Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West - Toelichting gewijzigd (wijzigingen gemarkeerd)
Tekst van het document
4.1
Rijksbeleid
De nationale overheid heeft de visie op het ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en dit vertaald in algemene regels die opgenomen zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Regels ten aanzien van de omgevingsvergunning zijn opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarnaast is er de eerder aangehaalde Crisis- en herstelwet (Chw) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten, als voorloper van de Omgevingswet. 4.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is een van de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting in 2022) gaat gebruiken. De Novi bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving en is onder andere de opvolger van de SVIR. In de zomer van 2019 is het ontwerp van de Novi gepubliceerd. Dat ontwerp wordt van 20 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegd. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld door de ministers die verantwoordelijk zijn voor de Novi. Na vaststelling van de Novi is deze in het najaar van 2020 in werking getreden.
De ambities van het Rijk met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn in de Novi uitgewerkt in de volgende prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Op basis van deze prioritieten worden door het Rijk en de decentrale overheden beleidskeuzes gemaakt. Een van de afwegingsprincipes bij het maken van die keuzes is dat bij de afweging de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Werken met de Omgevingswet (en dus met de Novi) vraagt ook om een overheid die samenwerkt met de samenleving, de opgaven centraal stelt, gebiedsgericht werkt en permanent en adaptief bezig is met opgaven in de fysieke leefomgeving.
Woningbouwontwikkelingen zoals die mogelijk gemaakt worden door dit Chw-bestemmingsplan, worden niet expliciet genoemd in de Novi of in de bijbehorende uitvoeringsagenda. Voor wat betreft de ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie geldt dat deze twee onderwerpen als ordenend principe in de planvorming voor Nuenen West doorwerken. Woningen worden gasloos en zo duurzaam mogelijk gebouwd. In paragraaf 5.7 is toegelicht hoe omgegaan wordt met waterberging en -afvoer. Uit die paragraaf blijkt dat er zowel in als buiten het plangebied voldoende ruimte is voor waterberging, wat ook bijdraagt aan de ontwikkeling van een klimaatadaptieve woonwijk. Dit Chw-bestemmingsplan maakt bevolkingsaanwas mogelijk en levert een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarmee past de ontwikkeling in de ambities op het gebied van het economisch groeipotentieel en de (door)ontwikkelingen van sterke en gezonde regio's. Het plangebied ligt niet in het landelijk gebied, dus dit thema uit de Novi is niet relevant voor dit Chw-bestemmingsplan.
Conclusie Het beleid uit de Nationale omgevingsvisie werkt niet direct door in de ontwikkeling van Nuenen West. De afwegingen voor de ontwikkeling van de woonwijk vinden op decentraal niveau plaats.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In het Barro stelt het Rijk een aantal regels vast met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. Dit besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en in oktober 2012 op enkele onderdelen gewijzigd. Het Barro bevat regels ter bescherming van rijksbelangen, zoals rijksvaarwegen, buisleidingen, hoogspanningsleidingen en defensieterreinen. Voor de regio Eindhoven is de van de 380-Kv-hoogspanningsleiding van toepassing, gelegen in het noordoosten van Eindhoven. De invloedszone van de hoogspanningsleiding raakt echter niet tot aan het plangebied van Nuenen West. 4.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is een motiveringsplicht opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen, de ladder voor duurzame verstedelijking. Per 1 juli 2017 is de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd omdat er in de praktijk enkele knelpunten in de toepassing van de ladder ervaren worden. De meeste knelpunten hebben betrekking op de begrippen die in de huidige ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd worden, de toepassing van de ladder bij flexibele bestemmingsplannen, onderzoekslasten en regionale afstemming. De doelen van de ladder worden echter onderschreven. Dus ook in de gewijzigde ladder staan een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten, duurzaam ruimtegebruik en het tegengaan van overprogrammering centraal. Betekenis wijziging ladder voor duurzame verstedelijking Uit de wijziging van het tweede lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening kan afgeleid worden dat het in de gewijzigde ladder voor duurzame verstedelijking gaat om het aantonen van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in plaats van om het aantonen van de actuele regionale behoefte.
In de gewijzigde versie van de ladder ontstaat een onderscheid tussen de toetsing van de behoefte en de reikwijdte waarin die behoefte afgestemd moet worden (een voorgenomen ontwikkeling die uitsluitend gevolgen heeft voor een gemeente hoeft niet in regionaal verband afgestemd te worden). De aard en omvang van een stedelijke ontwikkeling vragen immers niet altijd om afstemming in regionaal verband. De begrippen “nieuwe stedelijke ontwikkeling” en “bestaand stedelijk gebied” worden door de wijziging van de ladder niet gewijzigd omdat zij inmiddels uitgekristalliseerd zijn in jurisprudentie. Met deze wijzigingen wordt de ladder voor duurzame verstedelijking teruggebracht naar de essentie. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is bepalen of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een behoefte vervult en indien nodig motiveren waarom de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat een uitgebreide toepassing van de ladder alleen nog maar plaats hoeft te vinden bij ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied en dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moeten worden.
In de nieuwe vorm richt de ladder voor duurzame verstedelijking zich op het aantonen van het nut en de noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling, in plaats van op het aantonen van de actuele regionale behoefte. Dit omdat dat laatste begrip leidde tot allerlei interpretatieverschillen. Een andere reden is dat een stedelijke ontwikkeling niet altijd om regionale afstemming vraagt. Bij het vaststellen van bestemmingsplannen wordt als het ware ruimte gereserveerd voor een bepaalde ontwikkeling. De toets aan de ladder is opgesteld om te waarborgen dat er geen ruimte gereserveerd wordt voor ongewenste ontwikkelingen of dat deze nieuwe ontwikkeling negatieve effecten heeft op andere gebieden (leegstand, verloedering). Bij vastgestelde plannen mag er vanuit gegaan worden dat dit voldoende afgewogen is, ongeacht of de toets aan de ladder wel of niet (plannen van voor 2013) doorlopen is. In onder andere de uitspraak van 24 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:489) wordt dit bevestigd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Nuenen West in 2008 is dus ruimte gereserveerd voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is een planologische mogelijkheid ontstaan voor de bouw van 1.575 woningen en de vestiging van een middelbare school en een basisschool.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
De planologische mogelijkheden van Nuenen West Het bestemmingsplan van Nuenen West betreft een uitbreidingsplan, waarbij eerst een uitwerkingsplan opgesteld moet worden, voordat er gebouwd kan worden. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan uitwerkingsregels opgesteld, waar deze plannen aan moeten voldoen. In de uitspraak van 18 mei 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1295) wordt door de Raad van State bevestigd dat een uitwerkingsplan niet aan de ladder getoetst hoeft te worden als dit plan past binnen de uitwerkingsregels van het moederplan. Als het nieuwe plan niet meer mogelijkheden biedt dan het vigerende plan, is er geen sprake van een nieuwe ontwikkeling. De vorm van het nieuwe plan is daarbij niet relevant. Een nieuw bestemmingsplan kan ook gebruik maken van de (onbenutte) mogelijkheden van het vigerende plan. In de afgelopen jaren zijn enkele delen van Nuenen West uitgewerkt in een uitwerkingsplan. Bouwveld A is deels al bewoond, voor de vestiging van een basisschool is een uitwerkingsplan vastgesteld, evenals voor bouwveld C en D. Deze plannen worden conserverend meegenomen in het nieuwe Chw-bestemmingsplan. De planologische mogelijkheid voor de vestiging van een middelbare school was opgenomen binnen bouwveld D, maar bij de uitwerking is hiervan afgezien.
