CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost herziening De Mijlpaal, Bijlage 13 toelichting

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost, herziening De Mijlpaal'4.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 februari 2022

4 februari 2022 20210408 De Mijlpaal mr. S.P.A. van Bogget Gemeente Nuenen

S. Lie Definitief

Rho adviseurs voor leefruimte

20210408

Inhoud

Rho adviseurs voor leefruimte

20210408

Rho adviseurs voor leefruimte

20210408

Op de locatie van de voormalige basisschool De Mijlpaal aan de Brabantring 1 te Nuenen zijn er plannen om een gezondheidscentrum en een woongroep met 19 woningen te realiseren. De bestaande en inmiddels leegstaande school wordt gesloopt. Voor de ontwikkeling van de wijk waar deze locatie is gelegen, is de Structuurvisie Nuenen Zuid vastgesteld. Onderhavig plangebied is in de visie reeds als ontwikkellocatie aangewezen. De stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in een gebiedsuitwerking. De beoogde ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost'. Om het planvoornemen alsnog mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 19 appartementen van maximaal 2.400 m2 BVO inclusief gemeenschappelijke ruimte en een gezondheidscentrum van maximaal 1.750 m2 BVO . Hiermee blijft de ontwikkeling onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;

5/32

• •

licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

6/32

7/32

De ontwikkeling vindt plaats in de kern Nuenen, in de gemeente Nuenen c.a. Het plangebied is gelegen aan de Brabantring 1 ten oosten van het winkelcentrum Kernkwartier. In figuur 2.1 is het plangebied aangeduid.

Figuur 2.1 Ligging plangebied, rood omrand Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan ‘Nuenen Zuidoost’ (vastgesteld op 27-09-2018) de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelhoog’. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer de oppervlakte van een bouwwerk groter zijn dan 2.500 m2 of wanneer de graafwerkzaamheden dieper reiken dan 30 centimeter. Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven bevindt zich op circa 6 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 460 meter (figuur 2.2). Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied (figuur 2.3) of in een stiltegebied (figuur 2.4).

8/32

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Brabant (bron: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant)

9/32

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Provinciale milieuverordening Noord-Brabant)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Provinciale milieuverordening NoordBrabant)

10/32

Het planvoornemen betreft een uitwerking van een deel van ontwikkelvisie voor Nuenen-Zuid. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een woongebouw voor een woongroep en een gezondheidscentrum. De uitgangspunten voor deze ontwikkeling zijn opgenomen in het Stedenbouwkundige randvoorwaarden document, zie bijlage 1. Het woongebouw wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van het plangebied. Het gebouw heeft een maximale footprint van 1.000 m2 en maximaal 3 bouwlagen. Het maximaal bruto vloeroppervlak bedraagt 2.400 m2, exclusief balkons en terrassen. In het gebouw is ruimte voor 19 appartementen inclusief gemeenschappelijke ruimte. De beoogde doelgroep is met name senioren. Het gezondheidscentrum wordt gerealiseerd ten noorden van het woongebouw. Het gebouw heeft een maximale footprint van 700 m2 en maximaal 3 bouwlagen, waarbij de 3e bouwlaag aan de zuidzijde een setback heeft. Het maximaal bruto vloeroppervlak bedraagt 1.750 m2. In het gebouw zijn een apotheek, twee huisartsen en een fysiotherapeut voorzien. Gezien de omvang van het gebouw is ruimte voor maximaal 19 behandelkamers en een apotheek met een oppervlakte van maximaal 305 m2. De ruimte tussen en rond de bebouwing wordt groen ingericht. Als stedenbouwkundige randvoorwaarde is onder andere meegegeven het behoud van bomen aan de randen en in het hart van het plangebied. Indien noodzakelijk is dunning hier mogelijk.

