BP herziening Buitengebied, Nieuwe Dijk 1 en 1b - Bijlagen bij toelichting - Bijlage 4 Ecologische Quickscan + addendum
Tekst van het document
Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
27
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790 •
Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl).
Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
7. BRONNEN
Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.waarneming.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl
Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
29
ADDENDUM OP ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Nieuwe Dijk 1 Nuenen Rapportnummer: 2023-BE-0790a In opdracht van: R&S Advies Langegracht 4b 5091 SJ Middelbeers
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0790a Opdrachtgever R&S Advies Contactpersoon De heer C. Spapens Locatie Nieuwe Dijk 1 Nuenen Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal Opleverdatum 8 december 2023
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4
2.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 5 2.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 5 2.2 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 6
3.
VELDBEZOEK ................................................................................................................. 7 3.1 Veldonderzoek ...................................................................................................................... 7 3.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................... 7
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ................................................................................ 9
5.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 17 5.1 Resultaten ........................................................................................................................... 17 5.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 17
6.
BRONNEN ................................................................................................................... 18
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om het weiland ten noorden van de voorgenomen plannen op de Nieuwe Dijk 1 te Nuenen landschappelijk in te passen als kruidenrijk grasland Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Door Brabant Eco is hiervoor een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd met rapportnummer 2023-BE0790 d.d. 26 november 2023. Dit voorliggend rapport geeft een aanvulling op dit rapport. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Met de realisatie van deze landschappelijke inpassing op het weiland zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Het weiland is op dit moment bemest en begroeid met enkele algemene plantensoorten, waaronder Engels raaigras, brandnetel, paarse dovennetel en paardenbloem.
Met de voorgenomen landschappelijke inpassing zal het leefgebied van de genoemde soorten verbeteren. Wel dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van eventuele weidevogels. Nader onderzoek is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Freek Rovers Brabant Eco December 2023
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever R&S Advies is het voornemen om op de planlocatie Nieuwe Dijk 1 te Nuenen de veldschuur en voormalige varkensstal te slopen tot 150m2 (bijgebouw). Daarna zal een nieuwe loods van 500m2 gerealiseerd worden. De bestemming agrarisch met waarden wordt gewijzigd naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van een hoveniersbedrijf. Hierbij vindt ook een landschappelijke inpassing plaats in de vorm van het omzetten van een weiland naar een kruidenrijk grasland. Aanvullend op de originele quickscan van 26 november met het rapportnummer 2023-BE-0790 is dit addendum opgesteld
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
2. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Nieuwe Dijk 1, ten noordwesten van de kern van Nuenen, in gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten is een gemeente in de provincie Noord-Brabant met 23.827 inwoners en een oppervlakte van 33,94 m2. Nuenen is de grootste plaats van de gemeente, gelegen tussen Helmond en Eindhoven. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Nuenen, ten oosten van Nederwetten en ten westen van Gerwen. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven, burgerwoningen, agrarische bedrijven, akkerbouwland en weilanden. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Nuenen
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit een weiland. Het invloedsgebied bestaat vooral uit agrarische percelen richting het zuiden en het oosten. Direct naar het noord en westen staat een bosperceel. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in de directe omgeving globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
Globaal omlijnde planlocatie in blauw, sloop- en bouwlocatie in rood. Bron: Google Earth.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling De opdrachtgever heeft het perceel ten noorden van de voorgenomen plannen gereserveerd voor de landschappelijke inpassing. Het bestaande weiland zal worden omgezet naar een kruidenrijk grasland.
Aangekochte perceel voor de ontwikkeling van een parkeerplaats en eventuele fietsenschuur. Bron: R&S Advies
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
3. VELDBEZOEK
3.1 Veldonderzoek Op donderdag 7 december 2023 in de voormiddag heeft ecoloog Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het aanvullende veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren licht bewolkt met een zuidoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 6 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
3.2 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit een weiland dat is begroeid met Engels raaigras. Op de randen van het weiland staan enkele algemene kruiden die bestendig zijn tegen regelmatige verstoring. Op het moment van veldbezoek stond er met name brandnetel, paarse dovennetel en de wortelrozetten van paardenbloem. Op de noord- en westgrens van het plangebied staat de bosrand van het naastgelegen bosgebied. Deze bosrand bestaat voornamelijk uit boswilg, es en witte wilg. Dit zijn boomsoorten die een sterke voorkeur hebben voor vochtige gronden.
