CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Regels

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 36.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regels ‘Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3’ NL.IMRO.0820.BPBGPapenvHeide3-D001

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende regels

•

Artikel 1

Begrippen

•

Artikel 2

Wijze van meten

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

•

Artikel 3

Agrarisch met waarden – Gemengd landelijk gebied

•

Artikel 4

Bos

•

Artikel 5

Wonen

•

Artikel 6

Waarde – Archeologie 3a hoge verwachting

Hoofdstuk 3

Algemene regels

•

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

•

Artikel 8

Algemene bouwregels

•

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

•

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

•

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

•

Artikel 12

Overige regels

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregel

•

Artikel 13

Overgangsrecht

•

Artikel 14

Slotregel

Bijlagen •

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

•

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan ‘Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3’ met identificatienummer NL.IMRO.0820.BPBGPapenvHeide3-D001. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aanvaardbaar woon- en leefklimaat

een ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: a. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; b. bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies voldaan wordt aan de wettelijke geurnormen c.

of vastgestelde hogere geurnorm; bij het toestaan van nieuwe

geluidsgevoelige

functies

voldaan

wordt

aan

de

voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; d. er geen belemmeringen zijn op het gebied van externe veiligheid; e. de luchtkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. 1.6

aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig of architectonisch opzicht ondergeschikt is aan en daarnaast rechtstreeks toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw. 1.7

aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.8 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.

1.9

afhankelijke woonruimte

een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.10 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.11 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.12 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.13 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.14 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15 bed & breakfast het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. 1.16 bestaand bouwwerk een bouwwerk of erftoegangsweg

welke

op

het

tijdstip

van

terinzagelegging

van

het

ontwerpbestemmingsplan en bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig is of kan worden gebouwd. 1.17 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen de afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen of kunnen komen. 1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20 bijgebouw Een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.23 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

1.29 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.30 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.31 erftoegangsweg een weg die is bedoeld om verkeer uit te wisselen, zowel op wegvakken als op kruispunten. 1.32 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, ruimte vormt met meer dan één geheel of gedeeltelijke wand.

1.33 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.34 hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.35 huishouden een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: a. De huisvesting van maximaal 4 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); b. tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 6 arbeidsmigranten; c.

de huisvesting van maximaal 8 ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht;

d. de huisvesting van maximaal 8 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning. 1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een inrichting type A zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit), waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.37 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.38 maaiveld de gemiddelde hoogte van het terrein ter plaatse van een gebouw/bouwwerk. 1.39 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.

1.40 milieuhygiënisch inpasbaar een ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: a. omliggende functies niet onevenredig in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt; b. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; c.

bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies voldaan wordt aan de wettelijke geurnormen of vastgestelde hogere geurnorm;

d. bij

het

toestaan

van

nieuwe

geluidsgevoelige

functies

voldaan

wordt

aan

de

voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; e. er geen belemmeringen zijn op het gebied van externe veiligheid; f. de luchtkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie; g. er geen sprake is van significant negatief effecten op Natura 2000-gebied(en); h. nieuwe functies binnen het Natuurnetwerk Brabant niet schadelijk zijn voor het i.

natuurbeheertype ter plaatse; soorten die op basis van de Wet natuurbescherming beschermd zijn niet worden aangetast;

j.

de waterhuishouding niet onevenredig verslechtert;

k.

de capaciteit van de omliggende wegen voldoende is voor veilige afwikkeling van de verkeerstoename;

l.

er op eigen terrein voorzien wordt in de parkeerbehoefte.

1.41 nevenfunctie een aan de hoofdfunctie ondergeschikte functie, die door de eigenaar dan wel bedrijfsvoerder van de hoofdfunctie wordt uitgeoefend al dan niet met aanvullend personeel. 1.42 nutsvoorzieningen de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.43 omgevingsdialoog het voeren van overleg met de directe omgeving waarbij: a. de initiatiefnemer alle eigenaren en huurders binnen een straal van 500 m vanaf de locatie van de beoogde ontwikkeling benaderd aan een vorm van overleg deel te nemen; b. de beoogde ontwikkeling door de initiatiefnemer aan de deelnemers aan het overleg wordt c.

toegelicht; de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld op de beoogde ontwikkeling te reageren;

d. de initiatiefnemer, tijdens het overleg of op een later vervolgoverleg met de deelnemers, aangeeft: 1. met welke opmerkingen in het plan rekening gehouden kan/zal worden; 2. met welke opmerkingen in het plan geen rekening gehouden kan/zal worden en waarom niet; e. de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld hun tevredenheid kenbaar te maken over de wijze waarop hun opmerkingen al dan niet zijn verwerkt in de plannen; f.

de initiatiefnemer een schriftelijk verslag opstelt van de het gevoerde overleg met de omgeving en dit aan de deelnemers van het overleg toestuurt;

g. de deelnemers binnen 3 weken na verzending van het verslag schriftelijk kunnen reageren richting de initiatiefnemer; h. de initiatiefnemer het verslag samen met eventuele schriftelijke reacties indient bij de aanvraag omgevingsvergunning. 1.44 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen die qua aard en omvang ondergeschikt zijn aan het bijbehorende gebouw, zoals bijvoorbeeld schoorstenen, lichtkoepels en balkonhekken.

