BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Bijlage VI - Aanvullend asbest- en bodemonderzoek - geanonimiseerd
Tekst van het document
Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Papenvoortseheide 3 te Nuenen (Gemeente Nuenen)
Nader bodem- en verkennend asbestonderzoek Papenvoortseheide 3 te Nuenen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22238-3 : Definitief (versie 1) : 12 april 2023
Opdrachtgever
: Reland Burg. Verdijkpliein 1 5835 AR Beugen
Opgesteld door Paraaf
: ing. J.A Peters :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740, NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
AM22238-3
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................ 4
2.
VOORINFORMATIE............................................................................................................................................................................................ 5 2.1
Locatiebeschrijving....................................................................................................................................................................................... 5
2.2
Asbest ................................................................................................................................................................................................................ 6
2.3
Onderzoekshypothese ................................................................................................................................................................................. 6
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................... 7 3.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 7
3.2
Conceptueel model NTA 5755 .................................................................................................................................................................7
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707, verkennend onderzoek asbest in bodem ............................................................................. 9
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 10 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 10
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 10
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 13 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters ................................................................................................................................................... 13
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 14
5.4
Grondmonsters nader bodemonderzoek............................................................................................................................................ 15
5.5
Verontreinigingssituatie .......................................................................................................................................................................... 18
5.6
Risicobeoordeling ...................................................................................................................................................................................... 19
5.7
Beantwoording van de onderzoeksvragen ........................................................................................................................................ 20
5.8
Toetsing van de gestelde hypothese verkennend asbestonderzoek ....................................................................................... 20
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 21
Bijlagen: 1 2 3 4.1 4.2 5 6 7 8 9 10
Topografische en kadastrale overzichtskaart Boorprofielen en nader onderzoek Situatietekening onderzoekslocatie asbestinspectiegaten Situatietekening onderzoekslocatie nader bodemonderzoek en verontreinigingscontour Verklaring veldmedewerker Analyserapport asbestverdachte materiaalmonster(s) Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Verkennend bodemonderzoek Papenvoortse Heide 3 te Nuenen, Aeres Milieu, kenmerk AM22238 d.d. 1 november 2022 Sanscrit-berekening
AM22238-3
Pagina | 3
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een nader bodem- en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie:
Adres onderzoekslocatie
: Papenvoortseheide 3 te Nuenen
Gemeente
: Nuenen
Kadastrale registratie
: sectie C, nummers 3900 en 3901
Oppervlakte
: circa 1,6 ha
Huidig gebruik van de locatie
: varkens- en schapenhouderij
Toekomstig gebruik
: wonen met tuin
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van het nader bodemonderzoek en het verkennend onderzoek asbest in bodem zijn de resultaten van een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Aeres milieu (rapport met kenmerk AM22238 d.d. 1 november 2022).
Doel Het nader bodemonderzoek heeft als doel om de aard en omvang vast te stellen van de verontreiniging met zware metalen en PAK die tijdens het uitgevoerd verkennend onderzoek zijn aangetroffen. Daarbij zijn in de bodem tot 1,0 m -mv matige tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en/of PAK aangetroffen ter plaatse van de boringen 3A, 23, 27 en 29. In verband met de mogelijke afvoer van grond is bovendien de bodem onderzocht op PFAS (30 stoffen uit de advieslijst). Het verkennend bodemonderzoek asbest heeft als doel om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of er een verdenking bestaat van verontreiniging in de bodem met asbest.
Onderzoek Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NTA5755 en NEN 5707. Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven. Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in februari en maart 2023. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000). AM22238-3
Pagina | 4
2. VOORINFORMATIE 2.1
Locatiebeschrijving
De onderzoekslocatie ligt in het buitengebied ten oosten van de kern van Nuenen. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Nuenen, sectie C, nummers 3900 en 3901 en heeft een oppervlakte van circa 1,6 ha. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 168.164 / Y = 387.177. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKViewer)
Ter plaatse is in september 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport Aeres Milieu, kenmerk AM22238 d.d. 1 november 2022). De resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn samengevat in onderstaand tekstblok. In bijlage 9 is het verkennend bodemonderzoek in zijn geheel toegevoegd. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde herontwikkeling van de locatie. De varkenshouderij wordt beëindigd en gesaneerd. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning en er worden vier nieuwe woningen gerealiseerd. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn behoudens de asbestverdachte daken en aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bronnen voor verontreiniging. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk in het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond bijmengingen met onder meer baksteen, koolresten, asfalt en plastic waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond en ondergrond licht tot plaatselijk sterk verhoogd is met zware metalen en PAK en licht verhoogd is met minerale olie en PCB. De matige tot sterke verontreinigingen bevinden zich op verschillende dieptes ter plaatse van de boringen 3A, 23, 27 en 29.
Het freatisch grondwater is (plaatselijk) matig verhoogd met zink en licht verhoogd met overige zware metalen en xylenen en naftaleen. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt momenteel een belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
AM22238-3
Pagina | 5
De resultaten van dit bodemonderzoek geven voor wat betreft de plaatselijk aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond en ondergrond aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht). In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. Geadviseerd wordt een verkennend onderzoek naar asbest in bodem uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
2.2
Asbest
Tijdens het verkennend onderzoek is uit de uitgevoerde veldinspectie gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbesthoudende bouwmaterialen zijn toegepast. De dakbedekking van de stallen/schuren bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Enkele daken zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Daarnaast zijn op het maaiveld in de noordwesthoek van het plangebied asbestverdachte golfplaten en afgebroken stukjes golfplaat aangetroffen en is een deel van de locatie verhard met half verhardingsmateriaal.
Als daken van asbesthoudend plaatmateriaal niet voorzien zijn van dakgoten kan er door verwering van de daken asbest in de
heeft de lengte van het asbest dak en een breedte van maximaal 1 meter. Het asbest wordt normaliter aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,2 meter. Recent is gebleken dat asbesthoudende (dak)platen voorzien kunnen zijn van een coating die polychloorbifenylen (PCB) bevat. Door verwering van dergelijke asbestdaken, bestaat de kans dat er dan behalve een verhoogd asbestgehalte ook een verhoogd PCB-gehalte in de bodem aanwezig is. PCB zijn daarmee een verdachte stof bij dergelijke asbestverontreinigingen. De provincie Noord-Brabant en de Omgevingsdiensten in Noord-Brabant achten het noodzakelijk om bij onderzoek naar de aanwezigheid of de omvang van een asbestverontreiniging in druppelzones, ook onderzoek uit te voeren naar PCB.