Voor het resterende deel van het plangebied is alleen de mogelijkheid voor woningbouw opgenomen (plus een basisschool en kleinschalige voorzieningen in bouwveld E). Het nieuwe Chw-bestemmingsplan bevat daarom alleen bouwmogelijkheden voor woningen, plus de basisschool (reeds gebouwd en in gebruik) en kleinschalige voorzieningen in bouwveld E.
Dichtheid en verkaveling In het vigerende bestemmingsplan wordt gewerkt met bouwvelden, die voorzien zijn van voorschriften voor de uitwerking. Binnen de bouwvelden is een maximaal aantal wooneenheden per hectare vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. Tevens is in de regels geborgd dat er in het totale plangebied niet meer dan 1.615 woningen gebouwd kunnen worden. Daarnaast wordt met de verkaveling, de bestemmingen en met de kaders uit de beleidsregels 'stedenbouwkundige kwaliteit' ruimte vrijgehouden voor infrastructuur en natuur. Met het nieuwe Chw-bestemmingsplan wordt ook de inrichting van het plangebied geoptimaliseerd. Enkele bestaande woningen worden ingepast in de nieuwe bestemming en de groenstructuur, die in het vigerende plan langs de grens van het gebied loopt, wordt meer in het woongebied geïntegreerd. Met de nieuwe verkaveling neemt het uitgeefbaar oppervlak beperkt toe. Doordat het aantal woningen nagenoeg gelijk blijft, neemt de dichtheid enigszins af. Dit betekent echter niet dat hiermee sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Binnen het plangebied worden de planologische mogelijkheden anders gesitueerd, maar de omvang en het stedelijk karakter neemt niet toe. De herijking van het bestemmingsplan Nuenen West is daardoor niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Goede ruimtelijke ordening: Uitvoerbaarheid Een plan dat niet getoetst hoeft te worden aan de ladder, moet nog wel voldoen aan de vereisten ten aanzien van 'goede ruimtelijke ordening'. Het aantonen van de uitvoerbaarheid van het plan is een van de aspecten die hier bij horen. Een uitvoerbaar plan voorziet in ontwikkelingen waar behoefte aan is en maakt deze ontwikkelingen mogelijk op een locatie die daar geschikt voor is. Dit heeft veel overeenkomsten met de laddertoets, maar regionale afstemming en de onderbouwing van de locatie zijn minder relevant. Het vigerende plan is reeds regionaal afgestemd en het plangebied is bij de vaststelling opgenomen in het 'bestaand stedelijk gebied' uit de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant. Bij de uitvoerbaarheid moet onder andere gekeken worden of de bestemming nog steeds passend is voor dat gebied.
Een passende woonbestemming Bij de voorbereiding en vaststelling van het vigerende bestemmingsplan uit 2008 was er in de regio Eindhoven grote behoefte aan grondgebonden woningen voor starters en gezinnen. Voor Nuenen West
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Herijking Nuenen West is een opgave van 2.200 woningen gedefinieerd, waarvan 1.500 voor de regio en 700 voor de behoefte van de eigen gemeente. De regionale opvang was nodig, doordat er in en rond Eindhoven veel vraag is naar dit type woningen, maar de stad Eindhoven zelf niet de ruimte heeft om veel grondgebonden woningen te realiseren. Daar ligt de focus voornamelijk op gestapelde woningen. De ruimte voor gestapelde woningen is in het vigerende plan daarom beperkt (maximaal 15%). Voor het nieuwe Chw-bestemmingsplan moet beoordeeld worden of de beoogde woonfunctie van het gebied nog past bij de regionale opgave. Dit is ook een van de doelstellingen van het nieuwe plan. Veranderende marktomstandigheden zijn de aanleiding voor het herijken van het vigerende bestemmingsplan; het nieuwe plan moet beter aansluiten op de wensen van de markt. Voor de woongebieden die niet opgenomen zijn in een uitwerkingsplan wordt daarom de kwalitatieve woningbehoefte (woningtypen) afgestemd op de actuele regionale behoefte. Met de negen gemeente in het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn in 2017 woningbouwafspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen 2017 (11 juli 2017) en door de provincie geaccordeerd in het RRO (13 juli 2017). In dit Afsprakenkader is afgesproken de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen, vanuit een gezamenlijke visie op het wonen.
Vervolgens worden de majeure en nieuwe projecten gefaseerd ontwikkeld, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Een van de benoemde majeure projecten is Nuenen-West. Voor dit plan is ruimte voor 1.505 nog te realiseren woningen. Inclusief de 331 reeds gerealiseerde of vergunde woningen bevat Nuenen-West in totaal 1.615 woningen. Verder is vastgelegd dat Nuenen-West voornamelijk bedoeld is voor regionale behoefte. Het voorliggende Chw-bestemmingsplan biedt ruimte voor het bouwen van het aantal woningen zoals in het Afsprakenkader is afgesproken. Tevens is in nader overleg met de regio gekeken naar de kwalitatieve woningbouwopgave voor Nuenen West. Vanuit de bestaande afspraken was reeds bepaald, dat binnen het totale programma van 1.575 woningen nog minimaal 368 sociale koop- of huurwoningen gerealiseerd moeten worden en dat nog 150 bouwkavels bestemd zijn voor particulier opdrachtgeverschap. Vervolgens zijn nadere afspraken gemaakt met de regio (Portefeuillehoudersoverleg (Poho) Wonen d.d. 12 december 2018) over de nadere invulling van verschillende aspecten, zoals duurzaamheid, ruimte voor tijdelijke woningen en woningen voor het sociale en middeldure huursegment. Relevant voor dit Chw-bestemmingsplan is dat er concreet afspraken zijn gemaakt dat in het sociale segment 80 socialehuurwoningen worden gerealiseerd.
Het totale aandeel socialehuurwoningen komt hiermee op (minimaal) 95 woningen. Een deel hiervan wordt opgevangen in een beperkte verruiming van het totale programma: in totaal mogen 1.615 woningen worden gerealiseerd. Ook over de verdeling van woningen in de tijd (in de drie fasen van het Chw-bestemmingsplan) zijn afspraken gemaakt. De exacte afspraken zijn opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan en daarmee geborgd. Hiermee past het plan binnen de regionale woningbouwopgave.
