Gewijzigde vaststelling BP Herijking Nuenen West, Opwettenseweg 189-191 - Bijlage 4 bij toelichting, Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets Nuenen West Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 411948 concept revisie 00 26 september 2019
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 4 4
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
5
3
Methodiek
7
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
7 7 8 8
4
Resultaten
9
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten
9 9 9 11 15
5
Toetsing
17
5.1.1 5.1.2 5.1.3
Vogels Zoogdieren Vlinders
17 17 18
6
Bronnen
20
Bijlagen Bijlage 1: resultaten onderzoek te slopen / renoveren gebouwen (Antea group, 2019) Bijlage 2: onderzoek kleine marterachtigen Nuenen West. Bijlage 3: Wettelijk kader
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2019.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Conclusies en advies Nuenen West BV is voornemens om tussen Nuenen en Eindhoven woningen te realiseren. Voor de woningbouwlocatie Nuenen-West is gezien de ontwikkelingen in de woningmarkt een herijkt stedenbouwkundig plan opgesteld. Dit plan is vastgelegd in het bestemmingsplan “Chw Nuenen West, ontwerp, 13-02-2019”. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Steenmarter; Eekhoorn; Das; Teunisbloempijlstaart; Vogels met jaarrond beschermde nesten (mogelijk aanwezig kerkuil, buizerd, steenuil, huismus); Vleermuizen; Algemene broedvogels (nestplaatsen). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor de uitvoering van het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en welke eventuele vervolgacties (nader onderzoek en of ontheffingsaanvraag) nodig is.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding in fase 1
Is een ontheffing noodzakelijk
Nader onderzoek
Steenmarter
Ja
Mogelijk
Mogelijk
Ja, op locatie te slopen/renoveren woningen (zie bijlage I)
Eekhoorn
Ja
Waarschijnlijk
Mogelijk
Ja, in de winter check nesten
Das
Nee
Nee
Nee
Nee
Vleermuizen
Mogelijk
Waarschijnlijk
Mogelijk
Ja, op locatie te slopen/renoveren woningen (zie bijlage I)
Teunisbloempijl staart
Ja
Ja
Nee
Ja, in rupsen periode check rupsen
Steenuil
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Kerkuil
Mogelijk
Mogelijk / Ja
Mogelijk
Ja
Buizerd
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Huismus
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, op locatie te slopen/renoveren woningen (zie bijlage I)
Amfibieën
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Vindplaats rups teunisbloempijlstaart Biotoop met waardplanten teunisbloempijlstaart Waarneming steenmarter (cameraonderzoek) Waarneming eekhoorn (cameraonderzoek) Waarneming steenuil (zicht en geluid), mogelijk nest Nestkast kerkuil Verblijfplaats gewone dwergvleermuis (Mogelijk) aanwezigheid huismus (Mogelijke) verblijfplaats vleermuis Figuur 0.1. (Mogelijke) aanwezigheid beschermde soorten plangebied.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Nuenen West BV is voornemens om tussen Nuenen en Eindhoven woningen te realiseren. Voor de woningbouwlocatie Nuenen-West is gezien de ontwikkelingen in de woningmarkt een herijkt stedenbouwkundig plan opgesteld. Dit plan is vastgelegd in het bestemmingsplan “Chw Nuenen West, ontwerp, 13-02-2019”. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. Deze natuurtoets is ten behoeve van het bestemmingsplan al in 2017 opgesteld. Omdat de ontwikkeling van Nuenen West een lange doorlooptijd heeft is de lange termijn aanpak rond beschermde soorten beschreven in een soorten managementplan (Antea Group, 2019). Een van de onderdelen van dit soortmanagementplan is een jaarlijkse update rond het voor komen van beschermde soorten. Het voorliggende document bevat deze update.
Daarbij zijn ook de resultaten van onderzoeken meegenomen die na 2017 nog zijn uitgevoerd in het gebied. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage I en II. Het gaat om een onderzoek naar het voor komen van beschermde soorten in te slopen / renoveren gebouwen en om een onderzoek naar kleine marterachtigen. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Blad 1 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Globespotter.
