CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Bijlage XI - Archeologisch onderzoek - geanonimiseerd

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 38.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Papenvoortse Heide 3 te Nuenen (gemeente Nuenen)

AM22238

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Papenvoortse Heide 3 te Nuenen (gemeente Nuenen) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM22238 : Definitief : 2214-5656 : 7 maart 2023

Opdrachtgever

: Reland Burgemeester Verdijkplein 1 5835 AR Beugen

Opsteller rapport Paraaf

: F. van den Blink MA. | L. Kruithof MSc. :

Redactie Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Vrijgave Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002 + 4003

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM22238

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 7 2.

3.

2.1 2.2

WERKWIJZE .............................................................................................................................................................................................................. 9 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9 Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ..................................................................................................................... 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................................................................................... 10 Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 10 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 11 Bewoningsgeschiedenis historisch overzicht .................................................................................................................................. 12 Bewoningsgeschiedenis archeologische waarden ........................................................................................................................ 13 Bewoningsgeschiedenis historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 14 Bodemverstoring ............................................................................................................................................................................................ 16

4. 5.

VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 17 5.1 5.2 5.3 5.4

VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 19 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 19 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 20 Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 21 Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 21

6. CONCLUSIE ....................................................................................................................................................................................................................... 22 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 22 6.2 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 23 7.

AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 24

LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................................................................................... 26

Bijlagen: 1 2 3 4 5 5b 6 7 8

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Nuenen Overzicht geomorfologische kaart Ontgrondingen Provincie Noord-Brabant Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen

Pagina | 3

AM22238

SAMENVATTING Op 14 september 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Papenvoortse Heide 3 te Nuenen (gemeente Nuenen). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de beëindiging van de bestaande veehouderij. De bestaande stallen worden gesloopt ten behoeve van vier nieuwe woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de Gemeente Nuenen, heeft op gemeentelijk niveau een archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Maatregelenkaart van de Nuenen in de zone Categorie 3a (Hoge archeologische verwachting). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is.

Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op dekzandwelvingen. Op de reliëfkaart zijn de hogere dekzandwelvingen en landduinen zichtbaar met ten zuiden hiervan het beekdal van de Hooidonksche Beek. De hooggelegen dekzandruggen en dekzandwelvingen in de directe nabijheid van waterlopen, zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. In de omgeving van het plangebied zijn nog geen concrete vuursteenvindplaatsen bekend. Vanwege de landschappelijke ligging op hogere dekzandwelvingen langs een beekdal krijgt het plangebied toch een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De ligging van het plangebied in een relatief hooggelegen deel van dekzandwelvingen zal ook voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Vanwege het geringe aantal onderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn dergelijke vindplaatsen nog niet bekend. Vanwege de gunstige ligging in het landschap wordt er alsnog een hoge verwachting toegekend voor archeologische vindplaatsen uit de periode van het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Papenvoortse Heide 3, ten oosten van de bebouwde kom van Nuenen. De straat is eind 19 e eeuw

kaartmateriaal is duidelijk dat het plangebied tot circa 1970 onbebouwd was. Omdat het plangebied niet langs een bekende historische route ligt en vanwege het ontbreken van historische bebouwing worden er geen historische resten verwacht binnen het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Binnen het plangebied worden haar- en veldpodzolgronden verwacht. Bij dergelijke gronden ontbreekt een conserverende eerdlaag. Mogelijke vuursteenvindplaatsen en minder diep gefundeerde sporen zijn mogelijk verstoord geraakt bij bodembewerkingen. Er is binnen het plangebied sprake van een zeer lage grondwaterstand (GWT VIIIo). Bij een dergelijke lage grondwaterstand kunnen organische (en kwetsbare) resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven.

Pagina | 4

AM22238

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het noordelijk deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte veldpodzolgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor laat-paleolithicum

mesolithicum, hoog voor neolithicum - vroege middeleeuwen en laag voor late middeleeuwen -

nieuwe tijd) blijft dan ook voor dit deel gehandhaafd.

De bodemopbouw ter plaatse van het erf bestaat uit een AC-profiel en is diepgaand verstoord. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting ter plaatse boringen 1, 2, 6, 8, 9 en 10 voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laat-paleolithicum

vroege middeleeuwen) bijgesteld naar laag. De verwachting voor de periode late middeleeuwen

nieuwe tijd was al laag. Ter plaatse van deze boringen wordt geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In het noordelijk deel kunnen de graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de antropogeen opgebrachte bovengrond (0 - 20 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er dit deel graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het noordelijk deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Nuenen). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Nuenen), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden.

Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs verloopt, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan, is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Pagina | 5

AM22238

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer

: AM22238

OM-nummer

: 5293118100

Soort onderzoek

: Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Adres onderzoekslocatie

: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen

Toponiem

: Papenvoortse Heide 3

Gemeente

: Nuenen

Provincie

: Noord-Brabant

Kadastrale registratie

: Nuenen, sectie C, nummers 3900, 3901

Coördinaten

: Centrum

168.158/ 387.165

NW:

168.147/ 387.259

NO:

168.257/ 387.214

ZW:

168.084/ 387.124

ZO:

168.159/ 387.084

Oppervlakte

: Circa 1,6 ha

Huidig locatie gebruik

: Veehouderij

Aanleiding onderzoek

: Bestemmingsplanwijziging

Opdrachtgever

: Reland

Bevoegde overheid

: Gemeente Nuenen

Opslag documentatie en materiaal

: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te s-Hertogenbosch/E-depot

Datum uitvoering

: 14 september 2022

Pagina | 6

AM22238

1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen

Gemeente

: Nuenen

Oppervlakte

: Circa 1,6 ha

Huidig gebruik van de locatie

: Veehouderij

Toekomstig gebruik

: Woningbouw

Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de beëindiging van de bestaande veehouderij. De bestaande stallen worden gesloopt ten behoeve van vier nieuwe woningen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Nuenen (2009) in een zone met een hoge

het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen (vastgesteld 2018) geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3a Hoge verwachting. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m 2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld archeologisch vooronderzoek de mate van bodemverstoring d.m.v. verkennend booronderzoek te worden vastgesteld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. (Bijlage 4).1

Doel Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel.

1 SRE Milieudienst 2009 (huidige Omgevingsdienst Zuid-oost-Brabant): Beleidskaart Archeologie gemeente Nuenen.

Pagina | 7

AM22238

Specifiek voor de onderzoekslocatie Papenvoortse Heide 3 te Nuenen zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied ligt aan de Papenvoortse Heide 3, ten oosten van de bebouwde kom van Nuenen (Figuur 1). Het plangebied wordt ten westen begrensd door weiland, ten noorden en zuiden wordt het plangebied begrenst door de agrarische erven van Papenvoortse Heide 1 en 3a.

Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied (Bron: www.pdok.nl).

Pagina | 8

AM22238

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen Archeologische Monumentenkaart (AMK) Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) Archeologische Beleidskaart van de gemeente Nuenen Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten Bodemkaart (Alterra) Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

Historische kaarten Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832) Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978) Moderne topografische kaart (tot 2021) De Heemkundekring

, is per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie

betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

2.2

Verkennend veldonderzoek door middel van boringen

Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 2 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van zes boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van Circa 1,6 ha. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 10 boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter in diameter en de boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie Bijlage 8. Hierbij wordt gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld.

2 Tol et al. 2012.

Pagina | 9

AM22238

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Nuenen ligt in het zuidelijk zandgebied. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk (Centrale Slenk) en het Peelblok (Peelhorst) begrenzen. Het plangebied ligt in de Roerdalslenk (Centrale Slenk). Deze slenk is opgevuld met een zandpakket van soms meer dan 15 meter dik.3 Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000

11.700 jaar geleden), ontstond een steeds kouder en droger klimaat.4

Deze laatste ijstijd, het Weichselien is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In deze periode (circa 115.000

11.700 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit, maar bereikte Nederland niet. Tijdens een

groot deel van het Weichselien was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.5 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig, matig fijn zand. Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 14.700

14.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa

11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij

dekzand werd afgezet.6 Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 zand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. In het Holoceen (vanaf circa 11.700 jaar geleden) werd het klimaat warmer en vochtiger. Het landschap is door geologische processen weinig meer veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in, waarbij ze de natuurlijke laagten volgden, zoals de eerder gevormde dalen. Een voorbeeld hiervan is de Hooidonksche Beek die door Nuenen stroomt. Volgens de Geomorfologische kaart (Bijlage 5)7 ligt het plangebied op dekzandwelvingen (code 3L51yc). Direct ten oosten van het plangebied liggen landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (code 11L54). Circa 175 meter ten zuiden van het plangebied ligt een dalvormige laagte (code 22R23) behorende bij de Hooidonksche Beek. Op het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; Bijlage 7) 8 zijn de landduinen ten oosten van het plangebied weergeven. Het plangebied ligt op hogere dekzandwelvingen waar langs het zuiden de Hooidonksche Beek stroomt. De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert van 17,5 tot 18,3 meter +NAP.