1.45 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak en met ten hoogste aan één zijde een gehele of gedeeltelijke wand. 1.46 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.47 seksinrichting het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.48 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten de Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten die als Bijlage 1 deel uitmaakt van deze regels. 1.49 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.50 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals onder andere duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen en inlaten.

1.51 waterberging het bergen van water buiten oppervlaktewaterlichamen, ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen. 1.52 weide land dat met gras begroeid is of dat geschikt is voor gras, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld 1.53 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.54 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2

2.3

Bouwhoogte van een antenne-installatie •

a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;

•

b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. Bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 Breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5 Dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6

Goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9

Verkoopvloeroppervlakte

de vloeroppervlakte van een ruimte waar producten verkocht worden, voor zover vrij toegankelijk voor de klant. 2.10 Vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden – Gemengd landelijk gebied

Bestemmingsomschrijving

De voor ''Agrarisch met waarden - Gemengd landelijk Gebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (vollegronds)teeltbedrijven; b. agrarisch grondgebruik; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels; met daaraan ondergeschikt: e. extensief recreatief medegebruik; f.

detailhandel in agrarische en streekeigen producten verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 100 m2,

als

nevenactiviteit

met

een

g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en toegangswegen; h. erftoegangswegen voor aangrenzende bestemmingen. 3.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen uitgezonderd; b. mestplaten, sleufsilo's, schuilgelegenheden en stapmolens zijn niet toegestaan; c. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan, d. de bouwhoogte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt ten hoogste 2,5 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.

Artikel 4 4.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuur; b. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels; alsmede voor: e. extensief recreatief medegebruik; f. paden en erftoegangswegen. 4.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. bouwwerken

ten

behoeve

van

informatievoorzieningen,

entreevoorzieningen

en

schuilvoorzieningen hebben een bouwhoogte van ten hoogste 3 m en een oppervlakte van ten hoogste 4 m2; c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 2 m.

4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder a om erf- en terreinafscheidingen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; b. in afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de bouwhoogte van een erfafscheiding bij woningen grenzend aan de bestemming Bos ten hoogste 2 m, met dien verstande dat deze erfafscheidingen niet hoger mogen zijn dan voor het waarborgen van de privacy noodzakelijk; c.

het uitzicht wordt niet dusdanig belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht;

d. afwijken leidt niet tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden van de omgeving. 4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. lawaaisporten zijn niet toegestaan; b. verblijfsrecreatie is niet toegestaan. 4.4.1 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Gronden ter plaatse van de bestemming 'Bos' mogen niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4.1 alvorens aanwezige bodemverontreinigingen en met asbest verontreinigde puinlagen zijn gesaneerd. 4.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van

werkzaamheden 4.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Bos zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, egaliseren, ontginnen, ophogen en het diepploegen en diepwoelen van de bodem; b. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen, veranderen of dempen van waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties;

d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 4.5.2 Uitzondering aanlegverbod Het verbod als bedoeld in lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

4.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. bij deze bestemming

behorende

voorzieningen,

parkeervoorzieningen, tuinen, toegangswegen, waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2

zoals

erven,

landschappelijke

nutsvoorzieningen,

inpassing,

water

en

Bouwregels

5.2.1 Woning Papenvoortse Heide 3 Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak bedraagt het aantal woningen ten hoogste 1; c.

voor hoofdgebouwen, incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen geldt het volgende: hoofdgebouw incl. aan- en uitbouwen

bijgebouwen en overkappingen

max. inhoud (per bouwvlak)

750 m³

-

max.

-

150 m²

max. goothoogte

4,5 m

4m

max. bouwhoogte

10 m

6m

min. / max. dakhelling

12°/55°

12°/55°

min. afstand tot zijdelingse perceelsgrens

3m

-

min. / max. tot hoofdgebouw

-

vrijstaande bijgebouwen: 2 m/10 m

oppervlakte

(per

bouwvlak)

d. de hoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. voor de voorgevel van het hoofdgebouw (en het verlengde daarvan): 1 m 2. elders: 2 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 6 m; f.

erftoegangswegen worden op de bestaande inritten zoals opgenomen in de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2), met dien verstande dat de maximale breedte van erftoegangswegen maximaal 3,5 meter bedraagt.