1.2
Planvoornemen In het plangebied wordt in de komende jaren een woonwijk gerealiseerd. De opzet van deze woonwijk is globaal weergegeven op Figuur 1.2. De wijk wordt in de komende twintig jaar ontwikkeld. Bestaande gebouwen en de omliggende tuinen in het plangebied blijven grotendeels behouden. De in de komende jaren af te breken gebouwen zijn weergegeven in Bijlage I. De agrarische percelen en een aantal verruigde percelen worden omgevormd tot woongebied. De komende jaren wordt de woonwijk vanuit de Europalaan naar het zuiden toe ontwikkeld. Dit sluit aan bij reeds ontwikkelde delen van de wijk. Pas in een later stadium wordt de woonwijk aan de noordkant van de Europalaan ontwikkeld.
Blad 2 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplankaart Nuenen West (Chw Nuenen West, ontwerp, 13-02-2019).
Blad 3 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming.
Blad 4 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) relevant voor voorliggende Natuurtoets. In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen.
Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage.
Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt
Blad 5 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting. Beleidsregels soorten Provincie Noord Brabant In provincie Noord Brabant zijn aanvullend op de soorten beschermd in de Habitatrichtlijn en de ‘andere soorten’ (genoemd in artikel 3.10, bijlage A en bijlage B van de Wnb) een aantal soorten uit artikel 3.10 niet vrijgesteld. Het betreft de wezel, hermelijn en bunzing.
1
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden
Blad 6 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2014-2019 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd. De Natuurtoets bouwt voort op de resultaten van de eerder uitgevoerde uit 2017 (Antea Group, 2017).
Blad 7 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Om te komen tot een volwaardige inventarisatie is het plangebied op verschillende momenten bezocht door één of meerdere ecologen. De data en omstandigheden tijdens de inventarisaties zijn weergegeven in Tabel 1.2. Tabel 2.1. Overzicht terreinbezoeken en omstandigheden.
Datum 15-05-2019 23-05-2019 6-06-2019 27-06-2019 9-07-2019 13-08-2019 27-08-2019 30-08-2019
3.4
Omstandigheden 15 graden Celsius en zonnig 17 graden Celsius en zonnig 19 graden Celsius en licht bewolkt 21 graden Celsius, zonnig 17 graden Celsius, licht bewolkt 20 graden Celsius, licht bewolkt. 28 graden, zonnig 12 graden, licht bewolkt,
Alle (gebouw bewonende) soorten Alle (gebouw bewonende) soorten Alle (gebouw bewonende) soorten Kleine marters, vlinders, kerkuil Kleine marters, vlinders Alle soorten Vleermuizen Vleermuizen
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 8 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek).
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt aan de westkant van Nuenen en aan de oostkant van Eindhoven. Het plangebied ligt tegen de bebouwde kom van Nuenen aan. Ten westen van het plangebied ligt het Dommeldal. Het plangebied bestaat uit een hoofdzakelijk agrarisch landschap met afwisselend een aantal woningen en bosjes. Een deel van het plangebied ligt braak met het oog op de geplande woningbouwontwikkeling. Een deel van de toekomstige woonwijk is reeds gerealiseerd. Een impressie van het plangebied is weergegeven op Figuur 4.1.