Onder de bebouwing ligt het maaiveld hoger dan het noordoosten van het plangebied (Figuur 2).

3 Berendsen 2005. 4 Berendsen 2011. 5 Berendsen 2011. 6 Berendsen 2011. 7 Alterra 2019. 8 www.ahn.nl.

Pagina | 10

AM22238

Op de kaart van ontgrondingen binnen de provincie Noord-Brabant staan ook binnen het plangebied ontgrondingen aangegeven (Bijlage 5b)9. De ontgrondingen vonden plaats omstreeks 1974. Meer informatie is niet bekend. Deze ontgravingen zijn niet specifiek als laagte zichtbaar op de reliëfkaart.

Figuur 2. Detailweergave van de reliëfkaart van het plangebied (ww.ahn.nl).

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de bodemkaart (Bijlage 6)10 zijn binnen het plangebied veldpodzolgronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hn21) gekarteerd. Direct ten oosten van het plangebied liggen haarpodzolgronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hd21). Veldpodzolgronden (code Hn21)

Veldpodzolgronden komen veel voor binnen de zandgronden en zijn meestal gelegen in de lagere delen van het landschap. Ze -horizont. Deze is circa 25 centimeter dik. Hieronder bevindt zich een E-horizont die lichtgrijs van kleur is. Dit is de uitspoelingshorizont.11 Hieronder ligt de bruingekleurde B-horizont (de inspoelingshorizont) die bruin van kleur is en geleidelijk in de C-horizont overgaat.12 De oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont kan mogelijk als gevolg van bodemverwerking (ploegen) niet meer intact zijn, en opgenomen zijn in het bovenliggend pakket. Bij veldpodzolgronden is sprake van podzolering. Tijdens dit natuurlijke proces worden door infiltrerend regenwater kleine deeltjes ijzer, aluminium en lutum uitgespoeld. Dit wordt uitloging genoemd. Deze deeltjes worden door het water naar beneden getransporteerd, waar inspoeling plaatsvindt. 13

9 www.data.overheid.nl. 10 Alterra 2021. 11 De Bakker en Schelling 1989, 127. 12 De Bakker en Schelling 1989, 127. 13 De Bakker en Schelling 1989.

Pagina | 11

AM22238

Haarpodzolgronden (code Hd21)

Op de hoger gelegen dekzanden zijn in de loop van het Holoceen podzolbodems ontstaan. Door ontginning door de mens vanaf het neolithicum degradeerden deze bodems, wat podzolisatie tot gevolg had. De bodems kenmerken zich door een grijze Ehorizont (uitspoelingshorizont) en een donkerbruine B-horizont, (inspoelingshorizont) die zich aftekenen in de natuurlijke ondergrond. Onder de B-horizont bevindt zich de natuurlijke bodem, de C-horizont. Een haarpodzol behoort tot de zogenaamde humuspodzolen, waarbij deze specifieke bodem wordt gekenmerkt door smalle bandjes van ingespoelde humus-ijzerverbindingen. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VIIIo. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) dieper ligt dan 140 centimeter beneden maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt tussen de 120 en 180 centimeter beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis

historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Nuenen. Het plangebied ligt ten oosten van de bebouwde kom van Nuenen. De eerste vermelding van de nederzetting Nuenen stamt uit 1225. In de middeleeuwen stond Nuenen bekend als Nune, Nuenhe(i)m. Het voorvoegsel Nuen 14

-heim betreft een Frankische benaming voor

De naam doet vermoeden dat er ook sprake was van een oorspronkelijke, oudere kern. Vermoedelijk heeft dit

betrekking op het nabijgelegen dorp Gerwen.15 In 1330 werd door de hertog Jan II van Brabant aan de inwoners van Nuenen-Gerwen de gebruiksrechten verleend van de gemeenschappelijke gronden, bestaande uit heide, hooilanden en moerassen.16 In de middeleeuwen vormde Nuenen met Gerwen één parochie. In 1496 werden Nuenen en Gerwen opgesplitst in twee zelfstandige parochies. De verdwenen kerk van Nuenen was de voorganger van het gebouw dat tot in de 19e eeuw eenzaam

Dit staat bekend als de algemene begraafplaats in het bosje nabij de wijken Langakker en Tomakker. Samen met Son en Stiphout waren de nederzettingen onderdeel van het kapittel van Kortessem (België).17 Tijdens de Spaanse bezetting gedurende de Nederlandse Opstand (1568-1648), werden Nuenen en Gerwen verkocht aan Jonker Rutger van Berckel die hiermee heer van de heerlijkheden Nuenen, Gerwen, Opwetten en Nederwetten werd.