Overzicht grasland
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
Overzicht grasland
Overzicht bosrand
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
4.1 Flora Volgens de NDFF is er de laatste vijf jaar 1 beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze plant staat op de rode lijst en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort Drijvende waterweegbree
Afstand plangebied 0-2 km
Habitat helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water
De sloot in het plangebied ligt direct naast een bemest en begraasd grasland. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn agrarische percelen aanwezig. Hierdoor is het zeer waarschijnlijk dat het water in de sloot overmatig voedselrijk is voor de drijvende waterweegbree. Conclusie De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten.
4.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 13 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 5 vleermuissoorten, 4 marterachtigen en 4 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis
Afstand plangebied 0-2 km
Habitat en bescherming
0-2 km
Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd
0-2 km
Vooral bebouwing, strikt beschermd
0-2 km 0-2 km
Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Vooral bebouwing, strikt beschermd
9
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. De bomen in de bosrand met geschikte stamdiameter zijn onderzocht op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen gedaan. De bosrand zou wel kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. De bosrand blijft behouden en deze mogelijke vliegroute dus ook. Met het aanplanten van het kruidenrijk grasland zal de biodiversiteit en totaal aantal insecten op het grasland toenemen. Hiermee nemen de foerageermogelijkheden voor vleermuizen ook toe. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank.
De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Das Steenmarter Wezel
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd
De ruigte in de bosrand zou schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel. Doordat de bestaande bosrand en verdere vegetatie rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van marterachtigen. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort
Bescherming
Bever Eekhoorn
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km
Waterspitsmuis Wolf
0-2 km 0-2 km
Beschermd Beschermd
Beschermd Beschermd
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever, de waterspitsmuis of de wolf. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in de bomen op de rand van het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Met de gegevens verkregen vanuit de NDFF en het gedane veldbezoek kan de volgende conclusie worden getrokken over de aanwezigheid van beschermde soorten zoogdieren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen op het weiland zelf is met zekerheid uit te sluiten. Ook de aantasting van lijnvormige structuren ter oriëntatie is uit te sluiten. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor vaste rust- of verblijfplaatsen voor marterachtigen. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. De aanwezigheid van overige beschermde zoogdiersoorten is tevens uit te sluiten. Er ontbreekt geschikt habitat voor deze soorten binnen het plangebied.
4.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend
11
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 Wespendief
0-2 km
4, boom bewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust - en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Roek Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. Er is slechts een enkel nest waargenomen in de bosrand. Een roekenkolonie kan worden uitgesloten. Ransuil De ransuil komt tegenwoordig voornamelijk voor in kleine bosjes in agrarisch cultuurland en minder in grotere aaneengesloten bossen. Hij bouwt geen eigen nest, maar gebruikt een oud nest van een andere soort, bij voorkeur ekster of zwarte kraai, maar ook de oude nesten van houtduiven en buizerds worden gebruikt. De ransuil heeft geen voorkeur tussen loof- en naaldbomen. Twee van de grootste predatoren van de ransuil zijn de havik en de buizerd. De nesten van deze soorten zullen zelden in de buurt van elkaar voorkomen. In het plangebied is een oud nest van de zwarte kraai waargenomen en het bosje ligt in agrarisch cultuurland, waardoor dit een geschikt habitat kan zijn voor een nestelende ransuil.
Het bos blijft behouden en de foerageermogelijkheden voor de ransuil zullen naar verwachting alleen maar toenemen met het omzetten van een weiland naar een kruidenrijk grasland.
