Bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost herziening De Mijlpaal, Bijlage 8 toelichting
Tekst van het document
BOOM EFFECT ANALYSE BRABANTRING 1 TE NUENEN
Rapportage boom effect analyse Brabantring 1 te Nuenen Opdrachtgever
Rho adviseurs Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer Versienummer
15565.003 D1
Status
Eindrapportage
Datum
17 juni 2021
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 – 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
Mevrouw Z. Bosch
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ing. Y.O. van Woerkom European Tree Technician
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Inventarisatie .................................................................................................................... 6 Boomveiligheidscontrole ................................................................................................... 7 Toekomstverwachting huidige situatie ............................................................................. 8 Projectinvloeden ............................................................................................................... 8
CONCLUSIE ............................................................................................................................. 18 5.1 5.2
6
Inventarisatie .................................................................................................................... 4 Boomveiligheidscontrole ................................................................................................... 4 Toekomstverwachting huidige situatie ............................................................................. 5 Projectinvloeden ............................................................................................................... 5
RESULTATEN ............................................................................................................................ 6 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3
Niet duurzaam te behouden ........................................................................................... 18 Duurzaam te behouden .................................................................................................. 18
ADVIES ..................................................................................................................................... 19 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Bijlage 1 Bijlage 2
Instellen verboden zone en verleggen voetpad boom 15 .............................................. 19 Verleggen voetpad boom 27 .......................................................................................... 20 Verplaatsen voetpad en parkeerplaats boom 1 .............................................................. 20 Verplaatsen gezondheidscentrum. ................................................................................. 21 Boombescherming en groeiplaatsverbetering boom 19 en 22. ...................................... 21 Randvoorwaarden ophogen maaiveld ............................................................................ 21 Algemene beschermingsmaatregelen ............................................................................ 21
Overzichtskaart Inventarisatiegegevens 15565.003
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Rho adviseurs opdracht gekregen voor het uitvoeren van een boom effect analyse aan de Brabantring 1 te Nuenen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Het doel van de van het onderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke negatieve invloeden van de (civiele) werkzaamheden op de bomen. Tevens wordt bepaald of en welke maatregelen benodigd zijn om negatieve effecten te minimaliseren, waardoor zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden zijn. De centrale vraag van de boomeffectanalyse is: ‘kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie met de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?’ Deze centrale vraag is voor de bomen binnen de onderzoekslocatie beantwoord. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 1 van 22
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie ligt aan de Brabantring 1, circa 1 kilometer ten zuiden van de kern van Nuenen. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Zie figuur 2 t/m 4 voor een impressie van de onderzoekslocatie.
Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
Figuur 2. Het te slopen gebouw gezien vanaf het midden van de onderzoekslocatie
Rapport 15565.003 versie D1
Figuur 3. Onderzoekslocatie gezien vanaf Hoge Brake
Pagina 2 van 22
Figuur 4. Onderzoekslocatie gezien vanaf het winkelcentrum.
2.2
Figuur 5. Onderzoekslocatie gezien vanaf het Kavalierpad.
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens de huidige locatie te herontwikkelen. Hierbij wordt de huidige bebouwing geamoveerd. Daarna worden twee nieuwe gebouwen gerealiseerd en wordt de boven- en ondergrondse infrastructuur aangepast en/of vernieuwd. In figuur 6 is de gebiedsuitwerking weergegeven.
Figuur 6. Stedenbouwkundige randvoorwaarden De Mijlpaal (bron: Gemeente Nuenen, gebiedsuitwerking De Mijlpaal stedenbouwkundige randvoorwaarden versie februari 2021).
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 3 van 22
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Om te bepalen of de aanwezige bomen, in de huidige verschijningvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden kunnen worden zijn de volgende onderzoeksinspanningen verricht: 1. 2. 3. 4.
Inventarisatie van de bomen. Boomveiligheidscontrole middels VTA-methode. Bepalen toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden. Bepalen effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de bomen.
3.1
Inventarisatie
Ten eerste krijgen alle bomen binnen de invloedsfeer een individueel boom ID. Daarna zijn algemene boomkenmerken opgenomen. De algemene boomkenmerken zijn de Nederlandse en Wetenschappelijke naam, boomhoogte, stamdiameter (gemeten op 1,30 meter), takvrije stamdeel en de conditie. De conditiebepaling is onderdeel van de inventarisatie en geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van de boom op een bepaald moment. Bij de conditiebepaling wordt, afhankelijk van het seizoen, gelet op de volgende conditiekenmerken: de blad-/knopbezetting (Roloff methode) en transparantie van de kroon. Daarnaast is gekeken naar de takscheutlengte en de locatie van afgestorven takken in de kroon. Bij de conditiebepaling is onderscheid gemaakt tussen vier conditieklassen, zie tabel I. Tabel I. Conditieklassen (Roloff, 2001).
conditieklasse
omschrijving
goed
Boom vertoont goede groei en vertoont een beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiplaatsomstandigheden;
redelijk
Niet optimale groei, te zien aan verminderde twijglengte en een ijlere kroon, maar de minder optimale omstandigheden hebben geen duidelijke of onomkeerbare negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom;
matig
Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals een ijle kroon, scheut- of taksterfte en beperkte twijggroei;
slecht
Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware taksterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout.
