c4 VRBZO - Begroting 2025
Tekst van het document
Alleen dan kunnen we aansluiten bij landelijke en regionale netwerken en werkgroepen, zoals we nu al doen. En daarnaast kunnen we netwerken opzetten over thema’s als maatschappelijke continuïteit, veiligheid op luchthavens, cyber, klimaatadaptatie, hoog water, energievoorziening. Die zijn belangrijk om kennis te vertalen naar de praktijk, bij actuele dreigingen. Door de extra BDuR-gelden kunnen we de mensen inzetten die we nodig hebben, om al deze taken te blijven doen. Crisiscommunicatiekanaal In 2024 bouwen we aan een kanaal voor crisis- en incidentcommunicatie. In 2025 zetten we dat operationeel in en stellen we bij. Dit communicatiekanaal richten we zo in, dat we snel, uniform en effectief kernboodschappen kunnen sturen tijdens incidenten en crises. Het helpt de inwoners in onze regio zichzelf beter te redden, omdat ze weten wat ze kunnen doen.
24
Begroting 2025
3.3.2
Wat mag het kosten?
De lasten voor crisisbeheersing komen in 2025 uit op €5,3 miljoen. Een stijging van €0,4 miljoen ten opzichte van 2023. Deze stijging komt door indexering en de hogere uitkering van het rijk. We verwachten bij crisisbeheersing bijna geen baten. De baten in 2023 kwam voor uit de opvang van mensen uit Oekraïne. Deze kosten liepen voor deel via onze exploitatie.
25
Begroting 2025 3.4
Ondersteuning organisatie
26
Begroting 2025
3.4.1
Toelichting thema’s
In control Informatieveiligheid Als belangrijke partner in veiligheid in Nederland moeten we goed omgaan met informatieveiligheid. Daarom moeten we voldoen aan richtlijnen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Netwerk & Information Security richtlijn (NIS2). Dit zijn strenge richtlijnen waar we als veiligheidsregio aan moeten voldoen om te kunnen samenwerken met andere (landelijke) hulp- en veiligheidsdiensten. Vooral de hoge eisen voor de NIS2 betekenen een flinke investering om de informatieveiligheid in onze organisatie naar het vereiste niveau te krijgen en te houden.
Nieuwe wetten en regels toepassen Naast richtlijnen voor informatieveiligheid, is de afgelopen jaren meer wet- en regelgeving geïntroduceerd of aangescherpt. Deze wetten en regels betekenen dat we ons werk anders moeten organiseren en uitvoeren. Dat geldt in 2025 vooral voor: •
Wet veiligheidsregio’s: de evaluatie van de wet leidde tot een contourennota, die de Tweede Kamer in 2024 behandelt. We kunnen ons voorstellen dat de wet wordt aangepast. Dat kan gevolgen hebben voor de taken van de veiligheidsregio’s.
•
Wet open overheid: de Wob (Wet openbaarheid bestuur) is vervangen door de Woo, voor een meer transparante overheid.
•
Besluit digitale toegankelijkheid: overheidsorganisaties moeten hun websites en apps toegankelijk maken en houden. Niet alleen technisch, maar ook communicatief: iedereen moet bij de informatie kunnen en iedereen moet de informatie kunnen begrijpen.
•
Rechtmatigheidsverklaring: vanaf het boekjaar 2023 moeten we jaarlijks een rechtmatigheidsverklaring afgeven over onze (financiële) processen. Dit betekent dat we moeten investeren in risicobewustzijn en in control maatregelen in onze processen.
Risicobewuste en dynamische bedrijfsvoering Goed omgaan met dynamische bedrijfsrisico’s wordt steeds belangrijker. Door ontwikkelingen als de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), BIO/NIS2 en de rechtmatigheidsverklaring, moeten we ons bewust zijn van de risico’s in de organisatie. En daarnaar handelen. Want sommige risico’s kunnen we niet op traditionele wijzen afdekken. Alle medewerkers moeten zich hier bewust van zijn en hun verantwoordelijkheid nemen. We moeten werken aan een cultuur, waarin risicogericht denken over processen normaal is. Niet alleen bij incidenten en crises, maar ook in het andere werk en in rustige tijden. Intelligence, stuur-indicatoren, dashboard, prognoses, data-analyse Met intelligence en analyses ontwikkelt VRBZO zich tot een organisatie die crises beheerst en is voorbereid op gekende en ongekende crises. We moeten om kunnen gaan met deze moeilijke, maar waardevolle analyses. Daarom investeren we in analytische vaardigheden. Ook werken we aan meer dynamische prognoses, zodat we op tijd kunnen bijsturen.
27
Begroting 2025
Passende huisvesting, inclusief verduurzaming, veilige werkomgeving en onderhoudsplan VRBZO huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over gebruikersonderhoud. Eerste schattingen voor 2027 en daarna, laten een financieel tekort zien voor dit type onderhoud. Ook moeten de kazernes duurzamer worden en zijn er aanvullende eisen voor een veilige werkplek. We hebben nog geen beeld van de kosten van het duurzaam maken. Daar maken we met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes, afspraken over. In 2023 brachten we de situatie goed in beeld met gemeenten en bespraken we de mogelijke toekomstrichtingen. In de loop van 2024 bespreken we het strategisch huisvestingsplan met het bestuur en gemeenten en stellen we de afspraken vast in het bestuur. Op lange termijn verwachten we een tekort voor het onderhoud van de kazernes. Daarom beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel. Efficiënt en effectief Processen verder verbeteren (doorontwikkeling organisatie) Zoals uit de vorige paragrafen al blijkt: de primaire processen van de organisatie zijn volop in beweging. Dat betekent dat bestaande werkwijzen niet altijd meer goed passen bij de toekomst. Processen van bedrijfsvoering moeten mee veranderen met deze meer dynamische en flexibele organisatie.
Ook het borgen van de bedrijfscontinuïteit is een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. In een paar jaar tijd willen we de doorontwikkeling van de organisatie realiseren. De inhoud van ons werk en de veranderingen daarin, zijn het startpunt. We willen de processen zo optimaal mogelijk inrichten. VRBZO zoekt steeds naar manieren om (ondersteunende) werkzaamheden efficiënter en effectiever uit te voeren, bijvoorbeeld door steeds meer administratieve taken te automatiseren. Het eerlijke verhaal hierbij is dat we eerst kosten maken, omdat we moeten investeren in mensen en middelen. Over een paar jaar hebben we er pas voordeel van. Routinematig werk verder digitaliseren en automatiseren We zetten ons ook in om processen met een routinematig karakter te automatiseren. Met als doel minder kans op fouten, betere doorlooptijden, hogere kwaliteit en dus tevreden klanten. Zo proberen we meer grip te krijgen op de organisatie en processen te verbeteren. In 2024 vervangen we bijvoorbeeld ons financiële administratiesysteem en automatiseren we meerdere HR-processen. Dat levert efficiënte en geautomatiseerde processen op. Integrale informatievoorziening en hybride werken Digitaal werken, onafhankelijk van plaats en tijd, wordt de basis. Veel werk en processen kunnen wedewerkers al digitaal doen.
