CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Beekstraat Quick Scan Flora en Fauna

Gemeenteraad 17 mei 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Beekstraat, Ruimte voor Ruimte11.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA LOCATIE BEEKSTRAAT TE NUENEN GEMEENTE NUENEN, SECTIE C, NUMMER 1682

PROJECT: N210337

VERANTWOORDING Titel

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BEEKSTRAAT TE NUENEN

Opdrachtgever

De heer P. Slaats Witven 12 5645 KJ Eindhoven

Rapportnummer

N210337

Datum

13 december2021

Projectleider

de heer J.J. Jager

Autorisatie

de heer J.B.P. van der Stroom

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

WETTELIJK KADER ______________________________________________________________ 5

3

2.1

WET NATUURBESCHERMING ______________________________________________________ 5

2.2

GEBIEDSBESCHERMING __________________________________________________________ 5

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 7 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 7

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 7

4

DOELSTELLING _________________________________________________________________ 9

5

QUICKSCAN __________________________________________________________________ 10

6

5.1

BIOTOOPTYPEN ______________________________________________________________ 10

5.2

INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING_______________________________________ 10

5.3

EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 16

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 17

Bijlage 1 2 3 4 5

Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/3

1

INLEIDING De heer P. Slaats heeft, in verband met de herinrichting van een paardenweide voor realisatie van drie woonkavels, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van een perceel aan de Beekstraat in Nuenen. De contactpersoon namens de opdrachtgever is N. van de Goor van Pittiger in Planologie. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/4

2

WETTELIJK KADER 2.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet).

2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet).

3.

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet).

Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat ingrepen die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie NoordBrabant geregeld in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerd op 23 november 2021. 2.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren:

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/5

• Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).

De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/6

3

LOCATIEGEGEVENS 3.1

Algemeen

Het voornemen bestaat om drie woonkavel te realiseren met woonhuizen en siertuinen ter plaatse van een perceel wat momenteel wordt gebruikt als paardenweide. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682.

In 2018 is door NIPA milieutechniek b.v. reeds een quickscan uitgevoerd op de locatie (16931 d.d. 20 augustus 2018) Uit de quickscan bleek dat de toen geplande werkzaamheden gen negatieve invloed hadden op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming.

Gezien de leeftijd van de

quickscan dient deze in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning geactualiseerd te worden. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 2. 3.2

Omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen Aan de rand van Nuenen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde:

Beekstraat

Oostzijde:

Beekstraat met daarachter weilanden en woonhuizen

Zuidzijde:

Scholencomplex

Westzijde:

Woonwijk Nuenen-Oost

Circa 6 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn de Strabrechtse Heide & Beuven gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 1). Gezien de kleinschaligheid van het bouwproject worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Noord-Brabant (figuur 2) of binnen het NatuurNetwerk Brabant (figuur 2). Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/7

Strabrechtse Heide & Beuven

Figuur 1: nabij gelegen Natura2000 gebieden.

Figuur 2: Natuur Netwerk Brabant (NNB)

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/8

4

DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en/of bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden met deze soorten.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/9

5

QUICKSCAN 5.1

Biotooptypen

De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. De quickscan is op 29 november 2021 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.J. Jager in 2018 afgestudeerd als bioloog aan de WUR. In bijlage 5 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen.

De onderzoekslocatie is onbebouwd en betreft een voedselrijk soortenarm weiland wat gebruikt wordt als paardenweide. Het perceel wordt omringd door een droogstaande sloot. Aan de overkanten van de sloot staan eiken-, iepen-, berken- en wilgenbomen. In een van de wilgen is een oud nest aangetroffen. Aan de zuidzijde is een struweel van bramenstruiken. Vanuit de struiken lopen wissels en een aantal van de eiken hebben vraatsporen op de bast met een hol eronder. De vraatsporen zijn waarschijnlijk veroorzaakt door een woelmuis soort.