Middels een 'boom effect analyse' zijn de gevolgen van het planvoornemen voor de huidig aanwezige bomen onderzocht, zie bijlage 8. Een deel van de aanwezige bomen kan sowieso behouden blijven. Een aantal bomen zijn echter niet te behouden of leiden mogelijk schade vanwege de voorgenomen ontwikkeling. De definitieve bouwplannen en definitieve inrichting van het terrein dienen zo goed als mogelijk rekening te houden met de mogelijk te behouden bomen. Rond de bebouwing liggen voetpaden die de bebouwing en het groen bereikbaar maken. De paden worden zoveel als mogelijk halfverhard uitgevoerd. Parkeren Het parkeerterrein aan de westzijde maakt onderdeel uit van de herontwikkeling, en daarmee van het plangebied, omdat het grootste deel van de parkeerbehoefte hier wordt gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt middels hagen ruimtelijk gescheiden van het gezondheidscentrum en het woongebouw. Tussen de hagen ligt een voetpad die vanaf parkeerterrein toegang biedt tot de nieuwe bebouwing. Het parkeerterrein wordt tevens heringericht met 95 parkeerplaatsen. Waarbij op het noordelijk deel van het parkeerterrein, buiten het plangebied, één parkeerplaats komt te vervallen. Op het parkeerterrein worden daarnaast bomen en hagen geplant als scheiding tussen de stroken met parkeervakken. Ook langs de Brabantring worden aanvullend parkeerplaatsen gerealiseerd.

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Brabantring. Het parkeerterrein is bereikbaar via de Hoge Brake die direct op de Brabantring uitkomt. De Brabantring gaat in noordelijke richting over in de Refeling die in het noorden uitkomt op de Europalaan. Vanaf de Refeling is via de Klamperlaan de Smits van Oyenlaan rechtstreeks bereikbaar. De Smits van Oyenlaan komt uit op de A270 die Eindhoven met Helmond verbindt. Voetgangers en fietsers kunnen het plangebied via alle zijde bereiken via de aanwezige infrastructuur. Aan de zuidzijde ligt een vrijliggend fietspad. Intern wordt het terrein middels voetpaden ontsloten. Aan de Refeling is een bushalte gelegen. Hierdoor is het plangebied ook met het openbaar vervoer bereikbaar.

11/32

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de herontwikkeling van Nuenen-Zuid. De gehele herontwikkeling valt onder de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage, waardoor een m.e.r. procedure niet hoeft te worden doorlopen. Voor de andere ontwikkelingen wordt een aparte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.

12/32

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

Parkeren Op basis van het beoogde programma is de parkeerbehoefte berekend volgens de CROW-publicatie 317. De locatie is gelegen in het gebied 'rest bebouwde kom' en de gemeente Nuenen heeft als stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk'. Een boven- of onder gemiddelde parkeerbehoefte wordt niet verwacht, zodoende kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de door het CROW gegeven bandbreedte. Binnen het plangebied worden een gezondheidscentrum en appartementen gerealiseerd. Het gezondheidscentrum bestaat uit een apotheek en behandelkamers. Het parkeerkencijfer voor het gezondheidscentrum ligt per behandelkamer tussen de 1,9 en 2,4. Het midden van de bandbreedte is 2,15 parkeerplaats per behandelkamer. Voor een apotheek geldt een parkeerkencijfer tussen de 2,9 en 3,4 per apotheek. Het parkeerkencijfer voor de appartementen ligt tussen de 1,6 en 2,4. In tabel 3.1 is de parkeervraag van de totale ontwikkeling weergegeven. Tabel 3.1 Parkeervraag totaal Behandelkamers Apotheek Appartementen Totaal

Aantal 19 2 x 150 m2 19

Norm 2,15 3,15 per vestiging 2,0

Parkeerbehoefte 40,85 6,3 38 85,15

De totale parkeervraag bedraagt daarmee 86 parkeerplaatsen. Vanwege de verschillende functies is sprake van dubbelgebruik. Tijdens het maatgevende moment, een werkdagochtend, bedraagt de parkeerbehoefte 66,15 = 67 parkeerplaatsen, zie bijlage 2. Deze parkeerbehoefte wordt binnen het plangebied gerealiseerd. Aan de westzijde van het plangebied wordt het parkeerterrein bij het winkelcentrum heringericht ten behoeve van dit planvoornemen. Hier worden 95 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd, waarbij de aanwezige 38 parkeerplaatsen (37 heringericht en één vervallen) worden vervangen. Daarnaast worden aan de oostzijde, aan de Brabantring 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn zodoende 104 parkeerplaatsen aanwezig. Het aantal parkeerplaatsen neemt met 67 toe ten opzichte van de bestaande situatie. Daarmee wordt voldaan aan de eigen parkeerbehoefte van 67 parkeerplaatsen.