2.3
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de gegevens uit het voorgaand verkennend bodemonderzoek wordt een nader onderzoek naar de verontreinigingen met zware metalen en PAK rondom de boringen 3A, 23, 27 en 29 van voorgaand verkennend bodemonderzoek aanbevolen op basis van de NTA 5755. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt verwacht op diverse plaatsen (verdacht), met name bij de druipzones van de aanwezige stallen en de aanwezige puinverharding.
AM22238-3
Pagina | 6
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Voor het nader bodemonderzoek naar de aard en omvang van de aangetoonde verontreinigingen met PAK en zware metalen is op basis
Een conceptueel
model is een denkmodel waarin een beschrijving en/of visualisatie wordt gegeven van de bronnen, verspreidingsroutes en het bodemsysteem waarin deze zich bevindt. Het conceptuele model kan dienen als raamwerk voor het opzetten van onderzoeksactiviteiten en het identificeren van kennisleemtes.
3.2
Conceptueel model NTA 5755
Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond en ondergrond licht tot plaatselijk sterk verhoogd is met zware metalen en PAK en licht verhoogd is met minerale olie en PCB. De matige tot sterke verontreinigingen bevinden zich op verschillende dieptes ter plaatse van de boringen 3A, 23, 27 en 29. De bovengrond van boring 3A (traject 0-0,5 m-mv) is sterk verhoogd met lood. In het onderliggende traject van 0,5 tot 0,75 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het diepere traject van 1,0 tot 1,3 m-mv ter plaatse van boring 3A is licht verhoogd met cadmium, zink en PAK. De bovengrond van boring 29 (traject 0-0,5 m-mv) sterk verhoogd met PAK en licht verhoogd met cadmium, lood en zink. Het onderliggende traject van 0,5 tot 0,9 m-mv is sterk verhoogd met PAK, matig verhoogd met zink en licht verhoogd met cadmium en lood. Ter plaatse van boring 23 zijn in het bodemtraject van 0,5 tot 0,9 m-mv een matig verhoogd gehalte aan zink en licht verhoogde gehalten aan koper en lood aangetoond. In het onderliggende bodemtraject van 0,9 tot 1,4 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De ondergrond van boring 27 (traject 0,5-1,0 m-mv) is sterk verhoogd met koper en zink en licht verhoogd met cadmium, nikkel en lood. In de diepere trajecten (1,1-1,5 mmv en 1,5-2,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
Het freatisch grondwater is (plaatselijk) matig verhoogd met zink en licht verhoogd met overige zware metalen en xylenen en naftaleen. Het matig verhoogd gehalte aan zink in het grondwater bevindt zich ruim onder de betreffende signaalwaarde van 1.700 µg/l zoals die in de Nota bodembeheer van de gemeente Nuenen is opgenomen en sluit aan bij de regionale grondwaterkwaliteit. Op basis van de beschikbare voorinformatie is onderstaand conceptueel model opgesteld.
Aspect
Gegevens
Oorzaak van de verontreiniging
Op basis van de informatie uit het verkennend bodemonderzoek wordt uitgegaan van (sterk) verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK door langdurig menselijk gebruik en door de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen.
Periode van de verontreiniging
Gezien het langdurig gebruik als landbouwbedrijf wordt uitgegaan van een historische verontreiniging (voor 1987).
AM22238-3
Pagina | 7
Aspect
Gegevens
Kritische stoffen
Lood, zink, koper, PAK
Compartiment en verdeling
Grond, verdacht bodemtraject van maaiveld tot 1,0 m-mv. (ondoordringbare laag)
Mobiliteit verontreiniging
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat voor de kritische stoffen sprake is van een immobiele verontreinigingssituatie. De matig verhoogde concentratie zink in het grondwater sluit aan bij de regionale grondwaterkwaliteit. Humaan en ecologisch
Tabel 3.1: conceptueel model
Aan de hand van het conceptueel model en de doelstelling van het onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Wat is de aard en omvang van de verontreiniging? Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m³ bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m³ poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. 2. Op basis van het conceptueel model en de onderzoeksvragen is een onderzoeksopzet opgesteld voor het uitvoeren van een vervolgonderzoek.
Onderzoeksopzet Voor het bepalen van de omvang van de verontreinigingen ter plaatse van de boorpunten 3A, 23, 27 en 29 uit het verkennend bodemonderzoek zullen aanvullend 15 grondboringen worden verricht en geanalyseerd worden zoals beschreven in tabel 3.2. In verband met de mogelijke afvoer van deze grond wordt tevens onderzoek naar gedaan naar de aanwezigheid van PFAS (30 stoffen uit de advieslijst). Veldwerkzaamhedena)
Analyses
15 handboringen tot 1,5 m-mv
23 grondanalyses zware metalen (9) en PAK-10 (VROM + lutum en organische stof)
Grond- en grondmonstername
3 grondanalyses PFAS
Tabel 3.2: onderzoeksopzet
Uitgangspunt is dat bovenstaande opzet voldoende is om de aard en omvang van de verontreiniging vast te stellen.
AM22238-3
Pagina | 8
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707, verkennend onderzoek asbest in bodem
Naar aanleiding van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek bestaat er een verdenking van een mogelijke verontreiniging met asbest in de bodem. Derhalve wordt ook een verkennend onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd. - Inspectie, monsterneming en analyse orm 5707). Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma (strategie in onderstaande tabel) is de aanpak voor een verkennend diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming gevolgd. De veldwerkzaamheden bestaan uit een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. De locaties op het terrein waar de proefgaten worden geplaatst, worden gedurende het veldonderzoek vastgesteld. ONDERZOEKSNORM NEN 5707/5897 'Verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld'
oppervlakte
Minimaal aantal te
het maaivelda)
Aantal gaten in de verdachte Gaten tot onderzijde verdachte Aantal te analyseren (meng)monsters per laag tot maximaal 0,5 m in laag (max. 2,0 m-mv) b) verdachte laag de verdachte laagb)
24
24
inspecteren punten van
1,6 hectare
5
5 grondanalyses asbest 3 puinanalyses asbest
Tabel 3.3: onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek asbest in bodem Is alleen van toepassing wanneer meer dan 100 cm2 aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen. Bij verontreinigingen
a)
die zich alleen in de ondergrond bevinden, is een visuele inspectie van het maaiveld niet noodzakelijk. b)
Gaten worden in principe uitgevoerd tot aan de onverdachte ondergrond, maar maximaal 0,5 m respectievelijk 2,0 m diep.
