CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Bijlage VIII - Aerius-berekening - geanonimiseerd

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 31.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie:

Onderbouwing aspect stikstof Papenvoortse Heide 3, Nuenen

Datum:

25 maart 2025

Projectnummer:

2018-0445

Ter attentie van:

De heer M. van Rooij

Opgesteld door:

De heer J. Rooseboom en mevrouw D. Janssen

In afschrift aan:

Mevrouw D. van Amerom (Reland Adviseurs B.V.)

Aan de Papenvoortse Heide 3 te Nuenen bestaat het voornemen een varkenshouderij te beëindigen en de stallen te slopen. Er worden 4 nieuwe ruimte voor ruimte woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande schapenstal/opslagloods gesloopt en elders op het perceel wordt hiervoor een bijgebouw teruggebouwd. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In de onderstaande notitie wordt hier verder op ingegaan.

Beoordeling Met de AERIUS Calculator kan de stikstofdepositie door een project en/of ruimtelijke ontwikkeling in beeld worden gebracht. Uitkomsten tot 0,00 mol/ha/jaar zijn de basis om te kunnen concluderen dat het project niet vergunningsplichtig is voor wat betreft het onderdeel stikstof. In deze onderbouwing wordt enkel het aspect stikstofdepositie beschouwd. Bij het opstellen van de berekeningen is uitgegaan van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.1 en AERIUS Calculator versie 2024.1.1.

Ligging projectgebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten op een afstand van ca. 250 m. ten oosten van het dorp Nuenen.

Figuur 1 Luchtfoto projectlocatie Papenvoortse Heide 3, Nuenen (oranje gearceerd)

De projectlocatie is gelegen op ca. 6,2 en 8,2 km afstand van respectievelijk de Natura 2000-gebieden Strabrechtse Heide & Beuven

Figuur 2 Projectgebied en nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Het bouwplan Op de locatie wordt een varkensbedrijf beëindigd en de aanwezige stallen gesloopt. Er worden vier nieuwe ruimte voor ruimte woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande schapenstal/opslagloods gesloopt en elders op het perceel wordt een bijgebouw teruggebouwd. Op basis van het bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fase te onderscheiden: 1. Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; 2. Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de bestaande woning met aanbouw. Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van het projectvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar), dan kan het projectvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van stikstof. Indien er wel sprake is van een significante toename dan dient er een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit te worden aangevraagd.

2

Realisatiefase De realisatiefase bestaat uit de aanlegfase van vier nieuwe woningen en herbouw van een bijgebouw. Daarnaast worden de aanwezige stallen gesloopt. Onderstaand zal de aanlegfase en sloopfase uiteen worden gezet. Aanlegfase Op de locatie worden vier nieuwe woningen gebouwd. Daarnaast wordt er achter de bestaande woning een nieuw bijgebouw geplaatst. Onderstaand is de situatieschets en de plattegrondtekeningen weergegeven.

Figuur 3 Schets beoogde situatie

Aanlegfase vier nieuwe woningen en bijgebouw Bij de bouw van de vier woningen en het bijgebouw zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als t invoeren van een eigen specificatie in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn de draaiuren met bijbehorend brandstofverbruik zoals weergegeven in figuur 4, ingevoerd. De emissies van de mobiele werktuigen worden middels deze gegevens automatisch berekend.

Figuur 4 Mobiele werktuigen aanlegfase

3

De gegevens zoals weergegeven in figuur 4 zijn gebaseerd op de omvang van het voorgenomen bouwproject. Opgemerkt dient te worden dat de draaiuren betrekking hebben over een langere periode. De machines zullen de opgegeven draaiuren met onderbrekingen actief zijn. Tevens zijn gedurende de bouwfase vervoersbewegingen noodzakelijk om bouwmateriaal en personeel te vervoeren van en naar de bouwlocatie. De verkeersberekeningen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Gelet op de locatie waar de bouwlocatie is gelegen, kunnen de wegvlakken aangemerkt worden als buitenweg. In figuur 5 zijn de verkeersbewegingen opgenomen die benodigd zijn voor het realiseren van het bouwproject.

