CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Nuenen Zuidoost, herziening 1 - Bijlage 3 - Regels

Oordeelsvormende raadsbijeenkomst 1 november 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, 1e herziening24.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Op de voor 'Kantoor' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen voor de in artikel 9.1 genoemde bestemming; b. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 9.2.2

Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; c. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke mits de diepte gemeten vanaf de bouwgrens niet meer dan 1,50 meter bedraagt, de gezamenlijke breedte niet meer dan tweederde van de breedte van het gebouw en de hoogte niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag; d. de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. de goothoogte mag maximaal 6,50 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de aangeduide maximale goothoogte geldt; f. de bouwhoogte mag maximaal 10,00 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte ' de aangeduide maximale bouwhoogte geldt; g. de dakhelling mag minimaal 20° en maximaal 55° bedragen. 9.2.3

Overige regels

Voor het overige gelden de volgende regels: a. buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. per gebouw mogen maximaal 3 vlaggenmasten worden opgericht; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van:

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

36

1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1,00 meter en achter de voorgevel maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. kunstwerken, waarvan de hoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 4. lichtmasten, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen. 9.3

Nadere eisen

9.3.1

Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; c. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen. 9.3.2

Toepassingscriteria

De in artikel 9.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; een goede parkeerbalans; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

9.4

Afwijken van de bouwregels

9.4.1

Erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.3, voor het oprichten van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot een maximale hoogte van 1,50 meter, mits: a. de vergroting noodzakelijk is vanuit beveiligingsoogpunt van het bedrijf; b. tenminste het deel tussen de 1,00 meter en 1,50 meter een open constructie zal zijn; c. het uitzicht niet dusdanig wordt belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 9.5

Specifieke gebruiksregels

9.5.1

Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. gebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte; c. horeca; d. seksinrichting. e. recreatie; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

37

f. bedrijven; g. ondergronds bouwen buiten het bouwvlak.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

38

Artikel 10 10.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

10.1.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van uitvaarthuizen; b. een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; c. de instandhouding, bescherming en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden van een pand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument'; d. zorggerelateerde woondoeleinden, al dan niet zelfstandig, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorggerelateerde woondoeleinden'. met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

wonen in een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; tuinen, paden en erven; parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 30.3; voorzieningen voor verkeer en verblijf; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; sport- en spelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; beeldende kunstwerken.

10.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen voor de in artikel 10.1 genoemde bestemming; b. de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 10.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwen met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het aangeduide maximum bebouwingspercentage geldt; c. per bouwvlak is maximaal het bestaande aantal woningen toegestaan;

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

39

d. de voorgevel van een woning worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; g. in geval van een kap is de dakhelling tussen de 30 en 50° gelegen; h. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3. 10.2.3 Nutsvoorzieningen Voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m². b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter. 10.2.4 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1,00 meter en achter de voorgevel maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. vlaggenmasten en abseilmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 4. lichtmasten, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen. 10.3

Nadere eisen

10.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; c. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen. 10.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 10.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het stedenbouwkundig beeld; de verkeersveiligheid; een goede parkeerbalans; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

40

10.4

Afwijken van de bouwregels

10.4.1 Afwijken bouwhoogte erfafscheiding vóór de voorgevellijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 10.2.4 onder b teneinde een erfafscheiding toe te staan van maximaal 2 m, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het uitzicht wordt niet dusdanig belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. b. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven. c. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 10.5

Specifieke gebruiksregels

10.5.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte; c. ondergronds bouwen buiten het bouwvlak; d. zelfstandige horeca; e. detailhandel.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

41

Artikel 11

11.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

11.1.1 Algemeen De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; alsmede voor: c. extensief recreatief medegebruik; en: d. paden en erftoegangswegen. 11.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 11.2

Bouwregels

Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. bouwwerken ten behoeve van informatievoorzieningen, entreevoorzieningen en schuilvoorzieningen met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m en een oppervlakte van ten hoogste 4 m2. 11.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen, mits: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 1 m bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde onder a de bouwhoogte van een erfafscheiding bij woningen grenzend aan de bestemming Natuur ten hoogste 2 m bedraagt, met dien verstande dat deze erfafscheidingen niet hoger mogen zijn dan voor het waarborgen van de privacy noodzakelijk; c. het uitzicht niet dusdanig belemmerd wordt dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht; d. afwijken niet leidt tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden van de omgeving.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

42

11.4

Specifieke gebruiksregels

11.4.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. lawaaisporten; b. verblijfsrecreatie.