3.2
Boomveiligheidscontrole
Na de inventarisatie is een boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd volgens de VTA-methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assesment en is ontwikkeld door prof. Dr. C. Matteck. De VTAmethode betreft een visuele controle van de gehele boom (kroon, stam en stamvoet) waarbij biologische en mechanische symptomen die duiden op (verborgen) gebreken geregistreerd worden. Op basis van de aard van de gebreken wordt de boom ingedeeld in een van de veiligheidscategorieën, zie tabel II.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 4 van 22
Tabel II. Veiligheidscategorieën (Matteck, 1995).
veiligheidscategorie
omschrijving
boom zonder gebreken
de boom heeft geen noemenswaardige gebreken: er zijn geen symptomen aangetroffen welke duiden op een biologisch of mechanisch gebrek.
attentieboom
de boom heeft een zichtbaar gebrek. Dit gebrek geeft echter geen directe aanleiding tot een verhoogd risico.
risicoboom
de boom heeft een zichtbaar gebrek welke een verhoogd risico veroorzaakt. Of, de boom heeft een zichtbaar gebrek maar op het moment van controle is geen uitspraak te doen over het risico van het gebrek.
3.3
Toekomstverwachting huidige situatie
Op basis van de conditie, gebreken, groeiplaatsomstandigheden en de leeftijd is een inschatting gemaakt van de resterende levensduur van de bomen onder gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting van de bomen is ingedeeld in een van de volgende categorieën, zie tabel III. Tabel III. Categorieën toekomstverwachting.
categorie >15 jaar 10-15 jaar 5-10 jaar
omschrijving toekomstverwachting is minimaal 15 jaar met actieve groei; toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar met actieve groei; toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar met actieve groei;
< 5 jaar
toekomstverwachting van 0 tot 5 jaar met actieve groei;
-
boom is reeds afgestorven en heeft als levende boom geen toekomstverwachting.
3.4
Projectinvloeden
De toekomstverwachting van de bomen kan tijdens en door de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden van het project ernstig beïnvloed worden. Over het algemeen is negatieve beïnvloeding van de toekomstverwachting voornamelijk toe te schrijven aan gevolgen zoals hieronder beschreven. Bovengrondse schade Door inzet van zwaar materieel in de nabijheid van bomen ontstaat de kans op stam- en/of kroonbeschadiging. Ondergrondse schade (wortelschade en bodemverdichting) Door graafwerkzaamheden in de nabijheid van bomen tijdens de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden kan wortelverlies ontstaan. Daarnaast bestaat het risico dat de bodem wordt verdicht door de inzet van zwaar materieel en/of opslag van materiaal binnen de kroonprojectie. Bodemverdichting verstoort de uitwisseling van zuurstuf tussen de bodem en de buitenlucht wat wortelschade/sterfte tot gevolg heeft.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 5 van 22
4
RESULTATEN
Ten behoeve van de boom effect analyse zijn op 8 juni 2021 in totaal 57 bomen geïnventariseerd en is de boomveiligheid beoordeeld met behulp van de VTA-methode. Een overzichtskaart met de unieke boomnummers is weergegeven in bijlage 1. De nummers zoals weergegeven op de kaart corresponderen met de nummers zoals weergegeven in de tabel met inventarisatiegegevens, zie bijlage 2. 4.1
Inventarisatie
Boomsoorten Van de 57 bomen betreft het grootste deel exemplaren van de soort zomereik (Quercus robur) en veldesdoorn (Acer campestre). Overige boomsoorten binnen de onderzoekslocatie zijn onder andere taxus (Taxus baccata), Noorse esdoorn (Acer platanoides) en moeraseik (Quercus palustris). Het aantal geïnventariseerde bomen per boomsoort is weergegeven in tabel IV. Tabel IV. Aantal bomen per boomsoort.
boomsoort
wetenschappelijke naam
aantal bomen
zomereik
(Quercus robur)
17
veldesdoorn
(Acer campestre)
12
taxus
(Taxus baccata)
9
Noorse esdoorn
(Acer platanoides)
5
moeraseik
(Quercus palustris)
3
zoete kers
(Prunus avium)
2
zwarte berk
(Betula nigra)
2
gewone plataan
(Platanus × hispanica)
2
amberboom appel
(Liquidambar styraciflua) (Malus domestica)
gele treurwilg
(Salix × sepulcralis 'Chrysocoma')
1 1 1
grove den
(Pinus sylvestris)
1
Krimlimde
(Tilia x europaea ‘euchlora’)
1
meidoorn
(Crataegus monogyna)
1 57
totaal
Conditie De conditionele toestand van de bomen is over het algemeen redelijk tot goed (50). Een aantal bomen heeft een matige conditie (5), en een tweetal bomen hebben een slechte conditie. De conditie is een belangrijke indicatie voor de weerbaarheid van bomen tegen negatieve invloeden zoals civieltechnische werkzaamheden. Bomen in een goede conditie zijn over het algemeen goed in staat te herstellen na bijvoorbeeld wortelschade. Zie tabel V voor conditionele toestand van het bomenbestand. In figuur 7 is de conditionele toestand van het bomenbestand op kaart weergegeven. Tabel V. Conditionele toestand geïnventariseerde bomen.