Oud nest van een zwarte kraai
Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Er zijn geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen in de bosrand. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Gierzwaluw, huismus, kerkuil, steenuil, ooievaar en grote gele kwikstaart Geen van de biotopen van deze vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Er is geen bebouwing aanwezig waarvan met name de gierzwaluw, huismus en kerkuil van afhankelijk zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel weiland aanwezig waarin weidevogels broedgelegenheid vinden. In de directe en wijdere omgeving blijven voldoende alternatieve broedgelegenheden bestaan. Ook zal het kruidenrijk grasland zelf geschikt zijn voor weidevogels. Zodoende zal de ingreep geen negatief effect hebben op weidevogels. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden.
Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. Conclusie Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. De bosrand blijft behouden en het weiland zal worden omgezet naar een kruidenrijk grasland waar weidevogels in de toekomst kunnen blijven nestelen. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. Wel dienen de werkzaamheden plaats te vinden buiten het broedseizoen. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
4.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Heikikker Kamsalamander Levendbarende hagedis Poelkikker Rugstreeppad
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km
Soortgroep en bescherming
0-2 km
Reptielen, beschermd
0-2 km 0-2 km
Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd
Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd
Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en met juni waargenomen met een piek in april en de eerste heft van mei. Daarna nemen het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. De Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. Alpenwatersalamanders mijden agrarische cultuurgronden en zullen niet voorkomen op het weiland. Kamsalamander Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren, in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen, vijvers, matig voedselrijke vennen en in leemputten. Ook de kamsalamander zal niet voorkomen op het weiland. Levendbarende hagedis Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat voor de levendbarende hagedis. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen.
De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Het habitat van de levendbarende hagedis zal verbeteren ten gevolge van de omzetting naar een kruidenrijk grasland. Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Buiten de voortplanting zijn poelkikkers minder gebonden aan water en brengen ze de rest van het seizoen door op het land. Overwintering vindt gewoonlijk plaats op het land. Vanwege de omliggende akkers zal in de buurt aanwezig oppervlakte water niet voedselarm zijn, waardoor de poelkikker hier niet voor zal komen.
Rugstreeppad Zoals de meeste amfibieën is ook de rugstreeppad een uitgesproken nachtbraker. Pas tijdens het invallen van de schemering komt hij tevoorschijn om op open plekken te gaan jagen. Soms is 's nachts te zien dat ze op zandpaden hun typische korte sprintjes trekken. De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting. Zo rond half april trekt hij vanuit zijn overwinteringslocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater. Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes, al zittende in het ondiepe water, hun luide roep weerklinken. Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan. De rugstreeppad is een zeer slechte zwemmer. Hij zoekt altijd een plek op in het water, waar hij op de bodem kan zitten, terwijl zijn kwaakblaas net boven het wateroppervlak uitkomt. Op dergelijke plaatsen worden ook de eieren afgezet. De rugstreeppad kent een zeer lang voortplantingsseizoen dat sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden. Bepaalde amfibieën zoals de alpenwatersalamander, gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker zouden mogelijk voor kunnen komen in landfase. Hoewel sommige van deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant.
