BP Herziening Buitengebied Papenvoortse Heide 3 - Bijlage V - Verkennend bodemonderzoek - geanonimiseerd
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Papenvoortse Heide 3 Nuenen
Verkennend bodemonderzoek Papenvoortse Heide 3 Nuenen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22238 : Definitief (versie 1) : 1 november 2022
Opdrachtgever
: Reland Postbus 186 5830 AD Boxmeer
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM22238
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING.............................................................................................................................................................................................................. 4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................. 5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................ 5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................ 6
2.4
Dossieronderzoek .......................................................................................................................................................................................... 6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie......................................................................................................................................................... 8
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie ................................................................................................................................................. 9
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................ 9
2.8
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 14
5.3
Aanvullend onderzoek grondmonsters............................................................................................................................................... 16
5.4
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 18
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 19
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 20
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7a en b 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapporten aanvullende analyses Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Omgevingsrapportage Papenvoortse Heide 3 Nuenen
Pagina | 3 AM22238
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Papenvoortse Heide 3 Nuenen
Gemeente
: Nuenen
Kadastrale registratie
: Nuenen, sectie C, nummers 3900 en 3901
Oppervlakte
: circa 1,6 ha
Huidig gebruik van de locatie
: varkenshouderij en schapen
Toekomstig gebruik
: wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een herontwikkeling van de locatie. De varkenshouderij wordt beëindigd en gesaneerd. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning en er worden vier nieuwe woningen gerealiseerd.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven. Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in september 2022. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM22238
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: de opdrachtgever; het kadaster; topotijdreis.nl; het dinoloket; gemeente Nuenen; omgevingsdienst Zuidoost-Brabant; provincie Noord-Brabant; terreininspectie. In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt in het buitengebied ten oosten van de kern van Nuenen. Kadastraal is de locatie bekend als Nuenen, sectie C, nummers 3900 en 3901. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 168.164 / Y = 387.177. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKViewer)
Pagina | 5 AM22238
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de topografische kaart van 1900 staat de
zijweg hiervan. Het plangebied is nog steeds onbebouwd en in gebruik als bos. De onderzoekslocatie blijft tot circa 1973 onbebouwd. Ook in de directe omgeving is er geen bebouwing tot 1973. Op de kaart uit 1973 is in de zuidoosthoek van de onderzoekslocatie de bestaande woning zichtbaar en een stal. Op de kaart uit 1984 is naast deze stal een tweede stal gerealiseerd. Ook is op deze kaart ten noorden van de locatie een bedrijf met woning zichtbaar, de overige bebouwing in de omgeving neemt eveneens toe. Op de kaart uit 1994 is op de locatie een derde stal zichtbaar, deze situatie komt min of meer overeen met de huidige situatie.
1900
1953
1984 1994 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
1973
2019
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 1 augustus 2022 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Nuenen. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Milieuvergunninginformatie van de locatie is door de gemeente digitaal beschikbaar gesteld. Een samenvatting van de vergunningstukken is opgenomen in tabel 2.1. Er zijn geen bouw- en sloopbouwdossiers beschikbaar gesteld. Pagina | 6 AM22238
Datum
Vergunning
Opmerkingen
13-07-2004
Wet milieubeheer
Vergunning voor het houden van fokzeugen, vleesvarkens, schapen en jongvee. Op de vergunningstekening is inpandig in de meest zuidelijke stal een petroleumkachel weergegeven. Volgens de eigenaar is deze kachel nooit aanwezig geweest.
19-10-2006
Melding art. 8.19 Wet milieubeheer
Wijzigingen: verplaatsen van de spoelplaats en uitbreiding van de mestplaats.
Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
Via de website van de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 9. Van de onderzoekslocatie is geen bodeminformatie (bodemonderzoeken, potentieel bodembedreigende activiteiten etc.) bekend. In de directe omgeving van het plangebied zijn de in tabel 2.2 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderzoek
Samenvatting resultaten
Verkennend onderzoek stortplaatsen;
Dit verkennend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Inventarisatie Voormalige
voormalige stortplaats Nieuwenhof
Stortplaatsen Noord-Brabant. De stortplaats betreft een volgestorte ontgronding. Vermoedelijk
gemeente Nuenen, milieudienst
is voornamelijk bouw- en sloopafval tot een diepte van 1,5 m-maaiveld gestort.