Enkele opstallen met asbestverdachte golfplatendaken op het terrein zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. De provincie Noord-Brabant en de Omgevingsdiensten in Noord-Brabant achten het noodzakelijk om bij onderzoek naar de aanwezigheid of de omvang van een asbestverontreiniging in druppelzones, ook onderzoek uit te voeren naar PCB. Derhalve zullen ook aanvullend 8 grondanalyses op PCB worden uitgevoerd.
AM22238-3
Pagina | 9
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 15 en 16 februari 2023 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en zonnig weer. De asbestverdachte locatie bestaat voor circa 45 % uit een braakliggend terrein met minder dan 25% vegetatie. Circa 15 % van de locatie is verhard en 40% ongeveer is bebouwd met stallen en een woning. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op > 50 %. Tijdens de inspectie zijn op drie plaatsen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen (ABV1 t/m ABV3). De vindplaatsen zijn aangegeven in bijlage 4.1. Verdeeld over de (deel)locatie zijn in totaal 29 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG 1 t/m ABG 29). Asbestinspectiegaten ABG6, ABG7, ABG21 en ABG25 zijn met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) doorgezet tot 0,5 m
onderzijde van de verdachte laag.
Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 18 mengmonsters samengesteld De boringen voor het nader bodemonderzoek (NTA 5755) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 cm) (boringen 101 t/m 120). Op het zuidelijk deel van de locatie, rondom boring 3A en 29, zijn extra boringen gezet. In het verkennend onderzoek is hier een ondoordringbare laag aangetroffen. De extra boringen zijn gezet om vast te stellen waar deze ondoordringbare laag nog aanwezig is. zodat zonder een eventuele extra veldwerkronde dit deel van de locatie verder kan worden onderzocht als de analyseresultaten daartoe aanleiding geven. Ter plaatse van de boringen 23 en 27 wordt verwacht dat het aantal boringen voldoende is om de verontreiniging in beeld te krijgen. Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. AM22238-3
Pagina | 10
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
01
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen beton, % > 20 mm circa 1%
02
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen beton, sporen glas, % > 20 mm circa 1%
06
0,50
0,20 - 0,30
Zand
sporen beton, % > 20 mm < 1%
07
1,00
0,00 - 0,50
09
1,00
0,00 - 0,40
Zand
10
0,50
0,00 - 0,45
Zand
12
0,50
0,00 - 0,50
volledig puin, % > 20:mm circa 40%
13
0,50
0,00 - 0,50
volledig puin, % > 20 mm circa 40%
14
0,50
0,00 - 0,50
volledig puin, matig asfalthoudend, % > 20 mm circa 50%
15
0,50
0,00 - 0,20
Zand
sporen baksteen, % > 20 mm circa 1%
16
0,50
0,20 - 0,45
Zand
zwak betonhoudend, % % > 20 mm circa 5%
17
0,50
0,25 - 0,50
19
0,50
0,00 - 0,40
Zand
sporen baksteen, % > 20 mm = 1%
20
0,50
0,20 - 0,50
Zand
zwak betonhoudend, % % > 20 mm circa 3%
21
1,00
0,25 - 0,50
22
0,50
0,25 - 0,50
23
0,50
0,25 - 0,50
24
0,50
0,25 - 0,50
Zand
zwak baksteenhoudend, % > 20 mm = 20%
25
1,00
0,00 - 0,20
Zand
sporen baksteen, % > 20; mm circa 1%
0,20 - 0,50
Zand
sporen plastic
26
0,50
0,00 - 0,20
Zand
sporen baksteen, % > 20 mm circa 1%
0,20 - 0,50
Zand
sporen baksteen, % > 20 mm circa 1%
27
0,50
0,00 - 0,30
Zand
sporen plastic
28
0,50
0,00 - 0,50
Zand
zwak baksteen- en plastichoudend, % > 20 mm circa 1%
29
0,50
0,00 - 0,50
Zand
zwak afvalhoudend*, sporen baksteen, % > 20 mm = 5%
0,40 - 0,50
Zand
sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend
asbestgaten
volledig puin, % > 20 mm circa 50% brokken baksteen, % > 20 mm = 10% sporen baksteen, % > 20 mm < 1%
volledig puin
volledig puin Zand
matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen keramiek volledig puin, % > 20 mm circa 50%
Boringen ten behoeve van het nader bodemonderzoek Inkadering van boring 27 103
1,50
Inkadering van boring 23 105
0,90
0,40 - 0,90
Zand
zwak baksteenhoudend, gestaakt op ondoordringbare laag
107
1,50
0,00 - 0,50
Zand
zwak baksteenhoudend
108
1,50
0,08 - 0,50
Zand
sporen baksteen
109
1,50
0,25 - 0,50
Zand
matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen
0,50 - 0,80
Zand
zwak baksteenhoudend
keramiek
AM22238-3
Pagina | 11
Boring
Diepte boring (m -mv) Inkadering boringen 3A en 29
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
110
0,80 - 1,50
Zand
matig afvalhoudend*, zwak baksteenhoudend, gestaakt op
1,50
ondoordringbare laag 111
0,35
0,00 - 0,35
Zand
gestaakt op ondoordringbare laag
112
1,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
113
0,50
0,00 - 0,40
Zand
sporen baksteen
0,40 - 0,50
Zand
matig afvalhoudend*, Gestaakt op harde laag
114
1,00
0,50 - 1,00
Zand
zwak afvalhoudend*, sporen baksteen
115
1,40
0,50 - 1,00
Zand
zwak plastichoudend
1,00 - 1,40
Zand
Boring gestaakt op ondoordringbare laag
116
1,50
0,00 - 0,60
Zand
sporen baksteen
117
1,50
0,50 - 1,00
Zand
sporen plastic
118
1,10
1,00 - 1,10
Zand
sporen baksteen, gestaakt op ondoordringbare laag
119
1,00
0,00 - 0,90
Zand
sporen glas
0,90 - 1,00
Zand
sporen koolas, zwak plastichoudend, gestaakt op
0,00 - 0,40
Zand
gestaakt op ondoordringbare laag
ondoordringbare laag 120
0,40
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen Opmerking *: afvalhoudend materiaal betreft huishoudelijk afval. Dit bevat onder meer plastic, katoen, ijzerresten, aardewerk etc. Huishoudelijk stortmateriaal is altijd heterogeen van samenstelling.
