BP herziening Buitengebied Stad van Gerwen 9 9a-b - Bijlagen bij toelichting - Bijlage 9a Stiktstofdepositieonderzoek
Tekst van het document
Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B
Gemeente Nuenen
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2-4 5671CC Nuenen
Plangebied:
Stad van Gerwen 9A-B, 5674PH Nuenen
Kenmerk:
BCO100241
Datum:
22 juni 2023
2 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4
2.
Beleidskader ........................................................................................................................ 5 2.1 2.2
3.
Wet Natuurbescherming .......................................................................................................................... 5 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ............................................................................................ 5
Situatiebeschrijving ............................................................................................................. 6 3.1 3.2 3.3
Ligging van het plangebied....................................................................................................................... 6 Historische situatie ................................................................................................................................... 6 Beoogde situatie ....................................................................................................................................... 7
4.
Wijze van meten .................................................................................................................. 8
5.
Uitgangspunten ................................................................................................................... 9 5.1 5.2 5.3
Uitgangspunten referentiesituatie .......................................................................................................... 9 Uitgangspunten beoogde situatie .........................................................................................................11 Uitgangspunten realisatiefase ...............................................................................................................14
........................................................................................................................................... 16 6.
Conclusie ........................................................................................................................... 16
7.
Bijlagen .............................................................................................................................. 17
3 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
1. Inleiding De wijziging van een inrichting kan leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het houden van dieren en alle bijbehorende activiteiten leiden tot een emissie van ammoniak en stikstofdioxide. In dit rapport worden de stikstofemissies en stikstofdeposities inzichtelijk gemaakt voor de bestaande en beoogde situatie voor het object aan de Stad van Gerwen 9A-B. Tevens wordt er getoetst of er sprake is van (een toename) in stikstofdepositie op de omliggende beschermde gebieden en of er wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven en toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ligging van het plangebied, de referentiesituatie en de beoogde situatie. In hoofdstuk 4 wordt de wijze van meten toegelicht, hoofdstuk 5 geeft de uitgangspunten weer en hoofdstuk 6 omschrijft de conclusie.
4 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
2. Beleidskader De bescherming van natuurgebieden en de samenhangende stikstofreductie wordt geregeld in twee wetten, de Wet Natuurbescherming en de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering. Navolgend worden beide wetten toegelicht.
2.1 Wet Natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in wering getreden. In de Wnb zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. De bescherming van Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld vanaf een bepaalde referentiedatum. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wnb wordt aangevraagd. Er zijn verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen.
Wanneer er vanuit een bedrijf stikstof neer slaat op een Natura 2000-gebied (hierna te noemen: stikstofdepositie) kan dit een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Dat er vanuit een bedrijf stikstof neerslaat op Natura 2000-gebieden hoeft niet automatisch te betekenen dat er een vergunning in het kader van de Wnb nodig is. Uit de uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 blijkt dat bij intern salderen geen vergunningplicht in het kader van de Wnb geldt. Bij intern salderen leidt de wijziging of uitbreiding van een activiteit niet tot een toename in stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de geldende natuurvergunning, of bij het ontbreken daarvan, de milieuvergunning waarover het bedrijf beschikte vóórdat de Vogel- of Habitatrichtlijn van toepassing werd op betrokken natuurgebieden. Daarom kunnen significante gevolgen worden uitgesloten en is er geen natuurvergunning meer nodig. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een Kamerbrief van 22 februari 2021 aangegeven dat een AERIUS-berekening bepalend is om vast te stellen of bij een wijziging of uitbreiding van een activiteit sprake is van intern salderen.
Wanneer op het moment van realisatie van de bedrijfswijziging middels het rekenprogramma AERIUS Calculator kan worden aangetoond dat er sprake is van intern salderen, is er voor de bedrijfswijziging geen vergunning in het kader van de Wnb benodigd.
2.2 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet maakte aanvankelijk een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht mogelijk voor een tijdelijke toename in stikstofemissie gedurende de bouw-, aanleg- en realisatiefase van een project. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zogeheten Porthos-zaak waaruit volgt dat deze bouwvrijstelling in strijd is met het Europees natuurbeschermingsrecht. Het vervallen van de bouwvrijstelling leidt ertoe dat bij alle lopende en toekomstige vergunningsaanvragen eerst moet worden aangetoond dat er in de realisatiefase geen sprake is van stikstofdepositie, om aan te tonen dat er geen schade wordt aangericht aan de nabij gelegen Natura 2000gebieden. In navolgende paragraaf wordt de ligging van het plangebied, de referentiesituatie en de beoogde situatie van het plangebied toegelicht.
