CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

C1 ODZOB - Kaderbrief 2026

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken voor advies naar college2.223 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2026

Kaderbrief 2026

Kaderbrief 2026

In opdracht van

dagelijks bestuur ODZOB

Opgesteld door

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Datum

21 november 2024

Status

definitief

-2-

Kaderbrief 2026

Inhoudsopgave 1

Inleiding ................................................................................................................................................................................ 1

2

Beleidsmatige ontwikkelingen 2026 .......................................................................................................................... 2

3

4

2.1

Robuuste omgevingsdienst ........................................................................................................ 2

2.2

Meerjarige verbeteraanpak ......................................................................................................... 2

2.3

Ontwikkelbudget ....................................................................................................................... 2

2.4

Registratie- en rapportageverplichting werkgebonden personenvervoer ...................................... 2

Financiële ontwikkelingen 2026 .................................................................................................................................. 4 3.1

Baten wegens declarabele uren .................................................................................................. 4

3.2

Rentebaten ................................................................................................................................ 4

3.3

Lasten ....................................................................................................................................... 4

3.4

Indexering 2026 ........................................................................................................................ 4

3.5

Declarabiliteit en ziekteverzuim ................................................................................................. 5

3.6

Overhead ................................................................................................................................... 6

3.7

Onderzoek (opstellen businesscase) vereenvoudigde verantwoording en robuuste financiering ... 7

Risico-paragraaf ................................................................................................................................................................. 7

-3-

Kaderbrief 2026

1

Inleiding

Voor u ligt de Kaderbrief 2026 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Hierin wordt, zij het in beperkte mate, ingegaan op te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen voor 2026. Deze kaderbrief richt zich voornamelijk op de financiële kaders voor 2026. De reden hiervoor is dat de beraadslaging over de Kaderbrief 2026 in dezelfde AB-vergadering (namelijk die van 19 december 2024) plaatsvindt als de beraadslaging over het voorstel over de Meerjaren ontwikkelaanpak die er onder meer voor moet zorgen dat de ODZOB, nu en in de toekomst, een robuuste omgevingsdienst is. De voorliggende kaderbrief heeft daardoor een beperkte beleidsmatige reikwijdte. Uitgangspunt voor iedere begroting die de ODZOB opstelt is dat de baten en lasten structureel in evenwicht zijn. Dit leidt tot een meerjarig sluitende begroting. Dat is ook nu weer het geval.

1

Kaderbrief 2026

2

Beleidsmatige ontwikkelingen 2026

De ODZOB ontwikkelt zich meer en meer naar een collectieve voorziening voor de fysieke leefomgeving in de regio Zuidoost-Brabant. Dit raakt zowel de uitvoering van de werkprogramma’s van onze deelnemers, projecten die in regionaal verband worden aangevlogen en verschillende landelijke trajecten.

2.1

Robuuste omgevingsdienst

Uiterlijk op 1 april 2026 dient de ODZOB te voldoen aan de criteria die in het kader van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel zijn opgesteld. De zelftoets in het najaar van 2023 werd opgevolgd door het indienen van een plan van aanpak in het voorjaar van 2024. Hierbij is besloten dat de ODZOB eind 2024 een Meerjaren ontwikkelaanpak aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd.

2.2

Meerjarige verbeteraanpak

In de vergadering van het algemeen bestuur van 19 december 2024 wordt, net zoals het geval is voor de Kaderbrief 2026, de Meerjaren ontwikkelaanpak ter vaststelling voorgelegd. De Meerjaren ontwikkelaanpak onderscheidt een drietal scenario’s, waarvan er één het voorkeurscenario is. Het gaat hierbij om de volgende scenario’s: 0.

Versterken bedrijfsvoering (geen extra middelen voor ontwikkeling)

1.

Versnellen

2.

Kwalitatief versterken

Het laatste scenario, getiteld ‘kwalitatief versterken’, is het voorkeurscenario. In dit scenario wordt niet alleen de bedrijfsvoering structureel versterkt, maar wordt tevens een versnelling doorgevoerd op het ROKimplementatieplan en het datamanagement en wordt tenslotte het projectmanagement versterkt.

