CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 07 - BP Pastoorsmast 3-5 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Herziening bestemmingsplan Pastoorsmast 3 - 5, Nuenen3.805 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

Door: Bart Hendrikx

In opdracht van: Beerens grondverzet bv Januari 2013

Colofon Door: Ecologica Rondven 22 6026 PX Maarheeze tel: 0495 - 46 20 70 fax: 0495 - 46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu In opdracht van: Beerens Grondverzet bv Prinsenweier 9 5673 TX Nuenen Projectnummer: P2013/03 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en auteurs. Ecologica is niet aansprakelijk voor directe of gevolgschade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen en resultaten uit dit rapport en overige werkzaamheden van Ecologica. Opdrachtgever vrijwaart Ecologica in deze tevens voor aanspraken van derden.

Inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ........................................................................................................3 Voorwoord...............................................................................................................4 1

Inleiding........................................................................................................5 1.1.

Flora- en faunawet en ruimtelijke planvorming ............................................5

1.2.

Onderzoeksaanpak.......................................................................................7

2

Gebiedsbeschrijving......................................................................................9

3

Geplande maatregelen ...............................................................................11

4

Beschermde flora en fauna .........................................................................12

5

Conclusies ..................................................................................................15

6

Aanbevelingen ............................................................................................16

Bronnen .................................................................................................................17

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

3

Voorwoord

VOORWOORD In verband met de legalisatie van een bedrijfslocatie en de daarmee samenhangende bestemmingsplanwijziging is in het kader van de Flora- en faunawet een quickscan uitgevoerd naar de mogelijke effecten van de werkzaamheden op beschermde flora en fauna. Daarnaast wordt bepaald of voor deze soorten een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is. Afhankelijk van het voorkomen van beschermde flora en fauna is voor het uitvoeren van de werkzaamheden ontheffing nodig in het kader van de Flora- en faunawet. Opdrachtgever voor het project is Grondverzet Beerens bv met de heer W. Beerens als contactpersoon. Vanuit Ecologica zijn de werkzaamheden uitgevoerd door Bart Hendrikx.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

4

Inleiding

1 INLEIDING Naar aanleiding van de voorgenomen legalisatie van een bedrijfslocatie en de daarmee samenhangende bestemmingsplanwijziging voor een terrein te Nuenen is een quickscan uitgevoerd om de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten dieren en planten in het kader van de Flora- en faunawet vast te stellen. De resultaten van dit onderzoek geven aan of de geplande maatregelen nadelig kunnen zijn voor beschermde soorten. Zo ja, dan wordt aangegeven voor welke soorten in het kader van de Flora- en faunawet ontheffing moet worden aangevraagd.

1.1. Flora- en faunawet en ruimtelijke planvorming De bescherming van specifieke soorten is in Nederland geregeld via de Flora- en faunawet (1 april 2002). Dit is een raamwet gebaseerd op reeds bestaande Nederlandse soortbeschermingswetten en zorgt voor de implementatie van de Europese Habitatrichtlijn en de Europese Vogelrichtlijn. Doel van de Flora- en faunawet is dan ook om het voortbestaan van honderden van de 40.000 in Nederland voorkomende planten- en diersoorten te garanderen. Onder de beschermde soorten vallen voor het grootste deel alle van nature in Nederland voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en een groot aantal vissen. Daarnaast nog redelijk wat planten en enkele veelal zeldzame ongewervelden en schaal- en schelpdieren die niet onder de Visserijwet vallen. Consequentie van deze wet is dat een ontheffing moet worden aangevraagd als door activiteiten een beschermde soort of leefgebied van een beschermde soort kan worden aangetast. Ruimtelijke ingrepen hebben verschillende consequenties. Zo kan er o.a. verstoring, versnippering of vernietiging van leefgebieden optreden. Een activiteit in het projectgebied kan daarnaast ook directe en indirecte negatieve effecten hebben op beschermde soorten in de omgeving. Vertraging in het planproces hoeft niet plaats te vinden indien tijdig wordt gestart met onderzoek in het kader van de ontheffingsaanvraag.