14 Van Berkel en Samplonius 2006, 326. 15 Coenen 2000, 24. 16 www.drijehornick.nl. 17 Berkvens e.a. 2009, 41.

Pagina | 12

AM22238

Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein enkele gegevens bekend over oorlog gerelateerde schade in de Tweede Wereldoorlog. Er werden enkele tientallen woningen beschadigd of vernield. 18 In de jaren 1943 en 1944 vonden meerdere vliegtuigcrashes plaats in Nuenen en omgeving.19 Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlog gerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.

3.4

Bewoningsgeschiedenis

archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Nuenen geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting: Beleidscategorie 3a (Bijlage 4).20 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 1 kilometer) zijn volgens de gegevens uit Archis3 één archeologisch monument en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel 1). Monumentnummer 16.832 (circa 720 meter ten westen van het plangebied) Terrein met de oude dorpskern van Nuenen. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16de-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van Laat Middeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

Onderzoeken in de omgeving van het plangebied Zaakidentificatie 4629283100

Afstand Circa 470 meter

Soort onderzoek Bureauonderzoek door KSP

Omschrijving Op basis van bronnenonderzoek blijken er in het verleden

ten zuidoosten van

Archeologie in 2018.21

delfstoffen gewonnen te zijn binnen het plangebied (mogelijk

het plangebied

zand). Om deze reden worden er geen archeologische resten meer

binnen

het

plangebied

verwacht.

Er

is

geen

vervolgonderzoek geadviseerd. 2449549100

Circa 625 meter

Veldkartering door RAAP in

De veldkartering is uitgevoerd na plagwerkzaamheden in

ten noordoosten

2014.

verschillende onderzoeksgebieden. Er is niet meer informatie

22

van het plangebied 2366345100

bekend in Archis/ DansEasy.

Circa 855 meter

Proefsleuvenonderzoek en

Binnen

ten westen van het

opgraving door Grontmij in

laatmiddeleeuwse vindplaats aangetroffen. Het gaat om een

plangebied

2012.

omgracht woonterrein uit de circa de 13e tot 16e/17e eeuw.

23

het

plangebied

zijn

de

resten

van

een

Sporen bestaan uit greppels, grachten, (paal)kuilen en funderingen).

18 Van Blankenstein 2006. 19 www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl. 20 SRE Milieudienst 2021 (huidige Omgevingsdienst Zuid-oost-Brabant): Beleidskaart Archeologie gemeente Nuenen. 21 KSP rapport 18211. 22 Rapportage niet beschikbaar; beschrijving in Archis 3. 23 Grontmij archeologische rapporten 1449.

Pagina | 13

AM22238

Zaakidentificatie 2062919100

Afstand Circa 470 meter

Soort onderzoek Booronderzoek door Grontmij

Omschrijving Op circa 35 centimeter beneden maaiveld is in een verstoorde

ten zuidoosten van

in 2003.24

laag een Wommersom kwartsiet afslag aangetroffen.

het plangebied

Vanwege de aanwezigheid in een verstoorde laag worden er geen verdere conclusies aan de vondst verbonden. Er is niet meer informatie bekend in Archis/ DansEasy.

Tabel 1. Overzicht van relevante Archismeldingen binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied.

In de omgeving van het plangebied zijn zeer weinig veldonderzoeken uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken kunnen vooralsnog geen uitspraken worden gedaan over onderhavig plangebied.

3.5

Bewoningsgeschiedenis

historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 3) 25 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Het plangebied en directe omgeving is onbebouwd en ligt op de in het buitengebied van Nuenen. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)26 behorende bij het minuutplan, ligt het plangebied binnen een groter heideperceel van de gemeente Nuenen.

noorden van het plangebied loopt een zijweg hiervan. Het plangebied is nog steeds onbebouwd en in gebruik als bos. De eerste bebouwing staat weergeven op de topografische kaart van 1980. Het gaat om een woning me bijgebouw. Het perceel heeft een agrarische functie. De zijweg die ten noorden van het plangebied lag is niet meer aanwezig. De topografische kaart uit 2000 weergeeft een woning met drie losstaande bijgebouwen in het plangebied. Het noorden van het plangebied is in gebruik als weiland. Alle bebouwing dateert uit de periode 1970 tot 1974.27

24 Rapportage niet beschikbaar; beschrijving in Archis 3. 25 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten, sectie C, blad 1. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 26 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. 27 www.bagviewer.kadaster.nl. Pagina | 14

AM22238

Figuur 3. Uitsneden van het kadastraal minuutplan (1811-1832) en historisch kaartmateriaal (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl; www.topotijdreis.nl). De ligging van het plangebied is rood omlijnd.

