BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Bijlage X - Soortgericht onderzoek en effectanalyse NNB - geanonimiseerd
Tekst van het document
Notitie soortgericht onderzoek en effectanalyse NNB Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectnummer: P2023-0042 www.starobv.nl
Notitie soortgericht onderzoek en effectanalyse NNB Papenvoortse Heide 3, Nuenen Datum
: 14 juni 2023
Versie
:1
Projectnummer
: P2023-0042
Opdrachtgever
: Reland Locatie ontwikkeling
Contactpersoon
: D. van Amerom
Opgesteld door
: J. van Hout
Kwaliteitscontrole
: M. Dekker
Kader De initiatiefnemer wil op de Papenvoortse Heide 3 in Nuenen de bestaande varkensstallen en bedrijfsbebouwing slopen om de bouw van nieuwe woningen mogelijk te maken. De huidige situatie is weergegeven in figuur 1. In bijlage 1 is een schematische weergaven van de toekomstige situatie weergegeven. Vanwege de voorgenomen ontwikkelingen is een Quickscan flora en fauna1 opgesteld. Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat op de locatie in gebouw 4 (zie figuur 1) mogelijk nestlocaties van huismus aanwezig zijn en dat de voorgenomen ontwikkeling mogelijk een negatief effect heeft op de aanwezigheid van huismus (nestlocaties en leefgebied). Tevens dient voor de planologische procedure een effectanalyse van de voorgenomen ontwikkeling op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) te worden opgesteld.
Figuur 1. Plangebied (rood omlijnd) met daarbij de verschillende stallen/ gebouwen
Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk negatieve effecten op beschermde soorten tot gevolg hebben, waarbij nestlocaties en leefgebied vernietigd kunnen worden. Om eventuele overtreding van de Wet natuurbescherming te kunnen voorkomen, is een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van nestlocaties en leefgebied van huismussen in het plangebied. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling een negatief effect heeft op het naastliggend NNB. In onderhavige notitie worden de resultaten van het nader onderzoek en de effectanalyse beschreven. 1 QuickScan flora en fauna Papenvoortse Heide 3, Nuenen, BNLadvies, 27-10-2022
1
Huismusonderzoek Onderzoeksmethode Het huismusonderzoek is uitgevoerd conform de methode van het NGB soortinventarisatieprotocol voor huismussen versie juli 2017, zoals geadviseerd in het kennisdocument Huismus van BIJ12. Er zijn twee veldbezoeken uitgevoerd specifiek gericht op huismussen. Deze veldbezoeken zijn uitgevoerd op 17 april en 2 mei 2023. Hierbij is voornamelijk gebouw 4 onderzocht, gezien enkel dit gebouw mogelijkheden bood voor huismussen. Bij het onderzoek naar huismussen is gelet op de aanwezigheid van huismussen in de omgeving van de betreffende stallen en gebouwen. Het gedrag van aanwezige huismussen is bestudeerd om te kunnen vaststellen of nestplekken van de vogels zich bevinden in de gebouwen binnen het plangebied. Verder is er gekeken naar geschikt habitat voor de huismus binnen en rond het plangebied, zoals wintergroene struiken, foerageergebied, stofbaden en water. De weersomstandigheden, de data van de veldbezoeken en dergelijke zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1. Overzicht veldbezoeken, onderzoekers en weersomstandigheden. Onderzoeker: IL= Ivo Lustenhouwer
Ronde Datum
Starttijd Eindtijd Onderzoeker Bewolking Temp C Neerslag
Wind (bft)
1
17 april 2023
08:45
09:55
IL
Bewolkt
8
Geen
3
2
2 mei 2023
08:00
09:00
IL
Licht bewolkt
10
Geen
3
Resultaten Binnen het plangebied is geschikt leefgebied voor huismus aanwezig. De diverse bomen, dichte struiken en hagen zorgen voor beschutting, dekking en tevens foerageergebied. Enkele dichte struiken groeien tegen de stal aan. Hier zijn tijdens het onderzoek huismussen in dekking waargenomen. Verder zijn voldoende voedselvoorzieningen aanwezig binnen het plangebied in de vorm van stro en aarde opslag, een paardenweide, begroeide grondhopen, etc. Het losse stro biedt tevens geschikt nestmateriaal voor huismussen. In figuur 2 zijn de huismus-elementen in en rondom het plangebied weergegeven. Verder zijn tijdens het onderzoek in totaal nestlocaties vastgesteld in de stal. Alle nestlocaties zijn gevestigd in de stal, 1 tot en met 5).