Locatiekeuze en effecten op andere plannen Zoals eerder aangegeven is bij de vaststelling van het bestemmingsplan uit 2008 ruimte gereserveerd voor de bouw van 1.575 woningen in Nuenen West. Woningbouwplannen die in de tussenliggende periode zijn vastgesteld of in procedure zijn gebracht houden rekening met deze 'ruimtereservering'. Vastgestelde woningbouwplannen worden aangemerkt als harde plancapaciteit, wat inhoudt dat de planologische mogelijkheden van het plan meegerekend moeten worden bij de woningvoorraad, ongeacht of er een bouwvergunning verleend is (of een uitwerkingsplan opgesteld is). Het nieuwe Chw-bestemmingsplan voor Nuenen West voegt daardoor niets toe aan de feitelijke woningvoorraad van de gemeente Nuenen. Doordat de planologische mogelijkheden al meegewogen zijn in andere woningbouwplannen heeft het nieuwe Chw-bestemmingsplan geen belemmerende werking voor lopende ontwikkelingen in de regio. De uiteindelijke bouw en verkoop van de woningen zorgt wel voor verhuisbewegingen binnen Nuenen en de omliggende gemeenten. Hierdoor kan tijdelijke leegstand ontstaan, die past bij een dynamische woningmarkt en ook nodig is voor een goede doorstroming. De gefaseerde ontwikkeling van de wijk zorgt ervoor dat deze leegstand de tijd heeft om weer te herstellen. Structurele leegstand en
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West verloedering van woonwijken is, mede gezien de omvang van de regionale woningbehoefte, niet te verwachten.
Toevoeging socialehuurwoningen Ten aanzien van de 40 woningen die in 2018 'extra' mogelijk gemaakt zijn, geldt dat deze in regionaal verband afgestemd zijn (zie bijlage 8). Deze 40 woningen worden socialehuurwoningen (als onderdeel van het totale contingent aan socialehuurwoningen). De regionale afstemming is het product van afspraken over differentiëring van het woningbouwprogramma gelet op de toename aan kleine huishoudens en hun verwachtingen van een socialehuurwoning en stijgende bouwkosten. Gelet op de druk op de woningmarkt in de regio Eindhoven en de structurele vraag naar socialehuurwoningen kan gesteld worden dat de behoefte aan deze woningen verzekerd is. De woningen worden gerealiseerd in het bestaand stedelijk gebied (stedelijk concentratiegebied).
Conclusie Met het nieuwe Chw-bestemmingsplan voor Nuenen West worden geen nieuwe planologische mogelijkheden gecreëerd, die invloed hebben op woningen of voorzieningen in de regio, ten opzichte van de huidige planologische situatie. Met deze herijking wordt het woningbouwprogramma beter afgestemd op de huidige vraag van de markt, waardoor er voorzien wordt in een passend aanbod. Het plan voldoet daarmee aan de eisen ten aanzien van de uitvoerbaarheid en de goede ruimtelijke ordening. 4.1.4
Crisis- en herstelwet
4.1.4.1 Verbrede reikwijdte Met de Crisis- en herstelwet wil de overheid de procedures en mogelijkheden voor grote projecten versnellen. Hiermee wilde de overheid de gevolgen van de economische crisis bestrijden, door de werkgelegenheid te vergroten. Daarnaast moet de Chw bijdragen aan het halen van de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. In samenhang met het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt de Crisis- en herstelwet biedt de overheid ook de mogelijkheid om vooruit te lopen op de komst van de Omgevingswet en al te experimenteren met de nieuwe instrumenten van deze wet. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet biedt een groot aantal mogelijkheden om te experimenteren met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte: een Chw-bestemmingsplan. Door plannen aan te melden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als experiment in het kader van het opstellen van een Chw-bestemmingsplan kan er nu al gebruikt gemaakt worden van de mogelijkheden die artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt. Zo wordt de mogelijkheid geboden om naast de ruimtelijk relevante aspecten ook andere leefomgevingsaspecten op te nemen in het Chw-bestemmingsplan om op die manier bijvoorbeeld duurzaamheidsmaatregelen te borgen.
Ook wordt er meer ruimte geboden aan uitnodigingsplanologie door normen en regels op een andere manier te borgen. Het plan voor Nuenen West is aangemeld bij het ministerie en opgenomen in de zestiende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Op 20 juni 2017 is een voorpublicatie (zie bijlage 2 bij de toelichting) van de zestiende tranche gepresenteerd in de Staatscourant. De kaartbijlage bij de zestiende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet waarop het gebied staat waar de verbrede reikwijdte van toepassing is, is te downloaden via internet maar ook te vinden in bijlage 2 bij de toelichting. Op 28 november 2018 is de zestiende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet gepubliceerd in het Staatsblad. Met ingang van 29 november 2018 is deze tranche in werking getreden en de aanmelding van dit Chw-bestemmingsplan als experiment in het kader van Crisis- en herstelwet gehonoreerd.
Open normen en beleidsregels Door gebruik te maken van open normen en hieraan gekoppelde beleidsregels kan het
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Herijking Nuenen West Chw-bestemmingsplan eenvoudiger en beter leesbaar worden, zonder dat er direct ongewenste ontwikkelingen mogelijk worden. Met open normen en beleidsregels kan met het Chw-bestemmingsplan beter ingespeeld worden op actuele ontwikkelingen. Voor Nuenen West wil de gemeente gebruik maken van deze mogelijkheid door open normen op te nemen voor de ruimtelijke kwaliteit, het parkeerbeleid en het woningbouwprogramma. Voor deze thema's zijn beleidsregels opgesteld. Concreet gaat het om de volgende beleidsregels: 1. Beleidsregel 'stedenbouwkundige kwaliteit'. Zoals vermeld in de inleiding, is één van de aanleidingen om tot dit Chw-bestemmingsplan te komen, het feit dat het oude bestemmingsplan uit 2008 dusdanig strakke kaders stelt, dat nieuwe woningen niet meer kunnen voldoen aan de eisen en wensen van de huidige woonconsument. Meer flexibiliteit was daarom gewenst. Dit is verwerkt door in de directe regels voor de woongebieden harde bepalingen op te nemen over dichtheden, bouwhoogten, de diepte van hoofdgebouwen, (de afstand van bebouwing tot) rooilijnen, bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen. De te ontwikkelen woongebieden moeten daarnaast voldoen aan de beleidsregel stedenbouwkundige kwaliteit.
Deze beleidsregel stelt kaders voor de kapvormen van bebouwing, de oriëntatie van bebouwing en de inrichting van zogenoemde landelijke ensembles als specifiek woonmilieu in het plangebied. 2. Beleidsregel kwalitatief woningbouwprogramma'. De 'experimenteerstatus' van de Crisis- en herstelwet geeft de mogelijkheid om kaders te geven aan het woningbouwprogramma in termen van aantallen vrijesectorwoningen en zorgwoningen die in het plangebied gerealiseerd worden. Die kaders worden in deze beleidsregel gesteld. Regels omtrent de aantallen (uitgedrukt als percentages) sociale koop- en huurwoningen alsmede het aantal (wederom uitgedrukt in percentages) kavels bestemd voor particulier opdrachtgeverschap zijn vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. 3. Beleidsregel 'kleinschalige andere functies'. In paragraaf 3.2.2 is aangegeven dat het gewenst is om in de toekomst eventueel kleinschalige functies anders dan wonen toe te staan. Voor zover dit gaat om functies die een impact kunnen hebben op de lokale leefomgeving, moet dit wel gebeuren binnen wet- en regelgeving. Tevens is het niet wenselijk om dit type functies overal toe te staan. De beleidsregels stelt de kaders vast, waarmee kleinschalige andere functies mogelijk gemaakt kunnen worden. 4. Beleidsregel 'parkeren'.
