BP Beekstraat 48, uitbreiding manege Hooidonk - Toelichting - Bijlage 4a Stikstofdepositieonderzoek
Tekst van het document
Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48
Gemeente Nuenen
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2-4 5671 CC Nuenen
Locatie:
Beekstraat 48, 5673NA Nuenen
Kenmerk:
BCO100176
Datum:
09-10-2023
2 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
Inhoudsopgave Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4
2.
Beleidskader ........................................................................................................................ 5 2.1 2.2
3.
Wet Natuurbescherming .......................................................................................................................... 5 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ............................................................................................ 5
Situatiebeschrijving ............................................................................................................. 7 3.1 3.2 3.3
Ligging van de locatie ............................................................................................................................... 7 Huidige situatie ......................................................................................................................................... 7 Beoogde situatie ....................................................................................................................................... 7
4.
Wijze van meten .................................................................................................................. 8
5.
Uitgangspunten ................................................................................................................... 9 5.1
Emissiebronnen bouwfase ....................................................................................................................... 9
6.
Conclusie ........................................................................................................................... 11
7.
Bijlagen .............................................................................................................................. 12
3 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
1. Inleiding De wijziging van een plangebied kan leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. In dit rapport worden de stikstofemissies en stikstofdeposities tijdens de bouwfase inzichtelijk gemaakt voor de beoogde situatie aan Beekstraat 48 te Nuenen. Tevens wordt er getoetst of er sprake is van (een toename) stikstofdepositie op de omliggende beschermde gebieden en of er wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven en toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ligging van de locatie, de huidige en de beoogde situatie. In hoofdstuk 4 wordt de wijze van meten toegelicht, hoofdstuk 5 geeft de uitgangspunten weer en hoofdstuk 6 omschrijft de conclusie.
4 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
2. Beleidskader De bescherming van natuurgebieden en de samenhangende stikstofreductie wordt geregeld in twee wetten, de Wet Natuurbescherming en de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering. Navolgend worden beide wetten toegelicht.
2.1 Wet Natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in wering getreden. In de Wnb zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. De bescherming van Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld vanaf een bepaalde referentiedatum. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wnb wordt aangevraagd. Er zijn verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen.
Wanneer er vanuit een bedrijf stikstof neer slaat op een Natura 2000-gebied (hierna te noemen: stikstofdepositie) kan dit een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Dat er vanuit een bedrijf stikstof neerslaat op Natura 2000-gebieden hoeft niet automatisch te betekenen dat er een vergunning in het kader van de Wnb nodig is. Uit de uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 blijkt dat bij intern salderen geen vergunningplicht in het kader van de Wnb geldt. Bij intern salderen leidt de wijziging of uitbreiding van een activiteit niet tot een toename in stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de geldende natuurvergunning, of bij het ontbreken daarvan, de milieuvergunning waarover het bedrijf beschikte vóórdat de Vogel- of Habitatrichtlijn van toepassing werd op betrokken natuurgebieden Daarom kunnen significante gevolgen worden uitgesloten en is er geen natuurvergunning meer nodig. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een Kamerbrief van 22 februari 2021 aangegeven dat een AERIUS-berekening bepalend is om vast te stellen of bij een wijziging of uitbreiding van een activiteit sprake is van intern salderen.
Wanneer op het moment van realisatie van de bedrijfswijziging middels het rekenprogramma AERIUS Calculator kan worden aangetoond dat er sprake is van intern salderen, is er voor de bedrijfswijziging geen vergunning in het kader van de Wnb benodigd.
2.2 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 Juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: ▪ in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000gebieden een gezond stikstofniveau hebben; ▪ in 2030 moet minimaal de helft van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; ▪ en in 2035 moet minimaal 74% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. De wet maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkte de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De vrijstelling gold voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt waren. De vrijstelling gold niet voor de gebruiksfase van wat werd gebouwd of aangelegd.
5 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
Op 2 november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zogeheten Porthos-zaak waaruit volgt dat de bouwvrijstelling in strijd is met het Europees natuurbeschermingsrecht. Met de bouwvrijstelling hoefde de stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopfase van projecten niet mee te tellen bij de vergunningsaanvraag en werd er alleen gekeken naar de stikstofuitstoot in de gebruiksfase van bijvoorbeeld een nieuwe woning. Het vervallen van de bouwvrijstelling zorgt ervoor dat bij alle lopende en toekomstige vergunningsaanvragen nu eerst moet worden berekend wat de stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg-, en sloopfase is, om aan te tonen dat er geen schade wordt aangericht aan de nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Stikstofuitstoot vindt plaats door onder meer de inzet van mobiele werktuigen en transport op fossiele brandstoffen. Reeds verleende bouwvergunningen waarbij gebruik is gemaakt van de bouwvrijstelling zijn onherroepelijk en kunnen niet zomaar worden ingetrokken.