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de niet-
Blad 9 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd, of die uit voorgaande onderzoeken komen. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2014-2019).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren
Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen
Soort
Boomvalk Buizerd Grote gele kwikstaart Havik Huismus kerkuil Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Bever Bunzing Das Eekhoorn Steenmarter Waterspitsmuis Wezel Hermelijn Kamsalamander Alpenwatersalamander Geen waarnemingen Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine ijsvogelvlinder Bosbeekjuffer Geen waarnemingen Kartuizer anjer Geen waarnemingen
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
Blad 10 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het betreft de boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, slechtvalk, sperwer en steenuil. Kerkuil Op de in 2017 vastgestelde nestlocatie van de kerkuil (Dubbestraat nr. 5) heeft in 2019 voor het eerste sinds lange tijd geen kerkuil gebroed (mondelinge mededeling bewoner). Na navraag bij bewoners van woningen die een logische andere nestlocatie zouden kunnen zijn voor deze soort (Vorsterdijk nr. 14 en Dubbestraat nr. 46) blijkt nergens een broedgeval van de kerkuil te zijn geconstateerd. Wel is het broedgeval van de bosuil opnieuw geconstateerd aan de Vorsterdijk nr. 14. Steenuil Tijdens de bezoeken van 27-08-2019 en 30-08-2019 is een nog niet eerder in het plangebied waargenomen steenuil gehoord in het gebied ten zuiden van de Opwettenseweg.
Op 30-07-2019 is de steenuil ook waargenomen op het dak van een schuur aan de Opwettenseweg 102. De nestlocatie van de uil ligt vermoedelijk in het stuk ten zuiden van de Opwettenseweg. Huismus Voor een aantal af te breken / renoveren gebouwen is een apart onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage I). Uit dit onderzoek blijkt dat het niet uit te sluiten is dat op een aantal plaatsen jaarrond beschermde nesten van huismussen voorkomen. Buizerd Het is onduidelijk of de buizerd in 2019 weer gebroed heeft in het plangebied. Er zijn tijdens de terreinbezoeken verschillende keren buizerds waargenomen. Dit maakt het aannemelijk dat de soort weer in het plangebied gebroed heeft. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in het plangebied voorkomen. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Naast de bovengenoemde categorie 1-4 vogelsoorten zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.
Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie in het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten zoals houtduif, lijsters en merel. Het is zeer waarschijnlijk dat in het plangebied broedvogels aanwezig zijn.
Blad 11 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Zoogdieren Vleermuizen In het plangebied komen vleermuizen voor. Het vleermuisonderzoek uit 2017 heeft zich toegespitst op twee te slopen gebouwen en de aanwezigheid van essentiële vliegroutes of foerageergebieden. Er zijn in het onderzoek geen verblijfplaatsen aangetroffen. Ook is geen sprake van essentiële vliegroutes en of foerageergebieden. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in de huidige situatie gewijzigd is. Op dit moment is het echter wel duidelijk dat nog een aantal gebouwen gesloopt of gerenoveerd gaat worden in aanvulling op de voorgenomen sloop van twee gebouwen. Voor deze gebouwen moet deels nog onderzoek worden uitgevoerd naar het voorkomen van verblijven van vleermuizen (zie bijlage I). Van twee gebouwen is reeds bekend dat hier vleermuizen aanwezig zijn (zie Figuur 0.1). Overige (land)zoogdieren Bunzing, wezel en hermelijn Naar het voorkomen van kleine marterachtigen is aanvullend op eerder uitgevoerd onderzoek (Antea group, 2017) een onderzoek met cameravallen uitgevoerd. In 2017 stond de bescherming en daarmee ook de beschikbare onderzoeksmethodieken voor onderzoek naar kleine marterachtigen nog in de kinderschoenen. Daarom is op basis van de laatste inzichten onderzoek naar deze soortgroep uitgevoerd (Antea Group, 2019, zie ook bijlage II).
Middels het conform het beschikbare protocol uitgevoerde onderzoek met cameravallen zijn in het plangebied geen kleine marters waargenomen (Provincie Noord Brabant, 2017). Daarmee kan worden gesteld dat op dit moment geen kleine marters in het plangebied voorkomen. In de rapportage die genoemd is in Bijlage I is nog vernoemd dat wel kleine marters zijn waargenomen, maar dat is gebaseerd op de gegevens uit 2017. Op basis van de laatste inzichten (Antea group, 2019, zie Bijlage II) komen dus op dit moment geen kleine marters voor in het gebied. Steenmarter Op basis van de bureaustudie blijkt dat de steenmarter in het plangebied is waargenomen. Uit het onderzoek met cameravallen blijkt de soort enkele keren in het plangebied te worden waargenomen (zie Figuur 4.1). De locatie van een eventuele verblijfplaats van deze soort is onbekend.