5.2.2 Ruimte voor Ruimtewoningen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak bedraagt het aantal woningen ten hoogste 1; c.

gebouwd mag enkel worden na aanlevering van een door de provincie Noord-Brabant geaccordeerde bouwtitel Ruimte voor Ruimte;

d. voor hoofdgebouwen met aangebouwde of vrijstaande aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen geldt het volgende: hoofdgebouw incl. aan- en uitbouwen

bijgebouwen en overkappingen

max. inhoud (per bouwvlak)

1.000 m³

-

max. oppervlakte bouwvlak)

-

90 m²

max. goothoogte

4m

4m

max. bouwhoogte

9m

6m

min. / max. dakhelling

12°/55°

12°/55°

min. afstand tot zijdelingse

3m

-

-

vrijstaande bijgebouwen: 2 m/10 m

(per

perceelsgrens min. / max. tot hoofdgebouw

e. hoofdgebouwen moeten in dan wel maximaal 3 meter achter de aanduiding 'gevellijn' worden f.

gerealiseerd; de nokrichting van het hoofdgebouw wordt evenwijdig aan de langste gevellijn gerealiseerd;

g. bijgebouwen en overkappingen mogen slechts in of achter de gevellijn worden gerealiseerd; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; i.

erfafscheidingen zijn niet toegestaan, behoudens voor zover opgenomen in de landschappelijke inpassing en het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2 met dien verstande dat: 1. de hoogte voor de woning niet meer dan 1 meter mag bedragen;

j.

erftoegangswegen worden op de bestaande inritten zoals opgenomen in de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2), met dien verstande dat de maximale breedte van erftoegangswegen maximaal 3,5 meter bedraagt.

5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan met inachtname van de volgende regels: 1. de vloeroppervlakte in gebruik voor deze activiteiten bedraagt ten hoogste 35% van de vloeroppervlakte van de betreffende woning met een maximum van 50 m²; 2. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. de activiteiten mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en de parkeersituatie ter plaatse; 4. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn opgenomen in ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten conform bijlage 1;

5. detailhandel is uitsluitend toegestaan voor zover gerelateerd aan en ondergeschikt aan de beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. bed & breakfast is toegestaan aan huis, met dien verstande dat: 1. het aantal (slaap)kamers ten hoogste 2 en het aantal slaapplaatsen ten hoogste 4 bedraagt; 2. de activiteit wordt uitgevoerd door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en de parkeersituatie ter plaatse; c.

het gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan.

5.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' is toegestaan mits: a. de bosstroken binnen de bestemming ‘Bos’ aan de buitenranden van het plangebied vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden worden gerealiseerd, met dien verstande dat de minimale breedtes van de bosstroken respectievelijk 12,5 meter (westzijde) en 20 meter (oostzijde) zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels dienen te worden gerespecteerd; b. de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels, binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan gerealiseerd is, met dien verstande dat de breedte van de bosstroken welke dienen als scheiding tussen de kavelgrenzen ten minste 8 meter bedraagt; c.

binnen de bosstroken, voorzover gelegen binnen de bestemming ‘Bos’, aan de buitenranden van het plangebied geen nieuwe bomen mogen worden aangeplant binnen een afstand van 6 meter vanaf de westelijke plangrens en zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels;

d. de landschappelijke inpassing, inclusief de erftoegangswegen, zoals bedoeld in lid a en b, na realisatie als zodanig duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden. 5.3.3 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Gronden ter plaatse van de bestemming 'Wonen' mogen niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 alvorens aanwezige bodemverontreinigingen en met asbest verontreinigde puinlagen zijn gesaneerd. 5.3.4 Voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek Gronden ter plaatse van de bestemming 'Wonen' mogen niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 alvorens een archeologisch proefsleuven- of daarmee vergelijkbaar onderzoek, alsmede een eventueel daaruit voortkomende archeologische opgraving, is uitgevoerd en is vrij gegeven om te bouwen. 5.3.5 Voorwaardelijke verplichting intrekken milieuvergunning Het gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden en bouwwerken is toegestaan mits de milieuvergunning ten behoeve van het exploiteren van de veehouderij is ingetrokken.

Artikel 6

Waarde – Archeologie 3a hoge verwachting

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3a Hoge verwachting' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk binnen een bouwvlak, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand gebouw aanwezig is dan wel aanwezig is geweest.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3a Hoge verwachting' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen met meer dan 2 m en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 6.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. binnen een bouwvlak worden uitgevoerd, uitsluitend voor zover ter plaatse een bestaand bouwwerk aanwezig is of is geweest. 6.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.

de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op c.

dezelfde plaats plaatsvindt; op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken, als opgenomen in dit plan, niet van toepassing.

8.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c.

andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

8.3 Herbouw van woningen In aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt dat algehele herbouw van (bedrijfs)woningen uitsluitend mag plaatsvinden op of binnen de bestaande funderingen. 8.4 Kelders Tenzij anders bepaald in hoofdstuk 2, zijn kelders uitsluitend toegestaan onder de hoofdgebouwen van (bedrijfs)woningen.

