Bp ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen - Bijlage 1.14 Verkennend bodemonderzoek 2024
Tekst van het document
VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9
Rapport:
Nuenen
Opdrachtgever:
Clemens B.V. Hoge Duinlaan 18 5582KG WAALRE
Projectnummer:
2303010
Rapportdatum: Status:
8 april 2024 Definitief
Auteur:
Laura Thiesen
Kwaliteitscontrole:
Walter van den Heuvel
Vestiging Middelbeers: Putstraat 9a 5091 TH Middelbeers Tel.: 0499 578 520
Vestiging Gouda: Marconistraat 72 2809 PE Gouda Tel.: 0182 585 503
Versie: 1
Silt Milieu B.V. Postbus 38, 5688 ZG Oirschot info@silt.nl www.silt.nl
K.v.K. 17182328 IBAN: NL25 RABO 0370 7175 03 BTW: NL8148.87.016.B01 BIC: RABONL2U
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................1 1 Inleiding ............................................................................................................................................3 1.1 Opdrachtvorming ..................................................................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 3 1.3 Opzet van het bodemonderzoek ............................................................................................. 3 1.4 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage ............................................................................ 3 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................5 2.1 Inleiding en opzet vooronderzoek............................................................................................ 5 2.2 Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie .......................................................... 6 2.3 Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten .......................................................
6 2.3.1 Topografische gegevens ..................................................................................................... 6 2.3.2 Bedrijfsactiviteiten ................................................................................................................ 7 2.4 Boven- en ondergrondse tanks ............................................................................................... 7 2.5 Overzicht milieukundige bodemonderzoeken ......................................................................... 7 2.6 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................... 8 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................ 9 2.8 Terreinverkenning en asbest ................................................................................................... 9 2.9 Overig ...................................................................................................................................... 9 2.10 Resultaten vooronderzoek ..................................................................................................... 10 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................
11 3.1 Hypothese .............................................................................................................................. 11 3.2 Onderzoeksstrategie ............................................................................................................. 11 4 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................... 12 4.1 Grond ..................................................................................................................................... 12 4.2 Asbest .................................................................................................................................... 13 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden ...................................................... 13 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie ........................................................................................... 13 4.3 Grondwater ............................................................................................................................ 14 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018 .............................................. 14 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek .......................................................................
15 5.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 15 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 15 5.3 Toetsingen ............................................................................................................................. 17 6 Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................... 19 6.1 Conclusies ............................................................................................................................. 19 6.2 Resumé en aanbevelingen .................................................................................................... 21
Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond, asbest en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage voor sloop Bijlage 7: Fotorapportage na sloop
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Samenvatting Algemeen In opdracht van Clemens B.V. is door Silt Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen. De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling op de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie (VED-HE) is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Daarnaast wordt getracht om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. Conclusies en aanbevelingen Grond Deellocatie A: Gehele locatie In het grondmengmonster MM101 (bovengrond, baksteen) zijn analytisch verhoogde gehaltes aan PCB en PAK aangetoond. In het zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonster MM103 (bovengrond) zijn analytisch verhoogde gehaltes aan zink, cadmium en lood aangetoond. Deze gehaltes overschrijden de interventiewaarde niet.
In de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM102 en MM105 (bovengrond) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. De kwaliteitsklasse van de bovengrond betreft maximaal Wonen. In het zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonster MM104 (ondergrond) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. De kwaliteitsklasse van de ondergrond betreft maximaal Landbouw/natuur. Deellocatie B: Druppelzones In het grondmengmonster MM06 (puin) en in de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM05 en MM07 zijn analytisch verhoogde gehaltes aan PCB aangetoond. De gehaltes overschrijden de interventiewaarde niet. In de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM01, MM03, MM04 en MM08 zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aan PCB aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. Deellocatie C: VOCl-verontreiniging In de grondmonsters PB02-3 (1,00 – 1,25 m-mv), PB03-4 (1,00 – 1,25 m-mv) en PB04-4 (1,00 – 1,25 m-mv) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aan VOCl aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. Grondwater Het is vooralsnog niet mogelijk grondwater conform de Omgevingswet te toetsen, in deze wordt tijdelijk de T13-toetsing (beoordeling kwaliteit van grondwater volgens de Wbb) gehanteerd.
Deellocatie A: Gehele locatie In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch licht verhoogde concentraties aan barium, kobalt en zink aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarde doch niet de interventiewaarde. In dit grondwatermonster is tevens analytisch een sterk verhoogde concentratie aan nikkel aangetoond, welke de interventiewaarde overschrijdt. 1
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Formeel gezien is de bodem op de locatie niet geheel vrij van bodemverontreiniging en is een nader bodemonderzoek noodzakelijk naar het voorkomen van met name nikkel in het grondwater. Dit wordt echter niet zinvol geacht en wel om de navolgende redenen: in de vaste bodem wordt geen verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Er zal derhalve geen sprake zijn van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde verontreiniging; het filter van de peilbuis is direct geplaatst onder de bodemlaag, waarin van nature metalen in verhoogde mate worden aangetroffen, als gevolg van natuurlijke uitloging; in de huidige situatie zijn er geen humane risico’s; uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de regio blijkt dat er hier in het grondwater ook (sterk) verhoogde concentraties aan zware metalen voorkomen. In het algemeen kan worden gesteld dat er in de regio lokaal verhoogde gehalten voorkomen zonder dat er een mogelijke bron in de directe omgeving aanwezig is. Asbest in grond Deellocatie B: Druppelzones In de grondmengmonsters MM02ASB, MM10ASB en MM15ASB zijn analytisch verhoogde gehaltes aan asbest aangetoond, welke de interventiewaarde overschrijden. In de grondmengmonsters MM09ASB, MM11ASB, MM12ASB en MM13ASB zijn analytisch verhoogde gehaltes aan asbest aangetoond. De gehaltes overschrijden de helft van de grenswaarde niet.