Maar we moeten nog enkele stappen afronden om medewerkers optimaal te faciliteren in het hybride werken. Dat betekent dat we op het gebied van informatievoorziening en werkprocessen nog stappen moeten maken. Denk aan lokale bestanden en applicaties overzetten naar cloudoplossingen. Professioneel Potentieel van onze medewerkers optimaal benutten (duurzame inzetbaarheid) Onze medewerkers zijn ons kapitaal, hierin investeren we. Zodat de juiste medewerker op de juiste plek zit - nu en in de toekomst - en we onze visie waar kunnen maken. Goed (persoonlijk) leiderschap is dan belangrijk. We hebben vooral aandacht voor flexibiliteit en duurzame inzetbaarheid. Niet alleen onze organisatie, ook het vakgebied HRM is volop in ontwikkeling. Maatschappelijke trends vragen om beleid op duurzame inzetbaarheid van personeel. Wettelijk verlofregelingen veranderden de afgelopen jaren en daar moeten we ons beleid op aanpassen. We hebben een toekomstbestendige HRM-afdeling nodig, die medewerkers en organisatie proactief en optimaal service verleent.
28
Begroting 2025
3.4.2
Wat mag het kosten?
De kosten voor ondersteuning van de organisatie komen in 2025 uit op €11,5 miljoen. De stijging ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door indexering. Vanuit dit deel van de organisatie worden geen eigen baten genereerd. Wel komt het voor dat een medewerker wordt gedetacheerd, die baten zijn echter niet structureel.
29
Begroting 2025
4
Financiële overzichten
4.1
Schatkistbankieren
Bij schatkistbankieren moeten de decentrale overheden, dus ook VRBZO, hun tegoeden aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal van de decentrale overheid, met een minimum van €1.000.000. Voor VRBZO geldt dat het drempelbedrag in 2025 net iets meer dan €1.000.000 groot is. In de jaarrekening rapporteren we of we aan dit drempelbedrag voldoen.
4.2
Investeringsbegroting
We besteden het grootste deel van ons budget aan loonkosten. Maar we doen ook investeringen, zeker binnen het programma Brandweerzorg. We zien daarbij dat kredieten en kapitaalslasten voor de komende jaren niet meer in balans zijn met het geldende huidige prijspeil. Voor 2023 verhoogden we deze budgetten met bijna 30% om in de pas te blijven met de forse inflatie op industriële prijzen. In 2024 gaan we scherper kijken naar de volledige begroting en passen we de meerjaren investeringsbegroting aan naar de huidige normen en beleid. Voor deze begroting voegen we wel al het jaar 2028 toe. De investeringen die we in dat jaar toevoegen zijn steeds vervangingsinvesteringen, waaronder: •
ademlucht toestellen;
•
ademluchtapparatuur werkplaats;
•
tankautospuiten en bepakking (3 stuks);
•
hoogwerker en bepakking;
•
haakarmvoertuigen (2 stuks);
•
laptops.
4.3
Overzicht incidentele baten en lasten
VRBZO heeft slechts beperkt incidentele baten. De meeste baten zijn in hun aard structureel, zoals de gemeentelijke bijdragen en uitkering van het Rijk. Voor baten die soms hoger en soms lager uitvallen, zoals de deelname van derden aan trainingen en detachering van medewerkers, nemen we in de meerjarenbegroting een vast basisniveau op. De beperkte schommelingen in deze baten kan de organisatie opvangen.
30
Begroting 2025
Verplichte paragrafen
5
Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat een aantal paragrafen verplicht onderdeel uitmaakt van het jaarverslag. Deze verplichte paragrafen staan in dit hoofdstuk. De paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid gelden niet voor onze organisatie en zijn daarom weggelaten.
5.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen
In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: •
Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan;
•
De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen.
•
De hoogte van de algemene reserve is afhankelijk van het begrotingstotaal en moet tussen de € 2,4 miljoen en € 3,2 miljoen liggen. De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen.
5.1.1
Risico-inventarisatie
Het risico-overzicht in het continuïteitsplan bestaat uit de factoren kans en impact. Met kans bedoelen we welke mate van waarschijnlijkheid er bestaat dat een risico zich manifesteert. Bij ieder risico schatten we in hoe waarschijnlijk het is dat dit risico zich in de nabije toekomst zal voordoen. Met impact bedoelen we de negatieve financiële invloed die een risico mogelijk heeft op de continuïteit van de dienstverlening: wat zijn de geschatte kosten? Door het bepalen van kans en (financiële) impact vindt een inschatting van risico’s plaats. Om het benodigd weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte impact met een percentage volgens onderstaande tabel. Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk
Impact 90% 70% 50% 30% 10%
Over het algemeen zien we door toenemende druk van wet- en regelgeving en risico’s in de bedrijfsvoering dat de mate van risico is toegenomen. In onderstaand schema staan de belangrijkste risico’s inclusief de risico-inschatting kans en impact. De belangrijkste items (grootste kans en/of impact) lichten we vervolgens toe. Tijdens de reguliere planning en control gesprekken worden de risico’s besproken en bijgesteld. De risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen door het managementteam.
31
Begroting 2025
Risico-inventarisatie
Kans
Bedrag tbv weerstandsvermogen
Impact
i/s
A. Brandweerzorg 1 Wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer
Reëel (50/50)
pm
pm
2 Loonkosten irt vrijwilligers en WNRA
Reëel (50/50)
€ 500.000
€ 250.000
s
3 2e loopbaanbeleid
Reëel (50/50)
€ 750.000
€ 375.000
i
4 Vakbekwaamheid
Zeer waarschijnlijk
€ 575.000
€ 517.500
s
5 Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag
Zeer onwaarschijnlijk
€ 22.000.000
€ 2.200.000
i
6 Onvoldoende vrijwilligers om paraatheid te borgen
Onwaarschijnlijk
€ 500.000
€ 150.000
s
7 PFAS vervuiling door blusschuim
Zeer onwaarschijnlijk
pm
pm
i
8 PTSS door inzet bij incidenten
Zeer onwaarschijnlijk
pm
pm
i
Waarschijnlijk
€ 500.000
€ 350.000
i
1 Huisvesting gebruikersonderhoud
Zeer waarschijnlijk
€ 500.000
€ 450.000
s
2 Huisvesting duurzaamheid
Zeer waarschijnlijk
pm
pm
Onwaarschijnlijk
€ 1.000.000
€ 300.000
i
4 Investering in informatieveiligheid BIO (middelen/mensen ICT)
Zeer waarschijnlijk
€ 250.000
€ 225.000
s
5 Wet open overheid
Zeer waarschijnlijk
€ 100.000
€ 90.000
s
6 Eigen risicodrager WW
Waarschijnlijk
€ 75.000
€ 52.500
i
7 Bedrijfscontinuït bij calamiteit
Onwaarschijnlijk
pm
pm
i
8 Stijgende rentekosten voor leningen 9 Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit
Reëel (50/50)
€ 400.000
€ 200.000
s
Zeer waarschijnlijk
€ 250.000
€ 225.000
i
B. Veiligheid 1 Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident
C. Ondersteuning organisatie (bedrijfsvoering)
3
Informatieveiligheid (cybersecurity) i.v.m. data- en/of beveiligingslek
(bijvoorbeeld kostbare opleidingen of inhuur op gebied van brand- en omgevingsveiligheid, business intelligence, HRM, ICT, kosten juridische ondersteuning etc.);
TOTAAL A.