Eindhoven, afdeling Bodem, kenmerk NB/380/003,
De afdeklaag is minimaal ongeveer 60 centimeter dik. Gezien het gebruik als weiland is deze
d.d.: juli 1993 aanzien van de afdeklaag zijn dan ook gering. (noordelijk van de onderzoekslocatie)
Het percolaat van de stortplaats zal voor het grootste deel in het grondwater terecht komen.
gebruik slechts gering. De uitkomst van het verkennend onderzoek stemt overeen met resultaten van onderzoek naar het freatisch grondwater direct ten westen van de stort. Bij dit onderzoek zijn geen direct aan de stort te relateren verontreinigingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek
Aanleiding voor het onderzoek is het lekken van circa 300-400 liter vloeistof bij het verplaatsen
Prinsenweier 9 Nuenen, Tritium Advies,
van een IBC-vat op het terrein. Het voorval heeft plaatsgevonden op 17 november 2021. Uit
kenmerk: 2201/116/TB-off,
informatie van de opdrachtgever blijkt dat de vloeistof vermoedelijk zoutzuur betrof.
d.d.: 7 februari 2022 Direct onder de klinkerverharding bevindt zich een laag zand met daaronder een puinfundering. (zuidelijk van de onderzoekslocatie)
In de meest verdachte laag direct onder de klinkers is een lichte verontreiniging met PCB aangetoond. Er is geen chloride aangetoond in gehalten boven de detectiegrens. De pH-waarde van de zandlaag kan als normaal worden beschouwd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het niet aannemelijk geacht dat er sprake is van bodemverontreiniging (zorgplichtgeval) als gevolg van het voorval.
Evaluatierapport incident- en
Op 17 november 2021 heeft Strukton Milieutechniek een melding ontvangen van een incident
bodemsanering Prinsenweier 9 Nuenen,
ter plaatse van Prinsenweier 9 te Nuenen waarbij een verontreiniging met een chemische stof
Strukton Milieutechniek, Kenmerk:
met een lage pH waarde is ontstaan, vanuit een lekkage aan een IBC. In opdracht van Gemeente
SO301421-72676,
Nuenen, in overleg met Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant, is onder de zorgplicht een
d.d.: 08-02-2022
spoedsanering opgestart en is een milieukundig begeleider opgeroepen om de sanering te begeleiden conform de BRL 6000, protocol 6001.
(zuidelijk van de onderzoekslocatie) Pagina | 7 AM22238
Onderzoek
Samenvatting resultaten De ontgraving heeft plaatsgevonden in de reeds gegraven kuil en het ernaar toe leidende pad. De ontgravingsgrenzen zijn bepaald middels visuele waarnemingen, welke zijn aangetroffen over een oppervlakte van 2,5 bij 2,5 meter tot max 2,0 m-mv. Bij de milieukundige verificatie zijn in totaal zeven verificatiemonsters genomen: 2 putbodemmonsters, 4 putwandmonsters, een referentiemonster. Tevens is een monster van de ontgraven grond genomen.