Figuur 5 Verkeersbewegingen aanlegfase

Tijdens de aanlegfase is rekening gehouden met de koude start van de voertuigen. Er is sprake van een koude start bij voertuigen waarbij de motor 2 uur of langer uit is. De voertuigen komen bij de projectlocatie aan met een warme motor en vertrekken met een koude motor. Doordat er op basis van Handreiking koude start van 2 oktober 2024 sprake is van een warme motor na 10 tot 30 seconden zal de koude start enkel plaatsvinden op de projectlocatie. Voor het vrachtverkeer zal 20% van het vrachtverkeer een koude start hebben omdat 80% van het vrachtverkeer binnen 2 uur of minder weer van de projectlocatie vertrekt. Bij het licht verkeer is uitgegaan van een 100% koude start. Sloopfase De sloopfase bestaat uit enerzijds het slopen van de stallen en het verwijderen van de mestputten en anderzijds uit de aanvoer van grond om de voormalige mestputten op te vullen. Slopen stallen en verwijderen mestputten Om tot een inschatting te komen van de inzet van mobiele werktuigen voor de sloop van de stallen is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is.

Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De inzet mobiele werktuigen zal zoveel mogelijk worden beperkt op locatie; Om tot een inschatting te komen van de sloopwerkzaamheden is op basis van de milieutekening behorende bij de revisievergunning Wet milieubeheer verleend d.d. 3 juli 2004 (zie bijlage 2) een inschatting gemaakt van de te slopen gebouwen. Het betreft de onderstaande gebouwen:

4

- Stal 1; inhoud van 3.680 m³, incl. mestkelder - Stal 2; inhoud van 4.092 m³, incl. voormalige mestkelder - Stal 3; inhoud van 7.370 m³ incl. mestkelder - Stal 4; inhoud van 1.045 m3 Totaal komt dit uit op 16.187 m³ te slopen gebouwen. Er wordt vanuit gegaan dat het sloopvolume 25% van het bouwvolume betreft; Het voorgaande leidt tot een te slopen volume van 24.045 m³; Om tot sloop van het gebouw te komen zal een mobiele kraan worden ingezet; Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het sloopmateriaal, zoals puin weg te voeren; Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 25m³; Er wordt uitgegaan van een laad- en lostijd van ca. 15 minuten per vrachtwagen; Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten. Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens het slopen en verwijderen van de stallen en mestputten: Sloopwerkzaamheden: 4.045 m³, inzet sloopkraan. Aangezien de mestputten ook verwijderd moeten worden is er uitgegaan van een sloopcapaciteit van 500m³/dag (8 uur). Dit resulteert in een inzet van 64 uur sloopkraan. Hierbij wordt er 1.216 liter brandstof verbruikt; Afvoer puin: een vrachtwagen voert 12,5m³ per keer af.

Dit komt neer op 324 vrachtwagens die 3 minuten per keer stationair draaien. Dit is 972 minuten / jaar; Verkeersbewegingen; voor 324 vrachtwagens worden 648 verkeersbewegingen gemaakt. Voor de bouwvakkers worden 20 verkeersbewegingen meegenomen. Aanvoeren zand voor opvullen van de voormalige mestputten Om tot een inschatting te komen van de inzet van mobiele werktuigen voor het opvullen van de voormalige mestputten is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De inzet mobiele werktuigen zal zoveel mogelijk worden beperkt op locatie; Er is een inschatting gemaakt hoeveel m³ zand aangevoerd dient te worden voor het opvullen van de mestputten. Hierbij wordt rekening gehouden met 15% extra zand i.v.m. nazakken. - Stal 1; mestkelder van 1.010 m³ + 177 m³ putvloer- en muur resulteert in 1.187 m³ - Stal 2; mestkelder van 40 m³ (putvloer- en muur is verwaarloosbaar) - Stal 3; mestkelder van 1.200 m³ + 348 m³ putvloer- en muur resulteert in 1.548 m³ - Stal 4; mestkelder van 15 m³ (putvloer- en muur is verwaarloosbaar) Totaal maakt dit 2.790 m³ + 15% = 3.209 m³ dat aangevuld dient te worden met zand.