conditieklasse goed redelijk matig slecht/zeer slecht Totaal
Rapport 15565.003 versie D1
aantal bomen 22 28 5 2 57
Pagina 6 van 22
Figuur 7. Conditionele toestand bomen
4.2
Boomveiligheidscontrole
De boomveiligheidscontrole is uitgevoerd middels de VTA-methode. De resultaten van de boomveiligheidscontrole zijn weergegeven in tabel VI. Tabel VI. Resultaten boomveiligheidscontrole.
risicoklasse boom zonder gebrek attentieboom risicoboom
aantal bomen 52 1 4 totaal
57
Bij 52 van de 57 bomen zijn geen gebreken waargenomen. Bij deze bomen zijn in het kader van boomveiligheid op dit moment geen maatregelen benodigd. In totaal is één boom beoordeeld als attentieboom. Bij deze boom is een bloedingsplek aangetroffen. Dit zorgt op dit moment niet voor een verhoogd risico, daarom wordt geadviseerd de boom jaarlijks te inspecteren. Bij 4 bomen zijn gebreken aangetroffen welke op dit moment een verhoogd risico veroorzaken in de directe omgeving van de boom. De waargenomen gebreken zijn afgestorven takken en afstervingsverschijnselen. Afgestorven takken hebben ten opzichte van levende, gezonde takken een verhoogde kans op takbreuk. Bomen met afgestorven takken vormen derhalve een risico voor de directe omgeving van de boom. In het kader van zorgplicht wordt geadviseerd de afgestorven takken binnen 6 maanden te verwijderen. De boom waar afstervingsverschijnselen zijn geconstateerd heeft een verhoogde kans op stam/stambreuk. In het kader van zorgplicht wordt geadviseerd de boom binnen 6 maanden te verwijderen.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 7 van 22
4.3
Toekomstverwachting huidige situatie
De toekomstverwachting van de bomen bij gelijkblijvende omstandigheden is ingeschat. Bij de inschatting wordt gelet op de onder andere de leeftijd, conditie en gebreken van een boom. De toekomstverwachting van het bomenbestand is weergegeven in tabel VII. In figuur 8 is de toekomstverwachting weergegeven op kaart. Tabel VII. Toekomstverwachting.
toekomstverwachting >15 jaar 10-15 jaar 5-10 jaar
aantal bomen 51 3 3
< 5 jaar
1 totaal
57
Figuur 8. Toekomstverwachting bomen.
4.4
Projectinvloeden
Bij de voorgenomen herontwikkeling worden werkzaamheden uitgevoerd welke (mogelijk) negatieve invloed hebben op de aanwezige bomen. Op basis van de toekomstige inrichting, weergegeven in figuur 6 zijn knelpunten geformuleerd. Het gaat om de volgende knelpunten: 1. 2. 3. 4.
Amoveren bestaande bebouwing; Nieuwbouw gezondheidscentrum en woongroep; Herinrichting infrastructuur: toegangsweg en parkeervoorzieningen; Herinrichting infrastructuur: aanleg voetpaden.
Per knelpunt worden de effecten op de bomen nader beschreven.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 8 van 22
4.4.1
Sloop bestaande bebouwing
Voorafgaand aan de bouw van het gezondheidscentrum en de woongroep wordt de bestaande bebouwing geamoveerd. Hierbij ontstaat risico op boven- en ondergrondse schade. Dit geldt vooral voor de bomen 19 en 22 (figuur 9). Deze bomen zijn gesitueerd op korte afstand van de huidige gevel (2,5 en 7m). Tijdens de amovatie kunnen deze aanwezige bomen direct en indirect beschadigd raken. Directe schade kan ontstaan door onzorgvuldig handelen met zwaar materiaal en door transportbewegingen rondom de bouwplaats. Hierdoor kan bijvoorbeeld stam- en /of kroonschade ontstaan. Indirecte schade kan ontstaan door de inzet van (zwaar) materieel of opslag van (bouw) materialen binnen de groeiplaats van de bomen. Door het hoge gewicht van zwaar materieel (bijv. graafmachine) wordt de bodem belast. Als gevolg van de zware belasting neemt het porienvolume in de bodem af. Hierdoor wordt de infiltratie van vocht en de uitwisseling van zuurstof tussen bodem en atmosfeer belemmerd. Als gevolg van (ernstige) bodemverdichting nemen de bewortelingsmogelijkheden af en kan zelfs wortelschade en –sterfte optreden.