De ontgraven grond is geanalyseerd op oplosmiddelen, ammonium, pH, het standaard NENpakket en PFAS. Hierbij zijn geen sterk verhoogde gehalten aangetroffen, wel is een licht verhoogd gehalte ammonium en een lage pH (4,1) aangetoond. Ook is een verhoogd gehalte PFAS aangetoond ten onbekende chemische stof is derhalve niet vastgesteld. In overleg met bevoegd gezag (ODZOB) is besloten om de pH-waarden van de overige controlemonsters als triggerparameter te gebruiken om te bepalen of de verontreiniging in zijn geheel is weggenomen. In de overige controlemonsters is geen afwijkende pH aangetoond die te relateren is aan de lekkage van de zure vloeistof (pH<1) in de bodem. Het bevoegd gezag (ODZOB) heeft op 26 november 2021 per mail akkoord gegeven op de uitgevoerde sanering. De verontreinigde grond is afgevoerd naar Theo Pouw te Weert. Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen grootschalige bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op het adres Papenvoortse Heide 10, tegenover de onderzoekslocatie, is een 5.000 liter HBO-tank gesaneerd op 6 juli 1998. Hierbij werden geen verontreinigingen aangetroffen. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei
2,3
en grof zand en een spoor klei, veen en grind 2,3
5,5
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, weinig fijn en midden zand en een
5,5
29,7
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei
spoor veen en grof zand
en grof zand en een spoor klei, veen en grind 29,7
31,5
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
31,5
73,6
Formatie van Sterksel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B51G0535) Pagina | 8 AM22238
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 17,8 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 14,5 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 14 september 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De planlocatie is bebouwd met een bedrijfswoning (Papenvoortse Heide 3) en vier stallen. De bedrijfswoning is gesitueerd in de zuidoosthoek van de onderzoekslocatie. Aan de voorzijde en zuidzijde van het woonhuis ligt een gazon (zie bijlage 2, foto 1 en 2). Noordelijk van de woning ligt een oprit verhard met klinkers (foto 29). Achter de woning, in de zuidwesthoek van de onderzoekslocatie ligt een braakliggend stuk grond waarop schapen en ganzen gehouden worden (foto 3, 4). Achter het woonhuis ligt ook een stal (stal 1). De dakbedekking bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het buitenterrein rondom de stal (oost-, noord- en westzijde) is verhard met klinkers (foto 5, 6, 8). Het gebouw is voorzien van een betonvloer en wordt gebruikt voor de stalling van caravans (foto 7). De naast stal 1 gesitueerde stal (stal 2) wordt deels gebruikt als paardenstal (foto 11). Het dak van de stal bestaat uit asbestverdachte golfplaten (foto 6, 9, 12).
Het buitenterrein rondom de stal is deels verhard met klinkers (oost- en zuidzijde) deels verhard met half-/grindverharding (westzijde) en deels onverhard (noordzijde). De grootste stal op het terrein (stal 3) is nog in gebruik voor het houden van varkens. Het dak van de stal bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het terrein ten zuiden van de stal is onverhard. Het buitenterrein aan de overige zijden bestaat uit half-/grindverharding. De meest noordelijk gelegen stal is in gebruik als schapenstal (foto 16). De stal heeft een betonnen vloer. Het dak bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Langs de noordwestgevel bevindt zich de mestopslag (foto 15). Het buitenterrein aan de zuidzijde bestaat uit een half-/grindverharding. Het terrein aan de oost- en noordzijde is onverhard. De noordwesthoek van de onderzoekslocatie ligt braak (foto 19, 20, 21). Verspreid over dit deel van het terrein liggen enkele asbestverdachte golfplaten en zijn stukjes gebroken golfplaat op het maaiveld aangetroffen. Het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als weiland (foto 18, 23). Langs de noordelijke en oostelijk grens van het weiland ligt een gronddepot met begroeiing/struiken (foto 18, 22, 23, 24).
De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de woning met bedrijfsloods Papenvoortse Heide 3A, aan de oostzijde door de openbare weg Papenvoortse Heide, aan de zuidzijde door een bedrijfsperceel (grondverzetbedrijf) en aan de westzijde door agrarisch bouwland.
2.7
Asbest
Uit de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbesthoudende bouwmaterialen zijn toegepast. De dakbedekking van de stallen/schuren bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Pagina | 9 AM22238
Enkele daken zijn niet voorzien van goten en regenpijpen voor de afvoer van regenwater. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. Daarnaast zijn op het maaiveld in de noordwesthoek van het plangebied asbestverdachte golfplaten en afgebroken stukjes golfplaat aangetroffen en is een deel van de locatie verhard met halfverhardingsmateriaal.
2.8
Bodemkwaliteitskaart
Op de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nuenen (2021) is de locatie voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) en voor de ondergrond (0,5-2,0 m-mv)
buitengebied
landbouw/natuur
overig,
landbouw/natuur Voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, maakt de gemeente gebruik van de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer PFAS van de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant. De gehalten aan PFAS-verbindingen liggen onder de maximale toepassingswaarden voor de bodemfunctie Landbouw/natuur. In de regio komen verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater voor die sterk kunnen fluctueren in plaats en tijd. Bij gehalten die de tussenwaarde of interventiewaarde overschrijden dient per situatie bekeken te worden of sprake kan zijn van een bodemverontreiniging of natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Op basis van de grondwaterkwaliteitskaart heeft de gemeente Nuenen c.a. voor de zware metalen barium, cadmium, nikkel en zink signaalwaarden vastgesteld waarmee beoordeeld kan worden of gemeten grondwaterconcentraties bij bodemonderzoek aansluiten bij de natuurlijke achtergrondkwaliteit van het grondwater op een locatie.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek
verdacht
Vanwege de
bedrijfsmatige activiteiten en erfverhardingen (halfverharding) op de locatie kunnen verhoogde gehalten aan diverse componenten in de grond en grondwater niet uitgesloten worden. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht). Geadviseerd wordt een verkennend onderzoek naar asbest in bodem uit te voeren. Dit onderzoek is vooralsnog niet uitgevoerd.