5 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
3. Situatiebeschrijving 3.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Stad van Gerwen 9A-B te Nuenen. Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden zijn: ▪ Strabrechtse Heide & Beuven : afstand circa 11 kilometer ▪ Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux : afstand circa 11,5 kilometer De referentiedatum voor het gebied Strabrechtse Heide & Beuven is 7 december 2004. De referentiedatum voor Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux is 24 maart 2000. Navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer ten opzichte van de omliggende Natura 2000gebieden.
Afbeelding 1: Omliggende Natura-2000 gebieden Stad van Gerwen 9A-B te Nuenen (Bron: AERIUS)
3.2 Historische situatie Aan de Stad van Gerwen 9A-B te Nuenen wordt een rundveehouderij geëxploiteerd. Op 10-08-1973 is een oprichtingsvergunning afgegeven in het kader van de Hinderwet voor 40 stuks melkvee en 20 fokzeugen. Op 1904-1977 is een vergunning afgeven in het kader van de Hinderwet om het aantal dieren uit te breiden naar 60 stuks melkvee en 72 mestkalveren. Op 04-10-1989 is een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning afgeven in het kader van de Hinderwet voor het houden van 106 mestkalveren, 10 meststieren en 170 melkkoeien incl. pinken en vaarzen. Op 05-03-1996 is vervolgens een revisievergunning afgegeven in het kader van de Wet milieubeheer voor het houden van 90 melk- en kalfkoeien, 64 vrouwelijk jongvee en 106 vleesstieren. Deze vergunning is op 13-07-2004 vernieuwd, waarbij de dieraantallen gelijk zijn gebleven. De referentiedatum voor het bedrijf is de laagst vergunde stikstofemissie sinds de referentiedata van de Natura 2000-gebieden waar het bedrijf stikstofdepositie op veroorzaakt. De referentiedatum van het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux is de oudste referentiedatum van de omliggende gebieden, te weten 24 maart 2000. Aangezien er ook een kans bestaat dat er stikstofdepositie plaatsvindt op gebieden met een 6 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
referentiedatum van 10 juni 1994, is de referentiesituatie desondanks de laagst vergunde stikstofemissie die het bedrijf vanaf 10 juni 1994 heeft gehad. De geldende vergunning op 10 juni 1994 betrof de Hinderwetvergunning uit 1989 voor het houden van 106 mestkalveren, 10 meststieren en 170 melkkoeien incl. pinken en vaarzen. In 1996 is een vergunning verleend voor het houden van 90 melkkoeien, 64 vrouwelijk jongvee en 106 vleeskalveren. De stikstofuitstoot is met de vergunning van 1996 afgenomen ten opzichte van de vergunning van 1989. Aangezien de referentiesituatie de laagst vergunde stikstofemissie betreft, is de milieuvergunning van 1996 de referentiesituatie voor de locatie.
3.3 Beoogde situatie Initiatiefnemers wensen op locatie de bestaande rundveehouderij te beëindigen en om te zetten tot paardenhouderij met bijbehorende bedrijfswoning. Voor de paardenhouderij is het beoogd 35 volwassen paarden (ouder dan 3 jaar) en 10 opfokpaarden (jonger dan 3 jaar) te houden. Het aanwezige vollegrondsteeltbedrijf wordt voortgezet. De voormalige bedrijfswoning in de langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B wordt weer in gebruik genomen als bedrijfswoning bij de paardenhouderij en het vollegrondsteeltbedrijf. In het oostelijk deel van de langgevelboerderij wordt de reeds vergunde bed & breakfast weer als zodanig in gebruik genomen.