€ 5.385.000
Brandweerzorg
Wijzigingen in beleid FLO-regeling De functioneel leeftijdsontslag (FLO) regeling is een pensioenregeling die regelmatig aan wijzigingen onderhevig is, hierdoor kunnen financiële verplichtingen ontstaan die invloed hebben op de pensioenvoorziening. De precieze impact van toekomstige wijzigingen in de FLO regeling is lastig vooraf in te schatten. Om dit risico te beperken wordt de wetgeving omtrent de FLO regeling actief gemonitord. Voor de FLO regeling is vanaf 2020 een voorziening aangemaakt, deze is verder toegelicht in de jaarrekening.
32
Begroting 2025
Loonkosten irt vrijwilligers en WNRA De wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) heeft als doel om de rechtspositie van ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven gelijk te trekken. Deze wet is ook van toepassing op het personeel van veiligheidsregio's. Vanwege het vrijwillige brandweersysteem in Nederland heeft de invoering van de WNRA specifieke gevolgen voor deze regio's. Op dit moment hebben brandweervrijwilligers een aparte juridische positie, die verschilt van die van beroepspersoneel. Met de invoering van de WNRA zullen vrijwilligers in de toekomst een arbeidsovereenkomst hebben en aanspraak kunnen maken op toeslagen en voorzieningen die ook voor beroepspersoneel gelden. Dit zal leiden tot aanzienlijk hogere structurele kosten. De veiligheidsregio’s hebben een uitzonderingspositie gekregen en daarmee is de WNRA voor ons uitgesteld. Kijkend naar andere veiligheidsregio’s zien we dat de kosten eventueel kunnen oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Dit heeft te maken met het feit dat wij niet aan kazernering doen, waar sommige andere veiligheidsregio’s dit wel toepassen. Kazernering houdt in dat vrijwilligers als een soort beroepskracht op de kazerne blijven om de paraatheid te dekken. Veiligheidsregio’s die dit systeem hanteren zouden bij de intreding van WNRA veel extra kosten ontvangen.
Voor ons zal het financiële nadeel daarmee ook lager uitkomen. Er wordt landelijk nog onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers op dit moment nog onzeker. 2e loopbaanbeleid beroepsbrandweer Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. De eerste medewerkers begonnen daarom in 2021 met de voorbereidingen voor hun 2 e loopbaan. De kosten voor deze medewerkers zijn nog beperkt. We deden toezeggingen, die vooral waardevol waren voor de medewerker. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een jaar parttime te werken of een terugkeergarantie voor een jaar. Oplossingen, waardoor een medewerker relatief veilig een eigen bedrijf kan starten of ergens anders ervaring op kan doen. Maar ze kostten de organisatie weinig. We dachten dat de daling van de FLO-kosten groter zou zijn dan de kosten voor het 2 e loopbaanbeleid. Zodat de kosten van het nieuwe beleid, die van het oude beleid konden vervangen. Per saldo zouden daardoor de financiële effecten worden gedempt. Inmiddels weten we dat de FLO-kosten, na opnieuw een wijziging in het landelijke beleid, nog tot ten minste 2029 per saldo stijgen. Dit brengt een risico met zich mee voor kosten rondom het 2 e loopbaanbeleid.
We verwachten wel extra kosten te moeten maken, maar we hebben nog geen uitgebreide ervaringscijfers om die te onderbouwen. We zien andere regio’s bedragen opnemen in hun begroting tot €70.000 per medewerker of een bedrag van €750.000 reserveren. Als we kijken naar de cijfers van nu en de genoemde ervaringen met de eerste uittreders, denken we dat dit voor VRBZO nog niet nodig is. We bekijken dit periodiek en stellen ons beleid bij als er aanleiding voor is. Op verzoek van de sector en sociale partners doet de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de regeling en naar mogelijkheden om de regeling aan te passen. Het onderzoek startte in 2022 en duurt 4 jaar. Tijdens het onderzoek moeten de medewerkers wel een plan voor een 2e loopbaan maken, maar ze hoeven de organisatie nog niet te verlaten. Vakbekwaamheid Veel verloop van brandweerpersoneel en omgaan met nieuwe technieken zorgen voor druk op het opleidingsbudget. Denk bij nieuwe technieken aan (nieuwe) specifieke vaardigheden om natuurbranden en incidenten te bestrijden waarbij oude technieken niet voldoen (bijvoorbeeld hulpverlening bij elektrische auto’s, brand in installaties voor zonnepanelen, etc.). Maar ook omgaan met wetgeving die verandert vraagt om opleiding en training van medewerkers die adviseren over (brand)veiligheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de omgevingswet, deze wet treedt op 1 januari 2024 in.
De omgevingswet
33
Begroting 2025
heeft consequenties voor de fysieke veiligheid en dus ook voor de veiligheidsregio’s. Voor ons betekent dit meer betrokkenheid aan de voorkant van het proces, meer samenwerken met burgers, bedrijven, rijk, gemeente, waterschappen en provincies. Van regelgericht naar meer risico gericht. Hier zijn andere competenties voor nodig, het vraagt iets van onze adviseurs vaardigheden. Het project hiervoor is al een tijdje aan de gang. Vanuit Trainen & Oefenen (T&O) zijn we bezig met een programma om de vakbekwaamheid van de repressieve brandweermedewerkers op niveau te houden. Dit programma heeft als doel om de kwalitatieve paraatheid structureel te borgen. Dit programma leidt tot extra kosten. Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag De brandweer is door de verzekeraar van een afgebrand bedrijfsgebouw in Hapert aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Het incident vond in 2020 plaats. De rechtszaak over deze casus bevind zich nog in een onderzoekend stadium. VRBZO is verzekerd voor materiele schade tot een bedrag van € 5 miljoen. De totale claim bedraagt ongeveer € 27 miljoen. De kans dat we dit bedrag in geheel moeten uitbetalen achten wij als zeer onwaarschijnlijk. Doordat het om een aanzienlijk bedrag gaat drukt het zwaar op de benodigde weerstandscapaciteit.