11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; b. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, veranderen of dempen van waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

11.5.2 Uitzondering aanlegverbod Het verbod als bedoeld in lid 11.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

11.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 11.5.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

43

Artikel 12 12.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

12.1.1 Algemeen De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van sportactiviteiten; met daaraan ondergeschikt: 1. horeca uitsluitend in de vorm van ondersteunende horeca ten dienste van de sportactiviteiten, zoals een kantine; 2. zendmasten; 3. wegen en paden; 4. groenvoorzieningen; 5. parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 30.3; 6. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 12.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Algemeen Op de voor 'Sport' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen voor de in artikel 12.1 genoemde bestemming; b. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 12.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'. 12.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. buiten het bouwvlak mag maximaal 300 m2 aan gebouwen en overkappingen worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,50 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 2. ballenvangers, waarvan de bouwhoogte maximaal 5,00 meter mag bedragen; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

44

3. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen. 4. bevestigingsconstructies voor netten, waarvan de bouwhoogte maximaal 10,00 meter mag bedragen. 5. tribunes, waarvan de bouwhoogte maximaal 16,00 meter mag bedragen; 6. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 16,00 meter mag bedragen, uitgezonderd ter plaatse van het hoofdveld waar de bouwhoogte maximaal 20,00 meter mag bedragen; c. erfafscheidingen mogen uitsluitend in de vorm van hekwerken of andere omrasteringen worden gebouwd; d. de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hoogte van minimaal 4,00 meter, tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 5,00 meter. 12.3

Specifieke gebruiksregels

12.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. detailhandel; c. horeca, anders dan bedoeld in artikel 12.1, onder 1; d. lawaaisporten. 12.4

Afwijken van de gebruiksregels

12.4.1 Horeca-activiteiten van categorie 1 Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.3.1 onder c voor horeca-activiteiten van categorie 1, waaronder muziek- en dansfeesten, mits de horeca-activiteiten in deze zwaardere categorie naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de horeca-activiteiten van categorie 2 en 3.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

45

Artikel 13 13.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor verkeer en verblijf; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. sport- en spelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. beeldende kunstwerken; g. gedenktekens; h. retentievoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 13.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 13.2

Bouwregels

13.2.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd voor de in artikel 13.1 genoemde bestemming. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de verkeersgeleiding en wegverlichting maximaal 8,00 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gedenktekens maximaal 2,00 meter mag bedragen.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

46

Artikel 14 14.1

Water

Bestemmingsomschrijving

14.1.1 Algemeen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterbergingen met de bijbehorende bermen en taluds; b. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. 14.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Gebouwen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 14.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde die ten dienste staan van of een relatie hebben met de bestemming; b. De hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,00 meter bedragen.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

47

Artikel 15 15.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

15.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een niet-publiekaantrekkend aan huis verbonden beroep of bedrijf; b. een praktijkruimte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen praktijkruimte'; c. de instandhouding, bescherming en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden van een pand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend pand'; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

aan huis verbonden beroepen of bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15.4; tuinen, erven en paden; groenvoorzieningen; verkeersvoorzieningen voor zover noodzakelijk voor de ontsluiting van aanliggende woningen; parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 30.3; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

15.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 15.2

Bouwregels

15.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. Woningen, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding uitsluitend 'aaneengebouwd', aaneengebouwde woningen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding uitsluitend 'twee-aan-een', twee-aan-een woningen zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding uitsluitend 'vrijstaand', en 'vrijstaand ruim', vrijstaande woningen zijn toegestaan; 4. ter plaatse van de aanduiding uitsluitend 'vrijstaand geschakeld', vrijstaand geschakelde woningen zijn toegestaan; 5. ter plaatse van de aanduiding uitsluitend 'gestapeld', gestapelde woningen zijn toegestaan; b. de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

48

15.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen zowel woningen, als bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' het aangeduide maximum bebouwingspercentage geldt; 2. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' een onderdoorgang in stand gehouden wordt uitsluitend ten behoeve van een voet- en/of fietspad; c. per bouwvlak is maximaal het bestaande aantal woningen toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' in combinatie met de aanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen en woningen twee-aaneen worden gebouwd; e. in afwijking van het bepaalde onder c. is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' maximaal het aangeduide aantal woningen toegestaan; f. in afwijking van het bepaalde onder c. is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', daar waar ook de aanduidingen 'vrijstaand' en 'twee-aaneen' tegelijkertijd van toepassing zijn, maximaal het aangeduide aantal woningen toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend woningen twee-aaneen en maximaal één vrijstaande woning zijn toegestaan; g.