7 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
4. Wijze van meten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de berekeningen gegeven. Om de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (Versie 2022). Voor de gegevensinvoer is aangesloten bij het ‘Handboek werken met AERIUS Calculator, d.d. 26 januari 2023, versie 2022. Een puntbron is een duidelijk aanwijsbare emissiebron op één bepaalde plaats. Mobiele werktuigen hebben veelal een vaste standplaats, een bepaalde vaste route of rijden binnen een beperkt werkgebied. Een vaste standplaats (bijvoorbeeld kadekraan) wordt gemodelleerd met een puntbron. Een puntbron wordt veelal ook gebruikt voor stalemissies. Een vlakbron wordt veelal toegepast bij (bedrijfswoningen) of werktuigen die verplaatsen binnen een werkgebied. Een (bedrijfs)woning heeft een emissie met een relatief groot oppervlak, de emissie is dus als het ware uitgesmeerd over het oppervlak. Werktuigen die rijden of verplaatsen binnen een bepaald en meestal beperkt werkgebied leent 1 of meer vlakbronnen zich het beste. Tot slot het verkeer welke ingevoerd dient te worden door middel van een lijnbron. Dit is een emissiebron met een constante uitstoot van emissie over een bepaalde horizontale lengte, hetgeen het geval is bij verkeersstromen. Bijvoorbeeld, een werktuig over een bepaalde vaste route wordt als lijnbron ingevoerd.
De lengte van die bron is recht evenredig met de emissie. Verkeersbewegingen kunnen onderverdeeld worden in: ▪ Licht verkeer (zoals personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens met 4 wielen) ▪ Middelzwaar verkeer (vrachtauto’s < 20 ton GVW en bussen) ▪ Zwaar verkeer (vrachtauto’s > 20 ton GVW en trekkers) Hierbij is het van belang dat de juiste standaard wordt aangehouden welke overeenkomt met andere wet- en regelgeving. Rondom het thema geluid wordt aangesloten bij de milieuwet- en regelgeving. Verkeer van en naar een bedrijf maakt immers geluid en dient beoordeeld te worden. Hier is tevens jurisprudentie over. De rechter heeft hierin het standpunt genomen dat het verkeer meegenomen dient te worden totdat het ‘’in het heersende verkeersbeeld is opgenomen’. Dit is als het verkeer het rijgedrag vertoont dat gebruikelijk is op die weg. Hierbij wordt het volgende gehanteerd: ▪ Binnen de bebouwde kom: 50 meter voor personenauto’s en 150 meter voor vrachtverkeer; ▪ Buiten de bebouwde kom: 80 meter voor personenauto’s en 250 meter voor vrachtverkeer. Uitzonderingen die hierop van toepassing zijn: ▪ Als het verkeer binnen de bovengenoemde afstand een kruising of splitsing bereikt, dan geldt die kortere afstand tot die splitsing. ▪ Als een weg (vrijwel) uitsluitend gebruikt wordt door één bedrijf of enkele bedrijven (bv.
Een toegangsweg van een fabriek in de uiterwaarden), dan wordt de hele toegangsweg meegenomen plus de afstand die hierboven is genoemd. ▪ Iedere andere redelijke uitzondering.
8 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
5. Uitgangspunten Om de stikstofdepositie als gevolg van zowel de referentie als de beoogde situatie in kaart te brengen is een stikstofberekening opgesteld met behulp van de AERIUS Calculator. Voor het stikstofdepositieonderzoek is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten.
5.1 Uitgangspunten referentiesituatie Op de locatie aan de Stad van Gerwen 9A-B te Nuenen was een melkveebedrijf gelegen. Op 5 maart 1996 is hiervoor een vergunning afgegeven, het afschrift van de geldende vergunning is tevens opgenomen in Bijlage 9b. Deze vergunning is op 13 juli 2004 vernieuwd voor hetzelfde aantal dieren. De vergunning (d.d. 5 maart 1996) is derhalve de referentiesituatie. In het kader van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV) zijn ammoniakemissiefactoren vastgesteld voor rundvee. Voor melk- en kalfkoeien geldt een ammoniakemissie van 8,6 kg NH3 per dier per jaar. Voor jongvee geldt een ammoniakemissie van 4,4 kg NH3 per dier per jaar. Voor vleeskalveren geldt een ammoniakemissie van 2,5 kg NH3 per jaar. Het vergunde vee bestand conform de melding gedaan in 1996, is als volgt: Tabel 1: Veebestand melding 1996