Ook kan de procedure worden vereenvoudigd door de planning van de werkzaamheden af te stemmen op de periode waarin de soorten het minst Kader 1 kwetsbaar zijn. Zo kunnen de negatieve effecten van de maatreSamenvatting van de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet: gelen tot een minimum worden  Het is verboden beschermde planten te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei wijze van hun beperkt.

Verbodsbepalingen: Iedere initiatiefnemer voor een ruimtelijke ingreep heeft de plicht zich te houden aan de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet. Globaal komt het er op neer dat

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

groeiplaats te verwijderen; Het is verboden beschermde dieren te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen;  Het is verboden beschermde dieren opzettelijk te verontrusten;  Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde dieren te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren; Het is verboden eieren van beschermde dieren te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen. 

5

Inleiding

alle handelingen die een negatieve invloed hebben op beschermde soorten in principe verboden zijn (zie kader 1). Daarnaast heeft iedere initiatiefnemer ook een zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen betrokken bij het project zó dient te handelen, of juist deze handelingen na te laten, dat de in het wild voorkomende plant- en diersoorten daarvan géén of zo min mogelijk hinder ondervinden. In bijna ieder projectgebied is wel een beschermde soort aanwezig of te verwachten, omdat er ook zeer algemene soorten beschermd zijn. Dit betekent dat de hierboven genoemde verbodsbepalingen daarom vrijwel altijd van toepassing kunnen zijn op elk project. Concreet houdt dit in dat er dus vrijwel altijd een onderzoek moet worden uitgevoerd waarin wordt vastgesteld of negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten.

AMvB artikel 75 Op 23 februari 2005 is de “AMvB Kader 2 artikel 75” van de Flora- en faunawet in werking getreden. De streng beschermd bijzondere beschermde soorten die staan in bijlage 1 van de AMvB (incl. Rode lijst categorie beschermde soorten van de Florabedreigd, ernstig bedreigd of verdwenen) en/of en faunawet worden in de AMvB in de Habitatrichtlijn op bijlage 4. in drie verschillende bescheroverig beschermd soorten die niet onder niveau 1 en 3 vallen. algemeen zeer algemene soorten (genoemd in de bijlage mingsniveaus verdeeld: streng van de AMvB). beschermde soorten, algemene soorten en overige soorten (zie kader 2) (EL & I, 2005). De AMvB regelt een vrijstelling voor algemeen voorkomende beschermde soorten voor drie categorieën van activiteiten:  bestendig beheer en onderhoud  bestendig gebruik  ruimtelijke ontwikkeling en inrichting Als de maatregelen onder één van deze categorieën vallen, is een ontheffingsaanvraag voor algemene beschermde soorten niet nodig. Als er volgens een goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt, is ook geen ontheffing nodig voor de normaal beschermde (overige) soorten. Voor vogels moeten de maatregelen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, ofwel er moet worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Alleen voor streng beschermde soorten is vrijwel altijd een ontheffing nodig.

Ook als de maatregelen niet vallen onder de bovengenoemde drie categorieën is altijd een ontheffing nodig.

Toetsing Het verschil tussen de beschermingsniveaus zit verder in de toetsing die plaatsvindt om de ontheffingsaanvraag te beoordelen. Deze is veel uitgebreider bij streng beschermde soorten en bij vogels. Bij de zeer algemene soorten en overige beschermde soorten wordt alleen getoetst of de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Voor streng beschermde soorten en vogels wordt een uitgebreide toets uitgevoerd, die globaal bestaat uit:  de maatregelen mogen het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen.  er is geen alternatief voor de maatregel.  met de maatregel wordt een maatschappelijk belang gediend, conform een specifieke lijst.  er moet zorgvuldig worden gehandeld.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