AM22238-3
Pagina | 12
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters
De analyseresultaten van de materiaalmonsters ABV1 t/m ABV3 zijn opgenomen in tabel 5.1. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. Monsternummer
vindplaats 1
Plaatmateriaal (gram) 39
Soort asbest chrysotiel
Schatting gewichtspercentage 10-15 %
ABV1
Hechtgebondenheid Hecht gebonden
Asbest (gram) 4,9
ABV2
2
37
chrysotiel
10-15 %
Hecht gebonden
4,6
ABV3
3
55
-
-
-
-
Tabel 5.1: analyseresultaten materiaalmonsters
(asbestpuntenkaart).
vindplaats 1
vindplaats 2
vindplaats 3
Uit de analyses blijkt dat ABV1 en ABV2 asbesthoudend zijn. ABV3 is niet asbesthoudend.
AM22238-3
Pagina | 13
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg voor grond en 25 kg voor puin. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster ABM1
Inspectiegat 1, 2
Traject (m-mv.) 0,00 - 0,50
ABM2 ABM3 ABM4
Visuele waarnemingen (%>20 mm) Druipzone, sporen beton en glas
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee, fractie > 20 mm 1%
Geselecteerd voor analyse Ja
4, 5
0,00 - 0,10
4, 5
0,10 - 0,50
Druipzone, zintuiglijk schoon
Nee, geen fractie > 20 mm
Ja
Zintuiglijk schoon
Nee, geen fractie > 20 mm
Nee
3, 6
0,00 - 0,10
Druipzone, zintuiglijk schoon
Nee, geen fractie > 20 mm
Ja
ABM5
3, 6
0,10 - 0,50
Zintuiglijk schoon
Nee, geen fractie > 20 mm
Nee
ABM6
9
0,00 - 0,10
Druipzone, brokken baksteen
Nee, fractie > 20 = 10%
Ja
ABM7
9
0,10 - 0,50
Brokken baksteen
Nee, fractie > 20 = 10%
Nee
ABM8
8, 10, 11
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
Nee, fractie > 20 mm < 1%
Nee
ABM9
7, 12, 13
0,00 - 0,50
Puinlaag, 40% > 20 mm
Nee, fractie > 20 mm 40-50%
Ja
ABM10
15, 19
0,00 - 0,10
Druipzone, sporen baksteen
Nee, fractie > 20 mm = 1%
Ja
ABM11
15, 19
0,10 - 0,50
Sporen baksteen
Nee, fractie > 20 mm = 1%
Nee
ABM12
16, 20
0,00 - 0,10
Druipzone, zintuiglijk schoon
Nee, geen fractie > 20 mm
Ja
ABM13
16, 20
0,10 - 0,50
Zwak betonhoudend
Nee, fractie > 20 mm circa 5%
Nee
ABM14
14, 21, 23
0,00 - 0,50
Volledig puin
Nee, fractie > 20 mm 40-50%
Ja
ABM15
22, 24
0,25 - 0,50
Zwak tot matig baksteenhoudend
Nee, fractie > 20 mm 20 %
Nee
ABM16
25, 26
0,00
0,10
Druipzone, sporen baksteen
Nee, fractie > 20 mm 1%
Ja
ABM17
25, 26
0,10
0,50
Sporen baksteen, plastic
Nee, fractie > 20 mm 1%
Nee
ABM18
28, 29
0,00
0,50
Zwak asfalt- en plastichoudend,
Nee, fractie > 20 mm 1-5%
Nee
sporen tot zwak baksteenhoudend Tabel 5.2: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 7 voor de analyserapport. Analysemonster
Mengmonster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
ABM1
ABM1
Sporen beton en glas
n.a.
n.a.
< 0,3
0,0
< 0,3
ABM2
ABM2
Zintuiglijk schoon
n.a.
n.a.
< 0,5
0,0
< 0,5
ABM3
ABM4
Zintuiglijk schoon
n.a.
n.a.
< 0,5
0,0
< 0,5
ABM4
ABM12
Zintuiglijk schoon
n.a.
n.a.
3,7
0,0
3,7 (niet hechtgebonden)
ABM5
ABM16
Sporen baksteen
n.a.
n.a.
< 0,4
0,0
< 0,4
ABM6
ABM6
Brokken baksteen
n.a.
n.a.
27
0,0
27 (hechtgebonden)
ABM7
ABM10
Sporen baksteen
n.a.
n.a.
< 0,8
0,0
< 0,8
AM22238-3
Pagina | 14
Analysemonster
Mengmonster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
ABM8
ABM9
Puinlaag
n.a.
n.a.
49
14
180
ABM9
ABM14
Puinlaag
n.a.
n.a.
11
12
130
Tabel 5.3: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
In het geanalyseerde grondmengmonster ABM 4 is een marginaal verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 3,7 mg/kg d.s. terwijl in grondmengmonster ABM6 een licht verhoogde asbestconcentratie is aangetoond van 27 mg/kg d.s. In de overige grondmengmonsters is geen asbest aangetroffen. In beide puinmengmonsters ABM8 en ABM9 (afkomstig van de puinverharding) overschrijdt de indicatief berekende asbestconcentratie de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.