2.3

Ontwikkelbudget

In de begroting 2025 is een structureel bedrag van €800.000 opgenomen als ontwikkelbudget dat nodig is om van de ODZOB een permanente duurzame robuuste omgevingsdienst te laten zijn. Tot aan de beraadslaging van 19 december 2024 staat er een ‘hek’ om dit budget. Daarmee wordt bedoeld dat de ODZOB hier nog niet over kan beschikken. In de AB-vergadering van de genoemde datum wordt inzichtelijk gemaakt welk deel van dit ontwikkelbudget er (meerjarig) incidenteel danwel structureel benodigd is. Het is de bedoeling dat het ontwikkelbudget wordt ingezet als een stelpost die uitgaven die voortvloeien uit de praktische invulling van het gekozen scenario afdekt. Via tussentijdse rapportages wordt bewaakt of de meerkosten onder het bedrag van €800.000 blijven.

2.4

Registratie- en rapportageverplichting werkgebonden personenvervoer

Nederland heeft afgesproken de CO2-uitstoot te verminderen. De CO2-uitstoot van zakelijk verkeer en woon-werkverkeer van werknemers hoort daar ook bij. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wil daarom bekijken hoeveel CO2 het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer van werknemers uitstoot. Op dit moment zorgen zakelijk verkeer en woon-werkverkeer samen naar schatting voor meer dan 50% van de gereden kilometers in Nederland. 2

Kaderbrief 2026

Om de klimaatdoelen te halen is afgesproken dat werkgevers met minimaal 100 werknemers hun jaarlijkse CO2-uitstoot van de werkgebonden personenmobiliteit (WPM) verminderen. Als eerste stap geldt er vanaf 1-7-2024 een registratie- en rapportageverplichting van de door werknemers afgelegde kilometers voor zowel woon-werkverkeer als zakelijke verkeer. Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor het toezicht op de rapportageplicht. Het betreft een nieuwe, verplichte basistaak voor omgevingsdiensten die uitgevoerd moet worden vanaf 2025. Zowel de te verwachten kosten als de bekostiging van deze nieuwe taak is nog niet uitgekristalliseerd. Vandaar dat ODNL hierover een leidraad heeft opgesteld. Hieruit blijkt dat de benadering vanuit het ministerie niet aansluit met de inzichten uit de (regionale) praktijk. Naar verwachting zal er in 2025 meer duidelijkheid komen over de diepgang en reikwijdte van deze nieuwe taak en op welke wijze deze het beste in de werkprogramma’s van de deelnemers kan worden ondergebracht.

3

Kaderbrief 2026

3

Financiële ontwikkelingen 2026

3.1

Baten wegens declarabele uren

De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor door de ODZOB uitgevoerde werkzaamheden. Hetzij wegens opgedragen individuele werkprogramma’s hetzij wegens de afgesproken activiteiten die voortkomen uit het programma regionale samenwerking, waaronder de collectieve taken. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De op te stellen begroting 2026 wordt gebaseerd op de werkprogramma’s voor 2025, rekening houdend met relevante ontwikkelingen (voor zover reeds bekend) voor 2026. De concept werkprogramma’s voor 2025 zijn inmiddels opgesteld. In lijn met de begroting 2025 kan ook in 2026 worden uitgegaan van een raming van 246.000 declarabele uren. Dit aantal is het uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2026.

3.2

Rentebaten

In de begroting 2025 is, nadat dit gedurende enkele jaren bewust achterwege was gelaten, weer rekening gehouden met te verwachten rentebaten. Reden hiervoor is dat de rente die wordt ontvangen wegens het aanhouden van middelen bij ’s Rijks schatkist de afgelopen jaren 3 tot 4% bedroeg. Hoewel het beleid van de Europese Centrale Bank er op is gericht om de inflatie te beteugelen, ligt het in de lijn der verwachting dat ook in 2026 gerekend kan worden op €200.000 aan rentebaten.

3.3

Lasten

Circa 88% van de lasten uit de begroting 2025 bestaat uit personeelsgerelateerde kosten. Salarissen zijn daar veruit het grootse onderdeel van. De onderstaande tabel geeft een inzicht op hoofdlijnen. Kostensoort

Aandeel in totaal

Salarissen (eigen personeel)

66%

Externe inhuur

18%

Overige personele kosten

4%

Organisatiekosten / diversen

12%

Als kader voor de op te stellen begroting 2026 wordt uitgegaan van een aandeel van 66% voor de loonkosten(ontwikkeling) en 34% voor (de ontwikkeling van) prijzen. Het aandeel van de externe inhuur in de totale arbeidsmix wordt, net als in 2025, gemaximeerd op 18%.