6

Inleiding

Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (=EL&I) toetst een ontheffingsaanvraag eerst op volledigheid en legt de aanvraag voor inhoudelijk advies voor aan Dienst Landelijk Gebied van EL&I. EL&I beoordeelt vervolgens op juistheid en actualiteit van verspreidingsgegevens, effectinschatting, gevolgen van de ingreep voor de gunstige staat van instandhouding van de betreffende beschermde soorten, maar ook het verkennen van alternatieven en het afwegen van belangen (Broekmeyer et al., 2003). Dit advies wordt vervolgens voorgelegd bij Dienst Regelingen, die wel of niet de ontheffing verleent. Dienst Regelingen neemt in principe binnen 8 weken een besluit over de ontheffingsaanvraag. Deze termijn kan verlengd worden tot 6 maanden wanneer daar aanleiding toe is. De praktijk van de afgelopen jaren wijst uit dat een termijn van 5-6 maanden regelmatig voorkomt.

1.2. Onderzoeksaanpak Omdat vooraf niet kan worden voorzien of een ontheffingsaanvraag nodig is, valt de aanpak uiteen in twee fasen. Indien geen ontheffingsaanvraag noodzakelijk is, hoeft fase 2 niet te worden uitgevoerd. Dit rapport doet verslag van fase 1 waarin wordt onderzocht voor welke ingrepen een ontheffingsaanvraag nodig is.

Fase 1: 1. Gebiedsbezoek Gedurende een gebiedsbezoek op 10 januari 2013 is een overzicht opgesteld van aanwezige biotooptypen en beplantingen met hun omvang. Waarnemingen van beschermde soorten zijn genoteerd. Een gebiedsomschrijving wordt weergegeven in hoofdstuk 2. 2. Uitvoeringsmaatregelen Er is kort omschreven welke maatregelen in het plangebied zullen plaatsvinden en, voor zover bekend, in welk seizoen ze zullen worden uitgevoerd. Op basis hiervan is gekeken op welke soortgroepen effecten te verwachten zijn. Een beknopt overzicht van de maatregelen wordt gegeven in hoofdstuk 3. 3. Bronnenonderzoek Omdat één gebiedsbezoek onvoldoende is om een volledig beeld te krijgen van de aanwezige beschermde flora en fauna is tevens een bronnenonderzoek uitgevoerd naar beschikbare veldgegevens. Alle verzamelde gegevens zijn meegenomen in de analyse. 4. Interpretatie voorkomen beschermde soorten Aan de hand van de aanwezige biotopen en biotoopkwaliteit is ingeschat welke beschermde soorten in het onderzoeksgebied aanwezig zijn, naast de waargenomen soorten. Dit is gedaan op basis van 'expert judgement'. Het gaat hier om soorten die daadwerkelijk voorkomen op de locaties waar de maatregelen effect op kunnen hebben. Ook is bekeken of indirecte effecten te verwachten zijn. Aangegeven is of locaties gebruikt worden als permanent leefgebied, foerageergebied, overwinteringsgebied etc.

Een overzicht van alle waargenomen en te verwachten beschermde soorten is te vinden in hoofdstuk 4. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk is, wordt dit geadviseerd.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

7

Inleiding

5. Inschatten noodzaak ontheffingsaanvraag Per aanwezige of te verwachten soort is aangegeven onder welk beschermingsniveau deze valt. Tenslotte wordt beknopt aangegeven wat de te verwachten effecten van de maatregelen op de aanwezige beschermde soorten zijn. Op basis hiervan wordt ingeschat of een ontheffingsaanvraag nodig is.

