dat de werkgelegenheid in de regio toeneemt. Om voortvarend in te spelen op deze ontwikkelingen wordt een flexibel bestemmingsplan opgesteld dat de ontwikkelingsmogelijkheden van het park bevordert. Het doel van de gemeente Landgraaf is om een toekomstbestendige ruimtelijke regeling voor het gehele Park Gravenrode vast te stellen.

Door gebruik te maken van instrumenten die dit experiment biedt, krijgt de gemeente onder andere de kans om regels te stellen over de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente Landgraaf zal de bredere reikwijdte onder andere gebruiken om te sturen op duurzaamheid. De gemeente heeft de ambitie om een kader te scheppen dat nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen toestaat indien gelijktijdig maatregelen worden genomen die voor het gebied een duurzame kwaliteitsverbetering opleveren. Voorbeelden hiervan zijn een verbetering van de akoestische situatie door het treffen van geluidmaatregelen, een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit van het Strijthagerbeekdal en het realiseren van vleermuisvriendelijke verlichting.

Bad Nieuweschans, gemeente Oldambt Bad Nieuweschans is een klein dorp in het noordoosten van de provincie Groningen dat direct aan Duitsland grenst. In Bad Nieuweschans bevinden zich verschillende functies op korte afstand van elkaar: een kuuroord waar ongeveer 200.000 bezoekers per jaar komen, een bedrijventerrein en een kartonnage fabriek. Daarnaast is Bad Nieuweschans een beschermd dorpsgezicht. Voor een aantal historische en monumentale gebouwen, een voormalige graansilo en remise, wordt een nieuwe functie gezocht en voor een terrein van een voormalige fabriek bestaan plannen voor herinrichting. De gemeente wil met een projectgroep vanuit de verschillende beleidsvelden en een stedenbouwkundig bureau in samenspraak met alle in het dorp betrokkenen een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opstellen. Met het experiment wil de gemeente een relatie leggen met een op te stellen omgevingsvisie. Het is de bedoeling om door middel van een flexibel bestemmingsplan meer functies mogelijk te maken, zonder dat hiervoor lange procedures nodig zijn. De gemeente verwacht door meer bestuurlijke afwegingsruimte toe te kennen, sneller op nieuwe en innovatieve ontwikkelingen te kunnen inspelen.

De verbrede reikwijdte wil de gemeente verder gebruiken om meer zaken in het bestemmingsplan te betrekken, zoals veiligheid, gezondheid, milieu, landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, het uiterlijk van bouwwerken, duurzaamheid en natuurbescherming. Ook kunnen op die manier nieuwe economische ontwikkelingen worden gestimuleerd. De gemeente wil een extra impuls geven aan de werkgelegenheid door de bezoekers van het kuuroord met de aanwezigheid van extra bedrijvigheid, horeca en detailhandel te verleiden langer in het dorp te verblijven. Dit wil de gemeente realiseren door te stimuleren dat de panden binnen het beschermde dorpsgezicht behouden blijven en waar nodig worden gerestaureerd. Door in het bestemmingsplan beleid voor milieu, duurzaamheid en gebiedskwaliteiten op te nemen worden de regels voor de fysieke leefomgeving geïntegreerd. Ook wil de gemeente onderzoeken om aanverwant beleid zoals welstand, parkeerbeleid en monumentenbeleid eveneens in het bestemmingsplan op te nemen. Dit draagt bij aan een betere borging van de bestaande kwaliteiten. Door randvoorwaarden ten behoeve van duurzaamheid op te nemen als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen verwacht de gemeente een duurzame ontwikkeling te stimuleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13675861/1