5.4
Grondmonsters nader bodemonderzoek
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel 5.4. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster Traject (m -mv) Nader onderzoek
Deelmonsters
Analysepakket
Inkadering boring 27 (koper en zink > I in dieptetraject 0,5 - 1,0 m-mv.) 101-2
0,50 - 1,00
101 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
102-2
0,50 - 1,00
102 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
103-2
0,40 - 0,50
103 (0,40 - 0,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
103-3
0,50 - 1,00
103 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
104-3
0,50 - 1,00
104 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
Inkadering boring 23 (Zn> T in dieptetraject 0,5 -0,9 m -mv) 105-2
0,40 - 0,90
105 (0,40 - 0,90)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
106-2
0,50 - 0,90
106 (0,50 - 0,90)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
107-2
0,50 - 0,90
107 (0,50 - 0,90)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
108-2
0,50 - 1,00
108 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
Inkadering boring 3A en 29 (PAK > I in bovengrond, ter plaatse van boring 29 in dieptetraject 0,5
0,9 m -mv PAK > I en Zink > T)
110-1
0,00 - 0,50
110 (0,00 - 0,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
110-2
0,50 - 0,80
110 (0,50 - 0,80)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
110-3
1,00 - 1,50
110 (1,00 - 1,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
111-1
0,00 - 0,35
111 (0,00 - 0,35)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
112-1
0,00 - 0,50
112 (0,00 - 0,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
112-2
0,50 - 1,00
112 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
113-1
0,00 - 0,40
113 (0,00 - 0,40)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
114-1
0,00 - 0,50
114 (0,00 - 0,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
114-2
0,50 - 1,00
114 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
115-1
0,00 - 0,50
115 (0,00 - 0,50)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
115-2
0,50 - 1,00
115 (0,50 - 1,00)
9 metalen (standaardpakket), Lutos, PAK (10) (VROM)
AM22238-3
Pagina | 15
Analysemonster Traject (m -mv) PFAS-onderzoek
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
0,00 - 0,50
101 (0,00 - 0,50), 106 (0,00 - 0,50)
PFAS (28) Handelingskader
MM2
0,00 - 0,50
MM3
0,08 - 0,50
107 (0,00 - 0,50) 116 (0,00 - 0,50), 117 (0,00 - 0,50)
PFAS (28) Handelingskader
118 (0,00 - 0,50), 120 (0,00 - 0,40) 102 (0,08 - 0,50), 104 (0,08 - 0,25)
PFAS (28) Handelingskader
108 (0,08 - 0,50), 109 (0,25 - 0,50) Onderzoek PCB in druipzones PCB MM1
0,00 - 0,30
03 (0,00 - 0,10), 06 (0,20 - 0,30)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB MM2
0,00 - 0,10
04 (0,00 - 0,10), 05 (0,00 - 0,10)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB M3
0,00 - 0,10
09 (0,00 - 0,10)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB MM4
0,00 - 0,10
15 (0,00 - 0,10), 19 (0,00 - 0,10)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB MM5
0,00 - 0,10
16 (0,00 - 0,10), 20 (0,00 - 0,10)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB M6
0,08 - 0,18
18 (0,08 - 0,18)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
PCB MM7
0,00 - 0,10
25 (0,00 - 0,10), 26 (0,00 - 0,10)
Lutum + Organische stof, PCB (7)
Tabel 5.4: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel 5.5 samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabellen en de analyserapporten. (Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
Nader onderzoek Inkadering boring 27 (koper en zink > I in dieptetraject 0,5 - 1,0 m-mv.) 101-2
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
-
-
-
102-2
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
-
-
-
103-2
0,40 - 0,50
Sterk baksteenhoudend, zwak
Cadmium
0,69
*
betonhoudend
Lood
236
*
Zink
850
***
PAK
2,29
*
103-3
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
Zink
144
*
104-3
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
-
-
-
Inkadering boring 23 (Zn> T in dieptetraject 0,5 -0,9 m -mv)
AM22238-3
Pagina | 16
(Meng)monster
105-2
Traject (m -mv) 0,40 - 0,90
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Zwak baksteenhoudend, boring
Koper
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 140 *
gestaakt
Lood
113
*
Zink
897
***
106-2
0,50 - 0,90
Zintuiglijk schoon
-
-
-
107-2
0,50 - 0,90
Zintuiglijk schoon
Zink
162
*
108-2
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
Zink
380
*
Inkadering boring 3A en 29 (PAK > I in bovengrond, ter plaatse van boring 29 in dieptetraject 0,5
0,9 m -mv PAK > I en Zink > T)
110-1
0,00 - 0,50
Zintuiglijk schoon
-
-
-
110-2
0,50 - 0,80
Zintuiglijk schoon
-
-
-
110-3
1,00 - 1,50
Zintuiglijk schoon
Zink
203
*
PAK
3,34
*
111-1
0,00 - 0,35
Zintuiglijk schoon
-
-
-
112-1
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
-
-
-
112-2
0,50 - 1,00
Zintuiglijk schoon
-
-
-
113-1
0,00 - 0,40
Sporen baksteen
PAK
1,58
*
114-1
0,00 - 0,50
Zintuiglijk schoon
-
-
-
114-2
0,50 - 1,00
Zwak afvalhoudend, sporen
Zink
229
*
baksteen
PAK
15,5
*
115-1
0,00 - 0,50
Zintuiglijk schoon
-
-
-
115-2
0,50 - 1,00
Zwak plastichoudend
-
-
-
MM1
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
-
-
-
MM2
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
-
-
-
MM3
0,08 - 0,50
Matig baksteenhoudend, zwak
-
-
-
PFAS-onderzoek
betonhoudend, sporen keramiek
Onderzoek PCB in druipzones PCB MM1
0,00 - 0,30
Sporen beton
-
-
-
PCB MM2
0,00 - 0,10
Zintuiglijk schoon
-
-
-
PCB M3
0,00 - 0,10
Brokken baksteen
-
-
-
PCB MM4
0,00 - 0,10
Sporen baksteen
Som PCB
0,0443
*
PCB MM5
0,00 - 0,10
Zintuiglijk schoon
Som PCB
0,023
*
PCB M6
0,08 - 0,18
Zintuiglijk schoon
*
*
*
PCB MM7
0,00 - 0,10
Sporen baksteen
*
*
*
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
AM22238-3
Pagina | 17
Resultaten nader bodemonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmonster 103-2 (dieptetraject 0,4
0,5 m-mv.) sterk verhoogd is met zink en licht
verhoogd is met cadmium, lood en PAK. Grondmonster 105-2 (dieptetraject 0,4
0,5 m-mv.) is eveneens sterk verhoogd met
zink. Tevens is dit monster licht verhoogd met koper en lood. De monsters 103-3 (dieptetraject 0,5 (dieptetraject 0,5
0,9 m-mv.) en 108-2 (dieptetraject 0,5
De grondmonsters 110-3 (dieptetraject 1,0 en PAK. Het monster 113-1 (dieptetraject 0,0
1,0 m-mv.), 107-2
1,0 m-mv.) zijn licht verhoogd met zink.