Fase 2: 6. Maatregelen en maatschappelijk belang In deze fase is het nodig de maatregelen en de periode waarin de maatregelen zijn gepland concreet uit te werken en te motiveren. Indien soorten waarvoor ontheffing wordt aangevraagd streng beschermd zijn, moet ook gemotiveerd worden wat het maatschappelijk belang is van de ingrepen. Bovendien moet de locatiekeuze dan ook nader worden gemotiveerd (ontbreken van alternatieven). 7. Effecten op beschermde soorten Op basis van de onderzoeksgegevens moet verder worden uitgewerkt wat de effecten zijn van de uit te voeren maatregelen op de aanwezige beschermde flora en fauna, op individueel niveau en op populatieniveau. Hierbij moet rekening gehouden worden met drie aspecten, namelijk de populatieomvang, het verspreidingsgebied en de natuurlijkheid van de situatie. 8. Mitigatie en compensatie Indien er significante effecten op aanwezige beschermde soorten zijn te verwachten, moet worden aangegeven hoe deze effecten kunnen worden verzacht (= mitigeren). In tweede instantie moet er gekeken worden naar compensatie indien mitigerende maatregelen onvoldoende zijn. Indien van toepassing zullen de resultaten van de analyses van fase 2 in een vervolgrapport worden verwerkt, dat dient als toelichting op de ontheffingsaanvraag.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

8

Gebiedsbeschrijving

2 GEBIEDSBESCHRIJVING Ligging Het onderzoeksgebied betreft een terrein aan de Pastoorsmast te Nuenen. Het onderzoeksgebied ligt in het kilometerhokken met Amersfoortcoördinaten 167 – 385 en 167386. Het terrein wordt aan de zuidzijde begrensd door de snelweg A270 Eindhoven- Helmond. Aan de noordzijde is de grens de weg Pastoorsmast.

Figuur 1: Ligging onderzoeksgebied (Google Earth)

Beschrijving Het onderzoeksgebied bestaat uit een in gebruik zijnd industrieterrein omringd door een smalle zone bos bestaande uit grove den, zomereik met een ondergroei van braam en algemene grassen en kruiden zoals stinkende gouwe (Chelidonium majus), bochtige smele (Deschampsia flexuosa) en grote brandnetel (Urtica dioica). Direct ten noorden van het onderzoeksgebied is een klein bosgebied bestaande uit met name grove den (Pinus sylvestris) welke zijn aangeplant op de toenmalige heide waaruit naast dit bos ook de verdere omgeving uit bestond.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

9

Gebiedsbeschrijving

Figuur 2: weg Pastoorsmast met links grens onderzoeksgebied

Figuur 3: deel onderzoeksgebied

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

10

Geplande maatregelen

3 GEPLANDE MAATREGELEN De quickscan is uitgevoerd naar aanleiding van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Er vinden zover bekend op dit moment geen specifieke toetsbare maatregelen plaats. Er is bij toetsing uitgegaan van een intensivering en uitbreiding van de reeds in uitvoerig zijnde werkzaamheden en handelingen. Deze maatregelen kunnen van invloed zijn op de aanwezige flora en fauna.

Toelichting: In het kader van de wetgeving vallen de maatregelen onder de categorie ruimtelijke inrichting en ontwikkeling (AMvB art. 75). Indien een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is (fase 2), moeten de maatregelen meer in detail worden beschreven en moet worden aangegeven wanneer iedere maatregel wordt uitgevoerd.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

11

Beschermde flora en fauna

4 BESCHERMDE FLORA EN FAUNA Algemeen In dit hoofdstuk worden alle beschermde soorten genoemd die in het onderzochte gebied of in de directe omgeving zijn waargenomen of te verwachten. Het betreft hier soorten die voorkomen in de biotopen die bij de gebiedsbeschrijving zijn genoemd. Indirecte effecten zijn hierin meegenomen.

Verspreidingsgegevens Naast eigen waarnemingen en inschattingen is vooral gebruik gemaakt van de gegevens uit Waarneming.nl en Telmee.nl. Verder is er gebruik gemaakt van de algemene literatuur.