Op het moment dat een ontwikkeling plaats vindt (woningbouw of anderszins), dan moet er wel voorzien worden in voldoende parkeerbehoefte. In deze beleidsregel is aangegeven wat de parkeernormen zijn voor verschillende typen woningen en hoe parkeerplaatsen mee tellen in de invulling van de behoefte. Omdat vooralsnog alleen woningen zijn voorzien, is voor andere functies geen parkeernorm opgegeven. De beleidsregel kan hierop worden aangepast als er een concreet initiatief is. 5. Beleidsregel 'water'. Omdat door de stedelijke ontwikkeling het oppervlak aan verhardingen in het plangebied toeneemt, moet er watercompensatie plaats vinden. Dit is nader uitgewerkt in de Watertoets en waterparagraaf (zie paragraaf 5.7). De beleidsregel zorgt er voor, dat het waterhuishoudkundig systeem zoals gepland, ook wordt gerealiseerd: bij nieuwbouw van woningen moet worden aangetoond hoe wordt bijgedragen aan de realisatie van het bedachte waterhuishoudkundige systeem. 6. Beleidsregel 'landschap, ecologie en biodiversiteit'. Ter bescherming van waardevolle flora, fauna en landschapselementen zijn er in deze beleidsregels uitgangspunten gesteld waar aan voldaan moet worden.
Voor de bescherming van ecologische waarden zal gewerkt gaan worden met een Soortenmanagementplan (SMP), waarmee gedurende de ontwikkeling goed gestuurd kan worden op welke maatregelen bij nieuwbouw nodig kunnen zijn ter bescherming van waardevolle soorten. Tevens wordt natuurinclusief bouwen gestimuleerd met deze beleidsregel. 7. Beleidsregel 'bedrijfsmilieuhinder'. Deze beleidsregel bepaalt wanneer er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de gronden waar sprake is van een milieubelasting als gevolg van activiteiten in en om het plangebied. Op grond van artikel 19.2 en deze beleidsregel mogen er pas woningen gebouwd worden in gebieden met de aanduiding 'milieuzone' als aangetoond is dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (voor nieuwe woningen) zonder dat daarbij een onevenredige verslechtering van het ondernemingsklimaat (voor de bedrijfsactiviteiten) optreedt. De beleidsregel bepaalt wanneer dit het geval is.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
De eerste drie beleidsregels hebben betrekking op initiatieven voor nieuwbouw, herbouw of functieverandering. Met andere woorden: als er een ontwikkeling plaatsvindt, dan moet worden voldaan aan deze beleidsregels. De laatste drie beleidsregels zijn gericht op het voldoen aan de gestelde eisen bij nieuwbouw, maar ook op het in stand houden en het handhaven van gestelde normen en kwaliteiten. Zo is het niet zonder meer mogelijk om parkeerplaatsen aan te passen, of landschappelijke elementen te verwijderen – ook al vindt geen ontwikkeling ter plekke plaats.
Fasering in het Chw-bestemmingsplan Omdat dit Chw-bestemmingsplan aangemeld is als experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet, wordt ook de mogelijkheid geboden om een bouwvolgorde en afhankelijkheid op te nemen in de regels van het Chw-bestemmingsplan. Hiermee kan vastgelegd worden in welke volgorde deelgebieden ontwikkeld moeten worden. De ontwikkeling van het ene deelgebied wordt dan afhankelijk gesteld van de ontwikkeling van een ander gebied, waarmee beter gestuurd kan worden op een ordentelijke en logische ontwikkelvolgorde. Daartoe zijn in de regels van dit Chw-bestemmingsplan bepalingen over de fasering opgenomen. De mogelijkheid tot het faseren van de ontwikkeling, biedt houvast bij het (bij)sturen van de woningbouwopgave/het woningbouwprogramma als regionale afspraken daar aanleiding toe geven.
Vaststellen hogere waarden parallel aan het Chw-bestemmingsplan Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet maakt het verder mogelijk om hogere waarden separaat, doch parallel met en op basis van dit Chw-bestemmingsplan vast te stellen. Om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken is het verlenen van hogere waarden noodzakelijk. In de regels van dit Chw-bestemmingsplan is een overzicht opgenomen van de te verlenen hogere waarden. De relevante hogere waarden zijn dus benoemd in dit Chw-bestemmingsplan en worden tegelijk met dit Chw-bestemmingsplan (door middel van een specifiek beslispunt in het raadsvoorstel) vastgesteld.
Overige mogelijkheden in het Chw-bestemmingsplan Centraal in de doelstelling van de ontwikkeling van Nuenen West staat de ambitie om een nieuwe woonwijk te realiseren die zich kenmerkt door een hoge beeldkwaliteit en een aantrekkelijke landschappelijke inpassing. De voornoemde mogelijkheden die het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt maken het mogelijk om die doelstelling, beter dan met een 'traditioneel' bestemmingsplan, te behalen. Buiten de voornoemde mogelijkheden biedt het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet nog meer mogelijkheden, zie de volgende alinea voor een bondig overzicht. Die mogelijkheden hebben echter geen meerwaarde voor het behalen van de doelstelling en worden daarom niet gebruikt in dit Chw-bestemmingsplan. Aanvullende mogelijkheden die het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt om nu al in de geest van de Omgevingswet te werken zijn mogelijkheden zoals het integreren van (delen van) verordeningen over de fysieke leefomgeving in het Chw-bestemmingsplan, het wegbestemmen van onbenuttte bouw- of gebruiksmogelijkheden of het toepassen van een tijdelijke bestemming die maximaal tien jaar geldig is.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
De gemeente Nuenen is onderdeel van de provincie Noord-Brabant en maakt daarnaast deel uit van de Metropool Regio Eindhoven (MRE). Zowel de provincie als de regio hebben beleid vastgesteld om sturing te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen hun gebied. In deze paragraaf wordt het relevante beleid kort samengevat en de consequentie voor het onderhavig plan besproken. 4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de omgevingsvisie sluit de
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Herijking Nuenen West provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de Noord-Brabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving.
In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.
De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten daarom altijd in onderlinge samenhang bezien worden.
Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.
Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.