1,5 m-mv.) en 114-2 (dieptetraject 0,5
1,0 m-mv.) zijn licht verhoogd met zink
0,4 m-mv.) is licht verhoogd met PAK. De overige grondmonsters van het nader
onderzoek zijn niet verhoogd voor de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten is de omvang van de sterke verontreinigingen ter plaatse van de boringen 3A en 29 uit het verkennend onderzoek ingekaderd. De verontreinigingen ter plaatse van de boringen 23 en 27 zijn nog niet volledig ingekaderd. In bijlage 4 zijn de (voorlopige) verontreinigingscontouren ingetekend.
Resultaten PFAS-onderzoek. In geen enkel grondmengmonster zijn verhoogde gehaltes aan PFAS en PFOA aangetroffen.
Onderzoek PCB in druipzone In de mengmonsters PCB MM4 en PCB MM5 zijn licht verhoogde gehaltes aan PCB aangetroffen. De overige mengmonsters laten geen verhoogde gehaltes aan PCB zien.
5.5
Verontreinigingssituatie
Afperking boring 23 Ter plaatse van boring 105 is nog een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetroffen (dieptetraject 0,4
0,9 m-mv, zwak
baksteenhoudende, boring gestaakt). Verdere verticale inkadering was niet mogelijk vanwege een ondoordringbare laag. In de overige boringen rondom boring 23 (106 t/m 108, zintuiglijk geen bijmengingen) zijn in het dieptetraject van 0,5
1,0 m-mv
slechts licht verhoogde gehaltes aan zink aangetroffen. De verhoogde gehaltes zijn waarschijnlijk te relateren aan de zintuiglijke bijmengingen die zowel tijdens het verkennend onderzoek als in onderhavig onderzoek zijn aangetroffen. De omvang van de verontreiniging is nog niet volledig ingekaderd. Afperking boring 27 In boring 103 (dieptetraject 0,4 -0,5 m -mv., sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend) is een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetroffen alsmede licht verhoogde gehaltes aan cadmium lood en PAK. In de zintuiglijk schone laag daaronder is slechts een licht verhoogd gehalte aan zink aangetroffen. In de andere zintuiglijk schone boringen (101, 102 en 104) zijn geen verhoogde gehaltes meer aangetroffen. De verhoogde gehaltes zijn waarschijnlijk te relateren aan de zintuiglijke bijmengingen die zowel tijdens het verkennend onderzoek als in onderhavig onderzoek zijn aangetroffen. De omvang van de verontreiniging is nog niet volledig ingekaderd.
AM22238-3
Pagina | 18
Afperking boring 3A en 29 Tijdens het verkennend onderzoek zijn ter plaatse van de boringen 3A en 29 matig tot sterk verhoogde gehalten zware metalen en/of PAK vastgesteld. Op basis van de analyseresultaten en metingen is de omvang van de verontreinigingssituatie in de bovengrond ter plaatse van de boringen 3A en 29 uit het verkennend onderzoek horizontaal ingekaderd. Verticale inkadering bleek niet mogelijk: vrijwel alle boringen die zijn geplaatst op dit deel van de locatie (boringen 110-120, met uitzondering van boring 112, 116 en 117) zijn gestuit vanwege een ondoordringbare laag. Uitgaande van een oppervlakte van circa 100 m2 rondom boring 3A en 29 wordt de hoeveelheid sterk met zware metalen en/of PAK verhoogde grond in het dieptetraject 0,0 0,5 m-mv op circa 50 m3 geraamd. Ter plekke van boring 29 is ook de ondergrond (dieptetraject 0,5
0,9 m-mv) sterk
verhoogd met PAK en matig verhoogd met zink. Uitgaande van een oppervlakte van 50 m wordt de hoeveelheid matig tot 2
sterk met zware metalen en/of PAK verhoogde grond in het dieptetraject 0,5
0,9 m -mv geraamd op 20 m3. De totale omvang
van de matig tot sterk met zware metalen en/of PAK verhoogde grond wordt geraamd op circa 70 m3. De ondoordringbare laag wordt aangetroffen op een diepte variërend tussen 0,4 m-mv (boring 120) tot 1.5 m -mv. (boring 11). Volgens de eigenaar van de locatie zou een oorzaak daarvan de aanwezigheid van een oude stortplaats kunnen zijn. Aanvullende informatie over deze mogelijke stortplaats is niet voorhanden.
5.6
Risicobeoordeling
Indien vastgesteld is dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient volgens het saneringscriterium
worden vastgesteld of een sanering al dan niet met spoed uitgevoerd dient te worden. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging die veroorzaakt zijn voor 1987 dient een standaard risicobeoordeling te worden uitgevoerd. Voor de locatie is een standaard risicobeoordeling uitgevoerd door middel van een generieke modelberekening met het programma Sanscrit. De standaard beoordeling is uitgevoerd voor de toekomstige gebruiksfunctie van de locatie zijnde wonen. Als input zijn de hoogste interventiewaarde overschrijdingen voor de component zink gebruikt. Uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat er voor het toekomstige gebruik van de locatie (functie wonen met tuin) er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden. De Sanscrit berekening is opgenomen in bijlage 10.
AM22238-3
Pagina | 19
5.7
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kunnen de onderzoeksvragen volgende uit het opgestelde conceptueel model worden beantwoord. 1. Wat is de aard en omvang van de verontreiniging? Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat ter plaatse boorpunt 3A en 29 sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink (omvang geraamd op circa 70 m3). Ter plaatse van de boringen 23 en 27 is de omvang van de sterke verontreiniging nog niet geheel ingekaderd. Mogelijk loopt de verhoogde gehaltes tussen beide boringen in elkaar over en is hier sprake van één spot. 2. Is er sprake van onaanvaardbare Uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat er voor het toekomstige gebruik van de locatie (functie wonen met tuin) geen voor ecologie of verspreiding. De locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.