Toelichting In de volgende paragrafen worden per soort steeds de volgende gegevens vermeld:   

Naam Jaar Het meest recente jaar waarin de soort daadwerkelijk is waargenomen Gebiedsfunctie De functie die het gebied heeft voor de betreffende soort. Onderscheiden worden: Flora  Mogelijke groeiplaats  Groeiplaats Fauna  Mogelijk leefgebied  Waarschijnlijk leefgebied  Leefgebied  Mogelijk foerageergebied  Waarschijnlijk foerageergebied  Foerageergebied Beschermingsstatus  FF 1 = Algemeen  FF 2 = Beschermd  FF 3 = Streng beschermd

In de paragrafen wordt ook ingegaan op de waargenomen en te verwachten beschermde soorten per soortgroep. Bij zoogdieren wordt apart ingegaan op grondgebonden zoogdieren en vleermuizen, vanwege hun verschil in leefwijze en daarmee te verwachten effecten van de maatregelen. Er wordt per soortgroep gemotiveerd of een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is en zo ja, voor welke soorten.

Planten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Gezien de tijd van het jaar is het mogelijk dat een enkele soort is gemist. Gezien het verstoorde en deels zeer intensief gebruikte karakter is de kans op overige beschermde flora gering. In de onderstaande tabel zijn de (mogelijk) aanwezige soorten weergegeven. Naam

Jaar

Gebiedsfunctie

FF 1

brede wespenorchis (Epipactis helleborine )

-

waarschijnlijke groeiplaats

x

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

FF 2

FF 3

12

Beschermde flora en fauna

De brede wespenorchis is alleen te verwachten in de bosrijke randzone van het onderzoeksgebied. Voor de algemene brede wespenorchis geldt een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Daarnaast worden er geen werkzaamheden uitgevoerd waarvan een effect te verwachten is op eventueel aanwezige beschermde soorten. Er hoeft geen nader onderzoek te worden verricht of ontheffing aangevraagd.

Grondgebonden zoogdieren Te verwachten valt dat enkele beschermde grondgebonden zoogdiersoorten het gebied en de omgeving ervan als leef- en/of foerageergebied gebruiken. Alleen de randzones van het onderzoeksgebied zijn voor de meeste zones meer of minder geschikt. Gezien de aard van de werkzaamheden worden ook voor deze soorten geen effecten verwacht. In de onderstaande tabel zijn mogelijk aanwezige soorten weergegeven. Naam

Jaar

Gebiedsfunctie

FF 1

bosmuis (Apodemus sylvaticu s)

-

waarschijnlijk leefgebied

x

bosspitsmuis (Sorex araneus )

-

waarschijnlijk leefgebied

x

bunzing (Mustela putorius )

-

mogelijk foerageergebied

x

dwergspitsmuis (Sorex minutus)

-

mogelijk leefgebied

x

eekhoorn (Sciurus vulgaris )

2009

foerageergebied

egel (Erinaceus europaeus )

-

mogelijk leefgebied

x

waarschijnlijk leefgebied

x

konijn (Oryctolagus cuniculus ) mol (Talpa europaea )

-

waarschijnlijk leefgebied

x

-

mogelijk leefgebied

x

rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus)

-

waarschijnlijk leefgebied

x

veldmuis (Microtis arvalis )

-

mogelijk leefgebied

x

wezel (Mustela nivalis )

-

mogelijk leefgebied

x

huisspitsmuis (Crocidura russula)

FF 2

FF 3

x

De eekhoorn is in de omgeving als verkeersslachtoffer gemeld (Waarneming.nl). Het onderzoeksgebied zal waarschijnlijk onderdeel uitmaken van een veel groter leefgebied. Het onderzoeksgebied grenst ook aan geschikt leefgebied. In de randzone zijn geen nesten van eekhoorns aangetroffen. Er worden geen bomen gerooid als gevolg van de werkzaamheden. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. Voor de overige te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling (art. 75 Flora- en faunawet) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting zoals hier het geval is. Nader onderzoek is niet nodig.