Figuur 4.1. Lb: waargenomen eekhoorn, rb: waargenomen steenmarter, lo waargenomen das.
Blad 12 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Das De das komt volgens de bureaustudie in het plangebied voor. Hij is ook waargenomen met behulp van het onderzoek met cameravallen (zie Figuur 4.1). In Antea Group, 2017 is beschreven waar de burchten van de das in de omgeving van het plangebied liggen. In het plangebied is (nog) geen burcht aanwezig. Eekhoorn Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat de eekhoorn in het plangebied voorkomt. Uit het onderzoek met cameravallen blijkt dat de soort ook nu nog in het plangebied voorkomt (zie Figuur 4.1). Nesten zijn niet waargenomen. Nesten zijn echter in de zomerperiode moeilijk zichtbaar door het dichte bladerdek. Het kan niet worden uitgesloten dat nesten in het plangebied aanwezig zijn. Bever Uit de bureaustudie blijkt dat de bever in de omgeving van het plangebied is waargenomen. De bever is een soort die voor komt langs grotere wateren. Deze wateren ontbreken in het plangebied. Daarmee kan worden uitgesloten dat de bever in het plangebied voorkomt. Reptielen Op basis van de bureaustudie blijkt dat geen reptielen in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. In het plangebied zijn ook geen reptielen waargenomen tijdens de vele terreinbezoeken van de afgelopen jaren. Een groot deel van het plangebied is agrarisch in gebruik. Tussen deze agrarische percelen ligt af en toe een snipper met potentieel geschikt leefgebied voor de soort.
Het agrarisch gebruik zorgt er voor dat het gehele plangebied ongeschikt is. Potentieel geschikte gebieden liggen namelijk geïsoleerd ten opzichte van gebieden waar reptielen (levendbarende hagedis) voorkomen. Deze gebieden liggen ten noord oosten van de kern van Nuenen. Kolonisatie van het plangebied is zeer onwaarschijnlijk. Dit overwegende kan worden uitgesloten dat reptielen voorkomen in het plangebied. Amfibieën Op basis van de bureaustudie blijkt dat de kamsalamander en de alpenwatersalamander in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De aanwezigheid van de alpenwatersalamander en kamsalamander in het plangebied is in 2017 onderzocht conform richtlijnen uit het kennisdocument kamsalamander (BIJ12, 2017). Tijdens verschillende terreinbezoeken is gericht gezocht naar amfibieën in de verschillende wateren in het plangebied. Alleen algemene soorten zoals de gewone pad en de bruine kikker zijn waargenomen. Zwaarder beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Op basis van de informatie en de onderzoeken is uit te sluiten dat zwaarder beschermde amfibieën in het plangebied voorkomen. Vissen Uit de bureaustudie komen geen waarnemingen van beschermde vissoorten in het plangebied en een omtrek van 2,5 kilometer. In het plangebied zijn geen waterlopen aanwezig die geschikt biotoop vormen voor zwaarder beschermde vissoorten.
Het kan daarmee worden uitgesloten dat zwaarder beschermde vissoorten in het plangebied voor komen. Vlinders, Libellen en overige soortgroepen Uit de bureaustudie blijkt dat de grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en bosbeekjuffer in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De waarnemingen van de grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en bosbeekjuffer zijn nieuw ten opzichte van 2017. De iepenpage is met name veel waargenomen ten zuidwesten van het plangebied. De soort heeft iepen nodig. In het plangebied staan geen iepen. Het plangebied is daarmee ongeschikt voor deze soort.