5.8
Toetsing van de gestelde hypothese verkennend asbestonderzoek
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties in de grond liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). De aangetroffen gehaltes aan asbest ter plaatse van de druipzones vormen geen aanleiding voor aanvullend asbestonderzoek ter plaatse. Ter plaatse van de puinverharding is de hypothese verdacht wel bevestigd: In de puinlaag is asbest aangetoond in gehaltes > 100 mg/kg d.s. waardoor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek ter plaatse van de puinverharding noodzakelijk wordt geacht.
AM22238-3
Pagina | 20
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Conclusies verkennend asbestonderzoek Op het maaiveld is op drie plekken asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Uit analyse van dit materiaal blijkt dat ter plekke van vindplaats 1 en 2 inderdaad asbesthoudend materiaal aanwezig is op het maaiveld. Bij vindplaats 3 is geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het asbesthoudend materiaal op het maaiveld kan door een favor gecertificeerd bedrijf middels handpicking verwijderd worden. In de bodem is geen asbest aangetoond in gehaltes > 50 mg/kg d.s. Ter plaatse van de puinverharding rondom de stallen (asbestmengmonsters ABM 8 en 9) is een sterk verhoogde asbestconcentratie aangetroffen. De concentraties in beide mengmonsters overschrijden de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Er wordt geadviseerd om een nader asbestonderzoek uit te voeren ter plaatse van de puinverharding rondom de stallen. Ter plaatse van de druipzones zijn hooguit licht verhoogde gehaltes aan asbest aangetroffen. Ook de aangetroffen gehaltes aan PCB zijn slechts plaatselijk licht verhoogd. Er is op basis van deze resultaten geen aanleiding voor een aanvullend asbestonderzoek ter plaatse van de druipzones.
Nader bodemonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat op het zuidelijk deel van de locatie (ter plaatse van boring 3A en 29) een sterk verhoogd gehalte aan zink en PAK aanwezig is. Plaatselijk (boring 29) is de sterk met zink verhoogde grond aanwezig tot op de ondoordringbare laag (0,9 m -mv). Deze ondoordringbare laag wordt bij meerdere boringen aangetroffen. De omvang van deze sterke verontreiniging wordt geraamd op circa 70 m3. Hierbij is rekening gehouden met een oppervlakte van circa 100 m2 in de bovengrond en een oppervlakte van circa 50 m2 in de ondergrond tot 0,9 m-mv (= bovenzijde ondoordringbare laag). Het betreft een ernstig geval van bodemverontreiniging zonder spoedeisendheid. Ter plaatse van de boringen 23 en 27 is een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetroffen op het dieptetraject 0,5 - 0,9 m mv. Deze verontreinigingsspot is nog niet volledig ingekaderd. De verontreiniging is waarschijnlijk wel te relateren aan zintuiglijke bijmengingen die zijn aangetroffen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend nader bodemonderzoek. Bij dit aanvullend onderzoek zal tevens rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van asbest in de aanwezige puinverharding aan de noordzijde van de (voorlopige) verontreinigingscontour. Er zijn geen verhoogde gehaltes aan PFAS aangetroffen.
Bij herontwikkeling van de locatie (bestemmingswijziging/ functiewijziging naar gevoeliger gebruik) zijn sanerende maatregelen noodzakelijk. Het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden (graven of een andere grondbewerking) ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging is niet toegestaan zonder instemming van het bevoegd gezag.
AM22238-3
Pagina | 21
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM22238-3
aeres milieu
Bijlage 2
AM22238-3
AM22238-3
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM22238-3
Foto 7
Foto 8
aeres milieu
Bijlage 3 Boorprofielen, foto s asbestinspectiegaten en boringen voor nader onderzoek
AM22238-3
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
asbestgat:
01
asbestgat:
02
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168156,65
Y:
0
0
50
50
387250,07 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen beton, donkerbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
X:
168167,62
Y:
0
0
50
50
387242,72 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen beton, sporen glas, donkerbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
asbestgat:
03
asbestgat:
04
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168144,12
Y: 0
0
387231,26 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, Graven
1
50
50
X:
168153,64
Y:
387224,74 erf
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven
1
50
50
asbestgat:
05
asbestgat:
06
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168162,73
Y: 0
0
387218,45 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1
X:
168141,96
0
50
387216,29
0
beton
20
1
50
Y:
Zand matig fijn matig siltig matig humeus, sporen beton, sporen grind, donkerbruin, Graven, % > 20 mm < 1%
30
Zand zeer fijn zwak siltig, geelgrijs, Graven
50
50
asbestgat:
07
asbestgat:
08
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168136,65
Y:
0
0
50
50
100
100
387211,88 puin Volledig puin, sterk zandhoudend, zwak grindhoudend, roodbruin, Graven, % > 20 mm circa 50%
Zand matig fijn zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
X:
168162,12
Y:
0
0
50
50
387211,37 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Graven
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
asbestgat:
09
asbestgat:
10
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168174,47
0
Y:
387198,18
0
weiland Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, brokken baksteen, donkerbruin, Graven, % > 20 mm = 10%
1
X:
168191,83
Y:
387183,92 gras
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Graven, % > 20 mm < 1%
40 50
50
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegeel, Graven, % > 20 mm = 0%
45 50
50
Zand matig fijn zwak siltig, bruinbeige, Graven
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor 75
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, licht oranjegrijs, Edelmanboor 100
100
asbestgat:
11
asbestgat:
12
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168202,30
Y: 0
0
gras Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
45 50
50
Zand matig fijn zwak siltig, bruinbeige, Graven
X:
168126,38
Y:
0
0
50
50
387197,83 puin Volledig puin, sterk zandhoudend, zwak grindhoudend, geelbruin, Graven, % > 20:mm circa 40%
asbestgat:
13
asbestgat:
14
Datum:
15-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168180,65
Y:
0
0
50
50
387181,62 puin Volledig puin, sterk zandhoudend, sterk grindhoudend, roodbruin, Graven, % > 20 mm circa 40%
X:
168179,21
Y:
0
0
50
50
387165,29 erf Volledig puin, sterk zandhoudend, matig asfalthoudend, bruingeel, Graven, % > 20 mm circa 50%
asbestgat:
15
asbestgat:
16
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X: 0
387178,62
168126,74
Y: 0
1 20
387188,28 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen baksteen, sporen wortels, donkerbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
X: 0
168142,12
Y: 0
20
45 50
erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Graven
1