zwembaden (en daarmee vergelijkbare voorzieningen) mogen worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; h. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tezamen mag maximaal 60 m2 bedragen, indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van in totaal 120 m²; i. de voorgevel van de woning wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens tot maximaal 3 m uit die bouwgrens; j. de goothoogte en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' en 'vrijstaand ruim' de goothoogte binnen een afstand van 3 m tot de perceelsgrens maximaal 3,30 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte binnen een afstand van 3 m tot de perceelsgrens maximaal 6,50 m mag bedragen; k. de dakhelling mag minimaal 20° en maximaal 55° bedragen, met dien verstande dat: 1.

dit vereiste niet geldt voor maximaal 40% van de oppervlakte van het hoofdgebouw; indien de bestaande dakhelling en/of een het bestaande maximum percentage van de oppervlakte van het hoofdgebouw waarvoor het vereiste van de dakhelling niet geldt hiervan afwijkt, geldt de bestaande dakhelling en/of het bestaande maximum percentage als minimale respectievelijk maximale maatvoering; l. ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' worden de woningen plat afgedekt. 15.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. zwembaden (en daarmee vergelijkbare voorzieningen) mogen worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en van de achterperceelsgrens; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag maximaal 60 m2 per bouwperceel bedragen,

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

49

d. e.

f.

g.

h. i. j. k.

l.

indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² per bouwperceel worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van in totaal 120 m²; de grond mag voor maximaal 50% worden bebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', geldt het volgende: 1. aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen gesitueerd voor de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, tot de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 meter bedraagt; 2. bijgebouwen, zijdelingse aan- en uitbouwen en zijdelingse overkappingen uitsluitend op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevellijn mogen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand ruim', bedraagt de afstand van bijgebouwen minimaal 3 meter tot beide zijdelingse perceelsgrenzen, voor zover gesitueerd voor het verlengde van de achtergevel van het hoofdgebouw; in afwijking van het bepaalde onder c.

telt de bebouwde oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen op de gronden in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand geschakeld' niet mee bij de berekening van de bebouwde oppervlakte, voorzover deze aan-, uit- en bijgebouwen zijn gesitueerd achter het verlengde van de voorgevel en voor het verlengde van de achtergevel van het hoofdgebouw. in afwijking van het bepaalde onder g mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen kwadrantwoning' de grond voor 100% worden bebouwd; de goothoogte maximaal 3,30 meter mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 6,50 meter mag bedragen; in afwijking van het bepaalde onder i en j mag ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' en 'vrijstaand ruim': 1. de goothoogte van bijgebouwen maximaal 3,30 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 6,50 meter mag bedragen; bijgebouwen plat of met een kap van maximaal 55° worden afgedekt.

15.2.4 Regels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woonwagen' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woonwagen' gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woonwagen' zijn maximaal 15 woonwagens toegestaan; b. de goothoogte mag niet meer dan 3,00 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 4,50 meter; c. aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen of overkappingen zijn niet toegestaan. 15.2.5 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. buiten de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde in artikel 15.2.5 onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' carports worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 3,00 meter en een oppervlak van maximaal 10 m2. c. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

50

bedragen; 2. de bouwhoogte van pergola's maximaal 3,00 meter mag bedragen. 15.3

Afwijken van de bouwregels

15.3.1 Overschrijding bouwvlak in zijwaartse richting Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 voor het vergroten c.q. uitbreiden van het hoofdgebouw in zijwaartse richting buiten het bouwvlak, mits: a. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt; b. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; c. de omgevingsvergunning niet leidt tot tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke structuur en daarmee kwaliteit van de woonomgeving. 15.3.2 Grotere bouw- c.q. goothoogte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 en 15.2.3 teneinde een grotere bouw- c.q. goothoogte van de bijgebouwen toe te kunnen staan, mits: a. vanwege de architectonische samenhang tussen hoofdgebouw en bijgebouw een grotere bouw- c.q. goothoogte wenselijk is; b. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven. 15.3.3 Recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 voor een afrastering voor recreatieve voorzieningen tot een maximale bouwhoogte van 4,00 meter, mits: a.

de afrastering wordt aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven. 15.3.4 Afrastering zwembaden en vergelijkbare recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.5 voor een afrastering voor zwembaden en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen, tot een maximale bouwhoogte van 4,00 meter, mits: a. de afrastering wordt aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven. 15.3.5 Dakopbouw Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 teneinde een grotere bouw- c.q. goothoogte van hoofdgebouwen voor dakopbouwen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied dakopbouw' toe te kunnen staan, mits: a. de goothoogte bij lessenaarsdaken maximaal 9 meter bedraagt; b. de bouwhoogte van de dakopbouw maximaal 11 meter bedraagt; c. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