In het grondmengmonster MM14ASB is analytisch geen verhoogd gehalte aan asbest aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. In het monster MVM01-1 (asbestverdacht materiaal op het maaiveld) is analytisch asbest aangetoond. Boringen met bijmengingen van deellocatie A In het grondmengmonster MM106ASB is analytisch geen verhoogd gehalte aan asbest aangetoond ten opzichte van de detectiegrens. Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Uit ervaring blijkt dat een verontreiniging met asbest in een druppelzone zich vaak niet verder uitstrekt over een breedte van 1 meter. De lengte van de noordelijk gelegen sterk verontreinigde druppelzone (G01 t/m G03) bedraagt circa 6 meter. De lengte van de zuidelijk gelegen sterk verontreinigde druppelzones (‘G06 en G07’ en ‘G16 en G17’) bedraagt voor beide 20 meter. Het volume boven de 100 mg/kg d.s. wordt, aan de hand van de nu voorhanden zijnde gegevens, derhalve ingeschat op circa 1,2 m3 (6 m x 1 m x 0,20 m) voor de noordelijke verontreinigde druppelzone (G01 t/m G03) en circa 4 m3 (20 m x 1 m x 0,20 m) per zuidelijke verontreinigde druppelzone (‘G06 en G07’ en ‘G16 en G17’).
Het graven ter plaatse van verontreinigde grond dient van tevoren via het omgevingsloket van het DSO te worden gemeld. Indien de verontreiniging met asbest ter plaatse van de sterk verontreinigde druppelzones is verwijderd, wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de onderzoekslocatie geschikt geacht voor de geplande ontwikkelingen.
2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
1 Inleiding 1.1
Opdrachtvorming
In opdracht van Clemens B.V. is door Silt Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. 1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling op de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie (VED-HE) is het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een gebied of locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem. Daarnaast wordt getracht om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. 1.3
Opzet van het bodemonderzoek
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740:2023 en NEN5707+C2:2017. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) en keurmerk van Silt Milieu B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Zoals in de betreffende protocollen wordt vereist, is tussen Silt Milieu B.V. en haar opdrachtgever geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van Silt Milieu B.V. zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Silt Milieu B.V. verklaart hierbij dan ook dat zij in geval van de geoffreerde werkzaamheden op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze gelieerd is aan de opdrachtgever. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” en de NEN5740:2023 “Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”.
Evenals de NEN5707+C2:2017 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in de bodem en partijen grond”. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.4
Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage
Silt Milieu B.V. is een onafhankelijk bureau dat naast NEN-EN-ISO 9001, NEN-EN-ISO 14001, VCA**, CO2-prestatieladder (trede 5), is gecertificeerd conform BRL SIKB 1000 (protocol 1001, 1002 en 1003), BRL SIKB 2000 (protocol 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001 en 6003).
3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
De werkzaamheden zijn door Silt Milieu B.V. onder procescertificaat (EC-SIK-02238, 22 maart 2023) uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: 2001 (versie 6.0): “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; 2002 (versie 6.0): “Het nemen van grondwatermonsters”; 2018 (versie 6.0): “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Allen inclusief wijzigingsblad 3, d.d. 2 november 2021. Ondanks het zorgvuldig, conform de normen, uitgevoerde onderzoek kan de representativiteit niet worden gegarandeerd: er blijft altijd een kans aanwezig dat een op locatie aanwezige verontreiniging niet wordt gedetecteerd als gevolg van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Lokale afwijkingen ten opzichte van de volgens de norm voorgeschreven steekmonsters kunnen nimmer worden uitgesloten. Dit rapport is tot stand gekomen op basis van een overeenkomst van opdracht tussen Silt Milieu B.V. in kwaliteit van adviseur en haar opdrachtgever, op welke rechtsverhouding exclusief de DNR 2011 voorwaarden toepasselijk zijn. Silt Milieu B.V. is slechts in verhouding tot haar opdrachtgever verantwoording schuldig over de inhoud en wijze van totstandkoming van het rapport. Derden kunnen dan ook geen rechten ontlenen aan de inhoud van het rapport.
Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3), de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
4
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
2 Vooronderzoek 2.1
Inleiding en opzet vooronderzoek
Het milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN 5725 is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (veld- en laboratoriumonderzoek). Het doel van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij aanleiding A ‘Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie’. De resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij het vaststellen van de onderzoekshypothese en -strategie en kunnen worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. De belangrijkste door Silt Milieu B.V. geraadpleegde bronnen zijn in onderstaande tabel vermeld.
tabel 2.1 Vooronderzoek, openbare bronnen Bronnaam
Website / contactpersoon
Geraadpleegd
Opmerking
Provincie
www.brabant.nl
21 december 2023
Stortplaatsenkaart, grondwaterbeschermingsgebieden
Omgevingsdienst
https://noordbrabant.nazca4u.nl/rapportage/
21 december 2023
-
Gemeente
Nuenen
4 januari 2024
-
Kadaster
https://kadaster.nl/
21 december 2023
Eigendomssituatie en topografie
Topografie
https://www.topotijdreis.nl/
21 december 2023
Topografische gegevens uit verleden en heden
Bodemloket
https://www.bodemloket.nl/
21 december 2023
Bekende bodeminformatie
Internet
http://www.ikme.nl/
21 december 2023
NGE-gegevens
https://www.grondwatertools.nl/
21 december 2023
-
Dino-loket
https://www.dinoloket.nl/
21 december 2023
Geohydro-opbouw
Archieven Silt Milieu B.V.
-
21 december 2023
Betreft tevens de archieven van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. en Bodex Milieu B.V.
