Bp ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ - Bijlage 1.9 Notitie aanvullend vleermuisonderzoek
Tekst van het document
Ecologica BV
0495 - 46 20 70
info@ecologica.eu
Rondven 22 6026 PX Maarheeze
0495 - 46 20 79
www.ecologica.eu
Kero Bouw en Vastgoed II BV t.a.v. de heer D. Rietberg Hoge Duinlaan 18 5582 KG Waalre Datum: Behandeld door: Ons kenmerk: Uw kenmerk:
26 oktober 2022 Stef Houben P2022/31
Notitie aanvullend vleermuisonderzoek Pastoor Aldenhuijsenstraat te Nuenen Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming Deze notitie heeft betrekking op het aanvullende onderzoek naar vleermuizen aan verschillende gebouwen aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat te Nuenen. Uit een eerder door Ecologica uitgevoerde quickscan is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk was1. Deze notitie behandelt de resultaten van het vleermuisonderzoek.
Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft twee woningen, een garage en een schuur aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen. Het onderzoek betreft het onderzoeksgebied, maar ook de omgeving voor zover er effecten van de sloop te verwachten zijn. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van de gebouwen en het ontwikkelen van nieuwbouw.
1
Notitie quickscan Pastoor Aldenhuijsenstraat Nuenen, Ecologica 2022.
Blad 1 KvK Eindhoven: 17093881
BTW-nummer: NL818178346B01
Rekeningnummer: NL49 TRIO 0788 9202 35
Ecologisch advies en onderzoek
Figuur 1: Globale situering van het onderzoeksgebied voor vleermuizen (rood omlijnd) (bron: Google Maps).
Aanpak vleermuisonderzoek Protocol voor vleermuisonderzoek Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd volgens het vigerende Vleermuisprotocol2. Inventarisaties die volgens deze richtlijnen worden uitgevoerd door een ervaren vleermuisonderzoeker, zowel in tijd als met het gebruik van de voorgeschreven apparatuur, voldoen aan de eisen, die gesteld worden door de bevoegde gezagen. Gebiedsfuncties Vleermuisonderzoek is erop gericht om vast te stellen welke soorten in een onderzoeksgebied aanwezig zijn en hoe deze het betreffende gebied gebruiken (zogenaamde gebiedsfuncties). Elke soort benut op andere wijze zijn leefgebied. Dit wordt met behulp van veldwerk in kaart gebracht. Het leefgebied van vleermuizen beslaat tijdelijke en vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Zelden beslaat het leefgebied van een vleermuis alleen het onderzoeksgebied. Indien dit relevant was voor het onderzoek, is ook aanvullende informatie in aangrenzend gebied verzameld.
2
https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
Notitie aanvullend vleermuisonderzoek Pastoor Aldenhuijsenstraat te Neunen
Blad 2
Ecologisch advies en onderzoek
Veldwerk Het veldwerk bij vleermuisonderzoek dat gericht is op het vaststellen van soorten en hun gebiedsgebruik, vindt hoofdzakelijk plaats tussen zonsondergang en zonsopkomst. Een nacht kan hierbij worden onderverdeeld in drie perioden: de avondperiode (van een half uur voor zonsondergang tot twee uur na zonsondergang), de periode rond middernacht (van twee uur voor, tot twee uur na middernacht) de ochtendperiode (van twee uur voor tot een half uur na zonsopkomst). De avondperiode wordt gebruikt om uitvliegers en vliegroutes op te sporen; de ochtendperiode wordt gebruikt om naar zwermende en inkruipende vleermuizen bij een verblijfplaats te zoeken en de vliegroutes naar de verblijfplaats toe op te sporen. De periode rond middernacht is alleen van toepassing in het najaar, als de mannetjes baltsen. Het plangebied is telkens door één persoon onderzocht. Het veldwerk is onderverdeeld in een voorjaar-zomerperiode (half mei tot half juli) en een periode in het najaar (augustus tot eind september). De voorjaar-zomerperiode wordt gebruikt om kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes op te sporen. De periode in het najaar wordt gebruikt om naar paarverblijfplaatsen/-territoria, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden te zoeken.
Omdat de aanwezigheid van laatvliegers niet was uit te sluiten, is er een extra avondbezoek uitgevoerd conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol voor deze soort. Bij de vleermuisinventarisaties is gebruikgemaakt van een Batlogger M en Pettersson D240X ultrasound batdetectoren. Deze batdetectoren zetten voor mensen onhoorbare sonargeluiden van vleermuizen om in hoorbare geluiden. Aan de hand van deze geluiden kunnen de vleermuizen op soort gebracht worden en kan ook hun terreingebruik goed worden geïnterpreteerd. Er is tevens gebruik gemaakt van een alsook een Hikmicro OWL OQ35 warmtebeeldcamera. In Tabel 1 zijn de details van de verschillende bezoeken, evenals de weeromstandigheden te vinden. Tabel 1: Overzicht van de weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek.