Vleermuizen Op basis van de terreinkenmerken is een aantal vleermuissoorten binnen het onderzoeksgebied te verwachten. De te verwachten soorten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Naam

Jaar

Gebiedsfunctie

FF 1

FF 2

FF 3

gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

-

mogelijk foerageergebied

x

gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus )

-

mogelijk leefgebied

x

laatvlieger (Eptesicus serotinus)

-

mogelijk foerageergebied

x

rosse vleermuis (Nyctalus noctula )

-

mogelijk leefgebied

x

ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii )

-

mogelijk leefgebied

x

Het onderzoeksgebied zal een belang hebben als onderdeel van het foerageergebied. Dit zal met name gelden voor de randen van het onderzoeksgebied welke bestaan uit bos. Het overige deel zal hoogstens een zeer beperkt belang hebben. Het onderzoeksgebied zal slechts een marginaal onderdeel zijn van het totale foerageergebied. Het onderzoeksgebied grenst aan beide zijden aan wegen waaronder de snelweg A270 aan de

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

13

Beschermde flora en fauna

zuidzijde. Negatieve effecten op de foerageerfunctie zijn niet te verwachten. Er worden geen bomen gerooid als gevolg van de werkzaamheden. Effecten op vaste vliegroutes zijn ook niet te verwachten. De kans op verblijfplaatsen in de binnen het onderzoeksgebied aanwezige bomen en gebouwen is nihil. De bomen betreffen allen bomen met een geringe diameter en bevatten geen geschikte holtes of scheuren. Bebouwing bestaat uit intensief gebruikte bedrijfshallen welke voor vleermuizen ongeschikt zijn. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig.

Vogels Wettelijk gezien kan er voor broedvogels binnen het broedseizoen vrijwel nooit een ontheffing worden verleend. Daarom is het van groot belang met deze dieren rekening te houden. Dit betekent dat maatregelen die een verstorend effect (kunnen) hebben op broedsels in principe buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Binnen het intensief gebruikte gedeelte van het onderzoeksgebied worden echter geen broedsel verwacht. Tijdens het veldbezoek is gelet op soorten die hun nest meerdere jaren gebruiken en waarvan de nesten ook buiten het broedseizoen worden aangemerkt als vaste verblijfplaats en jaarrond beschermd zijn. Deze zijn binnen het onderzoeksgebied niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. In de omgeving worden echter wel steenuil en bosuil gemeld (Waarneming.nl). Er worden echter geen effecten verwacht op jaarrond beschermde nesten buiten het onderzoeksgebied.

Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Het onderzoeksgebied is niet interessant voor amfibieën. Er is geen voortplantingswater aanwezig binnen het onderzoeksgebied of de directe omgeving ervan. Eventueel aanwezige amfibieën hebben dan ook betrekking op zwervers. Nader onderzoek of een ontheffing is dan ook niet nodig.

Ongewervelden In de randzones kunnen mierennesten aanwezig zijn. De te verwachten soorten zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Naam

Jaar

Gebiedsfunctie

FF 1

behaarde bosmier (Formica rufa )

-

mogelijk leefgebied

x

kale rode bosmier (Formica polyctena )

-

mogelijk leefgebied

x

-

mogelijk leefgebied

x

zwartrugbosmier (Formica pratensis )

FF 2

FF 3

Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling (art. 75 Flora- en faunawet) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting zoals hier het geval is. Nader onderzoek is niet nodig.

Reptielen en vissen In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde reptielen en vissen waargenomen. Gezien de biotoopvoorkeur en bestaande verspreidingsgegevens zijn deze in het onderzoeksgebied ook niet te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

14

Conclusies

5 CONCLUSIES Planten Binnen het onderzoeksgebied wordt hoogstens één algemene beschermde soort verwacht. Met betrekking tot de geplande maatregelen en ontwikkelingen geldt voor deze soort een algemene vrijstelling, waardoor het aanvragen van een ontheffing niet nodig is. Nadelige effecten op beschermde soorten zijn ook niet te verwachten. Nader onderzoek of een ontheffing is dan ook niet nodig.