Diercategorie, huisvestingssysteem A1.100 Melken kalfkoeien A 3.100 Jongvee A4.100 Vleesstieren Totale emissie uitstoot
Aantal dieren 90
NH3 emissiefactor (kg/dier/j) 13
NH3 emissie (kg/jaar) 1.170
64 106
4,4 3,5
281,6 371 1.822,6
totaal
Het bovenstaande vee werd gehouden in twee rundveestallen. De kenmerken van deze stikstofemissiebronnen zijn als volgt: Tabel 2: Emissiebronnen rundveestal 1
Omschrijving A1.100 Melkkalfkoeien A 3.100 Jongvee
en
Aantal 90 64
Uitstoot 1.170 kg NH3 281,6 kg NH3
Uitstootkenmerken Natuurlijke ventilatie op 5,75 m hoogte Natuurlijke ventilatie op 5,75 m hoogte
Meetrapport NOx aanwezig Nee
Uitstoot 371 kg NH3
Uitstootkenmerken Natuurlijke ventilatie op 3,6 m hoogte
Meetrapport NOx aanwezig Nee
Nee
Tabel 3: Emissiebronnen rundveestal 2
Omschrijving A4.100 Vleesstieren
Aantal 106
5.1.1 Verkeer referentiesituatie Naast de emissie uitstoot van de aanwezige dieren wordt er ook emissie veroorzaakt door het verkeer omtrent de bedrijfsactiviteiten en bestaande woning. Om aan te sluiten bij de CROW richtlijnen worden de normen voor een bedrijf (arbeidsextensief en bezoekersextensief) aangehouden. Voor een bedrijf (arbeidsextensief en bezoekersextensief) geldt in dat geval een verkeersgeneratie 3,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bruto vloeroppervlak per dag. In de voormalige situatie was er circa 1.925 m2 aan bruto vloeroppervlak voor de rundveehouderij. Hierin zijn slechts de oppervlaktes van de drie rundveestallen meegenomen. De oppervlaktes van de berging en de voertuigenloods zijn niet meegenomen, omdat deze slechts door de eigenaren gebruikt worden waardoor dit geen extra verkeersgenerate voor de rundveehouderij genereert. Op basis van de CROW richtlijnen resulteert dit in een verkeersgeneratie van 2.253 verkeersbewegingen per maand (75,1 per dag) voor de rundveehouderij. Echter ligt de werkelijke verkeersgeneratie voor de runveehouderij beduidend lager. In onderstaande tabel wordt de werkelijke verkeersgeneratie ten aanzien van de voormalige melkveehouderij weergegeven.
9 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
Tabel 4: Verkeersgeneratie voormalige situatie rundveehouderij
Activiteit
Frequentie
Omschrijving
Type vervoer
Transportbewegingen (aantal per maand)
Aanvoer krachtvoer
4 x per maand
Zwaar verkeer
8
Aanvoer ruwvoer
5 x per jaar
Zwaar verkeer
8,5
Afvoer melk
3 x per week 2 x per maand
Zwaar verkeer Zwaar verkeer
24
Aan- en afvoer vee Aan- en afvoer drijfmest
3 x per jaar
Zwaar verkeer
3
Kadavers
4 x per jaar
Zwaar verkeer
0,7
Divers aanvoer
3 x per week
Licht verkeer
24
Diverse bezoekers
3 x per dag
Een vrachtwagen rijdt het erf op en af naar de voersilo’s en lost de lading. 5 keer per jaar wordt de kuilvoersilo aangevuld. Om de silo te vullen zijn er 10 transporten en dus 20 verkeersbewegingen per keer nodig. Dit resulteert in 100 transportbewegingen per jaar. De melktankwagen rijdt het erf op en af naar de melktank. Een keer per maand rijdt een vrachtwagen af en aan voor de aan en afvoer van vee. Een trekker met mesttank rijdt het erf op en af naar de pomp put en zuigt de mest in de tank. Dit zijn 6 transporten en dus 12 verkeersbewegingen per keer. Dit resulteert in 36 verkeersbewegingen per jaar. Een vrachtwagen rijdt tot de kadaverplaats en laadt de lading. Een bestelwagen rijdt het erf af en aan voor de levering van diverse goederen. Bedrijf betrekt diverse bezoekers zoals dierenarts, adviseur e.d.