8.5 Radarverstoringsgebied In verband met de aanwezigheid van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel mag de hoogte van bouwwerken binnen het plangebied niet meer bedragen dan 65 m +NAP.

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Voorwaardelijke verplichting driftreducerende maatregelen Gronden ter plaatse van de bestemming 'Bos' en/of ‘Wonen’ mogen niet in gebruik worden genomen voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4.1 en/of artikel 5.1 alvorens binnen de bestemming ‘Bos’ een dichte (wintergroene) haag is aangelegd en in stand wordt gehouden, met dien verstande dat: a. de dichte (wintergroene) haag wordt gesitueerd en aangelegd zoals opgenomen in de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2); b. de breedte van de haag tenminste 1,5 meter bedraagt en de hoogte van de haag tenminste 2 meter bedraagt en tenminste 1 meter hoger is dan de meest nabijgelegen agrarische teelt.

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Maten en bouwgrenzen Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien: c. het afwijken betrekking heeft op een veehouderijbedrijf; d. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.2 Nutsvoorzieningen Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken om gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toe te staan, met dien verstande dat de inhoud ten hoogste 50 m3 bedraagt en de hoogte ten hoogste 3 m bedraagt.

10.3 Afwijkingsregels voor de herbouw van (bedrijfs)woningen buiten bestaande funderingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3 ten behoeve van de herbouw van (bedrijfs)woningen buiten de bestaande funderingen met inachtneming van het volgende: a. de herbouw vindt plaats binnen hetzelfde bouwvlak; b. de nieuwe woning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. c. de herbouw buiten de bestaande funderingen is stedenbouwkundig aanvaardbaar; d. door middel van een inrichtingsplan dient aangetoond te worden dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing conform de richtlijnen uit het Landschapsontwikkelingsplan de Peel en een toename van ruimtelijke kwaliteit van het gebied conform de richtlijn “Bouwen in het

buitengebied van Nuenen” en de aanvulling van de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2). 10.4 Afwijkingsregels voor de herbouw van woningen met grotere inhoudsmaat Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder c om voor woningen binnen de bestemming Wonen een grotere inhoudsmaat voor hoofdgebouwen (incl. aanen uitbouwen) toe te staan tot een maximum van 1.000 m3, met inachtneming van het volgende: a. de herbouw van de woning heeft de verschijningsvorm van een langgevelboerderij; b. door middel van een inrichtingsplan dient aangetoond te worden dat sprake is van een toename van ruimtelijke kwaliteit van het gebied conform de richtlijnen uit de beleidsregels Buitengebied in ontwikkeling.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 11.2 Waarde archeologie 11.2.1 Wijzigingsbevoegdheid voor verwijdering van de bestemming Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming ‘Waarde Archeologie 3a Hoge verwachting’ geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Artikel 12

Overige regels

12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 12.2 Voldoende parkeergelegenheid 12.2.1 Normen a. Bij nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein, dan wel een gedeelte daarvan, dient de extra parkeerbehoefte als gevolg van deze ontwikkeling op eigen terrein te worden opgevangen, te weten in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. Bij de berekening van de ‘extra parkeerbehoefte’ als bedoeld onder a wordt een vergelijking gemaakt tussen de parkeerbehoefte in de bestaande situatie, voorafgaand aan de ontwikkeling, en de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie, nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. De

bestaande situatie dient wel een naar behoren functionerende (parkeer)situatie te betreffen. Daarbij wordt, voor zover beschikbaar gelet op de functie van het gebouw of terrein, uitgegaan van de parkeerkencijfers zoals vermeld in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ dan wel de op dat moment geldende CROW-publicatie. Daarbij dient de kolom te worden gehanteerd, die het meest representatief is voor de feitelijke situatie ter plaatse. De gemiddelde norm is het uitgangspunt. c.

Indien de CROW-publicatie als genoemd onder b niet voorziet in toepasbare kencijfers voor de betreffende functie van het gebouw of terrein in de bestaande of nieuwe situatie, dient los daarvan een onderbouwde berekening te worden gemaakt van de extra parkeerbehoefte als

gevolg van de ontwikkeling. d. Indien nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing en/of functieverandering van een gebouw of een terrein leidt tot een (extra) behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, dient hierin op het betreffende perceel te worden voorzien. e. De parkeervoorzieningen, als bedoeld onder a tot en met c, en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen, als bedoeld onder d, dienen na realisering in stand te worden gehouden. 12.2.2 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering en/of inrichting van parkeer- en/of laad- en losvoorzieningen, zoals bedoeld in 11.2.1.

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregel

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid a. met maximaal c.

10%; Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.

Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15630163/1