Figuur 9. Bestaande bebouwing nabij boom 19 en 22.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 9 van 22
4.4.2
Nieuwbouw gezondheidscentrum en woongroep
Op de onderzoekslocatie worden twee nieuwe gebouwen voorzien. In het noorden een gezondheidscentrum en in het zuiden een woongroep, zie figuur 10.
Figuur 10. Overzicht bouwvlakken gezondheidscentrum (paars vlak) en de woongroep (groen vlak).
Nieuwbouw woongroep Voor wat betreft de nieuwbouw van de woongroep staan de bomen 1 t/m 15 binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het grootste deel van de bomen bevindt zich op grote afstand van de nieuw te bouwen woongroep dat het risico op directe schade gering is, mits de uiterste gevellijn wordt aangehouden. Een uitzondering hierop is boom 15, deze is gesitueerd nabij de contouren van de woongroep, hierbij is het risico op schade is groot.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 10 van 22
Nieuwbouw gezondheidscentrum Bij de realisatie van het gezondheidscentrum zijn vijf bomen op voorhand niet te behouden. Deze bomen staan binnen de contouren van de toekomstige bebouwing/verharding (boom 24, 36, 50, 51, 52), zie figuur 11.
Figuur 11. Bomen binnen de contouren van de toekomstige bebouwing (rode cirkels), de kroonprojectie van de moeraseiken (blauwe stippellijn).
Bij de bouw van het gezondheidscentrum worden maximaal drie bouwlagen gerealiseerd. Daarnaast wordt in de stedenbouwkundige randvoorwaarden aan de noordzijde van het bouwvlak een groenstrook van 8 meter breed aangegeven. Dit is gemeten vanaf de gevel van het nieuw te bouwen zorgcentrum. In deze groenstrook aan de Hoge Brake staan een drietal forse moeraseiken, zie figuur 12.
Figuur 12. Moeraseiken gezien vanaf Hoge Brake.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 11 van 22
De gevel van het gebouw is gesitueerd op circa vier meter afstand van de bomen en valt binnen de kroonprojectie van de aanwezige moeraseiken aan de Hoge Brake (boom 55, 56 en 57). In figuur 13 en 14 is een weergave te zien van de toekomstige situatie waarbij pionnen op de locatie van gevel van het nieuw te bouwen zorgcentrum zijn gesitueerd. Hierbij is goed te zien dat gevel binnen de kroonprojectie van boom 55, 56 en 57 valt (figuur 13, blauwe stippellijn).
Figuur 13. Toekomstige gevel valt binnen kroonprojectie bomen.
Figuur 14. Overzichtsfoto toekomstige gevel.
Daarnaast is er sprake van oppervlakkige beworteling bij deze bomen, zie figuur 15 en 16. Bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van het gezondheidscentrum zal de aangetroffen oppervlakkige beworteling verloren gaan/beschadigd raken. Hierdoor ontstaan permanente invalspoorten voor houtparasitaire schimmels (bijv. honingzwam). Als gevolg van de wortelschade zal de toekomstverwachting van de bomen afnemen.
Figuur 15. Oppervlakkige beworteling moeraseiken.
Rapport 15565.003 versie D1
Figuur 16. Oppervlakkige beworteling moeraseiken.
Pagina 12 van 22
4.4.3
Herinrichting infrastructuur: toegangsweg en parkeervoorzieningen
In het ontwerp zijn aan de oostzijde van de onderzoekslocatie een toegangsweg en parkeervoorzieningen voorzien. Bij de realisatie van de toegangsweg en parkeerplaatsen zijn 20 bomen op voorhand niet te behouden (nummers 16, 20, 21, 23, 26, 28, 31, 32, 34, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 47), figuur 9 en detailuitsnede. De bomen zijn gesitueerd binnen de contouren van de toegangsweg/parkeerplaatsen, zie figuur 17. De bomen 46, 48 en 49 vallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden (zie figuur 13, blauwe stippellijn). Het risico op directe en indirecte schade bij deze bomen is groot.
Figuur 17. Op voorhand niet te behouden bomen (rode cirkels) bij aanleg toegangsweg en parkeervoorzieningen en bomen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden (blauwe cirkel).
Op onderstaande figuren is een impressie te zien van de niet te behouden bomen.
Figuur 18. Op voorhand niet te behouden bomen gezien vanaf Hoge Brake.
Rapport 15565.003 versie D1
Figuur 19. Op voorhand niet te behouden bomen gezien vanaf het Kalvariepad.
Pagina 13 van 22
In figuur 20 is middels pionnen de toekomstige locatie van de parkeerplaatsen naast de toegangsweg weergegeven. Figuur 21 geeft boom 16 weer.
Figuur 20. Middels pionnen uitgezette locatie parkeervakken.
4.4.4
Figuur 21. Niet te behouden boom 16.