3.4

Indexering 2026

De indexeringsmethodiek van de 4GR in Zuidoost-Brabant is bestuurlijk bekrachtigd door de deelnemers van deze gemeenschappelijke regelingen. Dit leidt er toe dat de indexcijfers uit de Macro Economische Verkenning 2025 (gepubliceerd in september 2024) als uitgangspunt gelden voor de Kaderbrief 2026. 4

Kaderbrief 2026

De Macro Economische Verkenning 2025 toont de volgende indexcijfers: 1.

Materiële overheidsconsumptie:

2,7%

aandeel 34%

effect 0,9%

2.

Loonvoet sector overheid:

4,7%

aandeel 66%

effect 3,1%

3.

Gewogen gemiddelde:

4,0%

Het gemiddeld uurtarief voor 2025 in de begroting 2025 becijferd op €123,46. Voor 2026 wordt uitgegaan van de onderstaande ontwikkelingen. Het gemiddeld uurtarief voor 2026 komt uit op €128,42. stijging

Tariefontwikkeling 2026

bedrag

Gemiddeld uurtarief 2025

€ 123,46

MEV 2025: ontwikkeling prijspeil voor 2026

0,9%

€ 1,13

MEV 2025: ontwikkeling loonkosten voor 2026

3,1%

€ 3,83

Gemiddeld uurtarief 2026

€ 128,42

In bovenstaand overzicht is nog geen rekening gehouden met de eventuele gevolgen van besluitvorming van het algemeen bestuur over de meerjarige samenhangende verbeteraanpak. Het voorkeurscenario sluit op een totaalbedrag van €800.000 per jaar. Het gevolg hiervan is, dat vanaf 2026 hetzelfde bedrag nodig is voor de meerjarige samenhangende verbeteraanpak.

3.5

Declarabiliteit en ziekteverzuim

De declarabiliteitsnorm voor 2026 is, vooralsnog, gelijk aan die voor 2025. Dat betekent concreet dat wordt uitgegaan van 1.299 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Enkele jaren geleden heeft het algemeen bestuur als uitgangspunt voor de raming van het ziekteverzuim besloten uit te gaan van het 3-jaars voortschrijdend gemiddelde. Het meest actuele 3-jaars voortschrijdend gemiddelde beslaat de periode oktober 2022 t/m september 2024 en ligt op 7,2%. Dit is hoger dan de streefwaarde van 6%, maar in lijn met de ervaringen uit 2023 en 2024. Voor 2026 wordt uitgegaan van een ziekteverzuim dat niet hoger ligt dan 6%. Dit vraagt een actieve sturing hierop van directie en management. Speerpunten hierbij zijn het terugdringen van de verzuimfrequentie en het zoveel als mogelijk voorkomen van langdurig ziekteverzuim. Om te komen tot de realisatie van 246.000 declarabele uren in 2026 en op basis van een declarabiliteitsnorm van 1.299 uur per fte dient de ODZOB te kunnen beschikken over de volgende aantallen fte’s: •

Primair proces

•

Overhead

47,3 fte

•

Totaal

236,7 fte

189,4 fte (20% van het totaal)

5

Kaderbrief 2026

3.6

Overhead

In december 2023 publiceerde de Commissie Bbv (Bbv staat voor Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) de Notitie Overhead 2023. Dit is een actualisatie van een eerdere notitie van deze commissie uit 2016 en gaat in op de inhoud en reikwijdte van het begrip overhead. De commissie heeft met deze notitie uit 2023 beoogt een duurzame basis te leggen onder wat er verstaan dient te worden onder overhead. De geactualiseerde notitie is, voor gemeenten en provincies, van toepassing vanaf begroting 2025. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt dat zij vanaf begroting 2026 uit moeten gaan van het gestelde in de notitie van de commissie Bbv. In de voorliggende kaderbrief 2026 zijn de gevolgen van de aangehaalde notitie voor de ODZOB in beeld gebracht. Door het algemeen bestuur hier een besluit over te laten nemen wordt invulling gegeven aan de oproep die de commissie Bbv deed bij de publicatie van haar geactualiseerde notitie. Van de ODZOB wordt verwacht dat er een keuze wordt gemaakt in het onderscheid tussen functies in het primaire proces en de overhead. Daarnaast is het de bedoeling dat er afspraken gemaakt worden over het opnemen van indicatoren uit de regeling ‘regeling beleidsindicatoren gemeenten en provincies’.