Tijdens de terreininspectie zijn geen beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen. De locatie biedt door het beheer en het ontbreken bomen en struiken geen groei- of verblijfplaatsen voor beschermde soorten. 5.2

Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving

De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen:

Amfibieën (alpenwatersalamander) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn ook de bastaardkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad waargenomen. Op het plangebied ontbreekt geschikt voortplantingswater voor de genoemde soorten. In de sloot die het plangebied omringd staat water tijdens natte periodes. Het zwaartepunt van de verspreiding van de alpenwatersalamander ligt in Noord-Brabant en Limburg. Ook duikt de soort vaak op in stedelijk gebied. De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Gezien er in het plangebied geen begroeiing is in de vorm van houtwallen of struweel is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/10

Bastaardkikkers verlaten hun winterverblijfplaatsen ongeveer vanaf maart en trekken naar poelen en watertjes. Ook buiten de paartijd leven ze vooral in de directe nabijheid van water. Ze zijn schuw en bij verstoring op land springen ze direct het water in en verbergen zich tussen waterplanten of graven zich in de waterbodem in. De sloten rond het plangebied liggen droog, daarbij is door de beperkte vegetatie in en nabij de sloten de soort binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.

De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland. Ook wordt de soort gemeld uit bos en struweel, een belangrijke habitat voor de populaties uit de Vijfheerenlanden en het Kromme Rijngebied. De heikikker is duidelijk een cultuurvliedende soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap, rond infrastructuur en bebouwing. Gezien er geen tot nauwelijks begroeiing is, het een intensief beheerde weide is nabij bebouwd gebied is deze soort uit te sluiten in het plangebied. Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Het voortplantingsbiotoop bestaat voornamelijk uit matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Gezien de locatie en openheid van het plangebied is deze soort uit te sluiten. De poelkikker is een zon- en warmte minnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. En het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De poelkikker is een kritische soort, die houdt van voedselarm, schoon water.

In het plangebied zijn geen goed begroeide oevers aanwezig en is derhalve niet geschikt voor de poelkikker. Voor de rugstreeppad zijn open gebieden met slechts hier en daar schuilplaatsen een geschikte habitat, liefst met zandgrond om goed te kunnen graven, maar er zijn ook populaties bekend die leven op een rotsachtige ondergrond, ze schuilen dan in de rotsspleten. Rugstreeppadden zijn aangetroffen in uiteenlopende omgevingen, zoals militaire oefenterreinen, zandafgravingen of landbouwgebieden. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten, maar ook door natuurlijke dynamiek als overstroming en verstuiving kunnen geschikte habitats ontstaan zoals binnendijkse rivierengebieden en duinen. De rugstreeppad heeft een hekel aan hogere begroeiing, omdat deze het zonlicht weg vangt. Dat tijdelijke poelen worden gebruikt als kraamkamer voor het nageslacht, heeft zowel voor- als nadelen. Tijdelijke plassen drogen soms te snel op, waardoor alle larven sterven. Daar staat tegenover dat in kleinere wateren geen vissen of andere roofdieren zoals insecten of de larven leven

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/11

en het water bovendien sneller wordt opgewarmd door de zon. Tijdens de werkzaamheden moet voorkomen worden dat er poelen ontstaan die door de rugstreeppad gebruikt kunnen worden als voortplantingswater. Insecten (-) Op en nabij de slooplocatie (0 - 1 km) zijn geen insecten waargenomen. Op een afstand van 1 – 5 kilometer zijn de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, vermiljoenkever, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, en de teunisbloempijlstaart waargenomen. Gezien er in het plangebied geen jaarrond openwater aanwezig is, zijn de bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel uit te sluiten in het plangebied. De genoemde vlindersoorten ontbreken de waardplanten, waardoor deze binnen de planlocatie uit te sluiten zijn. De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. Gezien er op het terrein geen dode bomen of takken zijn is deze soort uit e sluiten. Reptielen (-) Nabij de planlocatie, op een afstand van 0 tot 1 kilometer zijn geen waarnemingen geregistreerd van reptielen. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie is de levendbarende hagedis waargenomen.

De levend barende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.