Pagina | 10 AM22238
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek
Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit
van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is
VED-HE
In principe worden boringen willekeurig
verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.
ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 1,6 ha
23
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 5 3
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 5
3
Tabel 3.1 Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid. 1)
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 drogestof-bepaling 9 zware metalen 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen 7 polychloorbifenylen (PCB) minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit.
9 zware metalen 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen minerale olie
Pagina | 11 AM22238
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 14 september 2022 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn drie boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn geplaatst bij de boorpunten 1, 2 en 3. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,00 0,45
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
2
Diepte boring (m -mv) 5,00
Zand
Zwak baksteenhoudend
3a
1,30
0,00
0,50
Zand
Sporen baksteen
0,50
0,75
Zand
Zwak glashoudend, sporen plastic, matig baksteenhoudend
0,75
1,30
Zand
Sporen baksteen, sporen glas, zwak kolengruishoudend, tempex zwak, gestaakt op ondoordringbare laag
11
0,40
0,00
0,40
--
Zwak puinhoudend, uiterst baksteenhoudend, gestaakt op beton
12
2,00
0,00
0,60
Zand
Zwak baksteenhoudend
14
0,70
0,00
0,70
--
volledig puin
18
0,50
0,15
0,50
--
volledig baksteen, boring gestaakt op harde laag
19
1,40
0,00
0,30
Zand
0,50
0,75
Sterk puinhoudend Zwak baksteenhoudend Pagina | 12
AM22238
Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv) 1,40
Grondsoort
Zand
Waargenomen bijzonderheden Boring gestaakt op harde laag
21
0,50
0,45
0,50
Volledig baksteen, boring gestaakt op harde laag
22
2,00
0,15
0,50
Zand
Zwak baksteenhoudend
23
1,40
0,15
0,50
Zand
Zwak kooldeeltjeshoudend, sporen baksteen
0,50
0,90
Zand
Zwak kooldeeltjeshoudend, sporen baksteen
25
0,60
0,00
0,60
Zand
Sporen baksteen, boring gestaakt op harde laag
27
2,00
0,40
1,10
Zand
Sporen baksteen
29
0,90
0,00
0,50
Zand
Sporen asfalt, sporen baksteen
0,50
0,90
Matig plastichoudend, sporen asfalt, boring gestaakt op harde laag
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn een week na plaatsing op 22 september 2022 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 4,00 5,00
Grondwaterstand (m-mv.) 3,25
pH (-)
Ec (µS/cm)
4,94
1082
Troebelheid (NTU) 17,4
2
4,00
5,00
3,50
6,25
802
26,7
3
3,00
4,00
3,10
5,33
420
204
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten van de pH en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit alle peilbuizen is wel sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Pagina | 13 AM22238
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld.
Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,35)
Standaardpakket incl. lu/os
05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) MM2
0,00 - 0,50
06 (0,00 - 0,20)
Standaardpakket incl. lu/os
09 (0,00 - 0,20) 10 (0,00 - 0,25) 15 (0,00 - 0,50) MM3
0,00 - 0,50
02 (0,00 - 0,45)
Standaardpakket incl. lu/os
12 (0,00 - 0,50) 22 (0,15 - 0,50) 23 (0,15 - 0,50) MM4
0,00 - 0,50
03 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
26 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) MM5
0,00 - 0,50
03a (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
25 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) MM6
0,50 - 1,30
03a (0,50 - 0,75)
Standaardpakket incl. lu/os
03a (1,00 - 1,30) 29 (0,50 - 0,90) MM7
0,50 - 1,00
19 (0,50 - 0,75)
Standaardpakket incl. lu/os
23 (0,50 - 0,90) 27 (0,50 - 1,00) Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket Pagina | 14 AM22238
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing -
MM2
0,00 - 0,50
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM3
0,00 - 0,50
zwak baksteen- en kooldeeltjes-
Zink
180
*
houdend
Minerale olie
750
*
PAK
8,2
*
MM4
0,00 - 0,50
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
MM5
0,00 - 0,50
sporen baksteen en asfalt
Cadmium
0,6
*
Zink
200
*
Minerale olie
570
*
PCB
0,033
*
PAK
54
***
Baksteenhoudend, glashoudend, sporen
Cadmium
0,79
*
asfalt, kolengruis, plasticresten
Lood
58
*
Zink
300
*
Minerale olie
970
*
PCB
0,076
*
PAK
82
***
Baksteenhoudend en kooldeeltjes-
Cadmium
1,7
*
houdend
Koper
79
*
Lood
98
*
Zink
1800
***
Minerale olie
700
*
MM6
MM7
0,50 - 1,30
0,50 - 1,00
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de visueel waargenomen schone mengmonsters van de bovengrond (MM1, MM2 en MM4) geen gehalten gemeten zijn verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Grondmengmonster MM3 (traject 0-0,5 mmv) is licht verhoogd met zink, minerale olie en PAK. Pagina | 15 AM22238
De bovengrond (MM5) en ondergrond (MM6) ter plaatse van de zuidwesthoek van het plangebied is sterk verhoogd met PAK en licht verhoogd met zware metalen, minerale olie en PCB. Grondmengmonster MM7 (traject 0,5
1,0 m-mv) met zintuiglijke bijmengingen aan baksteen en kooldeeltjes is sterk
verhoogd met zink en licht verhoogd met cadmium, koper, lood en minerale olie.
5.3
Aanvullend onderzoek grondmonsters
Naar aanleiding van de aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan PAK in mengmonster MM5 en MM6 en het sterk verhoogde gehalte aan zink in mengmonster MM7 is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om de deelmonsters waaruit de grondmengmonsters zijn samengesteld separaat te analyseren op PAK en/of zware metalen. Op basis van de resultaten zijn tevens drie extra ondergrondmonsters geanalyseerd. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlagen 7a en 7b voor de toetsingstabellen en analyserapporten. (Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
3A-1
0,00 - 0,50
sporen baksteen
Lood
3000
***
25-1
0,00 - 0,50
sporen baksteen
Cadmium
0,78
*
Lood
82
*
Cadmium
0,83
*
Lood
160
*
Zink
500
**
PAK
1700
***
--
-
-
Uitsplitsing MM5
29-1
0,00 - 0,50
sporen baksteen en asfaltresten
Uitsplitsing MM6 3A-2
0,50 - 0,75
matig baksteenhoudend, sporen glas-
3A-4
1,00 - 1,30
zwak kolengruishoudend, sporen
Cadmium
2,2
*
baksteen en glas en tempexresten
Zink
180
*
PAK
8,5
*
Cadmium
0,99
*
Lood
280
*
Zink
590
**
PAK
280
***
en plasticresten
29-2
0,50 - 0,90
matig plastichoudend, sporen asfalt
Uitsplitsing MM7 19-3
0,50 - 0,75
zwak baksteenhoudend
Cadmium
3,3
*
23-2
0,50 - 0,90
zwak kooldeeltjes, sporen baksteen
Koper
110
*
Lood
91
*
Zink
660
** Pagina | 16
AM22238
(Meng)monster 27-3
Traject (m -mv) 0,50 - 1,00
Zintuiglijke waarnemingen sporen baksteen
Verhoogde component Cadmium
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 1,7 *
Koper
230
***
Nikkel
50
*
Lood
220
*
Zink
5500
***
Aanvullende analyses - verticale afperking 23-3
0,9
1,4
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
27-4
1,1
1,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
27-5
1,5
2,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
--
-
-
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten aanvullende analyses grondmonsters
Uit de analyseresultaten van de uitsplitsing en de aanvullende analyses blijkt dat de bovengrond van boring 3A (traject 0-0,5 m-mv) sterk verhoogd is met lood. In het onderliggende traject van 0,5 tot 0,75 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het diepere traject van 1,0 tot 1,3 m-mv ter plaatse van boring 3A is licht verhoogd met cadmium, zink en PAK. De bovengrond van boring 29 (traject 0-0,5 m-mv) sterk verhoogd met PAK en licht verhoogd met cadmium, lood en zink. Het onderliggende traject van 0,5 tot 0,9 m-mv is sterk verhoogd met PAK, matig verhoogd met zink en licht verhoogd met cadmium en lood. Ter plaatse van boring 23 zijn in het bodemtraject van 0,5 tot 0,9 m-mv een matig verhoogd gehalte aan zink en licht verhoogde gehalten aan koper en lood aangetoond. In het onderliggende bodemtraject van 0,9 tot 1,4 m-mv zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De ondergrond van boring 27 (traject 0,5-1,0 m-mv) is sterk verhoogd met koper en zink en licht verhoogd met cadmium, nikkel en lood. In de diepere trajecten (1,1-1,5 m-mv en 1,5-2,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de overige geanalyseerde separate grondmonsters (25-1 en 19-3) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond.