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, grijsgeel, Graven 50
387173,14
50
50
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak betonhoudend, donker geelbruin, Graven, % % > 20 mm circa 5% Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
asbestgat:
17
asbestgat:
18
Datum:
16-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168169,60
0
Y:
387152,05
0
klinker
X:
168126,15
0
8
25
Y:
387163,76
0
klinker
8
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
1
Volledig puin, sterk zandhoudend, geelbruin, Graven 50
50
50
50
asbestgat:
19
asbestgat:
20
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168158,65
Y: 0
0
387165,65 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, donkerbruin, Graven, % > 20 mm = 1%
1
X:
168158,60
Y:
387160,69 erf
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Graven
1 20
Zand matig fijn zwak siltig, zwak betonhoudend, donker geelbruin, Graven, % % > 20 mm circa 3%
40 50
50
Zand matig fijn siltig, neutraal bruingeel, Graven, % > 20 mm = 0%
50
50
asbestgat:
21
asbestgat:
22
Datum:
15-2-2023
Datum:
15-2-2023
X:
168141,75
0
Y:
387147,42
0
klinker
X:
168159,87
0
8
25
Y:
387140,79
0
klinker
8
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
25
Volledig puin, sterk zandhoudend, donkerbruin, Graven 50
50
60
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, donkerbruin, Graven
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen keramiek, donkerbruin, Graven
50
50
Zand matig fijn zwak siltig, sterk roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor
100
100
asbestgat:
23
asbestgat:
24
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168169,92
0
Y:
387145,00
0
klinker
X: 0
8
25
168178,42
Y:
387121,02
0
klinker
8
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven
25
Volledig puin, sterk zandhoudend, neutraalbruin, Graven, % > 20 mm circa 50% 50
50
50
50
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, neutraal geelbeige, Graven, % > 20 mm = 0% Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Graven, % > 20 mm = 20%
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
asbestgat:
25
asbestgat:
26
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168103,78
Y: 0
0
1 20
387154,37 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, donkerbruin, Graven, % > 20; mm circa 1%
X:
168122,33
Y:
387141,31 erf
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, donker grijsbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
1 20
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen plastic, donkerbruin, Graven 50
50
100
100
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
50
50
asbestgat:
27
asbestgat:
28
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168135,58
Y: 0
0
387131,20 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, sporen plastic, donkerbruin, Graven
X:
168117,84
Y:
0
0
50
50
387132,02 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak plastichoudend, donkerbruin, Graven, % > 20 mm circa 1%
30
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Graven 50
50
asbestgat:
29
Datum:
16-2-2023
X:
168125,82
Y:
0
0
50
50
387120,41 erf Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak afvalhoudend, sporen baksteen, donker grijsbruin, Graven, % > 20 mm = 5%
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
Legenda (conform NEN 5104)
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25 grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
AM22238-3
Asbest inspectiegat 1
Asbest inspectiegat 2
Asbest inspectiegat 3
Asbest inspectiegat 4
Asbest inspectiegat 5
Asbest inspectiegat 6
AM22238-3
Asbest inspectiegat 7
Asbest inspectiegat 8
Asbest inspectiegat 9
Asbest inspectiegat 10
Asbest inspectiegat 11
Asbest inspectiegat 12
AM22238-3
Asbest inspectiegat 13
Asbest inspectiegat 14
Asbest inspectiegat 15
Asbest inspectiegat 16
Asbest inspectiegat 17
Asbest inspectiegat 18
AM22238-3
Asbest inspectiegat 19
Asbest inspectiegat 20
Asbest inspectiegat 21
Asbest inspectiegat 22
Asbest inspectiegat 23
Asbest inspectiegat 24
AM22238-3
Asbest inspectiegat 25
Asbest inspectiegat 26
Asbest inspectiegat 27
Asbest inspectiegat 28
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
boring:
101
boring:
102
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168174,87
Y: 0
0
387116,28 tuin Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
X:
168182,18
0
Y:
387116,72
0
klinker
8
Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, licht geelbeige, Edelmanboor
1
1
50
50
50
Zand matig fijn zwak siltig, brokken leem, neutraal geelbeige, Edelmanboor
2
2
100
100
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, grijsoranje, Edelmanboor
100
3
3
150
150
150
150
boring:
103
boring:
104
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168181,28
0
Y:
387125,08
0
klinker
X:
168173,47
0
8
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
1
2
50
Zand matig fijn zwak siltig, sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, bruingrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal beigebruin
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, licht geelbeige, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
50
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, donker beigebruin, Edelmanboor 3
100
100
4
150
Edelmanboor
2
100
100
klinker
8
25
Zand matig fijn zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
3
387124,50
0
1
40
50
Y:
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor 4
150
150
150
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
boring:
105
boring:
106
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168163,83
0
Y:
387138,55
0
klinker
X:
168157,15
Y:
387137,35 tuin
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
8
Zand matig fijn zwak siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
1
1 40
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op ondoordringbare laag
50 2
50
2
90
90
Zand matig fijn zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
100
3
150
150
boring:
107
boring:
108
Datum:
16-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168151,95
Y: 0
0
387142,53 tuin Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak wortelhoudend, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
168163,67
0
Y:
387142,98
0
klinker
8
Zand matig fijn zwak siltig, sporen baksteen, sporen roest, licht grijsgeel, Edelmanboor
1
50
50
X:
Zand matig fijn zwak siltig zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50
2
Zand matig fijn zwak siltig, zwak roesthoudend, licht oranjegrijs, Edelmanboor 2
90
Zand matig fijn zwak siltig, sporen roest, grijsoranje, Edelmanboor
100
100
3
150
3
150
150
150
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3 te Nuenen Projectcode: AM22238-3
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Schaal 1: 25
boring:
109
boring:
110
Datum:
15-2-2023
Datum:
16-2-2023
X:
168158,45
0
Y:
387141,12
0
klinker
X:
168121,10
Y:
387136,31 erf
0
0
Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
8
25
1 50
50
Zand matig fijn zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor Zand matig fijn zwak siltig matig humeus, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen keramiek, donkerbruin, Edelmanboor