Vaatplanten (-) Nabij het plangebied zijn geen waarnemingen geregistreerd van beschermde vaatplanten. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de drijvende waterweegbree, kartuizer anjer en wilde ridderspoor waargenomen.

Drijvende waterweegbree is een plant die groeit in helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Hierdoor is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/12

De karthuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen). Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Gezien het plangebied een intensief beheerd grasveld betreft, is deze soort uit te sluiten.

De wilde ridderspoor komt voor op zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, matig bemeste, kalkrijke, omgewerkte zandige klei (zavel en lichte klei). De groeiplaatsen bestaan uit akkers (wintergraanakkers) en soms op ruderale plaatsen, bij graansilo's en graanoverslagbedrijven. Hierdoor is deze soort uit te sluiten.

Vissen (-) Door het ontbreken van geschikt oppervlaktewater zijn de soorten binnen het plangebied uit te sluiten.

Vogels (buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, sperwer, steenuil) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn ook de boomvalk, havik, ransuil, slechtvalk, wespendief en de zwarte wouw waargenomen.

Voor de genoemde vogelsoorten zijn binnen de planlocatie geen nesten of nestmogelijkheden aanwezig. De op de rand van de planlocatie aanwezige bomen kunnen worden gebruikt om in te nestelen in het broedseizoen echter zal het storende effect van de werkzaamheden minimaal zijn op deze soorten

Mogelijk is de onderzoekslocatie onderdeel van het foerageergebied van deze soorten. Gezien in de omgeving voldoende alternatieve foerageerplekken aanwezig zijn, is geen sprake van essentieel foerageergebied.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/13

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone/kleine/ruige dwergvleermuis) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis waargenomen.

De gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger zijn gebouw bewonende vleermuizen. Gezien er geen gebouwen aanwezig zijn is deze soorten uit te sluiten in het plangebied. De baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen verblijven. De rosse vleermuis verblijft alleen in bomen. De bomen die rondom het plangebied staan worden niet gerooid en in het plangebied zelf staan geen bomen. Derhalve worden deze soorten niet verwacht in het plangebied.

Door dat het plangebied open is zou het wel gebruikt kunnen worden als foerageergebied voor de vleermuissoorten. Gezien in de omgeving voldoende alternatieve foerageerplekken aanwezig zijn, is geen sprake van essentieel foerageergebied. De bomenrijen vormen lijnvormige landschapselementen die gebruikt kunnen worden door vleermuizen als migratieroute.

Overige zoogdieren (bunzing, eekhoorn, egel, haas, konijn, wezel) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bever, das, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, steenmarter en waterspitsmuis waargenomen. Van deze soorten zijn de egel, haas, konijn ondergrondse woelmuis en de rosse woelmuis in Brabant vrijgestelde soorten. Ondanks de vrijstelling van deze soorten geldt er wel een zorgplicht. Indien een vrijstelling wordt verleend, zijn uitzonderingen op verboden vastgesteld in de natuurwet toegestaan door aan bepaalde eisen te voldoen. Nadelige gevolgen voor planten en dieren moeten moet nog steeds, ondanks de vrijstelling, zoveel mogelijk voorkomen worden.

Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt:

• holen • houtstapels • hole bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. “Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/14

biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt.” De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. In het plangebied zijn geen potentiele nest- of schuilplaatsen aangetroffen.

Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. Hierdoor zijn ze uit te sluiten van het plangebied.

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Tijdens het locatie bezoek is er geen burcht aangetroffen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.

De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Gezien de ligging, het gebrek aan groen en nestgelegenheid is deze soort uit te sluiten van het plangebied.

De egel heeft een breed scala aan verblijfsruimtes maar door het ontbreken van schuilmogelijkheden is op de locatie echter geen sprake van een essentieel leefgebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Brabant is de egel echter een vrijgestelde soort.

De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. In dichtbevolkte gebieden komt de soort weinig voor. Hazen bewonen bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.

Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal. Tijdens het veldbezoek zijn er geen konijnenholen aangetroffen.