Herinrichting infrastructuur: aanleg voetpaden
In het nieuwe ontwerp is een nieuw padenstructuur voorzien. De paden liggen verspreidt over de gehele onderzoekslocatie. In relatie tot de aanleg van de paden zijn drie knelpunten (A,B,C) gesignaleerd, zie figuur 22.
A
B
C
Figuur 22. Ontwerp nieuw aan te leggen voetpaden (paars gearceerd) en de knelpunten.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 14 van 22
Knelpunt A Boom 27, een taxus, is gelegen binnen de contouren van het nieuw aan te leggen voetpad, zie figuur 23 en 24. Deze boom is op voorhand niet te behouden.
Figuur 23. Knelpunt A.
Figuur 24. Boom 27 en middels pionnen uitgezette contouren voetpad.
Knelpunt B Aan de zuidwestzijde van het projectgebied is in het plan een nieuw aan te leggen voetpad voorzien. Het voetpad is op korte afstand van boom 15 (treurwilg) en 17 (zwarte berk) gesitueerd, zie figuur 25.
Figuur 25. Voetpad op korte afstand van boom 15 en 17.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 15 van 22
Boom 15 betreft een forse gele treurwilg, zie figuur 26. De boom staat op een lichte verhoging ten opzichte van het bestaande voetpad, zie figuur 27. Boom 17 betreft een zwarte berk.
Figuur 26. Overzichtsfoto treurwilg.
Figuur 27. Lichte verhoging maaiveld t.o.v. huidige voetpad.
In figuur 28 en 29 zijn middels pionnen de rand van het nieuw aan te leggen voetpad weergegeven.
Figuur 28. Rand van het nieuwe voetpad nabij treurwilg
Figuur 296. Rand voetpad nabij zwarte berk.
Bij beide bomen worden negatieve effecten verwacht. De rand verharding van het voetpad ligt op circa 0,20 tot 1,5 meter afstand van de bomen. Indien er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd verwachten we forse wortelschade. Daarnaast zijn bij de treurwilg negatieve effecten te verwachten indien er sprake is van ophoging en egalisering van het maaiveld. We verwachten indirecte wortelschade en/of sterfte als gevolg van zuurstoftekort.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 16 van 22
Knelpunt C In het ontwerp is aan de zuidzijde van het projectgebied een voetpad en parkeervoorziening voorzien, zie figuur 30.
Figuur 30. Aanleg voetpad en parkeervoorziening zuidzijde projectgebied.
Bij de realisatie van het voetpad is boom 1 op de huidige standplaats op voorhand niet te behouden. De boom is gesitueerd binnen de contouren van het voetpad. Bij de bomen 2, 3, 4 en 9 worden negatieve effecten verwacht. De rand verharding van het voetpad lig op circa 1,5 tot 3 meter afstand van de bomen. Gezien de afstand van de bomen tot het pad wordt een beperkt wortelverlies verwacht (maximaal 1015%). Door het wortelverlies kan de opnamecapaciteit, en daarmee de conditie van de boom tijdelijk afnemen. Het wortelverlies zal geen invloed hebben op de toekomstverwachting van de bomen.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 17 van 22
5
CONCLUSIE
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hoofdvraag van de boom effect analyse per boom beantwoord. De hoofdvraag luidt: kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?” 5.1
Niet duurzaam te behouden
Boom 24, 36, 50, 51, 52 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden op voorhand niet te behouden. De positie van de bomen is conflicterend met het huidige ontwerp en zijn gesitueerd binnen de contouren van het nieuw te bouwen gezondheidscentrum. Boom 16, 20, 21, 23, 26, 28, 31, 32, 34, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 47 (20 bomen), zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden op voorhand niet te behouden. De positie van de bomen is conflicterend met het huidige ontwerp en zijn gesitueerd binnen de contouren van de toegangsweg/parkeervoorziening. Boom 1 en 27 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden op voorhand niet te behouden. De positie van de bomen is conflicterend met het huidige ontwerp en zijn gesitueerd binnen de contouren van het voetpad. De bomen zijn mogelijk te behouden door het aanpassen van het ontwerp, zie 6.3. Boom 55, 56 en 57 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De nieuwbouw wordt binnen de kroonprojectie van de bomen gesitueerd. Hierdoor wordt er binnen de kroonprojectie gebouwd en gewerkt. Naar verwachting zal bij de werkzaamheden een te groot percentage van het kroonvolume verwijderd worden waardoor onherstelbare schade optreedt. Daarnaast zal naar verwachting, (ernstige) wortelschade ontstaan. Derhalve zijn de bomen niet duurzaam te behouden.