Met betrekking tot het gevraagde onderscheid tussen functies in het primaire proces en de overhead is door de ODZOB geconcludeerd dat de opzet die tot op heden is gehanteerd kan worden voortgezet. De geactualiseerde notitie van de commissie Bbv leidt derhalve niet tot gewijzigde inzichten. De ODZOB rekent de volgende functies tot de overhead: •

Directie & management

•

Financien

•

ICT

•

Personeel & organisatie

•

Secretariaat & facilitair

•

Concernstaf

De regeling beleidsindicatoren gemeenten en provincies heeft geen verplichtend karakter naar gemeenschappelijke regelingen. Desondanks meent de Commissie Bbv dat deze indicatoren ook van toegevoegde waarde kunnen zijn voor dit type organisaties. De ODZOB onderschrijft dit en ziet geen belemmeringen om de betreffende indicatoren vanaf de begroting 2026 op de te nemen in de P&Cdocumenten. Het betreft de volgende indicatoren: 1.

Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners)

2.

Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners)

3.

Apparaatskosten (alle personele en materiele lasten wegens het functioneren van de organisatie, per inwoner)

4.

Externe inhuur (lasten inhuur externen als percentage van de totale loonsom plus de lasten inhuur externen)

5.

Overheadkosten (de lasten van de overhead als percentage van de totale lasten)

De ODZOB beschikt over deze gegevens. Bij de eerste 3 indicatoren worden bepaalde waarden afgezet tegen het aantal inwoners. Voor de ODZOB geldt dan het inwoneraantal van de regio Zuidoost-Brabant.

6

Kaderbrief 2026

3.7

Onderzoek (opstellen businesscase) vereenvoudigde verantwoording en robuuste financiering

Het dagelijks bestuur stemde in oktober 2024 in met het laten uitwerken (door een extern adviesbureau) van een businesscase waarin de gevolgen van een vereenvoudiging van de verantwoording (naar deelnemers) en de gevolgen van een robuuste financiering (zoals uitgewerkt in het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel) worden uitgewerkt. Naar verwachting vindt dit in 2025 plaats en kunnen de gevolgen hiervan, indien het algemeen bestuur hiertoe besluit, vanaf 2026 worden geëffectueerd. Wat die gevolgen zijn is nu nog niet bekend. Het laat echter onverlet dat het belangrijk is om deze ontwikkeling in deze kaderbrief te melden.

4

Risico-paragraaf

De ODZOB zeilt scherp aan de wind. Dit gebeurt met volle overgave, maar het brengt wel risico’s met zich mee. Het betreft onder andere de beheersing van het ziekteverzuim en het beperken van de externe inhuur. Daarnaast is in de Begroting 2025 een structureel bedrag van €700.000 afgeraamd, met een (voor onze deelnemers) gunstig effect op het gemiddeld uurtarief. Afhankelijk van de besluitvorming over het voorkeurscenario van de Meerjaren ontwikkelaanpak wordt vanaf 2026 mogelijk een aanvullend structureel bedrag afgeraamd. Hiermee toont de ODZOB zich bewust te zijn van de uitdagende financiële situatie van haar deelnemers wegens het ‘ravijnjaar’ 2026. De uitdagingen waar de ODZOB voor staat en de uitvoering van de Meerjaren ontwikkelaanpak kunnen onverhoopt leiden tot financiële tegenvallers. Tegen die achtergrond wordt in overweging gegeven om de komende jaren bij een positief jaarrekeningresultaat dit surplus toe te voegen aan de financiële buffer van de dienst (het weerstandsvermogen). Dit ter voorkoming van een eventuele deelnemersbijdrage ter versterking van dit weerstandsvermogen.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15000110/1