De aangetoonde verhoogde gehalten zijn mogelijk deels te relateren aan de aangetroffen zintuiglijk bijmengingen in de bovengrond en ondergrond. Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Pagina | 17 AM22238
Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben.
gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar). PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
5.4
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabellen en het analyserapport.
Peilbuis 1
2
3
Filtertraject [m-mv] 4,00 5,00
4,00
3,00
5,00
4,00
Grondwaterstand [m-mv.] 3,25
3,50
3,10
Verhoogde component Barium
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 120 *
Cadmium
1,6
*
Kobalt
36
*
Zink
540
**
Xylenen
0,66
*
Naftaleen
0,05
*
Barium
100
*
Xylenen
0,69
*
Cadmium
0,68
*
Xylenen
0,33
*
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 1 matig verhoogd is met zink en licht verhoogd is met barium, cadmium, kobalt, xylenen en naftaleen. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 2 is licht verhoogd met barium en xylenen. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 3 is licht verhoogd met cadmium en xylenen. Pagina | 18 AM22238
De aangetroffen verhoogde gehalten aan zware metalen zijn te relateren aan de regionaal verhoogde achtergrondwaarden. Het grondwater in de regio is ten gevolge van de zinkassen-problematiek in lichte tot sterke mate diffuus verontreinigd met zware metalen. De licht verhoogde gehalten aan xylenen en naftaleen worden waarschijnlijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd. Op de locatie zijn geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten. Ten aanzien van de zinkassen gerelateerde verontreinigingen van het grondwater met cadmium en zink in De Kempen is door het projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen, een voormalig projectbureau van de Provincies Noord-Brabant
en
Limburg,
een
gebiedsgericht
grondwaterbeheerplan
opgesteld.
Binnen
het
gebiedsgericht
grondwaterbeheerplan De Kempen is de aanpak beperkt tot verontreinigingen met cadmium en zink. De reden hiervoor is dat deze stoffen gecorreleerd zijn aan de regionale zinkassen-problematiek en veelvuldig in verhoogde gehalten worden aangetroffen. De gemeente Nuenen c.a. sluit aan bij deze aanpak voor de metalen waarvoor een signaalwaarde is vastgesteld. Het matig verhoogde aan zink in het grondwater uit peilbuis 1 ligt ruim beneden de vastgestelde signaalwaarde (1700 µg/l). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de gemeten concentraties niet noodzakelijk.
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de aangetoonde verontreinigingen in de grond en het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. De aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de grond geven aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
Pagina | 19 AM22238
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn behoudens de asbestverdachte daken en aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bronnen voor verontreiniging. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk in het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond bijmengingen met onder meer baksteen, koolresten, asfalt en plastic waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond en ondergrond licht tot plaatselijk sterk verhoogd is met zware metalen en PAK en licht verhoogd is met minerale olie en PCB. Het freatisch grondwater is (plaatselijk) matig verhoogd met zink en licht verhoogd met overige zware metalen en xylenen en naftaleen. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt momenteel een belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De resultaten van dit bodemonderzoek geven voor wat betreft de plaatselijk aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond en ondergrond aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht). In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond.