De bomen zijn mogelijk te behouden middels de footprint van het zorgcentrum 6 meter zuidelijker te positioneren, zie 6.4. Boom 15 is in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De boom is gesitueerd op 20 cm afstand van de contour van het nieuwe voetpad. Naar verwachting zal bij deze boom (ernstige) wortelschade ontstaan. Daarnaast wordt er schade verwacht door het ophogen van het maaiveld. De boom is mogelijk te behouden middels het verleggen van het voetpad, het instellen van een verboden zone en het voldoen aan de randvoorwaarden voor het ophogen van het maaiveld (zie 6.1) Boom 46, 48 en 49 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De bomen zijn gesitueerd op korte afstand van de contour van de nieuwe parkeervoorziening en het voetpad. Naar verwachting zal bij deze bomen (ernstige) wortelschade en/of kroonschade ontstaan. Bij één boom zijn afstervingsverschijnselen geconstateerd (boom 54), deze boom is in het kader van boomveiligheid een risicoboom en adviseren we te vellen. 5.2
Duurzaam te behouden
De overige bomen zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden duurzaam te behouden. De effecten van de geplande werkzaamheden op deze bomen zijn beperkt en hebben geen negatieve invloed op de toekomstverwachting van deze bomen. Om de effecten te minimaliseren wordt geadviseerd de maatregelen en randvoorwaarden op te volgen, zie 6.6 en 6.7.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 18 van 22
6
ADVIES
Om zoveel als mogelijk bomen duurzaam te behouden en/of de negatieve effecten te minimaliseren zijn de volgende maatregelen en randvoorwaarden toe te passen. 6.1
Instellen verboden zone en verleggen voetpad boom 15
Boom 15 is op de huidige standplaats duurzaam te behouden door het instellen van een verboden zone van 4 meter (straal) vanuit de stam, zie figuur 28. In deze zone zijn werkzaamheden met negatieve effecten, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, ophogingen en betreding met zwaar materieel, verboden. De verboden zone dient fysiek afgeschermd te worden door het plaatsen van overplaatsbare bouwhekken. In figuur 28 is de geadviseerde verboden zone weergegeven. Daarnaast wordt geadviseerd om de ligging van het voetpad te wijzigen (buiten de verboden zone).
Figuur 7. Geadviseerde verboden zone rondom boom 15 (rood gearceerde cirkel).
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 19 van 22
6.2
Verleggen voetpad boom 27
Boom 27 is mogelijk op de huidige standplaats duurzaam te behouden door beperkte aanpassing in het ontwerp, zie figuur 29.
Figuur 8. Suggestie voor het verleggen van het voetpad, paars geeft de nieuwe locatie van het voetpad weer, het rood gearceerde gedeelte vervalt.
6.3
Verplaatsen voetpad en parkeerplaats boom 1
Boom 1 is mogelijk op de huidige standplaats duurzaam te behouden door het ontwerp aan te passen; het voetpad verleggen en de parkeervoorziening te verplaatsen, in figuur 30 is een suggestie weergegeven voor het verleggen van het voetpad en het verplaatsen van de parkeerplaats.
Figuur 9. Suggestie voor het verleggen van het voetpad en de parkeerplaats; paars geeft de nieuwe locatie van het voetpad weer, het rood gearceerde gedeelte vervalt. Met grijs is de nieuwe parkeerplaats aangegeven.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 20 van 22
6.4
Verplaatsen gezondheidscentrum.
Door het zorgcentrum zuidelijker te positioneren wordt buiten de kroonprojectie gebouwd van de bomen 55, 56, en 57 en kunnen de bomen in de huidige verschijningsvorm en zonder ernstige wortelschade behouden blijven. 6.5
Boombescherming en groeiplaatsverbetering boom 19 en 22.
Om de bomen 19 en 22 op de huidige standplaats duurzaam te behouden dienen de bomen te worden beschermd tegen werkzaamheden welke negatieve gevolgen kunnen hebben voor de toekomstverwachting. Geadviseerd wordt stamommanteling met afstandshouder (drain) aan te brengen en bouwhekken te plaatsen om de kroonprojectie zoveel als mogelijk te ontzien. Het gebruik van bouwhekken voorkomt schade aan boom en groeiplaats. Naar verwachting staan de bomen in een ontoereikende groeiplaats, zie de matige conditie van de plataan. Geadviseerd wordt om de groeiplaats te verbeteren door de verharding te verwijderen en het eventueel toepassen van luchtcompressiemethode. Door de groeiplaats te verbeteren wordt de levensduur van deze bomen verlengd en kunnen de bomen uitgroeien tot mogelijk monumentale bomen. Om noodzaak te achterhalen voor groeiplaatsverbetering wordt geadviseerd een groeiplaatsonderzoek uit te voeren. 6.6
Randvoorwaarden ophogen maaiveld
Maaiveldophoging is voor bomen een van de meest bedreigende civieltechnische activiteiten (Kopinga, 2011). Door maaiveldophoging wordt de zuurstofuitwisseling tussen de bodem en atmosfeer belemmerd. Boomwortels hebben zuurstof nodig voor groei (verbranding) en voor actieve opname van voedingselementen. Daarnaast verbruiken mycorrizaschimmels, welke in symbiose leven met wortels, grote hoeveelheden zuurstof. Als door maaiveldophoging de zuurstof uitwisseling wordt verstoord heeft dit gevolgen voor de wortelontwikkeling en opnamecapaciteit van de bomen. Bij langdurig zuurstoftekort (zoals bij maaiveldophoging) sterven fijne- en stabiliteitswortels af. De ingerotte stabiliteitswortels zijn invalspoorten voor agressieve houtparasitaire schimmels zoals honingzwam (Armillaria ssp.) (Van Prooijen, 2016). Ophogen binnen de kroonprojectie + 1,5 meter dient voorkomen te worden. Indien ophogen toch benodigd is, dient de zuurstofvoorzieningen in de bewortelde zone gegarandeerd te worden. Dit kan door te werken met grof, eentoppig, ontsilt ophoogzand in combinatie met toepassing van beluchtingsbuizen. 6.7
Algemene beschermingsmaatregelen
Bij werken rond bomen dient men altijd rekening te houden met de algemeen geldende beschermingsmaatregelen. De algemene beschermingsmaatregelen zijn als volgt: -
Snoei de te behouden bomen vóór uitvoering van de werkzaamheden om voldoende werkruimte te creëren en schade te voorkomen. Deze snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Worker (ETW) of gelijkwaardig niveau.