In de navolgende paragrafen wordt de verkregen informatie uit het vooronderzoek nader toegelicht.
5
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
2.2
Algemene gegevens en afbakening onderzoekslocatie
Bebouwing Maaiveldtype Ligging Gebruik Omgeving
: : : : :
Kadastrale aanduidingen
:
Oppervlakte kadastrale percelen : Oppervlakte onderzoekslocatie : Topografische veldcoördinaten :
Woonhuizen en recentelijk gesloopte bijgebouwen Verhard en onverhard Noordelijk van centrum Nuenen Wonen en braakliggend Noorden: beklinkerde weg ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat’ Oosten: beklinkerde parkeerplaats met kantoorpand Zuiden: kerk en begraafplaats Westen: grondgebonden woningen met tuinen Gemeente: Nuenen Sectie: 4041, 4042, 5296 en 5297 Nummer: 3.055 m2 3.055 m2 X 166.378 Y 387.216
De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart en de situatietekening, welke zijn opgenomen als respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2. 2.3
Voormalige, huidige en toekomstige (bedrijfs)activiteiten
2.3.1 Topografische gegevens Uit topografische gegevens blijkt dat de locatie in het verleden in gebruik was als landbouwgrond. Op kaartmateriaal uit 1953 is voor het eerst bebouwing zichtbaar op de locatie. In onderstaande figuren is de onderzoekslocatie op topografische kaarten uit meerdere tijdsperioden weergegeven. figuur 1: situatie omstreeks 1900
figuur 2: situatie omstreeks 1953
figuur 3: situatie omstreeks 1985
figuur 4: situatie omstreeks 2023
6
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
2.3.2 Bedrijfsactiviteiten Op de locatie Pastoor Aldenhuijsenstraat 3 (locatiecode NB082000493) bevindt of bevond zich sinds 1921 een timmerfabriek. Op deze locatie bevindt of bevond zich tevens sinds 1993 een timmerwerkplaats. Op de locatie Pastoor Aldenhuijsenstraat 11 (locatiecode NB082000494) bevindt of bevond zich houtbewerkende en houtverwerkende industrie. 2.4
Boven- en ondergrondse tanks
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen (ondergrondse) tanks aanwezig (geweest). Wel zijn in de nabije omgeving enkele (ondergrondse) tanks aanwezig (geweest). Deze zijn allen gesitueerd op een afstand van meer dan 25 m van de onderzoekslocatie. tabel 2.2 Boven- en ondergrondse tanks Locatie
Soort tank
Bijzonderheden
Pastoor Aldenhuijsenstraat 7, 9 en 11 (locatiecode NB082000494)
Ondergrondse hbo-tank
Onbekend – 1999 Tankinhoud is 5.000 liter. Deze tank is op 29 april 1999 gesaneerd. De tank is hierbij gereinigd en verwijderd met KIWA-certificaat.
Park 53 (locatiecode NB082020356)
Ondergrondse hbo-tank
Onbekend – 1995 Deze tank is op 21 september 1995 gesaneerd. Het is onbekend of deze tank hierbij ook is verwijderd.
2.5
Overzicht milieukundige bodemonderzoeken
Bij de gemeente Nuenen, in ons archief en via de omgevingsrapportage zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. In onderstaande tabel zijn de bevindingen hiervan in het kort omschreven. tabel 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Locatie
Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)
Analyseresultaten/conclusies Bovengrond
Ondergrond
Grondwater
Pastoor Aldenhuijsenstraat 7, 9 en 11 (locatiecodes NB082000494 en NB082020079)
Verkennend bodemonderzoek, Fugro Milieu Consult B.V., rap.nr. B7514/110, d.d. 14 februari 1997
Licht verontreinigd met zink.
Niet verontreinigd.
Sterk verontreinigd met arseen en nikkel. Matig verontreinigd met chroom. Licht verontreinigd met zink.
Historisch onderzoek, SRE Milieudienst, projectnummer 498266, d.d. 20 juni 2011
De locatie is sinds 1977 in gebruik geweest als timmerfabriek met machinale houtbewerking. De ondergrondse brandstoftank (5.000 liter) is in het verleden (1999) met KIWA-certificaat gereinigd en verwijderd. Ter plaatse is geen bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie sprake is van een potentiële bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, aromaten, PAK en VOCl. Het betreft geen potentiële spoedlocatie. Aanbevolen wordt om op deze locatie een oriënterend onderzoek uit te voeren.
Verkennend bodemonderzoek, Lankelma Geotechniek Zuid B.V., opdrachtnummer 1701106, d.d. 19 mei 2017
Licht verontreinigd met lood, zink, PAK en PCB.
7
Plaatselijk licht verontreinigd met chloroform en 1,2dichloorpropaan.
Licht verontreinigd met nikkel, minerale olie, barium, cadmium, koper en zink.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Pastoor Aldenhuijsenstraat 7, 9 en 11 (locatiecodes NB082000494 en NB082020079)
2.6
Memo beoordeling rapporten, ODZOB, d.d. 29 juni 2023
Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan momenteel geen uitspraak gedaan worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie ‘Wonen’. Het vermoeden dat er oplosmiddelen (VOCl, chloroform) in de bodem aanwezig zijn is met het onderzoek bevestigd. De oplosmiddelen zijn in boringen aan beide zijden (noord/zuid) van het pand aangetroffen. Het kan derhalve niet uitgesloten worden dat er onder het pand mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging met chloroform (bron). Er dient een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van VOCl’s in de bodem. Het bodemonderzoek dient uitgevoerd te worden ná sloop van de aanwezig panden. De locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem (puin en drupzones van asbestverdachte daken). Op de locatie dient een verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd te worden. Daarnaast dient de drupzone aanvullend onderzocht te worden op de aanwezigheid van PCB’s.