De ondergrondse woelmuis komt enkel in Zuid-Nederland voor. Deze soort komt vooral voor in kleinschalig cultuurlandschap. Hij houdt van een dichte gras- of kruidlaag en zoomvegetaties zoals bermen en bomenrijen maar ook van (hooggelegen) weide- en akkerbouwland, licht (vochtig) loofbos, boomgaarden en tuinen. De ondergrondse woelmuis leeft voornamelijk ondergronds en kan dan ook goed graven, en kan ook zwemmen. De ondergrondse woelmuis eet vrijwel uitsluitend plantaardig voedsel

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/15

zoals kruidachtige planten en vooral de delen onder de grond daarvan, grassen, maar ook cultuurgewassen en mossen, noten en vult zijn dieet soms aan met insecten en wormen. Ten tijde van het veldbezoek zijn er wissels aangetroffen bij de braamstruiken en knaag- en graafsporen bij de eikenbomen. Het plangebied zelf is te open voor deze soort waardoor deze uit te sluiten is.

De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder een struik- of kruidlaag, maar hij komt ook voor in jonge aanplant en in naaldbos. Ook leeft hij in houtwallen, heggen, bosranden en parken. Hij waagt zich zelden in open gebieden zonder beschutting. Hierdoor is deze soort uit te sluiten in het plangebied.

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt hij veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Gezien er geen permanent oppervlaktewater aanwezig is en er geen watervegetatie aanwezig is kan deze soort worden uit gesloten in het plangebied.

5.3

Effecten ingreep op flora en fauna

De onderzoekslocatie heeft momenteel een zeer beperkte natuurwaarde, er is sprake van een voedselrijk en soortenarme paardenweide. Op de locatie zullen drie woonkavels met siertuin worden gerealiseerd. Tevens zullen de omringende bomen niet worden gerooid. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt. De bomen maken onderdeel uit van een lijnvormig element die mogelijk een rol spelen in migratieroutes van vleermuizen. Voorkomen dient te worden dat bouwlampen op de bomenrij worden gericht om verstoring tegen te gaan.

Het perceel zal veel meer gevarieerdere begroeiing krijgen door de aanleg van siertuinen, ook zal één van de tuinen een kleine boomgaard krijgen wat variatie en voedselbronnen zal bieden. Bij de herinrichting ontstaat er meer diversiteit waardoor er meer verblijfsmogelijkheden voor verschillende soorten ontstaan.

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNB/Natura 2000).

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/16

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Beekstraat te Nuenen, kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden.

Niet uit te sluiten valt dat vleermuizen gebruikmaken van het plangebied om te foerageren en de nabij gelegen boomlanen gebruiken als vliegroute. Er is echter geen sprake van een essentieel foerageergebied. Door de toename in variatie in het landschap bij de herinrichting zou tot een verbetering van het foerageergebied van vleermuizen kunnen leiden. Tijdens de bouwfase dient voorkomen te worden dat bouwlampen op de bomenrijen zijn gericht omdat tot verstoring van eventuele migratieroutes van vleermuizen zou kunnen leiden.

Indien er tijdens de werkzaamheden blijkt dat er toch bomen gerooid moeten worden dient er rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Het is namelijk niet uit te sluiten dat in de bomen (niet jaarrond beschermde) nesten aanwezig zijn ten tijde van de werkzaamheden. De bomen dienen buiten het broedseizoen (circa half maart half augustus) verwijderd te worden.

Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuur inclusief” bouwen kunnen de nieuwe huizen ook meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor huismussen vleermuizen en gierzwaluwen. Of ingemetselde vleermuiskasten waardoor deze in het plangebied kunnen voortplanten en overwinteren. Denk ook aan het plaatsen van nestkasten in het plangebied voor uilen en andere vogelsoorten. Met deze toevoegingen worden er veel kansen voor diversiteit gerealiseerd in het plangebied.

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNB/Natura 2000).