Voor het opvullen van de grond wordt een mobiele kraan ingezet; Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het zand aan te voeren; Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 12,5m³; Er wordt uitgegaan van een laad- en lostijd van ca. 15 minuten per vrachtwagen; Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten. Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens de aanvoer van zand voor het opvullen van de voormalige mestputten: Opvullen voormalige mestputten: 3.209 m³, inzet mobiele kraan. Er is uitgegaan van een opvulcapaciteit van 800m³/dag (8 uur). Dit resulteert in een inzet van 32 uur mobiele kraan. Hierbij wordt er 610 liter brandstof verbruikt;

5

Aanvoer zand: een vrachtwagen voert 12,5m³ per keer aan. Dit komt neer op 257 vrachtwagens die 3 minuten per keer stationair draaien. Dit is 771 minuten per jaar. Verkeersbewegingen; voor 278 vrachtwagens worden 514 verkeersbewegingen gemaakt. Voor de bouwvakkers worden 10 verkeersbewegingen meegenomen. In onderstaande tabel zijn bovenstaande gegevens schematisch weergegeven: Activiteit

Hoeveelheid

Norm

Werktuig

Aantal

Uren/jaar

Brandstofverbruik

Sloopwerkzaamheden Afvoer puin

4.045 m3 4.045 m3

65 uur 16 uur

19 liter/uur 19 liter/uur

3.209 m3

257

13 uur

19 liter/uur

247 liter

Verdelen zand/grond

3.209 m3

Mobiele kraan Vrachtauto 8x4 Vrachtauto 8x4 Mobiele kraan

1 324

Aanvoer zand/grond

500 m3/dag 3 min/vrachtauto 3 min/vrachtauto 800 m3/dag

Totaal brandstofverbruik 1.235 liter 304 liter

1

35 uur

19 liter/uur

665 liter

Ook is er tijdens de sloopfase rekening gehouden met de koude start van de voertuigen. Voor het vrachtverkeer zal 20% van het vrachtverkeer een koude start hebben omdat 80% van het vrachtverkeer binnen 2 uur of minder weer van de projectlocatie vertrekt. Bij het licht verkeer is uitgegaan van een 100% koude start.

Gebruiksfase Er wordt vanuit gegaan dat het project gasloos zal worden uitgevoerd. In de gebruiksfase is derhalve alleen sprake van een verkeersgeneratie. Het dorp Nuenen is gelegen in de gemeente Nuenen. Deze gemeente staat aangemerkt als een matig stedelijk gebied.

Bron 2: StatLine - Gebieden in Nederland 2022 (cbs.nl)

Conform de CROW-publicatie 744 parkeernormen wordt voor een vrijstaande woning buiten de bebouwde kom met een matig stedelijk karakter maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal per woning aangehouden. Op deze locatie worden 4 Ruimte voor Ruimte woningen gecreëerd. Daarnaast wordt de huidige bedrijfswoning omgezet tot burgerwoning. Dit resulteert in 5 woningen met 8,6 bewegingen per etmaal. In totaal komt dit uit op 43 verkeersbewegingen per etmaal vanaf de projectlocatie. In de gebruiksfase is ook rekening gehouden met de koude start van de voertuigen. Hierbij is enkel sprake van licht verkeer. Bij het licht verkeer is uitgegaan van een 100% koude start.

6

Bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in AERIUS calculator.

Rekenresultaat AERIUS heeft de mogelijkheid om het resultaat als PDF te exporteren. De AERIUS berekeningen zijn als bijlage toegevoegd. Daarnaast staan de resultaten hieronder weergegeven.

Figuur 5 Resultaat AERIUS projectberekening Aanlegfase

7

Figuur 6 Resultaat AERIUS projectberekening Gebruiksfase

Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator blijkt dat er geen toename (> 0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden wordt berekend als gevolg van het plan. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de realisatie en het gebruik van de beoogde ontwikkeling aan de Papenvoortse Heide 3, Nuenen.

8

Bijlage 1:

Resultaat AERIUS projectberekening Aanlegfase

9

Bijlage 2:

Resultaat AERIUS projectberekening Gebruiksfase

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15625257/2