Blad 13 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
De grote weerschijnvlinder komt met name voor langs de randen van bossen waar oude solitaire bomen staan. De waardplant is de boswilg / grauwe wilg. De waarneming uit NDFF komt uit het bosgebied bij het Dommeldal. Dit gebied biedt zeer geschikt leefgebied voor de soort. Het plangebied is veel minder geschikt door het deels intensieve agrarische karakter. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt. De kleine ijsvogelvlinder komt voor in bosachtige / half open landschappen. Hierbij is het voorkomen van de waardplant kamperfoelie essentieel. Kamperfoelie ontbreekt in het plangebied waardoor het voorkomen van de kleine ijsvogelvlinder in het plangebied kan worden uitgesloten. De bosbeekjuffer is een soort van beschutte stromende beekjes. Dit biotoop ontbreekt in het plangebied. Daarmee kan worden uitgesloten dat de soort voor komt in het plangebied. Tijdens het terreinbezoek van 27-06-2019 is een rups van de teunisbloempijlstaart waargenomen (locatie zie Figuur 0.1) (foto zie Figuur 4.1). In het vervolg van dit terreinbezoek en tijdens het terreinbezoek van 9-07-2019 is intensief gezocht naar eventuele andere exemplaren op waardplanten van de soort (oa. teunisbloem en kattenstaart). Er zijn geen andere exemplaren gevonden.
Figuur 4.1. Links: rups teunisbloempijlstaart, rechts: biotoop vindplaats.
Op basis van de resultaten uit de bureaustudie, de terreinbezoeken en het biotoop worden geen andere zwaarder beschermde vlinders, libellen of soorten uit andere soortgroepen verwacht in het plangebied. Flora Uit de bureaustudie blijkt dat de in de omgeving van het plangebied de kartuizer anjer is waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen zwaarder beschermde planten waargenomen. Het biotoop is voor grote delen ook maar beperkt geschikt voor soorten die uit de bureaustudie komen. Het plangebied is grotendeels landbouwkundig in gebruik, of is tot voor kort in gebruik geweest voor de landbouw. De delen waar dit niet het geval is zijn tijdens de verschillende terreinbezoeken onderzocht op het voor komen van beschermde planten. Er zijn geen exemplaren van zwaarder beschermde planten waargenomen. Het kan daarmee worden uitgesloten dat beschermde plantensoorten in het plangebied voorkomen.
Blad 14 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Toelichting
Beschermd tijdens het broedseizoen Jaarrond beschermd nest Jaarrond beschermd nest Jaarrond beschermd nest Jaarrond beschermd nest
Mogelijk
JRBN
JRBN
Mogelijk
Vleermuizen
Artikel 3.5
Ja
Das
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Steenmarter
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Eekhoorn
Artikel 3.10, onderdeel A
Ja
Leefgebied en waarschijnlijk nesten
Teunisbloempijl staart
Artikel 3.5
Ja
Komt voor in het plangebied
Vogels Kerkuil Buizerd Huismus Steenuil
Blad 15 van 19
Ja Ja
Ja Ja
Vorig jaar, nestlocatie Mogelijke nestlocatie in het plangebied Mogelijke nestlocaties in te renoveren woningen Mogelijk nestlocatie ten zuiden van Opwettenseweg Mogelijke nestlocaties in het plangebied Twee verblijfplaatsen, mogelijk meer in te renoveren woningen Komt sporadisch in het plangebied, geen burcht in gebied. Komt voor in het plangebied. Mogelijk zijn er vaste rust en verblijfplaatsen
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
5
Toetsing
5.1.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). In het plangebied komt een aantal soorten voor met een jaarrond beschermd nest. Daarnaast zijn er enkele soorten die mogelijk in het plangebied een nest hebben. De buizerd, steenuil en huismus hebben mogelijk een nest in het plangebied. De kerkuil heeft vorig jaar gebroed in het gebied. Middels soortenonderzoek (conform de daarvoor geldende protocollen) moet in 20202 inzichtelijke gemaakt worden of de soorten een nest in het plangebied hebben en waar de locatie van dit nest is. Bij een negatief effect op een jaarrond beschermd nest is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde.
Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.1.2
Zoogdieren Vleermuizen In het plangebied komen vleermuizen voor. Bij twee te slopen woningen zijn verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig (zie Figuur 0.1). Het type verblijfplaats is niet duidelijk. Ook is het niet duidelijk welke soort gebruik maakt van de verblijven. Nader onderzoek is nodig om de soort vleermuis en het type verlbijfplaats te bepalen. Ook moet bij een aantal andere te slopen / renoveren gebouwen onderzoek naar vleermuizen worden uitgevoerd (zie Bijlage I). 2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 16 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn beschermd. Ook zijn essentiele 3 foerageergebieden en vliegroutes beschermd. Er zijn geen essentiële foerageergebieden / vliegroutes in het plangebied aanwezig. Wel verdient het de aanbeveling om met name de route / bomenrij langs de Bakertse Landweg te behouden in verband met de aanwezige vliegroute van vleermuizen. In het ontwerp van de beplanting langs deze weg zijn deze bomen opgenomen, en bij de realisatie daadwerkelijk behouden. Steenmarter De steenmarter gebruikt het plangebied als foerageergebied. Gezien het schaalniveau van het plangebied is het aannemelijk dat in het plangebied verblijfplaatsen aanwezig zijn. De soort is beschermd volgens artikel 3.10 (onderdeel A) uit de Wet natuurbescherming. Met name de verblijfplaatsen zijn daarbij beschermd. Door de planontwikkeling verdwijnt een deel van het leefgebied en verdwijnen wellicht ook een of meerdere verblijfplaatsen. Om dit te kunnen doen is een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig. Geadviseerd wordt om in geval van sloop van gebouwen aanvullend onderzoek te doen naar het eventueel voor komen van verblijfplaatsen van steenmarter. De lijst van gebouwen waar dit over gaat is opgenomen in Bijlage I. Das In het plangebied komt de das sporadisch voor. De das is beschermd middels Artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming.
In het plangebied zijn geen burchten aanwezig. De dichtsbijzinde burcht ligt op meer dan 400 meter van het plangebied af. Rond de burchten blijft na de onwikkeling van Nuenen-West voldoende foerageergebied voor de das over. Ook belemmert de ontwikkeling van Nuenen-West de onderlinge bereikbaarheid van de burchten maar zeer beperkt. Gesteld kan worden dat het effect van de ontwikkeling van Nuenen-West op de das te verwaarlozen is. Eekhoorn De eekhoorn is waargenomen in het plangebied. De eekhoorn is beschermd middels Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Deze bescherming geldt voor de nesten van de eekhoorn en het essentiële leefgebied dat hier om heen ligt. Nesten van de eekhoorn zijn in 2019 niet vastgesteld. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de periode dat de inventarisatie heeft plaatsgevonden. Het is zeer lastig om in de zomer de nesten te vinden tussen het groene bladerdek. Geadviseerd wordt om in de winterperiode een inventarisatie uit te voeren naar het voorkomen van nesten van de eekhoorn. Bij de aanwezigheid van nesten moet het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de nesten worden bepaald. Bij een negatief effect is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden te mogen uitvoeren.
5.1.3
Vlinders In het plangebied is één rups van de teunisbloempijlstaart waargenomen. De teunisbloempijlstaart is beschermd middels Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. De waardplanten van de teunisbloempijlstaart zijn onder andere de teunisbloem en kattenstaart. Deze soorten komen voor in pioniervegetaties. Deze vegetaties zijn in ruime mate aanwezig in het plangebied in verband met de inrichtingswerken ten behoeve van de te ontwikkelen woonwijk. Daarbij blijven delen van percelen tijdelijk braak liggen. Op deze percelen ontwikkelt zich een pioniervegetatie die geschikt is voor de teunisbloempijlstaart.
3
Essentieel moet gelezen worden als essentieel voor het functioneren van een verblijfplaats.