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat te Nuenen

JJJager/N210337/17

Bijlage 1

Bijlage 1

Uw referentie: 210337

Bijlage 2

Kadastrale kaart

Uw referentie: N210337

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Nuenen C 1682

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 13 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 3

Project

: Beekstraat te Neunen

Referentie : N210338 Datum

: 26 november 2021

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 26 november 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 26 november 2021'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Alpenwatersalamander

Amfibieën

Buizerd

Vogels

Bunzing

Zoogdieren

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

Huismus

Vogels

0 - 1 km wnb-vrl

0 - 1 km

0 - 1 km wnb-vrl

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wezel

Zoogdieren

Baardvleermuis

Zoogdieren

Bastaardkikker

Amfibieën

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Bosbeekjuffer

Libellen

1 - 5 km

Das

Zoogdieren

1 - 5 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

wnb-hrl

1 - 5 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Grote vos

Dagvlinders

1 - 5 km

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

1 - 5 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Iepenpage

Dagvlinders

Kamsalamander

Amfibieën

Kartuizer anjer

Vaatplanten

1 - 5 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

1 - 5 km

Laatvlieger

Zoogdieren

Levendbarende hagedis

Reptielen

1 - 5 km

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

1 - 5 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Steenmarter

Zoogdieren

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

0 - 1 km

0 - 1 km wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km

1 - 5 km wnb-hrl

wnb-hrl

1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km wnb-hrl

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Vermiljoenkever

Geleedpotigen

wnb-hrl

1 - 5 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

Wespendief

Vogels

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

Zwarte wouw

Vogels

Beekprik

Vissen

5 - 10 km

Beekrombout

Libellen

5 - 10 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

Damhert

Zoogdieren

5 - 10 km

Eikelmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Gentiaanblauwtje

Dagvlinders

5 - 10 km

Gevlekte glanslibel

Libellen

5 - 10 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Knoflookpad

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Knolspirea

Vaatplanten

5 - 10 km

Kommavlinder

Dagvlinders

5 - 10 km

Korensla

Vaatplanten

5 - 10 km

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

5 - 10 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Speerwaterjuffer

Libellen

5 - 10 km

Spiegeldikkopje

Dagvlinders

5 - 10 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

5 - 10 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

5 - 10 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

wnb-hrl

5 - 10 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Wild zwijn

Zoogdieren

Wolf

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Blaasvaren

Vaatplanten

Boomkikker

Amfibieën

Boommarter

Zoogdieren

10 - 25 km

Bruine eikenpage

Dagvlinders

10 - 25 km

Dreps

Vaatplanten

10 - 25 km

Edelhert

Zoogdieren

10 - 25 km

1 - 5 km wnb-vrl

1 - 5 km 1 - 5 km

wnb-vrl

wnb-hrl

1 - 5 km

5 - 10 km

5 - 10 km

10 - 25 km wnb-hrl

10 - 25 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Gaffellibel

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Gestreepte waterroofkever

Kevers

wnb-hrl

10 - 25 km

Gewone bronlibel

Libellen

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Gladde slang

Reptielen

wnb-hrl

10 - 25 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

10 - 25 km

Grote modderkruiper

Vissen

10 - 25 km

Hazelworm

Reptielen

10 - 25 km

Hermelijn

Zoogdieren

10 - 25 km

Kempense heidelibel

Libellen

10 - 25 km

Kluwenklokje

Vaatplanten

10 - 25 km

Kranskarwij

Vaatplanten

10 - 25 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

Kwabaal

Vissen

Meervleermuis

Zoogdieren

Muurbloem

Vaatplanten

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

10 - 25 km

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Rivierrombout

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

10 - 25 km

Schubvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

Smalle raai

Vaatplanten

10 - 25 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

10 - 25 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

Vliegend hert

Kevers

10 - 25 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

10 - 25 km

Wilde weit

Vaatplanten

10 - 25 km

Zandhagedis

Reptielen

Aardbeivlinder

Dagvlinders

10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

10 - 25 km 10 - 25 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

10 - 25 km

10 - 25 km

10 - 25 km 25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Adder

Reptielen

25 - 50 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

25 - 50 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

25 - 50 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

25 - 50 km

Brave hendrik

Vaatplanten

25 - 50 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Dennenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Elrits