Geadviseerd wordt een verkennend onderzoek naar asbest in bodem uit te voeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 20 AM22238
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM22238
aeres milieu
Bijlage 2
AM22238
AM22238
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM22238
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM22238
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM22238
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
AM22238
Foto 25
Foto 26
Foto 27
Foto 28
Foto 29
Foto 30
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
AM22238
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen
AM22238
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0 1
35
2
50
50
3
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
100 4
02 0
0 1
45
50
braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 100 3 140
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
5 200
200
215
Leem, sterk zandig, sporen roest, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
4 200
300
350
350
400
400
450
450
500
Boring:
400
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal witgrijs, Zuigerboor handmatig
500
Boring: 0
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
03a 0
0
50
50 2 90
3
Zand, matig fijn, matig siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
4 200
100 4 130
150
150
75
3 Zand, matig fijn, matig siltig, grijsoranje, Edelmanboor
100
200 210
braak Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1
2
Leem, sterk zandig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
500
03
0
240 250
250
300
500
Zand, matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
150
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak glashoudend, sporen plastic, matig baksteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, sporen glas, zwak kolengruishoudend, Edelmanboor, Tempex zwak, zie foto boring 9 archeologie, gestaakt op ondoordringbare laag
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigeoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
250 280
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor
300
350
350
400
400
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor handmatig
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectcode: AM22238
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
04
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring: 1 2
50
Boring:
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, oranjebeige, Edelmanboor
07 0
0
50
50
Boring: 0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
09 0
0
1
20
2 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
08
0
50
50
braak
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: 20
50
0
0
06 0
0
05
50
50 3
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100 4 150 5 180
6
200
Boring:
10
Boring: 0
0 1 2 50
25
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht geelgrijs, Edelmanboor
11 0
0 1
40
braak Zwak puinhoudend, sporen grind, uiterst baksteenhoudend, sterk zandhoudend, Edelmanboor, Gestaakt op beton
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectcode: AM22238
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
12
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
60
13 0
0
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
2 100 3 150 4 200
200
Boring:
14
Boring: 0
0
puin Volledig puin, matig zandhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
15 0
0
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 70
Boring:
16
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring:
50
50
1 50
klinker
Volledig baksteen, sterk zandhoudend, bruinrood, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
19
0
0
braak
30
Sterk puinhoudend, matig zandhoudend, bruingrijs, Graven
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor 50
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: 0 8 15
50
0
0
18
0
17
2 3 4
100
50
75
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, grijsbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5 140
Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectcode: AM22238
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
20
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring:
1 50
2 80
100
45 50
50
klinker
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
3
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
4
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjegeel, Edelmanboor
Volledig baksteen, blauwrood, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
23 0 8 15
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
klinker Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
1
Boring: 0 8 15
50
0 8
0
22
0
21
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
90
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak kooldeeltjes houdend, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
140
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak kooldeeltjes houdend, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50
klinker
2 100 3
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjegrijs, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
24
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Boring:
50
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
60
27 0 8
0 1
40
50
2
100
klinker Zand, matig fijn, matig siltig, geelbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor
3 110
Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor
4 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
5 200
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
1
Boring: 0
50
0
0
26
0
25
200
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectcode: AM22238
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
28
Boring: 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50
29
0
0
braak
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen asfalt, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50 2 90
Boring:
30
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
braak
50
31 0
0
tuin Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig plastichoudend, sporen asfalt, neutraalbruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
50
Projectnaam: Papenvoortse Heide 3, Nuenen Projectcode: AM22238
Opdrachtgever: Reland
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM22238
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen.
Projectnummer
AM22238
Onderzoekslocatie
Papenvoortse Heide 3 te Nuenen
Opdrachtgever
Reland
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001
14-09-2022 Dhr. H van den Tillaar en Dhr. L. Koomen
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
22-09-2022 Dhr. H. van den Tillaar
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s)
AM22238
Uw Project
Papenvoortse Heide 3, Nuenen (AM22238)
Certificaat
2022144670
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
23 September 2022 15:44
Analyse
Eenheid
MM1 G.W.