Conclusie Dit Chw-bestemmingsplan maakt de bouw van woningen mogelijk en koppelt deze woningbouw aan een investering in het landschap (zie de volgende subparagraaf). Met deze investering wordt de leefomgevingskwaliteit verbeterd. De plannen voor de herontwikkeling zijn daarbij zo opgezet dat zij bijdragen aan het behouden en waar mogelijk versterken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Het Chw-bestemmingsplan past in de kaders die gesteld worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
De ontwikkeling van Nuenen West begon onder regime van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Gedurende het planvormingstraject is deze verordening vervangen door de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daardoor tonen de afbeeldingen in deze paragraaf nog structuren uit de Verordening ruimte Noord-Brabant. Aan de inhoudelijke toetsing van de verordening doet dit niets af.
Op 24 mei 2019 is voor een periode van vier weken het ontwerp de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegd. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking.
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening is het projectgebied in de omgevingsverordening net zo aangeduid als in de Verordening ruimte Noord-Brabant zoals die gold toen het ontwerpbestemmingsplan ter visie werd gelegd.
Figuur 4.1 Structuren en aanduidingen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant 2019 (inmiddels vervangen door de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant) in het plangebied (bestemmingsplan 2008 in de ondergrond), link s de stedelijke en rechts de landschappelijke structuren en aanduidingen (de essentie, 2019).
De verordening richt zich voornamelijk op het bundelen van de verstedelijking. In de verordening is het plangebied grotendeels aangeduid als 'stedelijk concentratiegebied' op de kaart 'Stedelijke ontwikkeling'. Tevens liggen enkele delen binnen de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar' (zie figuur 4.1). De ontwikkeling van Nuenen West is binnen deze aanduidingen zonder meer mogelijk.
Aan de westzijde van het plangebied lagen delen van de structuren 'Attentiezone waterhuishouding' en 'Groenblauwe mantel' binnen het plangebied. Deze gebieden zijn niet bedoeld voor stedelijke ontwikkeling. Om de ontwikkeling van Nuenen West mogelijk te maken zijn deze structuren dan ook herbegrensd (zie verder). Ter compensatie van deze herbegrenzing wordt een aantal opgaven uitgevoerd: Opgave 1: geen verlies aan areaal, samenhang en kwaliteit van de aangewezen gebieden met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken plaatsvindt. Opgave 2: invulling geven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Opgave 3: aantonen dat de stedelijke ontwikkeling, voor zover nog niet voorzien in het oude bestemmingsplan, geen negatieve invloed heeft op het waterhuishoudkundige systeem van het beekdal van de Dommel en dat het waterschap hiermee akkoord is. Opgave 4: aantonen dat er in het herijkte plan sprake is van een logische stedenbouwkundige opzet. Opgave 5: door middel van de lagenbenadering aantonen dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is.
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Opgave 1 Compensatie in oppervlak, door nieuwe Groenblauwe mantel aan te wijzen, is rondom Nuenen West niet mogelijk: alle gronden die niet stedelijk in gebruik zijn, zijn reeds aangewezen als Groenblauwe mantel (of Natuurnetwerk Brabant, NNB). Wel is er de mogelijkheid om aan de oostzijde van Nuenen nieuwe Groenblauwe mantel te realiseren in bestaand buitengebied. De provincie heeft reeds aangegeven dat oppervlaktecompensatie ten oosten van Nuenen geen optie is, omdat hierdoor de samenhang met de ruimtelijke, ecologische en landschappelijke kwaliteiten met het Kleine Dommeldal wordt gemist. Er is daarom, in overleg tussen gemeente en provincie, gezocht naar een meer kwalitatieve wijze van compensatie, concreet door de ecologische en landschappelijke kwaliteiten rondom het Dommeldal te versterken, in combinatie met een aansluitende stedenbouwkundige invulling van de westrand van het plangebied, om zo een 'natuurlijk' overgangsgebied te creëren tussen de kern van Nuenen en het Dommeldal. Deze opgave is opgepakt in combinatie met de kwaliteitsverbetering van het landschap en integraal uitgewerkt in maatregelen binnen het plangebied van Nuenen West en buiten het plangebied, tussen Nuenen West en Kleine Dommel.
Opgave 2 De kwaliteitsverbetering van het landschap zoals vastgelegd in artikel 3.2 van de verordening geeft aan op welke wijze ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied gepaard moeten gaan met “fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving”. De kwaliteitsverbetering geeft hiermee dan ook aan hoe verlies aan samenhang en kwaliteit van het gebied buiten het stedelijk concentratiegebied of het gebied waar verstedelijking afweegbaar is met het oog op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken voorkomen wordt. Uit bijlage 6 bij deze toelichting blijkt dat er in totaal minimaal € 278.500,00 geïnvesteerd moet worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap, dit wordt de basisinspanning genoemd. Uit die bijlage blijkt ook dat er in totaal een budget van € 880.000,00 beschikbaar is dat ingezet zal worden voor de voorgenomen kwaliteitsverbetering. Aan de basisinspanning wordt dus voldaan. Bijlage 6 bij deze toelichting bevat tevens een plan voor de kwaliteitsverbetering van het landschap.
Opgave 3 Deze opgave bestaat uit aantonen dat de wijziging van de Attentiezone waterhuishouding niet leidt tot negatieve effecten op het waterhuishoudkundig systeem van de Kleine Dommel. Het bestaande attentiegebied is gebaseerd op de groenstructuur van het vigerend bestemmingsplan. De doelstelling van de Attentiezone waterhuishouding is om de waterhuishoudkundige situatie van het Natuurnetwerk Brabant (in dit geval voor het beekdal van de Dommel) te borgen en te verbeteren. Dit betekent dat bij aanpassing van de Attentiezone waterhuishouding aangetoond moet worden op welke wijze wordt voorkomen dat er negatieve effecten zijn op de waterhuishoudkundige situatie in het beekdal van de Dommel. Hiertoe is in overleg en overeenstemming met het Waterschap De Dommel, een nieuw waterhuishoudkundig plan opgesteld waarin het herijkte plan is verwerkt. Hierin is geborgd dat de waterhuishoudkundige situatie en effecten op het beekdal van de Dommel niet wijzigen ten opzicht van het vigerende plan. Hierdoor kan de begrenzing van de Attentiezone waterhuishouding worden gewijzigd, in die zin dat deze op de grens van het plangebied (de wegen Wettenseind, Vorsterdijk en Boord) gelegd kan worden Paragraaf 3.3. van bijlage 6 bij deze toelichting gaat nader in op de voorziene waterhuishoudkundige situatie.