Licht verkeer
120
4
Voor verkeer van en naar de bedrijfsgebouwen komt dit uit op 192,2 verkeersbewegingen per maand (circa 6,4 per etmaal). Voor licht verkeer komt dit uit op 144 verkeersbewegingen per maand (circa 4,8 per etmaal). Voor zwaar verkeer komt dit uit op 48,2 verkeersbewegingen per maand (circa 1,6 per etmaal). Echter worden dus de verkeersbewegingen op basis van de CROW richtlijnen aangehouden (2.253 verkeersbewegingen per maand). Bedrijfswoning Voor de bedrijfswoning geeft de CROW-brochure een weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 op basis van een vrijstaande woning in het buitengebied. Er wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen licht verkeer per dag, hetgeen leidt tot 246 verkeersbewegingen per maand. Mantelzorgwoning De langgevelboerderij aan de Stad van Gerwen 9 A-B is vergund als bed & breakfast en vergunningsvrij in gebruik genomen als mantelzorgwoning. Derhalve wordt voor het feitelijk gebruik aangesloten bij de geldende verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie voor een vrijstaande woning in het buitengebied. Hiervoor geldt een weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 verkeersbewegingen per dag. Voor de berekening wordt uitgegaan van 8,2 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Dit resulteert in 246 verkeersbewegingen per maand.
Vollegrondsteeltbedrijf Aangezien het vollegrondsteeltbedrijf wordt uitgevoerd door de eigenaar zelf en er geen personeel in dienst is, wordt gemiddeld twee keer per dag af en aan gereden met zware motorvoertuigen. Dit komt neer op 120 zware verkeersbewegingen per maand en dus 4 verkeersbewegingen per etmaal. 10 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
Totaal voormalige situatie In totaal komt dit uit op circa 2.865 verkeersbewegingen per maand (circa 95,5 per etmaal). Voor licht verkeer komt dit uit op 2.745 verkeersbewegingen per maand (circa 91,5 per etmaal). Voor zwaar verkeer komt dit uit op 120 verkeersbewegingen per maand (circa 4 per etmaal). De totale verkeersgenerate is samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 5: Verkeersgeneratie voormalige situatie
Activiteit
Zware transportbewegingen (per maand)
Rundveehouderij Bedrijfswoning Mantelzorgwoning Vollegrondsteeltbedrijf Totaal
Lichte transportbewegingen (per maand) 2.253 246 246
120 120
2.745
5.1.2 Gebruik langgevelboerderij De langgevelboerderij is aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor is er mogelijk sprake van relevante stikstofemissies waarvoor vaste emissies zijn vastgesteld. Deze zijn opgenomen in de Factsheet emissiefactoren ruimtelijke plannen dd. 5-7-2018. Een woning dient door middel van een vlakbron opgenomen te worden in de Calculator. Volgens de Factsheet d.d. 5-7-2018 geldt voor een vrijstaande woning een NOx uitstoot van 3,59 kg per jaar en een NH3 uitstoot van 0,47 kg per jaar.
5.2 Uitgangspunten beoogde situatie In de beoogde situatie dient er rekening gehouden te worden met de uitstoot van ammoniak van de aanwezige dieren, uitstoot ontstaan door de verkeersgeneratie van en naar de locatie en de uitstoot die ontstaat bij het gebruik van de vrijstaande woning. Voor paarden zijn ammoniakemissiefactoren vastgesteld in het kader van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV). Voor paarden geldt een ammoniakemissie van 5 kg NH3 per dier per jaar. Met bovenstaande emissiefactor in acht nemend is de ammoniakemissie voor het houden van 35 volwassen paarden en 10 opfok paarden als volgt: Tabel 6: Beoogde veestapel
Huisvestingssysteem Code Houderij/ hoktype K1.100 Overige huisvestingssystemen K2.100 Overige huisvestingssystemen
Diercategorie Volwassen paarden Opfok paarden
Aantal dieren 35
Aantal dierplaatsen 35
ammoniak Kg NH3 per dier 5
Totaal kg NH3 175
10
10
2,1
21