Asbestinventarisatie, GCB Asbestonderzoek en Advies B.V., projectnummer 217.17, LAVS projectnummer LAVS-ASBEST1764144, d.d. 18 mei 2017 en aangepast 18 juli 2023
Het onderzoeksgebied betreft 2 woningen met schuren. De reikwijdte van de asbestinventarisatie betreft de gehele bouwwerken en is geschikt voor volledige renovatie of totaal sloop. Hierbij zijn in de woningen en schuren meerdere asbesthoudende toepassingen aangetoond.
Bodemkwaliteitskaart
Door de Kempengemeenten is een nota bodembeheer (Nota bodembeheer Nuenen c.a. 2021 (incl. PFAS), d.d. 17 augustus 2021) en de Bodemkwaliteitskaart PFAS (kenmerk: 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020, door AnteaGroup) vastgesteld. De gegevens met betrekking tot onderhavige onderzoekslocatie worden in onderstaande tabel weergegeven. tabel 2.4 Bodemkwaliteitskaart Onderdeel Nota bodembeheer Nuenen c.a. 2021 (incl. PFAS), d.d. 17 augustus 2021 Bodemfunctieklassenkaart
Wonen
Bodemkwaliteitszonekaart bovengrond
B1 Oude kern Nuenen
Bodemkwaliteitszonekaart ondergrond
O1 Kernen Nuenen, Gerwen, Nederwetten)
Ontgravingskaart bovengrond
Wonen
Ontgravingskaart ondergrond
Landbouw/natuur
Generieke toepassingskaart bovengrond
Wonen
Generieke toepassingskaart ondergrond
Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitskaart PFAS (kenmerk: 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020, door AnteaGroup) Zonekaart PFAS van de bovengrond
Zone 7 – Zuidoost-Brabant
Zonekaart PFAS van de ondergrond
Zone 9 - Ondergrond
Zonekaart GenX van de bovengrond
Zone 12 - GenX zones 6 & 7 BG
Zonekaart GenX van de ondergrond
Zone 13 - GenX zones 6 & 7 OG
Ontgravingskaart bovengrond
Landbouw/natuur
Ontgravingskaart ondergrond
Landbouw/natuur
Toepassingskaart bovengrond
Landbouw/natuur
Toepassingskaart ondergrond
Landbouw/natuur
Grondwaterbeschermingsgebieden
Niet aanwezig
8
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
2.7
Bodemopbouw en geohydrologie
De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.5. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.5 Geohydrologische bodemopbouw*
*
Diepte [m-mv]
Formatienaam
Lithologie
0,00 – 2,26
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
2,26 – 5,50
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, weinig fijn en midden zand en een spoor veen en grof zand
5,50 – 29,70
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
29,70 – 31,45
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
31,45 – 73,60
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)
Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is gelegen in een regio met een zandige ondergrond. Dergelijke gebieden worden veelal gekenmerkt door een lage zuurgraad en geringe absorptiecapaciteit in het grondwater en is er sprake van een relatief grote mobiliteit van zware metalen in de bodem. Zware metalen (zoals koper, lood en zink) kunnen derhalve op basis hiervan in het grondwater van nature in (sterk) verhoogde concentraties voorkomen. Er is geen informatie achterhaald waaruit blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden is opgehoogd, gedempt of ontgrond. 2.8
Terreinverkenning en asbest
Voor aanvang van de werkzaamheden is door Silt Milieu B.V. op 9 januari 2024 een terreinverkenning op de onderzoekslocatie uitgevoerd door de erkende veldwerker mevrouw L.A.A. Soontiëns. Tijdens deze verkenning is de locatie in ogenschouw genomen. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 6 toegevoegd. De locatie was bebouwd met woonhuizen en vervallen schuren. Op het merendeel van de schuren bevond zich een asbestverdachte dakbedekking. Wegens vorst in de grond, werkveiligheid en de aanwezige bebouwing was het niet mogelijk hier een verder onderzoek uit te voeren op dat moment. Na de sloop van de schuren is voor aanvang van de werkzaamheden door Silt Milieu B.V. op 21 februari 2024 een terreinverkenning op de onderzoekslocatie uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer C.B. Renders. Tijdens deze verkenning is de locatie in ogenschouw genomen. Foto’s van de locatie zijn in bijlage 7 toegevoegd. De eerder aanwezige schuren waren gesloopt tot op de fundering. De onderzoekslocatie is grotendeels braakliggend en deels verhard met klinkers. Op het perceel zijn geen watergangen of waterpartijen aanwezig. 2.9
Overig
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Op het perceel zijn geen legger- of waterschapssloten gelegen.
9
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Overige gebieden’. Binnen deze zone kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Op de locatie zijn (mogelijk) ondergrondse kabels en of leidingen (in eigen beheer of NUTS) aanwezig. Voorafgaande aan de werkzaamheden is door Silt Milieu B.V. een KLIC-melding verricht. 2.10 Resultaten vooronderzoek Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek is de locatie als zijnde ‘verdacht’ gekwalificeerd ten aanzien van bodemverontreiniging. De volgende mogelijk verdachte bodembedreigende activiteiten op de locatie worden gedefinieerd: Druppelzones gesloopte schuren; Mogelijke bodemverontreiniging met VOCl; Recente sloop van schuren op de locatie. Uit het vooronderzoek dient de bodem / grond ter plaatse van de druppelzones als verdacht voor de parameter asbest beschouwd te worden.