Vissen

25 - 50 km

Gestippelde alver

Vissen

25 - 50 km

Getande veldsla

Vaatplanten

25 - 50 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

25 - 50 km

Gladde zegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

25 - 50 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

25 - 50 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

25 - 50 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

Karwijselie

Vaatplanten

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Knollathyrus

Vaatplanten

25 - 50 km

Kruiptijm

Vaatplanten

25 - 50 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

25 - 50 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

25 - 50 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

25 - 50 km

Noordzeehouting

Vissen

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

Pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

25 - 50 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Ringslang

Reptielen

25 - 50 km

Roggelelie

Vaatplanten

25 - 50 km

Rood peperboompje

Vaatplanten

25 - 50 km

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

Afstand

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

wnb-hrl

25 - 50 km

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Schubzegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Sleedoornpage

Dagvlinders

25 - 50 km

Stofzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Tengere distel

Vaatplanten

25 - 50 km

Tonghaarmuts

Mossen

wnb-hrl

25 - 50 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Vuursalamander

Amfibieën

25 - 50 km

Wilde averuit

Vaatplanten

25 - 50 km

Wolfskers

Vaatplanten

25 - 50 km

Zilveren maan

Dagvlinders

25 - 50 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

Beekdonderpad

Vissen

50 - 100 km

Berggamander

Vaatplanten

50 - 100 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosdravik

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

Bruin dikkopje

Dagvlinders

50 - 100 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

50 - 100 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

50 - 100 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

Geel schorpioenmos

Mossen

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

50 - 100 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km

Grijze zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km

Groene glazenmaker

Libellen

Groene nachtorchis

Vaatplanten

Groenknolorchis

Vaatplanten

Grote bosaardbei

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

50 - 100 km

50 - 100 km

50 - 100 km 50 - 100 km

wnb-hrl

wnb-hrl

50 - 100 km

50 - 100 km 50 - 100 km

wnb-hrl

50 - 100 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Grote vuurvlinder

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Hamster

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Juchtleerkever

Kevers

wnb-hrl

50 - 100 km

Kalkboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Kalketrip

Vaatplanten

50 - 100 km

Kleine heivlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

50 - 100 km

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Narwal

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

50 - 100 km

Veenbloembies

Vaatplanten

50 - 100 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

50 - 100 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Wilde kat

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

50 - 100 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

50 - 100 km

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

Breed wollegras

Vaatplanten

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Butskop

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Duinparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Griend

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Groensteel

Vaatplanten

100 - 250 km

Honingorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine ereprijs

Vaatplanten

100 - 250 km

Kleine vlotvaren

Vaatplanten

Lange zonnedauw

Vaatplanten

Lederschildpad

Reptielen

Moerasgamander

Vaatplanten

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rozenkransje

Vaatplanten

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

Trosgamander

Vaatplanten

100 - 250 km

Tuimelaar

Zoogdieren

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

100 - 250 km

Bijlage 4

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEEop de rand, vinden geen bouwwerkzaamheden direct nabij de bomenrij plaats a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEEmogelijk Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten. c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEEgrenzend a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEEmogelijk Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

JA / NEE

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 3. Open water Is er open water aanwezig?

JA / NEE

JA / NEE

a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?

JA / NEE

JA / NEE

a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?

JA / NEE

a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)

Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.

c)

Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes. d)

Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.

JA / NEE

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.