Opgave 4 Met dit Chw-bestemmingsplan wijzigt de begrenzing van het plangebied niet ten opzichte van de begrenzing van het bestemmingsplan uit 2008. Wel wijzigt de invulling van het plangebied binnen de begrenzing. Waar in de oorspronkelijke plannen een grootschalige groenstructuur aan de westzijde was
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West bedacht, is in de herijking gekozen voor een ruimtelijke opzet waarin het stedelijk weefsel en de bebouwing tot aan de bestaande linten komt. De oude linten Boord, Vorsterdijk en Wettenseind worden, evenals de Dubbestraat en Opwettenseweg in het plangebied, meer nadrukkelijk onderdeel van Nuenen West en de identiteit van de oude linten wordt meer nadrukkelijk als landschappelijke drager gebruikt in de ontwikkeling van het stedelijk weefsel. Langs de randen van het plangebied blijven de oude linten de grens vormen tussen het stedelijk gebied van Nuenen en het omliggende buitengebied. Dat maakt het logisch om de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied op de oude te linten te leggen in plaats van op de grens tussen de bouwvelden en de groenzone zoals in het oorspronkelijk plan is gedaan. Immers, het onderscheid in bouwveld en grootschalig groen wordt alleen gemaakt in het oude bestemmingsplan maar zijn niet afgeleid van bestaande ruimtelijke of landschappelijke structuren.
Opgave 5 Om de mogelijkheden te onderzoeken om de begrenzing van het stedelijk concentratiegebied ‘op te schuiven’ richting de bestaande wegen Boord, Vorsterdijk en Wettenseind, is een analyse van het gebied gemaakt met behulp van de lagenbenadering. Deze analyse is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting. Uit die analyse blijkt dat de bestaande structuur van historische linten (Boord, Vorsterdijk en Wettenseind) een logische begrenzing in het landschap vormt voor de stedelijke ontwikkeling van Nuenen West. Vanuit de lagenbenadering bezien, is het dan ook logisch (en wenselijk) om de begrenzing van het stedelijk concentratiegebied te wijzigen: er wordt dan aangesloten bij bestaande ruimtelijke structuren.
Nadere uitwerking opgaven binnen en buiten het plangebied In bijlage 6 bij deze toelichting zijn de vijf opgaven verder uitgewerkt in maatregelen binnen en buiten het plangebied. De maatregelen buiten het plangebied bestaan uit de investering van het onder opgave 2 genoemde bedrag in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze maatregelen zijn mogelijk binnen de bestaande planologisch-juridische kaders. In bijlage 6 bij deze toelichting is aanzet voor de uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap gedaan. Deze aanzet wordt verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Het benodigde budget is reeds contractueel vastgelegd. Om ook een publiekrechtelijke borging te garanderen, wordt in de regels van dit Chw-bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarin wordt geregeld dat: 1. Uiterlijk binnen drie jaar nadat 80% van het oppervlak gereserveerd voor fase 1 van het plan is gerealiseerd, dient minimaal 50% van de opgave voor de landschappelijke ontwikkeling gerealiseerd te zijn. 2. Uiterlijk binnen drie jaar nadat 80% van het oppervlak gereserveerd voor fase 2 van het plan is gerealiseerd, dient minimaal 70% van de opgave voor de landschappelijke ontwikkeling gerealiseerd te zijn. 3.
Uiterlijk binnen 3 jaar nadat 80% van het oppervlak gereserveerd voor fase 3 van het plan is gerealiseerd, dient 100% van de opgave voor landschappelijke ontwikkeling gerealiseerd te zijn. Er zijn drie typen maatregelen voorzien waarmee de kwaliteit van het landschap binnen het plangebied versterkt wordt: 1. Bestaande waardevolle structuren behouden. 2. De borging van de stedenbouwkundige en ruimtelijke uitgangspunten, zoals bebouwingsdichtheid en beeldkwaliteit en specifiek ook de landelijke ensembles. 3. De borging van de realisatie van de gewenste waterhuishoudkundige structuur. Dit Chw-bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte: het plan is aangemeld en opgenomen in de 16e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Dit betekent onder andere, dat in het nieuwe bestemmingsplan wordt geëxperimenteerd met ‘nieuwe instrumenten’ zoals beleidsregels. In het Chw-bestemmingsplan worden de drie bovengenoemde punten geborgd in verschillende beleidsregels. Dit komt als volgt tot uiting:
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Herijking Nuenen West 1. De bestaande waardevolle groenstructuren, voor zover deze behouden blijven, zijn opgenomen in een beleidsregel “Landschap, ecologie en biodiversiteit”. Deze beleidsregel gaat onder andere in op de wijze van omgaan met (beschermde) waardevolle soorten in het plangebied, middels een Soortenmanagementplan. Tevens is in deze beleidsregel opgenomen, dat de benoemde waardevolle groenstructuren gehandhaafd dienen te blijven, waarbij – indien toch sprake zal zijn van het kappen of verwijderen van waardevolle structuren, dit gecompenseerd dient te worden. Dit laatste is tevens als gebodsbepaling opgenomen in het Chw-bestemmingsplan. 2. In de beleidsregel “Stedenbouwkundige kwaliteit” zijn de ruimtelijke uitgangspunten uit het Masterplan opgenomen voor zover zij betrekking hebben op de kapvormen van bebouwing, de oriëntatie van bebouwing en de inrichting van zogenoemde landelijke ensembles als specifiek woonmilieu (de geleding en overgang van Nuenen naar het beekdal van de Dommel) in het plangebied. Waar het de vormgeving van de woningbouw op het punt van dichtheden, bouwhoogten, de diepte van hoofdgebouwen, (de afstand van bebouwing tot) rooilijnen, bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen geldt dat de regels eisen hieromtrent stellen. 3.
De gewenste waterhuishoudkundige structuur is, evenals de wijze waarop deze bereikt dient te worden gedurende de ontwikkeling, vastgelegd in de beleidsregel “Water”. In deze beleidsregel is opgenomen hoe het toekomstige waterhuishoudkundige systeem gerealiseerd dient te worden. Ook hier is sprake van een gebodsbepaling: ten behoeve van omgevingsvergunningen zal aangetoond moeten worden in welke mate realisatie van een stedelijke functie bij draagt aan de realisatie van het waterhuishoudkundige systeem. De realisatie van de retentie- en infiltratiegebieden buiten het plangebied maken hier ook onderdeel van uit, maar deze gebieden zijn niet opgenomen in het Chw-bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Nuenen” maakt deze waterhuishoudkundige voorzieningen namelijk reeds mogelijk. Met de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een stedelijke ontwikkeling, grotendeels binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de vaststelling van het moederplan is het gebied grotendeels reeds aangewezen als stedelijk gebied. Voor een deel van het plan is een wijziging van de begrenzingen van de structuren en aanduidingen uit de verordening nodig omdat de voorgenomen ontwikkeling anders strijdig is met de bepalingen uit de verordening. Om die reden is bij gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant een verzoek tot wijziging van deze structuren ingediend.