2
Figuur 2. Elementen leefgebied huismus in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied
Figuur 3. Waarnemingen huismusonderzoek. De getallen geven het aantal huismussen/nesten weer
3
Foto 1. Nestlocatie huismus tussen dak en steunbalk
Foto 2. Nestlocatie huismus tussen dak en steunbalk
Foto 3. Nestlocatie huismus op een steunbalk binnen de schapenstal
Foto 4. Twee nestlocaties tussen het dak en de steunbalken
Foto 5. Nestlocatie bij de nok van de stal op de steunbalk
Effectbeoordeling en toetsing Wet natuurbescherming Tijdens het onderzoek zijn binnen het plangebied vijf nestlocaties van huismus vastgesteld in de stal (gebouw 4) binnen het plangebied. Het slopen van de stal heeft tot gevolg dat nestlocaties van huismussen wordt vernietigd. Tevens leidt het snoeien of kappen van bomen en struiken tot het wegnemen van leefgebied van huismussen, waardoor nestlocaties mogelijk ook ongeschikt raken. Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten is een overtreding op de Wet Natuurbescherming (artikel 3.1 lid 2). Volgens artikel 3.1 lid 4 en 5 is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen en dienen tijdig maatregelen te zijn genomen voor de huismus. 4
Effectanalyse NNB Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in provincie Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant (NNB) genoemd en bestaande uit NNB Rijksdeel en NNB Provinciaal deel) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. In de provincie Noord-Brabant wordt de externe werking van voorgenomen plannen ook getoetst. Uit de kaarten op de website van provincie Noord-Brabant blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het NNB. De oostzijde van het plangebied grenst aan het NNB Provinciaal deel. Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van het NNB Rijksdeel ligt op circa 390 meter ten westen van het plangebied. De ligging van het NNB in de omgeving van het plangebied is weergegeven in figuur 4.
Figuur 4. Ligging plangebied (zwart omlijnd) ten opzichte van het NNB (bron: noord-brabant.maps.arcgis.com)
Effectanalyse Het plangebied behoort niet tot het NNB. Gezien de afstand tot het NNB Rijksdeel zullen de voorgenomen activiteiten geen negatieve invloed hebben op deze gebieden. Het plangebied ligt echter wel tegen het NNB Provinciaal deel. Van belang is dat voorgenomen activiteiten geen negatief effect mogen hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Het NNB dat aan het plangebied grenst is aangewezen tot beheertype N16.03 Droog bos met productie. Droog bos met productie (N16.03) omvat bossen op de voedselarme tot lemige zandgronden gedomineerd door loofbomen en naaldboomsoorten. Houtoogst is een doel en vindt periodiek plaats 5
met een hogere intensiteit dan in de droge bossen beheertypen zonder productie, ook als er geen productiedoelstelling is. De voorgenomen ontwikkelingen betreffen aanpassingen binnen het plangebied, waarbij het naastgelegen NNB niet wordt aangetast. Verstoring kan daardoor uitsluitend indirect optreden. Als gevolg van woningbouw zullen meer lichtbronnen aanwezig zijn binnen het plangebied tijdens de gebruiksfase. Tevens zal een toename in menselijke activiteit leiden tot meer geluid. Uitstraling van lichtbronnen en tevens geluid richting de omgeving kan mogelijk leiden tot verstoring binnen het NNB. Echter, bij de realisatie van de woningbouw worden ook groenstroken gerealiseerd (zie bijlage 1). Deze groenstroken worden onder meer gerealiseerd aan de oostzijde, dus tussen het plangebied en het NNB. Aan de oostzijde wordt deze groenstrook gevormd door een nieuwe hout- en bossingel. Hout- en bossingels vormen een barrière die lichtuitstraling en geluid tegenhouden. Mogelijk dat een deel van de licht- en geluidbronnen het NNB bereiken, maar gezien slechts enkele woningen worden gerealiseerd binnen het plangebied zullen deze effecten niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB.
Conclusie Huismussen Het slopen van de stal (gebouw 4) binnen het plangebied heeft tot gevolg dat diverse nestlocaties van huismussen worden vernietigd. Tevens kan het kappen of snoeien van bomen en struiken leiden tot achteruitgang of verlies van het leefgebied voor huismussen, waardoor nestlocaties ook niet meer geschikt zijn. Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten is een overtreding op de Wet Natuurbescherming (artikel 3.1 lid 2). Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen en dienen tijdig maatregelen te zijn genomen voor de huismus. Effectanalyse NNB Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden vindt mogelijk indirecte verstoring plaats van het NNB als gevolg van licht- en geluidstoename. Echter wordt deze verstoring geremd door de realisatie van een hout- en bossingel tussen het plangebied en het NNB. Verstoring door licht en geluid wordt hierdoor dermate laag geacht, dat voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect zullen hebben op het NNB.
6
Literatuur Bij12. 2017. Huismus Passer domesticus. Kennisdocument. Versie 1.0 Juli 2017 Netwerk Groene Bureaus. 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet Natuurbescherming. Versie juli 2017 Natuurnetwerk Noord-Brabant, noord-brabant.maps.arcgis.com, geraadpleegd op 3-2-2023 Netwerk Groene Bureaus. 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet Natuurbescherming. Versie juli 2017
7
Bijlage I. Schematische weergave van voorgenomen ontwikkelingen
8