10
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
3 Hypothese en onderzoeksstrategie 3.1
Hypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie, met betrekking tot de parameter asbest, grotendeels als ‘verdachte’ locatie gekwalificeerd. Er is sprake van 3 deellocaties, te weten: - Deellocatie A: gehele locatie; - Deellocatie B: druppelzones; - Deellocatie C: VOCl-verontreiniging. 3.2
Onderzoeksstrategie
Grond en grondwater Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie voor deellocatie A ‘gehele locatie’ is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5740:2023 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie voor deellocatie C ‘VOCl verontreiniging’ wordt deels de richtlijn ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek (NTA 5755 juli 2010)’ gevolgd. tabel 3.1 Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek Deellocatie
Oppervlakte locatie A (m²)
Aantal boringen
Aantal te analyseren (meng)monsters
boring tot 0,5 m
én boring tot grondwatera
én boring met peilbuisb
bovengrond
ondergrond
grondwater
A: Gehele locatie
3.000 < A ≤ 4.000
12
3
1
3x NENG
1x NENG
1x NENW
C: VOClverontreiniging
-
-
3
3
-
3x VOCl
3x VOCl
a
b
Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m-mv bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, kan het plaatsen van peilbuizen achterwege blijven. Er wordt wel geboord tot een diepte van 2 m. Indien de diepte van de grondwaterspiegel niet bekend is, geldt een boordiepte van 5 m.
Analysepakketten: NENG standaardpakket voor landbodem en grond, bestaande uit: samplemate malen, droge stof- organische stof- en lutumgehalte, negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., polycyclische aromatische koolwaterstoffen en polychloorbifenylen; NENW standaardpakket voor grondwater, bestaande uit: negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, trichloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform).
Asbest Deellocatie B ‘druppelzones’ wordt onderzocht conform maatwerk. Voor de deellocatie ‘boringen met bijmengingen van deellocatie A’ is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5707+C2:2017 ‘Diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging’. tabel 3.2 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden verkennend onderzoek asbest Deellocatie B: Druppelzones Boringen met bijmengingen van deellocatie A
Asbestgaten 17 5
Veldwerk Boringen -
Grond 8 x NEN5707 7 x PCB 1 x NEN5707
-
11
Analyses Puin -
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
4 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1
Grond
Het plaatsen van de boringen en het plaatsen van de peilbuizen is door de erkende veldwerkers de heer N. Coppens en mevrouw L.A.A. Soontiëns uitgevoerd op 19 maart 2024. De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring Deellocatie A: Gehele locatie B12 t/m B19 en B21 B11 B20 B10 B05, B06 en B09 PB01 Deellocatie C: VOCl-verontreiniging B07 t/m B09 PB04 PB03 PB02
Diepte [m-mv]
Filterdiepte [m-mv]
0,5 0,7 0,8 1,0 2,0 4,0
3,2 – 4,2
2,0 2,2 2,3 2,5
1,3 – 2,3 1,3 - 2,3 1,4 – 2,4
De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,2 m-mv overwegend uit matig fijn, zwak tot uiterst siltig zand, afgewisseld met laagjes zwak tot sterk zandig leem. Met name de bovengrond is humushoudend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en de peilbuizen is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond bij deellocatie C ‘VOCl-verontreiniging’ zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In de uitkomende grond bij deellocatie A ‘Gehele locatie’ zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. tabel 4.2 Waargenomen afwijkingen Boring B10 B11 B20 B21
Diepte boring [m-mv] 1,00 0,70 0,80 0,50
Traject afwijking [m-mv] 0,20 – 0,50 0,00 – 0,20 0,00 – 0,30 0,00 – 0,50
Grondsoort
Waargenomen afwijkingen
Zand Zand Zand Zand
Brokken baksteen Resten baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen
Gradatie: Zwak : bij puin <5% Matig : bij puin 5-15% Sterk : bij puin 15-50% Uiterst : bij puin 50-80% Volledig : bij puin >80%
De uitkomende grond is per grondlaag van maximaal 50 cm bemonsterd. Eventuele afwijkende grondlagen zijn separaat bemonsterd. De grondmonsters zijn direct luchtdicht verpakt (volledig afgevuld) in glazen potten met polypropyleen deksel.
12
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
4.2
Asbest
Veiligheid De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Indien het vochtpercentage in de bodem meer bedraagt dan 10%, zijn er geen risico’s aanwezig met betrekking tot het vrijkomen van asbestvezels. Voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM gebruikt. 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden voor de sloop zijn door de erkende veldwerker mevrouw L.A.A. Soontiëns uitgevoerd op 9 januari 2024. De veldwerkzaamheden na de sloop zijn door de erkende veldwerkers de heer C.B. Renders, de heer S.A. Dieleman en mevrouw L.A.A. Soontiëns uitgevoerd op 21 februari 2024 en door de heer J.B. Schoonhoven uitgevoerd op 28 maart 2024.
De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van het protocol 2018. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld na de sloop is verspreid over het terrein puin en baksteen aangetroffen op het maaiveld. Op het maaiveld is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Hiervan is een representatief monster genomen (MVM01) ter analyse. Als meer dan 25% van het maaiveld niet zichtbaar is, moeten objecten en vegetatie die de inspectie hinderen worden verwijderd. Het verwijderen van vegetatie moet zodanig geschieden dat geen asbestverdachte materialen worden beschadigd en zodoende asbestvezels in de lucht worden gebracht. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de maaiveldinspectie opgenomen. tabel 4.3 Maaiveldinspectie Visuele maaiveldinspectie Weersomstandigheden Gesteldheid maaiveld
Grondsoort Inspectie-efficiëntie Aanwezigheid asbestverdacht materiaal maaiveld
Zicht: > 50 m Neerslag: < 10 mm (droog) Waterplassen: < 25% (geen) Vegetatie: < 25 % Vegetatie verwijderd: nee Zand Circa 70-90% Ja
4.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie is een 17-tal inspectiegaten gegraven (G01 t/m G17) ter plaatse van deellocatie B ‘Druppelzones’. De inspectiegaten G01 t/m G03 zijn voor de sloop gegraven; inspectiegaten G04 t/m G17 zijn na de sloop gegraven. Er is een 5-tal inspectiegaten gegraven (G18 t/m G22) ter plaatse van deellocatie D ‘Boringen met bijmengingen van deellocatie A’. Voor de uiteindelijke situering van de inspectiegaten, verwijzen wij naar bijlage 2 van deze rapportage. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven. In bijlage 6 en bijlage 7 zijn relevante foto’s toegevoegd. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen zijnde baksteen- en puinresten, zie tabel 4.4.