-
Gebruik bouwhekken om de kroonprojectie zoveel als mogelijk te ontzien. Het gebruik van bouwhekken voorkomt schade aan boom en groeiplaats.
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 21 van 22
-
Bescherm alle bomen binnen de invloedssfeer tegen directe (stam)schade door aanbrengen stamommanteling met afstandshouder (drain).
-
Er mag geen materiaal tussen de bomen worden geplaatst of opgeslagen. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Er mogen geen voertuigen of andere machines tussen de bomen worden geparkeerd. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Indien wortelkap bij wortels > 2,5 centimeter doorsnede noodzakelijk is, dient dit te gebeuren met behulp van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting van de wortel. Wortelkap bij wortels > 5 centimeter doorsnede dient handmatig te worden uitgevoerd, in overleg met een boomdeskundige.
-
Instrueer uitvoerende werknemers over werken rond bomen en hoe om te gaan met wortelkap.
-
Stel een boomtechnisch toezichthouder (gecertificeerd European Tree Technician of gelijkwaardig) aan om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te controleren op de naleving van de randvoorwaarde. De boomtechnisch toezichthouder kan tevens advies geven tijdens de werkzaamheden en wortelkap beoordelen en uitvoeren.
-
Bij voorkeur werkzaamheden buiten het groeiseizoen (november - maart) van de bomen uit voeren.
Econsultancy vestiging Boxmeer, 17 juni 2021
Rapport 15565.003 versie D1
Pagina 22 van 22
GERAADPLEEGDE BRONNEN Prooijen, G. J. van (2016). Stadbomen Vademecum 2A: groeiplaatsaspecten (Herz. ed.). Arnhem, Nederland: IPC groene ruimte. Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Naturphänomens. Duitsland: Ulmer. Mattheck, G. C., Breloer, H., & Visser, B. M. (1995). Handboek boomveiligheid: de boombreuk in mechanica en rechtspraak. Zutphen, Nederland: Pius Floris Producties.
Rapport 15565.003 versie D1
Bijlage 1
Overzichtskaart
Rapport 15565.003 versie D1
Bijlage 2
Inventarisatiegegevens toekomst verwachting (jaar)
kroonprojectie
veiligheidsklasse
Goed
> 15
9
Boom zonder gebreken
nest ekster
nee
12 - 18
Goed
> 15
9
Boom zonder gebreken
klimop stam
ja
37
12 - 18
Goed
> 15
8
Boom zonder gebreken
takvrije stam 5m
ja
22
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
taxus
18
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
6
veldesdoorn
27
6 - 12
Goed
> 15
6
Boom zonder gebreken
7
zomereik
22
6 - 12
Slecht
5 - 10
4
Risicoboom
ja
8
zomereik
45
18 -24
Redelijk
> 15
11
Boom zonder gebreken
ja
9
taxus
22
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
10
taxus
15
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
11
taxus
15
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
12
zomereik
65
18 -24
Goed
> 15
12
Boom zonder gebreken
ja
13
veldesdoorn
26
6 - 12
Matig
5 - 10
5
Boom zonder gebreken
ja
14
veldesdoorn
27
12 - 18
Goed
> 15
7
Boom zonder gebreken
meerstammig
ja
15
gele treurwilg
98
6 - 12
Goed
> 15
8
Boom zonder gebreken
geknot, boom op "verhoging"
nee
16
zomereik
65
12 - 18
Redelijk
> 15
14
Boom zonder gebreken
takvrije stam 4m
nee
17
zwarte berk
65
12 - 18
Matig
5 - 10
7
Attentieboom
eksternest
ja
19
gewone plataan
66
12 - 18
Matig
> 15
15
Boom zonder gebreken
20
zomereik
27
6 - 12