Bijlage 5

RAPPORT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BEEKSTRAAT NUENEN Gemeente Nuenen, sectie C, nummer 1682 PROJECT: 16931

VERANTWOORDING Titel

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BEEKSTRAAT NUENEN

Opdrachtgever

De heer P. Slaats Witven 12 5645 KJ Eindhoven

Rapportnummer

16931

Datum

20 augustus 2018

Projectleider

de heer J.B.P. van der Stroom

Autorisatie

de heer O.J.P. Duisters

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss tel. +31 (0)412 – 65 50 58 fax. +31 (0)412 – 65 29 98 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

WET NATUURBESCHERMING _____________________________________________________ 5

3

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 6 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 6

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 6

4

DOELSTELLING _________________________________________________________________ 8

5

QUICKSCAN ___________________________________________________________________ 9

6

5.1

BIOTOOPTYPEN _______________________________________________________________ 9

5.2

INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING________________________________________ 9

5.3

EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 13

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 14

Bijlage 1 2 3 4 5 6

Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage Ontwerpschets

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/3

1

INLEIDING Pittige in Planologie heeft namens de heer P. Slaats, in verband met de Ruimtelijke Onderbouwing voor een Bestemminsplanprocedure, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van een perceel aan de Beekstraat te Nuenen. De contactpersoon namens de opdrachtgever is mevrouw N. van de Goor. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.B.P. van der Stroom.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/4

2

WET NATUURBESCHERMING De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie NoordBrabant geregeld in de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van 27 september 2017.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/5

3

LOCATIEGEGEVENS 3.1

Algemeen

De onderzoekslocatie betreft een paardenweide. Het voornemen bestaat op de locatie twee woningen en een horecagelegenheid te realiseren. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 3.2

Omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen tegen de bebouwde kom van Nuenen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: −

Noordzijde:

Beekstraat, openbare weg Oude Landen

−

Oostzijde:

Beekstraat met aan de overzijde woningen met tuin en buitengebied

−

Zuidzijde:

Basisschool Oude Landen

−

Westzijde:

openbare weg Oude Landen met aan de overzijde woonwijken

Op circa 6,2 kilometer ten noorden van de onderzoekslocatie is Natura2000 gebied De Strabrechtse Heide & Beuven gelegen. Gezien de afstand tot aan het natuurgebied en dat tussen de onderzoekslocatie en het Natura 2000 gebied de A27 en intensieve veehouderij aanwezig is, wordt geen meetbare toename in stikstofdepositie ter plaatse van het natuurgebied verwacht.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/6

Figuur 1: natuurbeheerplan provincie Noord-Brabant

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/7

4

DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en of bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden met deze soorten, hetzij in het zoeken naar alternatieven voor de geplande werkzaamheden, hetzij in het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/8

5

QUICKSCAN 5.1

Biotooptypen

De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke biotopen in het plangebied aanwezig zijn. De quickscan is op 15 augustus 2018 uitgevoerd. De quickscan is uitgevoerd door de heer J. Timmermans, lid van IVN Asten-Someren. De onderzoeklocatie betreft een paardenweide en is onbebouwd. Het is betreft een voedselrijk grasland met enkele algemene soorten zoals de paardenbloem, de brede weegbree en Jacobs Kruiskruid. De onderzoekslocatie wordt omzoomd door een bomenrij, deze zal gehandhaafd blijven. Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen. 5.2

Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving

De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen: Amfibieën (alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker) Het zwaartepunt van de verspreiding van de alpenwatersalamander ligt in Noord-Brabant en Limburg. De soort bezet hier grote delen van het Zuid-Limburgs en Kempens district. Buiten beide genoemde provincies is de soort waargenomen in Zeeuws-Vlaanderen, het Rijk van Nijmegen en Drenthe. De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Onderhavige paardenweide is ongeschikt voor de alpenwatersalamander.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/9

De heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland. Ook wordt de soort gemeld uit bos en struweel, een belangrijke habitat voor de populaties uit de Vijfheerenlanden en het Kromme Rijngebied. De heikikker is duidelijk een cultuurvliedende soort die nauwelijks wordt aangetroffen in te intensief gebruikt agrarisch landschap, rond infrastructuur en bebouwing. De heikikker blijkt, in vergelijking tot bijvoorbeeld de bruine kikker, een vennensoort bij uitstek. Daarnaast komt de soort voor in kleine geïsoleerde wateren en in sloten (in laagveen, klei-op-veen en komkleigebieden). In rivierbegeleidende wateren (kleiputjes) wordt de soort alleen langs de Nederrijn/Lek aangetroffen. Heikikkers overwinteren op vorstvrije plaatsen op het land van eind oktober tot begin maart. De heikikker is derhalve binnen het plangebied uit te sluiten. Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren, in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren.

Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen, vijvers, matig voedselrijke (mesotrofe) vennen en in leemputten. In het rivierengebied komt de soort voor in zelden overstromende (laagdynamische) strangen, kleiputten en kolken. De kamsalamander is binnen het plangebied uit te sluiten. De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. En het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De Poelkikker is een kritische soort, die houdt van voedselarm, schoon water. In het plangebied is geen water aanwezig en vormt derhalve geen geschikt leefgebied voor de poelkikker. De bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander betreffen vrijgestelde soorten vanuit Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van de Provincie Noord-Brabant. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor het verstoren bij de ruimtelijke inrichting van een gebied.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/10

Insecten (iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, gevlekte witsnuitlibel) De iepenpage komt voor waar voldoende grote, bloeiende en vruchtdragende iepen bij elkaar staan. De iepenpage komt zowel in bossen als in (stads)parken voor. De kleine ijsvogelvlinder is een typische bosvlinders en wordt alleen aangetroffen in bossen of bij bosranden. Als waardplanten heeft de kleine ijsvogelvlinder de kamperfoelie. De habitat van de gevlekte witsnuitlibel bestaat uit laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. De meeste gevlekte witsnuitlibellen zijn te vinden bij verlandingszones van laagveenmoerassen. Daarnaast kunnen ze voorkomen in bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. In de duinen is de soort gevonden bij verlandingsvegetaties met een laagveenkarakter. Zowel vegetatieloze als dichtgegroeide wateren worden gemeden. In Nederland worden de grootste aantallen aangetroffen in de laagveenmoerassen van Noordwest-Overijssel. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt habitat voor de genoemde insectensoorten. Reptielen (levend barende hagedis) De levend barende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen.

De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Levendbarende hagedissen eten voornamelijk geleedpotigen, waaronder veel spinnen. De levensbarende hagedis is uit te sluiten binnen het plangebied. Zoogdieren (bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, vos, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis) De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/11

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook andere open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte gebieden. Zelfs in afgravingen, oude ertsmijnen, op kliffen en onder gebouwen wordt de das soms aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. De onderzoekslocatie vormt derhalve geen geschikt habitat voor de deze drie zoogdiersoorten. De bosmuis, dwergspitsmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree en de vos betreffen vrijgestelde soorten vanuit Verordening uitvoering Wet natuurbescherming van de Provincie Noord-Holland. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor het verstoren bij de ruimtelijke inrichting van een gebied. De onderzoekslocatie zou geschikt kunnen zijn als foerageerplek voor de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis.

De onderzoekslocatie is echter relatief kleinschalig en in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn voldoende alternatieven beschikbaar. De bomenrij aan de rand van het plangebied betreft mogelijk een lijnelement die van belang is voor de vluchtroutes van vleermuizen. De bomenrij zal echter in tact blijven.

Quickscan Flora en Fauna Beekstraat Nuenen

JvdS/16931/12

Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, roek, sperwer, steenuil en wespendief) Binnen het plangebied zijn geen nesten voor de hierboven genoemde vogels aangetroffen. 5.3

Effecten ingreep op flora en fauna

De huidige situatie heeft een zeer beperkte natuurwaarde. Het voornemen bestaat om ter plaatse nieuwbouw te realiseren. Tevens zal een siertuin, een moestuin en een boomgaard worden ingericht. Hierdoor ontstaat meer variatie in begroeiing wat een gunstig effect zou kunnen hebben op het voorkomen van broedvogels, insectensoorten zoals vlinders en bijen en kleine zoogdiersoorten. Gezien de aard van de ingreep zijn geen negatieve effecten te verwachten van de herontwikkeling met betrekking tot extra geluidsbelasting of stikstofdepositie op de Natura 2000 gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661504/1