13
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Van de fijne fractie zijn vervolgens 9 mengmonsters samengesteld op basis van samenstelling van grond en deellocatie. tabel 4.4 Waargenomen afwijkingen Inspectiegat
Diepte inspectiegat Traject Grondsoort [m-mv] [m-mv] Deellocatie B: Druppelzones G04 0,50 0,00 – 0,50 Zand G05 0,50 0,00 – 0,50 Zand Deellocatie D: Boringen met bijmengingen van deellocatie A G18 0,50 0,00 – 0,50 Zand G19 0,50 0,08 – 0,50 Zand G20 0,50 0,04 – 0,50 Zand G21 0,50 0,08 – 0,50 Zand G22 0,50 0,00 – 0,50 Zand
4.3
Afwijking
Sporen puin Sporen puin Sporen puin, sporen baksteen Sporen puin, sporen baksteen Sporen puin, sporen baksteen Sporen puin, sporen baksteen Sporen puin, sporen baksteen
Grondwater
De peilbuizen zijn, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week, door de erkende veldwerker de heer J.B. Schoonhoven bemonsterd op 28 maart 2024. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van protocol 2002. Na de grondwaterstand gemeten te hebben is de voorgeschreven hoeveelheid water uit de peilbuis afgepompt, hierna heeft de monstername van het grondwater plaatsgevonden. Tijdens de bemonstering van het grondwater is het elektrisch geleidend vermogen (EGV), de zuurgraad (pH) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De gemeten zuurgraad en het elektrisch geleidend vermogen zijn niet afwijkend ten opzichte van de natuurlijke situatie. De gemeten troebelheid is relatief hoog. De gemeten waarden zijn weergegeven in tabel 4.5. tabel 4.5 Peilbuisgegevens Peilbuis
Filterdiepte [m-mv]
Grondwaterstand [m-mv]
pH [-]
EGV [µS/cm]
Troebelheid [NTU#]
1,55
5,7
465
477
Deellocatie A: Gehele locatie PB01
3,20 - 4,20
Deellocatie C: VOCl-verontreiniging PB02
1,40 - 2,40
0,89
5,5
186
453
PB03
1,30 - 2,30
0,84
5,4
503
481
PB04
1,30 - 2,30
0,96
6,9
701
499
# Tijdens de monstername van het grondwater wordt de troebelheid van het grondwater in NTU (Nephelometric Turbidity Unit) gemeten. Verondersteld wordt dat het grondwater in de bodem van nature een troebelheid van 0 tot 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt.
4.4
Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018.
14
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 5.1
Samenstelling en analyseparameters
De grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics te Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Het aantal samengestelde en/of analytisch onderzochte grond(meng)monsters en/of grondwatermonsters is niet in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. Voor een volledig beeld van de locatie is een extra analyse uitgevoerd op het standaard pakket grond van de bovengrond in deellocatie C ‘VOCl-verontreiniging’. Het aantal samengestelde en/of analytisch onderzochte grond(meng)monsters op de parameter asbest is in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. In onderstaande tabel 5.1, tabel 5.2 en tabel 5.3 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende monsters (grond en asbest) zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag) en worden de resultaten vermeld. Tevens zijn in tabel 5.4 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. 5.2
Toetsingscriteria
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in werking getreden. Tegelijkertijd treedt ook de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) in werking. 5.2.1 Overgangsfase omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente door overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan (ook wel omgevingsplan van rechtswege genoemd). Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat voor het onderwerp bodem uit de volgende onderdelen: -
-
Bruidsschatregels voor bodem: Voor het thema bodem geeft het Invoeringsbesluit (aangevuld door het Aanvullingsbesluit) de zogenaamde bruidsschatregels mee aan het omgevingsplan. Het zijn tijdelijke regels die de gemeente zelf nog moet omzetten; de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van grond of baggerspecie.
Gemeenten krijgen tot eind 2031 (of zoveel eerder als het gebiedsspecifieke beleid eerder de geldigheid verliest) de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld uit bestaande gemeentelijke verordeningen) om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor een bepaalde beleidsvrijheid. Gemeenten kunnen afwijken van de algemene regels door maatwerk vast te stellen. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de beleidsvrijheid. Zo moeten gemeenten voldoen aan de gestelde instructieregels. Om gemeenten te ondersteunen bij de voorbereiding op het maken van regels over bodem in het omgevingsplan zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar. De omgezette regels moeten voldoen aan de eisen aan de Omgevingswet en zijn digitaal beschikbaar via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). 5.2.2 Rijksregels Voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) algemene rijksregels. Voor milieubelastende activiteiten waarbij bodemverontreiniging kan ontstaan, staan in het Bal maatregelen die de bodem beschermen.