Totaal NH3
196
De bovenstaande paarden worden gehouden in de beoogde rijhal. Binnen dit bedrijfsgebouw zijn de volgende stikstofemissiebronnen aanwezig: Tabel 7: Emissiebronnen paardenstal
Omschrijving Volwassen paarden
Aantal 35
Uitstoot 175 kg NH3
Opfok paarden
10
21 kg NH3
Uitstootkenmerken Natuurlijke ventilatie op 1,5 m hoogte Natuurlijke ventilatie op 1,5 m hoogte
Meetrapport NOx aanwezig Nee Nee
5.2.1 Verkeer beoogde situatie Het plangebied is gelegen aan de Stad van Gerwen, een geasfalteerde plattelandsweg in het buitengebied. De ontsluitingsroutes van de Stad van Gerwen lopen in zuidelijke richting via de Nieuwe Dijk en in noordelijke richting via de Kwadestraat. De Stad van Gerwen zal voornamelijk gebruikt worden voor bestemmingsverkeer. Paardenhouderij De beoogde plannen voorzien op de functiewijziging van bedrijfswoning tot burgerwoning en het herbestemmen van een rundveehouderij tot paardenhouderij met bedrijfswoning. Om aan te sluiten bij de CROW richtlijnen worden de normen voor een bedrijf (arbeidsextensief en bezoekersextensief) aangehouden. Voor een bedrijf 11 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
(arbeidsextensief en bezoekersextensief) geldt in dat geval een verkeersgeneratie van 3,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. In de beoogde situatie is er 1.750 m2 aan bruto vloeroppervlak voor de paardenhouderij. De oppervlaktes van de berging en de voertuigenloods zijn niet meegenomen, omdat deze slechts door de eigenaren gebruikt worden. Op basis van de CROW richtlijnen resulteert dit in een verkeersgeneratie van 68,3 verkeersbewegingen per dag en 2.049 verkeersbewegingen per maand voor de paardenhouderij. De verkeersaantrekkende werking van het bedrijf zal echter een stuk lager liggen dan de CROW norm, omdat het bedrijf zich primair richt op het houden, stallen of africhten van paarden, al dan niet in combinatie met de handel in paarden (bedrijfsmatige paardenhouderij). De paardenhouderij voorziet in het houden van 35 volwassen paarden en 10 opfok paarden. In totaal zal er pensionstalling worden geboden aan circa 45 paarden. Gemiddeld heeft elke pensionklant twee volwassen paarden op locatie in pension staan. Pensionklanten bezoeken hun paard gemiddeld 3 keer in de week. Derhalve kan worden uitgegaan van een werkelijke verkeersgeneratie van gemiddeld 140 verkeersbewegingen per week en 560 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand.
Om de werkelijke verkeersbewegingen van de paardenhouderij op een correcte manier inzichtelijk te maken wordt daarnaast gebruik gemaakt van de Hippische monitor opgesteld door HAS Den Bosch en ervaringscijfers. Ten behoeve van de bedrijfsvoering van de beoogde paardenhouderij vindt onderstaande verkeersgeneratie plaats: Aanvoer ruwvoer/hooi Als basisregel wordt door de hippische sector geadviseerd 1,5 kg hooi per 100 kilogram lichaamsgewicht te voeren. Een paard weegt gemiddeld 600 tot 700 kg. Dit wil zeggen dat een paard circa 10 kg hooi per dag nodig heeft. Op het bedrijf zijn 45 paarden aanwezig. Dit wil zeggen dat het bedrijf jaarlijks 164,3 ton hooi gebruikt. Op een vrachtwagen is ruimte voor 12 ton. Dit resulteert in 13,7 vrachten per jaar. Dit resulteert in 27,4 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld afgerond 2,3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Aanvoer strooisel Per paardenbox wordt circa 8 kg per dag strooisel gebruikt. Voor 45 paarden komt dat uit op 131,4 ton strooisel per jaar. Op een vrachtwagen is ruimte voor 10 ton. Dit resulteert in 13,1 vrachten per jaar. Dit resulteert in 26,2 verkeersbewegingen per jaar, wat uitkomt op gemiddeld 2,2 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Aanvoer krachtvoer Gemiddeld genomen verbruikt een paard circa 1.000 kg krachtvoer per jaar.