51

naburige erven; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.3.6 Gedeeltelijke dakopbouwen op platte daken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 teneinde een grotere bouw- c.q. goothoogte van hoofdgebouwen voor dakopbouwen ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' toe te kunnen staan, mits: a. de dakopbouw een gedeeltelijke extra bouwlaag betreft met eveneens een plat dak of een lessenaarsdak, waarbij de nok van het lessenaarsdak haaks op de weg is geprojecteerd; b. de dakopbouw op minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van de woning is gelegen; c. de breedte van de opbouw maximaal 40% van de breedte van de voorgevel van de woning beslaat; d. de goothoogte bij lessenaarsdaken maximaal 4,50 meter bedraagt; e. de bouwhoogte bij platte daken en lessenaarsdaken maximaal 6,50 meter bedraagt; f. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; g. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.3.7 Derde bouwlaag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 teneinde een hogere goot- c.q.

bouwhoogte binnen het bouwvlak toe te staan ten behoeve van een derde bouwlaag, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwvlak is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied derde bouwlaag'; b. de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 9,00 meter; c. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.3.8 Gedeeltelijke derde bouwlaag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 teneinde een grotere bouw- c.q. goothoogte binnen het bouwvlak toe te staan ten behoeve van een gedeeltelijke derde bouwlaag, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwvlak is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied gedeeltelijke derde bouwlaag' of 'wetgevingzone - afwijkingsgebied gedeeltelijke derde bouwlaag 2'. b. de derde bouwlaag bedraagt niet meer dan 3/4 van de bebouwde oppervlakte van het hoofdgebouw. c. de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; e.

de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. f. bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone afwijkingsgebied gedeeltelijke derde bouwlaag 2' met een schaduwstudie kan worden aangetoond dat op een naastgelegen perceel geen onevenredige hinder t.a.v. schaduwwerking wordt ervaren.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

52

15.3.9 Woningsplitsing voormalige boerderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 onder c. voor de splitsing van een voormalige boerderij in maximaal 3 woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwvlak is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied woningsplitsing'; b. voor de woningen geldt de bouwwijze twee-aaneen of aaneengebouwd; c. het karakter van de beeldbepalende voormalige boerderij blijft behouden; d. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij qua aantal parkeervoorzieningen wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 30.3; e. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; f. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.3.10 Bouwen voor de voorgevelrooilijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 teneinde een woning gedeeltelijk op te richten voor de voorgevelrooilijn, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woning wordt gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - afwijkingsgebied bouwen voor de voorgevelrooilijn'; b. de goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk maximaal 3,5 en 7,5 meter; c.

de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.3.11 Aan- of uitbouw voor de voorgevel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 ten behoeve van aan- en uitbouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de diepte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; c. de goothoogte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 3,30 meter; d. de bouwhoogte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 6,50 meter; e. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; f. de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 15.4

Specifieke gebruiksregels

15.4.1 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven Een niet-publiekaantrekkend aan huis verbonden beroep of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

53

verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. de activiteit mag niet vergunningplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 15.4.2 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. van (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte; b. samenvoegen, omzetten en onttrekken van woonruimte; c. van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publiekaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - praktijkruimte'; d. van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor: 1. de huisvesting van meerdere personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); 2. tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan meerdere arbeidsmigranten; 3.

de huisvesting van meerdere ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; 4. de huisvesting van meerdere personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van meerdere personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning. e. als seksinrichting. f. voor recreatie; g. voor ondergronds bouwen buiten het bouwvlak; h. van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit. 15.5

Afwijken van de gebruiksregels

15.5.1 Voortuin ter plaatse van aanduiding 'verkeer' Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.1, voor het toestaan dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' bij de aangrenzende woningen als voortuin en/of erf in gebruik worden genomen, mits: a. een goede ontsluiting van de aan de aanduiding 'verkeer' grenzende woningen is gegarandeerd; b. de aanwezigheid van voldoende parkeervoorzieningen bij de aan de aanduiding 'verkeer' grenzende woningen is gegarandeerd. 15.5.2 Recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2 voor de aanleg van recreatieve voorzieningen, mits: a. de recreatieve voorziening wordt aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de recreatieve voorziening onderdeel uitmaakt van de aar verschijningsvorm, oppervlakte en gebruiksmogelijkheden; c. verlichtingsmasten niet worden toegestaan; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