Onvoldoende vrijwilligers om paraatheid te borgen Het is voor ons als organisatie belangrijk dat we voldoende vrijwilligers hebben om de paraatheid op alle posten te garanderen. We zien dat de uitstroom van vrijwilligers wat verhoogt. De landelijke trend is dat deze ontwikkeling zich doorzet en zelfs erger wordt. De periode dat een brandweervrijwilliger actief is, daalt. Om ervoor te zorgen dat er genoeg vrijwilligers zijn worden er lokale wervingscampagnes gehouden. Mochten er in de toekomst onvoldoende vrijwilligers zijn om de paraatheid te waarborgen kan dit leiden tot hogere structurele kosten. Bijvoorbeeld doordat er beroepskrachten ingezet moeten worden om mee uit te rukken. PFAS vervuiling door blusschuim De brandweer oefende regelmatig met blusschuim. Uit onderzoek blijkt dat dit blusschuim PFAS kan bevatten en dat daardoor de bodem van oefenlocaties verontreinigd is geraakt. Er zijn grondeigenaren die de brandweer om nader onderzoek hebben verzocht. Een (mogelijke) PFAS verontreiniging brengt mogelijk gezondheidsrisico’s of juridische, financiële en/of bestuurlijke risico’s met zich mee. De onderzoeken en eventuele sanering van grond zijn kostbaar. PTSS door inzet bij incidenten De brandweer wordt ingezet bij allerlei soorten incidenten.
Sommige incidenten zijn dermate heftig dat de betrokken medewerkers mogelijk (een vorm van) post-traumatische stressstoornis (PTSS) oplopen. Dit kan leiden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid en psychische klachten. Wij zien PTSS als een beroepsziekte en ondersteunen de medewerkers onder meer via de bedrijfsarts, een team collegiale opvang en vertrouwenspersonen. B.
Veiligheid
Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident Een grootschalige of langdurige crisis of incident (bv. grote natuurbrand, coronacrisis, cybercrisis of energiestoring) zal van ons als organisatie veel vragen. Onze capaciteit zal op volle toeren moeten draaien. Dit brengt extra kosten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan een grootschalige inzet van materieel en mensen. C.
Ondersteuning organisatie
Huisvesting: gebruiksonderhoud en duurzaamheid
34
Begroting 2025
VRBZO huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over gebruikersonderhoud. Eerste schattingen voor 2027 en daarna, laten een financieel tekort zien voor dit type onderhoud. Ook moeten de kazernes duurzamer worden en zijn er aanvullende eisen voor een veilige werkplek. We hebben nog geen beeld van de kosten van het duurzaam maken. Daar maken we met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes, afspraken over. Op lange termijn verwachten we een tekort voor het onderhoud van de kazernes. Daarom beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel. Informatiebeveiliging (cybersecurity) / BIO De afgelopen jaren stegen de risico’s en kosten bij een data- of beveiligingslek flink. De kosten bestaan bijvoorbeeld uit boetes en herstel na een lek of uit kosten voor de uitval en herstart van de operatie. Dit zijn vooral incidentele kosten. Naast deze risico’s zien we rondom informatiebeveiliging een sterke stijging van de structurele kosten op ons afkomen. Een ander ongewild gevolg van een beveiligingslek is een verlies aan imagoschade voor de organisatie. Om de risico’s te verlagen heeft de VRBZO deels in huis en deels uit huis de informatievoorziening georganiseerd. Maatregelen: verwerkersovereenkomsten afsluiten met leveranciers en het protocol melden datalek.
Ook houden wij regelmatig een penetratietest, dit is een test waarin een ‘ethische hacker’ kijkt welke kwetsbaarheden er aanwezig zijn in ons netwerk. Op basis daarvan worden verbeteringen doorgevoerd. Daarnaast worden bewustwordingscampagnes gevoerd gericht op medewerkers over de risico's van digitaal verkeer. Als laatste worden er investeringen gedaan in project BIO ter versterking van de informatieveiligheid. Het project implementatie BIO (baseline informatieveiligheid overheid) is een project om de informatieveiligheid binnen onze organisatie te waarborgen. Het betreft de gehele organisatie omdat iedereen te maken heeft met bedrijfsprocessen die gebruikmaken van informatie. Het is een intensief project, waarbij de kans groot is dat er extra middelen en mensen voor nodig zijn voor de organisatie I&A. Eigen Risicodrager WW Werkgevers in de overheidssector zijn verplicht eigenrisicodrager WW. Voor de VRBZO is dit dus ook het geval. Dit betekent dat er geen premie afgedragen moet worden. Daarentegen moeten wij de kosten betalen van de WW-uitkering wanneer iemand werkloos raakt. Dit brengt een risico van aanvullende uitgaven met zich mee. Om dit te verminderen is het belangrijk om de arboveiligheid te garanderen. Hiervoor is onder andere een actualisatie van het risico inventarisatie & inventarisatie (RI&E) plan gemaakt.
Bedrijfscontinuïteit bij calamiteit De kans bestaat dat er n.a.v. een calamiteit de bedrijfscontinuïteit in het geding komt. Het zou kunnen dat de centrale infrastructuur niet functioneert als gevolg van bijvoorbeeld opzettelijk vernieling, waterschade, stroomuitval, ondercapaciteit of cybercrime. Om dit te voorkomen zijn er back up generatoren, een fysieke toegangsbeveiliging en een actueel bedrijfscontinuïteitsplan. Stijgende rentekosten bij leningen Kapitaalmiddelen van VRBZO worden gefinancierd met vreemd vermogen (leningen). Bij een stijging van de rente op de kapitaalmarkt stijgen de structurele financieringslasten van VRBZO. Wij monitoren de renteontwikkeling continu bij het aantrekken van vreemd kapitaal. Mocht het nodig zijn zal het financieringsbeleid herzien worden.
35
Begroting 2025
Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit Door krapte op de arbeidsmarkt is het steeds lastiger om mensen in vaste dienst aan te nemen. Vooral voor specialistische functies ervaren we problemen om mensen te vinden. Omdat de werkdruk op de organisatie wel blijft voortbestaan is het nodig om mensen extern in te huren. Een andere manier de bedrijfscontinuïteit te waarborgen is mensen om te scholen door opleidingen aan te bieden. Dit leidt tot extra uitgaven om onze werkzaamheden te kunnen blijven uitvoeren. Wet open overheid De wet open overheid (WOO) heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken. De WOO biedt mensen de kans om een verzoek tot informatie uit documenten in te dienen. De uitvoering hiervan gaat in combinatie met het besluit digitale toegankelijkheid tot structurele meerkosten leiden. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het Rijk. Deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds. Conclusie Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op €5,8 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit ligt boven het weerstandsvermogen van € 2,3 miljoen. Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen.