Krachtvoer wordt circa één keer in de drie weken per vrachtwagen aangevoerd. Dit resulteert dus in 35 verkeersbewegingen per jaar en afgerond 3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Afvoer mest Paardenmest wordt één keer in de twee weken per vrachtwagen afgevoerd. Dit resulteert in 52 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld 4 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Hoefsmid Op de beoogde paardenhouderij zijn 45 paarden aanwezig welke door de hoefsmid behandeld dienen te worden. Volwassen paarden worden iedere 6 á 7 weken bekapt of beslagen door de hoefsmid. Hiervoor zal de hoefsmid circa 1 á 2 dagen aanwezig zijn op de locatie. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen per twee maanden en gemiddeld 2 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Diverse bezoekers Gemiddeld komen er verder nog twee overige erf betreders per week naar de locatie (adviseur, dierenarts, overige bezoekers, etc.). Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen per week en gemiddeld 16 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Tabel 8: Werkelijke verkeersgeneratie paardenhouderij
Activiteit Aanvoer ruwvoer/hooi Aanvoer strooisel Aanvoer krachtvoer Afvoer mest Hoefsmid
Type vervoer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Licht verkeer
Transportbewegingen (aantal per maand) 2,3 2,2 3 4 2 12
Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
Diverse bezoekers Bezoekers stallen
Licht verkeer Licht verkeer
16 560
In totaal komt dit uit op 589,5 verkeersbewegingen per maand (circa 19,7 per etmaal). Voor licht verkeer komt dit uit op 578 verkeersbewegingen per maand (19,3 per etmaal). Voor zwaar verkeer komt dit uit op 11,5 verkeersbewegingen per maand (circa 0,4 per etmaal). Echter worden dus de verkeersbewegingen op basis van de CROW richtlijnen aangehouden om uit te gaan van de worst-case-scenario (2.049 verkeersbewegingen per maand). Bedrijfswoning en B&B Voor de bedrijfswoning geeft de CROW-brochure een weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 op basis van een vrijstaande woning in het buitengebied. Er wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen licht verkeer per dag, hetgeen leidt tot 246 verkeersbewegingen per maand. Tevens is het beoogd om de langgevelboerderij weer gedeeltelijk als bed & breakfast in gebruik te nemen. Voor 2 kamers geldt op basis van de categorie ‘bungalowpark (huisjescomplex)’ een verkeersgeneratie van 5,4 verkeersbewegingen licht verkeer per dag, hetgeen leidt tot 162 verkeersbewegingen per maand. Vollegrondsteeltbedrijf Het vollegrondsteeltbedrijf verandert niet in omvang. Het gemiddelde aantal verkeersbewegingen met zware motorvoertuigen blijft 120 per maand en dus 4 per etmaal.
Totaal beoogde situatie In totaal ontstaat er in de beoogde situatie een zware verkeersgeneratie van circa 131,5 verkeersbewegingen per maand (circa 4,4 per etmaal) en een lichte verkeersgeneratie van 986 verkeersbewegingen per maand (circa 33 per etmaal). De totale verkeersgenerate is samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 9: Verkeersgeneratie beoogde situatie
Activiteit Paardenhouderij Burgerwoning Bedrijfswoning B&B Vollegrondsteeltbedrijf Totaal
Zware transportbewegingen (per maand)
Lichte transportbewegingen (per maand) 2.049 246 246 162
120 120
2.703
5.2.2 Gebruik bedrijfswoning en B&B De langgevelboerderij blijft aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor blijft de uitstoot van 3,59 kg per jaar en een NH3 uitstoot van 0,47 kg per jaar volgens de Factsheet d.d. 5-7-2018 van toepassing.
13 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
5.3 Uitgangspunten realisatiefase Op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens ten aanzien van stikstofemissie is voor de bouwen realisatiefase onderscheid gemaakt in stikstofemissie als gevolg van materieel op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking van voertuigen. Gegevens met betrekking tot type materieel, stage-klasse en motorvermogen zijn deels verkregen van de opdrachtgever op basis van de fasering van het bouwplan en vervolgens door Van Santvoort verder uitgewerkt. Het aantal uren dat materieel wordt ingezet is opgegeven door de opdrachtgever en gebaseerd op de omvang van het plan. Hierbij is uitgegaan van de worst-case-scenario. 5.3.1 Emissiebronnen sloopfase Voor de sloopfase van het plangebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Gemiddelde duur: 4 weken ▪ Werkdag: 8 uur ▪ Aantal dagen per week: 5 dagen 5.3.2 Verkeer sloopfase Gedurende de sloopwerkzaamheden zal de loader zal een keer per week op en neer rijden naar de locatie. De bestuurder van de loader zal dagelijks met een personenauto van en naar de bouwplaats komen. Daarnaast zal er een vrachtwagen aanwezig zijn, die maximaal 30 keer gevuld zal worden, om het slooppuin af te voeren. Onderstaande tabel geeft het aantal zware en lichte transportbewegingen weer. Tabel 10: Transportbewegingen sloopfase