54

d. de kortste afstand van de recreatieve voorziening tot de zijdelingse perceelsgrens en achterperceelsgrens minimaal 5,00 meter bedraagt. 15.5.3 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2, voor het toestaan dat een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt als een afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de toegestane bijgebouwen, met een maximale bebouwde oppervlakte van 80 m²; d. de afhankelijke woonruimte wordt bewoond door maximaal 1 huishouden, dat bestaat uit maximaal 2 personen; e. de afhankelijke woonruimte voor maximaal 10 jaar als zodanig in gebruik mag zijn; f. gewaarborgd is dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning intrekt, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. 15.5.4 Publiekaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a.

maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; e. de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; f. er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 15.5.5 Zelfstandige praktijkruimte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde dat degene die de publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis in de woning of het bijgebouw uitvoert ook de bewoner van de woning is, mits: a. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; b. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; c. de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; d.

er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 15.5.6 Huisvesting anders dan een huishouden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van: 1. de huisvesting van maximaal 4 meerdere personen in onzelfstandige wooneenheden Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

55

(kamerverhuur); 2. tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 6 arbeidsmigranten; 3. de huisvesting van maximaal 8 meerdere ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; a. de huisvesting van maximaal 8 meerdere personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 meerdere personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning, mits: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; b. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; c. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in de woonomgeving. 15.5.7 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.2, ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast tot maximaal 2 slaapplaatsen, mits: a. de vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen niet meer bedraagt dan 50 m²; b. het gebruik ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast gekoppeld en ondergeschikt is aan de woonfunctie ter plaatse; c. de woning als zodanig herkenbaar blijft; d.

de bed & breakfastvoorziening: 1. binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 2. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan; 3. de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig beïnvloedt; 4. geen onevenredige nadelige gevolgen oplevert voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. 15.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als 'Wonen' aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'groenblauwe mantel' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden. 15.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 15.6.1 is niet van toepassing voor: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

56

15.6.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 15.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 15.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

57

Artikel 16 16.1

Wonen - Garageboxen

Bestemmingsomschrijving

16.1.1 Algemeen De voor 'Wonen - Garageboxen' aangewezen gronden zijn bestemd voor garageboxen voor het stallen van auto's en daaraan aanverwante activiteiten. 16.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - Garageboxen' aangewezen gronden mogen uitsluitend garageboxen worden gebouwd. 16.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen garageboxen worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; c. de goothoogte van garageboxen mag maximaal 3,00 meter bedragen. 16.3

Specifieke gebruiksregels

16.3.1 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. (zelfstandige) bewoning; b. een seksinrichting; c. de uitoefening van enige tak van handel of bedrijf.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

58

Artikel 17 17.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een rioolleiding. 17.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 17.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 17.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 17.2 onder b, met dien verstande dat: a. de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de leiding(en) niet onevenredig wordt geschaad; c. advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. 17.4

Specifieke gebruiksregels

Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de rioolleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 17.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het vellen of rooien van houtgewas; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

59

17.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 17.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 17.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 17.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 17.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

60

Artikel 18 18.1

Waarde - Archeologie hoog

Bestemmingsomschrijving

18.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 18.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen welke betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie hoog', dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 18.2.2 Toepassingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 18.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 18.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 18.2.2 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

61

18.2.4 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 18.2.1, 18.2.2 en 18.2.3 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. b. c. d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; f. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 500 m² of een bouwwerk waarbij de graafwerkzaamheden zich beperken tot een diepte van maximaal 30 centimeter; g. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 30 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 centimeter; b.

heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 18.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 18.3.1 is niet van toepassing op: a. b. c. d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. werken of werkzaamheden die worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 18.2 van toepassing is; Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

62

f. werken of werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; g. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; h. werken of werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 18.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 18.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie hoog' dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 18.3.4 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 18.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

18.3.5 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 18.3.4 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 18.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde -', als bedoeld in 18.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

63

Artikel 19 19.1

Waarde - Archeologie middelhoog

Bestemmingsomschrijving

19.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 19.1.2 Voorrangsregel Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 30.2. 19.2

Bouwregels

19.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen welke betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie middelhoog', dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 19.2.2 Toepassingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 19.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 19.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 19.2.2 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

Nuenen Zuidoost, herziening 1, vastgesteld

64

19.2.4 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 19.2.1, 19.2.2 en 19.2.3 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. b. c. d.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; f. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 2500 m² of een bouwwerk waarbij de graafwerkzaamheden zich beperken tot een diepte van maximaal 30 centimeter; g. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 19.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 30 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 centimeter; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13350759/1