Redelijk
> 15
5
Boom zonder gebreken
onderstandige boom, eenzijdige kroon
nee
21
zomereik
40
18 -24
Redelijk
> 15
9
Boom zonder gebreken
eenzijdige kroon
nee
22
amberboom
47
12 - 18
Goed
> 15
7
Boom zonder gebreken
beworteling oppervlakkig
ja
23
zomereik
49
18 -24
Redelijk
> 15
8
Boom zonder gebreken
nee
24
zoete kers
46
6 - 12
Redelijk
> 15
8
Boom zonder gebreken
nee
Boomhoogte (meter)
conditie
45
12 - 18
zomereik
40
3
veldesdoorn
4
taxus
5
Boomnr
boomsoort
stamdiameter
1
veldesdoorn
2
gebreken
afgestorven takken
bloedingsplekken
Rapport 15565.003 versie D1
opmerkingen
klimop stam
duurzaam te behouden
ja
ja
25
Noorse esdoorn
33
12 - 18
Goed
> 15
9
Boom zonder gebreken
26
zomereik
19
6 - 12
Redelijk
> 15
5
Boom zonder gebreken
onderstandige boom, eenzijdige kroon
nee
27
taxus
16
0-6
Matig
5 - 10
4
Boom zonder gebreken
onderstandig
nee
28
meidoorn
12
0-6
Redelijk
> 15
2
Boom zonder gebreken
onverstandige boom, eenzijdige kroon
nee
29
veldesdoorn
30
6 - 12
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
30
zomereik
24
6 - 12
Goed
> 15
6
Boom zonder gebreken
ja
31
veldesdoorn
27
6 - 12
Goed
> 15
5
Boom zonder gebreken
32
zomereik
35
12 - 18
Redelijk
> 15
7
Boom zonder gebreken
nee
33
grove den
42
12 - 18
Goed
> 15
7
Boom zonder gebreken
ja
34
zomereik
17
6 - 12
Redelijk
> 15
5
Boom zonder gebreken
onderstandige boom, eenzijdige kroon
nee
35
veldesdoorn
36
12 - 18
Goed
> 15
6
Boom zonder gebreken
eenzijdige kroon
nee
36
krimlimde
20
6 - 12
Goed
> 15
5
Boom zonder gebreken
37
zomereik
32
6 - 12
Redelijk
> 15
8
Boom zonder gebreken
38
zomereik
37
12 - 18
Redelijk
> 15
6
Risicoboom
39
veldesdoorn
39
6 - 12
Goed
> 15
8
Boom zonder gebreken
40
zomereik
23
6 - 12
Redelijk
> 15
7
Boom zonder gebreken
41
veldesdoorn
20
6 - 12
Goed
> 15
5
Boom zonder gebreken
nee
42
zoete kers
31
6 - 12
Redelijk
> 15
5
Boom zonder gebreken
nee
43
veldesdoorn
16
6 - 12
Goed
> 15
4
Boom zonder gebreken
nee
44
zomereik
31
6 - 12
Redelijk
> 15
5
Boom zonder gebreken
45
taxus
20
6 - 12
Goed
> 15
4
Boom zonder gebreken
nee
46
taxus
20
6 - 12
Goed
> 15
4
Boom zonder gebreken
nee
47
zomereik
27
12 - 18
Redelijk
> 15
4
Boom zonder gebreken
43
12 - 18
Redelijk
> 15
9
Boom zonder gebreken
nee
29
12 - 18
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
nee
30
12 - 18
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
nee
48 49 50
Noorse esdoorn Noorse esdoorn Noorse esdoorn
afgestorven tak
schuurschade gesteltak
Rapport 15565.003 versie D1
ja
onderstandige boom, eenzijdige kroon
nee
nee onderstandige boom, eenzijdige kroon
nee nee nee
onderstandige boom, eenzijdige kroon
onderstandige boom, eenzijdige kroon
eenzijdige kroon
nee
nee
nee
51
taxus
16
6 - 12
Redelijk
> 15
4
Boom zonder gebreken
nee
52
veldesdoorn
22
12 - 18
Redelijk
> 15
6
Boom zonder gebreken
nee
53
Noorse esdoorn
48
12 - 18
Goed
> 15
9
Boom zonder gebreken
ja
54
appel
24
6 - 12
Zeer slecht
0-5
2
Risicoboom
vellen
nee
55
moeraseik
68
18 -24
Goed
> 15
13
Boom zonder gebreken
takvrije stam 6m
nee
56
moeraseik
64
18 -24
Goed
> 15
15
Boom zonder gebreken
takvrije stam 4m
nee
57
moeraseik
60
18 -24
Redelijk
> 15
12
Boom zonder gebreken
nee
58
zwarte berk
60
12 - 18
Matig
5 - 10
10
Risicoboom
ja
afstervingsverschijnselen
afgestorven tak
Rapport 15565.003 versie D1