13/32

Verkeersgeneratie Met kencijfers van CROW publicatie 381 kan voor verschillende functies de verkeersgeneratie bepaald worden. De kencijfers zijn gerelateerd aan de ligging van de planontwikkeling en de mate van stedelijkheid van het gebied. De betreffende ontwikkeling is gelegen in het gebied 'rest bebouwde kom'. Voor de mate van stedelijkheid kan het gebied op basis van cijfers van het CBS gekarakteriseerd worden als 'matig stedelijk'. Een boven- of onder gemiddelde parkeerbehoefte wordt niet verwacht, zodoende kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de door het CROW gegeven bandbreedte. Voor een gezondheidscentrum geldt per behandelkamer een verkeersgeneratie tussen de 16,1 en 20,2 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. Voor een apotheek geldt een verkeersgeneratie tussen de 125,4 en 146,8 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. De verkeersgeneratie voor de appartementen ligt tussen de 6,7 en 7,5 in de 'rest bebouwde kom' in 'matig stedelijk' gebied. In tabel 3.2 is het gemiddelde kencijfer afgezet tegen het aantal eenheden. Tabel 3.2 Verkeersgeneratie Behandelkamers Apotheek Appartementen Totaal

Aantal 19 1 19

Gemiddeld kencijfer 18,15 136,1 7,1

Verkeersgeneratie 344,9 136,1 134,9 616 mvt/etmaal

De verkeersgeneratie van de volledige ontwikkeling van dit bestemmingsplan volgens de gemiddelde norm bedraagt 616 mvt/etmaal. Met het planvoornemen is daarnaast sprake van gecombineerd gebruik. Bezoekers van de voorzieningen maken tevens gebruik van het winkelcentrum en andersom. Het effect op de berekende verkeersgeneratie is echter beperkt en daardoor verwaarloosbaar. In de voormalige situatie genereerde de basisschool ook verkeer. De grootste verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. Omdat het aantal leerlingen van de school en het percentage dat met de auto gebracht wordt onbekend is wordt verkeersgeneratie van de voormalige situatie buiten beschouwing gelaten. De berekende verkeersgeneratie blijft dan ook het uitgangspunt voor dit planvoornemen. Verkeersafwikkeling Het verkeer afkomstig van het plangebied ontsluit via de omliggende infrastructuur. De huidige locatie van het parkeerterrein nabij het winkelcentrum en de huidige school zijn goed bereikbaar. Verdeeld over de dag zal de verkeerstoename niet tot knelpunten leiden en zal het ook vrij snel opgaan in het heersende verkeersbeeld. Tijdens de spits leidt het planvoornemen tot circa 62 extra auto's (10% etmaal waarde van 616 mvt/etmaal) op de omliggende wegen, Brabantring en Hoge Brake.

De intensiteit van de Brabantring bedraagt 3.610 mvt/etmaal, zie akoestisch onderzoek bijlage 7. De Brabantring met een maximum snelheid van 30 km/u is dusdanig ingericht dat deze meer verkeer aankan. De capaciteit van de omliggende wegen biedt dan ook voldoende ruimte voor de toename van het verkeer en leidt niet tot onveilige verkeerssituaties. Hiermee worden vanuit de aspecten verkeer en parkeren geen negatieve effecten verwacht.

Wegverkeerslawaai Met het planvoornemen worden geluidgevoelige functies gerealiseerd, namelijk 19 woningen binnen één woongebouw. De geluidgevoelige functies zijn niet gelegen binnen de geluidzone van gezoneerde wegen en spoorwegen. De nabij het plangebied gelegen Brabantring en de Hoge Brake zijn betreffen 30 km/h-wegen. Om die reden wordt het geluid niet getoetst aan de regels in de Wet geluidhinder, maar beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is opgenomen in bijlage 7.