6 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
3. Situatiebeschrijving In navolgende paragraaf wordt de ligging van de locatie, de huidige en de beoogde situatie van de locatie toegelicht.
3.1 Ligging van de locatie De locatie is gelegen aan de Beekstraat 48 te Nuenen. De locatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden zijn: ▪ Strabrechtse Heide & Beuven op een afstand van circa 5.900 meter; ▪ Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux op een afstand van circa 8.000 meter; Navolgende afbeelding geeft de ligging van de locatie weer ten opzichte van de omliggende Natura 2000gebieden.
Afbeelding 1: Omliggende Natura-2000 gebieden Beekstraat 48 te Nuenen (Bron: Aerius)
3.2 Huidige situatie Aan de Beekstraat 48 wordt door initiatiefnemer een manege geëxploiteerd. Ten behoeve van de bedrijfsvoering zijn er op het zuidelijk deel van het plangebied bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning gelegen.
3.3 Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt direct aansluitend aan het meest noordelijke gebouw een nieuwe rijhal gerealiseerd. Dit is noodzakelijk om het nieuwe initiatief van de initiatiefnemer (PonyScouts) verder te ontwikkelen en mogelijk te maken gedurende alle weersomstandigheden. De ontwikkeling van het initiatief omvat niet de uitbreiding van het aantal paarden of pony’s binnen de inrichting. Hierdoor is er ook geen sprake van een toename in het aantal verkeersbewegingen. De nieuwe rijhal wordt niet voorzien van een stookinstallatie. Als gevolg hiervan zal de stikstofemissie in de gebruiksfase dus niet toenemen.
7 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
4. Wijze van meten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de berekeningen gegeven. Om de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (Versie 2023). Voor de gegevensinvoer is aangesloten bij het ‘Handboek werken met AERIUS Calculator, d.d. 26 januari 2023, versie 2022’. Een puntbron is een duidelijk aanwijsbare emissiebron op één bepaalde plaats. Mobiele werktuigen hebben veelal een vaste standplaats, een bepaalde vaste route of rijden binnen een beperkt werkgebied. Een vaste standplaats (bijvoorbeeld kadekraan) wordt gemodelleerd met een puntbron. Een puntbron wordt veelal ook gebruikt voor stalemissies. Een vlakbron wordt veelal toegepast bij (bedrijfs-)woningen of werktuigen die verplaatsen binnen een werkgebied. Een (bedrijfs-)woning heeft een emissie met een relatief groot oppervlak, de emissie is dus als het ware uitgesmeerd over het oppervlak. Werktuigen die rijden of verplaatsen binnen een bepaald en meestal beperkt werkgebied leent 1 of meer vlakbronnen zich het beste. Tot slot het verkeer welke ingevoerd dient te worden door middel van een lijnbron. Dit is een emissiebron met een constante uitstoot van emissie over een bepaalde horizontale lengte, hetgeen het geval is bij verkeersstromen. Bijvoorbeeld, een werktuig over een bepaalde vaste route wordt als lijnbron ingevoerd.
De lengte van die bron is recht evenredig met de emissie. Verkeersbewegingen kunnen onderverdeeld worden in: ▪ Licht verkeer (zoals personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens met 4 wielen) ▪ Middelzwaar verkeer (vrachtauto’s < 20 ton GVW en bussen) ▪ Zwaar verkeer (vrachtauto’s > 20 ton GVW en trekkers) Hierbij is het van belang dat de juiste standaard wordt aangehouden welke overeenkomt met andere wet- en regelgeving. Er wordt aangesloten bij de milieuwet- en regelgeving rondom het thema geluid. Verkeer van en naar een bedrijf maakt immers geluid en dient beoordeeld te worden. Hier is tevens jurisprudentie over. De rechter heeft hierin het standpunt genomen dat het verkeer meegenomen dient te worden totdat het ‘in het heersende verkeersbeeld is opgenomen’. Dit is als het verkeer het rijgedrag vertoont dat gebruikelijk is op die weg. Hierbij wordt het volgende gehanteerd: ▪ Binnen de bebouwde kom: 50 meter voor personenauto’s en 150 meter voor vrachtverkeer; ▪ Buiten de bebouwde kom: 80 meter voor personenauto’s en 250 meter voor vrachtverkeer. Uitzonderingen die hierop van toepassing zijn: ▪ Als het verkeer binnen de bovengenoemde afstand een kruising of splitsing bereikt, dan geldt die kortere afstand tot die splitsing. ▪ Als een weg (vrijwel) uitsluitend gebruikt wordt door één bedrijf of enkele bedrijven (bv.