G.S.S.D
Index
RG
>AW
T
I
920
Oordeel
Bodemtype correctie 3.3 Organische stof volgens gloeiverlies methode
3.0
Voorbehandeling Cryogeen malen
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
89.6
90
Organische stof
% (m/m) ds
3.0
3
Gloeirest
% (m/m) ds
97
% (m/m) ds
3.3
@
3.3
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
<20
47
@
20
190
555
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
0.20
0.32
-
0.2
0.6
6.8
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
6.5
-
3
15
103
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
12
23
-
5
40
115
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
<0.050
0.049
-
0.05
0.15
18.1
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.1
-
1.5
1.5
95.8
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
<4.0
7.4
-
4
35
67.5
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
19
29
-
10
50
290
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
42
91
-
20
140
430
720
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
7
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
<5.0
12
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
<5.0
12
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
11
37
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
7.9
26
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
<6.0
14
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
<35
82
-
35
190
2600
5000
PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 138
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 153
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0049
0.016
-
0.007
0.02
0.51
1
Naftaleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fenanthreen
mg/kg DS
0.060
0.06
Anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
-
0.35
1.5
20.8
40
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
Fluorantheen
mg/kg DS
0.15
0.15
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
0.073
0.073
Chryseen
mg/kg DS
0.099
0.099
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
0.072
0.072
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
0.059
0.059
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
0.073
0.073
PAK 10 VROM factor 0.7
mg/kg DS
0.69
0.69
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
12986683
MM1
14-09-2022
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
>AW
Streefwaarde/aw2000
T
Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 1 of 7
Uw Project
Papenvoortse Heide 3, Nuenen (AM22238)
Certificaat
2022144670
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
23 September 2022 15:44
Analyse
Eenheid
MM2 G.W.
G.S.S.D
Index
RG
>AW
T
I
920
Oordeel
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
<2.0
Organische stof volgens gloeiverlies methode
3.0
Voorbehandeling Cryogeen malen
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
89.1
89
Organische stof
% (m/m) ds
3.0
3
Gloeirest
% (m/m) ds
97
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
@
1.4
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
<20
54
@
20
190
555
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
<0.20
0.23
-
0.2
0.6
6.8
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
7.4
-
3
15
103
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
11
22
-
5
40
115
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
<0.050
0.05
-
0.05
0.15
18.1
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.1
-
1.5
1.5
95.8
190
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
<4.0
8.2
-
4
35
67.5
100
Lood (Pb)
mg/kg DS
11
17
-
10
50
290
530
Zink (Zn)
mg/kg DS
29
67
-
20
140
430
720
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg DS
<3.0
7
@
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg DS
<5.0
12
@
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg DS
<5.0
12
@
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg DS
<11
26
@
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg DS
<5.0
12
@
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg DS
<6.0
14
@
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg DS
<35
82
-
35
190
2600
5000
PCB 28
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 52
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 101
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 118
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 138
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 153
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB 180
mg/kg DS
<0.0010
0.0023
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg DS
0.0049
0.016
-
0.007
0.02
0.51
1
Naftaleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fenanthreen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Fluorantheen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(a)anthraceen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Chryseen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(a)pyreen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg DS
<0.050
0.035
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg DS
<0.050
0.035
PAK 10 VROM factor 0.7
mg/kg DS
0.35
0.35
-
0.35
1.5
20.8
40
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
Datum Monstername
Eindoordeel
12986684
MM2
14-09-2022
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Legenda #
Aangenomen waarde
G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
RG
< streefwaarde/aw2000 of RG
>AW
Streefwaarde/aw2000
T
Tussenwaarde (T)
I
> Interventiewaarde (I)
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Page 2 of 7
Uw Project
Papenvoortse Heide 3, Nuenen (AM22238)
Certificaat
2022144670
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
BoToVa Default
Toetsingsdatum
23 September 2022 15:44
Analyse
Eenheid G.W.
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
3.1
Organische stof volgens gloeiverlies methode
1.7
Voorbehandeling Cryogeen malen
MM3 G.S.S.D
Index
RG
>AW
T
I
920
Oordeel
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
87.9
88
Organische stof
% (m/m) ds
1.7
1.7
Gloeirest
% (m/m) ds
98
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.1
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
28
95
@
20
190
555
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
<0.20
0.24
-
0.2
0.6
6.8
13
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
6.6
-
3
15
103
190
Koper (Cu)
mg/kg DS
12
24
-
5
40
115
190
Kwik (Hg)
mg/kg DS
<0.050
0.049
-
0.05
0.15
18.1
36
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.1
-
1.5
1.5
95.8