Pagina | 15

AM22238

Figuur 4. Uitsneden van historisch kaartmateriaal en de actuele luchtfoto (Bron: www.topotijdreis.nl; www.pdok.nl). De ligging van het plangebied is rood omlijnd.

3.6

Bodemverstoring

Op de ontgrondingenkaart van de provincie Noord-Brabant (Bijlage 5b) 28 staan binnen de grenzen van het plangebied voormalige bodemontgrondingen aangegeven. Het is onbekend om wat voor type ontgronding het hier gaat. Er is op de reliëfkaart ook geen specifieke laagte zichtbaar die op een ontgraving wijst. Bij de realisatie van de bestaande bebouwing is de bodem tot ten minste 0,8

1,0 meter beneden maaiveld verstoord geraakt. Onder de (vee)stallen moet rekening worden

gehouden met een diepere verstoring door de aanleg van (mest)kelders. Op basis van de bouwtekeningen is de bodem ter hoogte van de (vee)stallen tot maximaal 2,4 meter onder maaiveld verstoord. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 13 september 2022) zijn binnen het plangebied een aantal kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd.

28 www.data.overheid.nl.

Pagina | 16

AM22238

4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op dekzandwelvingen. Circa 175 meter ten zuiden van het plangebied ligt een dalvormige laagte behorende bij de Hooidonksche Beek. Op de reliëfkaart zijn de hogere dekzandwelvingen en landduinen zichtbaar met ten zuiden hiervan het beekdal van de Hooidonksche Beek. De hooggelegen dekzandruggen en dekzandwelvingen in de directe nabijheid van waterlopen, zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. In de omgeving van het plangebied zijn nog geen concrete vuursteenvindplaatsen bekend. Dit kan het gevolg zijn van het lage aantal onderzoeken dat in de omgeving van het plangebied is uitgevoerd. Vanwege de landschappelijke ligging op hogere dekzandwelvingen langs een beekdal krijgt het plangebied toch een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum.

Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum worden onder de bouwvoor in de top van de dekzandafzettingen verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging van het plangebied in een relatief hooggelegen deel van dekzandwelvingen zal ook voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Men vestigde zich bij voorkeur op de hooggelegen delen van het landschap nabij waterlopen. Vanwege het geringe aantal onderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn dergelijke vindplaatsen nog niet bekend. Vanwege de gunstige ligging in het landschap wordt er alsnog een hoge verwachting toegekend voor archeologische vindplaatsen uit de periode van het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten worden in de top van de dekzandafzettingen verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen.

Het plangebied ligt aan de Papenvoortse Heide 3, ten oosten van de bebouwde kom van Nuenen. De straat is eind 19e eeuw aangelegd. Voor deze tijd was het plangebied onderdeel van Nuenen ligt circa 720 meter ten westen van het plangebied. Op het historisch kaartmateriaal en het BAG29 is duidelijk dat het plangebied voor circa 1970 onbebouwd was. Omdat het plangebied niet langs een bekende historische route ligt en vanwege het ontbreken van historische bebouwing worden er geen historische resten verwacht binnen het plangebied. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten.

29 www.bagviewer.kadaster.nl.

Pagina | 17

AM22238

Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Binnen het plangebied worden haar- en veldpodzolgronden verwacht. Bij dergelijke gronden ontbreekt een conserverende eerdlaag. Mogelijke vuursteenvindplaatsen en minder diep gefundeerde sporen zijn mogelijk verstoord geraakt bij bodembewerkingen. Er is binnen het plangebied sprake van een zeer lage grondwaterstand (GWT VIIIo). Bij een dergelijke lage grondwaterstand kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Periode Laat-paleolithicum

Verwachting Hoog

mesolithicum

Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen, fragmenten

Diepteligging sporen In de top van de natuurlijke ondergrond

vuursteen, natuursteen,

(dekzandafzettingen)

gebruiksvoorwerpen

(laat)-neolithicum

Hoog

vroege

Nederzettingsresten, fragmenten aardewerk,

In de top van de natuurlijke ondergrond

natuursteen, gebruiksvoorwerpen

(dekzandafzettingen)

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen,

Vanaf het maaiveld

middeleeuwen Volle middeleeuwen nieuwe tijd

Laag

fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Pagina | 18

AM22238

5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1

Algemeen

Het doel van het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 14 september 2022 in totaal 10 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boordiepte varieerde van 90 tot 270 centimeter onder maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP is afgeleid van het AHN3 (www.ahn.nl). De maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert van 17,5 tot 18,3 meter +NAP. Vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare puinlagen in de ondergrond konden verschillende boringen (nummers 6, 9 en 10) niet tot diepte worden doorgezet. Er is geen oppervlakte kartering uitgevoerd in verband met de aanwezige begroeiing en verharding.