15
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Hoofdstuk 3 van het Bal is de richtingaanwijzer. Hierin staat welke paragrafen van hoofdstuk 4 en 5 van het Bal gelden voor de milieubelastende activiteit. In hoofdstuk 4 van het Bal staan regels om de bodem te beschermen tegen milieubelastende activiteiten die de bodem kunnen verontreinigen. Het Bal geeft daarnaast aan wanneer de modules eindonderzoek bodem en beschermende voorzieningen uit hoofdstuk 5 van toepassing zijn. 5.2.3 Toetsing Omgevingswet Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten getoetst aan bijlage IIA van het Bal en bijlage B, tabel 1, Regeling Bodemkwaliteit 2022 (interventiewaarde bodemkwaliteit voor grond) en bijlage Vd van het Bkl (signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering voor grondwater). In onderstaand schema wordt de gebruikte terminologie voor grond weergegeven: figuur 1: Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond Landbouw/natuur
Wonen
Industrie
Matig verontreinigd
Sterk verontreinigd
↑ (interventiewaarde bodem)
De analyseresultaten zijn getoetst conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd aan het in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. Opgemerkt wordt dat op het moment van toetsen nog niet de volledige valide T101-toetsing (kwaliteit grond en bagger) beschikbaar was. Op de achtergrond wordt de huidige T1-toetsing opgeroepen bij BoToVa. Tevens dient opgemerkt te worden dat op het moment van toetsing nog niet de volledige valide T130-toetsing (interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem)) beschikbaar was. Op de achtergrond wordt de huidige T12-toetsing opgeroepen bij BoToVa. Het is vooralsnog niet mogelijk grondwater conform de Omgevingswet te toetsen, in deze wordt tijdelijk de T13-toetsing (beoordeling kwaliteit van grondwater volgens de Wbb) gehanteerd. 5.2.4 Asbest De landelijke normen voor asbest in grond, bodem en puingranulaat zijn vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen gehalte. Het gewogen gehalte is het serpentijngehalte vermeerderd met tienmaal het amfiboolgehalte. Deze waarde geldt zowel als interventiewaarde bodemkwaliteit, als kwaliteitseis bij het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. De interventiewaarde bodemkwaliteit voor asbest in grond is opgenomen in bijlage IIA van het Bal.
In de NEN5707+C2:2017 is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde (afkomstig uit de Circulaire bodemsanering), het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
16
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
5.3
Toetsingen
5.3.1 Grond In tabel 5.1 zijn (indien van toepassing) alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de gehalten de betreffende toetsingswaarden overschrijden. tabel 5.1 Resultaten grondonderzoek MonsterSamenstelling [m-mv] nr. Deellocatie A: Gehele locatie MM101 B11 (0,00 - 0,20) B20 (0,00 - 0,30) B21 (0,00 - 0,50) MM102 B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) PB01 (0,00 - 0,50) MM103 B15 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B18 (0,20 - 0,50)
Bodemsamenstelling/ bijmengingen
Analyseparameters
Parameters >LN
Toets T101
Toets T130
Matig fijn matig siltig zand, humeus, baksteen Matig fijn matig siltig zand, humeus Matig fijn matig siltig zand, humeus
NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond
PCB PAK -
WO
< = IW
LN
< = IW
WO
< = IW
MM104
Matig fijn matig siltig zand
NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond
Zink Cadmium Lood -
LN
< = IW
-
LN
< = IW
B05 (1,50 - 2,00) B06 (1,00 - 1,50) PB01 (1,20 - 1,70) PB01 (1,70 - 2,00) MM105 B09 (0,00 - 0,20) PB02 (0,00 - 0,20) PB03 (0,00 - 0,40) PB04 (0,00 - 0,40) Deellocatie B: Druppelzones MM01 G01 (0,00 - 0,10) G02 (0,00 - 0,10) G03 (0,00 - 0,10) MM03 G10 (0,05 - 0,15) G11 (0,05 - 0,15) MM04
G14 (0,00 - 0,10) G15 (0,00 - 0,10)
MM05 MM06
G08 (0,00 - 0,10) G09 (0,00 - 0,10) G12 (0,04 - 0,14) G13 (0,04 - 0,14) G04 (0,00 - 0,10) G05 (0,00 - 0,10)
MM07
G16 (0,04 - 0,14) G17 (0,00 - 0,10)
MM08
G06 (0,00 - 0,10) G07 (0,00 - 0,10)
Deellocatie C: VOCl-verontreiniging PB02-3 PB02 (1,00 - 1,25) PB03-4 PB03 (1,00 - 1,25) PB04-4 PB04 (1,00 - 1,25)
LN WO IND MV SV
Matig fijn zwak tot matig siltig zand Uiterst teelaardehoudend zand Matig fijn matig siltig zand, humeus Matig fijn matig siltig zand, humeus Matig fijn matig siltig zand, humeus Matig fijn matig siltig zand, humeus, puin Matig fijn matig siltig zand, humeus Matig fijn matig siltig zand, humeus
PCB
-
LN
< = IW
PCB
-
LN
< = IW
PCB
-
LN
< = IW
PCB
PCB
WO
< = IW
PCB
PCB
IND
< = IW
PCB
PCB
WO
< = IW
PCB
-
LN
< = IW
-
VOCl VOCl VOCl
-
LN LN LN
< = IW < = IW < = IW
Verklaring gebruikte afkortingen: Landbouw/natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd Sterk verontreinigd
5.3.2 Asbest In tabel 5.2 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek). Het berekende totale gewogen gehalte is een sommatie van de grove fractie (indien aangetoond tijdens de visuele inspectie van de sleuven/gaten) en de concentratie van de fijne fractie (analytisch gemeten in het laboratorium). In tabel 5.3 is het geanalyseerde gehalte aan asbest weergegeven van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld.
17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
tabel 5.2 Resultaten verkennend onderzoek asbest Monsternr.