Het voorkomen van alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker in het plangebied is uitgesloten vanwege de intensief bewerkte en bemeste directe omgeving. De waargenomen levendbarende hagedis komt volgens RAVON komt met name voor in heide, veengebieden, bossen en struweel. Het ontbreekt in het plangebied aan geschikt habitat voor reptielen zodat het voorkomen ervan is uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 Om vestiging van de pionierssoort rugstreeppad binnen het plangebied te voorkomen, dient het ontstaan van poeltjes of plassen binnen het plangebied in het voortplantingsseizoen (april-september) van de rugstreeppad te worden voorkomen. Een andere optie is (wanneer het plangebied in de huidige situatie nog niet geschikt was) het afzetten van het plangebied met een amfibieënscherm. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 3 libellensoorten, 7 dagvlindersoorten en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort
Soortgroep en habitat
Bosbeekjuffer
Afstand plangebied 0-2 km
Gentiaanblauwtje
0-2 km
Dagvlinder, natte heide, vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden, waardplant: Klokjesgentiaan
Gevlekte glanslibel
0-2 km
Gevlekte witsnuitlibel
0-2 km
Grote vos
0-2 km
Grote weerschijnvlinder
0-2 km
Libellen, sterk verlande vennen, petgaten en in moerasbossen. Mogelijk ook vegetatierijke sloten Libellen, laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg
Iepenpage
0-2 km
Kleine ijsvogelvlinder
0-2 km
Kommavlinder
0-2 km
Dagvlinder, droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide. Waardplant: kleine polletjes van schapengras, zwenkgrassen, buntgras en struisgras
Spiegeldikkopje
0-2 km
Dagvlinder, vochtige ruigten langs bospaden en bosranden, open bossen en hoogvenen, waardplant: hennegras, pijpenstrootje, boskortsteel, riet
Teunisbloempijlstaart
2 km
Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart
Libellen, bosbeken
Dagvlinder, Iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen, waardplant: diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars Dagvlinder, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wild kamperfoelie
Met het omzetten van het weiland naar een kruidenrijk grasland zal het habtitat van de bovenstaande soorten verbeteren. In de huidige situatie zijn geen van de waardplanten van deze beschermde soorten aanwezig op het weiland. Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790 Conclusie Amfibieën, reptielen en vissen zullen niet verstoord worden ten gevolge van de werkzaamheden. Vanwege de nabijgelegen agrarische percelen ontbreekt het aan de geschikte habitattypes voor reptielen en amfibieën in de landfase. Er worden geen waterstructuren aangetast ten gevolge van het inzaaien van een kruidenrijk grasland. In het plangebied is een geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen aanwezig. Dit leefgebied zal niet worden aangetast ten gevolge van de landschappelijke inpassing. Voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. De in de omgeving staande waardplanten blijven allemaal behouden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
5. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
5.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen leefgebied van beschermde flora en fauna wordt geschaad ten gevolge van het inzaaien van een kruidenrijk grasland. Met de realisatie van deze landschappelijke inpassing op het weiland zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Het weiland is op dit moment bemest en begroeid met enkele algemene plantensoorten, waaronder Engels raaigras, brandnetel, paarse dovennetel en paardenbloem. Met de voorgenomen landschappelijke inpassing zal het leefgebied van de genoemde soorten verbeteren. Wel dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van eventuele weidevogels.
5.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien door een ecologisch deskundige is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd.
o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Addendum Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen BE-0790
6. BRONNEN
Websites www.kaartbankbrabant.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.natuurmonumenten.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl
Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Natuur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Nieuwe Dijk 1 Nuenen Rapportnummer: 2023-BE-0790 In opdracht van: R&S Advies Langegracht 4b 5091 SJ Middelbeers
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0790 Opdrachtgever R&S Advies Contactpersoon De heer C. Spapens Locatie Nieuwe Dijk 1 Nuenen Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal Opleverdatum 26 november 2023
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 8 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 8
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 13 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 13 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 14 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 14
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 16 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 16 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 17 5.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 25
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 27 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 27 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 27
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 29
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de planlocatie Nieuwe Dijk 1 te Nuenen te wijzigen. De veldschuur en voormalige varkensstal zullen gesloopt worden tot 150m2 (bijgebouw). Daarna zal een nieuwe loods van 500m2 gerealiseerd worden. De bestemming agrarisch met waarden wordt gewijzigd naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van een hoveniersbedrijf. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied.
De stal en loods zijn beide afgesloten met muurplaten en de golfplaten daken zijn afgesloten met bouwschuim. De woonboerderij met tuin blijft behouden. De eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden met een Aerius berekening. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco November 2023
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever R&S Advies is het voornemen om op de planlocatie Nieuwe Dijk 1 te Nuenen de veldschuur en voormalige varkensstal te slopen tot 150m2 (bijgebouw). Daarna zal een nieuwe loods van 500m2 gerealiseerd worden. De bestemming agrarisch met waarden wordt gewijzigd naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van een hoveniersbedrijf. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
1.5 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Nieuwe Dijk 1 Nuenen, BE-0790 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.