Een toegangsweg van een fabriek in de uiterwaarden), dan wordt de hele toegangsweg meegenomen plus de afstand die hierboven is genoemd. ▪ Iedere andere redelijke uitzondering.
8 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
5. Uitgangspunten Om de stikstofdepositie als gevolg van de beoogde situatie in kaart te brengen is een stikstofberekening opgesteld met behulp van de AERIUS Calculator. Voor het stikstofdepositieonderzoek is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten. In de beoogde situatie dient er rekening gehouden te worden met de uitstoot die ontstaat door de verkeersgeneratie van en naar de locatie en de uitstoot die ontstaat tijdens de bouwfase van de rijhal. De tijdelijke bijdrage van de emissies in de bouwfase zijn berekend aan de hand van een grove inschatting (worstcase-scenario).
5.1 Emissiebronnen bouwfase Op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens ten aanzien van stikstofemissie is voor de bouwfase onderscheid gemaakt in stikstofemissie als gevolg van materieel op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking van voertuigen. Gegevens met betrekking tot type materieel, stage-klasse en motorvermogen zijn deels verkregen van de opdrachtgever op basis van de fasering van het bouwplan en vervolgens door Van Santvoort verder uitgewerkt. Het aantal uren dat materieel wordt ingezet is opgegeven door de opdrachtgever en gebaseerd op de omvang van het plan. Hierbij is uitgegaan van de worst-case-scenario. Voor de bouwfase van het plangebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Gemiddelde duur: 8 maanden ▪ Werkdag: 8 uur ▪ Aantal dagen per week: 5 dagen 5.1.1 Verkeer bouwfase Gedurende de bouwfase komen er verschillende soorten voortuigen naar de locatie. Onderstaande tabel geeft het aantal lichte, middelzware en zware transportbewegingen weer. Voor de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: ▪ Licht verkeer: Op de bouwplaats komen dagelijks enkele personenauto’s en bedrijfsbusjes, bijvoorbeeld van de eigenaar van de woning of van werknemers die naar de bouwplaats komen om bouwwerkzaamheden te verrichten. Tijdens de gehele bouwfase blijven deze verkeersbewegingen aanwezig.
▪ Middelzwaar verkeer: Gemiddeld zal er tijdens de bouwfase vier keer per week sprake zijn van middelzwaar verkeer. Hieronder worden autobussen of vrachtwagens zonder oplegger gerekend. ▪ Zwaar verkeer: Het zwaar verkeer betreft het afleveren van materiaal en het op en neer gaan van mobiele werktuigen. Dit zal beperkt blijven tot gemiddeld vijf keer per week. Een vrachtwagen zal bijvoorbeeld naar de bouwplaats rijden om materialen en goederen op te halen of af te leveren. Normaliter vindt het zwaar verkeer voornamelijk plaats tijdens de ruwbouwfase, maar omdat er uit wordt gegaan van een worst-case-scenario wordt hier geen onderscheid in gemaakt. Er zal uitgegaan worden van één voertuig per week. Tabel 1: Verkeersbewegingen bouwfase
Type vervoer
Aantal
Transportbewegingen per week
Transportbewegingen per jaar
Licht verkeer
5 per dag
50
1600
Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
2 per week
4
128
1 per dag
10
320
9 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
5.1.2 Emissie mobiele werktuigen bouwfase In de onderstaande tabel is de vereiste inzet van machines en werktuigen voor de bouw weergeven. Tabel 2: Mobiele werktuigen bouwfase
Type werktuig
Bouwjaar Brandstof Vermogen Stageklasse Brandstofverbruik Draaiuren Brandstofverbruik (KW) (liter/uur) (liter/jaar)
Betonstorter Mobiele kraan Graafmachine Trilplaat Hijskraan
2019
Diesel
200
2020 2020 2020 2020
Diesel Diesel Diesel Diesel
125 60 10 200
75-560 kW 18,7 75-560 kW 13,3 56-75 kW 6 <= 56 kW 1,6 75-560 kW 18,7
20
374
80 20 10 60
1.064 120 16 1.122
10 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
6. Conclusie In dit stikstofdepositieonderzoek is voor het plan, de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dat beoogde plannen geen extra depositie veroorzaken boven de 0,00 mol/ha/jr. op de Natura 2000-gebieden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de bouwfase niet tot nadelige effecten leidt op de Natura-2000 gebieden. De invoergegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in de bijlage van dit rapport.
11 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen
7. Bijlagen Bijlage 4b:
AERIUS-berekening bouwfase
12 Stikstofdepositieonderzoek Beekstraat 48 te Nuenen