Samenstelling en bodemlaag [mmv]
Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds] Grove fractie Fijne fractie Totaal
Deellocatie B: Druppelzones MM02ASB G01 (0,00 - 0,10) G02 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) G03 (0,00 - 0,10) MM09ASB G04 (0,00 - 0,10) G05 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) MM10ASB G06 (0,00 - 0,10) G07 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) MM11ASB G08 (0,00 - 0,10) G09 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) MM12ASB G10 (0,05 - 0,15) G11 (0,05 - 0,15) n.a. (grond) MM13ASB G12 (0,04 - 0,14) G13 (0,04 - 0,14) n.a. (grond) MM14ASB G14 (0,00 - 0,10) G15 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) MM15ASB G16 (0,04 - 0,14) G17 (0,00 - 0,10) n.a. (grond) Deellocatie D: Boringen met bijmengingen van deellocatie A MM106ASB G18 (0,00 - 0,50) G19 (0,08 - 0,50) n.a. (grond) G20 (0,04 - 0,50) G21 (0,08 - 0,50) G22 (0,00 - 0,50)
Toets
292,6
292,6
+
2,01
2,01
-
322,1
322,1
+
5,71
5,71
-
0,94
0,94
-
2,13
2,13
-
<2
<2
--
755,9
755,9
+
<2
<2
--
tabel 5.3 Resultaten verkennend onderzoek asbest op maaiveld Monsternr.
Gehalte aan asbest
MVM01-1
Serpentijn 22
+ +/--
Amfibool 7,2
Verklaring van de tekens: concentratie overschrijdt interventiewaarde (=grenswaarde) concentratie overschrijdt waarde voor nader onderzoek (1/2 interventiewaarde) concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de grenswaarde
5.3.3 Grondwater In tabel 5.4 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende streefwaarden overschrijden. tabel 5.4 Resultaten grondwateronderzoek Monsternr. Analyse Deellocatie A: Gehele locatie PB01 NEN5740 grondwater
Deellocatie C: VOCl-verontreiniging PB02 VOCl PB03 VOCl PB04 VOCl
Parameters >SW
Toets (Wbb)
Barium Kobalt Nikkel Zink
* * *** *
-
-
Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens
18
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
6 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Clemens B.V. heeft Silt Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen. De aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling op de locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Grondwater wordt beoordeeld conform de Bkl (bijlage Vd). 6.1
Conclusies
Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,2 m-mv overwegend uit matig fijn, zwak tot uiterst siltig zand, afgewisseld met laagjes zwak tot sterk zandig leem. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn lokaal bijmengingen (baksteen en puin) aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond Deellocatie A: Gehele locatie In het grondmengmonster MM101 (bovengrond, baksteen) zijn analytisch verhoogde gehaltes aan PCB en PAK aangetoond. In het zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonster MM103 (bovengrond) zijn analytisch verhoogde gehaltes aan zink, cadmium en lood aangetoond. Deze gehaltes overschrijden de interventiewaarde niet. In de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM102 en MM105 (bovengrond) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. De kwaliteitsklasse van de bovengrond betreft maximaal Wonen. In het zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonster MM104 (ondergrond) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. De kwaliteitsklasse van de ondergrond betreft maximaal Landbouw/natuur.
Deellocatie B: Druppelzones In het grondmengmonster MM06 (puin) en in de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM05 en MM07 zijn analytisch verhoogde gehaltes aan PCB aangetoond. De gehaltes overschrijden de interventiewaarde niet. In de zintuiglijk niet verontreinigde grondmengmonsters MM01, MM03, MM04 en MM08 zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aan PCB aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. Deellocatie C: VOCl-verontreiniging In de grondmonsters PB02-3 (1,00 – 1,25 m-mv), PB03-4 (1,00 – 1,25 m-mv) en PB04-4 (1,00 – 1,25 m-mv) zijn analytisch geen verhoogde gehaltes aan VOCl aangetoond. Allen liggen onder de interventiewaarde. Grondwater Het is vooralsnog niet mogelijk grondwater conform de Omgevingswet te toetsen, in deze wordt tijdelijk de T13-toetsing (beoordeling kwaliteit van grondwater volgens de Wbb) gehanteerd. Deellocatie A: Gehele locatie In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch licht verhoogde concentraties aan barium, kobalt en zink aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarde doch niet de interventiewaarde. In dit grondwatermonster is tevens analytisch een sterk verhoogde concentratie aan nikkel aangetoond, welke de interventiewaarde overschrijdt. 19
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Pastoor Aldenhuijsenstraat 7 en 9 te Nuenen Rapport: 2303010 versie 1, 8 april 2024
Formeel gezien is de bodem op de locatie niet geheel vrij van bodemverontreiniging en is een nader bodemonderzoek noodzakelijk naar het voorkomen van met name nikkel in het grondwater. Dit wordt echter niet zinvol geacht en wel om de navolgende redenen: in de vaste bodem wordt geen verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Er zal derhalve geen sprake zijn van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde verontreiniging; het filter van de peilbuis is direct geplaatst onder de bodemlaag, waarin van nature metalen in verhoogde mate worden aangetroffen, als gevolg van natuurlijke uitloging; in de huidige situatie zijn er geen humane risico’s; uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de regio blijkt dat er hier in het grondwater ook (sterk) verhoogde concentraties aan zware metalen voorkomen. In het algemeen kan worden gesteld dat er in de regio lokaal verhoogde gehalten voorkomen zonder dat er een mogelijke bron in de directe omgeving aanwezig is. Deellocatie C: VOCl-verontreiniging In het grondwater uit de peilbuizen PB02, PB03 en PB04 zijn analytisch geen verhoogde concentraties aan VOCl aangetoond. Alle concentraties liggen onder de streefwaarde. Asbest in grond Deellocatie B: Druppelzones In de grondmengmonsters MM02ASB, MM10ASB en MM15ASB zijn analytisch verhoogde gehaltes aan asbest aangetoond, welke de interventiewaarde overschrijden.