Type vervoer Licht verkeer Zwaar verkeer
Aantal 1 per etmaal 2 per week
Transportbewegingen per week 10 4
Transportbewegingen per jaar 40 80
5.3.3 Emissie mobiele werktuigen sloopfase In de onderstaande tabel is de vereiste inzet van machines en werktuigen voor de sloop weergeven. Tabel 11: Emissie mobiele werktuigen sloopfase
Type werktuig
Bouwjaar Brandstof Vermogen (KW)
Brandstofverbruik (liter/uur)
Draaiuren Brandstofverbruik (liter/jaar)
Loader
2020
Diesel
70
30
160
4800
Vrachtwagen
2020
Diesel
200
1,3
30
39
5.3.4 Emissiebronnen bouwfase Op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens ten aanzien van stikstofemissie is voor de bouwfase onderscheid gemaakt in stikstofemissie als gevolg van materieel op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking van voertuigen. Gegevens met betrekking tot type materieel, stage-klasse en motorvermogen zijn deels verkregen van de opdrachtgever op basis van de fasering van het bouwplan en vervolgens door Van Santvoort verder uitgewerkt. Het aantal uren dat materieel wordt ingezet is opgegeven door de opdrachtgever en gebaseerd op de omvang van het plan. Hierbij is uitgegaan van de worst-case-scenario. Voor de bouwfase van het plangebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Gemiddelde duur: 12 maanden ▪ Werkdag: 8 uur ▪ Aantal dagen per week: 5 dagen 5.3.5 Verkeer bouwfase Gedurende de bouwfase komen er verschillende soorten voortuigen naar de locatie. Onderstaande tabel geeft het aantal lichte, middelzware en zware transportbewegingen weer. Voor de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: ▪ Licht verkeer: Op de bouwplaats komen enkele personenauto’s en bedrijfsbusjes, bijvoorbeeld van de eigenaar van de woning of van werknemers die naar de bouwplaats komen om bouwwerkzaamheden te verrichten. Tijdens de gehele bouwfase blijven deze verkeersbewegingen aanwezig.
14 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
▪ Middelzwaar verkeer: Gemiddeld zal er tijdens de bouwfase twee keer per week sprake zijn van middelzwaar verkeer. Hieronder worden autobussen of vrachtwagens zonder oplegger gerekend. ▪ Zwaar verkeer: Materialen en goederen zullen niet elke dag geleverd worden. Dit zal beperkt worden tot gemiddeld één keer per week. Een vrachtwagen zal bijvoorbeeld naar de bouwplaats rijden om materialen en goederen op te halen of af te leveren. Normaliter vindt het zwaar verkeer voornamelijk plaats tijdens de ruwbouwfase, maar omdat er uit wordt gegaan van een worst-case-scenario wordt hier geen onderscheid in gemaakt. Er zal uitgegaan worden van één voertuig per week. Tabel 12: Transportbewegingen bouwfase
Type vervoer Licht verkeer
Aantal 3 per dag
Transportbewegingen per week Transportbewegingen per jaar 30 1560
Middelzwaar verkeer
2 per week
4
208
Zwaar verkeer
1 per week
2
104
5.3.6 Emissie mobiele werktuigen bouwfase In de onderstaande tabel is de vereiste inzet van machines en werktuigen voor de bouw weergeven. Tabel 13: Emissie mobiele werktuigen bouwfase
Type werktuig
Bouwjaar Brandstof Vermogen (KW)
Brandstofverbruik (liter/uur)
Draaiuren Brandstofverbruik (liter/jaar)
Betonstorter Mobiele kraan Graafmachine Trilplaat Hijskraan
2019
Diesel
200
12,3
40
492
2020 2020 2020 2020
Diesel Diesel Diesel Diesel
125 60 10 200
40 11 1,2 6,1
80 80 10 80
3200 880 12 488
15 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
6. Conclusie In dit stikstofdepositieonderzoek is voor het plan, de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden berekend ten aanzien van de reeds vergunde emissies in de referentiesituatie. Uit de berekening blijkt dat beoogde plannen leiden tot een afname van stikstofdepositie van 0,12 mol/ha/jaar op de Natura 2000-gebieden. Er is in geen geval sprake van een toename van stikstofdepositie. De invoergegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage 9c en 9d van dit rapport.
16 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen
7. Bijlagen Bijlage 9b: Bijlage 9c: Bijlage 9d:
Vergunning 05-03-1996 AERIUS-berekening referentie en beoogde situatie AERIUS-berekening realisatiefase
17 Stikstofdepositieonderzoek Stad van Gerwen 9A-B, Nuenen