14/32

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting maximaal 50 dB bedraagt ten gevolge van het verkeer op de Brabantring en Hoge Brake samen. De geluidsituatie wordt daarmee als 'redelijk' beoordeeld. Daarmee zijn er geen effecten voor de woningbouw. Er is dan ook geen verdere actie vereist. Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). Gezien de ontsluitende functie van de omliggende wegen zal de extra bijdrage van 582 mvt/etmaal minder zijn dan 40% van de totale verkeersintensiteit over deze wegen. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

Bodem Om de bodemkwaliteit van het plangebied te bepalen is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk conform NEN 5740. Naast het verkennend bodemonderzoek is tevens onderzoek naar de aanwezigheid van asbest uitgevoerd. De resultaten van het bodemonderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat analytisch in zowel de boven- als ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetoond. Het grondwater blijkt licht verontreinigd met barium en molybdeen. Gelet op het regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Ter plaatse van de parkeerplaats zijn op het maaiveld en in de bodem zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond. In de onderliggende bodem is analytisch een asbestgehalte van 26 mg/kg d.s. aangetoond. In de onderliggende bodem is analytisch geen asbest aangetoond. Het verhoogde asbestgehalte is, gelet op de analyseresultaten, hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de aanwezigheid van enkele stukjes plaatmateriaal in het grondmengmonster. Het gehalte is onder de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) gelegen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin.

In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen. Met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem worden geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing. Met de ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect bodem uitgesloten worden. Water Het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. Verder bevindt het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszone van een watergang of waterkering. Met het planvoornemen is sprake van een wijziging van het verhard oppervlak. Het toekomstige bebouwd oppervlak bedraagt 1.700 m2. Het huidige schoolgebouw heeft conform de BAG een bebouwd oppervlak van 1.027 m2. Met het planvoornemen is sprake van een toename aan bebouwd oppervlak van

15/32

circa 700 m2. Uit de luchtfoto blijkt dat het gehele schoolplein voor circa 1.400 m2 verhard is. In de toekomstige situatie wordt het terrein rond de bebouwing ingericht met groen en (half)verharde paden. Het verhard oppervlakte neem dan ook fors af. De hoeveelheid verharding ter plaatse van het parkeerterrein blijft gelijk. Het totaal verhard oppervlak (bebouwing en verhardingen) is in de toekomstige situatie ongeveer gelijk aan de huidige situatie dan wel neemt het totaal iets af. Het regenwater dat op daken en verhardingen valt, stroomt binnen dit plangebied af naar een regenwater structuur. In een dergelijk stelsel wordt regenwater ingezameld en geïnfiltreerd in de bodem en overtollig regenwater stroomt af naar open water. Voor de afvoer van hemelwater geldt het uitgangspunt 'hydrologisch neutraal bouwen'. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater. In de toekomstige inrichting wordt de waterberging nader vorm gegeven. Op eigen terrein wordt een riool aangelegd dat wordt aangesloten op het gemeentelijk riool stelsel in de Brabantring en Hoge Brake. Voor zover bekend zijn er geen knelpunten (hydraulische capaciteit) in het rioolsysteem.

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt gedurende de bouwfase. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling derhalve geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie.

Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven bedraagt circa 6 kilometer. De afstand tot het meest dichtstbijzijnde NNN bedraagt circa 460 meter. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden kunnen ook effecten zoals verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Voor de berekening van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden wordt onderscheidt gemaakt in de gebruiksfase en in de realisatiefase. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de realisatiefase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). De Wsn en Bsn zijn per 1 juli 2021 in werking getreden. Deze vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase.

Voor de gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd om negatieve effecten op Natura 2000 uit te sluiten. Zie bijlage 9 voor de memo, bijlage 10 voor de berekening van de gebruiksfase. De realisatiefase is ondanks de Wet stikstofreductie en natuurverbetering berekend. Deze is in bijlage 11 te vinden. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de gebruiksfase en de realisatiefase van de ontwikkeling. Soortenbescherming De grond waarop de nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt is deels begroeid. Daarnaast wordt de aanwezige bebouwing gesloopt. Het is dan ook niet uitgesloten dat deze locatie ongeschikt als verblijfsplaats voor beschermde soorten is. Aan de hand van een quickscan flora en fauna wordt bepaald of de ontwikkeling mogelijk van invloed is op beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat bij de werkzaamheden overtreding kan plaatsvinden. Effecten op eksters en vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen door maatregelen worden voorkomen. Effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten.