Tevens zijn kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten, waarbij met name aansprakelijkheid bij de brand in Hapert zwaar meeweegt. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.
5.1.2
Financiële kengetallen VRBZO
Het BBV schrijft voor dat we een aantal financiële kengetallen standaard opnemen in de verplichte paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Het overzicht van deze financiële kengetallen is opgenomen als bijlage.
5.1.3
Weerstandsvermogen en –capaciteit
Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om (financiële) risico’s op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare
weerstandscapaciteit
en
de
benodigde
weerstandscapaciteit
(gekwantificeerde
risico’s).
De
weerstandscapaciteit wordt gevormd door de gemeenschappelijke middelen (reserves) en is bedoeld om niet begrote kosten te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
de algemene reserve en de reserves waaraan het Algemeen Bestuur een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);
•
de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;
•
de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
36
Begroting 2025
Behalve de algemene reserve heeft VRBZO geen andere (stille) reserves of risicoposten in de begroting die kunnen dienen als incidentele weerstandscapaciteit. De hoogte van de algemene reserve is op verzoek van de diverse besturen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen vastgesteld in de beleidsnotitie kaders P&C 4-GR. Hierbij is een bandbreedte voor de omvang van de algemene reserve bepaald op basis van de omvang van de begroting. In het geval van VRBZO is deze bandbreedte € 2,4 – 3,2 miljoen voor de begroting van 2025. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
bezuinigingsmogelijkheden (voor zover nog niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);
•
cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven;
•
de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (dit is niet van toepassing voor VRBZO).
Het overzicht van weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2023 is opgenomen in Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen.
37
Begroting 2025 5.2
Staat van reserves en voorzieningen
5.2.1
Overzicht staat van reserves en voorzieningen
Reserves Algemene reserve
2023 Primaire begroting 2024 Eindstand Toevoeging Onttrekking € 2.251.205
Eindstand € 2.251.205
Totaal
€ 2.251.205
€ 2.251.205
Voorzieningen
2023 Primaire begroting 2024 Eindstand Toevoeging Onttrekking
Onderhoud Gebouw ROC Voorziening FLO Totaal
€0
€0
Eindstand
Primaire begroting 2025 Toevoeging Onttrekking
€0
Eindstand € 2.251.205
€0
€ 2.251.205
Primaire begroting 2025 Toevoeging Onttrekking
Eindstand
€ 660.507 € 706.277
€ 70.000
-€ 220.753
€ 1.582.320
-€ 2.283.425
€ 509.754 € 5.172
€ 70.000
€ 2.385.746
€ 1.652.320
-€ 2.504.178
€ 514.926
€ 70.000
-€ 746 -€ 5.172
€ 579.008 €0
-€ 5.918
€ 579.008
38
Begroting 2025
5.2.2
Toelichting staat van reserves en voorzieningen
Voorziening groot onderhoud Regionaal Opleidingscentrum In 2022 is groot onderhoud aan het Regionaal Opleidingscentrum uitgevoerd. Er is daarom ook een nieuw onderhoudsplan opgesteld. In het plan is vanuit 2023 voor tien jaar vooruit de verwachte onderhoudskosten in beeld gebracht. Op basis van dit plan is een jaarlijkse toevoeging aan de voorziening nodig van €70.000. Voorziening FLO Deze voorziening is eind 2020 ingesteld. We voegen jaarlijks een bedrag toe aan deze voorziening en brengen de werkelijke lasten van de FLO regeling ten laste van deze voorziening. Naar aanleiding van het jaarrekeningtraject 2023 zullen we 2024 het gebruik van de voorziening evalueren. Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van januari 2018 is het Nota algemene reserve vastgesteld. Daarmee is tevens besloten dat de hoogte van de algemene reserve niet is gebaseerd op de risico’s waar de organisatie mee te maken heeft, maar gekoppeld is aan de totale baten van de organisatie. In 2025 valt de omvang van de begroting in de staffel van € 60 miljoen tot €80 miljoen,. Op basis van die notitie is voor VRBZO de omvang van de algemene reserve vastgesteld tussen de € 2,4 en € 3,2 miljoen.
BEGROTINGSTOTAAL van tot €0 € 5.000.000 € 5.000.000 € 10.000.000 € 10.000.000 € 20.000.000 € 20.000.000 € 30.000.000 € 30.000.000 € 40.000.000 € 40.000.000 € 60.000.000 € 60.000.000 € 80.000.000 € 80.000.000 € 100.000.000
ALGEMENE RESERVE minimum maximum € 150.000 € 300.000 € 300.000 € 600.000 € 600.000 € 1.200.000 € 1.200.000 € 1.500.000 € 1.500.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.400.000 € 2.400.000 € 3.200.000 € 3.200.000 € 4.000.000
Op basis van het jaarlijks op te stellen continuïteitsplan, zoals benoemd de risicomanagement paragraaf en dat onderdeel uitmaakt van de P&C-cyclus, worden de risico’s wel nog steeds gemonitord. Daarbij kunnen ook risico’s worden toegevoegd of komen te vervallen.
5.3
Onderhoud kapitaalgoederen
VRBZO heeft geen kapitaalsgoederen zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording (wegen, riolering, water, groen en openbare gebouwen). Voor het onderhoud van de brandweerkazernes in eigendom van VRBZO, zijn specifieke afspraken gemaakt. Deze kazernes zijn in 2014 gekocht, met het doel deze na uiterlijk tien jaar weer terug te verkopen aan de betreffende gemeente. De veiligheidsregio doet om die reden een storting in een door de betreffende gemeente beheerd onderhoudsfonds. De omvang van de storing is gebaseerd op een Meerjarenonderhoudsplan voor het eigenaarsonderhoud. Dit onderhoud van deze brandweerkazernes sluit daarmee aan bij de gemeentelijke gebruiken.
39
Begroting 2025
Het onderhoud van alle overige kapitaalgoederen is er op gericht de kapitaalsgoederen steeds in voldoende conditie te hebben om de operationele inzet te waarborgen. In de begroting zijn hier structurele budgetten voor gereserveerd.
40
Begroting 2025
5.4
Financiering
5.4.1
Hoofdcomponenten
De financiering van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost kent 2 hoofdcomponenten: 1.
Gemeentelijke bijdragen;
2.
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding van het ministerie van Veiligheid en Justitie (BDuR).
Daarnaast ontvangt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost nog diverse kleinere bijdragen. In totaal ontvangt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in 2025 de volgende bijdragen: Bijdrage gemeenten BDuR uitkering rijk Overig
€ 53.850.680 € 10.594.376 € 853.246
Eindtotaal
€ 65.298.302
5.4.2
Rentelasten
Het overzicht van de rentelasten is opgenomen in Bijlage 5: Renteschema.