Datum
Zonsondergang 21:46
Begintijd
Eindtijd
02-06-2022
Zonsopgang Nvt
21:40
00:15
Temp (°C) 16
27-06-2022
Nvt
21:59
21:50
00:30
17
01-07-2022
05:25
Nvt
03:00
25:30
15
17-08-2022
Nvt
20:57
22:00
00:00
19
21-09-2022
Nvt
19:39
23:30
01:30
10
Weer
Waarnemer
Helder, wind- Stef Houben stil Helder, 1Bft Stef Houben 8/8 bewolkt, Stef Houben 2-3Bft 8/8 bewolkt, Stef Houben 1Bft Helder, wind- Stef Houben stil
Resultaten Periode 15 mei – 15 juli 2022 Tijdens het zomeronderzoek zijn drie soorten vleermuizen waargenomen, namelijk gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Van deze soorten hebben gewone dwergvleermuis en laatvlieger hun verblijfplaatsen in gebouwen, rosse vleermuizen verblijven doorgaans in bomen. Er zijn weinig waarnemingen van vleermuizen binnen het onderzoeksgebied gedaan. Bij ieder bezoek zijn wel enkele overvliegende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen, maar geen enkele had een binding met de gebouwen binnen het onderzoeksgebied. Met enige regelmaat foerageerde een gewone dwergvleermuis langs de straatlantaarns aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat. De waarneming
Notitie aanvullend vleermuisonderzoek Pastoor Aldenhuijsenstraat te Neunen
Blad 3
Ecologisch advies en onderzoek
van rosse vleermuis betrof een hoog overvliegend exemplaar. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de gebouwen binnen het onderzoeksgebied. Tijdens de veldbezoeken zijn onder de overkapping achter de loods verschillende braakballen van kerkuil aangetroffen (zie Foto 1). Tevens is een langsvliegend individu waargenomen. Het lijkt erop dat er een rustplaats van kerkuil is onder de overkapping die af en toe wordt gebruikt.
Foto 1: Kalkspetters en braakballen van kerkuil onder de overkapping.
Periode 15 augustus – eind september 2022 In het najaarsonderzoek zijn alleen gewone dwergvleermuizen waargenomen. Er is minimaal één mannetje gewone dwergvleermuis met socials calls waargenomen. Mannetjes van de gewone dwergvleermuis gebruiken in het najaar social calls om hun territorium af te bakenen (baltsplaatsen) en wijfjes te lokken om te paren. In de buurt van de locaties waar ze hun social calls laten horen, zit vaak een paarverblijfplaats, maar soms liggen de paarplaatsen een stuk verderop. Paarverblijfplaatsen bevinden zich vrijwel uitsluitend in gebouwen, bij uitzondering in bomen. Het dier foerageerde af en toe langs de hoge begroeiing bij de woning aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat 9. Het individu liet telkens social calls horen bij het naastgelegen gebouw aan de Vincent van Goghstraat 74, waar mogelijk een paarverblijfplaats aanwezig is. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de gebouwen binnen het onderzoeksgebied.
Notitie aanvullend vleermuisonderzoek Pastoor Aldenhuijsenstraat te Neunen
Blad 4
Ecologisch advies en onderzoek
Verder lagen er weer een aantal nieuwe braakballen van kerkuil onder de overkapping achter de loods. Tijdens het vorige bezoek zijn een aantal braakballen meegenomen, om te kijken of de rustplaats nog werd gebruikt.
Effectanalyse Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Wel zijn af en toe overvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Door het slopen van de gebouwen gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Er is binnen het plangebied een rustplaats van kerkuil vastgesteld onder de overkapping achter de loods. Zowel tijdens het zomer- en najaarsonderzoek zijn er braakballen van de soort gevonden. In totaal zijn er 10-15 braakballen gevonden. Kerkuilen produceren 1-2 braakballen per dag, wat erop duidt dat deze rustplaats sporadisch wordt gebruikt, gezien het lage aantal braakballen in een periode van vier maanden. Er is bij de Vogelwerkgroep Eindhoven navraag gedaan of zij weten of er nestkasten van de soort bekend zijn in de omgeving. Het blijkt dat er op de gewelven van de Sint-Clementskerk van Nuenen, direct grenzend aan het plangebied, een nestkast aanwezig is. Deze nestkast is minimaal sinds 2006 bezet en het koppel heeft sindsdien 14 keer succesvol jongen grootgebracht. Dit jaar hebben ze niet gebroed. Door het slopen van de gebouwen, waaronder de loods, gaat de rustplaats van kerkuil verloren.
Indien minimaal twee alternatieve verblijfplaatsen conform het Kennisdocument Kerkuil worden aangeboden, waardoor de functionaliteit van de rustplaats gewaarborgd blijft, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. Het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen kan in de vorm van nestkasten voor kerkuil of een houten balk op een donkere en rustig plek in een gebouw. Indien dat niet kan, dient een ontheffing aangevraagd te worden voor het vernielen van de rustplaats.
Conclusie Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de te slopen gebouwen. Mitigerende en compenserende maatregelen voor vleermuizen zijn niet nodig. Er is een rustplaats van kerkuil vastgesteld onder de overkapping welke verloren gaat door het slopen van de gebouwen. Er dienen daarvoor mitigerende maatregelen genomen te worden. Indien dat niet kan, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Aanbevelingen
er dient bij het de werkzaamheden zorgvuldig gehandeld te worden (wettelijke Zorgplicht). het is van belang om de begroeiing te verwijderen in de winterperiode en vòòr maart. Vanaf begin maart kunnen sommige vogels (zoals Turkse tortel, houtduif, merel) met nestbouw en eileg beginnen. Deze vogelsoorten kunnen tot in oktober late legsels grootbrengen. Als er in de winterperiode en voor 1 maart wordt gerooid, dan vindt er geen verstoring of vernietiging van nesten van broedvogels plaats en bijgevolg geen overtreding van de Wet natuurbescherming.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Stef Houben
Notitie aanvullend vleermuisonderzoek Pastoor Aldenhuijsenstraat te Neunen
Blad 5