Op 17 december 2019 hebben gedeputeerde staten positief besloten over deze wijziging. Dit besluit is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Als gevolg van dit besluit is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant op 01 maart 2020 zodanig aangepast dat deze aansluit op dit Chw-bestemmingsplan. Dat houdt in dat in de meest actuele versie van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant het gehele plangebied aangewezen is als stedelijk concentratiegebied (zie figuur 4.2). Realisatie van de woningbouw is daarmee mogelijk geworden.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Figuur 4.2 Structuren en aanduidingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (2021)
Conclusie Als gevolg van de wijziging van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het gehele plangebied aangewezen als Stedelijk gebied en voldoet het Chw-bestemmingsplan aan de Interim omgevingsverordening. 4.2.3
Regionaal Afsprakenkader Wonen 2017
De ontwikkeling van de woningen in Nuenen West is gebaseerd op regionale afspraken uit het verleden. Voor het bouwen van voldoende woningen in de regio Eindhoven zijn in maart 2005 afspraken vastgelegd in het convenant Stedelijk Gebied Eindhoven, ook wel het BOR-convenant genoemd (BOR staat voor Bestuurlijk Overleg Randgemeenten). Het convenant is ondertekend door de besturen van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen c.a., Son en Breugel, Veldhoven en Waalre. Later zijn de woningbouwafspraken overgenomen door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Vanaf 2015 wordt gesproken van de Metropoolregio Eindhoven, waarin (net als bij de SRE) 21 gemeenten uit de regio Eindhoven bestuurlijk samenwerken.
Het beleid van de Metropoolregio Eindhoven ten aanzien van wonen is vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen 2017. In het Afsprakenkader Wonen 2017 is Nuenen-West als majeur project benoemd met 1.475 te ontwikkelen woningen. Vervolgens is in 2018 als uitwerking van de regionale afstemming over de majeure projecten het 'Resultaat Bestuursopdracht Negen Majeure Locaties' uitgebracht (zie brief 16 mei 2018 in bijlage 8). Voor Nuenen-West is hierin aan 1.050 woningen een directe bouwtitel meegegeven, en aan 425 woningen een uitwerkingsplicht. Dit betreft dus nog te ontwikkelen woningen. Hierbij is aangegeven dat al 100 woningen waren gerealiseerd. Het totale aantal woningen voor het bestemmingsplan betrof hiermee 1.575.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Herijking Nuenen West
Vervolgens zijn in afstemming met de regiogemeenten 40 woningen toegevoegd aan dit totaal, om zo de ontwikkeling van 80 sociale huurwoningen mogelijk te maken. Dit juist ook als resultaat van regionale afstemming. Dit is regionaal afgestemd in het Portefeuillehoudersoverleg Wonen Stedelijk Gebied Eindhoven van 12 december 2018. In de brief van 21 januari 2019 (opgesteld op 14 januari 2019, zie bijlage 8) is bevestigd dat dit Portefeuillehoudersoverleg instemt met het verzoek het ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen. Hiermee komt het totaal voor het Chw-bestemmingsplan op 1.615 woningen waarover regionale afstemming bestaat.
Zoals uit de brief van het Portefeuillehoudersoverleg Wonen Stedelijk Gebied Eindhoven van 21 januari 2019 blijkt, is uitgebreid aandacht besteed aan de kwalitatieve aanbevelingen van het Coördinatieteam. Dit is eerder ook verwoord in memo's van 29 oktober 2018 en 19 december 2018. Deze memo's zijn ook opgenomen in bijlage 8.
Conclusie De ontwikkeling van Nuenen West past binnen de regionale afspraken. De ontwikkeling van Nuenen West zorgt voor een aanbod van woningen buiten de stad met een uniek landelijk/dorps karakter. Er zijn binnen de regio concrete afspraken gemaakt over het programma voor Nuenen West, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht. En aan die afspraken wordt voldaan. In paragraaf 4.1.3 is dit nader uiteengezet. 4.2.4
Stedelijk Gebied Eindhoven - Visie op Wonen
De gemeenten in het stedelijk Gebied Eindhoven (Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) hebben in april 2017 de gezamenlijke overwegingen en uitgangspunten op een rij gezet in het kader van stedelijke ontwikkeling en woningbouwontwikkeling. In 2019 is dit aangevuld met een regionaal woonbeleid. Voor woningbouwontwikkelingen wordt aangegeven dat de gemeenten inzetten op herstructurering, transformatie en inbreiding. Het regionaal woonbeleid richt zich op zeven zogenoemde Brainportprincipes.
De Brainportprincipes moeten ervoor zorgen dat in het Stedelijk Gebied Eindhoven voorzien wordt in woningen die passen in het karakter van de regio en aansluiten op het DNA van de Brainportregio. Eén van de principes is een gezonde verstedelijking waarin de nadruk wordt gelegd op een gezonde openbare ruimte en de ontwikkeling van een betere leefomgeving voor het groeiende aantal inwoners van het stedelijk gebied. De zeven Brainportprincipes zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
koesteren van identiteit; ruimte voor innovatie; wauwfactor; invloed voor bewoners; aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus; benutting regionaal schaalniveau; gezonde verstedelijking.
Het plan voor Nuenen West is reeds getoetst aan deze principes. Bijlage 8 bevat deze toetsing. Uit de toetsing kwam naar voren dat er nadere voorstellen komen over de uitvoering van het bouwprogramma en dat meer invulling gegeven moet worden aan innovatie. Deze uitwerking krijgt gedurende de ontwikkeling van Nuenen West vorm in concrete bouwprojecten. Voor het overige wordt voldaan aan bovengenoemde principes.
Gelet op het toenemend aantal inwoners van het stedelijk gebied Eindhoven, is in maart 2019 in de Woondeal (deal tussen het Ministerie voor Binnenlandse Zaken, de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven) bepleit voor een versnelling van de woningbouw. De gevolgen van de
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West woondeal voor Nuenen West worden in de navolgende paragraaf uitgewerkt.
Conclusie Gelet op het voorgaande is de ontwikkeling van Nuenen West niet strijdig met het regionaal beleid zoals vervat in het document 'Stedelijk Gebied Eindhoven - Visie op Wonen'. 4.2.5
Woondeal Stedelijk Gebied Eindhoven
Met de woondeal die tussen het Ministerie voor Binnenlandse Zaken, de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven gesloten is, wordt ingezet op het behouden en versterken van de economische kracht van het stedelijk gebied. Bij dit behouden en versterken hoort een versnelling van de woningbouwproductie om voldoende betaalbare wonen voor alle doelgroepen in het stedelijk gebied te kunnen realiseren. In de woondeal is de ontwikkeling van Nuenen West benoemd als één van de zwaartepunten in de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus. De ontwikkeling van Nuenen West past daarmee in de woondeal.
Conclusie Nuenen West is in de woondeal benoemd als een van de plekken waar een grote bijdrage geleverd moet worden aan de ontwikkeling van een groen-stedelijk woonmilieu. Uit hoofdstuk 3 volgt dat Nuenen West ontwikkeld wordt tot een dergelijk woonmilieu. Deze ontwikkeling past daarmee in de kaders die de woondeal stelt.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Nuenen, wijziging 2020
Om de samenhang tussen de vele ruimtelijke plannen en beleidsvisies te waarborgen heeft de gemeente Nuenen besloten één kaderstellend beleidsdocument op te stellen. In de structuurvisie wordt het beleid van de gemeente op hoofdlijnen geschetst en hoe plannen en projecten daar in de toekomst invulling aan moeten geven. De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen. Deel A betreft het Ruimtelijk Casco waarin de hoofdlijnen van het beleid op de lange termijn zijn opgenomen. Deel B betreft het Projectenplan en kan als uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie gezien worden.