5.4.3
Renterisiconorm
VRBZO loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar te voorkomen, dit ter bescherming van de financiële positie. Met deze norm bevordert de Wet FIDO een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet FIDO wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende vier jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de rekening van het komende jaar. De norm schrijft voor dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in een bepaald jaar gebruik mag worden voor aflossing of herfinanciering van een lening. In 2024 komt de som van aflossing en herfinanciering boven de norm uit, de herfinanciering zelf blijft wel onder de norm. We zullen de daadwerkelijke herfinanciering zo uitvoeren dat we binnen de norm blijven. 2025
2026
2027
2028
Omvang begroting
€ 65,3 mln
€ 65,6 mln
€ 65,6 mln
€ 65,6 mln
20% norm
€ 13,1 mln
€ 13,1 mln
€ 13,1 mln
€ 13,1 mln
Aflossing Herfinanciering of renteverandering
€ 2,7 mln € 6 mln € 12,7 mln
€ 2,1 mln € 9 mln € 2,7 mln
€ 1,7 mln
€ 1,1 mln
€ 7,1 mln
€ 1,7 mln
Totaal
41
Begroting 2025
Daarnaast is voorgeschreven dat gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mogen financieren met leningen met een looptijd korter dan 1 jaar. Voor onze organisatie bedraagt deze norm daarmee ongeveer €5.000.000. Deze norm ligt boven onze behoefte aan financiering met een korte looptijd.
5.5
Bedrijfsvoering
De ontwikkelingen rondom bedrijfsvoering zijn in de begroting opgenomen in hoofdstuk 3.4. Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft een set met verplichte beleidsindicatoren voor. In totaal beschrijft het Besluit Begroting en Verantwoording 39 indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op de taakvelden van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Het betreft de zes indicatoren uit het taakveld Bestuur en ondersteuning. Omdat er nog geen besluit is genomen over de aanvullende indexering en over de aanwending van de extra BDuR bijdrage hebben we die beide bedragen zowel bij de lasten als de baten buiten beschouwing gelaten. Het zou anders niet goed mogelijk zijn om de kengetallen te berekenen. Indicator
Waarde 2025
Formatie per 1000 inwoners
0,44
Bezetting per 1000 inwoners Apparaatskosten per inwoner
0,44 € 81
Externe inhuur % van loonsom
0,21%
Externe inhuur totaal
€ 84.401 18%
Overhead als % van totale lasten
5.6
Wet open overheid (WOO)
Ieder jaar ontvangt VRBZO tientallen verzoeken om documenten openbaar te maken. Hierbij wordt vaak gevraagd naar incidentrapporten, foto’s, opnamen, adviezen, e-mails, brieven, besluiten, enzovoort. Het juridische kader werd voorheen gevormd door de Wob (Wet openbaarheid bestuur). Vanaf 1 mei 2022 is de Wob vervangen door de Woo: de Wet open overheid. Het uitgangspunt is dat publieke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het doel van de Woo is dan ook om informatie van de overheid zo toegankelijk en transparant mogelijk te maken. Informatie moet dus ook makkelijk te vinden zijn. Niet alleen journalisten, maar iedereen kan een verzoek om informatie indienen. VRBZO conformeert zich aan de landelijke planning en past de Woo toe bij de afhandeling van verzoeken om documenten openbaar te maken. Er is een projectgroep opgericht die de organisatie brede invoering van de actieve openbaarmakingsplicht
voorbereidt.
Hierbij
nemen
de
afdelingen
Informatiemanagement
en
Automatisering,
Communicatie en Bestuur- en Managementondersteuning het voortouw. Naast de verplichting om informatie op verzoek openbaar te maken, schrijft de Woo voor dat bepaalde informatie actief openbaar gemaakt moet worden. Deze bepaling is nog niet ingegaan, maar dit wordt in de aankomende jaren wel verwacht. Voor de Woo geldt een inspanningsplicht, wat wil zeggen dat publieke organisaties zo veel mogelijk openbaar moeten maken, denk hierbij aan informatie over het beleid, inclusief voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie. De afgelopen tijd is de projectgroep aan de slag gegaan met het in kaart brengen van de categorieën documenten die
42
Begroting 2025
straks actief openbaar gemaakt moeten worden. Deze categorieën bestaan uit: Wet- en regelgeving, organisatiegegevens, vergaderstukken en verslagen van het AB, agenda’s en besluitenlijsten van het DB, adviezen van adviescolleges, convenanten, jaarplannen en verslagen, woo-verzoeken, onderzoeken, beschikkingen en klachten. Hier is een implementatieplan voor in gang gezet waarin staat welke stukken al openbaar gemaakt zijn, wat erbij komt en waar deze informatie vandaan gehaald kan worden. Ook zijn er voorbereidingen getroffen zodat de website klaar is om deze stukken goed zichtbaar te maken. Een andere wet die hiermee meteen behandeld wordt, is de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). Deze wet houdt in dat de burger digitaal berichten aan bestuursorganen (zoals de VRBZO) kan sturen. De verwachting is dat deze wet op 1 juli 2024 in werking treedt. Dus de website moet tegen die tijd hierop aangepast zijn.
5.7
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. VRBZO is voor gemeenten een verbonden partij. Zelf heeft VRBZO geen verbonden partijen.
5.8
Lokale heffingen en grondbeleid
VRBZO kent geen lokale heffingen. Het onderdeel grondbeleid is voor VRBZO niet relevant.