Figuur 5. Foto van het noordelijk deel van het plangebied, kijkende in zuidoostelijke richting (Foto: 14 september 2022).

Pagina | 19

AM22238

5.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

De top van de bodem wordt, met uitzondering van boringen 1 en 2, gevormd door een matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. De kleur van dit pakket is donker bruingrijs. In boringen 1 en 2 is het humeuze zandpakket op circa 15 tot 45 centimeter onder maaiveld. De dikte van het humeuze (top)pakket varieert sterk, van circa 20 tot 135 centimeter. In boringen 2, 8, 9 en 10 wordt dit pakket gekenmerkt door sporen baksteen, plastic, puin, glas, steenkooldeeltjes en grind. In boringen 1, 2, 3, 8 en 10 heeft dit pakket een zwak tot sterk vlekkerig karakter. In boring 1 zijn duidelijk licht grijze zandbrokken aanwezig.

De natuurlijke ondergrond wordt gevormd door een zwak tot matig siltig, matig fijn zand. Het zand is (matig) goed gesorteerd. De kleur van dit pakket is grijsbeige tot geelbeige. De top van de natuurlijke ondergrond is aangetroffen op circa 20 tot 135 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 16,79 tot 17,60 meter +NAP. In boringen 1, 3, 4 en 7 wordt de top van de natuurlijke ondergrond gevormd door een circa 30 tot 40 centimeter oranjebeige zandlaag.

Op circa 195 centimeter onder maaiveld is in boring 7 een sterk zandige leemlaag aangetroffen. In boringen 2, 5 en 8 is de overgang van het humeuze (top)pakket scherp.

Figuur 6. Foto van boring 3. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder (0

140 centimeter) (Foto: 14 september 2022).

Pagina | 20

AM22238

5.3

Interpretatie

Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig goed tot matig slecht gesorteerd zand. Vanaf 195 centimeter onder maaiveld is boring 7 een sterk zandige leemlaag aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een sterk variërende diepte van circa 20 tot 135 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 16,79 tot 17,60 meter +NAP. Buiten het erf is, met uitzondering van boring 1, de bodem deels intact. De circa 30 tot 40 centimeter dikke oranjebeige zandlaag aangetroffen in boringen 1, 3, 4 en 7 is geïnterpreteerd als een BC-horizont. In boring 5 is een scherp AC-bodemprofiel aangetroffen. Door het gebruik als boerenerf met bijbehorende bebouwing is de bodem plaatselijk diepgaand verstoord. De top van de bodem wordt ter hoogte van het erf (boringen 2, 8, 9 en 10) gevormd door een circa 65 tot 135 centimeter dikke antropogeen opgebracht pakket (Aa-horizont). Dit is mogelijk als gevolg van egalisatie voorafgaand aan de ontginning van het gebied en/of door opname in het bovenliggend dek middels (diep)ploegen. In de boringen 2, 8, 9 en 10 zijn geen sporen van een podzolbodem (E- of B(C)horizont) waargenomen.

Ter hoogte van deze boringen ligt de natuurlijke ondergrond (C-horizont) beduidend lager, op circa 16,79 tot 16,91 meter +NAP. In het overige deel van het plangebied is deze aangetroffen op gemiddeld 17,48 meter +NAP. Op basis van deze gegevens is het dekzand ter hoogte van het erf (boringen 2, 8, 9 en 10) minimaal 60 centimeter in de C-horizont verstoord.

5.4

Archeologische indicatoren

Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren aangetroffen. In boring 8 zijn in het antropogeen opgebracht pakket (Aa-horizont) een fragment industrieel wit aardewerk aangetroffen. De aangetroffen gebruikskeramiek zal waarschijnlijk als gevolg van bewoning in het plangebied terecht zijn gekomen.

Pagina | 21

AM22238

6. CONCLUSIE 6.1

Algemeen

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in het noordelijk deel van het plangebied een (deels) intact veldpodzolgronden aanwezig is. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit zwak siltig matig fijn, matig goed tot matig slecht gesorteerd zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 20 tot 135 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 16,79 tot 17,60 meter +NAP. Ter plaatse van boringen 1, 3, 4 en 7 is een BC-horizont aangetroffen. Het podzolprofiel is dus afgetopt maar de aanwezigheid van de BC-horizont blijft de archeologische verwachting gehandhaafd (hoog neolithicum

vroege middeleeuwen en laag

late middeleeuwen

laat-paleolithicum

mesolithicum, hoog

nieuwe tijd).

Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. Ter hoogte van het erf, met uitzondering van boring 1, is de bodem diepgaand verstoord. Dit is vermoedelijk het gevolg van het gebruik en de niet nader te bepalen ontgronding in de 21e eeuw en de aanwezigheid van de stallen. De bodem is tot minimaal 60 centimeter in het dekzand (C-horizont) verstoord. Ter hoogte van de (vee)stallen is de bodem tot maximaal 2,4 meter onder maaiveld verstoord. Een dergelijke verstoring is van dermate grootte, dat de kans op intacte archeologische resten laag wordt geacht. Boring 6 is gestaakt op een ondoordringbare (beton)laag. Hierbij wordt ook boring 1 meegenomen die precies tussen twee stallen in ligt. Dit betekent dat de top van het potentieel archeologisch niveau voor de periode jagers-verzamelaars niet meer intact is. Deze vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de verwachting, ter plaatse van boringen 1, 2, 6, 8, 9 en 10, voor deze periode bijgesteld van hoog naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Echter, ook diepere sporen uit de periode neolithicum

vroege

middeleeuwen zullen bij een dergelijk verstoring grotendeels zijn verstoord. Om deze redenen wordt de hoge verwachting voor deze periode bijgesteld van hoog naar laag.

Indien op deze locatie gedurende de late middeleeuwen en de nieuwe tijd bewoning heeft plaatsgevonden, zouden diepere sporen zoals beer- en waterputten nog wel aanwezig kunnen zijn (zij het afgetopt). Gezien het feit dat het plangebied begin 19e eeuw onderdeel uitmaakte van de Vaarlesche Heide is de verwachting klein dat het plangebied bebouwd was gedurende de late middeleeuwen

nieuwe tijd. De verwachting voor deze periode was al laag.

Pagina | 22

AM22238

6.2

Beantwoording onderzoeksvragen Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja. In het noordelijk deel van het plangebied komen (deels) intacte podzolbodems voor. Hierin kunnen archeologische resten voorkomen. Ter plaatse van boringen 1, 2, 6, 8, 9 en 10 worden geen in-situ archeologische vondsten meer verwacht. Dit is vermoedelijk het gevolg van het gebruik en de niet nader te bepalen ontgronding in de 21e eeuw.

In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? In het noordelijk deel van het plangebied is de podzolbodem (deels) intact. In boringen 1, 3, 4 en 7 is een BC-horizont en in boring 5 een scherp AC-profiel. De afwezigheid van een E- en B-horizont ter plaatse van boring 5 kan duiden op een recentere bewerking van de bodem (zoals egalisatie).

Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden in het noordelijk deel van het plangebied verwacht onder de A-horizont. Deze wordt vanaf 20 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Ten tijde van dit onderzoek is de precieze einddiepte en locatie van de toekomstige ingrepen niet bekend. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen plantontwikkeling kunnen ter een negatieve impact hebben en kunnen resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten.

Pagina | 23

AM22238

7. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het noordelijk deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte veldpodzolgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor laat-paleolithicum

mesolithicum, hoog voor neolithicum - vroege middeleeuwen en laag voor late middeleeuwen -

nieuwe tijd) blijft dan ook voor dit deel gehandhaafd.

De bodemopbouw ter plaatse van het erf bestaat uit een AC-profiel en is diepgaand verstoord. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting ter plaatse boringen 1, 2, 6, 8, 9 en 10 voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laat-paleolithicum

vroege middeleeuwen) bijgesteld naar laag. De verwachting voor de periode late middeleeuwen

nieuwe tijd was al laag. Ter plaatse van deze boringen wordt geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In het noordelijk deel kunnen de graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau (Figuur 7: rode kleur). Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de antropogeen opgebrachte bovengrond (0 - 20 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er dit deel graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor het noordelijk deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Nuenen). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Nuenen), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende of voorbereidende activiteiten ondernomen kunnen worden. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden.

Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs wordt uitgevoerd, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Pagina | 24

AM22238

Figuur 7. Advieskaart voor het plangebied. De rode kleur geeft de zone aan waar een vervolgonderzoek geadviseerd is.

Pagina | 25

AM22238

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland , in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-

Utrecht.

Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Berkvens, R./J. de Vries/J. Schotten/S. Groenevelt-Van Mourik/E. Wieringa, 2009: Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Nuenen c.a., Eindhoven. Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939

1945), Zeist.

Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Coenen, J./E. Alisic,1996: Vijf eeuwen Nuenen. Een terugblik op Nuenen omstreeks 1496, Helmond. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 51 Oost Eindhoven, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Pagina | 26

AM22238

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3, zoeken & vinden)

www.bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www.drijehornick.nl

Heemkundekring De "De Drijehornick"

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019), kadaster.

www.ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan

www.topotijdreis.nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN3 en AHN4 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra

2021:

Bodemkaart

van Nederland,

schaal 1:50.000,

blad

51

Oost,

Wageningen

UR

(Geraadpleegd via

UR

(Geraadpleegd

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra

2019:

Geomorfologische

kaart

van

Nederland,

schaal

1:50.000,

Wageningen

via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal

1:

1:50

000

(2019).

Wageningen,

Wageningen

Environmental

Research

(geraadpleegd

via

https://legendageomorfologie.wur.nl/). SRE Milieudienst 2009 (huidige Omgevingsdienst Zuid-oost-Brabant): Beleidskaart Archeologie gemeente Nuenen, Eindhoven. SRE Milieudienst 2008 (huidige Omgevingsdienst Zuid-oost-Brabant): Archeologische Basiskaart gemeente Nuenen, Eindhoven.

Pagina | 27

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied

AM222238

aeres milieu

Bijlage 2 Boorpuntenkaart

AM222238

aeres milieu

Bijlage 3 Archeologische gegevens conform Archis 3

AM222238

aeres milieu

Bijlage 4 Archeologische Beleidskaart gemeente Nuenen

AM222238

aeres milieu

Bijlage 5 Overzicht geomorfologische kaart

AM222238

aeres milieu

Bijlage 5b Ontgrondingen Provincie Noord-Brabant

AM222238

aeres milieu

Bijlage 6 Overzicht bodemkaart

AM222238

aeres milieu

Bijlage 7 Reliëfkaart

AM222238

aeres milieu

Bijlage 8 Boorkernbeschrijvingen

AM222238

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01 0

18.16 meter +NAP

klinker

Boring:

02 0

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor, Opgebracht, (sub-)recent

8 15

40

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingeel, Edelmanboor, Opgebracht, (sub-)recent AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken baksteen, donker geelbruin, Edelmanboor, Donkerrood baksteen , Weinig gevlekt grijsbeige, omgewerkte grond AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, donker grijsbruin, Edelmanboor

45 50

A-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Met brokken E-horizont BC-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor

AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Weinig gevlekt grijsbeige

70

80

18.14 meter +NAP

braak

90

AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Weinig gevlekt lichtbeige

110

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor, Goed gesorteerd zand 135

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd zand , geleidelijk 150 155

165 170

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, Edelmanboor C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor

200

Projectcode: AM22238-ARCH Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen

getekend volgens NEN 5104

Boring:

03 0

17.88 meter +NAP

Boring:

weiland

04 0

AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donker grijsbruin, Edelmanboor, Weinig gevlekt licht oranjebeige

17.72 meter +NAP

weiland AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

20

BC-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, beigeoranje, Edelmanboor 40

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjebeige, Edelmanboor 60

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

70

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht geelbeige, Edelmanboor

100

100

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, oranjebeige, Edelmanboor 120

140

Boring:

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor, Dunne beigegrijze zandlaagjes, matig goed gesorteerd zand

05 0

17.67 meter +NAP

braak

Boring:

06 0

AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor 30

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor 40

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

90

Projectcode: AM22238-ARCH Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen

puin Zwak puinhoudend, sporen grind, uiterst baksteenhoudend, sterk zandhoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor, Gestaakt op ondoordringbare laag (beton), Opgebracht, (sub-)recent

20

50

18.22 meter +NAP

getekend volgens NEN 5104

Boring:

07 0

17.85 meter +NAP

gras AP-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

Boring:

08 0

10

18.11 meter +NAP

braak A-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor AA-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken baksteen, sporen glas, sporen grind, sporen plastic, grijsbruin, Edelmanboor, Fragment keramiek , Weinig gevlekt grijsbeige

25

BC-HORIZONT Zand, matig fijn, matig siltig, oranjebeige, Edelmanboor

50

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsbeige, Edelmanboor

105

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, beigeoranje, Edelmanboor

110

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjebeige, Edelmanboor

130

125

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd zand

145

155

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor, Matig goed gesorteerd zand

195

Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

230

C-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15625208/2