Zoogdieren Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling, waardoor het aanvragen van een ontheffing niet nodig is. Nader onderzoek is niet nodig. Er kunnen enkele beschermde vleermuissoorten in het onderzoeksgebied voorkomen en worden mogelijk geschaad als gevolg van de werkzaamheden. Nader onderzoek is daarom nodig.

Vogels Het is noodzakelijk maatregelen die van invloed zijn op broedvogels buiten het broedseizoen uit te voeren. Jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht.

Amfibieën Het onderzoeksgebied is niet van belang voor amfibieën. Er worden alleen zwervende individuen verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig.

Ongewervelden Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling, waardoor het aanvragen van een ontheffing niet nodig is. Nader onderzoek is niet nodig.

Reptielen en vissen Er zijn geen beschermde reptielen, vissen of ongewervelden aanwezig of te verwachten in het onderzoeksgebied. Een ontheffingsaanvraag hiervoor is niet nodig.

Uitvoer fase 2 Er hoeft geen nader onderzoek te worden uitgevoerd of ontheffing te worden aangevraagd.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

15

Aanbevelingen

6 AANBEVELINGEN Los van de conclusies dienen de volgende aanbevelingen te worden gevolgd:  Beschermde broedvogels kunnen in het gebied voorkomen tussen de aanwezige vegetatie en in de te renoveren woningen. Daarom is het van groot belang met het broedseizoen van deze beschermde vogelsoorten rekening te houden. Dit betekent dat maatregelen waarbij vegetatie wordt verwijderd en werkzaamheden aan de woningen met een (mogelijk) verstorende werking buiten het broedseizoen moeten plaatsvinden om verstoring te voorkomen of men dient ervoor te zorgen dat er vogels tot broeden kunnen overgaan. De kans dat er helemaal geen vogels broeden is namelijk klein. EL & I geeft als richtlijn voor het broedseizoen de periode half maart tot half juni. Algemeen wordt aangehouden dat het broedseizoen van de meeste vogels loopt van half maart tot half juli. Om rekening te houden met een klein aantal die eerder of later broeden wordt aangeraden tussen half februari en eind augustus géén maatregelen te treffen. Indien besloten wordt ertoe over te gaan om het gebied vóór de broedtijd kaal te maken en vervolgens in de broedtijd door te werken, is het van belang ervoor te waken, dat er zich in de nieuwe kale situatie geen nieuwe broedgevallen voordoen zolang er nog maatregelen moeten worden uitgevoerd. Sluit de aanwezigheid van nesten uit tijdens alle fasen van de werkzaamheden.

 De zorgplicht dient ook voor andere organismen in acht te worden genomen. Dit houdt in dat er volgens normaal gebruik zorgvuldig gewerkt moet worden, waarbij indien mogelijk verstoring wordt voorkomen. Actief doden van dieren is altijd verboden.

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

16

Bronnen

BRONNEN      

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, V. van en Thissen, J.B.M (1992). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV uitgeverij. Broekmeyer, M.E.A., Ottburg, F.G.W.A. en Kistenkas, F.H. (2003). Flora- en faunawet. Toepassing van artikel 75 in de praktijk. Natuurplanbureau, werkdocument 2003/14. Heusden, W.R.M. van en Vreugdenhil, S.J., (2006). Handreiking Flora- en faunawet. Dienst Landelijk Gebied. Limpens, H., Mostert, K., en Bongers, W. (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV uitgeverij. Telmee.nl Waarneming.nl

Quickscan beschermde flora en fauna Pastoorsmast te Nuenen

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12924295/1