43
Begroting 2025
Bijlagen
44
Begroting 2025
Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen
Gemeente Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal Gemeente Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal
Aandeel in bijdrage Basis 2024, 2024 regulier 2,03% € 1.037.795 2,68% € 1.369.507 3,39% € 1.732.418 2,73% € 1.398.665 2,59% € 1.322.722 3,75% € 1.915.592 2,55% € 1.302.881 34,79% € 17.791.732 4,57% € 2.336.656 3,59% € 1.834.680 1,90% € 971.994 10,82% € 5.533.929 2,72% € 1.388.979 2,79% € 1.429.371 2,19% € 1.122.182 1,73% € 885.512 2,39% € 1.222.679 1,85% € 943.951 3,78% € 1.933.417 5,23% € 2.676.604 1,94% € 991.744 100,0% € 51.143.009 Totale bijdrage 2025 2026 € 1.097.282 € 1.097.282 € 1.445.439 € 1.445.439 € 1.826.341 € 1.826.341 € 1.476.042 € 1.476.042 € 1.396.334 € 1.396.334 € 2.018.595 € 2.018.595 € 1.375.510 € 1.375.510 € 18.681.790 € 18.681.790 € 2.460.533 € 2.460.533 € 1.933.672 € 1.933.672 € 1.028.219 € 1.028.219 € 5.816.310 € 5.816.310 € 1.465.876 € 1.465.876 € 1.508.270 € 1.508.270 € 1.185.852 € 1.185.852 € 937.449 € 937.449 € 1.291.332 € 1.291.332 € 998.785 € 998.785 € 2.037.304 € 2.037.304 € 2.817.334 € 2.817.334 € 1.048.948 € 1.048.948 € 53.847.215 € 53.847.215
Tijdelijke opvang Waarvan impuls incidenteel omgevingsveiligheid € -4.058 € -1.278 € -5.356 € -1.687 € -6.775 € -2.134 € -5.470 € -1.723 € -5.173 € -1.629 € -7.491 € -2.360 € -5.095 € -1.605 € -69.576 € -21.917 € -9.138 € -2.878 € -7.175 € -2.260 € -3.801 € -1.197 € -21.641 € -6.817 € -5.432 € -1.711 € -5.590 € -1.761 € -4.388 € -1.382 € -3.463 € -1.091 € -4.781 € -1.506 € -3.691 € -1.163 € -7.561 € -2.382 € -10.467 € -3.297 € -3.878 € -1.222 € -200.000 € -63.000 2027 € 1.097.282 € 1.445.439 € 1.826.341 € 1.476.042 € 1.396.334 € 2.018.595 € 1.375.510 € 18.681.790 € 2.460.533 € 1.933.672 € 1.028.219 € 5.816.310 € 1.465.876 € 1.508.270 € 1.185.852 € 937.449 € 1.291.332 € 998.785 € 2.037.304 € 2.817.334 € 1.048.948 € 53.847.215
2024, regulier en structureel € 1.032.458 € 1.362.465 € 1.723.509 € 1.391.473 € 1.315.920 € 1.905.741 € 1.296.181 € 17.700.239 € 2.324.639 € 1.825.245 € 966.996 € 5.505.471 € 1.381.836 € 1.422.020 € 1.116.411 € 880.958 € 1.216.392 € 939.097 € 1.923.474 € 2.662.840 € 986.644 € 50.880.009
Indexering 2025 € 56.785 € 74.936 € 94.793 € 76.531 € 72.376 € 104.816 € 71.290 € 973.513 € 127.855 € 100.388 € 53.185 € 302.801 € 76.001 € 78.211 € 61.403 € 48.453 € 66.902 € 51.650 € 105.791 € 146.456 € 54.265 € 2.798.400
Basisbijdrage 2025, regulier € 1.089.243 € 1.437.400 € 1.818.302 € 1.468.004 € 1.388.295 € 2.010.557 € 1.367.471 € 18.673.752 € 2.452.495 € 1.925.633 € 1.020.181 € 5.808.272 € 1.457.837 € 1.500.231 € 1.177.814 € 929.411 € 1.283.293 € 990.747 € 2.029.265 € 2.809.296 € 1.040.909 € 53.678.409
Piket bevolkingszorg 2024 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 7.619 € 160.005
Indexering 2025 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 419 € 8.800
Piket bevolkingszorg 2025 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 8.038 € 168.806
Totale bijdrage 2025 € 1.097.282 € 1.445.439 € 1.826.341 € 1.476.042 € 1.396.334 € 2.018.595 € 1.375.510 € 18.681.790 € 2.460.533 € 1.933.672 € 1.028.219 € 5.816.310 € 1.465.876 € 1.508.270 € 1.185.852 € 937.449 € 1.291.332 € 998.785 € 2.037.304 € 2.817.334 € 1.048.948 € 53.847.215
2028 € 1.097.282 € 1.445.439 € 1.826.341 € 1.476.042 € 1.396.334 € 2.018.595 € 1.375.510 € 18.681.790 € 2.460.533 € 1.933.672 € 1.028.219 € 5.816.310 € 1.465.876 € 1.508.270 € 1.185.852 € 937.449 € 1.291.332 € 998.785 € 2.037.304 € 2.817.334 € 1.048.948 € 53.847.215
45
Begroting 2025
Bijlage 2: overzicht van baten en lasten Lasten Rijlabels Brandweerzorg Crisisbeheersing Ondersteuning organisatie Financiering Bdur uitkering Rijk Bijdrage gemeenten Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Toevoeging/Onttrekking Reserves Eindtotaal
2023 realisatie € 44.220.951 € 5.664.369 € 11.520.215 € 102.992
€ 102.992 € 61.508.526
Baten 2024 na 2024 na wijziging 2025 2023 realisatie wijziging 2025 € 45.366.095 € 47.825.511 -€ 3.235.842 -€ 721.246 -€ 721.246 € 4.924.464 € 5.263.313 -€ 1.749.475 -€ 32.000 -€ 32.000 € 11.040.254 € 11.506.354 -€ 110.271 € 337.660 € 699.659 -€ 58.210.794 -€ 60.915.227 -€ 64.541.591 -€ 8.888.807 -€ 9.612.213 -€ 10.594.376 -€ 48.901.008 -€ 51.303.014 -€ 53.847.215 € 337.660 € 699.659 -€ 420.979 -€ 100.000 € 61.668.473
€ 65.294.837
-€ 63.306.383
-€ 61.668.473
-€ 65.294.837
46
Begroting 2025
Bijlage 3: Meerjarenraming 2025 – 2028 Onderstaande tabel toont de meerjarenraming.