De ontwikkeling van Nuenen West wordt specifiek genoemd in de structuurvisie van Nuenen. In de visie wordt gesproken van een eigentijdse dorpse stedenbouw met speciale aandacht voor de inrichting van het beekdal van de Dommel. Daarnaast is er aandacht voor de inpassing van de bestaande linten en de integratie van de historische bebouwing van Opwetten.
Sinds de vaststelling van de structuurvisie in 2010 is deze enkele keren gewijzigd. De meest recente wijziging dateert van 2020. In deze wijziging is de ontwikkeling van Nuenen West benoemd als één van de projecten die de komende jaren uitgevoerd moet worden. De ontwikkeling van Nuenen West wordt daarnaast aangegrepen als mogelijkheid om de verbindingen tussen de bebouwde kom en het buitengebied te versterken. De voorgenomen natuurontwikkeling in het Dommeldal heeft een relatie met deze ontwikkeling van groengebieden en is in het bijzonder als project benoemd in de structuurvisie. Met dit separate project moet een uitloopgebied gecreëerd worden en moeten de natuurdoelen zoals benoemd in het NNN behaald worden. Daarnaast moet dit project bijdragen aan het ontstaan van een park dat doorloopt in het Eckartse Bos.
Conclusie In de ontwikkeling van Nuenen West wordt rekening gehouden met de uitgangspunten en het beleid van de Structuurvisie Nuenen. De ontwikkeling van Nuenen West en de groenzone in het Dommeldal zijn
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Herijking Nuenen West voorzien in de visie. Dit Chw-bestemmingsplan is derhalve niet strijdig met de uitgangspunten van de structuurvisie. 4.3.2
Omgevingsvisie Nuenen
Op 23 februari 2021 is een ontwerp van de Omgevingsvisie Nuenen gepubliceerd. De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet (vermoedelijke inwerkingtreding op 1 januari 2022) en bevat het strategisch langetermijnbeleid van de gemeente. In dat opzicht is de omgevingsvisie onder andere de vervanger van de structuurvisie zoals de Wro die kent.
Op basis van een analyse van de huidige staat van de fysieke leefomgeving in de gemeente en de trends/opgaven waar de gemeente de komende jaren mee geconfronteerd wordt en diverse uit EU-regelgeving afkomstige beginselen beschrijft de omgevingsvisie de hoofdlijnen van het te voeren beleid voor de komende jaren. Uit die hoofdlijnen blijkt het strategisch karakter van de omgevingsvisie. Gemeenten zijn vrij om te kiezen hoeveel jaar zij in de omgevingsvisie vooruit kijken. De gemeente Nuenen kiest voor een periode van tien tot vijftien jaar.
De omgevingsvisie beschrijft dat de ontwikkeling van Nuenen West nodig is om te voorzien in de bovenlokale/regionale woningbehoefte. Daarbij moet gebouwd worden voor verschillende groepen, moeten kernkwaliteiten in een ontwikkeling gekoesterd en versterkt worden en is er aandacht voor leefbaarheid. In de omgevingsvisie wordt ook ruimte geboden voor de ontwikkeling van het Dommeldal zoals beschreven in paragraaf 4.3.1. Het Dommeldal wordt onderdeel van de groene long van de Brainportregio en fungeert onder meer als gebied voor extensieve recreatie. Deze uitgangspunten uit de omgevingsvisie krijgen vorm in de ontwikkeling van Nuenen West. Zo worden cultuurhistorische waardevolle objecten/gemeentelijke monumenten beschermd door dit Chw-bestemmingsplan en plooit de nieuwe wijk zich om deze objecten. Karakteristieke landschapselementen zijn kernkwaliteiten waar de nieuwe woonwijk zich naar voegt (zie onder andere bijlage 1). Met de ontwikkeling van Nuenen West wordt daarnaast voorzien in een divers woningbouwprogramma met projectmatige en particulier ontwikkelde woningen voor iedere portemonnee. Er wordt dus gebouwd voor diverse doelgroepen zodat Nuenen West bijdraagt aan het opvangen van de bovenlokale/regionale woningbehoefte.
Tot slot bepaalt artikel 16 van dit Chw-bestemmingsplan dat het Dommeldal ontwikkeld moet worden tot een uitloopgebied van natuur- en landschapswaarden zodat dit gebied gaat fungeren als onderdeel van de voornoemde groene long.
Conclusie Met de ontwikkeling van Nuenen West is rekening gehouden in het ontwerp van de Omgevingsvisie Nuenen. De uitgangspunten voor de ontwikkeling van Nuenen West passen in de kaders die de omgevingsvisie stelt. De ontwikkeling van Nuenen West is daarom niet strijdig met het ontwerp van de omgevingsvisie. 4.3.3
Programma Wonen 2020-2030
Op 8 juli 2020 is het Programma Wonen 2020-2030 vastgesteld. Dit beleidsstuk bevat het gemeentelijk woonbeleid voor de periode tot 2030. In het Programma Wonen 2020-2030 is de ontwikkeling van Nuenen West voorzien om te voldoen aan de regionale en lokale vraag. Het programma beschrijft verder dat Nuenen West ruimte moet beiden aan vrijsectorhuur. De ontwikkeling van Nuenen West moet daarnaast een bijdrage leveren aan de doorstroming op de woningmarkt.
Het programma voor Nuenen West bestaat uit diverse woningtypen met een ruime vertegenwoordiging van eengezinswoningen in een dorpse setting nabij de stad (Eindhoven). Dergelijke woningen zijn aantrekkelijk voor gezinnen. De woningbouw draagt daarmee bij aan de verjonging van de gemeenten Nuenen. De bouw van woningen in Nuenen West is daarnaast van groot belang om een deel van de grote regionale woningbehoefte te vervullen. Verder draagt de bouw van aantrekkelijke en betaalbare
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herijking Nuenen West woningen bij aan de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Ouderen kunnen bijvoorbeeld een nieuwe, passende woningen kopen en hun oude woning verkopen aan andere woningzoekenden.
Conclusie De woningbouwontwikkeling voor Nuenen West is voorzien in het Programma Wonen 2020-2030 en past in de uitgangspunten van dat programma. Met deze herijking wordt de kwalitatieve opgave meer afgestemd op de actuele woningbehoefte en het beleid van de gemeentelijke woonvisie. 4.3.4
Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg
Dit beleidsplan is in 2010 vastgesteld en bevat een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart is gebaseerd op een aantal gebiedsspecifieke archeologische verwachtingskaarten die tonen welke archeologische waarden waar verwacht worden. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 6 categorieën ontstaan. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Beschermd archeologisch monument; Gebied van archeologische waarde; Gebied met een hoge archeologische verwachting; Gebied met een middelhoge archeologische verwachting; Gebied met een lage archeologische verwachting; Gebied zonder archeologische verwachting.
De zes categorieën worden weergegeven op de onderstaande archeologische beleidskaart in figuur 4.3.