Blad 17 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Het vernietigen van het leefgebied van de teunisbloempijlstaart is niet toegestaan. Nu is dit in het geval van deze pijlstaart lastig omdat het een vegetatie betreft die alleen aanwezig is in het pionierstadium. Geadviseerd wordt om een ontheffing voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan te vragen voor het deelgebied waar de rups in is aangetroffen. In deze ontheffing worden de maatregelen beschreven die genomen worden om de teunisbloempijlstaart en het bijbehorende leefgebied te beschermen. Daarnaast wordt geadviseerd om in de periode juni – september opnieuw mogelijk aanwezige rupsen in kaart te brengen.
Blad 18 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
6
Bronnen Antea group, 2016. Natuurtoets. Nuenen West bouwvlak C en D. Antea group, 2017. Nuenen West. Toetsing soortenbescherming Wet natuurbescherming. Antea group, 2017. Natuurtoets. Basisschool de Mijlpaal Nuenen West. Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een uitwerkingsplan. Antea group, 2019. Nuenen West. Aanvullend inventarisatie beschermde soorten te slopen / renoveren opstallen. Antea group, 2019. Soortmanagementplan. Ontwikkeling van Nuenen West in relatie tot soortenbescherming. Antea group, 2019. Nader onderzoek kleine marters Nuenen West. Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017. Kennisdocument steenuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument huismus. BIJ12, 2017. Kennisdocument kerkuil. BIJ12, 2017. Kennisdocument buizerd. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009.
Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Provincie Noord Brabant, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. Overig: NDFF
Blad 19 van 19
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlagen
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlage 1: resultaten onderzoek te slopen / renoveren gebouwen (Antea group, 2019)
1
2
3 4
5
6
8
7 Figuur 1. Ligging locaties met te slopen / renoveren opstallen.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel 1a. Samenvatting beschermde soorten te slopen(s) / renoveren (r) locaties. Locatie 1s J
Locatie 2s M
Locatie 3s N
Locatie 4s N
4r M
Huismus
M
N
N
N
M
Uilen (kerkuil/steenuil) Buizerd
N
N
N
N
N
N
N
N
N
N
Steenmarter
M
M
N
N
N
Kleine marter
N
M
N
N
N
Eekhoorn
N
N
N
N
N
Algemene broedvogels* Overige
J
M
M
J
M
N
N
N
N
N
Vleermuizen
Tabel 1b. Samenvatting beschermde soorten te slopen(s) / renoveren(r) locaties.
Vleermuizen
5s N
Locatie 5r M
Locatie 6s M
Locatie 7s M
Locatie 8s J
Huismus
N
J
N
N
N
Uilen (kerkuil/steenuil) Buizerd
N
N
N
N
N
N
N
N
N
N
Steenmarter
N
N
M
M
N
Kleine marter
N
N
J
N
J**
Eekhoorn
N
N
N
N
N
Algemene broedvogels* Overige
M
M
J
J
M
N
N
N
N
N
J N M
Ja, aanwezig, belemmering uitvoering, wellicht nader onderzoek nodig, ontheffing nodig. Nee, zeker niet aanwezig, geen belemmering uitvoering Mogelijk aanwezig, nader onderzoek, belemmering uitvoering, wellicht ontheffing nodig.
*J betekent: nu aanwezig. M betekent: mogelijk geschikt maar nu geen actueel broedgeval vastgesteld ** Het gebouw is ongeschikt als verblijfplaats voor kleine marter. De tuin is echter wel leefgebied
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlage 2: onderzoek kleine marterachtigen Nuenen West.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Bijlage 3: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
Amfibieën
kamsalamander knoflookpad
Dagvlinders
Haften
Nachtvlinders Reptielen
Sporenplanten
Vissen Weekdieren Zaadplanten
hazelmuis lynx noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
gestreepte waterroofkever juchtleerkever
Libellen
landzoogdieren
bever
rugstreeppad
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Zoogdieren
Zoogdieren vleermuizen
ingekorven vleermuis kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
tonghaarmuts
Zoogdieren
kleine zwaardwalvis
kleine vlotvaren
zeezoogdieren
narwal
steur
orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder
Dagvlinders
Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Nuenen West projectnummer 411948 26 september 2019 revisie 00 Nuenen West B.V.
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).