Programma Brandweerzorg Crisisbeheersing Ondersteuning organisatie Financiering Bdur uitkering Rijk Bijdrage gemeenten Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Toevoeging/Onttrekking Reserves Eindtotaal
Lasten Baten 2025 2026 2027 2028 2025 2026 2027 2028 € 47.825.511 € 47.831.213 € 47.831.213 € 47.831.213 -€ 721.246 € -721.246 -€ 721.246 -€ 721.246 € 5.263.313 € 5.263.754 € 5.263.754 € 5.263.754 -€ 32.000 € -32.000 -€ 32.000 -€ 32.000 € 11.506.354 € 11.552.515 € 11.552.515 € 11.552.515 €0 € 699.659 € 954.658 € 954.657 € 954.657 -€ 64.541.591 € -64.848.894 -€ 64.848.893 -€ 64.848.893 -€ 10.594.376 € -10.901.679 -€ 10.901.678 -€ 10.901.678 -€ 53.847.215 € -53.847.215 -€ 53.847.215 -€ 53.847.215 € 699.659 € 954.658 € 954.657 € 954.657 -€ 100.000 € -100.000 -€ 100.000 -€ 100.000 €0 € 65.294.837 € 65.602.140 € 65.602.139 € 65.602.139 -€ 65.294.837 € -65.602.140 -€ 65.602.139 -€ 65.602.139
47
Begroting 2025
Bijlage 4: Begroting ingedeeld naar taakvelden
Taak Bestuur en ondersteuning
Veiligheid VHROSV Eindtotaal
Taak ID 0.10 0.4 0.5 0.7 0.8 1.1 8.3
Taakveld Mutaties reserves Ondersteuning organisatie Treasury Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Crisisbeheersing en brandweer Wonen en bouwen
Lasten € 11.506.354 € 100.000
Baten
-€ 100.000
-€ 64.441.591 € 599.659 € 52.005.616 -€ 753.246 € 1.083.208 € 65.294.837 -€ 65.294.837
48
Begroting 2025
Bijlage 5: Renteschema Renteschema conform BBV richtlijn 2025 Externe rentelasten over de korte en lange financiering
€ 273.959
Externe rentebaten
-€ 100.000
Saldo rentelasten en rentebaten
€ 173.959
Rente grondexploitatie
€0
Rente projectfinanciering
€0
Rentebaten van doorverstrekte leningen
€0
Subtotaal
€0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 173.959
Rente over eigen vermogen
€0
Rente over voorzieningen
€0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 173.959
De aan de taakvelden toegerekende rente
€ 173.959
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€0
49
Begroting 2025
Bijlage 6: EMU saldo Omschrijving Exploitatiesaldo voor onttrekking reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Dotaties aan de post voorzieningen Investeringen die worden geactiveerd Baten uit bijdragen andere overheden Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, Baten bouwgrondexploitatie Lasten op de balanspost voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen Verkoop van effecten: Berekend EMU saldo
2025, €0 € 5.068.750 € 1.536.827 € -7.636.460
€ -746
€ -1.031.628
50
Begroting 2025
Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen Activa Vaste activa Immateriele vaste activa Gronden en terreinen Gebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overig Materiele vaste activa Totale vaste activa Vlottende activa Overige vorderingen Rekening courantverhouding met het rijk Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen Overlopende activa Liquide middelen Totale vlottende activa Totale activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Voorzieningen FLO Voorzieningen ROC Voorzieningen Verlofsparen Voorzieningen minnelijke regelingen rvu Voorzieningen FLO 1% compensatie
2025
2026
2027
2028
€ € € € € € € €
403.045 -6.315.243 1.669.154 24.477.179 8.685.595 28.919.730 28.919.730
€ € € € € € € €
403.045 -11.274.243 1.976.154 28.085.179 8.955.595 28.145.730 28.145.730
€ € € € € € € €
403.045 -16.274.243 1.989.154 30.672.179 9.456.595 26.246.730 26.246.730
€ € € € € € € €
403.045 -21.274.243 2.254.154 33.685.179 11.440.595 26.508.730 26.508.730
€
27.617
€
27.617
€
27.617
€
27.617
€ € €
4.893.808 7.905.729 12.827.153
€ € €
5.008.588 8.189.524 13.225.728
€ € €
5.255.230 8.212.836 13.495.682
€ € €
5.154.066 7.986.864 13.168.546
€ € € €
850.000 746 13.677.900 42.597.629
€ € € €
850.000 746 14.076.475 42.222.204
€ € € €
850.000 746 14.346.429 40.593.158
€ € € €
850.000 746 14.019.293 40.528.022
2025
2026
2027
2028
€
-4.049.062
€
-4.049.062
€
-4.049.062
€
-4.049.062
€ €
-662.254 -192.000
€ €
-303.495 -232.000
€ €
-371.116 -262.000
€ €
-420.147 -282.000
€ €
-
€ €
-
€ €
-
€ €
-
Vaste schulden bestaand Vaste schulden uitbreiding eerdere jaren Nieuwe lening Vaste schuld totaal
€
-9.740.833
€
-7.684.167
€
-5.957.500
€
-4.823.333
€ € €
-3.000.000 -6.000.000 -18.740.833
€ € €
-9.000.000 -2.000.000 -18.684.167
€
-11.000.000
€
-16.957.500
€ € €
-11.000.000 -1.000.000 -16.823.333
Totale vaste passiva Vlottende passiva Vlottende schulden Overlopende passiva Totale vlottende passiva Totale Passiva Resultaat
€
-23.644.149
€
-23.268.724
€
-21.639.678
€
-21.574.542
€ € € € €
-4.687.631 -14.265.849 -18.953.480 -42.597.629 0
€ € € € €
-4.687.631 -14.265.849 -18.953.480 -42.222.204 0
€ € € € €
-4.687.631 -14.265.849 -18.953.480 -40.593.158 0
€ € € € €
-4.687.631 -14.265.849 -18.953.480 -40.528.022 0
51
Begroting 2025
Totaal Vaste schulden Totaal Vlottende schulden Totaal Overlopende passiva Totaal Uitzettingen Totaal Overlopende activa Totaal Liquide middelen Subtotaal netto-schuld Baten excl. Mutaties reserves Netto-schuldquote
2025 € -18.740.833 € -4.687.631 € -14.265.849 € 12.827.153 € 850.000 € 746 € -24.016.414 € -53.413.891,00 45%
2026 € -18.684.167 € -4.687.631 € -14.265.849 € 13.225.728 € 850.000 € 746 € -23.561.173 € -53.413.891,00 44%
2027 € -16.957.500 € -4.687.631 € -14.265.849 € 13.495.682 € 850.000 € 746 € -21.564.552 € -53.413.891,00 40%
€ € € € € € € €
2028 -16.823.333 -4.687.631 -14.265.849 13.168.546 850.000 746 -21.757.521 -53.413.891,00 41%
2027 -4.049.062 € -40.593.158 € 10%
2028 -4.049.062 -40.528.022 10%
2028 4.049.061,72 -
Solvabiliteitsratio Totaal Eigen vermogen Totaal Passiva Solvabiliteitsratio
€ €
2025 -4.049.062 € -42.597.629 € 10%
2026 -4.049.062 € -42.222.204 € 10%
Weerstandsvermogen en-capiciteit Algemene reserve Resultaat boekjaar Bestemmingsreserve Incidentele weerstandscapiciteit Structurele weerstandscapaciteit Totale weerstandscapaciteit
€ € €
2025 4.049.061,72 € €
2026 4.049.061,72 € €
2027 4.049.061,72 € €
4.049.061,72 €
4.049.061,72 €
4.049.061,72 €
€ -
4.049.062
€ -
4.049.062
€ -
4.049.062
4.049.061,72 €
4.049.062
Totale weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen/-capaciteit
52
Begroting 2025
Bijlage 8: Investeringsbegroting Categorie Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines Apparaten Installaties Overige materiele vaste activa Totaal
2025 €0 € 3.688.260 € 175.200 € 3.773.000 € 7.636.460
2026 € 41.000 € 3.608.000 € 214.000 € 270.000 € 4.133.000
2027 €0 € 2.587.000 € 216.000 € 501.000 € 3.304.000
2028 €0 € 3.013.000 € 265.000 € 2.361.000 € 5.639.000
53