16/32

Indien het nemen van maatregels zoals genoemd in het onderzoek niet mogelijk is, dient vervolgonderzoek naar de aangegeven soorten uitgevoerd te worden. De te nemen maatregelen betreffen: • Verricht de werkzaamheden en verplaats de mezenkasten buiten de broedperiode (globaal half maart t/m half augustus). • Indien werken buiten de broedperiode niet mogelijk is kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd worden door een ecoloog. • Voorkom vestiging van witte kwikstraat, zwarte roodstraat en winterkoning door in de broedperiode bouwmateriaal e.d. direct te verwijderen uit het plangebied. Daarnaast geldt verder voor alle aanwezige soorten in het plangebied de Algemene zorgplicht. Het uitvoeren van de maatregelen en de algemene zorgplicht is mogelijk. Vervolgonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Hiermee kunnen negatieve effecten uitgesloten worden.

Ten gevolge van de nieuwe functies zal de verkeersgeneratie circa 616 motorvoertuigen per etmaal bedragen. De ontwikkeling valt daarmee binnen de categorie 'Niet in betekenende Mate' zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Het plan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

Figuur 3.1 NIBM-tool In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Smits van Oyenlaan, op ruim 430 meter ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de prognose voor 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in de prognose voor 2020 ten hoogste 20,7 µg/m³ voor NO2, 19,0 µg/m³ voor PM10 en 11,9 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,9 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

17/32

Externe veiligheid Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via de weg of het water. Ten zuiden bevindt zich de spoorlijn Eindhoven - Venlo op een afstand van circa 1,4 kilometer. Het invloedsgebied van het spoortraject wordt bepaald door stofcategorie A en betreft 460 meter. Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied. Het groepsrisico hoeft niet berekend of verantwoord te worden. De A270 bevindt zich tevens ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 520 meter. Deze weg maakt geen onderdeel uit van het Basisnet. Wel vindt over deze weg vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied wordt bepaald door de stofcategorie GF3 en bedraagt 355 meter. Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied. De aardgasleidingen Z-514-06 en Z-514-01 bevinden zich ten zuiden van het plangebied op een afstand van circa 1,4 kilometer. Beide buisleidingen hebben een grootte van 12 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Het bijbehorende invloedsgebied is 140 meter. Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied. Ook voor deze risicovolle bron hoeft het groepsrisico niet berekend of verantwoord te worden.

Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle bronnen mogelijk gemaakt. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid. Risico’s op rampen door klimaatverandering Er is geen sprake van een toename in verharding. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

Cultuurhistorie Er is geen bestaande monumentale of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant blijkt daarnaast dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle structuren aanwezig zijn. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect cultuurhistorie uitgesloten worden. Archeologie Het beleidsplan archeologie van de gemeente is vertaald in de diverse bestemmingsplannen, zo ook in het voor het plangebied geldende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost'. Hierin is voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie middelhoog' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming mogen alleen bouwwerken gebouwd worden tot een oppervlakte van maximaal 2.500 m2 of niet dieper dan 0,30 meter.

18/32

Het beoogde planvoornemen voorziet in bodemingrepen ten behoeve van bouwwerken groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,30 meter. Een archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht en is uitgevoerd, zie bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat proefsleuvenonderzoek ter plaatse van de beoogde bebouwing noodzakelijk is. Ten behoeve van het proefsleuvenonderzoek is een programma van eisen (PvE) opgesteld, zie bijlage 4. Dit PvE is op 9 augustus 2021 goedgekeurd, zie bijlage 5. Het proefsleuvenonderzoek wordt op de goedgekeurde wijze uitgevoerd.

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

Effecten op eksters en vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen door de maatregelen worden voorkomen: • Verricht de werkzaamheden en verplaats de mezenkasten buiten de broedperiode (globaal half maart t/m half augustus). • Indien werken buiten de broedperiode niet mogelijk is kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd worden door een ecoloog. • Voorkom vestiging van witte kwikstraat, zwarte roodstraat en winterkoning door in de broedperiode bouwmateriaal e.d. direct te verwijderen uit het plangebied.

19/32

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

20/32

21/32

22/32

23/32

24/32

25/32

26/32

27/32

28/32

29/32

30/32

31/32

32/32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12070204/1